02 Aanvullende notitie gemeente Oss - tussenuitspraak Afdeling.DOCX
Tekst van het document
Aanvullende notitie ‘Quickscan Flora en Fauna – Achterstraat / Langestraat, Dieden’ 29 april 2022 Op 21 april 2022 heeft de gemeente Oss de nadere motivering ontvangen m.b.t. de tussenuitspraak (202004514/1/R2) inzake bestemmingsplan ‘Achterstraat – Langestraat Dieden’. De gemeente Oss heeft de ‘Quickscan Flora en Fauna Achterstraat/Langestraat Dieden’ (rapportnummer 222-DAL-nw-v2) getoetst en aangevuld middels deze notitie. Hierbij is gebruik gemaakt van aanvullende gegevens van het NDFF (zie bijlage). De beoordeling heeft plaatsgevonden vanuit de huidige situatie waarbij de woning in aanbouw is. De ingreep De ingreep bestaat uit het bouwen van een woning en de aanleg van een tuin op een agrarisch perceel aan de rand van het dorp Dieden. Het perceel was in de oude situatie een paardenweide. Het perceel ligt tegen andere bebouwde percelen aan en vormt daarmee onderdeel van een cluster van bebouwing. Het is ruim opgezette bebouwing afgewisseld met ruime tuinen met bomen, weiden etc. Landschappelijk maakt de planlocatie onderdeel uit van de oeverwal. Deze kenmerkt zich met een kleinschalige verkaveling met een afwisseling tussen bebouwing, agrarisch en landschapselementen. Aan de zuidzijde van het perceel begint het grootschaliger agrarische gebied: grootschalige landbouwpercelen die intensief worden bewerkt.
Direct tegen het gebied aan ligt aan de oostzijde een nieuw ontwikkeld erf met groene inrichting. Aan de westzijde ligt een weg met een laanbeplanting. In de huidige situatie is er een woning in aanbouw. De ruimte rondom maakt onderdeel uit van de bouwplaats en zal later als tuin worden ingericht. Dit wordt een tuin met een natuurlijke inrichting met bomen en bloemrijk gras. In het betoog van de appelanten worden soorten genoemd waarvan onvoldoende is aangetoond of deze aanwezig zijn in het gebied. Het gaat hierbij om de vos, reeën, fazant, patrijs, buizerd, steenuil, kerkuil, ransuil. Getoetst is daarom of er op dit moment of in de toekomst mogelijk een overtreding van de Natuurwet plaatsvindt voor de genoemde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Zoogdieren Voor zoogdieren vormt het plangebied een mogelijk biotoop. In de huidige situatie vormt het gebied mogelijk onderdeel van het leefgebied van muizen, ratten, egel, marterachtigen. Omdat het gehele perceel open is, geen beplanting bevat en gebruikt wordt voor het begrazen door paarden is de potentie als leefgebied voor zoogdieren beperkt. Voor beschermde soorten kan het plangebied dienst doen als foerageergebied. Voor de genoemde vos en de ree heeft het plangebied een zeer beperkte functie.
De vos kan hier incidenteel komen maar het gebiedje is slechts een klein onderdeel van een groter leefgebied. Het zal in het verleden en in het heden geen speciale functies hebben voor de vos. Voor de ree is het gebiedje niet meer
interessant. Mogelijk was het als paardenweide nog enigszins onderdeel van het leefgebied als foerageergebied. Dit zal echter incidenteel geweest zijn vanwege de ligging tegen de bebouwing aan. Door het bebouwen is het plangebied niet meer interessant voor de ree. Het leefgebied van de ree is echter zo groot dat deze genoeg alternatieve foerageergebieden heeft. Het perceel heeft dus geen speciale functie voor de ree. De egel is ook aanwezig in dit gebied blijkt uit inventarisatiegegevens. Voor de egel geldt eveneens dat het perceel in het verleden wel onderdeel uit gemaakt kan hebben van het foerageergebied. In de nieuwe situatie zal dit echter zo blijven – de soort komt ook in de bebouwde omgeving voor. Bovendien heeft het gebied in de vroegere situatie geen verblijfsfunctie gehad, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van bosjes. Een effect op het voorkomen van egels is niet te verwachten. Beschermde zoogdiersoorten zoals de das en marterachtigen geldt hetzelfde verhaal. Mogelijk maakten deze gebruik van het perceel in de oude situatie als paardenweide. Echter de paardenweide zal nooit een essentieel onderdeel geweest zijn van het leefgebied van deze soorten. Dit leefgebied is groter en een paardenweide maakt daar een mogelijk onderdeel van uit.
Een speciale betekenis voor deze soorten is uitgesloten vanwege het ontbreken van dekking in de vorm van bosjes, gebouwen of iets dergelijks. Vogels Vogelsoorten waarvoor het perceel een functie heeft gehad in de oude situatie zijn mogelijk de kerkuil, steenuil, en de ransuil. Hiervan is alleen de ransuil de afgelopen 10 jaar waargenomen. De betekenis van het perceel zal er een geweest kunnen zijn als foerageergebied. De steenuil en de kerkuil zijn soorten waarvoor het kleinschalige oeverwal landschap bij uitstek voor geschikt is. Deze soorten hebben een afwisselend kleinschalig landschap nodig met weitjes, bomen, bosjes, etc. Het leefgebied van deze soorten is groter dan deze ene weide. Hoewel de weide een onderdeel is van het leefgebied van deze soorten kan niet worden gesteld dat de paardenweide een essentieel onderdeel vormt van het leefgebied van de steenuil. In de directe omgeving lijken er eveneens geen geschikte broedgelegenheid aanwezig te zijn voor deze soorten. De ruimere omgeving is wel geschikt als foerageergebied voor zowel de steenuil als de kerkuil. De ransuil broedt in hogere bomen en heeft een ruimer foerageergebied. Voor deze soort wordt eveneens geen negatief effect verwacht. De patrijs en de fazant zijn grondbroeders.
Deze zullen niet op de paardenweide hebben gebroed vanwege de begrazing door de paarden, het regelmatige maaien en de ligging bij de weg en de bebouwing. Voor de patrijs was de paardenweide mogelijk incidenteel foerageergebied maar niet erg geschikt vanwege de begrazing en de ligging tegen de weg en de bebouwing. Voor de fazant is de paardenweide geschikt leefgebied maar deze soort is flexibel en maakt gebruik van verschillenden onderdelen van het landschap. Het zal geen essentieel onderdeel geweest zijn voor beide soorten. De buizerd broed in hoge bomen en zal het perceel allen gebruiken om te foerageren. Dit gebeurd als onderdeel van een groter leefgebied. De paardenweide zal een klein en niet essentieel
onderdeel hebben uitgemaakt van het leefgebied. In de huidige situatie is het gebied niet meer interessant voor de buizerd. Vleermuizen Verblijfplaatsen van vleermuizen in de oude situatie en in de nieuwe situatie zijn uitgesloten vanwege het ontbreken van bomen en gebouwen. De in aanbouw zijnde nieuwe woning is niet geschikt als verblijfplaats. Hier is te veel beweging voor een vleermuis om zich te vestigen. Als foerageergebied blijft er voldoende geschikt biotoop over. Aanbevolen wordt om beperkt verlichting te plaatsen tijdens bouwwerkzaamheden en in de definitieve situatie. Overige soorten / soortgroepen Voor overige beschermde soorten / soortgroepen is geen effect te verwachten omdat zij niet voorkomen in het gebied.
Conclusie Het perceel in kwestie was een paardenweide zonder bebouwing en zonder bomen. Mogelijk had de paardenweide een functie voor soorten als onderdeel van het leefgebied. Het perceel ligt op de overgang van de oeverwal naar het agrarische gebied. Er zijn hier voldoende uitwijkmogelijkheden om de functieverandering op te vangen. Er worden daarom geen negatieve effecten op beschermde soorten verwacht en zodoende geen overtreding van de Natuurwet. De nieuwe eigenaar van het perceel heeft aangegeven het perceel ‘natuurvriendelijk’ te gaan inrichten. Bovendien staat hij open om broedvoorzieningen voor de boerenzwaluw onder de dakoverstek te maken. Het dak geeft daar namelijk goede mogelijkheden toe.
Bijlagen
Aanbevolen nestgelegenheid boerenzwaluw (https://www.vivara.nl/kunstnest-boerenzwaluw)
Foto’s van het plangebied (2019 en 2021)
Nationale Databank Flora en Fauna