1.6 Bijlagen toelichting Bijlage 6 Advies GGD.PDF
Tekst van het document
Naam Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Reflectie op advies GGD d.d. 25-5-2021 Inleiding De GGD is voorafgaand aan de publicatie en terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Heesch West, volgens afspraak in het Burenoverleg, door het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Heesch West gevraagd advies uit te brengen op het ontwerpbestemmingsplan en de Aanvulling MER Heesch West. Zo heeft de omgeving al tijdens de terinzagelegging inzicht in het advies van de GGD. De GGD heeft hiervoor haar advies gebaseerd op een conceptversie van het ontwerpbestemmingsplan en Aanvulling MER. De GGD vermeldt in haar brief bij het advies dat zij de gestelde ambities op het gebied van verduurzaming en klimaatbestendigheid waardeert. Ook constateert zij dat aandacht wordt geschonken aan het creëren van een gezonde leefomgeving, door middel van het aanleggen van een landschapspark en robuuste groenzones, waar gewandeld en gefietst kan worden. Ook stelt zij dat in het plan de effecten worst-case berekend zijn en dat naar verwachting de gezondheidseffecten, voor zover deze zich kunnen voordoen, in de praktijk beperkter van aard zijn. Advies De GGD benoemt in haar advies, naast algemene aanbevelingen, een aantal concrete milieuaspecten: luchtkwaliteit, geluid, intensieve veehouderij en elektromagnetische velden. Hierna wordt benoemd hoe daar in het voorliggende plan en/of in de verdere uitwerking daar aandacht aan wordt gegeven.
Algemene aanbevelingen -
-
Aanbevelingen betreffende het serieus nemen van klachten, opvolgen en monitoring zitten reeds in ons proces en worden nog nader uitgewerkt. In overweging wordt gegeven om, verbonden aaneen deel van de opbrengsten van zonne-energie, een leefbaarheidsfonds op te richten. Voor het in het landschapspark te realiseren landschapspark is meerwaardecreatie een uitgangspunt, in welke vorm is nader te bepalen. De aanbeveling om bij de landschappelijke inpassing bewoners te betrekken vullen we actief in met de omgevingsparticipatie die onderdeel is van het ontwerptraject. De verdere aanbevelingen betreffende het landschapspark worden ook meegegeven aan de landschapsarchitect.
Luchtkwaliteit -
Specifiek adviseert de GGD het gebruik van bio-energie installaties te ontmoedigen, vanwege belasting van luchtkwaliteit. Indien ze wel worden toegestaan, wordt gevraagd de effecten op de leefomgeving door te rekenen. Om de hinder van nieuwe bedrijven, zoals het type bedrijf genoemd door de GGD, zoveel mogelijk te beperken, zijn in het plan diverse maatregelen opgenomen.
-
Daarnaast adviseert de GGD om naar duurzame ambities en plannen te vragen bij vervoersplannen van bedrijven. De ambities voor duurzame mobiliteit zijn al onderdeel van de gronduitgifte, waarbij duurzaamheid dient te worden aangetoond door bedrijven. De GR bevordert dit onder meer met goede fietsroutes, aansluitend op regionale routes en het inpassen van station met duurzame brandstoffen.
Geluid De GGD adviseert aanvullende maatregelen om aan de gezondheidskundige advieswaarden te voldoen, allereerst met bron- en overdrachtsmaatregelen en uiteindelijk isolatie van de gevel. En bij mogelijke isolatie daarbij ook voldoende rekening te houden met ventilatie. Daarnaast wordt aanbevolen om bewoners goed en tijdig te informeren over de geluidsituatie nu en in de toekomst en te betrekken bij mogelijke maatregelen. We nemen deze aanbevelingen mee in het ontwikkelingstraject. Intensieve veehouderij Overeenkomstig het advies van de GGD is in het plan geen kinderopvang toegestaan. Elektromagnetische velden Zorgen rondom elektromagnetische velden kunnen een aandachtspunt vormen. In de MER staat dat deze effecten niet verwacht worden. Het aanbod van de GGD als hier evenwel vragen/zorgen over zijn betrekken we bij de verder planuitwerking.
Paul van Dijk, Directeur Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2
øM
f Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Gemeenschappel¡jke Regeling Heesch West
Dhr. Paul van Dijk Raadhuislaan 2
5341 GM Oss
Kenmerk:
wBGMV-573577765-8371
Behandeld door:
R. Selen / A. Wientjes
Onderwerp:
GGD advies Heesch West
Datum: 25 mei 2O2L
Geachte heer Van Dijk, Tussen de gemeenten 's-Hertogenbosch, Bernheze en Oss is aan de zuidzijde van de A59
bedrijventerrein Heesch West gepland. Het terrein biedt vestigingsmogelijkheden voor logistieke bedrijven, innovatieve concepten (bouw, circulaire economie) en regionale verplaatsers. Heesch West heeft de ambitie om daarbij optimaal in te zetten op duurzame gebiedsontwikkeling. Een deel van het
terrein wordt ingericht als grootschalig zonnepark en bedrijven moeten zoveel mogelijk in hun eigen energievoorziening voorzien. Verder is een doelstelling dat Heesch West klimaatbestendig is en
bijdraagt aan een klimaatbestendige regio. De GGD waardeert de ambities op het gebied van verduurzaming en klimaatbestendigheid. Ook is er aandacht geschonken aan het creëren van een gezonde leefomgeving, door middel van het aanleggen van een landschapspark en robuuste groenzones, waar gewandeld en gefietst kan worden. Een gezonde leefomgeving is namelijk een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot
gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. Groen brengt ontspanning en koelte in de zomer (en draagt daarmee bij aan het verlagen van hittestress). Meer fiets- en wandelpaden nodigen u¡t om te bewegen/ voor zowel medewerkers van bedrijven als voor omwonenden. Dit draagt bij aan de positieve gezondheid. De gemeenten 's-Hertogenbosch, Bernheze en Oss (vertegenwoordigd in de Gemeenschappelijke Regeling Heesch West) willen inzage krijgen in hoeverre de komst van het bedrijventerrein van invloed is op de gezondheid van omwonenden van het plan. Zij hebben daarom team Gezondheid, Milieu en
Veiligheid van de Brabantse GGD'en (GMV) gevraagd een gezondheidskundige beoordeling te geven op de plannen en de onderzoeken die voortvloeien uit het plan.
Gezondheid Milieu en Veiligheid Postbus 3024 5003 DA Tilburg
milieu@ggdgmv.nl
A..
Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Om tot een beoordeling te komen, heeft GMV gebruik gemaakt van volgende onderzoeken die door de
Gemeenschappelijke Regeling Heesch West beschikbaar zijn gesteld:
- MER 2019 regionaal bedrijventerrein Heesch West, 24 mei 2019; - Aanvulling MER Heesch West concept tbv toetsing commissie MER en GGD, Antea Group, 2 april 2027;
- Deelonderzoek geluid Heesch West, Antea group/ 2 april2027; - Deelonderzoek luchtkwaliteit Heesch West, Antea group, 2 april2O2L;
- Beschrijving borging duurzaamheidsambities, 2 april 2O2L; - Stedenbouwkundig ontwerp Heesch West. Bij de beoordeling wordt ingegaan op de volgende, vanuit gezondheid bezien belangrijke aspecten
-
Luchtkwaliteit Geluid Geur
Intensieveveehouderij Elektromagnetischevelden.
De uitgevoerde onderzoeken zijn worst case berekend. Daarmee mag verondersteld worden dat de vanuit gezondheid beoordeelde aspecten ook worst case benaderd zijn. Naar verwachting zullen gezondheidseffecten, voor zover deze zich kunnen voordoen, in de praktijk beperkter van aard zijn.
Ter bescherming van de volksgezondheid maakt de GGD gebruik van gezondheidskundige advieswaarden, waar enkel gezondheidsaspecten aan ten grondslag liggen. Bij het vaststellen van
wettelijke grenswaarden worden ook andere aspecten dan gezondheid, zoals bijvoorbeeld economische en technische haalbaarheid, meegewogen. Vanuit gezondheid verdient het de voorkeur te toetsen aan de gezondheidskundige advieswaarden om te streven naar een goed woon- en leefklimaat.
Op de volgende pagina vindt u de conclusies en adviezen. In de bijlagen vindt u verdere achtergrondinformatie die tot de onderbouwing van de conclusies en adviezen hebben geleid.
Mocht u naar aanleiding van dit advies nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met ondergetekende op nummer 0900 3 68 68 68. Met vriendel ijke groet,
Roel Selen en Astrid Wientjes
Team Gezondheid, Milieu en Veiligheid
øKtø
Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Conclusies
Luchtkwaliteit
o De ontwikkeling van Heesch West leidt door het verkeer en de bedrijven tot een toename van uitstoot van luchtverontreinigende stoffen op de omgeving. Hoewel de wettelijke grenswaarden voorde beoordeelde stoffen NOz, PM2,5 en PM10 niet overschreden worden, vindt er bij een aantal
woningen een verslechtering van luchtkwaliteit plaats, waarbij de gezondheidskundige advieswaarde voor PM10 overschreden wordt. Voor PM2,5 geldt dat deze in de nieuwe situatie niet
voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarde van 10 uglm3 (feitelijk verder verslechterd).
Het niet voldoen aan de gezondheidskundige advieswaarde van PM2,5 geldt bijna overal in Nederland. Vanuit gezondheid is elke toename van fijnstof negatief, aangezien er geen veilige waarde is vast te stellen waaronder geen gezondheidseffecten plaatsvinden.
o Voor NOz geldt dat deze stof bij realisatie van het bedrijventerrein aan de gezondheidskundige advieswaarde bl ijft voldoen.
o Bio-energieinstallaties met een maximum vermogen van < 50 MWe worden toegestaan. Dergelijke installaties dragen bij aan een verdere belasting op de luchtkwaliteit en kunnen hinder en gezondheidsklachten veroorzaken bij omwonenden.
Geluid o
De GGD sluit op basis van de berekende toename van de cumulatieve geluidbelasting een beperkte
toename in ernstige hinder en slaapverstoring bij woningen niet uit. Voor wat betreft wegverkeer
neemt naar verwachting de hinder en slaapverstoring af, voor wat betreft industrie neemt de hinder en mogelijke slaapverstoring in de directe omgeving van het bedrijventerrein toe. In de woonkernen blijven de effecten van Heesch West beperkt. o
Laagfrequent geluid wordt op basis van de plannen niet uitgesloten. Bedrijven (met installaties op
dak), transformatorhuisjes kunnen bronnen van laag frequent geluid zijn, die overlast kunnen geven. Afstand van deze transformatorhuisjes tot aan woningen is bepalend voor de (mate van) overlast. Hoe groter de afstand, hoe minder hinder ervaren wordt. Geur o
Door de nieuwe ontwikkeling verdwijnen er agrarische bedrijven. In de plaats hiervan komen er industriële bedrijven die mogelijk geur uitstoten. Hierin is nog geen inzage te geven. Door de inwaartse zonering, landelijke en provinciale geurnormen en aanvullende voorwaarden bij vestiging van een bedrijf wordt geurhinder zoveel als mogelijk beperkt.
o
Bij het te ontwikkelen gebied zijn deelgebieden waar de gezondheidskundige advieswaarden voor geur overschreden worden (bv. Weerscheut 3A). Daardoor valt niet uit te sluiten dat medewerkers van bedrijven enige mate van geuroverlast zouden kunnen ervaren door de agrarische bedrijven.
1
øñÐ # Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Intensieve veehouder¡j o
Het beoogde bedrijventerrein ligt binnen de afstand waar vanuit wetenschappelijk onderzoek bleek
dat omwonenden een verhoogd risico op longontsteking lopen, doordat er binnen 2 kilometer een geitenhouderij is gelegen. In het onderzoek is geen bepaalde risicogroep naar voren gekomen. Bekend is dat het verloop van longontsteking bij heel jonge kinderen en ouderen heftiger kan zijn.
Op het beoogde bedrijventerrein worden geen woningen gebouwd. De leeftijdsgroep waarbij het
verloop van longontsteking heftiger kan zijn, zullen daarom in het algemeen gesproken niet (langdurig) op het bedrijventerrein aanwezig zijn. Op het bedrijventerrein wordt geen kinderdagverblijf toegestaan.
Elektromagnetische velden o
Voor de oost-, west- en zuidzijde worden gezondheidskundig gezien geen knelpunten verwacht ten aanzien van langdurige blootstelling aan elektromagnetische velden bij gevoelige bestemmingen.
o
Aan de noordzijde langs de Bosschebaan wordt op voorhand niet woÈden uitgesloten dat het landelijk voorzorgsprincipe van 0,4 micro Tesla (pT) kan worden overschreden bij woningen. Indien bij de verdere uitwerking van kabels en leidingen in het plangebied ervoor gezorgd wordt dat bij de woningen en andere gevoelige bestemm.ingen de gezondheidskundige advieswaarde van O,4 ¡tT niet overschreden wordt, wordt ten aanzien van dit aspect geen knelpunten verwacht.
2
Gezondheid. Milieu en Veiligheid Brabant
Advies Algemeen
o Neem meldingen over overlast (bv. (laagfrequent) geluid, geur, stof) serieus en volg deze adequaat op.
o Monitor eventueel gemelde klachten via het klachten meldsysteem van de omgevingsdienst en stuur erop dat de meldingen over of gerelateerd aan de ontwikkeling van Heesch West zorgvuldig worden vastgelegd en uitgevraagd.
o Maak vroeg in het ontwikkelproces afspraken over monitoring van klachten en het nemen van eventuele maatregelen.
o Overweeg om een leefbaarheidsfonds op te richten. Bekijk of een deel van de opbrengsten van de opgewekte zonne-energie hieraan besteed worden, wat ten goede komt aan een gezonde leefomgeving. Dat kan ook gaan om maatregelen tegen (onverwachts veel) overlast;
o Zorg voor goede landschappelijke inpassing van toekomstige bedrijven en het zonnepark. Geef bewoners inspraak of (mooier nog) eigenaarschap hierbij bij de verdere invulling hieraan. Bewoners missen dit aspect bij Heesch West;
o Let bij de inrichting van de landschapspark ook op het veilig gebruik van groen (allergeen arme beplanting, biodiversiteit), het voorkomen van overlast, geen blootstelling aan nieuwe risico's;
o Benut de soundscapel benadering bij de inrichting van het landschapspark om de beleving van hinder te beperken (m.n. geluid, maar ook visueel).
o Waarborg voldoende middelen voor beheer en onderhoud van het landschapspark. o Zonnepark: kies voor een type paneel dat eventuele lichtschittering zo veel mogelijk beperkt.
o
Luchtkwaliteit Ontmoedig het gebruik van bio-energieinstallaties als 'duurzame' alternatieve verwarmingsbron (zoals biomassa installaties). Indien overwogen wordt dergelijke installaties toe te staan, bereken de eventuele effecten op de leefomgeving door. Voorkomen moet worden dat omwonenden negatieve gezondheidseffecten kunnen ondervinden van dergelijke installaties.
o
Vraag naar concrete ambities en plannen van bedrijven om conventionele mobiliteit te beperken (clustering vervoer, i-vervoer, gebruik van spoor- en waterwegen);
1 Zie GGD-richtlijn medische
milieukunde: omgevingsgeluid en gezondheid
3
øñÐ a Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Geluid
o Het eerste doel van het beperken van de blootstelling aan geluid is het reduceren van gezondheidsrisico. Dit betekent dat in de beoordeelde situatie, aanvullende maatregelen worden geadviseerd om alsnog aan de gezondheidskundige advieswaarden voor Lden en Lnightte voldoen. Hierbij heeft het de voorkeur te beginnen met maatregelen aan de bron, gevolgd door maatregelen
aan de overdrachtsweg en uiteindelijk isolatie van de gevel. Houd hier ook rekening mee bij toekomstige woningbouw; zorg hierbij in elk geval voor een geluidluwe zijde.
Indien bron- en/of overdrachtsmaatregelen niet kunnen worden toegepast, adviseert de GGD isolatiemaatregelen aan woningen te onderzoeken, om te zorgen dat het maximale geluidsniveau in de woningen onder de 33 dB blijft.
N.B.: aandacht voor ventilatie: naast isolatie is het belangrijk dat er voldoende en bruikbare ventilatiemogelijkheden aanwezig zijn en dat de geluidproductie van eventueel aanwezige mechanische ventilatiesystemen zo laag mogelijk zijn (bij voorkeur lager dan 30dB(A) uit het Bouwbesluit).
o Niet alleen het geluidsniveau bepaalt de gezondheidsrisico's. Hinder en slaapverstoring, en in mindere mate ook het risico op een hoge bloeddruk en een hartinfarct, worden ook beÏnvloed door factoren die niets te maken hebben met het geluidsniveau zoals geluidgevoeligheid, angst voor de
bron, gevoel dat het geluid door verantwoordelijken vermijdbaar is, voorspelbaarheid, toegang tot informatie, procedurele rechtvaardigheid, geluidgeschiedenis, verwachtingen over toekomstige geluidsniveaus en tevredenheid met de leefomgeving (zogenaamde persoonlijke en contextuele
factoren). Sommige van deze factoren zijn lokaal te beïnvloeden met maatregelen zoals het goed en tijdig informeren van (toekomstige) bewoners over de geluidsituatie (nu en in de toekomst) en
bewoners betrekken in de besluitvorming over mogelijke maatregelen. Neem dit mee als aandachtspunten in het ontwikkelingstraject wanneer de geluidsbelasting ondanks aanvullende (bron-) maatregelen toch niet onder de gezondheidskundige advieswaarden komen.
o Stimuleer bedrijven om in te zetten op apparatuur die zo min mogelijk geluid produceert. o Investeer in geluidarm wegdek. Intensieve veehouderij o
De GGD kan zich vinden in het aspect om geen kinderopvang toe te staan op het bedrijventerrein,
vanwege een aanwezige geitenhouderij binnen een straal van 2 kilometer.
Elektromagnetische velden o
Zorgen rondom elektromagnetische velden kunnen een rol spelen bij omwonenden. Dit is een aandachtspunt. De GGD kan hierin ondersteunen bieden, als hier vragen/zorgen over zijn.
4
øñD
-s'Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Bijlage 1: Situatie rondom Heesch West:
o Omwonenden hebben zorgen geuit over de voorgenomen plannen over het te realiseren regionaal bedrijventerre¡n. Veel zorgen waren in eerste instantie gericht op plannen om windturbines in het
gebied te plaatsen. Medio 2O2O zijn de plannen voor windturbines geschrapt. Zorgen van omwonenden richten zich op dit moment met name op de invloed van het bedrijventerrein op de
luchtkwaliteit en geluid. Hierbij gaat het zowel om de directe invloed (soorten en zwaarte van bedrijven die er zich gaan vestigen) als indirect (extra toestroom verkeer).
o Het plangebied voor het voorgenomen regionaal bedrijventerrein Heesch West ligt in het buitengebied van de gemeenten 's-Hertogenbosch en Bernheze, ten oosten van het stedelijk gebied van 's-Hertogenbosch, ten westen van het stedelijk gebied van Heesch en ten zuiden van de 459/ Oss.
o Het gebied wordt gekenmerkt door een agrarisch karakter, met bijbehorende woonfuncties en lokale infrastructuur. Hoewel het een agrarisch buitengebied betreft, is het geen rustig gebied. Door de ligging langs de 459 ondervindt het gebied (forse) geluidbelasting van het wegverkeer.
o Ten oosten van het plangebied liggen de dorpen Zoggel en Achterste Groes. o Ten noorden, aan de andere zijde van de snelweg, liggen Nuland en Geffen en ten zuidwesten ligt Vinkel. De lokale wegenstructuur bestaat uit de Bosschebaan, de Weerscheut, de Koksteeg, de Zoggelse Straat, Achterste Groes en de Raktstraat. De Achterste Groes en Raktstraat zijn doodlopende wegen. De Raktstraat is deels onverhard.
o Met de effecten op de omgeving wordt zoveel mogelijk al vooraf rekening gehouden door het bedrijventerrein inwaarts te zoneren: zwaardere milieucategorieën alleen centraal op het bedrijventerrein, lichtere milieucategorieën aan randen. Daarnaast worden bufferzones rondom gevoelige bestemmingen als woningen gelegd. Deze bufterzones bepalen vervolgens welke bedrijfscategorie,än op een bepaalde plek binnen het bedrijventerrein mogelijk zijn. Een aantal gevoelige bestemmingen binnen het plangebied (zoals de woningen langs de Koksteeg) is ten behoeve van het bedrijventerrein opgekocht.
o In de aanvullende MER rapportage zijn bovendien extra planregels opgenomen, om hinder naar de omgeving toe te beperken: verkleining oppervlak milieucategorie 5.1 (van 36 ha naar 6 ha), aanscherpen vestigingsvoorwaarden/toegelaten bedrijven categorieën, betere verkeersafwikkeling. Daarnaast wordt het landschapspark verder uitgewerkt, waarbij naar de wensen van de omgeving gekeken wordt.
o Een gedeelte van het landschapspark wordt gebruikt om duurzame energie op te wekken (via een drijvend zonnepark). Het andere gedeelte wordt gebruikt voor natuurontwikkeling en recreatie (fietsen en wandelen). Groen en water dragen positief bij aan de klimaatadaptatie (verlagen van de hittestress) en bevorderen gezond gedrag (bewegen) wat bijdraagt aan de positieve gezondheid.
5
Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Bijlage 2: gezondheidseffecten en gezondheidskund¡ge advieswaarden per thema
Luchtkwaliteit: Fijn stof en stikstofdioxide
o Gezondheidseffecten: . Blootstelling aan fijnstof (PM2,5-PM10) kan leiden tot luchtwegklachten, acute klachten van ogen, neus en bovenste luchtwegen, verminderde longfunctie, hart- en vaatziekten en vervroegde sterfte.
.
De oxiderende eigenschappen van stikstofdioxide (NO2) kunnen effecten in de luchtwegen en
longen veroorzaken in de vorm van vermindering van de longfunctie en afname van de weerstand tegen infecties van het longweefsel. Dit kan luchtwegklachten veroorzaken.
De WHO concludeert dat nabij drukke wegen talloze componenten in verhoogde concentraties aanwezig zijn in uitlaatgassen van voertuigen, en dat de gezondheidseffecten niet aan één of
enkele componenten zijn toe te schrijven (REVIHAAP, 20L3). Daardoor is'afstand houden tot woongebieden en wegen' nog steeds de beste maatregel, aangezien dit minder blootstelling aan het volledige mengsel tot gevolg heeft. Dit geldt ook voor fabrieken met emissies.
o Advieswaarden . Fijnstof: Ook onder de milieukwaliteitsnormen voor fijnstof (PM10 40 ¡tg/m3, PM2,5 25 ¡tg/m3) worden gezondheidseffecten gevonden. Omdat op het laagst onderzochte fijn stofniveau nog steeds gezondheidseffecten zijn gevonden, gaat de WHO ervan uit dat er geen 'veilige'
concentratie is waaronder geen effecten optreden. De GGD concludeert dat fijnstof concentraties zoveel als redelijkerwijs mogelijk omlaag gebracht zou moeten worden. Voor beleid bevelen GGD en WHO de gezondheidskundige advieswaarden aan van 20 Hglm3 jaargemiddelde PM10 concentratie en 10 pglm3 jaargemiddelde PM2.5 concentratie.
.
NO¿: De gezondheidskundige advieswaarde van de WHO voor NOz is even hoog als de
wettelijke norm (40 pSlm3). Naar verwachting zal de gezondheidskundige advieswaarde in de (nabije) toekomst naar beneden worden bijgesteld.
6
Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Geluid Gezondheidseffecten: Geluid kan met name leiden tot hinder en slaapverstoring. Vanaf ongeveer 50 dB
Lden neemt de kans op coronaire hartziekten toe. Voor geluid van wegverkeer is dit zeer waarschijnlijk. Omdat de blootstelling-effect relaties van hinder- en slaapverstoring voor de bronnen wegverkeer, railverkeer en bedrijven in dezelfde orde van grootte liggen en uitgaand van eenzelfde biologisch mechanisme, hanteert de GGD voor deze bronnen dezelfde richtwaarde.
Bij de aanwezigheid van meerdere geluidbronnen is er sprake van cumulatie. Hierbij worden afzonderlijke geluidbronnen energetisch bij elkaar opgeteld. De GGD houdt in haar advisering zo veel
mogelijk rekening met het geluid van alle aanwezige geluidbronnen. Advieswaarden:
o Gezondheidskundige richtwaarde van 50 dB Lden op de hoogst belaste gevel van woningen voor de bronnen wegverkeer, railverkeer en bedrijven ter bescherming van de gezondheid. Vanuit gezondheid is het streven dus een belasting van 50 dB Lden of lager op de gevel.
o Gezondheidskundige richtwaarde van 40 dB Lnight op de hoogst belaste gevel van een woning voor de bronnen w€g-, railverkeer en bedrijven, om slaapverstoring zo veel mogelijk te voorkomen. Vanuit gezondheid is het streven dus een belasting van 40 dB Lnight of lager op de gevel.
o De GGD gaat bij haar advisering uit van de werkelijke geluidsniveaus en niet van (juridisch) gecorrigeerde niveaus. In veel situaties is juridisch een aftrek mogelijk. Dat wil zeggen dat gerekend mag worden met een waarde lager dan het werkelijk niveau. Deze aftrek is in de wet opgenomen met de verwachting dat het wegverkeer in de toekomst stiller wordt. Het stiller worden van verkeer is echter tot nu toe niet gerealiseerd.2
o Maximale binnenwaarde van 33 dB Lden.
2 GGD richtlljn geluid, RrvM Rapporr 2ors-0r77
7
Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Geur
o Gezondheidseffecten: Geur kan leiden tot (ernstige) hinder en daarmee samenhangend klachten als misselijkheid, hoofdpijn, prikkeling van slijmvliezen, irritatie van ogen en neus, slaapproblemen en stress gerelateerde klachten. I ntensieve veehouderij o
Advieswaarden voorqrondbelasting: Voor de voorgrondgeurbelasting sluit de GGD aan bij bijlage 6-
7 van de handreiking Wgv voor niet-concentratie gebied. Uitgaande van maximaal t2o/o geurgehinderden voor een woonkern en 2Oo/o ÇeurÇehinderden in het buitengebied komt dat overeen met een gezondheidskundige advieswaarde voor de voorgrondgeurbelasting van 2 OU/m3 voor een woonkern en 5 OU/m3 voor het buitengebied. o
Advieswaarden achtergrondbelastinq: Het onderzoek van Geelen et al.3 geeft op dit moment het
best beschikbare beeld van de relatie tussen achtergrondgeurbelasting van veehouderij en mate
van (ernstige) geurhinder binnen het onderzoeksgebied van Noord-Brabant en Limburg, zo concludeert het RIVM.4 Daarom hanteert de GGD deze recentere relaties voor de gezondheidskundige beoordeling. Uitgaande van maximaal L2o/o geurgehinderden voor een woonkern en 20o/o voor het buitengebied, komt dat overeen met een achtergrondgeurbelasting van 5 OU/m3voor een woonkern en 10 OU/m3 voor gevoelige bestemmingen in het buitengebied.5
De GGD beschouwt woningen als gevoelige bestemmingen; ook (voormalig) agrarische bedrijfswon ingen en plattelandswoningen.
Industriële bedrijven o
Gezondheidskundig gezien zijn maximaal 72o/o gehinderden en 0-37o ernstig gehinderden in de
omliggende woonwijken acceptabel, in nieuwe situaties zoals Heesch West6. B¡j de geurconcentratie met een hedonische waarde van -1 (licht onaangenaam) wordt hinder en van -2 (onaangenaam) ernstige hinder verwacht. Met de hedonische waarde wordt de (on)aangenaamheid van een geur bepaald.
3 Geurhinder
20t5
van veehouderij nader onderzocht: meer hinder dan Handreiking Wgv doet vermoeden?, Geelen ef a/.,
4 Oplegnotitie - Resultaten duidingsonderzoek
en bouwstenen voor beleid & B¡jlage rapport 'Verschillen tussen twee studies naar geurbelasting geurhinderrelaties nader onderzocht'. Te downloaden via https: //www. rivm. nllresultaten-va n-duidinqsonderzoek-verschil-tussen-twee-oeu rhindercu rves s Deze waarden wijken af van de waarden voor de achtergrondgeurbelasting uit de provinciale verordening (respectievelijk 20 en 10 OU/m3). 6 GGD richtl¡jn Geur en Gezondheid, RIVM Rapport 2015-0106
I
øñD
*' Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Intensieve veehouderij
o Gezondheidseffecten: In het onderzoek Veehouderij en Gezondheid (VGO)7'8 werd gevonden dat in een straal van L,5-2 km rondom ge¡tenhouderijen mensen een grotere kans op een longontsteking hebben. Dit verband is tussen 2009 en 2016 elk jaar gevonden. Op dit moment is nog niet bekend wat de oorzaak van het verhoogd voorkomen van longontstekingen is, waardoor ook geen beschermende maatregelen te nemen zijn.
In hetzelfde onderzoek werd gevonden dat in een straal van 1 km rondom pluimveebedrijven omwonenden een grotere kans op longontsteking hebben. Dit verband is gevonden tussen 2009
en 2013. Tussen 2013 en 2016 is een dergelijk verband niet meer aangetoond. Onderzoek moet uitwijzen of er sprake is van een trendbreuk.
Elektromagnetische velden :
o Gezondheidsefiecten: Er is weinig wetenschappelijke kennis over gezondheidsrisico's voor omwonenden in relatie tot zonneparken beschikbaar. Er zijn signalen dat omwonenden zich zorgen maken over en overlast denken te gaan ervaren van een aan te leggen zonnepark. Afhankelijk van
de beoogde locatie, in het bijzonder het uitzicht daarop vanuit omwonenden, gaat het om zorgen
over horizonvervuiling en lichtschittering. Ook is het denkbaar dat werkzaamheden en transportbewegingen voor aanleg en/of onderhoud van het zonnepark invloed hebben op de
leefomgeving (geluid, luchtkwaliteit, veiligheid), net als overig benodigde apparatuur/transformatoren (geluid, laagfrequent geluid). Indien een nieuw stroomtransportnetwerk wordt aangelegd naar het zonnepark dan kunnen (zorgen om) magneetvelden een rol gaan spelen (analoog aan bovengrondse hoogspanningslijnen). Dat is mede afhankelijk van de afstand tussen het netwerk en woningen/gevoelige bestemmingen. Hierbij geldt
hetzelfde principe als bij windturbines: door de afstand tussen kabels/omvormers en gevoelige bestemmingen is het onwaarschijnlijk dat dit tot een substantiele bijdrage in elektromagnetische velden gaat leiden. In een worst case situatie (een zonnige dag) is op een afstand van 5 à 6 m tot een transformator van een zonnepark de sterkte van het magneetveld lager dan micro Tesla (pT).
o Advieswaardenl 0,4 pT Microtesla is de sterkte van het magnetische veld dat in het rijksbeleid rond hoogspanningslijnen als voorzorg wordt gebruikt in verband met een eventuele relatie met kinderleukemie.
7 Veehouderijen
en gezondheid omwonenden (VGO), Maassen K, et al, 2016 (aanvullende studies). Analyse van gezondheidseffecten, risicofactoren en uitstoot van bio-aerosolen, Hagenaars T, Hoeksma P, de Roda Husman AM, Swart A, Wouters, 2017 8 Veehouderij en Gezondheid Omwonenden
9
øñÐ .¡ Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Bijlage 3: aangeleverde informatie per thema
Luchtkwaliteit
o De voornaamste bronnen van luchtverontreinigende stoffen ten gevolge van de planontwikkeling zijn emissies van wegverkeer en bedrijfsgebonden industriële emissies;
Alle in bijlage B (Deelonderzoek luchtkwaliteit Heesch West, Antea group, 2 april 2O2L) beoordeelde woningen voldoen in de referentiesituatie aan de grenswaarde en tevens gezondheidskundige advieswaarde van 40 ¡tg/m3 voor NOz. De concentratie PM10 voldoet in de
referentiesituatie bij bijna alle woningen (uitgezonderd 1 of enkele woningen aan de Loosbroeksestraat, Aardenbaan en Grolderseweg) aan de gezondheidskundige advieswaarde van 2O ¡sg/m3. De overschrijding bij eerder genoemde straten is te wijten aan een veehouderij in de
directe omgeving.
Voor PM2,5 geldt dat in de referentiesituatie alle beoordeelde woningen reeds boven de gezondheidskundige advieswaarden zitten van 10 pg/m3. Dit is overigens in grote delen van Nederland het geval.
o Bij realisatie van het bedrijventerrein nemen de beoordeelde luchtverontreinigende stoffen in de omgeving in concentratie toe. Voor de in bijlage 8 (Deelonderzoek luchtkwaliteit Heesch West,
Antea GGroup,2 april 2O2L) beoordeelde woningen betekent dit het volgende: alle woningen blijven na realisatie van het bedrijventerrein voldoen aan de gezondheidskundige advieswaarde van 40 pg/m3 van NOz (tevens grenswaarde). Voor PM10 geldt dat meer woningen te maken
krijgen met een toename aan PM10, waardoor op meer adressen de gezondheidskundige advieswaarde wordt overschreden. Dit geldt voor 1 of meerdere woningen aan de Achterste Groes,
Heikestraat, Papendijk, Rakstraat, Rijksweg en Sassendreef. Voor PM2,5 blijft de beoordeling
gelijk: alle woningen voldoen ook in het Voorkeursalternatief (VKA) niet aan de gezondheidskundige advieswaarde van 10 Ug/m3. Voor alle woningen treedt een verdere verslechtering op aan PM2,5. De woningen met de hoogste toename in PM2,5 (2-2,5 pg/m3) bevinden aan de Achterste Groes, Sassendreef, Rakstraat, Heikestraat en Rijksweg.
o Bij de woningen varieert de toename in NOz van 0,3-5,1 pg/m3. Voor PM10 bedraagt de toename O,0-2,74 pg/m3 en voor PM2,5 varieert de toename van 0,05-1,39 ¡rg/m3.
o De woning aan de Rijksweg 14 wordt blootgesteld aan de hoogste concentraties aan stoften. Waar deze woning in de referentiesituatie voor NOz en PM10 voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarden (voor PM2,5 ligt deze er reeds boven), voldoet deze in VKA enkel voor NOz nog aan de gezondheidskundige advieswaarde.
øñø tr Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Geluid
o Heesch West leidt tot een verschuiving van woningen naar zowel hogere als lagere cumulatieve geluidklassen.
o In de referentiesituatie bevinden zich L43O woningen met een cumulatieve geluidbelasting van 50 Lden of lager; 1815 woningen ervaren reeds een cumulatief geluidniveau van 50 Lden of hoger. IIn
de referentiesituatie zijn er 1265 woningen met een cumulatieve geluidbelasting van 40 Lnight of lager, 1980 woningen hebben in de referentiesituatie te maken met een geluidbelasting van meer dan 40 Lnight.
o Bij realisatie van het bedrijventerrein Heesch West neemt het aantal woningen met een cumulatieve geluidbelasting van max 50 Lden met 5 (in totaal 1425) woningen af. Het aantal geluidbelaste woningen in de cat >SOlden neemt in de nieuwe situatie toe met 5 toe, namelijk 1820. (6.3.3. aanvullende MER). Het aantal woningen die te maken krijgen met een cumulatieve geluidbelasting van meer dan 40 Lnight neemt in de nieuwe situatie met 7 toe tot 1987 woningen;
o Cumulatief vindt de grootste toename in cumulatieve geluidbelasting plaats direct ten zuiden van Heesch West. Cumulatief neemt het geluid ten opzichte van het referentieniveau met 2 tot 8 dB
toe.
o Voor woningen die reeds dicht bij de snelweg of het industrieterrein Cereslaan West zitten, heeft realisatie van Heesch West geen hogere geluidbelasting tot gevolg.
o Overlast als gevolg van piekgeluiden wordt niet verwacht. In het deelonderzoek geluid is hier aandacht aan besteed.
o Laagfrequent geluid is niet bepaald omdat dit niet wordt verwacht. Geur o
Door realisatie van bedrijventerrein Heesch West verdwijnen agrarische bedrijven met geuruitstoot
uit het gebied. Mogelijk komt daar geuruitstoot van andere bedrijven op het bedrijventerrein voor terug. Dit is nog niet inzichtelijk te maken. o
Of in de huidige situatie sprake is van een geur overbelaste situatie, ten gevolge van veehouderij,
is niet duidelijk. In de berekening zijn een aantal veehouderijbedrijven niet meegenomen in de berekening, omdat deze zijn uitgekocht en niet meer de geur uitstoot in het gebied meebepalen bij realisatie van bedrijventerrein Heesch West.
øøD
f Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant
Intensieve veehouder¡j o
Uit de aangeleverde informatie blijkt dat binnen 2000 meter van het beoogde bedrijventerrein een ge¡tenhouderij is gevestigd (Weerscheut 19).
Elektromagnetische velden
o Een belangrijk gedeelte van de stroombehoefte op het bedrijventerrein zal worden opgewekt via zonnepanelen op daken van bedrijven en een zonnepark. De stroom wordt via ondergrondse
leidingen getranspoÊeerd. Langs de oost-, west- en zuidzijde van het plangebied worden de leidingen op grote afstand (niet nader benoemd) tot de woningen gelegd. Hier worden geen knelpunten verwacht.
o Aan de noordzijde (langs de Bosschebaan) van het geplande bedrijventerrein komen de kabels en leidingen dichter bij woningen te liggen (afstand niet nader benoemd). In het vervolgtraject dient
bij nadere uitwerking van het elektriciteitsnet op Heesch West nader gekeken te worden naar de ligging van kabels en leidingen langs deze woningen. Op voorhand wordt echter niet verwacht dat
het landelijk voorzorgsprincipe van 0,4 ¡rT wordt overschreden.