CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Antwoord op de artikel 41 vragen van FVD over Duurzame Polder Voorkeursvariant en gezondheid Nadere toelichting

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente OssBij agendapunt: Antwoord op schriftelijke vragen, artikel 41 vragen Reglement van Orde3.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leefomgeving, Wonen en Economie Raadhuislaan 2, Oss

Aan de raadsfractie van Forum voor Democratie

Telefoon 14 0412 Fax [0412] 64 26 05 E-mail gemeente@oss.nl www.oss.nl

Postbus 5 5340 BA Oss

Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?

Datum

Ons kenmerk

Behandeld door

Doorkiesnummer

21 mei 2024

5426186

Anneke den Tenter

0632451572

Onderwerp

Artikel 41 vragen: onvolledig of onjuiste antwoorden van het college op artikel 41 vragen ‘Duurzame Polder: voorkeursvariant en gezondheid & vraag om rectificatie

Geachte mevrouw Van Hattem, Op 24 april 2024 heeft u ons vragen gesteld over het project Duurzame Polder. Wij beantwoorden uw vragen als volgt: Vraag Het antwoord op vraag 1: Er is geen enkele variant gepresenteerd die binnen de kaders past, dus hoe verklaart u dat “Witteveen en Bos conform de werkzaamheden de opdracht uitvoert”? Uit de documentatie van Witteveen + Bos blijkt herhaaldelijk dat er geen enkele IWT (industriële windturbine) geplaatst kan worden in het Osse deel van de Duurzame Polder. Dit wordt ook al eerder geconcludeerd, zie de Quick Scan van april 2023. Daarom deze vraag: Wat is uw CONCRETE opdracht aan Witteveen + Bos geweest voor de MER en de uitwerking van de VKA’s? Wij lezen eveneens bij het antwoord op vraag 1: “Tijdens dit overleg hebben ook toegelicht waarom wij in het plan-MER OOK varianten onderzoeken buiten de vastgestelde kaders” Waar slaat het woord “OOK” op?

Volgvel

Ons kenmerk

2

5426186

Antwoord In onze beantwoording d.d. 12 maart 2024 van uw eerdere artikel 41 vragen hebben wij u gemeld dat Witteveen en Bos de werkzaamheden conform opdracht uitvoert. Witteveen en Bos heeft opdracht gekregen voor het opstellen van een MER, waarbij vijf kansrijke varianten onderzocht moeten worden. Het opstellen van het MER diende in nauwe samenspraak plaats te vinden met het proces van ontwerpend onderzoek. In dit proces van ontwerpend onderzoek zijn vanuit een inventarisatie van mogelijke varianten uiteindelijk vijf kansrijke alternatieven ontwikkeld, die in het MER onderzocht zijn. In het technisch overleg van 22 juni 2023 en in onze raadsinformatiebrief van 7 september 2023 hebben wij de raad uitgebreid geïnformeerd over de vijf varianten die in het MER onderzocht worden. Daarnaast hebben wij eerder toegelicht waarom varianten onderzocht worden buiten de vastgestelde politiek-bestuurlijke kaders. Wij verwijzen hiervoor onder andere naar onze brief van 12 maart jongstleden en de raadsinformatiebrief van 7 september 2023. Het woord “ook” in onze brief verwijst naar het feit dat in het MER zowel varianten onderzocht zijn die niet voldoen aan de politiek bestuurlijke kaders, als ook een variant beschouwd is die wel voldoet. Dit betreft de variant ‘basis’ in het MER. In deze variant is rekening gehouden met de vastgestelde afstandsnormen door uw raad (2 km tot de bebouwde kom).

Wij zijn ons ervan bewust dat in het MER en in het voorgestelde concept VKA afgeweken wordt van het politieke kader om voor alle woningen dezelfde geluidsnorm te hanteren als voor Elzenburg- de Geer (42 dB). Het hanteren van dit (bovenwettelijke) kader voor de geluidsbelasting voor alle woningen laat immers onvoldoende ruimte over voor plaatsing van windmolens in het zoekgebied. Hierover hebben wij de raad eerder geïnformeerd, mede op basis van de uitkomsten van de Quickscan. Ook in de opinienota, die de Opiniecommissie Ruimte op 4 april jongstleden behandeld heeft, zijn wij hier uitgebreid op ingegaan, met het verzoek aan de commissie om op dit punt een richtinggevende uitspraak te doen. Vraag Waarom varianten buiten de vastgestelde kaders onderzoeken? Het zoeken naar mogelijkheden door een BEETJE buiten de lijntjes te kleuren, zou eventueel bespreekbaar zijn, indien dit aan de raad zou worden voorgelegd, maar er is NOOIT

Volgvel

Ons kenmerk

3

5426186

besproken dat er buiten ALLE lijnen gekleurd zou worden. Hoe reflecteert u hierop als portefeuillehouder/ college? Het antwoord op vraag 2: De raad heeft u hiervoor geen opdracht gegeven. Waaruit blijkt dat de raad akkoord is gegaan met deze interpretatie? Het antwoord op vraag 3: Antwoord is niet sluitend, past niet binnen de kaders, dus u moest opnieuw naar de raad om een andere opdracht te formuleren. Bent u het daarmee eens? Waarom heeft u dat niet gedaan? Bovendien geeft u aan dat geen van de varianten aan de belangrijkste twee kaders voldoet. Waarom kiest u dan voor het instrument ‘opinienota’, terwijl een raadsvoorstel toch in de rede had gelegen? Door dat niet te doen geeft u de raad ook geen gefundeerd college-advies, waarin ook andere factoren bepalend kunnen zijn, zoals de gevolgen en voorbereiding van de resterende open vragen vanuit de planMER en de inhoud van de projectMER onder de omgevingswet, de netwerkcongestie, de stijgende problemen voor een valide businesscase, de behaalde doelstellingen vanuit de RES, het voorkomen van onnodige kosten bij voortgang, de invloed van de onderzoeken naar de natuur, de invloed van defensie et cetera.

Is het college bereid om een dergelijk raadsvoorstel te doen? Het antwoord op vraag 3: Hoe kunnen jullie een concept VKA invullen als alle kaders worden losgelaten? Waarom geven wij als raad kaders mee als er toch niet aan gehouden wordt? En welke door-het-college-verzonnen kaders worden er gehanteerd? Antwoord Wij proberen een voorkeursalternatief te ontwikkelen dat zo veel mogelijk rekening houdt met de vastgestelde politiek- bestuurlijke kaders en uitgangspunten. Bij het opstellen van het VKA vindt echter een brede afweging van belangen plaats (belangen zoals natuur, landschap, defensie, energieopwekdoelstelling, omgevingswensen en de resultaten van de Plan-MER en ontwerpend onderzoek). De eerste afweging en de mogelijkheden voor een VKA hebben wij eerst opiniërend aan de raad voorgelegd, om een nadere richting te krijgen bij de uitwerking van het concept VKA. In de opinienota die de Opiniecommissie Ruimte op 4 april jongstleden heeft behandeld, zijn meerdere opties voor het VKA gepresenteerd. Een van de opties betrof een optie die past binnen het kader om 2 km afstand tot de bebouwde komt te hanteren. Daarbij zijn wij ook uitgebreid ingegaan op de risico’s die nog aanwezig zijn bij de keuze van het uiteindelijke VKA (zoals natuur, opwekdoelstelling, defensie en aansluiting op het hoogspanningsnet).

Volgvel

Ons kenmerk

4

5426186

De komende periode werken wij verder aan het voorstel voor een VKA. Wij nemen hierbij de resultaten van de beraadslaging van de Opiniecommissie Ruimte mee. Op basis daarvan wordt nog een aantal onderzoeken uitgevoerd, zodat wij de raad een zo volledig mogelijk integraal advies kunnen geven over de keuze voor het VKA. De raad beslist uiteindelijk over het VKA en de afweging die hij hierin maakt. Vraag Het antwoord op vraag 4: Het antwoord kan niet juist zijn omdat u in de gerefereerde vragen louter ingaat op de varianten die ‘buiten de lijntjes’ zijn ontstaan. Er doen zich immers geen enkele voorkeursvariant voor die voldoet aan de kaders. Alle VKA’s ‘kleuren buiten de lijntjes’, de kaders worden niet gehanteerd. Waarom verwijst het college bij vraag 4 naar eerder gegeven antwoorden die niet ingaan op de kernopdracht? Antwoord Zoals wij in onze brief van 12 maart jongstleden en onder de beantwoording van 1 hebben aangegeven, hebben wij Witteveen en Bos geen andere opdracht gegeven. Witteveen en Bos heeft de opgestelde vijf kansrijke alternatieven op milieueffecten beoordeeld. Dit betreft een objectieve beoordeling van de milieueffecten die kunnen optreden bij de verschillende varianten en vormt een onderdeel van de informatie die nodig is om tot een afweging te kunnen komen in de keuze voor het VKA.

Op basis van deze informatie, opgehaalde informatie uit de omgeving en andere omgevingsonderzoeken hebben wij het concept voorkeursalternatief (met opties) opgesteld. Vraag Het antwoord op vraag 5: Bent u het ermee eens dat dit mosterd na de maaltijd is? Antwoord Nee, wij zien dit niet als mosterd na de maaltijd. Door met de raad opiniërend in gesprek te gaan over richtinggevende uitspraken over de politiek- bestuurlijke kaders en de mogelijke opties in het concept voorkeursalternatief, zijn wij in staat om de besluitvorming door de raad over het definitieve VKA goed voor te bereiden. .

Volgvel

Ons kenmerk

5

5426186

Vraag Het antwoord op vraag 7: Waaruit blijkt dat het “te vroeg” zou zijn om te concluderen dat een voorkeursvariant binnen de kaders niet mogelijk zou zijn? Antwoord Zoals aangegeven in onze brief van 12 maart jongstleden zien wij mogelijkheden om tot een haalbaar voorkeursalternatief te komen dat zo veel mogelijk aansluit bij de vastgestelde politiek- bestuurlijke kaders en uitgangspunten. De komende periode voeren wij nog een aantal aanvullende onderzoeken uit, zodat de raad bij de besluitvorming over het VKA een zorgvuldige afweging kan maken. De raad beslist uiteindelijk over het VKA. Vraag Het antwoord op vraag 8: Hier wordt een onjuist antwoord gegeven door het college. De heer Van der Worp heeft op correcte wijze de Betz-limiet toegepast binnen zijn berekeningen (zoals eerder aangegeven, zijn de berekeningen door 2 hoogleraren gereviewd, waaronder fysicus de heer De Lange). Is het college het ermee eens dat de heer Van der Worp een rectificatie verdient en is het college bereid om deze vraag opnieuw en juist te beantwoorden? Antwoord Wij hebben de berekeningen van de heer Van Der Worp door twee adviesbureaus laten toetsen. Beide bureaus kwamen tot de conclusie dat in de berekening van de heer Van Der Worp de Betzlimiet dubbel is toegepast.

Overigens hebben wij in de opinienota die de Opiniecommissie Ruimte 4 april behandeld heeft het risico omschreven dat de energieopwekdoelstelling mogelijk niet gehaald kan worden door een aantal factoren. Wij voeren daarom momenteel aanvullende energieopbrengstberekeningen uit. In onze beantwoording d.d. 12 maart 2024 van uw artikel 41 vragen hebben wij u daarnaast aangeboden om gezamenlijk een specialistisch overleg te organiseren om de verschillen van inzicht met elkaar te kunnen bespreken. Indien u daar behoefte aan heeft, horen wij dat graag. Vraag Het antwoord op vraag 9: Zienswijze gaat in op 2030 voor RES 2.0 en die is niet vastgesteld door raad. Energietransitie na 2030 is nog niet besproken in de raad. Hoe kunnen jullie deze

Volgvel

Ons kenmerk

6

5426186

zienswijze afgeven? Waarop is deze zienswijze gestoeld? Waar is de democratische legitimatie voor deze zienswijze? Antwoord Wij zijn ons ervan bewust dat de RES 2.0 nog niet is vastgesteld. Het is echter reëel dat voor de langere termijn een grotere duurzame energieopgave op Nederland en de regio afkomt. Met deze zienswijze willen wij defensie uitsluitend meegeven dat de mogelijke extra energieopgave als belang meegewogen moet worden in de besluitvorming in het kader van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Vraag Het antwoord op vraag 11: Waar is de 2 miljoen lening van de provincie aan de gemeente voor de Duurzame Polder dan voor bedoeld? Concluderend: niet alles is op kosten van de initiatiefnemers dus het gegeven antwoord is niet passend. Kan het college dit nader uitleggen? Antwoord De kosten van 2 miljoen euro zijn bedoeld voor de afronding van de planvormingsfase voor het project Duurzame Polder. Deze fase wordt afgerond met een VKA, een vastgesteld Programma en de Plan-MER. Met de in 2021 gesloten bestuursovereenkomst hebben de vier betrokken partijen (beide gemeenten, de provincie Noord-Brabant en het Ministerie van EZK) gezamenlijk €1.000.000,ter beschikking gesteld (€ 250.000 per partij).

Zodra het budget van € 1.000.000,- is gebruikt, neemt de provincie Noord-Brabant de rest van de voorfinanciering op basis van de bestuursovereenkomst voor haar rekening gemaximeerd tot een bedrag van € 2.000.000,-. Het budget van € 1.000.000,- is inmiddels volledig benut. Daarom hebben wij een subsidieaanvraag in de vorm van een geldlening bij de provincie gedaan, voor de financiering van de resterende kosten. De gemaakte kosten zullen wij zo veel mogelijk verhalen op de initiatiefnemer(s). Hierover gaan wij later in gesprek met de initiatiefnemer(s). Vraag Het antwoord op vraag 12: Door TenneT worden er nu al waarschuwingen afgegeven dat er geen leveringszekerheid kan worden gegarandeerd. Toch geeft het college te kennen dat energie een basisbehoefte is. Hoe gaat het college om met de waarschuwingen van TenneT?

Volgvel

Ons kenmerk

7

5426186

Welke conclusies verbindt het college aan het beoogde windmolenpark met de waarschuwingen van TenneT in het achterhoofd?

Antwoord Het is bekend dat groene stroom onvoorspelbaarder is dan conventionele energiebronnen en dat dit kan leiden tot een tekort of overschot op het net. Dit betekent dat het net hierop moet worden aangepast in het kader van de energietransitie. Over de aansluiting van het windmolenpark zijn wij in gesprek met TenneT. Hierbij merken wij op dat in de meerjarenprogramma’s van de netbeheerders en de provincie rekening is gehouden met de aansluiting van Duurzame Polder. Vraag Het antwoord op vraag 13: Er was sprake van een zeer gekleurde vragenlijst, je kon niet kiezen voor een optie binnen de kaders tijdens het invullen van deze vragenlijst, je kon als deelnemer van de vragenlijst enkel antwoorden geven die in de buurt van de kaders kwamen. Een uitslag van deze vragenlijst geeft dus geen representatief beeld . Waarom heeft het college dit instrument ingezet en wat doen zij met de uitslag hiervan, aangezien de uitslag een vertekend beeld geeft? Is het college het met FVD eens dat het inzetten van deze vragenlijst erg manipulatief overkomt en daarom ongeschikt is om als middel of om als onderbouwing te gebruiken? Antwoord In onze brief van 12 maart jongstleden hebben wij reeds gemeld dat geen sprake is van een representatief onderzoek.

Wij gebruiken de resultaten ook niet om de voorkeur van de omgeving voor een bepaald alternatief te bepalen of daarmee een keuze voor een alternatief te onderbouwen. De resultaten van de online consultatie geven ons wel een goed beeld van de zorgen die leven in de omgeving en welke voor- en tegens de respondenten zien bij de gepresenteerde alternatieven. Vraag Het antwoord op vraag 14: De behandeling van de gezondheidsrisico’s in de MER is onvoldoende. Een eigen beoordeling laat zien dat de gezondheidsrisico’s niet serieus worden genomen in de planMER. Ook zijn er geen medische deskundigen betrokken bij de MER. Uw antwoord houdt geen rekening met het voorzorgsbeginsel. Graag zouden wij uw antwoord krijgen waarbij het voorzorgsbeginsel wordt opgenomen. En nu rest de vraag hoe u de

Volgvel

Ons kenmerk

8

5426186

gezondheidsrisico’s die niet serieus zijn behandeld in de planMER borgt in de voorzorg voor de samenleving van Oss? Antwoord Wij zijn van mening dat de gezondheidsaspecten op een juiste wijze een plek hebben gekregen in het plan- MER voor wat betreft de fase waarin het project zich nu bevindt. In een later stadium, als het project meer concreet is, zullen uiteraard aanvullende onderzoeken uitgevoerd moeten worden in het kader van de project- MER. Wij baseren ons op de huidige stand van zaken van de wetenschappelijke inzichten en informatie van onder andere het RIVM. Daarbij merken wij op dat de GGD formeel gevraagd is om advies te geven op het Plan- MER. Zodra dit advies beschikbaar is, zullen wij dat ook met de raad delen. Ook de commissie voor de MER zal nog een advies uitbrengen over de PlanMER.

Vraag Het antwoord op vraag 15: Waarom vinden jullie dat jullie voldoen aan art. 1.6 van de omgevingswet? Waarop baseert het college haar antwoord dat de algemene zorgplicht wordt omschreven? Tot nu toe wordt de zorgplicht niet nageleefd in het proces dat leidt tot een VKA, hetgeen onder verantwoording van het college valt. In oktober wordt van de gemeenteraad verwacht dat zij een besluit neemt over de voorkeursvariant. Dat kan pas, indien aan de zorgplicht is voldaan. Is het college dat met FVD eens? Als het college het met FVD eens is, hoe gaat het college borgen dat in oktober de vele onderdelen die onder de voorzorgplicht/voorzorgbeginsel/voorzorgprincipe vallen, zodanig is voldaan dat de raad een gewogen oordeel kan vellen? Antwoord In onze brief hebben wij beantwoord waarom ons college van mening is dat voldaan wordt aan de algemene zorgplicht zoals omschreven in de Omgevingswet. In aanvulling op ons antwoord willen wij er daarnaast op wijzen dat het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) specifieke zorgplichten bevat voor windmolens. Deze specifieke zorgplichten maken duidelijk wat er wel en niet moet gebeuren en gelden voor iedereen. Indien er sprake is van een specifieke zorgplicht, geldt de algemene zorgplicht niet (zie artikel

Volgvel

Ons kenmerk

9

5426186

1.8 van de Omgevingswet). Op basis van de specifieke zorgplichten uit het Bal kan handhavend opgetreden worden, indien niet voldaan wordt aan de gestelde eisen. Vraag Het antwoord op vraag 16: Erg matig geantwoord. Het college stelt vast dat ‘op basis van de huidige inzichten over toxische stoffen zoals Bisfenol-A (BPA) er op dit moment geen aanleiding is om hiervoor specifieke voorzieningen te treffen in de Duurzame Polder’ Er zijn inmiddels veel (wetenschappelijke) publicaties omtrent de gevaren van windturbines, naast infrageluid ook fijnstof en toxische stoffen. Uw antwoord lijkt te zijn ingeven door de visie van de projectgroep en/of Witteveen + Bos, althans de visie is identiek. Dat staat echter buiten de realiteit van 2024 en de huidige objectieve waarneming van degenen die hiertoe bevoegd zijn. Waarop baseert het college haar stelling en waarom ziet het college geen aanleiding om voorzieningen (onderzoek) te treffen terwijl er in de Provinciale Staten (Flevoland) wel een onderzoek loopt om bovengenoemde zorgen? Antwoord In het kader van de Plan- MER is een is een proefberekening uitgevoerd naar emissies als gevolg van slijtage van de wieken van een windmolen. Op basis van de resultaten van deze berekening is geconcludeerd dat er geen significante effecten optreden als gevolg van slijtage. Wij hebben ons op deze informatie gebaseerd.

Daarnaast baseren wij ons op de onderzoeken van het RIVM, zoals aangegeven in onze eerdere brief. Daarnaast hebben wij aangegeven dat wij de wetenschappelijke inzichten rondom dit thema nauwlettend in de gaten houden.

Vraag Het antwoord op Vraag 21: dus u vindt bijvoorbeeld 50.000 dode vogels op jaarbasis door windturbines geen probleem? Wat vindt het IVN hiervan? Antwoord Zoals in onze brief hebben aangegeven erkennen wij dat er effecten zijn op natuur en ecologie als gevolg van windmolenparken. Hiernaar laten wij zorgvuldig onderzoek doen door erkende gespecialiseerde onderzoeksbureaus. Ook in de vervolgfase zullen meer gedetailleerde onderzoeken worden uitgevoerd. Uiteraard moet het project voldoen aan de geldende wet- en regelgeving voor soorten- en gebiedsbescherming. Daarbij merken wij op dat de provincie het bevoegde gezag is voor het onderdeel natuur en soortenbescherming in de Omgevingswet. Zij zal er dus ook op toezien dat aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan.

Volgvel

Ons kenmerk

10

5426186

Vraag Het antwoord op vraag 22: Ook hier lijkt de visie van projectgroep en/of Witteveen + Bos doorslaggevend. Door slechts één onderzoek te vermelden lijkt het college zich geen rekenschap te geven van de noodzaak tot bredere raadpleging van de literatuur om objectiveerbare conclusies te kunnen genereren. Dat zal niet het geval zijn, maar kan het college aangeven welke bronnen zij heeft geraadpleegd als college om de stelling van het college te onderbouwen? Antwoord Wij baseren ons op het genoemde onderzoek en informatie van onder andere het RIVM en GGD. Daarnaast herhalen wij dat wij bij de normstelling voor Duurzame Polder altijd aan de Nederlandse wetgeving zullen voldoen.

Met vriendelijke groet,

Wethouder C.P.W. van Geffen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=25fd77a7-4369-4d47-8cac-5ca96db28128