08 Antwoord op de artikel 41 vragen van DDO over industrieel Windturbine Terrein versus Defensie
Tekst van het document
Leefomgeving, Wonen en Economie Raadhuislaan 2, Oss
Aan de fractie van DDO
Telefoon 14 0412 Fax [0412] 64 26 05 E-mail gemeente@oss.nl www.oss.nl
Postbus 5 5340 BA Oss
Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?
Datum
Ons kenmerk
Behandeld door
Doorkiesnummer
7 mei 2024
5421869
A. den Tenter
0632451572
Onderwerp
artikel 41 vragen Industrieel Windturbineterrein versus Defensie
Geachte heren Duijs en Nordsiek, Op 17 april 2024 heeft u ons vragen gesteld over het project Duurzame Polder in relatie tot de belangen van Defensie. Wij beantwoorden uw vragen als volgt: Vraag 1. Mogelijk dat de wethouder zich baseert op wettelijke regelgeving die ons niet bekend is, graag zouden wij vernemen wat die bron is, welke status dat heeft en daarmee tevens de vraag beantwoorden: Hoe kan de wethouder volhouden dat Defensie beslist geen laagvlieggebied kan afdwingen of beslist geen maatregelen die een laagvlieggebied kan beïnvloeden af kan dwingen? Antwoord In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), en voor inwerkingtreding van de Omgevingswet in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zijn inhoudelijke normen opgenomen met het oog op het behalen van landelijke doelstellingen en de bescherming van nationale belangen. Op basis van het Bkl gelden voor laagvlieggebieden van Defensie geen ruimtelijke beperkingen, die juridisch kunnen worden afgedwongen. Het ontbreken van de planologische en juridische basis voor bestaande laagvlieggebieden wordt in de Nota Reikwijdte en Detailniveau voor de Nationaal Programma Ruimte voor
Volgvel
Ons kenmerk
2
Defensie ook beschreven, onder meer op pagina 42: “De situatie in deze [laagvlieg]gebieden verslechtert omdat er geen planologisch regime geldt dat het laagvliegbelang dient.” Momenteel wordt vanuit het Rijk gewerkt aan het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Dit programma is er op gericht om meer ruimte te creëren voor Defensie, zodat zij in staat is het grondbied van Nederland en bondgenoten te blijven verdedigen. In het Nationaal Programma zal onder meer worden ingegaan op bestaande en nieuwe laagvlieggebieden. Momenteel is nog niet duidelijk of en op welke wijze het belang van laagvlieggebieden juridisch geborgd kan en zal worden. Ondanks dat er momenteel geen ruimtelijke beperkingen gelden voor laagvlieggebieden, is Defensie vanuit haar belang betrokken bij het project Duurzame Polder en vindt op regelmatige basis op ambtelijk niveau afstemming plaats. Op 26 maart 2024 heeft er in vervolg op eerdere gesprekken opnieuw ambtelijk overleg plaatsgevonden tussen het projectteam, provincie Noord-Brabant, Rijksvastgoedbedrijf (RvB) en de Luchtmacht. Daarbij is door vertegenwoordigers van het RvB en namens defensie door een vertegenwoordiger van de Luchtmacht bevestigd dat er momenteel geen juridische basis bestaat om plannen zoals die van Duurzame Polder tegen te houden. Dit is overigens ook niet de intentie van Defensie.
Uiteraard worden in het project Duurzame Polder de belangen van Defensie wel meegewogen in de afweging om te komen tot een voorkeursalternatief.
Vraag 2. Indien de wethouder het met DDO eens is, dat hier sprake kan zijn van een potentiële showstopper -zoals bij Schijndel is gebeurd- voor de bestuursovereenkomst als geheel ontstaat de vraag of dit nog een mogelijke of inmiddels onmogelijke opdracht is: Wat gaat de wethouder doen om tezamen met zijn Bossche collega, zo snel mogelijk met Defensie tot een overeenkomst te komen teneinde zekerheid te hebben om verder te kunnen gaan met het beoogde Industriële Wind Turbine Terrein. Antwoord Wij delen de mening van DDO niet dat hier sprake zou zijn van een potentiële showstopper voor de bestuursovereenkomst Duurzame Polder. Het projectteam onderhoudt het ambtelijk contact met Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf. Beide gemeenten, Provincie Noord-Brabant
Volgvel
Ons kenmerk
3
en het ministerie van EZK zullen aandringen op interdepartementaal overleg om de ambtelijke standpunten van het RvB en Defensie te bevestigd te krijgen.
Vraag 3. Is de wethouder bereid om dat onderzoek door de stuurgroep te laten gelasten en daarmee de door de wethouders voorziene showstoppers pro-actief te onderzoeken om vervolgens de realistische voortgang van de duurzame polder vast te stellen? Antwoord Radarverstoring is wel een nationaal belang dat geborgd is in het Bkl. Daarom is onderzoek naar de mogelijke radarverstoring reeds opgedragen aan TNO. Dit onderzoek wordt betrokken bij de afweging om te komen tot een voorkeursalternatief. De raad zal worden geïnformeerd over de uitkomsten van dat onderzoek.
Met vriendelijke groet,
Wethouder C.P.W. van Geffen