CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Antwoord op de artikel 41 vragen van FVD over Duurzame Polder Voorkeursvariant en gezondheid

Gemeenteraad 11 april 2024, gemeente OssBij agendapunt: Antwoord op schriftelijke vragen, artikel 41 vragen Reglement van Orde4.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leefomgeving, Wonen en Economie Raadhuislaan 2, Oss

Aan de fractie van Forum voor Democratie

Telefoon 14 0412 Fax [0412] 64 26 05 E-mail gemeente@oss.nl www.oss.nl

Postbus 5 5340 BA Oss

Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?

Datum

Ons kenmerk

Behandeld door

Doorkiesnummer

12 maart 2024

5382996

A.P.G. den Tenter

0632451572

Onderwerp

Beantwoording artikel 41 vragen Duurzame Polder: Voorkeursvariant en gezondheid

Geachte mevrouw van Hattem en heren Raadgever en van der Worp, Op 13 februari 2024 heeft u ons vragen gesteld over het project Duurzame Polder. Wij beantwoorden uw vragen als volgt: Vraag 1. Is het adviesbureau ‘Witteveen+Bos’ door het college teruggefloten omdat zij geen variant hebben kunnen presenteren die voldoet aan alle kaders die die door de raad zijn vastgesteld? Zo nee, waarom niet? Antwoord Nee, Witteveen en Bos voert de werkzaamheden conform de opdracht uit. In 2023 hebben wij uw raad geïnformeerd en geconsulteerd over het proces van ontwerpend onderzoek en het opstellen van de Plan-MER. Onder andere op 22 juni 2023 hebben wij de raad in een technisch overleg geïnformeerd over de vijf MER- varianten die onderzocht worden door het adviesbureau. Tijdens dit overleg hebben ook toegelicht waarom wij in het plan-MER ook varianten onderzoeken buiten de vastgestelde politiek- bestuurlijke kaders en uitgangspunten. Dit hebben wij gedaan om ook de politiek- bestuurlijke kaders en uitgangspunten die bovenwettelijk zijn, te kunnen onderzoeken. Daarnaast schrijft de mer- regelgeving voor dat alle redelijke varianten in het Plan-MER onderzocht moeten worden. Door de vijf verschillende varianten te onderzoeken worden de redelijke varianten in beeld gebracht en onderzocht op

Volgvel

Ons kenmerk

2

milieueffecten. Dit geeft het Plan-MER een meer stevige juridische positie bij een eventuele procedure bij de Raad van State. Tot slot hebben wij aangegeven dat, op het moment dat de milieueffecten van de vijf varianten bekend zijn, de raad op basis van onder andere de uitkomsten van de Plan-MER een evenwichtige afweging en een goed onderbouwde keuze kan maken in de keuze voor het Voorkeursalternatief (hierna VKA). Ook in de raadsinformatiebrief van 7 september 2023 hebben wij de raad over het bovenstaande geïnformeerd. Vraag 2. Is het college het met FVD eens dat varianten die niet aan alle kaders voldoen maar toch worden gepresenteerd, niet overeenkomen met de opdracht die de raad heeft meegeven aan het college? Antwoord Nee, wij zijn niet met u eens. Zoals hierboven bij vraag 1 aangegeven hebben wij ook varianten onderzocht die niet aan de politiek-bestuurlijke kaders en uitgangspunten voldoen, om ervoor te zorgen dat alle redelijke varianten op basis van de mer-regelgeving onderzocht zijn. Hiermee worden de milieueffecten van het project op volwaardige wijze in beeld gebracht en kan een evenwichtige afweging van de varianten, of een combinatie van varianten, plaatsvinden. Op basis van de uitkomsten van onder andere het Plan-MER kan uw raad deze evenwichtige afweging maken in de keuze voor het VKA. Vraag 3.

Waarom wordt er een variant ontwikkeld en gepresenteerd die niet voldoet aan de opdracht die de raad aan het college heeft meegegeven? Antwoord In het concept VKA hebben wij zoveel mogelijk rekening gehouden met de vastgestelde politiek- bestuurlijke kaders en uitgangspunten. Bij het opstellen van het VKA vindt echter een brede afweging van belangen plaats. Onder andere de politiek-bestuurlijke kaders en uitgangspunten, de resultaten van het ontwerpend onderzoek en het plan-MER en de energieopwekdoelstelling vormen belangrijke input bij het opstellen van het concept VKA. De afweging die wij daarin gemaakt hebben, leidt tot het voorgestelde VKA. Deze afweging kunt u teruglezen in de ontwerpnota Voorkeursalternatief Duurzame Polder, die de raad

Volgvel

Ons kenmerk

3

eerder heeft ontvangen en in de opinienota die op korte termijn aan de raad zal worden aangeboden. Wij zijn ons ervan bewust dat op een tweetal onderdelen afgeweken wordt van de vastgestelde politiek- bestuurlijke kaders en uitgangspunten. Het gaat daarbij om de gewenste geluidsnorm van 42 dB Lden voor alle woningen en het uitgangspunt om minimaal 2 km afstand tot de kernen aan te houden. De ontwerpnota Voorkeursalternatief Duurzame Polder bevat echter ook opties voor een andere invulling van het concept VKA. In de raadsinformatiebrief van 18 januari 2024 hebben wij de raad geïnformeerd dat wij het concept VKA in maart 2024 opiniërend aan de raad willen voorleggen, nadat de brede publieksconsultatie is afgerond. Dit hebben wij gedaan, om de raad ook de input van de omgeving op het concept VKA mee te kunnen geven voor de beraadslaging. Op korte termijn ontvangt de raad de opinienota, op basis waarvan wij het gesprek met de raad aangaan over de aanpassingen van de politiek- bestuurlijke kaders en uitgangspunten. Vraag 4. Heeft het college ‘Witteveen+Bos’ een andere opdracht gegeven buiten de raad om? Zo nee, waarom is er dan geen variant gepresenteerd die voldoet aan de vastgestelde kaders? Zo ja, waarom heeft het college een andere opdracht gegeven? Antwoord Nee, wij hebben Witteveen en Bos geen andere opdracht meegegeven.

De onderbouwing waarom geen variant gepresenteerd is, die volledig voldoet aan de politiek- bestuurlijke kaders en uitgangspunten vindt u in onze beantwoording van vraag 1 tot en met 3.

Vraag 5. Als (verantwoordelijk) ambtenaren en het college gedurende het traject de Duurzame Polder tot de conclusie komen dat de varianten-puzzel niet kan worden opgelost, waarom wordt deze conclusie niet voorgelegd aan de gemeenteraad? Waarom blijft het college op de ingeslagen weg doorgaan en worden er onnodig meer kosten gemaakt terwijl het college niet heeft gepeild of de raad hiermee akkoord is?

Volgvel

Ons kenmerk

4

Antwoord In de raadsinformatiebrief van 18 januari 2024 hebben wij de raad geïnformeerd dat wij het concept VKA in maart 2024 opiniërend aan de raad willen voorleggen, nadat de brede publieksconsultatie is afgerond. Dit hebben wij gedaan, om de raad ook de input van de omgeving op het concept VKA mee te kunnen geven voor de beraadslaging. Deze maand ontvangt de raad de opinienota, op basis waarvan wij het gesprek met de raad aangaan over de aanpassingen van de politiek- bestuurlijke kaders en uitgangspunten. In de Opiniecommissie Ruimte vragen wij de raad richtinggevende uitspraken te doen over het Voorkeursalternatief en de politiek- bestuurlijke kaders en uitgangspunten. Vraag 6. “Er is geen plan B,” zei wethouder van Geffen tijdens de vergadering van 9 november ’23. Is het college het met FVD eens dat het uiterst opmerkelijk is dat er géén plan B is vastgesteld na alle waarschuwingen en signalen die het college eerder heeft ontvangen over de haalbaarheid van de Duurzame Polder binnen de vastgestelde kaders, nu ook daadwerkelijk blijkt dat er geen variant kan worden aangeboden die aan alle kaders voldoet? Antwoord Wij achten het te vroeg om in de stadium te concluderen dat er geen haalbaar alternatief voor het plaatsen van windmolens in de Duurzame Polder gerealiseerd kan worden.

Op basis van de uitkomsten van de onderzoeken en de ontwerpnota VKA zien wij mogelijkheden om tot een haalbaar alternatief te komen voor de realisatie van onze energieopwekdoelstelling met windmolens binnen de Duurzame Polder. Zoals aangegeven in de beantwoording van eerdere vragen, leggen wij het concept VKA opiniërend aan de raad voor. De raad neemt uiteindelijk het besluit over het VKA. Vraag 7. In raadsvergadering van 9 november 2023 geeft wethouder Van Geffen aan dat als er nieuwe informatie beschikbaar is m.b.t. de Duurzame Polder, er gekeken moet worden naar een plan B. Er is “nieuwe” informatie momenteel beschikbaar: Er is door het commissielid ir. Jacco van der Worp vastgesteld dat er geen voorkeursvariant mogelijk is binnen de vastgestelde kaders en zijn bevindingen heeft hij laten reviewen door twee hoogleraren / experts. Daarom vraagt FVD zich af: Wanneer kunnen we plan B bespreken?

Volgvel

Ons kenmerk

5

Antwoord Zoals bij de beantwoording van vraag 6 aangegeven vinden wij het te vroeg om concluderen dat er geen voorkeursvariant mogelijk is binnen de vastgestelde kaders en zien wij momenteel geen noodzaak om andere mogelijkheden te onderzoeken.

Vraag 8. Er zijn inmiddels in Nederland vele windmolenparken gerealiseerd. Achteraf blijkt dat de modelberekening voor de beoogde energie-opwek van veel windmolenparken een te positief beeld hebben gegeven. Als we kijken naar de opgave ´De Duurzame Polder´: De afwijking tussen de modelberekeningen via de methode die ‘Witteveen+Bos’ hanteert en de berekeningen voor dezelfde situatie in de Lithse Polder volgens de methode die de heer ir. J. van der Worp (gereviewd door 2 hoogleraren) hanteert, verschilt maar liefst 49%. De heer ir. J. van der Worp zat met zijn berekeningen gemiddeld SLECHTS 2 procent eronder. Waarom hanteert ´Witteveen+Bos´ een generalistische (en door de praktijk weerlegde) rekenformule en niet een exactere rekenformule waarbij meer factoren/ variabelen zijn meegenomen zoals binnen de formule van de heer Van der Worp? Waarom blijft ‘Wittteveen+Bos’ vasthouden aan dezelfde rekenformule terwijl men kan waarnemen dat bij eerdere gerealiseerde windparken er een veel lager rendement wordt behaald in de praktijk, ONDANKS dat ‘Witteveen+Bos’ kennis heeft genomen van het rekenwerk van de heer J.

van der Worp wat is gereviewd door twee hoogleraren en is gevalideerd door de praktijk? En vindt u als college het niet schrijnend dat er naar verwachting sprake is van 49% overschatting van het rendement met betrekking tot de Duurzame Polder? Gaat het college iets doen met de gereviewde berekeningen die de heer ir. J. van der Worp laat zien? Antwoord Deze vraag hebben we al eerder beantwoord in het memo Analyse opbrengstberekeningen ir. J.H.S. van der Worp (23 oktober 2023): “Deze methode (van Van der Worp) gaat echter voorbij aan het feit dat de Betz-limiet al is verwerkt in de technische omzettingsefficiëntie van de windturbine. Door deze nogmaals met elkaar te vermenigvuldigen wordt de Betz-limiet dubbel toegepast. De technische omzettingsefficiëntie bedraagt doorgaans 40 tot 50% (ca. 70 tot 80% van de Betz-limiet). Daarnaast is op basis van KNMI-gegevens af te leiden dat de gemiddelde windsnelheid op de projectlocatie ca. 7,87 m/s bedraagt. In de berekening wordt door deze afwijkingen het opwekvermogen significant onderschat.”

Volgvel

Ons kenmerk

6

Omdat er verschil van inzichten blijven bestaan tussen beide rekenmotheden bieden wij aan om een specialistisch overleg in te plannen om de berekeningen samen door te nemen en de verschillen en overeenkomsten te bespreken. Vraag 9. Afgelopen tijd heeft o.a. DDO aangegeven dat defensie nog “roet in het eten kan gooien”, omdat de Lithse polder is aangewezen als laagvlieggebied voor defensie. Inmiddels hebben wij in de krant kunnen vernemen dat defensie van plan is om dit laagvlieggebied uit te breiden. Hiermee komt de beoogde Duurzame Polder als windmolenpark in het geding. FVD vond het enorm verbazingwekkend dat de gemeente Oss een zienswijze heeft ingediend met het verzoek om de uitbreiding van het laagvlieggebied tegen te gaan, de reden die de gemeente Oss vermeldde: “De Duurzame Polder kan na 2030 ook nog eventueel uitbreiden.” Bent u het met FVD eens dat het college met deze ingediende zienswijze voor haar beurt spreekt, zonder de gemeenteraad te raadplegen? Antwoord De opmerking “De Duurzame Polder kan na 2030 ook nog eventueel uitbreiden” is een verkeerde weergave van de door ons ingediende zienswijze. In onze zienswijze hebben wij het volgende aangegeven: “Naast dit concrete project zal er in de toekomst, voorbij 2030 wellicht nog meer ruimte voor windenergie in onze regio nodig zijn.

Daarvoor is het van groot belang dat hier op voorhand niet allerlei planologische beperkingen worden opgeworpen”. Wij hebben een mogelijke brede regionale opgave benoemd na 2030 en wij zijn het dus niet met u eens dat wij voor onze beurt spreken. Overigens is onze zienswijze ook ter informatie aan de raad toegezonden. Vraag 10.

Welke data/ informatie krijgt het Windcollectief of potentiële deelnemers van het

Windcollectief en welke garanties krijgen zij met betrekking tot eventuele investeringen in de Duurzame Polder? Antwoord Het windcollectief of potentiële deelnemers ontvangen dezelfde informatie, op hetzelfde moment als de rest van de omgeving. Ook wordt geen enkele garantie gegeven aan het windcollectief met betrekking tot eventuele investeringen.

Volgvel

Ons kenmerk

7

Vraag 11.

Momenteel zijn er veel problemen met het elektriciteitsnetwerk en is het de vraag of de

duurzame opwek kan worden gegarandeerd door het huidige elektriciteitsnetwerk. Het is aannemelijk dat het elektriciteitsnetwerk MOET worden uitgebreid, een uitbreiding van het netwerk gaat gepaard gaat met zeer hoge kosten. Deze hoge kosten worden voornamelijk verhaald op de burger die middels steeds hogere belastingen direct of indirect zal bijdragen voor deze peperdure aansluitingen en uitbreiding van het netwerk. Hoe gaat het college deze onvermijdelijke kosten verantwoorden richting de burger? Vindt het college het nog verantwoord om door te gaan met de Duurzame Polder gezien de enorme kostenstijgingen die hiermee gepaard gaan? Hoe ziet het college ravijnjaar 2026 voor zich met deze kosten in aantocht? Antwoord Ons college heeft nauwelijks tot geen invloed op de kosten die gepaard gaan met de uitbreiding van het landelijke en regionale elektriciteitsnetwerk. Uiteraard zijn wij ervan op de hoogte dat de landelijke netwerkbeheerder TenneT en de regionale netbeheerder Enexis de komende jaren voor enorme investeringen staan om het elektriciteitsnetwerk uit te breiden. De netbeheerders beschrijven en onderbouwen in hun investeringsplannen de voorziene plannen en kosten voor de komende tien jaar. De verantwoording van de kosten is niet de taak van ons college. We moeten allemaal een bijdrage leveren aan het behalen van onze duurzaamheids- en klimaatdoelstellingen.

De energietransitie speelt hier een belangrijke rol in door om te schakelen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie. Dit doen wij onder andere door het opwekken van grootschalige duurzame energie met windmolens op ons eigen grondgebied in de Duurzame Polder. De kosten voor de aansluiting van het windmolenpark moeten echter gefinancierd worden door de initiatiefnemers, dit is niet de verantwoordelijkheid van de gemeente. Vraag 12.

Meer windenergie draagt bij aan een nog instabieler stroomnet. Is het voor het college

denkbaar dat inwoners op termijn afhankelijk worden van de weersomstandigheden om stroom af te nemen? Dus de inwoners van de gemeente Oss dienen dan vooral een te beroep op energie wanneer het hard waait, of wanneer de zon schijnt om het stroomnet te ontlasten. Ziet het college dat hiermee een basisbehoefte (energie) niet meer

Volgvel

Ons kenmerk

8

vanzelfsprekend is voor de inwoners (en voor de industrie) en dat hierdoor ook de autonomie (vrijheid van handelen en bewegen) en de welvaart in het geding komt? Ziet het college in dat de overheid een vorm van dwang toepast door deze afhankelijkheid te creëren? Antwoord De elektriciteitsproducenten en overheden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het opwekken van voldoende elektriciteit. Door minder gebruik te maken van fossiele brandstoffen en door de toenemende vraag aan energie staan overheden, energieproducenten en netbeheerders voor een grote opgave. De leveringszekerheid op het elektriciteitsnet wordt bewaakt door de landelijke netbeheerder TenneT. In Nederland hebben we een zeer hoge leveringszekerheid en uiteraard streven overheid en netbeheerders ernaar deze hoge leveringszekerheid te garanderen, eventueel door de import van elektriciteit. Wij zijn dan ook niet van mening dat de basisbehoefte niet meer vanzelfsprekend is. Vraag 13.

De Duurzame Polder heeft op haar site een tool geplaatst om betrokkenen van de

Duurzame Polder kennis te laten maken met “de 5 varianten” om de Lithse Polder in te richten. Deze tool is zeer suggestief vormgegeven, omdat er géén variant voldoet aan alle vastgestelde kaders voor de inrichting van de Duurzame Polder. Het invullen van de tool, leidt tot een concept keuze waar de raad geen expliciete toestemming voor heeft gegeven. FVD vindt dit erg misleidend en hoopt dat de uitslag van deze online consultatie niet wordt meegenomen ter ondersteuning van het proces om het beoogde windturbinepark te plaatsen. Kan het college uitsluiten dat de uitslagen van deze online tool worden ingezet in het proces ter ondersteuning van het beoogde windpark ? Antwoord Wij hebben de online consultatie uitgezet zodat het brede publiek kennis kon nemen van het concept VKA en haar reactie daarop kon geven. Wij vermelden hierbij nadrukkelijk dat het geen representatief onderzoek is. Wij zijn van mening dat de online consultatie een goed inzicht geeft in de mening van het publiek en de zorgen die leven in de omgeving. De raad krijgt de resultaten van de online consultatie aangeboden bij de opinienota in maart. De raad kan de input van de omgeving op

Volgvel

Ons kenmerk

9

deze wijze benutten in de afweging om tot een VKA te komen. Hierbij is het belangrijk om te melden dat wij op basis van de uitkomsten van de online consultatie geen conclusies trekken over de voorkeuren van de omgeving voor een bepaalde variant. De uitkomsten geven juist een goed beeld van de mening van omgeving en de zorgen die er leven bij mensen. Deze informatie vinden wij zeer zinvol voor de raad. Wij zijn het dus niet met u eens dat de resultaten niet meegenomen worden ter ondersteuning van het proces tot besluitvorming. Vraag 14.

FVD vindt het opmerkelijk dat er nog niets gecommuniceerd is vanuit het college over

de mogelijke gezondheidsrisico’s voor mens, dier en milieu die door de industriële windturbines kunnen worden veroorzaakt. Hoe kunnen betrokkenen, of het nu gaat om omwonenden, het Windcollectief of agrariërs beoordelen of zij akkoord zijn met deze windturbines wanneer zij niet in kennis gesteld zijn over de mogelijke gevolgschade? Welke informatie hebben zij hieromtrent tot heden ontvangen? En hoe actueel is de informatie die zij hierover ontvangen? Antwoord De thema’s die betrekking hebben op het aspect gezondheid zijn meegenomen in het planMER. De omgeving heeft kennis kunnen nemen van het plan-MER. Het plan-MER is echter nog van een redelijk hoog abstractieniveau. Dat is inherent aan de fase waarin het project zich bevindt: het bepalen van het VKA. Op basis van de onderzoeken uit het plan-MER concluderen we dat vooral de aspecten natuur en geluid maatgevend zijn voor het bepalen van de richting. De overige milieueffecten vallen allemaal binnen de contourafstanden voor natuur en geluid, of zijn niet onderscheidend voor de verschillende alternatieven. In de volgende fase van het project dient een project-MER opgesteld te worden door de initiatiefnemer in het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning. In dit kader zullen aanvullende onderzoeken op een groter detailniveau worden uitgevoerd.

Vraag 15.

Het voorzorgsprincipe: Een moreel en politiek principe, stelt dat als een ingreep of

beleidsmaatregel potentiële ernstige of onomkeerbare schade aan de samenleving of het milieu kan veroorzaken, de bewijslast bij de voorstanders van de ingreep of maatregel ligt,

Volgvel

Ons kenmerk

10

vooral als er geen wetenschappelijke consensus bestaat over de toekomstige schade. Dit principe is met name relevant in de gezondheidszorg en het milieu, waar ingrepen in complexe systemen kunnen leiden tot onvoorspelbare effecten. Als we kijken naar de Omgevingswet, zien we onder artikel 1.6 dat er een algemene zorgplicht geldt. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Is het college bekend met het voorzorgsprincipe en artikel 1.6 uit de Omgevingswet en hoe zien zij de naleving hiervan terug in hun plannen omtrent de Duurzame Polder? Antwoord Ja, ons college is bekend met artikel 1.6 van de Omgevingswet, waarin de algemene zorgplicht voor de fysieke leefomgeving is omschreven. Met het opstellen van het plan-MER, en in een later stadium de project-MER, worden de milieueffecten (en de effecten op de fysieke leefomgeving) in beeld gebracht en wordt een evenwichtige afweging gemaakt voor de ontwikkeling van het project. Daarnaast wordt er ook nadrukkelijk gekeken op welke wijze, indien er gevolgen zijn, deze gevolgen gemitigeerd of gecompenseerd kunnen worden. Wij zijn van mening dat wij voldoen aan de zorgplicht voor de fysieke leefomgeving. Vraag 16.

Windmolenwieken bestaan uit glasvezel die met epoxy worden geïmpregneerd om ze

sterker te maken. Epoxy bevat 30-40% aan Bisfenol A. Gevolg: het fijnstof dat afkomstig is van eroderende windmolenwieken bevat dan ook een hoog gehalte aan Bisfenol A. Diverse wetenschappers vergelijken Bisfenol A met de gevaren van asbest. Bisfenol A is schadelijk voor het milieu, het is kankerverwekkend en kan hormoonverstorend werken op organismen (vruchtbaarheid kan worden aangetast). Zeer kleine hoeveelheden Bisfenol A kunnen al schade aanrichten aan mens, dier en milieu. Hoewel FVD Oss meerdere malen tijdens commissies heeft gewaarschuwd voor de gevaren van Bisfenol A, is FVD Oss benieuwd of deze waarschuwing inmiddels geland is bij het college en of zij inzien wat de gevaren zijn van Bisfenol A. Kortom, is het college bekend met Bisfenol A en zien zij de gezondheidsrisico’s hiervan voor mens, dier en milieu? En is het college op de hoogte van de bestanddelen waaruit windmolens bestaan? Is het college het met FVD eens dat het plaatsen van windturbines een zeer onverantwoordelijk besluit is, nu het college geïnformeerd is over de risico’s?

Volgvel

Ons kenmerk

11

Antwoord Op basis van de huidige (wetenschappelijke) inzichten over toxische stoffen zoals Bisfenol-A (BPA) is er op dit moment geen aanleiding om hiervoor specifieke voorzieningen te treffen in de Duurzame Polder. BPA wordt vaak genoemd in relatie tot de wieken van windturbines. BPA is een chemische stof die in veel plastic producten zit, zoals bouwmaterialen, elektronica, plastic flessen en speelgoed. Ook wordt het gebruikt in verpakkingsmateriaal van voedsel zoals hard plastic flessen, blikjes en dus ook als onderdeel van het gebruikte epoxyhars in de bladen van windturbines. Door erosie van de bladen komt er materiaal van deze bladen in het milieu terecht. Bij erosie zullen eerst de buitenste lagen verweren, en de emissies zullen dus voornamelijk bestaan uit de beschermende coatings op de bladen. Dit betreft vaak de polymeren polyurethaan of polyacrylaat en toegevoegde stoffen. In extreme gevallen waarin op (delen van) het blad de gehele coating verweerd is zou ook het turbineblad zelf, bestaande uit glasvezel en epoxy, waarvan BPA een bestanddeel is, kunnen slijten en kunnen verweerde deeltjes hiervan in het milieu terecht komen. Het mogelijk vrijkomen van BPA bij windturbines op land wordt nader onderzocht door het RIVM.

Vooralsnog lijkt dit relevanter te zijn bij wind op zee, als het gaat om de epoxy coatings die daar worden toegepast bij de monopile (een funderingsbuis voor windturbines op zee). Zie hiervoor ook Eerste inzicht in emissies van chemische stoffen bij wind op land. Resultaten quickscan | RIVM] Overigens wordt in milieuvergunningen voor bedrijven in andere sectoren niets geregeld over het gebruik en samenstelling van verf en/of coatings naast de NEN-normen. Ook daar vindt slijtage plaats en kunnen er deeltjes buiten de inrichting terechtkomen, maar er vindt geen beoordeling plaats in de milieuvergunning. De nieuwe Omgevingswet omvat net als de voormalige Wet bodembescherming een verbod om te verontreinigen. Als er een verontreiniging als gevolg van de windturbines zou plaatsvinden kan op basis van artikel 1.7 van de Omgevingswet handhavend worden opgetreden. Vraag 17.

Er is vastgesteld dat er veel Europeanen zijn met teveel Bisfenol A in hun lichaam. Wat

vindt het college van deze constatering en ziet het college in dat het beoogde windmolenpark in de Lithse Polder dit gezondheidsprobleem eerder vergroot, in plaats van verkleint?

Volgvel

Ons kenmerk

12

Antwoord Het college vindt dit een zorgelijke ontwikkeling en houdt de wetenschappelijke inzichten rondom dit thema nauwlettend in de gaten. Daarnaast verwijzen wij u naar ons antwoord op vraag 16. Vraag 18.

Is het college ervan op de hoogte dat er in de provincie Flevoland op 8 november 2023

een motie is aangenomen om bodemonderzoek uit te voeren naar o.a. Bisfenol A in de omgeving van windturbines, omdat er in de Flevolandse wateren teveel Bisfenol A is aangetroffen? Antwoord Ja, ons college is hiervan op de hoogte. Ook wij zien de uitkomsten van dit onderzoek graag tegemoet. Vraag 19.

Is het college ervan op de hoogte dat het RIVM al jaren geleden Bisfenol A heeft

gekenmerkt als ‘Zeer Zorgwekkende Stof’ (ZZS)? Hoe kan het dat er tegelijkertijd al die jaren geen aandacht is voor Bisfenol A richting alle betrokkenen van de Duurzame Polder? Antwoord Ja, ons college is hiervan op de hoogte. Voor het overige verwijzen wij u naar ons antwoord op vraag 16. Vraag 20.

Zijn er volgens het college nog meer gezondheidsrisico’s voor het milieu, mens en dier

wat veroorzaakt kan worden door de windturbines, naast Bisfenol A? Zo ja, wat zijn volgens het college de risico’s? Zo nee, hoe sluit het college overige risico’s uit? Antwoord De mogelijke gezondheidsgevolgen als gevolg van hinder van windturbines zijn ons uiteraard bekend. Wij volgen de actuele stand van de wetenschap bij het vaststellen van het programma Duurzame Polder in het kader van de Omgevingswet en het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning. Andere gezondheidsrisico’s zijn ons op dit moment niet bekend.

Volgvel

Ons kenmerk

13

Vraag 21.

Is het college ervan op de hoogte dat windmolens niet enkel schadelijk zijn voor het

milieu, mens en dier, maar eveneens een grove aantasting zijn van de biodiversiteit? In Frankrijk moet een windmolenpark sluiten op oordeel van de rechter, omdat dit windmolenpark leidde tot een vogelkerkhof, een aantasting van het milieu en van de biodiversiteit. Wat vindt het college van deze uitspraak van een Franse rechter en ziet het college ook gevaren voor de (weide)vogels en voor de biodiversiteit in de Lithse polder na het plaatsen van de beoogde windturbines? Het college van Oss heeft biodiversiteit hoog in het vaandel staan, hoe garandeert het college van Oss de biodiversiteit met de komst van het windmolenpark? Antwoord We delen de mening niet dat windmolens “een grove aantasting zijn van de biodiversiteit” zouden zijn. Wel erkennen we dat er effecten zijn op natuur en ecologie, die dan ook zorgvuldig worden onderzocht door erkende gespecialiseerde onderzoeksbureaus op het gebied van natuur en ecologie. Bij het ruimtelijk mogelijk maken van het windmolenpark in het Programma Duurzame Polder en bij het beoordelen van de omgevingsvergunning blijven wij uiteraard altijd binnen de daarvoor geldende Nederlandse wet- en regelgeving voor natuurbescherming. Vraag 22.

Bij wie kunnen omwonenden aankloppen wanneer zij gezondheidsschade oplopen die

wordt veroorzaakt door de beoogde industriële windturbines in de Duurzame Polder? Antwoord Recent onderzoek van Nivel laat zien dat er in de jaren 2012-2021 geen gezondheidsklachten bij huisartsen worden gemeld door omwonenden van windturbines: “Geen invloed van nabijheid windturbines op aan huisarts gepresenteerde gezondheidsproblemen: Er zijn geen consistente significante associaties gevonden tussen wonen in de buurt van windturbines en bijbehorende geluidniveaus en door huisarts gediagnostiseerde gezondheidsproblemen. Problemen die in de literatuur worden genoemd op basis van zelfrapportage van omwonenden (bijv. slaapverstoring) vinden we niet terug.” Dit laat onverlet dat we bij de normstelling voor de Duurzame Polder altijd aan de Nederlandse wetgeving ter bescherming van de volksgezondheid zullen voldoen.

Volgvel

Ons kenmerk

14

Vraag 23.

Bij wie kunnen akkerbouwers en veehouders aankloppen wanneer zij of hun dieren/

gewassen (gezondheids)schade oplopen die wordt veroorzaakt door de beoogde industriële windturbines in de Duurzame Polder? Antwoord Behoudens een verwaarloosbaar groeiverlies van gewassen zijn ons geen schadelijke effecten op dieren of gewassen als gevolg van de nabijheid van windturbines bekend. Windturbines zijn al decennia operationeel in het Nederlandse buitengebied en dan vooral op agrarische gronden. Significante effecten zijn voor zover ons bekend nooit gemeld. Vraag 24.

Tijdens het eerste technische overleg over de Duurzame Polder wat plaatsvond op 2

november 2023 is er een toezegging gedaan om een tweede technisch overleg te organiseren. De nieuwe informatie en inzichten kunnen tijdens een tweede tranche worden overlegd. Wat vindt het college ervan om dit tweede technische overleg niet achter gesloten deuren, maar als openbaar vergaderstuk op de agenda te zetten? Is het college het met FVD eens dat deze informatie ook voor alle betrokken partijen van de Duurzame Polder en voor alle inwoners van Oss toegankelijk moet zijn en dat een technisch overleg een uitgelezen kans is om hen hierin mee te nemen? Zo niet, waarom niet? Antwoord Zoals eerder aangegeven sturen wij in maart een opinienota aan de raad om het concept Voorkeursalternatief te bespreken. Wij willen de Agendacommissie voorstellen dit in twee stappen doen: eerst een technisch overleg en vervolgens de bespreking in de Opiniecommissie Ruimte. Het is aan de agendacommissie om te bepalen of er een technisch overleg komt en of dit overleg in de openbaarheid plaatsvindt. Vraag 25.

Reflecterende vraag aan het college: Kan het college concluderen dat de bovenstaande

artikel 41 vragen van FVD hebben geleid tot nieuwe inzichten/ voortschrijdend inzicht en is het college bereid om de zorgen van FVD serieus te nemen?

Volgvel

Ons kenmerk

15

Antwoord Uiteraard nemen wij de zorgen van uw fractie serieus. Uit de omgevingsconsultatie en de bijeenkomsten die wij afgelopen periode georganiseerd hebben, merken wij ook dat er ook bij de omgeving veel zorgen leven omtrent gezondheid en hinder als gevolg van de windmolens. Wij gaan zeer serieus met deze zorgen om. Voor de beoordeling van de effecten worden de laatste wetenschappelijke inzichten benut. Deze geven momenteel geen aanleiding tot andere inzichten. Uiteraard volgen wij de ontwikkelingen omtrent nieuwe onderzoeken op de voet. Wij vertrouwen erop hierbij uw vragen te hebben beantwoord. Burgemeester en wethouders van de gemeente Oss,

De secretaris,

De burgemeester,

Drs. H. Mensink

Drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=50876d7c-11d1-41db-a8e1-b2a6577a1b53