CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

1.20b Bijlagen toelichting bijlage 20B bodemonderzoek 2013.pdf

Adviescommissie Ruimte 24 juni 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Ontwerpbestemmingsplannen Heesch West en Facetplan geluidszone Heesch West22.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ONDERZOEK TOEKOMSTIG INDUSTRIETERREIN HEESCH (GEMEENTE ‘S-HERTOGENBOSCH) rapport nr. CV10318PRO (definitief V1.2)

Van Vleuten Consult bv Staarten 23 5281 PK Boxtel Postbus 79 5298 ZH Liempde Tel: 0411-633314 Fax: 0411-631740 e-mail: info@vleuten-milieu.nl

Titel

:

Onderzoek toekomstig industrieterrein Heesch

Protocollen

:

VKB-protocol 2001, 2002, 2003, 2018

Opdrachtgever

:

Gemeente ’s-H ertogenbosch (dhr. S. Fliervoet)

Rapportnummer

:

CV10318PRO

Versie

:

Definitief V1.2

Uitvoering

:

A. Franken/ B. Minkels/ M. Schalkx/ R. Van Meurs

Auteur

:

W. Verbruggen-van den Broek/ S. de Vries

Datum

:

22-11-2012/ 17-10-2013

© Van Vleuten Consult bv Alle rechten zijn uitdrukkelijk voorbehouden aan Van Vleuten Consult bv. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/ of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van Van Vleuten Consult bv.

Van Vleuten Consult bv

E-mail : info@vleuten-milieu.nl

Staarten 23

Web : www.vleuten-milieu.nl

5281 PK Boxtel

IBAN : L64INGB0683776312

Tel : 0411 - 63 33 14

K.v.K. : 171.128.64

Fax : 0411 - 63 17 40

BTW : NL808049525B01

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1

INLEIDING ................................................................................................................ 1

2

GEGEVENS VAN DE ONDERZOEKSLOCATIES ............................................................. 3 2.1 ALGEMENE GEGEVENS ONDERZOEKSLOCATIE.................................................................. 3 2.2 BODEMOPBOUW ..................................................................................................... 3 2.3 HISTORISCHE GEGEVENS .......................................................................................... 4 2.4 CONCLUSIE OP BASIS VAN VOORONDERZOEK/ HISTORISCHE GEGEVENS .................................. 4

3

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................................ 6 ALGEMEEN...................................................................................................................... 6 3.1 GROOTSCHALIG ONVERDACHTE TERREINEN .................................................................... 6 3.2 DEMPINGEN........................................................................................................... 6 3.3 ZANDWEGEN.......................................................................................................... 8 3.4 WATERLOPEN ........................................................................................................ 9 3.5 VERHARDE WEGEN ................................................................................................ 10 3.6 ERVEN EN VERDACHTE LOCATIES ............................................................................... 11

4

RESULTATEN ONDERZOEKEN ................................................................................. 12 4.1 GROOTSCHALIG ONVERDACHTE TERREINEN .................................................................. 12 4.2 DEMPINGEN......................................................................................................... 13 4.3 ZANDWEGEN........................................................................................................ 14 4.4 WATERLOPEN ...................................................................................................... 15 4.5 VERHARDE WEGEN ................................................................................................ 16 4.6 ERVEN EN VERDACHTE LOCATIES ............................................................................... 17

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................... 26 5.1 GROOTSCHALIG ONVERDACHT ....................................................................................... 26 5.2 DEMPINGEN ............................................................................................................. 26 5.3 ZANDWEGEN ............................................................................................................ 26 5.4 WATERLOPEN ........................................................................................................... 27 5.5 VERHARDE WEGEN ..................................................................................................... 27 5.6 ERVEN, VERDACHTE LOCATIES ....................................................................................... 28

Figuur 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Bijlage 1 Grootschalig onverdacht 1.1 Tekening ligging onderzoekslocatie(s), boringen en analyses 1.2 Toetsing analyses 1.3 Boorprofielen 1.4 Uitgevoerde werkzaamheden en monstersamenstelling 1.5 Analysecertificaten Bijlage 2 Dempingen 2.1 Tekening ligging onderzoekslocatie(s), boringen en analyses 2.2 Toetsing analyses 2.3 Boorprofielen 2.4 Analysecertificaten 2.5 Foto’s Bijlage 3 Zandwegen 3.1 Tekening ligging onderzoekslocatie(s), boringen en analyses 3.2 Toetsing analyses 3.3 Boorprofielen 3.4 Analysecertificaten 3.5 Foto’s Bijlage 4 Waterlopen 4.1 Tekening ligging onderzoekslocatie(s), boringen en analyses 4.2 Toetsing analyses 4.3 Boorprofielen 4.4 Monstersamenstelling 4.5 Analysecertificaten 4.6 Foto’s Bijlage 5 Verharde (asfalt)wegen 5.1 Tekening ligging onderzoekslocatie(s), boringen en analyses 5.2 Toetsing analyses 5.3 Boorprofielen 5.4 Monstersamenstelling 5.5 Analysecertificaten 5.6 Foto’s Bijlage 6 Erven, verdachte locaties, per locatie 1 Overzicht onderzoeksgegevens 2 Tekening ligging onderzoekslocatie, boringen en analyses 3 Boorprofielen 4 Analysecertificaten 5 Foto’s 6 Asbestonderzoek Bijlage 7

(Proces)certificaten (BRL 2000, ISO 9001:2008)

SAMENVATTING In opdracht van de gemeente ’s-Hertogenbosch (de heer S. Fliervoet) is door Van Vleuten Consult bv onderzoek verricht ter plaatse van het toekomstig industrieterrein Heesch-west. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de gewenste ontwikkeling van een industrieterrein ter plaatse door de gemeenten Bernheze, Maasdonk, ’s-Hertogenbosch en Oss. Op basis van de beschikbare gegevens zijn de volgende locaties onderzocht: 1. Grootschalig onverdachte terreinen 2. Dempingen 3. Zandwegen 4. Waterlopen 5. Verharde wegen 6. Erven en verdachte locaties 1. Grootschalig onverdacht In de boven- en ondergrond worden alleen licht verhoogde waarden aangetroffen. In het grondwater worden matige tot sterke verontreinigingen aangetroffen. Aangezien van het onderzoeksgebied bekend is dat de lokale achtergrondwaarden voor diverse metalen verhoogd zijn, is geen nader of aanvullend onderzoek benodigd. 2. Dempingen In verschillende dempingen zijn bijmengingen aangetroffen, zintuiglijk is echter slechts in vijf dempingen (l01, m01, n02, n04 en n05) sprake van dempingsmateriaal. Het aangetroffen dempingsmateriaal bestaat uit glas, ijzer, puin, baksteen, plastic en asbest. Analytisch is alleen in demping g (sleuf g03) een sterk verhoogd gehalte aan zink, een matig verhoogd gehalte aan cadmium en licht verhoogde gehaltes aan koper, lood en nikkel aangetroffen.

In demping m (sleuf m01) is analytisch een matig verhoogd gehalte aan zink en licht verhoogde gehaltes aan cadmium en lood aangetroffen. In demping n (sleuf (n02) is asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van bovenstaande geldt voor de dempingen g en m dat conform de Wet bodembescherming een aanvullend en/of nader onderzoek noodzakelijk is. Voor demping n adviseren wij om voorafgaand aan de herontwikkeling van de locatie (en het daarmee gepaard gaande grondverzet) alle zichtbare asbesthoudende/verdachte materialen te laten verwijderen door een BRL 7000 gecertificeerde saneerder. Ter plaatse van de overige dempingen worden analytisch maximaal licht verhoogde waarden aangetroffen. 3. Zandwegen In twee sleuven van de verschillende zandwegen (A en O) zijn bijmengingen aangetroffen die duiden op stortings-/dempingsmaterialen. Het aangetroffen stortings-/dempingsmateriaal dat zintuiglijk is aangetroffen, bestaat uit puin en plastic. Analytisch worden alleen licht verhoogde waarden aangetroffen. Op basis van bovenstaande geldt dat conform de Wet bodembescherming geen aanvullend en/of nader onderzoek noodzakelijk is.

4. Waterlopen Slib Het slib van waterloop 1 is vrij toepasbaar. In waterloop 2 is geen sliblaag aangetroffen. Het slib van de waterlopen 3, 4 (gedeeltelijk) en 6 is niet vrij toepasbaar. Het slib in het midden van waterloop 5 is NIET toepasbaar, het overige slib is gedeeltelijk vrij toepasbaar en gedeeltelijk niet vrij toepasbaar. Waterbodem De vaste waterbodem van de waterlopen 1, 2, 3, 4 en 6 is zowel voor toepassing onder water als toepassing op landbodem vrij toepasbaar. De vaste waterbodem van waterloop 5 is voor toepassing onder water voor het grootste deel niet vrij toepasbaar. Voor toepassing op landbodem wel vrij toepasbaar met uitzondering van het middelste vak. Het middelste vak is namelijk niet vrij toepasbaar. 5. Verharde wegen Koksteeg Uit de resultaten van het PAK-marker onderzoek en de chemische analyses volgt dat de asfaltverharding van de Koksteeg als teerhoudend moet worden beschouwd. Dit is het gevolg van het feit dat de aangetroffen deklaag en slijtlagen teerhoudend zijn. De tussenliggende asfaltlagen zijn teervrij. Om deze teervrije asfaltlagen separaat af te frezen moet rekening worden gehouden met een migratiezone van 20 mm. Aangezien de teervrije asfaltlagen al een beperkte dikte hebben, blijft na aftrek van de migratiezone een te smalle laag over om separaat af te frezen.

Wanneer de weg wordt opgebroken wordt geadviseerd de asfaltverharding van de Koksteeg in zijn geheel als teerhoudend af te voeren. Raktstraat Uit de resultaten van het PAK-marker onderzoek en de chemische analyses volgt dat de asfaltverharding van de Raktstraat ter plaatse van de boringen A13 en A14 als teerhoudend moet worden beschouwd. Wanneer de weg wordt opgebroken wordt geadviseerd ter plaatse de bovenlaag van het asfalt (circa 3 cm) af te frezen en separaat af te voeren. Voor het bepalen van de omvang van de oppervlakte die moet worden afgefreesd kan ervoor worden gekozen de teerhoudende laag in te kaderen middels het plaatsen van aanvullende kernboringen. Een andere mogelijkheid is de bovenlaag (circa 3 cm) vanaf de teervrije boring A12 tot de teervrije boring A15 in zijn geheel af te frezen. De rest van de asfaltverharding is teervrij en kan worden hergebruikt. Bosschebaan Uit de resultaten van het PAK-marker onderzoek en de chemische analyses volgt dat de asfaltverharding van de Bosschebaan als teervrij kan worden beschouwd. Wanneer de weg wordt opgebroken kan de asfaltverharding van de Bosschebaan als teervrij asfalt worden hergebruikt.

6. Erven, verdachte locaties Voor vrijwel alle erven, verdachte locaties die op grond van het door ReGister uitgevoerde historisch onderzoek (aanvullend) moesten worden onderzocht, geldt dat deze middels onderhavig onderzoek afdoende zijn onderzocht. Voor de volgende locaties wordt aanvullend en/of nader onderzoek voorgesteld. − Voor de locatie 4/5. Koksteeg 20 (locatienummer 25) wordt geadviseerd de aangetroffen verontreiniging met asbest in bodem te saneren. − Voor de locatie 76/77. Zoggelsestraat 122 (locatienummer 37) wordt geadviseerd een nader bodemonderzoek (fase 3) uit te voeren naar de zinkverontreiniging in het grondwater om de verontreiniging in zowel horizontale als verticale richting verder af te perken en in te kaderen. Tevens wordt geadviseerd om de aangetroffen verontreiniging met asbest in bodem te saneren. − Voor de locatie 120/121. Bosschebaan 106 (locatienummer 6) wordt geadviseerd ter plaatse van de aangetroffen puinwal een onderzoek naar asbest in puin uit te voeren conform NEN5897 ‘Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat’.

1

INLEIDING

In opdracht van de gemeente ’s-Hertogenbosch (de heer S. Fliervoet) is door Van Vleuten Consult bv onderzoek verricht ter plaatse van het toekomstig industrieterrein Heesch. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de gewenste ontwikkeling van een industrieterrein ter plaatse door de gemeenten Bernheze, Maasdonk, ’s-Hertogenbosch en Oss. De totale locatie beslaat een oppervlak van circa 160 ha. Circa 50 ha hiervan wordt ingenomen door verdachte locaties en circa 111 ha kan als onverdacht worden beschouwd. Kadastraal zijn de bijbehorende percelen bekend als gemeente Heesch en Geffen met diverse sectienummers. De kadastrale kaarten zijn bijgevoegd als bijlage 1. De basis voor de werkzaamheden wordt gevormd door het 'Gebiedsgericht Historisch onderzoek Heesch- West' dat door ReGister historisch onderzoeksbureau in opdracht van de gemeente 'sHertogenbosch is uitgevoerd (d.d. 11 november 2009) en het Waterhuishoudingsplan bedrijventerrein Heesch-West dat door Witteveen+Bos is opgesteld (d.d. 8 oktober 2009). Op basis van de beschikbare gegevens zijn de volgende te onderscheiden locaties onderzocht: A. Grootschalig onverdachte terreinen B. Dempingen C. Zandwegen D. Waterlopen E. Verharde wegen F. Erven en verdachte locaties Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en verhardingen ter plaatse van de onderzoekslocatie.

De gehanteerde onderzoeksstrategie is vastgesteld door de opdrachtgever en wordt bepaald door het type onderzoek en de specifieke locatie. De strategie is in hoofdstuk 3 beschreven bij de uitgevoerde werkzaamheden. Alle analyseresultaten worden getoetst aan de toetsingswaarden van het Besluit bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering 2009. Kwaliteit Van Vleuten Consult bv is als organisatie gecertificeerd conform ISO 9001:2008 en wordt geaudit door de KIWA. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 'Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek' en de bijbehorende protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Van Vleuten Consult bv heeft geen enkele relatie, zoals bedoeld in paragraaf 3.1.7 van de BRL SIKB 2000, met de eigenaar van de onderzoekslocaties. De uitvoerende veldmedewerkers de heren A. Franken, B. Minkels en M. Schalkx en R. van Meurs (niet meer werkzaam bij Van Vleuten Consult bv) zijn in dit kader geregistreerd bij Agentschap NL en verantwoordelijk voor het uitgevoerde veldwerk. Alle chemische analyses zijn uitgevoerd door Alcontrol Laboratories te Rotterdam. Dit lab is geaccrediteerd door de 'Raad voor Accreditatie'. Voor de toegepaste analysemethodieken wordt verwezen naar de website van www.rva.nl.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

1

Leeswijzer Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4: Hoofdstuk 5:

Algemene gegevens van de verschillende onderzoekslocaties op grond waarvan de onderzoeksstrategie is vastgesteld Beschrijving daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden Samenvatting van de toetsing van de analyseresultaten Samenvatting conclusies en aanbevelingen

In de rapportage worden de onderzoeksresultaten beknopt beschreven. In de bijlagen worden per onderzoekslocatie de onderzoeksgegevens van de betreffende locatie overzichtelijk gerangschikt. Bijlage 1:

Bijlage 2:

Bijlage 3:

Bijlage 4:

Bijlage 5:

Bijlage 6:

Grootschalig onverdacht: In deze bijlage zijn alle onderzoeksgevens en –resultaten opgenomen van het grootschalig onverdachte onderzoek. Het betreft de tekeningen, boorprofielbeschrijvingen, analysecertificaten, foto’s en dergelijken. Dempingen: In deze bijlage zijn alle onderzoeksgevens en –resultaten opgenomen van het onderzoek aan de dempingen. Het betreft de tekeningen, boorprofielbeschrijvingen, analysecertificaten, foto’s en dergelijken. Zandwegen: In deze bijlage zijn alle onderzoeksgevens en –resultaten opgenomen van het onderzoek aan de zandwegen. Het betreft de tekeningen, boorprofielbeschrijvingen, analysecertificaten, foto’s en dergelijken. Waterlopen: In deze bijlage zijn alle onderzoeksgevens en –resultaten opgenomen van het onderzoek aan de waterlopen. Het betreft de tekeningen, boorprofielbeschrijvingen, analysecertificaten, foto’s en dergelijken. Verharde wegen: In deze bijlage zijn alle onderzoeksgevens en –resultaten opgenomen van het onderzoek aan de verharde wegen. Het betreft de tekeningen, boorprofielbeschrijvingen, analysecertificaten, foto’s en dergelijken. Erven en verdachte locaties: In deze bijlage zijn alle onderzoeksgevens en – resultaten opgenomen van de onderzoeken aan de erven en verdachte locaties. Het betreft de tekeningen, boorprofielbeschrijvingen, analysecertificaten, foto’s en dergelijken.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

2

2

GEGEVENS VAN DE ONDERZOEKSLOCATIES

2.1

Algemene gegevens onderzoekslocatie

De afbakening van het te onderzoeken gebied wordt gevormd door de grenzen van het in de toekomst te ontwikkelen industrieterrein te Heesch. Het gebied ligt ten westen van Heesch en wordt globaal begrensd door de A59 aan de noordzijde, de Weerscheut aan de westzijde en de Ruitersdam/ Zoggelsestraat aan de zuidzijde. 2.2

Bodemopbouw

Op geologische kaarten is in het oosten van het te onderzoeken gebied de Peelrandbreuk aangegeven. De geohydrologische opbouw van het gebied is weergegeven in twee tabellen, tabel 1 (oost) en tabel 2 (west). De globale bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is, op basis van de gegevens van de grondwaterkaart Centrale Slenk (Oost-Brabant) van de Dienst grondwaterverkenning TNO, alsmede het raadplegen van DINO-loket, als volgt te beschrijven: Tabel 1: Geohydrologische opbouw onderzoeksgebied ten westen van breuklijn (bron TNO) diepte (m NAP) bodem materiaal ste +5 tot -55/-60 1 watervoerende pakket zand, tot -5 m NAP fijn, (formatie Veghel en Sterksel) daarna matig/sterk grof -60 tot -110 scheidende laag zand, fijn kleiïg (formatie Kedichem en Tegelen) de -110 tot -190 2 watervoerende pakket Tabel 2: Geohydrologische opbouw onderzoeksgebied ten oosten van breuklijn (bron TNO) diepte (m NAP) bodem materiaal ste +5 tot -40 1 watervoerende pakket zand, tot -5 m NAP fijn, (formatie Veghel en Sterksel) daarna matig/sterk grof -40 tot -65 scheidende laag zand, fijn kleiïg (formatie Kedichem en Tegelen) de -65 en dieper 2 watervoerende pakket -

2

KD-waarde (m /d) 500-1500 200-400 500-1000

2

KD-waarde (m /d) 500-1500 200-400 500-1000

Uit de tabellen kan worden afgeleid dat de invloed van de aanwezigheid van de breuk ter plaatse van het onderzoeksgebied op de grondwaterstromen beperkt is, hetgeen ook is bevestigd door het waterschap. Het grondwater stroomt noordwestelijk in de richting van de Maas. In 2007 is in opdracht van waterschap Aa en Maas onderzoek gedaan naar het optreden van wijstverschijnselen bij onder andere de Peelrandbreuk. Hieruit blijkt dat binnen het onderzoeksgebied geen wijstverschijnselen optreden. Binnen het onderzoeksgebied is op diverse plaatsen oppervlaktewater aanwezig in de vorm van waterlopen en sloten. De grondwaterstromingsrichting onder het gebied wordt voor zover bekend, hierdoor niet beïnvloed. De locatie is niet gesitueerd in een grondwaterbeschermingsgebied

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

3

2.3

Historische gegevens

Het historisch onderzoek was reeds uitgevoerd en beschreven door ReGister historisch onderzoeksbureau (d.d. 11 november 2009). Op basis van dit historisch onderzoek heeft ReGister historisch onderzoeksbureau uitgewerkt op welke locaties (nader) onderzoek vereist is. Deze werkzaamheden zijn door Van Vleuten Consult bv uitgevoerd. ReGister historisch onderzoeksbureau heeft alle locaties van een locatienummer voorzien. In onderhavige rapportage wordt gebruik gemaakt van deze zelfde nummers. De rapporten waarop ReGister de conclusies voor nader onderzoek heeft gebaseerd, zijn waar nodig opgevraagd. Relevante informatie hieruit is verwerkt in hoofdstuk 4.6 en bijlage 6 (Erven en verdachte locaties). 2.4

Conclusie op basis van vooronderzoek/ historische gegevens

Op basis van het historisch onderzoek is door ReGister historisch onderzoeksbureau voor elke locatie een onderzoeksstrategie en/of onderzoeksinspanning bepaald. 2.4.1 Grootschalig onverdachte terreinen Van de totale onderzoekslocatie wordt circa 111 ha als onverdacht beschouwd. Deze percelen dienen gezamenlijk te worden onderzocht conform de strategie grootschalig onverdacht (ONV-GR) uit de NEN 5740. Zie bijlage 1 voor grootschalig onverdachte locatie. 2.4.2 Dempingen Uit de historische informatie is geconcludeerd dat in het onderzoeksgebied sprake is van 13 gedempte sloten. Aangezien onbekend is met wat voor materiaal en van welke milieuhygiënische kwaliteit de sloten zijn gedempt, dient dit te worden onderzocht middels het graven van sleuven. Voor het (visueel) onderzoeken van sleuven bestaat geen officiële onderzoeksstrategie. ReGister historisch onderzoeksbureau heeft op basis van de lengte van de demping het aantal sleuven en analyses per demping bepaald. Zie bijlage 2 voor locatie dempingen. 2.4.3 Zandwegen Uit de historische informatie is geconcludeerd dat in het onderzoeksgebied sprake is van 8 zandwegen/ onverharde erven die in het verleden ten behoeve van onderhoud mogelijk zijn aangevuld met puin. Aangezien de aanwezigheid en de milieuhygiënische kwaliteit van dit puin niet bekend is, dient dit te worden onderzocht middels het graven van sleuven.

Voor het (visueel) onderzoeken van sleuven bestaat geen officiële onderzoeksstrategie. ReGister historisch onderzoeksbureau heeft op basis van de lengte van de zandweg het aantal sleuven en analyses per zandweg bepaald. Zie bijlage 3 voor locatie zandwegen.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

4

2.4.4 Waterlopen Uit de historische informatie kwam naar voren dat er 6 waterlopen zijn in het onderzoeksgebied. Op circa 700 meter buiten het onderzoeksgebied bevond zich in het verleden een zeemlederfabriek, welke tussen 1950-1970 afwaterde via de watergangen van het onderzoeksgebied. Ook het rioolwater dat lange tijd op het oppervlaktewater werd geloosd waterde af via het onderzoeksgebied. Als gevolg hiervan is het slib in de watergangen van het onderzoeksgebied mogelijk verontreinigd en moet worden onderzocht. Voor het onderzoeken van waterlopen geldt de NEN5720. Op basis van de voorinformatie is gekozen voor de onderzoeksstrategie "Overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning (OLN)" uit deze NEN. Afhankelijk van de lengte van de waterloop wordt het aantal vakken en analysemonsters samengesteld. Zie bijlage 4 voor locatie waterlopen. 2.4.5 Verharde (asfalt)wegen Uit de historische informatie kwam naar voren dat in het onderzoeksgebied 3 asfaltwegen lopen. Aangezien de wegen ten behoeve van het bouwrijp maken van de locatie zullen worden opgebroken, dient de kwaliteit van het asfalt te worden onderzocht. De 3 asfaltwegen betreffen de Koksteeg, de Raktstraat en de Bosschebaan. De onderzoeksstrategie voor asfaltwegen staat beschreven in de CROW 210. Bij asfaltwegen wordt per 500 m² een boring met PAK-marker uitgevoerd, met een minimum van twee.

ReGister historisch onderzoeksbureau heeft op basis van het oppervlak van de asfaltwegen het aantal boringen per weg bepaald. Zie bijlage 5 voor locatie verharde wegen. 2.4.6 Erven en verdachte locaties Uit de historische informatie kwam naar voren dat in het onderzoeksgebied 21 erven en verdachte locaties zijn waarvan de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (aanvullend) moet worden onderzocht. Per locatie is door ReGister historisch onderzoeksbureau de aard van de verdachte deellocatie aangegeven, alsmede de daarvoor gewenste onderzoeksinspanning. Wanneer het onderliggende onderzoeksrapport ouder was dan vier jaar, is de rest van de betreffende locatie opnieuw onderzocht volgens de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV) uit de NEN5740. Wanneer tijdens het veldwerk of de terreininspectie asbest of (minimaal) matig puin, wordt aangetroffen, dient op de locatie tevens een Verkennend onderzoek asbest in bodem conform NEN5707 te worden uitgevoerd. Bodem waarin een matige hoeveelheid aan puin wordt aangetroffen dient namelijk als asbestverdacht beschouwd te worden. Zie bijlage 6 voor erven en verdachte locaties.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

5

3

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN

Algemeen Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is een KLIC melding gedaan. Daar waar de ligging van de leidingen niet exact bekend was of er twijfels waren over de ligging van leidingen, is met behulp van een kabeldetector op de locatie de ligging van de kabels verder vastgesteld. De veldwerkzaamheden zijn verspreid over een langere periode uitgevoerd in 2011 en 2012. 3.1

Grootschalig onverdachte terreinen

Van het totale onderzoekslocatie wordt circa 111 ha als onverdacht beschouwd. Ten tijde van de uitvoering zijn nog niet alle percelen toegankelijk. In totaal is nog maar circa 45 ha toegankelijk en onderzocht. Deze percelen zijn gezamenlijk onderzocht conform de strategie grootschalig onverdacht (ONV-GR) uit de NEN 5740. De percelen welke nog niet beschikbaar waren zijn dus niet onderzocht. Voor een onderzoekslocatie van 111 ha moeten conform de strategie ONV-GR 112 peilbuizen worden geplaatst, 394 boringen tot 0,5 m-mv en 56 boringen tot 2,0 m-mv. Voor een oppervlakte van 45 ha moeten conform de strategie ONV-GR 46 peilbuizen worden geplaatst, 161 boringen tot 0,5 m-mv en 23 boringen tot 2,0 m-mv. Ten behoeve van de evenredige verdeling van de boringen en peilbuizen over de percelen, is over de gehele locatie een raster gelegd met vakken van 200 x 100 m (= 20.000 m2 per vak). Dit houdt in dat de onderzoekslocatie in oost-west richting wordt verdeeld in ruim 9 vakken (200 m per vak) die de nummers A t/m J krijgen en in noord-zuid richting in 11 vakken (100 m per vak) die de nummers 1 t/m 11 krijgen. Ieder vak is zo eenduidig op basis van de coördinaten terug te vinden. Per vak van 20.000 m2 is een onderzoeksinspanning benodigd van 2 peilbuizen, 7 boringen tot 0,5 mmv en 1 boring tot 2,0 m-mv.

Per vak moet één mengmonster bovengrond, één mengmonster ondergrond en een grondwatermonster worden geanalyseerd. Voor kleinere vakken is de onderzoeksinspanning evenredig verminderd. In sommige gevallen is de peilbuis van een vak gecombineerd met de peilbuis van een ander vak. Werkelijk zijn er 65 peilbuizen, 196 boringen tot 0,5 m-mv en 48 boringen tot 2,0 m-mv geplaatst. In bijlage 1.4 is een tabel opgenomen waarin per vak het aantal boringen en aantal analyses is opgenomen. Tevens is in deze bijlage de tekening opgenomen waarop de vakindeling staat weergegeven, alsmede de locatie van de boringen en peilbuizen. 3.2

Dempingen

Door Van Vleuten Consult bv zijn de dempingen voorafgaand aan de veldwerkzaamheden nagemeten. Aangezien deze metingen een afwijking bleken te vertonen met de waardes uit het historisch onderzoek, is de onderzoeksinspanning aangepast. In de meeste gevallen bleek de demping een grotere lengte te hebben dan in het historisch onderzoek werd aangegeven. Afhankelijk van de lengte van de demping zijn één of meer sleuven gegraven en het aantal ingezette analyses is bepaald op basis van de visuele waarnemingen. Voor het graven van de sleuven is gebruik gemaakt van een graafmachine.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

6

Bij de werkzaamheden is onderstaande werkwijze gehanteerd: Bemonstering sleuven Zintuiglijk dient per sleuf beoordeeld te worden tot hoe diep de sleuf gegraven moet worden. Hierbij zijn er de volgende opties: 1. Zintuiglijk worden geen bijmengingen aangetroffen. De sleuf dient dan tot minimaal 1,0 m-mv gegraven te worden. Monstername vindt plaats van de bovengrond (en/of vaste bank). 2. Zintuiglijk worden er wel bijmengingen aangetroffen (bijv. puin, asbest of afval). De sleuf dient dan doorgegraven te worden tot 0,5 m minus onderkant verdachte laag. 3. Wanneer zintuiglijk asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen dient dat materiaal in elk geval bemonsterd te worden. Vervolgens worden eerst alle geplande sleuven gegraven. Wanneer blijkt dat in alle sleuven asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen hoeven geen aanvullende sleuven te worden gegraven. Echter, wanneer blijkt dat slechts in een enkele sleuf asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, dan dienen minimaal twee sleuven, zowel links als rechts van de asbestverdachte sleuf, gegraven te worden. 4. Per sleuf wordt van elke laag een monster genomen. Dus zowel van de bovenlaag, het dempingsmateriaal (indien aangetroffen) als de vaste bank. In tabel 3 staat per demping, het aantal sleuven en analyses weergegeven, gebaseerd op de werkelijke afmetingen. Tabel 3: dempingen Soort Periode

Lengte Oppervlakte Aantal Analyses Sleufnummers (in m) (in m²) sleuven (STAP1) a sloot 1964-1978 1303 5 4 a1, a2, a3, a4 en a5 b sloot 1964-1978 157 2 1 b1 en b2 c sloot 1964-1978 146 2 1 c1 en c2 d sloot 1996-2002 146 2 1 d1 en d2 e sloot 1978-1983 227 2 1 e1 en e2 f sloot 1978-1983 176 2 1 f1 en f2 g sloot 1964-1978 333 3 3 g1, g2 en g3 h sloot 1978-1983 207 2 1 h1 en h2 i sloot 1983-1996 414 niet beschikbaar* k sloot 1964-1978 353 3 1 k1, k2 en k3 l poel 1996-2002 832 3** 2 l1, l2 en l3 m sloot 1964-1978 24 1 2 m1 n sloot 1964-1978 189 4*** 3+3 n1, n2, n3 en n4 o poel circa 1989 143 2 1 o1 en o2 *Demping i is niet beschikbaar, omdat de demping op een perceel is gelegen dat niet door Van Vleuten Consult bv mocht worden onderzocht van de betreffende eigenaar. Tevens is bij de nummering niet gebruik gemaakt van de letter j. **Per abuis is één sleuf verkeerd geplaatst, waardoor een extra sleuf gegraven moest worden. ***Vanwege de zintuiglijk aangetroffen bijmengingen aan asbestverdacht materiaal zijn extra sleuven gegraven.

In bijlage 2 is een tekening opgenomen met de locatie van de sleuven per demping.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

7

3.3

Zandwegen

Door Van Vleuten Consult bv zijn de zandwegen voorafgaand aan de veldwerkzaamheden nagemeten. Aangezien deze metingen een afwijking bleken te vertonen met de waardes uit het historisch onderzoek, is de onderzoeksinspanning aangepast. In de meeste gevallen bleek de zandweg een grotere lengte te hebben dan in het historisch onderzoek werd aangegeven. Afhankelijk van de lengte van de zandweg zijn één of meer sleuven gegraven en het aantal ingezette analyses is bepaald op basis van de visuele waarnemingen. Voor het graven van de sleuven is gebruik gemaakt van een graafmachine. Bij de werkzaamheden is onderstaande werkwijze gehanteerd: Bemonstering sleuven Zintuiglijk dient per sleuf beoordeeld te worden tot hoe diep de sleuf gegraven moet worden. Hierbij zijn er de volgende opties: 1. Zintuiglijk worden geen bijmengingen aangetroffen. De sleuf dient dan tot minimaal 1,0 m-mv gegraven te worden. Monstername vindt plaats van de bovengrond (en/of vaste bank). 2. Zintuiglijk worden er wel bijmengingen aangetroffen (bijv. puin, asbest of afval). De sleuf dient dan doorgegraven te worden tot 0,5 m minus onderkant verdachte laag. 3. Wanneer zintuiglijk asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen dient dat materiaal in elk geval bemonsterd te worden. Vervolgens worden eerst alle geplande sleuven gegraven.

Wanneer blijkt dat in alle sleuven asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen hoeven geen aanvullende sleuven te worden gegraven. Echter, wanneer blijkt dat slechts in een enkele sleuf asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, dan dienen minimaal twee sleuven, zowel links als rechts van de asbestverdachte sleuf, gegraven te worden. 4. Per sleuf wordt van elke laag een monster genomen. Dus zowel van de bovenlaag, het dempingsmateriaal (indien aangetroffen) als de vaste bank. In tabel 4 staat per zandweg, het aantal sleuven en analyses weergegeven, gebaseerd op de werkelijke afmetingen. Tabel 4: Zandwegen Huidig/Voormalig

Lengte Aantal Analyses Sleufnummers (in m) sleuven (STAP1) A Voormalig 213 2 2 A1 en A2 B Huidig 279 2 1 B1 en B2 C Huidig 323 Demping in watergang gelegen E Voormalig 382 3 1 E1, E2 en E3 L Voormalig 174 Niet toegankelijk* M Voormalig 99 1 1 M1 N Voormalig 259 2 1 N1 en N2 O Voormalig 675 5 3 O1, O2, O3, O4 en O5 *Zandweg L is niet beschikbaar, omdat de demping op een perceel is gelegen dat niet door Van Vleuten Consult bv mocht worden onderzocht door de betreffende eigenaar.

De overige ontbrekende nummers van zandwegen betreffen locaties waarvan de percelen niet toegankelijk waren voor onderhavig onderzoek. In bijlage 3 is een tekening opgenomen met de locatie van de sleuven per zandweg.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

8

3.4

Waterlopen

De waterlopen zijn onderzocht conform de onderzoeksstrategie "Overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning (OLN)" uit de NEN5720. Afhankelijk van de lengte van de waterloop wordt het aantal vakken en analysemonsters samengesteld. Hierbij is de navolgende formule gehanteerd: Strategieaspect a Aantal vakken

Vereiste inspanning b am = L/500 waarin L: is de lengte van de onderzoeks(deel)locatie in meters (m) am: is het aantal vakken (naar boven afgerond op gehele getallen, waarbij de maximumvaklengte niet mag worden overschreden.

Aantal boringen 10 per vak Maximale lengte vak 500 m c Te bemonsteren laag Te baggeren laag a Per vak moet minimaal 1 analysemonster worden samengesteld b In geval van een beek of rivier of ander water waarbij van een heterogeen verdeelde verontreiniging kan worden uitgegaan moet 250 m in plaats van 500 m worden aangehouden c In bijlage E van NEN 5720 is een toelichting gegeven op de te bemonsteren laagdikte

In tabel 5 staat per waterloop het aantal uitgevoerde boringen en analyses weergegeven. De onderzoeksinspanning wijkt alleen voor WTB05 af van de door ReGister voorgestelde inspanning. Ter plaatse van WTB05 zijn 5 vakken onderzocht in plaats van 4 vakken. Tabel 5: Waterlopen Waterloopnr. Lengte (meter)

Breedte (meter)

WTB01

600

5

WTB02 WTB03

375 825

5 5

WTB04

650

5

WTB05

1.600

5

WTB06

350

5

Aantal/ nummers vakken Vak 1 Vak 2 Vak 3 Vak 4 Vak 5 Vak 6 Vak 7 Vak 8 Vak 9 Vak 10 Vak 11 Vak 12

Aantal/ nummers boringen (10 per vak) 1.1 t/m 1.10 2.1 t/m 2.10 3.1 t/m 3.10 4.1 t/m 4.10 5.1 t/m 5.10 6.1 t/m 6.10 7.1 t/m 7.10 8.1 t/m 8.10 9.1 t/m 9.10 10.1 t/m 10.10 11.1 t/m 11.10 12.1 t/m 12.10

Vak 13

13.1 t/m 13.10

Aantal/ nummers slibmonsters MS1 MS2 geen slib MS4 MS5 MS6 MS7 MS8 MS9 MS10 MS11 *) MS12-1 *) MS12-2 MS13

Aantal/ nummers bodemmonsters MO1 MO2 MO3 MO4 MO5 MO6 MO7 MO8 MO9 MO10 MO11 MO12 MO13

*)

In vak 12 is alleen aan begin en eind van het vak een sliblaag aangetroffen. Om die reden zijn 2 mengmonsters slib geanalyseerd

In bijlage 4 is een tekening opgenomen met de locatie van de boringen per waterloop.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

9

3.5

Verharde wegen

De onderzoeksstrategie voor asfaltwegen staat beschreven in de CROW 210. Voor asfaltwegen aangelegd vóór 1995 wordt conform CROW Publicatie 210 per vermoedelijk homogeen wegvak de volgende onderzoeksintensiteit voorschreven: Oppervlakte < 500 m²: 2 boringen; Oppervlakte > 500 m²: 1 boring per 500 m² extra. Het aantal te analyseren (meng)monsters is afhankelijk van de hoeveelheid asfalt. In de CROW Publicatie 210 worden de volgende aantallen voorgeschreven: Hoeveelheid asfalt (ton) 0-25 (maximaal één vracht) 25-100 100-500 500-1000 elke 1000 ton meer

Aantal analyses PAK-detector 1 analyse 2 analyses 3 analyses 1 analyse extra

In onderhavig onderzoek is onderstaande systematiek aangehouden. De asfaltkernen worden in het laboratorium met de PAK-marker onderzocht om de teerhoudendheid van het asfalt indicatief te bepalen. Wanneer uit het PAK-markeronderzoek volgt dat het asfalt indicatief niet teerhoudend is, wordt alsnog een GS-MS analyse PAK (10 van VROM) uitgevoerd. Wanneer uit het PAK-markeronderzoek volgt dat het asfalt indicatief wel teerhoudend is, wordt geen analyse ingezet. Alle asfaltboringen zijn doorgezet tot 0,5 m beneden de onderkant van de verharding. Door Van Vleuten Consult bv zijn de asfaltwegen voorafgaand aan de veldwerkzaamheden nagemeten. Aangezien deze metingen een afwijking bleken te vertonen met de waardes uit het historisch onderzoek, is de door ReGister beschreven onderzoeksinspanning aangepast aan de werkelijke waarden. In de meeste gevallen bleek de asfaltweg een kleiner oppervlakte te hebben dan in het historisch onderzoek werd aangegeven. In tabel 6 staat per asfaltweg het aantal boringen en analyses weergegeven. Tabel 6: verharde wegen Wegen Oppervlakte asfalt (in m²) Koksteeg Raktstraat Bosschebaan *)

4.476 2.331 5.784

Aantal/ nummers boringen (tot 0,5 m- onderkant verharding) *) 11 (A01 t/m A11) 6 (A12 t/m A17) 13 (A18 t/m A30)

Aantal/ nummers analyses

4 (MA01 t/m MA04) 2 (MA05, MA06) 7 (MA07 t/m MA13)

Ter plaatse van de Koksteeg is 1 boring meer geplaatst dan op basis van het oppervlakte nodig was

In bijlage 5 is een tekening opgenomen met de locatie van de boringen per asfaltweg.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

10

3.6

Erven en verdachte locaties

In tabel 7 staan de erven en verdachte locaties weergegeven zoals die door ReGister historisch onderzoeksbureau zijn onderscheiden. Per locatie is globaal opgenomen welke onderzoeken op de locatie zijn uitgevoerd. Ten behoeve van de leesbaarheid zijn voor deze locatie de uitgevoerde werkzaamheden meer specifiek beschreven in hoofdstuk 4.6 ‘resultaten’. Dit om de resultaten gemakkelijker aan de uitgevoerde werkzaamheden te kunnen koppelen. De veldwerkzaamheden die per locatie zijn uitgevoerd staan ook in bijlage 6 beschreven. Tabel 7: erven en verdachte locaties Locatienr. Adres

Uitgevoerde onderzoeken

1.a/ 1b

VBO-ONV / VEP

Koksteeg 18

4./5.

Koksteeg 20

VBO-ONV (alleen uitsplitsing EOX) / VOAIB / NOAIB

6.a

Koksteeg 16

VBO-ONV

8.

Koksteeg 14b

VBO-ONV

18.

Koksteeg 12

VBO-ONV

27.

Weerscheut 8

VEP / VOAIB

34.

Weerscheut 2

VED-HE

38.

Rijksweg ong.

Geen onderzoek uitgevoerd, locatie ligt deels al onder de snelweg (A59)

63.

Koksteeg 3

Geen onderzoek uitgevoerd, locatie niet beschikbaar

72.a

Koksteeg 21

VBO-ONV

76./77.

Zoggelsestraat 122

Herbemonstering peilbuis/ VOAIB / NOAIB/ NBO zinkverontreiniging grondwater

99. 115.b

Raktstraat 8 Bosschebaan 114

117.

Bosschebaan 112

VBO-ONV Geen onderzoek uitgevoerd, op locatie aanwezig tankstation wordt in dat kader al gemonitord VBO-ONV / aanvullend onderzoek PAK verontreiniging ondergrond

120./121. 126./127.

Bosschebaan 106 Bosschebaan 104

VBO-ONV / aanvullend onderzoek PAK verontreiniging / VOAIB (beperkt) Geen onderzoek uitgevoerd, sanering van locatie tussen nummer 104 en 106 reeds afgerond (Instemming met saneringsverslag door provincie Noord-Brabant, beschikking d.d. 17-02-2009, kenmerk: 1502432)

Legenda afkortingen VBO-ONV: verkennend bodemonderzoek cf NEN 5740 strategie voor onverdachte locatie VEP: cf NEN 5740 strategie voor verdachte locatie met duidelijke kern VED-HE: cf NEN 5740 strategie voor verdacht, diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld VEP-OO: cf NEN 5740 strategie voor verdachte locatie met één of meer ondergrondse tanks VOAIB: verkennend onderzoek asbest in bodem NOAIB: nader onderzoek asbest in bodem

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

11

4

RESULTATEN ONDERZOEKEN

In bijlagen 1 t/m 6 zijn van de onderzochte locaties alle onderzoeksresultaten (veldmetingen, zintuiglijke waarnemingen, analyseresultaten) weergegeven. In dit hoofdstuk worden de resultaten in het kort samengevat. 4.1

Grootschalig onverdachte terreinen

Algemeen Het grootschalig onverdachte terrein is onderzocht middels vakkenverdeling zoals beschreven in paragraaf 3.1. Niet alle vakken zijn (geheel) onderzocht. De reden hiervoor is: - Een vak is rechthoekig en de vorm van het onderzoeksgebied grilliger, dit betekent dat er ook vakken bestaan die niet of maar gedeeltelijk binnen de onderzoekslocatie vallen; - Voor het onderzoeken van betreffend perceel was geen toestemming verleend; - Per vergissing is van vak D geen grond(meng)monster van de bovengrond ingezet. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire Bodemsanering 2009, Staatscourant 67, 7 april 2009 en voor de achtergrondwaarden aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld Circulaire Bodemsanering 2009, Staatscourant 67, 7 april 2009. De volledige toetsing is in bijlage 1.2 bijgevoegd. Onderstaand worden de resultaten kort samengevat.

Resultaten grond Uit de toetsing van de analyseresultaten volgt dat: - In de bovengrond ter plaatse van vak E3 een lichte verontreiniging is aangetroffen met PCB’s en in de bovengrond ter plaatse van vak J5 een lichte verontreiniging met cadmium; - In de ondergrond ter plaatse van vak F4 een lichte verontreiniging is aangetroffen met PCB’s; - In de boven- en ondergrond van de rest van de locatie voor geen van de onderzochte parameters overschrijdingen van de achtergrondwaarde zijn aangetroffen. Resultaten grondwater Uit de toetsing van de analyseresultaten volgt dat: - In het grondwater over het algemeen lichte verontreinigingen zijn aangetroffen met diverse parameters, waaronder barium, nikkel, zink, cadmium, koper, kobalt en naftaleen. Alleen ter plaatse van E10 en J11 is voor geen van de onderzochte parameters een overschrijding van de streefwaarde aangetroffen; - Ter plaatse van vak C7 een lichte verontreiniging is aangetroffen met barium en kobalt en een matige verontreiniging met cadmium, nikkel en zink. Na herbemonstering van het grondwater wordt de matige verontreiniging met cadmium, nikkel en zink nog steeds aangetroffen; - Ter plaatse van vak C9 een lichte verontreiniging is aangetroffen met barium, cadmium, kobalt en koper en een matige verontreiniging met nikkel en zink.

Na herbemonstering van het grondwater worden nikkel en zink alleen nog licht verontreinigd aangetroffen; - Ter plaatse van vak E3 een lichte verontreiniging is aangetroffen met barium, cadmium en zink en een matige verontreiniging met kobalt en nikkel. Na herbemonstering van het grondwater wordt de matige verontreiniging met kobalt nog steeds aangetroffen en is sprake van een sterke verontreiniging met nikkel; - Ter plaatse van vak G3 een lichte verontreiniging is aangetroffen met barium, cadmium, kobalt en zink en een sterke verontreiniging met nikkel. Na herbemonstering van het grondwater wordt de sterke verontreiniging met nikkel nog steeds aangetroffen;

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

12

-

Ter plaatse van vak G4 een lichte verontreiniging is aangetroffen met barium en koper en een sterke verontreiniging met nikkel. Na herbemonstering van het grondwater wordt nikkel nog matig verontreinigd aangetroffen; - Ter plaatse van vak I2 een sterke verontreiniging is aangetroffen met minerale olie. Het grondwater ter plaatse is 2x herbemonsterd, in beide gevallen wordt de sterke verontreiniging niet meer aangetroffen; - Ter plaatse van de vakken G9, H10, I4 en J5 een matige of sterke verontreiniging met nikkel werd aangetroffen. Er heeft geen herbemonstering plaatsgevonden. Vanaf dit moment is in overleg met de opdrachtgever besloten geen herbemonstering meer uit te voeren, aangezien in het gehele gebied sprake is van een verhoogde lokale achtergrondwaarde. Bij het bemonsteren van het grondwater zijn tevens veldmetingen uitgevoerd. Hierbij zijn de grondwaterstand (cm-mv), de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid EGV (μS/cm), de temperatuur (°C) en de troebelheid (NTU) gemeten. In het grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een verontreiniging. De aangetroffen waarden zijn normaal voor het gebied waar de onderzoekslocatie zich bevindt. 4.2

Dempingen

Algemeen Ter plaatse van 12 dempingen zijn sleuven gegraven. Elke demping is in vakken verdeeld, gelijk aan het aantal sleuven dat per demping benodigd is. Per vak is een sleuf gegraven met behulp van een graafmachine tot 0,5 meter beneden de verdachte laag of in ieder geval tot aan de vaste bank. Afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen is per demping beoordeeld hoeveel analyses ingezet dienen te worden. Hierbij is de volgende strategie gevolgd: − Wanneer zintuiglijk een bijmenging is aangetroffen dan is een analyse ingezet van de laag met bijmenging en van de bodemlaag er onder; − Wanneer zintuiglijk geen afwijkingen/ bijmengingen zijn aangetroffen is per demping een mengmonster geanalyseerd van de bodemlaag 50-100 cm-mv. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire Bodemsanering 2009, Staatscourant 67, 7 april 2009 en voor de achtergrondwaarden aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. De volledige toetsing is in bijlage 2.2 bijgevoegd. Onderstaand worden de resultaten kort samengevat. Resultaten Monstercode mm_a mm_a2 mm_a3 mm_a4 mm_b mm_c mm_d mm_e

Demping/ sleuf a04 a02 a02 a01+a03+a05 b01+b02 c01+02 d01+d02 e01+e02

Traject (cm-mv) 50-100 0-50 50-100 30-80 50-100 50-100 50-100 40-100

Zintuiglijke afwijking/ bijzonderheden Matig puinhoudend --

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

>A PCB (8,2) PCB (8,9) Cadmium (0,9) -

Analyseresultaten >T -

>I -

13

Monstercode mm_f mm_g1

Demping/ sleuf f01+f02 g03

Traject (cm-mv) 50-100 50-70

Zintuiglijke afwijking/ bijzonderheden Resten glas en ijzer

mm_g2 mm_g3 mm_h mm_k mm_l1

g03 g01+g02 h01+h02 k01+k02+k03 l01

70-120 50-100 50-100 50-100 50-300

mm_l2 mm_m1

l01 m01

300-350 0-100

mm_m2 mm_n1 mm_n2

m01 n01+n04 n03

100-150 50-90 50-130

mm_n3 mm_n4

n03 n02

130-180 60-65

Brokken puin en baksteen, resten plastic, stukken duikers Uiterst metselpuin-, zwak glashoudend, resten ijzer Matig puin- en metselpuinhoudend, resten ijzer en plastic 1 stuk asbestboard (187,12 gram)

mm_n5

n02

50-140

Matig puinhoudend, resten plastic en asbest mm_n6 n02 140-190 mm_o o01+o02 50-70 - : uit de analyseresultaten komen geen verhoogde waarden

>A Koper (55) Lood (67) Nikkel (20) Cadmium (0,9) PAK (5,5) Cadmium (0,6) Lood (55) Lood (44)

Analyseresultaten >T Cadmium (5,7)

>I Zink (450)

-

-

Zink (300)

-

-

-

- Chrysotiel, 6,55 gram, hechtgebonden asbest - Crocidoliet, 1,96 gram, hechtgebonden asbest Asbestgehalte is <0,1 mg/kg ds Asbestgehalte is <0,1 mg/kg ds -

-

Overige zintuiglijke waarnemingen: - Sleuf l02 (50-300 cm-mv): zwak puinhoudend - Sleuf l03 (0-340 cm-mv): brokken puin, resten plastic, ijzer en betonstraatstenen Er is alleen een analyse ingezet van sleuf l01, deze wordt representatief geacht voor de gehele demping. 4.3

Zandwegen

Algemeen Ter plaatse van 6 zandwegen zijn sleuven gegraven. Per zandweg zijn vakken verdeeld, gelijk aan het aantal sleuven dat per zandweg benodigd is. Per vak is een sleuf gegraven met behulp van een graafmachine tot 0,5 meter beneden de verdachte laag of in ieder geval tot aan de vaste bank. Afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen is per zandweg beoordeeld hoeveel analyses ingezet dienen te worden. Hierbij is de volgende strategie gevolgd: − Wanner zintuiglijk een bijmenging is aangetroffen dan is een analyse ingezet van de laag met bijmenging en van de bodemlaag er onder; − Wanneer zintuiglijk geen afwijkingen/ bijmengingen zijn aangetroffen is per demping een mengmonster geanalyseerd van de bodemlaag 50-100 cm-mv. Er zijn twee zandwegen niet onderzocht. Zandweg C blijkt een waterloop te zijn en zandweg L was niet toegankelijk. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire Bodemsanering 2009, Staatscourant 67, 7 april 2009 en voor de achtergrondwaarden aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

14

De volledige toetsing is in bijlage 3.2 bijgevoegd. Onderstaand worden de resultaten kort samengevat. Resultaten Monstercode mm_A1 mm_A2 mm_B mm_E

mm_M mm_N mm_O1

mm_O2 mm_O3

Sleuf A01 A01 A02 B01 B02 E01 E02 E03 M01 N01 N02 O01 O02 O03 O04 O05 O05

Traject (cm-mv) 0-50 50-100 50-100 50-100 50-80 50-100 40-80 40-80 50-100 50-80 50-80 50-80 50-80 50-80 50-80 0-50 50-80

Zintuiglijke afwijking/ bijzonderheden Zwak puinhoudend -

>A Lood (45) -

Analyseresultaten >T -

-

PCB (6,0)

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Zwak puinhoudend, resten plastic -

PCB (18) -

-

-

>I -

Overige zintuiglijke waarnemingen: - Sleuf M01 (0-15 cm-mv): volledig menggranulaat - Sleuf B02 (0-20 cm-mv): volledig menggranulaat 4.4

Waterlopen

Algemeen Van de 6 waterlopen is de sliblaag en de vaste waterbodem onderzocht. De waterlopen zijn verdeeld in vakken van 500 meter. Per vak is zowel een slibmonster als een waterbodemmonster geanalyseerd. De analyseresultaten zijn getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit, bijlage b, tabel 1 en 2. De volledige toetsing is in bijlage 4.2 bijgevoegd. Onderstaand worden de resultaten kort samengevat. Resultaten Slib - Het slib van waterloop 1 is vrij toepasbaar; - Ter plaatse van waterloop 2 is geen slib aangetroffen; - Het slib van de waterlopen 3, 4 (gedeeltelijk) en 6 voldoet in geval van toepassing op of in de bodem aan de klasse industrie en in geval van toepassing in oppervlaktewater aan klasse B (waterloop 4, gedeeltelijk). De verontreiniging betreft met name nikkel en kobalt; - De kwaliteit van het slib van waterloop 5 varieert. In het midden van de waterloop (vak 10) is het slib in geval van toepassing op of in de bodem niet toepasbaar als gevolg van een verontreiniging met minerale olie. In geval van toepassing op of in de bodem voldoen 3 van de overige 4 vakken aan klasse industrie en is 1 vak vrij toepasbaar. In geval van toepassing in oppervlaktewater voldoet het slib van 3 van de 5 vakken aan klasse A, van 1 vak aan klasse B en is voor 1 vak vrij toepasbaar. De verontreiniging betreft met name nikkel, zink, kobalt en minerale olie.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

15

Vaste waterbodem - De kwaliteit van de waterbodem van waterlopen 1 t/m 4 en 6 voldoet aan de achtergrondwaarde en is dus vrij toepasbaar, zowel onder water als op landbodem; - De kwaliteit van waterbodem 5 varieert. In het midden van de waterloop (vak 10) bevat de waterbodem een verontreiniging met minerale olie. In geval van toepassing op landbodem is daarom sprake van klasse Industrie en in geval van toepassing onder water van klasse A. Voor de overige vakken geldt dat de waterbodem in geval van toepassen op landbodem voldoet aan de achtergrondwaarde en in geval van toepassing onder water aan klasse A (2 vakken) of aan de achtergrondwaarde (2 vakken).

4.5

Verharde wegen

Algemeen In het onderzoeksgebied zijn 3 wegen onderscheiden met een asfaltverharding. Het betreft de Koksteeg, de Raktstraat en de Bosschebaan. Conform de CROW 210 is op basis van het verhardingsoppervlak oppervlak van deze wegen een aantal kernboringen uitgevoerd. Koksteeg, 11 boringen: Raktstraat, 6 boringen: Bosschebaan, 13 boringen:

A01 t/m A11 A12 t/m A17 A18 t/m A30

De laagdiktebepaling van de kernen (proef 152 uit de Standaard RAW Bepalingen (2000)), alsmede het PAK-markeronderzoek is uitgevoerd door Alcontrol Laboratories te Rotterdam. Op basis van de resultaten van de laagdiktebepaling en het PAK-markeronderzoek zijn analysemonsters samengesteld. De analyseresultaten zijn getoetst aan de maximale samenstellingswaarde van PAK’s (som) voor asfaltproducten, zoals vermeld in de Regeling bodemkwaliteit, bijlage 1, tabel 2. Wanneer de toetswaarde van 75 mg/kgds wordt overschreden, is sprake van teerhoudend asfalt. De volledige resultaten van de laagdiktebepaling, het PAK-markeronderzoek en de analyseresultaten zijn in bijlage 5 bijgevoegd. Onderstaand worden de resultaten kort samengevat. Resultaten Koksteeg De asfaltkernen die ter plaatse van de Koksteeg (boringen A01 t/m A11) zijn gezet, zijn verschillend opgebouwd. Boringen A01, A03, A05 en A09 zijn opgebouwd uit twee deklagen, gevolgd door drie of vier lagen grindasfaltbeton (GAB). Boringen A02, A04, A06 t/m A08, A10 en A11 zijn opgebouwd uit twee deklagen, gevolgd door vier of vijf lagen grindasfaltbeton met daartussen slijtlagen. De gemiddelde dikte van het asfalt bedraagt circa 19,3 cm en varieert van 16,0 cm tot 21,6 cm. Uit het PAK-marker onderzoek komt naar voren dat alleen de slijtlagen en de tweede deklaag indicatief teerhoudend zijn.

Uit de analyseresultaten van de indicatief niet teerhoudende asfaltlagen, blijkt dat deze asfaltlagen inderdaad niet teerhoudend zijn.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

16

Resultaten Raktstraat De asfaltkernen die ter plaatse van de Raktstraat (boringen A12 t/m A17) zijn gezet, zijn verschillend opgebouwd. Boring A12 bestaat uit één deklaag gevolgd door twee lagen steenasfaltbeton (STAB). Boringen A13 en A14 bestaan uit twee deklagen, gevolgd door twee lagen grindasfaltbeton (GAB). Boringen A15, A16 en A17 bestaan uit één deklaag gevolgd door één laag dichtasfaltbeton (DAB). De gemiddelde dikte van het asfalt bedraagt circa 9,2 cm en varieert van 5,0 cm tot 15,3 cm. Uit het PAK-marker onderzoek komt naar voren dat ter plaatse van 2 boringen (A13 en A14) de tweede deklaag indicatief teerhoudend is. Uit de analyseresultaten van de niet teerhoudende asfaltlagen blijkt dat deze asfaltlagen inderdaad niet teerhoudend zijn. Resultaten Bosschebaan De asfaltkernen die ter plaatse van de Bosschebaan (boringen A18 t/m A29) zijn gezet, zijn opgebouwd uit twee deklagen gevolgd, door een laag dichtasfaltbeton (DAB), een laag open asfaltbeton (OAB) en twee lagen grindasfaltbeton (GAB). Boring A30 wijkt echter af, want is opgebouwd uit een deklaag, gevolgd door een laag DAB en twee lagen steenslag asfaltbeton (STAB). De gemiddelde dikte van het asfalt bedraagt circa 21,9 cm en varieert van 5,4 cm tot 26,6 cm. Uit het PAK-marker onderzoek komt naar voren dat de asfaltverharding van de Bosschebaan indicatief niet teerhoudend is.

Uit de analyseresultaten blijkt eveneens dat het asfalt van de Bosschebaan niet teerhoudend is. 4.6

Erven en verdachte locaties

Algemeen Door ReGister historisch onderzoeksbureau zijn 16 erven en verdachte locaties benoemd. Zoals in hoofdstuk 3.6 is aangegeven is een viertal locaties niet onderzocht. De volledige onderzoeksgegevens en onderzoeksresultaten van deze locaties zijn in bijlage 6 per individuele locatie bijgevoegd. Ter plaatse van een aantal locaties staat in de aanbevelingen van het historisch onderzoek opgenomen dat er aandacht dient te worden besteed aan de mogelijke aanwezigheid van asbest. Hier wordt tijdens het uitvoeren van een bodemonderzoek altijd aandacht aan besteed door de uitvoerende veldwerkers die allemaal gecertificeerd zijn volgens protocol 2018. Voor de leesbaarheid is per locatie eerst aangegeven welke onderzoeksinspanning in het Historisch onderzoek werd geadviseerd (algemeen) en vervolgens, met onderbouwing, wat daadwerkelijk is uitgevoerd (uitgevoerde werkzaamheden). Wanneer de geadviseerde onderzoeksstrategie volledig is gevolgd, zijn de uitgevoerde werkzaamheden niet apart benoemd. In enkele gevallen is afgeweken van de onderzoeksstrategie die was aangegeven in Historisch onderzoek. In de meeste gevallen werd dit veroorzaakt door een afwijkende oppervlakte. De onderzoeksstrategie is in die gevallen aangepast conform de onderzoeksstrategieën zoals beschreven in de NEN 5740, januari 2009. Navolgend worden de resultaten per locatie kort samengevat.

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

17

1a/1b Koksteeg 18 (locatienummer 24) Algemeen Op grond van het historisch onderzoek zijn op deze locatie de volgende onderzoeken uitgevoerd: - Verkennend bodemonderzoek voor een onverdachte locatie (ONV); - Een bodemonderzoek voor een verdachte locatie met een duidelijke kern (VEP) ter plaatse van de bovengrondse olietank; - Gedempte sloot (k, zie ook hoofdstuk 4.2 en bijlage 2); - Voormalige zandweg (O, zie ook hoofdstuk 4.3 en bijlage 3). Resultaten Verkennend bodemonderzoek − In de grond worden voor de geanalyseerde parameters geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetroffen; − In het grondwater wordt een overschrijding van de streefwaarde aangetroffen voor benzeen. Bovengrondse olietank - In de bovengrond worden voor de geanalyseerde parameters geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetroffen; - In het grondwater wordt een overschrijding van de streefwaarde aangetroffen voor barium.

4/5 Koksteeg 20 (locatienummer 25) Algemeen Op deze locatie was in het verleden een agrarisch bedrijf gevestigd en een bovengrondse dieseltank. De status van deze tank was onbekend. Uit het historisch onderzoek werd geconcludeerd dat op de locatie in één mengmonster een verhoogde gehalte aan EOX werd aangetroffen welke dient te worden uitgesplitst. Tevens aandacht voor asbest. Op basis hiervan wordt het uitvoeren van de volgende onderzoeken geadviseerd: - Verkennend bodemonderzoek voor een onverdachte locatie (voor wat betreft onderzoeksinspanning), analyses alleen op PCB’s en OCB’s (uitsplitsing EOX); - Bodemonderzoek ter plaatse van bovengrondse tank; - Gedempte poel (l, zie ook hoofdstuk 4.2 en bijlage 2); - Verkennend onderzoek naar asbest in bodem in verband met aangetroffen puin. Uitgevoerde werkzaamheden Ten tijde van de veldwerkzaamheden heeft een buurman van de onderzoekslocatie aangegeven dat de bovengrondse tank gelegen was aan de westzijde van de locatie, ter plaatse van het huidige weiland. Voorheen stonden hier namelijk stallen. Het weiland valt buiten de onderzoekslocatie, waardoor de voormalige locatie van de bovengrondse tank niet is onderzocht. In het veld is geen bovengrondse tank aangetroffen, noch de voormalige locatie van deze tank. Aangezien de status van deze tank onbekend was, is deze mogelijk reeds verwijderd.

De overige geadviseerde werkzaamheden zijn uitgevoerd. Voor het onderzoek en het samenstellen van de te analyseren mengmonsters, is onderscheid gemaakt tussen de deellocatie paardenbak en overig terrein. Resultaten Overig terrein − In de grond worden voor de geanalyseerde parameters OCB’s en PCB’s geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetroffen; − In de grond is plaatselijk puin aangetroffen. Aangezien bijmenging met puin als asbest verdacht wordt gezien, is een verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd; − In het grondwater wordt een overschrijding van de streefwaarde aangetroffen voor xylenen;

CV10318PRO, Industrieterrein Heesch (definitief V1.2)

18

Paardrijbak - In de grond worden voor de geanalyseerde parameters OCB’s en PCB’s geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetroffen; - Grondwater, zie overig terrein. Verkennend en nader onderzoek naar asbest in bodem Aangezien tijdens het verkennend onderzoek naar asbest in bodem asbest werd aangetroffen, is vervolgens een nader onderzoek naar asbest in bodem uitgevoerd. Conclusie verkennend en nader onderzoek naar asbest in bodem: − In de bovengrond is asbest aanwezig in gehalten boven de interventiewaarde van >100 mg/kg ds (230,45 mg/kg ds). Het volledige rapport is als bijlage 6B.6 toegevoegd.

6a Koksteeg 16 (locatienummer 23) Algemeen Het is onbekend of er in het verleden op deze locatie bedrijfsmatige activiteiten waren. Wel was er vermoedelijk sprake van een golfplaten dak op een schuur. Uit het historisch onderzoek werd geconcludeerd dat deze locatie niet voldoende was onderzocht en aandacht voor asbest vereist was. Op basis hiervan wordt het uitvoeren van het volgende onderzoek geadviseerd: - Verkennend bodemonderzoek voor een onverdachte locatie (ONV). Resultaten − In de grond worden geen van de geanalyseerde parameters verhoogd aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarden; − In het grondwater wordt een overschrijding van de streefwaarde aangetroffen voor barium en benzeen.

8. Koksteeg 14b (locatienummer 22) Algemeen Op de locatie was in het verleden een agrarisch bedrijf gevestigd. Uit het historisch onderzoek werd geconcludeerd dat deze locatie voldoende was onderzocht en alleen een heranalyse van het grondwater op nikkel benodigd is aangezien nikkel was aangetroffen boven de tussenwaarde. Tevens aandacht voor asbest vanwege de (in het verleden) aanwezige respectievelijk gesloopte bebouwing. Het volgende onderzoek dient te worden uitgevoerd: - Plaatsen peilbuis met analyse op nikkel. Uitgevoerde werkzaamheden Hoewel op grond van het historisch onderzoek alleen het herplaatsen van de peilbuis was geadviseerd, is op de locatie een verkennend onderzoek conform de strategie onverdacht (ONV) uitgevoerd. Resultaten − In de grond worden geen van de geanalyseerde parameters verhoogd aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarden; − In het grondwater wordt een overschrijding van de streefwaarde aangetroffen voor barium en van de tussenwaarde voor nikkel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=1be367f9-a645-4907-b881-3235d0d242b9