06-03-24 Oss Hoorzitting Meanderende Maas - Verslag
Tekst van het document
Verslag Hoorcommissie Bestemmingsplannen Ontwerpbestemmingsplan ‘Meanderende Maas’ Verslag van de openbare zitting van de hoorcommissie op 6 maart 2024, in de Titus Brandsmazaal van het gemeentehuis te Oss
Aanwezig: De leden van de hoorcommissie: Bekir Atman (voorzitter), Sander Ruijs Secretaris hoorcommissie: Roger van den Akker Ambtelijk adviseur: Ilse Loos, Patrick Megens, Tjeerd van Tol Adviseur vanuit het project: Esther van Rosmalen Omgevingsmanager vanuit het project: Peter Rutten Verslag: Verslagbureau More Support te Wamel Afwezig: de heer Calatz Vervolgprocedure: * Adviescommissie Ruimte – 14-03-2024 * Raadsbehandeling – 11-04- 2024
ALGEMENE INFORMATIE VOOR INDIENERS VAN ZIENSWIJZEN Wat is de status en taak van de hoorcommissie? De openbare hoorzitting is een onderdeel van de voorgeschreven bestemmingsplanprocedure. De hoorcommissie treedt op namens de gemeenteraad. De gemeenteraad kiest de leden van de hoorcommissie uit de verschillende partijen in de gemeenteraad. Tijdens de hoorzitting mogen indieners hun reactie (zienswijze) op het ontwerpbestemmingsplan toelichten. De hoorcommissie doet geen uitspraak over de zienswijze. Zij brengt ook geen advies uit naar aanleiding van de zienswijze. De taak van de hoorcommissie is uitsluitend gericht op het streven naar duidelijkheid over de inhoud van de zienswijze. De hoorzitting dient om zeker te stellen dat de gemeenteraad de zienswijze en het onderliggende probleem goed begrijpt. De hoorcommissie kan daartoe vragen stellen aan de reclamant om duidelijkheid te krijgen over diens zienswijze. De hoorcommissie kan ook vragen stellen aan de aanwezige ambtelijk adviseur. Het is belangrijk dat reclamanten (indieners van zienswijzen) tijdens de hoorzitting geen nieuwe elementen inbrengen. Het mag dus alleen gaan over de punten die reeds in de ingediende schriftelijke zienswijze zijn opgenomen. Eventuele nieuwe inbreng kan op een later moment worden ingebracht.
(Zie vervolgprocedure) Hoe verloopt een hoorzitting? Tijdens de hoorzitting is de kaart van het bestemmingsplan beschikbaar. De hoorcommissie stelt eerst samen met de reclamant vast over welk perceel de zienswijze gaat. De reclamant kan daarna diens zienswijze toelichten. Na deze toelichting komt eerst de ambtelijk adviseur aan het woord. Zo nodig, wijst de ambtelijk adviseur erop, dat reclamant nieuwe zaken of omstandigheden aanvoert. Ook de ambtelijk adviseur kan vragen stellen aan de reclamant. Daarna kunnen de leden van de hoorcommissie vragen stellen. Hoe verloopt de verdere procedure? ▪ De reclamant, de raadsadviescommissie en de gemeenteraad ontvangen het verslag van de hoorzitting. ▪ De reclamant zal worden geïnformeerd over de data van commissie- en raadsbehandeling.
Hoorcommissie – 6 maart 2024
inzake Meanderende Maas
Pag. 1
▪ Het College van Burgemeester en Wethouders formuleert een reactie op de zienswijze. Deze reactie maakt deel uit van het concept-zienswijzenverslag, dat aan alle indieners van zienswijzen wordt toegestuurd. Zodra het college aan de raad heeft geadviseerd over de reactie op de ingediende zienswijze ontvangt de reclamant daarvan dus ook een exemplaar. ▪ Tevens ontvangen indieners van zienswijzen het concept-besluit over het vast te stellen bestemmingsplan. ▪ Verder ontvangt de reclamant bericht over de exacte vergaderdata waarop onderhavig bestemmingsplan besproken wordt in de adviescommissie en door de gemeenteraad. ▪ Mochten er punten zijn die niet in de zienswijze en de hoorzitting van heden aan de orde zijn gekomen, maar volgens bezwaarde bij nader inzien wel van belang zijn voor de beoordeling, dan kan nogmaals – in vervolg op de hoorzitting van heden – gebruik worden gemaakt van het inspreekrecht. Mocht er behoefte zijn aan nieuwe, aanvullende inbreng, dan is het namelijk mogelijk om gebruik te maken van de inspreekmogelijkheid tijdens de vergadering van de raadsadviescommissie, waarin het ontwerp bestemmingsplan meanderende Maas aan de orde komt. Herhaling van de inbreng, zoals verwoord tijdens de hoorzitting, is echter overbodig. − Het spreekrecht voor de raadsadviescommissie moet door reclamant vooraf bij de raadsgriffie worden aangevraagd.
− Een inspreekreactie tijdens de vergadering van de raadsadviescommissie wordt geen onderdeel van de zienswijze die aan de hoorcommissie is toegelicht. − De raadsadviescommissie betrekt de inspreekreactie bij de discussie over het bestemmingsplan. − De raadsadviescommissie adviseert de gemeenteraad over het bestemmingsplan. ▪ De schriftelijke reactie van de gemeenteraad (het zienswijzenverslag) gaat niet in op de inspreekreactie. ▪ De besluitvorming over het bestemmingsplan is aan de gemeenteraad en zal plaatsvinden tijdens een formele raadsvergadering. Het verslag van de hoorzitting maakt integraal deel uit van het dossier inzake het bestemmingsplan.
Verslag hoorzitting 1
Opening en mededelingen De voorzitter heet de aanwezigen welkom bij de hoorzitting van de Hoorcommissie Bestemmingsplannen. De voorzitter stelt de leden van de hoorcommissie voor, alsmede de verdere aanwezigen. De aanwezigheid wordt verwerkt in de presentielijst. De voorzitter schetst de achtergrond, samenstelling, taak en doelstelling van de hoorcommissie. Wat dit betreft, wordt verwezen naar de algemene informatie boven het verslagdeel. De voorzitter benadrukt dat het niet tot de taak van de hoorcommissie behoort om vandaag een uitspraak te doen of advies uit te brengen. De taak van deze hoorcommissie is erop gericht om ervoor te zorgen dat er duidelijkheid bestaat over de ingediende zienswijzen. De reclamant dient zich te beperken tot de zaken die in de zienswijze zijn vermeld. De voorzitter vult aan dat het hier gaat om de taak van de gemeente namelijk de vaststelling van het bestemmingsplan.
2
Ontwerpbestemmingsplan Meanderende Maas
2.1
Reclamant 1 – Raadsman namens reclamant 2.1 De raadsman (Linssen Advocaten) memoreert dat reclamant op 23 oktober 2023 diens zienswijze in beeld heeft gebracht. Hij is van mening dat zijn cliënten aanzienlijk worden geraakt door voorliggend ontwerpbestemmingsplan. Een drietal verbeeldingen wordt voorgelegd. Verbeelding op bijlage 1 - De rode stip betreft het bedrijf van cliënt, zijnde een melkveebedrijf met 640 melkkoeien en jongvee. Het totale areaal in de directe omgeving van cliënt dat aan de landbouw wordt onttrokken, is circa 570 hectare. Kort geleden heeft in het gebied een grootschalige landinrichting plaatsgevonden. Het gehele gebied is opnieuw ingericht waarbij ruimte is geboden aan grote- en moderne landbouwbedrijven. Vanwege de vitaliteit van de aanwezige agrarische bedrijven is - mede door sturing vanuit de overheid een grote behoefte aan landbouwgrond. In het ontwerpplan wordt 570 hectare grond onttrokken. Dit
Hoorcommissie – 6 maart 2024
inzake Meanderende Maas
Pag. 2
leidt tot een schaarste aan landbouwgrond. De raadsman geeft aan dat in een gebied met grote melkveebedrijven die geacht worden om steeds meer grondgebonden te gaan produceren dit vanzelfsprekend tot grote problemen leidt. Verbeelding op bijlage 2 - Het blauw gemarkeerde gebied geeft weer waarvoor deze percelen afgelopen jaar landbouwkundig zijn gebruikt door de lokale agrariër. De raadsman vraagt zich af waar deze gewassen in de toekomst geteeld moeten worden en waar deze bedrijven hun mest voortaan kunnen afzetten. De raadsman geeft aan dat dit probleem alleen met een integrale aanpak op een adequate manier kan worden opgelost. De raadsman meent dat de integrale aanpak ertoe zal leiden dat één of meerdere agrariërs moeten verhuizen naar elders c.q. uitgeplaatst moeten worden, teneinde ruimte te creëren voor de achterblijvende agrariërs zonder dat dit tot onnodige spanningen leidt. Cliënten hebben kenbaar gemaakt onder voorwaarden bereid te zijn tot uitplaatsing. Een belangrijke voorwaarde daarbij is de financiële haalbaarheid van de voorgenomen verplaatsing. Bijlage drie, verbeelding drie betreft de gemeentelijke plannen met betrekking tot wonen, zorg en onderwijs. Deze plannen blijken geprojecteerd in het huiskavel van cliënt. Cliënt is bereid om een deel van diens huiskavel aan de gemeente beschikbaar te stellen voor de voorgenomen dorpsuitbreiding.
Daarmee kan deze ontwikkeling een drager worden voor het verplaatsen van het bedrijf van cliënt. Gelet op de omvang van de bedrijven en het areaal waarin zij werken, geeft het ‘lucht’ om met andere agrariërs tot een passende oplossing te kunnen komen. De raadsman vraagt of een eventuele verplaatsing van de cliënt integraal opgepakt kan worden met alle gebiedsactieve overheden. Zonder deze integrale aanpak vreest de raadsman dat diens cliënt zal verzanden in lange procedures die uiteindelijk niet leidt tot een door alle partijen gewenste oplossing. Tot voor kort is door cliënten constructief meegewerkt aan een oplossing. Om onbekende redenen hebben de bevoegde autoriteiten recentelijk gekozen voor een niet integrale aanpak en de focus ligt nu uitsluitend op de verwerving van gefragmenteerde percelen van cliënten. Het ontwerpbestemmingsplan heeft consequenties voor alle percelen van cliënten en doet geen recht aan de situatie. De raadsman verzoekt de commissie alsnog de keuze voor een integrale aanpak te bevorderen. De voorzitter vraagt aan de ambtelijk adviseur of er zaken naar voren zijn gebracht die nieuw zijn ten opzichte van de ingediende zienswijze, dan wel dat er nog vragen zijn over de zienswijze of de geboden uitleg. Ambtelijk wordt aangegeven dat de opmerking over dorpsuitsbereiding is niet in de zienswijze opgenomen.
De raadsman verwijst naar de ingediende verbeeldingen, waarop het huiskavel is ingetekend en licht toe dat er een noodzaak was om een nieuwe school te plaatsen. Het plan van de gemeente is om de nieuwe school met nieuwe zorgwoningen op het huiskavel van client te plaatsen. De huiskavel is hiervoor het beste gesitueerd en door het verplaatsen van het bedrijf van cliënt wordt ruimte gecreëerd voor dit plan. Cliënt is bereid om te verplaatsen, maar wel op basis van een integrale aanpak. De voorzitter concludeert dat de zienswijze van de reclamant helder is voor de hoorcommissie.
Hoorcommissie – 6 maart 2024
inzake Meanderende Maas
Pag. 3
2.2
Reclamant 2, raadsman namens reclamanten 2.2.1, 22.2 en 2.2.3 Reclamant 2.1 Adviseur (Ceelen Rentmeesterskantoor) vertegenwoordigt reclamant 2.1. Tijdens de hoorzitting wordt een brief van de adviseur ingebracht, gedateerd 6 maart 2024. In dit schrijven wordt erop gewezen dat cliënt geen reactie heeft ontvangen op diens zienswijze, zoals schriftelijk ingediend op 26 september 2023. Adviseur verwijst naar afbeelding 2, opgesteld door adviseur en toegevoegd in de bijlage. De adviseur benadrukt dat het hier 570 hectare buitendijkse gronden betreft waarvan in 2023 in de gebieden ‘De Waarden’ en ‘Ossenkamp’ circa 225 hectare volledig in agrarisch gebruik waren. Adviseur meent dat de bovengenoemde gebieden verworven worden voor natuurontwikkeling. Hij wijst op de Kaderrichtlijn Water, KRW, waarbij in de aanbieding geen rekening is gehouden met de beheerstroken en de vierprocentsnorm die daarbij hoort. Daarnaast gelden voor de waterlopen binnendijks andere normeringen dan voor de waterlopen buitendijks. In de aanbieding is ook hier geen rekening mee gehouden. Adviseur vraagt aan de commissie om zich te verdiepen in de problematiek van cliënt en te pleiten voor de verplaatsing op reconstructiebasis van een van de grote bedrijven, zodat ruimte gecreëerd wordt voor andere landbouwbedrijven om hun bedrijf te kunnen voortzetten. Hij vraagt de commissie tot een passende oplossing te komen.
De voorzitter vraagt aan de ambtelijk adviseur of er zaken naar voren zijn gebracht die nieuw zijn ten opzichte van de ingediende zienswijze of dat er nog vragen zijn over de zienswijze, dan wel de gegeven uitleg. De ambtelijk adviseur vraagt te verhelderen welk gedeelte van de zienswijze betrekking heeft op het bestmemingsplan. De adviseur reageert dat de inspreekreactie ingaat op de gevolgen van het bestemmingsplan. De adviseur meent dat de kans bestaat dat na de herbestemming, percelen overblijven die niet meer geschikt zijn voor agrarische doeleinden. Hij vraagt extra aandacht hiervoor. De Commissie wijst op afbeelding 2 en duidt specifiek op het blauwe deel in het midden. De vraag is of het bedrijf van reclamant in dit gebied is gesitueerd. De adviseur bevestigt de ligging van het bedrijf van reclamant 2.1. Reclamant 2.2 De adviseur benoemt dat een oplossing is gevonden voor reclamant 2.2 en dat dit verder geen direct belang meer heeft voor de taak van commissie. Reclamant 2.3 De adviseur meldt dat voor reclamant 2.3 inmiddels diens bezwaren wat betreft het gebruik van de paardenbak en de vrees voor gevolgschade, naar tevredenheid van cliënt zijn opgelost. Echter, reclamant heeft nog geen inhoudelijke reactie ontvangen wat betreft de waterafwikkeling ter hoogte van het kadastrale perceel Oss P 289 aan de Nonnenstraat 14 te Megen.
Adviseur toont de foto van bijlage 2-3, waarbij de Maas aan de bovenzijde van de woning is gelegen en
Hoorcommissie – 6 maart 2024
inzake Meanderende Maas
Pag. 4
rechts van de woning de straat ligt waar het heden om gaat. Bij de vorige dijkverbetering, ter hoogte van de rechterzijde van de huidige nieuwbouwwoning, is een straatkolk geplaatst voor de afwatering van het water van het dijklichaam. Na enkele jaren was de hele leiding met de kolk dichtgeslibd. De adviseur vraagt de commissie om voor de Meanderende Maas een plan van aanpak met duurzame maatregelen op te stellen, dat aan een extern bureau gepresenteerd kan worden. De voorzitter vraagt de ambtelijk adviseur of er zaken naar voren zijn gebracht die nieuw zijn ten opzichte van de ingediende zienswijze of dat er nog vragen zijn over de zienswijze of de gegeven uitleg. Ambtelijk wordt aangegeven dat de zienswijze vooral de plannen van de dijkverbetering betreft. Dit heeft meer betrekking heeft op de Waterwet. Adviseur van de reclamant reageert dat de waterafvoer ter hoogte van de bouwblokken in het bestemmingsplan geregeld kan worden. De Commissie geeft aan dat de waterkwestie niet het oorspronkelijke bestemmingsplan omvat. De adviseur meent dat dit wel wordt genoemd. De voorzitter stelt vast dat de zienswijze van de adviseur helder is voor de hoorcommissie. 2.3
Reclamant 3 De adviseur (DLV Advies) neemt het woord namens reclamant drie. De adviseur benadrukt drie kernbegrippen, namelijk: grondschaarste, blijvende bewoners (‘blijvers’) en een passende oplossing. Het hoofdthema is gericht op een herbestemming van circa zes hectare landbouwgrond naar natuur. Na de herbestemming ‘natuur’ is het niet meer toegestaan deze grond voor agrarische doeleinden te gebruiken. Indien de bestemming wijzigt, heeft dit reële effecten voor de bedrijfsvoering van cliënt en voor diens toekomst. Een melkveebedrijf is verplicht om 75 procent van de mest binnen een straal van vijftien kilometer op eigen land af te zetten. Het beeld wordt gecreëerd dat zes hectare niet veel is op het totale perceel van het bedrijf. Om te blijven voldoen aan alle vergunningsverplichtingen en eisen uit Wet- en regelgeving moet wel gezorgd worden voor verwerving van aanvullende gronden. De punten uit de zienswijze zijn erop gericht om de persoonlijke en algemene belangen te herkennen en te erkennen. De kernboodschap is, dat aan de belangen van de ondernemers op betreffende locatie zoveel schade kan worden toegebracht aan een gezonde bedrijfsvoering dat dit gevolgen heeft voor de toekomst, waardoor het onmogelijk is om het bedrijf voor te zetten.
De adviseur stelt dat de grondschaarste voor iedereen aan de orde is, maar niet tekort gedaan mag worden aan familiebedrijven en andere ondernemers die al jarenlang in het betreffende gebied wonen en werken. De adviseur stelt dat voorliggend bestemmingsplan tot veel onzekerheid over de toekomst leidt. De adviseur vraagt de commissie op zoek te gaan naar een passende oplossing. Het gevoel heerst dat de ondernemer meer inlevert dan dat terugontvangt. De voorzitter vraagt aan de ambtelijk adviseur of er zaken naar voren zijn gebracht die nieuw zijn ten opzichte van de ingediende zienswijze of dat er nog vragen zijn over de zienswijze of de gegeven uitleg. Ambtelijk wordt aangegeven dat door de reclamant geen nieuwe punten zijn aangevoerd. Ambtelijk zijn er geen vragen aan de adviseur van reclamant. De voorzitter concludeert dat de zienswijze van de adviseur van de reclamant helder is voor de hoorcommissie.
2.4
Reclamant 4 Reclamant licht toe dat hij op persoonlijke titel inspreekt en niet als lid van de dorpsraad. Reclamant legt uit dat diens zienswijze is gericht op het gedeelte van de dijk vanaf de Sluis van Macharen
Hoorcommissie – 6 maart 2024
inzake Meanderende Maas
Pag. 5
tot aan de bierbrouwerij Oijen. Dit betreft een traject van 800 meter waarvan het eerste gedeelte de Tuimeldijk is en het tweede gedeelte overgaat in de Gronddijk. Reclamant meent dat de verkeersafwikkeling in dit gebied zal veranderen als gevolg van voorliggend plan. Reclamant schetst de bestaande situatie: aan de dijk ligt een wandelpad van een meter breedte. De wens vanuit de dorpsbewoners is om veilig een rondje te kunnen lopen met een mooi uitzicht. Vanuit Macharen ligt een afrit naar een hondenlosloopterrein. De huidige situatie is dat langzame en snelle weggebruikers de weg gebruiken en wandelaars op de dijk lopen. Macharen heeft geen park, maar wel twee plantsoenen. Voor een wandeling zijn de dorpsbewoners aangewezen op de strook rondom het dorp. Reclamant meent dat in het ontwerpplan op de dijk een gecombineerd fiets- en wandelpad is ingetekend en een dertig kilometer zone voor het overige verkeer. Reclamant is van mening dat een dergelijk plan een onveilige verkeerssituatie oplevert, met name voor de wandelaars. De onderhoudsstrook van twee meter wordt nu gebruikt als hondenlosloopterrein. In het bestemmingsplan ontbreekt het hondenlosloopterrein. De voorzitter vraagt aan de ambtelijk adviseur of er zaken naar voren zijn gebracht die nieuw zijn ten opzichte van de ingediende zienswijze of dat er nog vragen zijn over de zienswijze of de gegeven uitleg.
Ambtelijk wordt aangegeven dat in het bestemmingsplan geen fiets- en wandelpaden worden geregeld. Reclamant verwijst naar de tekeningen bij het bestemmingsplan. Daarin is dit wel aangegeven. De voorzitter zegt toe dat hierop teruggekomen wordt. De voorzitter concludeert dat de zienswijze van de adviseur helder is voor de hoorcommissie. 2.5
Reclamant 5 Reclamant spreekt in namens vijftien hondenbezitters. De hondenbezitters laten hun honden uit in de uiterwaarden. Indien het huidige uitlaatterrein wordt herbestemd als ‘natuur’ mogen de honden niet langer loslopen in de uiterwaarden. Reclamant is van mening dat met vele groepen rekening wordt gehouden, waaronder wandelaars, fietsers, rolstoelgebruikers et cetera, maar niet met de hondenbezitters. Aangezien hondenbezitters hondenbelasting betalen, zou met deze groep ook rekening moeten worden gehouden. Reclamant vraagt aan de gemeente Oss om een hondenlosloopterrein te creëren. De voorzitter vraagt aan de ambtelijk adviseur of er zaken naar voren zijn gebracht die nieuw zijn ten opzichte van de ingediende zienswijze of dat er nog vragen zijn over de zienswijze of de gegeven uitleg. Ambtelijk wordt aangegeven dat door de reclamant geen nieuwe zaken zijn aangevoerd. Ambtelijk zijn er geen vragen aan de reclamant. De omgevingsmanager van het project licht toe, dat de inbreng van reclamant 5 specifiek is gericht op het plan van Natuurmonumenten ter hoogte van Demen en Dieden. Reclamant vult aan dat Ravenstein een hondenloslaatterrein heeft. In het kader van de Meanderende Maas ontbreekt dit. De voorzitter concludeert dat de zienswijze van de reclamant helder is voor de hoorcommissie.
2.6
Reclamant 6 Reclamant geeft aan, dat het gebied Ravenstein-stad niet in het bestemmingsplan is opgenomen. Hij is van mening dat iedereen die belang hecht aan de uitvoering van het bestemmingsplan en belangstelling heeft voor het cultureel erfgoed dat zich in dit gebied bevindt, gehoord mag worden. Reclamant geeft aan dat het hierbij gaat om een gebied vanaf de snelweg A50 tot ongeveer 150 meter over het spoor. Naar zijn mening wordt de cultuurhistorische omgeving met voorliggend bestemmingsplan in sterke mate aangetast. Reclamant verwacht dat de overheid, zijnde de gemeente of de provincie, adviezen geeft, een overlegsituatie inplant en een bestemmingsplan presenteert waarbij
Hoorcommissie – 6 maart 2024
inzake Meanderende Maas
Pag. 6
direct aanwonenden directe invloed kunnen uitoefenen. Reclamant geeft aan dat in de 150 documenten die zijn gepresenteerd geen bestemmingsplan beschikbaar is. De voorzitter vraagt aan de ambtelijk adviseur of er zaken naar voren zijn gebracht die nieuw zijn ten opzichte van de ingediende zienswijze of dat er nog vragen zijn over de zienswijze of de gegeven uitleg. De ambtelijk adviseur noteert dat reclamant aangeeft dat het bestemmingsplan ontbreekt en er derhalve nu geen uitspraken gedaan kunnen worden. De ambtelijk secretaris geeft aan dat een verzoek kan worden gedaan om een bestemmingsplan in te dienen. Reclamant geeft aan dat hij het aan de commissie overlaat om dit te op te volgen. De voorzitter concludeert dat de zienswijze van de reclamant helder is voor de hoorcommissie. 2.7
Reclamant 7 Reclamant licht toe, dat diens inspreekreactie is beperkt tot het gebied ter hoogte van Ravenstein, dijkvakken 1.1 t/m 1.4. Dit betreft het gebied tussen de bruggen en zal uitsluitend ingaan op het deel dat binnen de jurisdictie van de gemeente valt. Reclamant stelt voorop dat er geen bezwaar is tegen het verbreden of verzwaren van het dijklichaam Ravenstein of het verhogen van de dijken, maar wel bezwaar maakt tegen de manier waarop dit gebeurt. Het projectplan staat lijnrecht tegenover de ambitie om de klimaatdoelen te realiseren, zoals vergroening en regenwaterinfiltratie. Reclamant vult aan dat het om een groen gewasgebied gaat met onder andere honderd jaar oude lindenbomen. Dit gebied wordt doorgesneden voor een kolossale muur, verharde wandelpaden en trappartijen. Dit houdt de infiltratie van het regenwater tegen en gaat ten koste van de flora en fauna in het gebied. In de stukken is geen ecologisch onderzoek te vinden. Reclamant maakt bezwaar tegen de bouw van een kademuur. De kap van een tiental laanbomen leidt tot een aantasting van het unieke, rijksbeschermde stadsgezicht Ravenstein. In de stukken wordt bovendien niet aangetoond dat de beoogde waterveiligheid met de maatregelen wordt bereikt. Reclamant meent dat de waterveiligheid beter en goedkoper bereikt kan worden door middel van een een gronddijk.
In de plannen Meanderende Maas staan soberheid en doelmatigheid voorop, maar de plannen van Ravenstein tonen het tegendeel. De bouw van de muur in een beschermd stadsgezicht is wettelijk gezien onmogelijk zonder vergunningen omdat het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd moet worden. Het bestemmingsplan ontbreekt echter en dat geldt ook voor de vergunningsaanvraag van RCE. Bovendien wordt het historisch karakter van Ravenstein vervalst. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat hier nooit een meter dikke stadsmuur heeft gestaan. De commissie Meanderende Maas beargumenteert hun keuze voor een muur met de situatie in Grave, maar in feite zijn deze twee situaties onvergelijkbaar. Reclamant merkt op dat de commissie Meanderende Maas stelt dat de gronddijk bij Ravenstein onacceptabel is omdat door de beoogde verhoging van veertig cm, de authentieke en beschermde rondelen deels aan het oog onttrokken worden. Reclamant meent dat dit overdreven is, omdat een eventuele verbreding van de dijk in het niet valt bij de kolossale afmetingen van de rondelen. Toch spreekt de Commissie MER positief over de communicatie met de Commissie Meanderende Maas. Reclamant is van mening dat het vooral eenrichtingsverkeer betreft. De bouw van de muur stond al vast en daarover kon niet meer gesproken worden.
Reclamant geeft aan dat de website van Meanderende Maas een vertekend beeld geeft van de werkelijkheid. De site zou eensgezindheid uitstralen, maar het tegendeel is waar. Bij bestudering van de stukken stelt reclamant vast dat de stukken onduidelijk, onvolledig en ontoegankelijk zijn. Een ordelijke en wettelijke instemmingsprocedure ontbreekt. Ook ontbreken gedetailleerde tekeningen van de situatie in Ravenstein, een materialiseringslijst en zijn er geen maten opgegeven. In de plannen zijn geen onbedoelde neveneffecten meegenomen, zoals de overlast van graffiti op een kademuur.
Hoorcommissie – 6 maart 2024
inzake Meanderende Maas
Pag. 7
De voorzitter vraagt aan de ambtelijk adviseur of er zaken naar voren zijn gebracht die nieuw zijn ten opzichte van de ingediende zienswijze of dat er nog vragen zijn over de zienswijze of de gegeven uitleg. Ambtelijk wordt aangegeven dat door reclamant geen nieuwe zaken zijn aangevoerd. Ambtelijk wordt aangegeven dat het bezwaar vooral is dat er geen bestemmingsplan beschikbaar is. De voorzitter concludeert dat de zienswijze van de reclamant helder is voor de hoorcommissie. 2.8
Reclamant 8 De adviseur (MNP Advies) geeft aan dat tussen de dijk en de woning van cliënt een bosje ligt. Dit gaat verdwijnen. De adviseur is van mening dat het bestemmingsplan tekortschiet in het ecologisch onderzoek. Veel soorten worden waargenomen, waaronder de steenuil, maar het is onduidelijk waar deze soorten verblijven. De ambtelijk adviseur van het project vraagt of de uil in de zienswijze wordt genoemd. De adviseur reageert bevestigend. De voorzitter vraagt aan de ambtelijk adviseur of er zaken naar voren zijn gebracht die nieuw zijn ten opzichte van de ingediende zienswijze of dat er nog vragen zijn over de zienswijze of de gegeven uitleg. Ambtelijk wordt aangegeven dat door reclamant geen nieuwe zaken zijn aangevoerd. De voorzitter concludeert dat de zienswijze van reclamant helder is voor de hoorcommissie. De zitting wordt enkele minuten geschorst.
2.9
Reclamant 9 Reclamant is niet aanwezig. De hoorzitting wordt derhalve beëindigd.
Sluiting De voorzitter dankt alle aanwezigen en sluit de zitting om 15.15 uur.
Hoorcommissie – 6 maart 2024
inzake Meanderende Maas
Pag. 8