CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Antwoord op de artikel 41 vragen van SP over Uitvoeringsagenda landbouwers in de oostelijke polder

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente OssBij agendapunt: Antwoord op schriftelijke vragen, artikel 41 vragen Reglement van Orde1.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leefomgeving, Wonen en Economie Raadhuislaan 2, Oss Telefoon 14 0412

SP

Fax [0412] 64 26 05 E-mail gemeente@oss.nl

Adrie Geerts

www.oss.nl

Postbus 5 5340 BA Oss

Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?

Datum

Ons kenmerk

17-12-2024

Behandeld door

Doorkiesnummer

H. Koeslag

9087

Onderwerp

Aantal bijlagen

Artikel 41 vragen

-

Geachte heer Geerts, Op 18 november jl. stelde u aanvullende vragen ten aanzien van de uitvoeringsagenda oostelijke polder. Hieronder heb ik uw vragen beantwoord; 1.

Waarom wordt in de uitvoeringsagenda geen aandacht besteed aan het verminderen van de stikstofuitstoot (ammoniak) uit stallen? (toelichting: in uw antwoord gaat u in op het sluiten van kringlopen, het vergisten van mest, het telen van eiwitrijke gewassen enz, maar de vraag gaat over stallen. Daarom graag alsnog antwoord op de vraag). Antwoord: U vraagt naar de ammoniak uitstoot uit stallen. Ammoniak speelt een cruciale rol in de stikstof uitstoot. Ammoniak vormt doordat urine en de mest samen in de mestkelder belanden wanneer vee op stal staat. Boeren zijn gebonden aan het houden van specifieke, vergunbare stalvloeren en kelders. Voor de melkveehouderij geldt dat per 1 januari 2026 er voldaan moet worden aan emissiearme systemen wat de uitstoot moet gaan verminderen. Boeren hebben veelal gewacht met het doen van deze investeringen omdat hier lang onduidelijkheid over bestond. De provincie is hierin het bevoegd gezag. In het verkennend onderzoek van de gemeente (2024; Kragten, RIB van 10 september 2024) wordt vermeld dat de toepassing van de nieuwe vloeren (als autonome ontwikkeling) een reductie oplevert van ca 55%. Een eventuele extensivering van de veestapel (nu nog niet bekend of dit plaats gaat vinden) zorgt voor een reductie van 68%. Dit onderzoek betreft de westelijke polder, maar deze maatregelen gelden ook voor de boeren in de oostelijke polder.

Volgvel

Ons kenmerk

2

In het Bod worden daarnaast nog andere maatregelen vermeld en omvatten het scheiden van mest aan de bron (voorkomen van ontstaan ammoniak), hergebruik van nutriënten (verkleinen van de kringloop door o.a. toepassen van renure) en eigen eiwitten te telen i.p.v. voer te importeren. Geïmporteerd voer speelt namelijk een grote rol in de stikstofuitstoot en zorgt voor schade aan ecosystemen elders in de wereld. 2.

Bent u het eens met de SP dat juist in de oostelijke polder het belangrijk is om de stikstofuitstoot te verminderen omdat de natuur in Herperduin en de Maashorst zeer stikstofgevoelig is? Zo niet, waarom niet? (toelichting: in uw antwoord verwijst u naar het antwoord op vraag 1. Onze vraag heeft echter betrekking op de uitstoot van ammoniak en daar geeft uw antwoord op vraag 1 geen duidelijkheid over. Daarom graag alsnog antwoord op onze vragen). Antwoord: Ja, het is belangrijk om de uitstoot van stikstof te verminderen, dat zal ten goede komen van de natuur in Herperduin en de Maashorst én alle andere natuur. Overigens komt een groot deel van de uitstoot van bronnen anders dan de melkveehouderij en ook komt een groot deel van de uitstoot van buiten onze gemeente. We onderschrijven het belang dat er reductie van de uitstoot aan de bron wordt verminderd.

3.

Waarom wordt in de uitvoeringsagenda geen aandacht besteed aan het verminderen van de stikstofuitstoot (ammoniak) bij het toedienen van dierlijke mest op grasland (emissiearme technieken, verdunnen met water, precisiebemesting enz.)? (toelichting: in uw antwoord gaat u in op het vergisten van mest en het gebruiken als bodemverbeteraar, maar u zegt niets over het gebruiken van emissiearme toedieningstechnieken, zoals gevraagd. Daarom graag alsnog antwoord op de vraag). Antwoord: U vraagt naar specifieke oplossingen die toegepast kunnen worden door individuele boeren. Echter hebben wij daar nu geen detailgegevens over, dit zijn bedrijfsspecifieke maatregelen. In de uitvoeringsagenda is precisiebemesting overigens wel vermeld. Dat sluit overigens niet uit dat de door u gesuggereerde technieken in de toekomst wel degelijk ingezet gaan worden, voor zover dit al niet gedaan wordt.

4.

Uw antwoord op onze vraag 4 leidt niet tot vervolgvragen bij de SP.

5.

Uw antwoord op onze vraag 5 leidt niet tot vervolgvragen bij de SP.

6.

In de uitvoeringsagenda wordt gesproken over ‘het telen van specifieke gewassen die bepaalde giftige stoffen in de bodem kunnen vangen’. In de uitvoeringsagenda wordt dit gezien als een nieuw verdienmodel. De SP heeft uitleg gevraagd middels technische vragen, maar hier geen antwoord op gekregen. De SP blijft benieuwd wat hier wordt bedoeld en hoe die giftige stoffen in de bodem zijn gekomen. Ook is de SP benieuwd naar wat er daarna met de (giftige?) gewassen gebeurt? Graag uitleg. En zijn er risico’s voor de winning van drinkwater, voor de omwonenden of voor de biodiversiteit? (Toelichting: uit uw antwoord maken wij op dat het om zware metalen gaat. Gesuggereerd wordt dat deze afkomstig zijn van ingelaten Maaswater of overstorten van de riolering. Ons lijkt dit niet aannemelijk. Daarom stellen wij de volgende vervolgvragen):

Volgvel

Ons kenmerk

3

a) 6a. Mocht het zo zijn dat deze zware metalen afkomstig zijn van ingelaten Maaswater of overstorten van de riolering, hoe verklaart u dan dat deze stoffen vanuit de sloot op het boerenland terecht zijn gekomen? Antwoord: Op dit moment kunnen we daar geen antwoord op geven. De gemeente is geen bevoegd gezag als het gaat om het beheersen van oppervlakte water, dat is het Waterschap. Het Waterschap heeft in het kader van de KRW een onderzoek lopen naar de herkomst en waarden van deze stoffen in het gebied. Indien dit afgerond is deelt zij deze met de gemeente. Wellicht kan er dan meer duiding gegeven worden over de herkomst is van deze stoffen. b) 6b. Zou het niet meer voor de hand liggen dat deze zware metalen (waarschijnlijk gaat het om zink en wellicht ook koper) met de mest op het land zijn gekomen, bijvoorbeeld omdat ze zijn toegevoegd als antibioticum aan veevoer? Antwoord: Zie ook ons vorige antwoord. Het is ons niet bekend of zware metalen via mest op het land terecht komen. Ook is ons niet bekend of antibiotica zware metalen bevatten waardoor het zou komen dat deze in significante hoeveelheden dit op het land zouden komen. c)

6c. Vindt u het in dat geval gerechtvaardigd om belastinggeld te gebruiken voor het saneren van landbouwbodems die door agrarisch gebruik zijn vervuild? Antwoord: We beschikken niet over informatie dat landbouwgrond dusdanig is vervuild door agrarisch gebruik dat er gesaneerd moet worden. De gemeente stelt ook geen middelen ter beschikking om te saneren.

d) 6d. Wij hebben hierboven een tweetal deelvragen onderstreept omdat ze op 31 oktober niet zijn beantwoord. Bent u bereid ze alsnog te beantwoorden? Antwoord: gewassen die gebruikt zijn om (giftige) stoffen op te nemen worden na de groeiperiode afgevoerd. Er is geen risico voor omwonenden of de biodiversiteit. Drinkwater wordt niet gewonnen uit oppervlaktewater en ook daar is dus geen risico. 7.

Uw antwoord op onze vraag 7 leidt niet tot vervolgvragen bij de SP.

8.

Uw antwoord op onze vraag 8 leidt niet tot vervolgvragen bij de SP.

9.

In de raadsinformatiebrief stelt u dat ‘deze agenda zich richt op het verbeteren van de bodem-, water- en luchtkwaliteit, met als doel om te voldoen aan Europese, nationale en provinciale doelen op het gebied van duurzaamheid, terwijl een economisch rendabel model voor agrariërs wordt nagestreefd’. Bent u het eens met de SP, gezien onze vragen 1 t/m 5 dat de Europese, nationale en provinciale doelen in de voorliggende uitvoeringsagenda onvoldoende tot uiting komen? (toelichting: in uw antwoord stelt u dat de Europese, nationale en provinciale doelen onvoldoende concreet zijn en dat boeren niet weten waar ze aan toe zijn. Dat verbaast ons. De Nitraatrichtlijn dateert van 2019, de Kaderrichtlijn water dateert van 2000, de Europese richtlijn voor vermindering van luchtverontreinigende stoffen (waaronder ammoniak) dateert uit 2016 en het provinciale beleid om de emissie van ammoniak uit verouderde stallen te verminderen dateert van 2017. In de ogen van de SP zijn de doelen kraakhelder, maar ontstaat de verwarring doordat ze worden genegeerd of ter discussie worden gesteld. Ook voelen agrariërs onvoldoende eigenaarschap doordat

Volgvel

Ons kenmerk

4

met name de Europese doelen zijn vertaald in generiek beleid zonder dat een beroep wordt gedaan op managementvaardigheden van individuele agrarische ondernemers. Om die reden stellen wij de volgende vervolgvragen): a) 9a. Bent u het eens met de SP dat de doelen van de voor de landbouw relevante Europese richtlijnen voldoende concreet zijn? Antwoord: Voor wat betreft de KRW is inderdaad duidelijk hoeveel verontreiniging er in het water mag zitten en aan welke normen voldaan moet worden. (waar overigens aan voldaan wordt in de Osse polder) Deze normen gelden voor KRW-waterlopen en het waterschap is daarvoor bevoegd gezag. Deze norm is nu niet te herleiden naar normen voor individuele bedrijven, omdat meerdere bedrijven in één gebied voorkomen waar de KRW waterloop doorheen loopt. Wat betreft de uitstoot van stikstof (ammoniak) geldt een vergelijkbare situatie. De maatregelen die genomen worden (door de provincie) zijn generiek van aard om de totale uitstoot (van alle boeren) naar beneden te brengen. Daarom is op stal- en/ of bedrijfsniveau bijvoorbeeld niet bekend wat de maximale depositie of uitstoot mag zijn. Uit de contacten die we hebben met de boeren komt wel degelijk een groot verantwoordelijkheidsgevoel naar voren.

Uit het bod voor zowel de westelijke als oostelijke polder blijkt de ambitie dat de sector in onze gemeente inzet op duurzame kringlooplandbouw en wil daarvoor ook de juiste maatregelen nemen. b) 9b. Bent u het eens met de SP dat ‘doelsturing’ een manier zou kunnen zijn om agrariërs uit te dagen om managementmaatregelen te nemen om op bedrijfsniveau de doelen wel te halen? Antwoord; Als gemeente zetten we in op de ontwikkeling van doelsturing in de landbouw. Momenteel werken we hieraan samen met de boeren, de provincie en het waterschap. Ook het ministerie van LVVN zet hier op in en is geïnteresseerd in de aanpak waar nu aan gewerkt wordt in de Osse polder. Doelsturing is relatief nieuwe beleidsontwikkeling waarin nog veel instrumenten op het gebied van wet en regelgeving ontwikkelt moeten worden. Doelsturing kan op stal-, bedrijfs- en gebiedsniveau, waarbij sprake is van toenemende complexiteit op elk niveau. Doelsturing is een methodiek waarin normen en streefwaarden (KPI’s) worden geformuleerd op verschillende niveaus en waarmee via monitoring de voortgang vastgesteld wordt. Meer achtergrondinformatie over doelsturing en KPI’s kunt u hier nalezen: https://www.wur.nl/nl/show-longread/wat-kan-de-overheid-met-doelsturingmet-behulp-van-kpis.htm

Volgvel

Ons kenmerk

5

c)

9c. Bent u het eens met de SP dat experimenteren met doelsturing (bijvoorbeeld het voldoen aan de nitraatnorm op de eigen landbouwpercelen) een zinvolle activiteit zou kunnen zijn voor landbouwers in de oostelijke polder? Antwoord: Als gemeente zetten we in op doelsturing voor de hele Osse polder (niet alleen de oostelijke polder) en willen komen tot een doelmatige methodiek, die aansluit bij landelijke werkwijze. Als gemeente willen we hierin voorop lopen en dat doen we ook. Hierbij trekken we op met de provincie Noord Brabant en onderhouden we contacten met het ministerie van LVVN.

10. Bent u bereid om het overleg met de betreffende landbouwers te heropenen om te komen tot een ambitieuzere en doelmatigere uitvoeringsagenda, waarbij meer rekening wordt gehouden met Europese, nationale en provinciale doelen? Zoals het grote maatschappelijke belang van een betere water- en luchtkwaliteit? En een betere bescherming van de natuur in Herperduin en de Maashorst? Antwoord: Als gemeente werken we intensief samen met de ACO om aan deze doelen te gaan voldoen. Van heropenen is dan ook geen sprake, we zijn doorlopend in gesprek.

Ik hoop u zo voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,

Sidney van den Bergh Wethouder van de gemeente Oss

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=196d3ccd-142c-4742-8bf2-353167dbb485