06 Antwoord op de artikel 41 vragen van DDO over afwijken van regels over (burger)participatie.PDF
Tekst van het document
Fractie DDO T.a.v. de heer Duijs P
E-mail gemeente@oss.nl www.oss.nl
Postbus 5 5340 BA Oss
Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?
Datum
Ons kenmerk
20 april 2023
Behandeld door
Doorkiesnummer
M. van Rijn
Onderwerp
Aantal bijlagen
Artikel 41 vragen van de fractie DDO over ‘afwijken
--
van regels over (burger)participatie’.
Geachte heer Duijs, U hebt het college op 6 april 2023 artikel-41 vragen gesteld. Deze vragen gaan over het afwijken van regels over (burger)participatie. In deze brief beantwoord ik uw vragen puntsgewijs. 1.
Is het college ook van mening dat zij hierin afwijkt?
Het college is niet van mening dat hier sprake van is. Wij zijn ons terdege bewust van het belang van (burger)participatie en sturen op een meer netwerkende en responsieve organisatie. Een gemeente die niet voor de inwoner bepaalt wat goed voor hem of haar is, maar die luistert naar de inwoner en faciliteert. Een gemeente die initiatieven vanuit de samenleving waardeert, faciliteert en de inwoners betrekt bij besluiten waar dat kan. Deze rechterkant van het veel besproken NSOB-Model kan echter niet bestaan zonder de linkerkant, waarin de rechtmatige en presterende overheid ook een plek heeft. Als gemeente hebben we te bewegen tussen die vier kwadranten. Op het gebied van participatie betekent het bewegen dat er per thema of onderwerp gekozen wordt tussen het niveau en de wijze van participatie. 2.
Waardoor komt deze afwijking?
Zie het antwoord bij vraag 1. 3.
Met welke bevoegdheid wijkt het college af?
Zie het antwoord bij vraag 1.
Volgvel
Ons kenmerk
2
4.
Komt het voor dat het college een besluit neemt of herstelt om participatie toch een plek te geven?
Ja, dit komt voor. Participatie is altijd maatwerk. Er zijn zeker 13 redenen voor participatie en die lopen uiteen van het verkleinen van de kloof tussen inwoners en overheid tot aan de verhoging van kwaliteit van het beleid. En van het creëren van draagvlak tot het zorgen voor actief burgerschap. Bij ieder motief van participatie hoort een ander middel van participatie. En als het motief van participatie verandert, dan kan de inzet van participatie ook veranderen. 5.
Als dit zo is, hoe kan de raad dit controleren?
Een visie op participatie is in de maak, waardoor het makkelijker wordt om de uitvoering door het college te toetsen. Ook door het vaststellen van de participatieverordening die daarop volgt. 6.
Welk ambtelijk proces ziet overkoepelend toe op de uitvoering van (burger)participatie en de uitvoering daarvan?
Ook al doen we in Oss al veel mooie dingen op het gebied van participatie, we willen toch groeien op dit vlak. We hebben nog veel te leren. Daarom is er met de bestuursopdracht participatie voor gekozen te gaan werken met een aantal opdrachten. Hierover is in de raad gesproken en er is een duale werkgroep opgericht. Samen met (burger)raadsleden wordt het proces om te komen tot een visie op participatie vormgegeven. Voor de uitwerking van de bestuursopdracht is een projectleider geworven en we richten ons op organisatiebrede implementatie. 7.
Hoe ziet het college toe op de uitvoering en kwaliteit van (burger)participatie?
Deze vraag speelt voor het college ook. We hebben een bestuursopdracht die uitgevoerd gaat worden en daarbij is deze vraag er een die, wat ons betreft, uitgezocht moet worden. 8.
Hoe is er voorzien om het initiatief vanuit inwoners te borgen?
We hebben bijvoorbeeld al het ‘right to challenge’ en er zijn al vele mooie initiatieven van inwoners uitgevoerd. Maar, dit is ook een belangrijk thema bij de vorming van de visie op participatie en de uitvoering van de bestuursopdracht. De borging binnen de organisatie heeft onze aandacht. 9.
Herkent het college dit dilemma? (zorgvuldigheid participatie vs factor tijd)
Nee, het college herkent dit dilemma niet. Het is van belang om steeds van te voren na te denken over hoe participatie moet worden ingevuld en hoe dit ingebed kan worden in de processen.
Volgvel
Ons kenmerk
3
10. Zo ja, hoe gaat ze er mee om? N.v.t. 11. Hoe zorgt het college dat (burger)participatie een plek krijgt in de ontwikkeling van beleid? Participatie maakt al jaren onderdeel uit van onze wijze van werken. Op tal van terreinen, bij grote maatschappelijk vraagstukken en bij beleidsontwikkeling. 12. Wordt daarover gerapporteerd in een jaarverslag? Nee er wordt niet over gerapporteerd in het jaarverslag. Maar we verantwoorden bij beleidstukken zelf, waarin we altijd schrijven hoe we tot dit beleid zijn gekomen en wie we daarbij betrokken hebben. 13. Wordt dit getoetst door een onafhankelijke organisatie? Uiteindelijk is het aan de raad om te controleren of beleid goed wordt uitgevoerd. Het kan ook een onderwerp zijn dat de raad laat onderzoeken door de rekenkamer. 14. Welke participatietaak hebben wijk- en dorpsraden? De wijk- en dorpsraden zijn bij uitstek de partijen die verbinding kunnen maken tussen gemeente en de inwoners van hun wijk of dorp. In de ‘Verordening binnengemeentelijke democratie 2011’ staat in artikel 10 bij punt 3 dat de wijk- en dorpsraden ook uitdrukkelijk een intermediaire rol en een verwijzende functie hebben. Wijk- en dorpsraden nemen geen participatietaken van de gemeente over. 15. Welke middelen ontvangen zij van de gemeente om dit uit te voeren? Ze hebben een formeel vastgelegde rol als adviesorgaan van het college.
Om hier uitvoering aan te geven bieden wij financiële en facilitaire ondersteuning. Conform artikel 13 van de genoemde verordening krijgen de leden een vrijwilligersvergoeding en de wijk- en dorpsraden een vast bedrag per jaar voor organisatiekosten en voor activiteiten in de wijken en dorpen. Daarnaast krijgen ze, conform artikel 8, ondersteuning van een wijkcoördinator. 16. Acht het college dit voldoende? Ja, op dit moment is dat voldoende. Het college heeft door middel van de bestuursopdracht wel besloten te gaan onderzoeken wat de rol van wijk- en dorpsraden in de toekomst moet zijn. De wijk- en dorpsraden krijgen hierbij nadrukkelijk de ruimte om mede hun toekomst vorm te geven. Dit project zal starten als de visie op participatie is vastgesteld.
Volgvel
Ons kenmerk
4
17. Weet het college of de wijk- en dorpsraden behoefte hebben aan een onafhankelijk orgaan om (burger)participatie vorm te geven en hen te ondersteunen? Deze behoefte is bij ons niet kenbaar gemaakt. Met vriendelijke groet,
T.W.G. van Kessel Wethouder Participatie c.a.