01 Stichting Beyond Dutch Boxes over ontwerp wijziging omgevingsplan postzegelplan Hoessenboslaan 27 Berghem_geanonimiseerd
Tekst van het document
EENTE OSS POSTKAMER 9 DEC05
Stlchting Beyond Dutch Boxes. Voor een slim Nederland.
Zienswîize — Stichting Beyond Dutch Boxes (SBDB) Aan: Gemeente Oss T.a.v. het college van Burgemeester en Wethouders Postbus 5 5.1.2e Oss
Betreft: Zienswijze ontwerp wijziging omgevingsplan (postzegeiplan 5.1.2e Berghem) — GMB 2025-494567
Naam indiener: Stichting Beyond Dutch Boxes (SBDB) 5.1.2e 5.1.2e
Amsterdam KvK: 98135996 www.sbdb.nl / info@sbdb.nl Datum: 08-12-2025
1. Belanghebbende SBDB is een landelijke organisatie die zich inzet tegen de ongeremde groei van logistieke bebouwing en andere vormen van verdozing, en voor bescherming van landschap, leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit. Op grond van artikel 1:2 lid 3 Awb is SBDB belanghebbende bij onderhavig ontwerpbesluit, gezien onze statutaire doelstelling én feitelijke werkzaamheden op het gebied van ruimtelijke ordening en bescherming van landschap en leefomgeving.
Stichting Beyond Dutch Boxes. Voor een slim Nederland.
2. lnieiding: kader van deze zienswijze Het ontwerpbesiuit betreft een wijziging van het Omgevingsplan via een zogenoemd postzegelplan in Berghem. Omdat een omgevingsplanwijziging een brede belangenafweging vereist onder de Omgevingswet, dient de gemeente aan te tonen: • dat de wijziging past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL); • dat de ruimtelijke kwaliteit, leefomgeving en duurzaamheid zijn meegewogen; • dat verkeerskundige, milieutechnische en ruimtelijke gevolgen voldoende zijn onderzocht; • dat alternatieven zijn bekeken, in lijn met art. 1.3, 2.1, 2.2 en 4.2 Omgevingswet. Uit het ontwerp blijkt niet dat deze toets volledig, aantoonbaar of zorgvuldig is uitgevoerd. Hieronder Iicht SBDB de zienswijze toe. 3. Gronden van de zienswijze a) Onvoldoende motivering van de ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) Een wijziging van een omgevingsplan moet inzichtelijk maken: • • • •
waarom de voorgestelde functie past op deze locatie; welke alternatieven zijn overwogen; weike belangen zijn afgewogen en hoe; waarom dit plan bijdraagt aan duurzaam en zorgvuldig ruimtegebruik.
Het ontwerpbesluit geeft geen inzicht in deze afweging. De tekst blijft algemeen, benoemt geen scenarios of alternatieven en bevat geen ruimtelijke onderbouwing die de keuze voor deze locatie overtuigend rechtvaardigt. b) Onvoldoende onderbouwing van ruimtelijke en stedenbouwkundige impact Postzegelplannen worden vaak als klein of locaal gepresenteerd, maar hebben in werkelijkheid impact: • op bouwvolumes of functies,
Stlchting Beyond Dutch Boxes. Voor een slim Nederland.
• op uitstraling in de omgeving, • op gebruiksintensiteit, • op samenhang binnen de ruimtelijke structuur. Het ontwerp bevat geen: • analyse van de effecten op de ruimtelijke kwaliteit, • toets aan de gebiedsidentiteit of stedenbouwkundige structuur, • landschappelijke beoordeling. c) Verkeer en leefomgeving zijn niet (voldoende) onderzocht Zelfs kleine functiewijzigingen kunnen leiden tot: • • • • •
toename van verkeersbewegingen, wijziging ¡n verkeersprofiel, extra parkeerdruk, meer geluid en lichthinder, effecten op luchtkwaliteit.
ln het ontwerp ontbreekt een verkeerskundige onderbouwing. Er wordt niet gemotiveerd: • • • •
hoeveel verkeer de nieuwe functie genereert; of dit past binnen de bestaande infrastructuur; welke gevoigen dit heeft voor verkeersveiligheid; welke maatregelen worden getroffen.
d) Duurzaam ruimtegebruik is niet of onvoldoende beoordeeld De Omgevingswet verplicht gemeenten om te motiveren: • waarom een ontwikkeling noodzakelijk is, • of beschikbare alternatieven minder ruimtelijke impact hebben, • hoe duurzaam en efficiënt ruimtegebruik wordt geborgd. Het ontwerpplan bevat geen analyse van aiternatieven, geen motivatie over nut en noodzaak en geen toets aan duurzaamheid of energieconcepten.
Stlchtlng Beyond Dutch Boxes. Voor een slim Nederland.
e) Gevolgen voor leefomgeving, gezondheid en cumulatie ontbreken volledig Er is geen beoordeling van: • • • •
cumulatieve effecten met andere ontwikkelingen in Berghem en Oss; mogelijke toename van hinder of overlast; effecten op de gezondheid van omwonenden; bredere maatschappelijke gevolgen.
Onder de Omgevingswet móét de gemeente de leefomgevingskwaliteit integraal wegen. Deze stap ontbreekt. 3. Conclusie en verzoek SBDB concludeert dat het ontwerpbesluit tekortschiet in onderbouwing, onderzoek en motivering. De Omgevingswet vraagt om een brede, samenhangende en transparante afweging, die hier onvoldoende zichtbaar is. SBDB verzoekt de gemeente Oss daarom om: 1. Het ontwerpbesluit te heroverwegen en pas vast te stellen nadat: o de ETFAL volledig is gemotiveerd; o een ruimtelijke, verkeersonderbouwde en milieutechnische analyse is uitgevoerd; o alternatieven en duurzaamheidsopties zijn onderzocht. 2. Subsidiair: aanvuilend onderzoek uit te voeren naar: o verkeer en mobiliteit; o leefomgevingskwaliteit; o stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing. 3. lndien het besluit toch wordt vastgesteld: de ontwikkeling te voorzien van duidelijke voorwaarden die: o hinder en negatieve impact beperken, o duurzaam ruimtegebruik afdwingen, o zorgvuldig toezicht en monitoring mogelijk maken. SBDB is bereid om in gesprek te gaan met de gemeente over ruimteiijke, duurzame en toekomstbestendige oplossingen.
Stichting Beyond Dutch Boxes. Voor een sllm Nederland.
5.1.2e
St 5.1.2e 5.1.2e
,
h Boxes (SBDB) Amsterdam, KvK: 98135996, www.sbdb.nl (bestuurder) namens SBDB
5.1.2e 5.1.2e
Bijlage: Statuten Stichting Beyond Dutch Boxes (bewijs bevoegdheid en doelstelling SBDB)
5.1.2e
STATUTEN. Naam en zetel. Artikel 1. 1.1.
De stichting draagt de naam: Stichting Beyond Dutch Boxes.
1 .2.
Zij heeft haar zetei in de gemeente Amsterdam.
Doel. Artikel 2. 2.1.
De stichting heeft ten doel: a.
het vergroten van bewustwording over de verdozing van Nederland;
b.
het bijdragen aan de bestrijding van de verdozing van Nederland;
c.
het bijdragen aan het behoud en de bescherming van natuur en landschap, daar waar de realisatie van een distributiecentrum/distributiecentra de natuurwaarden enlof het landschappelijk karakter aantast(en).
2.2.
De stichting tracht dit doel te bereiken door onder meer: a.
het geven van voorlichting over verdozing, op zowel (zelf georganiseerde) bijeenkomsten als via haar website en social media;
b.
het uitvoeren van onderzoek en het publiceren daarvan op de website;
c.
het starten vanjuridische procedures;
d.
het fungeren als gesprekspartner voor bedrijven die zich bezighouden met de ontwikkeling, bouw en exploitatie van distributiecentra, door onder meer het bieden van advies en kennisdeling op het gebied van vastgoed en logistiek;
e. 2.3.
het voeren van overleg op gemeentelijk, provinciaal en rijksniveau.
De stichting beoogt niet het maken van winst met het totaal van haar activiteiten die erop gericht zijn om haar doelstelling te verwezenlijken ofte bevorderen.
2/14
Vermogen. Artikel 3. 3.1.
Het vermogen van de stichting wordt gevormd door: a.
inkomsten uit activiteiten van de stichting;
b.
subsidies en giften;
c.
hetgeen wordt verkregen door erfstellingen en legaten, met dien verstande dat erfstellingen niet anders kunnen worden aanvaard dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving;
d. 3.2.
andere baten.
De stichting houdt niet meer vermogen aan dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van haar doelstelling. De kosten van beheer dienen in redelijke verhouding te staan tot de bestedingen ten behoeve van het doel van de stichting.
3.3.
Onder vermogen dat nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.2 wordt begrepen: a.
vermogen of bestanddelen daarvan die krachtens uiterste wilsbeschikking of schenking door de stichting zijn verkregen, en die op grond van aan die uiterste wilsbeschikking of schenking verbonden voorwaarden, al dan niet in reële termen, in stand moeten worden gehouden;
b.
vermogensbestanddelen voor zover de instandhouding daarvan voortvloeit uit de doelstelling van de stichting, en
c.
activa en voor de voorziene aanschafvan activa aangehouden vermogensbestanddelen, voor zover de stichting die activa redelijkerwijs nodig heeft ten behoeve van haar doelstelling.
3.4.
De stichting mag ter financiering van haar doelstelling, met inachtneming van het in dit artikel bepaalde, commerciële activiteiten ontplooien tegen commerciële tarieven met het oogmerk hiermee, ter financiering van de activiteiten die erop gericht zijn om haar doelstelling te verwezeniijken ofte bevorderen, een positief resultaat te behalen. De inkomsten gerealiseerd met
3/14
deze activiteiten zullen binnen een redelijke termijn geheel ofnagenoeg geheel ten goede komen aan de doelstelling van de stichting. Bestuur: samenstelling. benoeming en defungeren. Artikel 4. 4.1.
De stichting heeft een bestuur, bestaande uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste drie natuurlijke personen. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
4.2.
De bestuurders worden benoemd door het bestuur.
4.3.
Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan, dan wei in de plaats van de beide laatsten een secretaris-penningmeester.
4.4.
Bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd.
4.5.
Een bestuurder defungeert: a.
door zijn overlijden;
b.
doordat hij failliet wordt verklaard, surseance van betaling aanvraagt of verzoekt om toepassing van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in de Faillissementswet, dan wel een daaraan gelijk te stellen wettelijke regeling naar buitenlands recht die op de desbetreffende bestuurder van toepassing is;
c.
door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
d.
door zijn vrijwillig aftreden;
e.
door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
f. 4.6.
door zijn ontslag, verleend door het bestuur.
De bestuurder van wie het ontslag als in artikel 4.5 onder faan de orde is, heeft het recht de desbetreffende vergadering(en) van het bestuur bij te wonen en aldaar het woord te voeren.
4.7.
Een besluit tot ontslag als in artikel 4.5 onder fbedoeld, behoeft ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur
4/14
waarin ten minste twee derden van de stemgerechtigde bestuurders aanwezig ofvertegenwoordigd is. Is in een vergadering van het bestuur niet ten minste twee derden van de stemgerechtigde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering, in welke tweede vergadering rechtsgeldig omtrent dit ontslag kan worden besloten met een meerderheid van ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen, mits in deze vergadering ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit tot dit ontslag kan worden genomen in een vergadering waarin slechts de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd behoeft te zijn. 4.8.
In geval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurders. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders ofde enig bestuurder, berust het bestuur tijdelijk bij een of meer door het bestuur voor deze situatie aangewezen personen. Voor de gedurende deze periode verrichte bestuursdaden worden de aangewezen personen met een bestuurder gelijkgesteld.
4.9.
Onder belet wordt in deze statuten verstaan: a.
schorsing;
b.
ziekte;
c.
onbereikbaarheid,
in de gevallen bedoeld onder sub b en c zonder dat gedurende een termijn van vijfdagen de mogelijkheid van contact tussen een bestuurder en de stichting heeft bestaan, tenzij het bestuur in een voorkomend geval een andere termijn vaststelt. 4.10.
Bestuurders ontvangen voor de door hen in die hoedanigheid voor de stichting verrichte werkzaamheden geen beloning, middellijk noch onmiddellijk. Onder beloning wordt niet verstaan: a.
een redelijke, niet bovenmatige vergoeding voor de ten behoeve van de stichting gemaakte kosten;
5/14
b.
een niet bovenmatig vacatiegeld.
Bestuur: taak en bevoegdheden. Artikel 5. 5.1.
Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Tot zijn taken behoort onder meer het vaststellen van een actueel beleidsplan, dat inzicht geeft in de door de stichting te verrichten werkzaamheden ter verwezenlijking van haar doelstelling, de wijze van werving van inkomsten, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan. Het bestuur zorgt er voor dat de beheerkosten van de stichting in redeiijke verhouding staan tot de bestedingen ten behoeve van haar doelstelling. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
5.2.
Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg ofhoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
5.3.
Bestuurders kunnen niet over het vermogen van de stichting beschikken als ware het hun eigen vermogen.
Bestuur: eenhoofdig bestuur. Artikel 6. 6.1.
Het bepaalde in artikel 7, artikel 8, artikel 9, artikel 10, artikel 17.2, artikel 17.3 en artikel 1 8.2 behoeft niet te worden toegepast indien het bestuur uit slechts één persoon bestaat. Besluiten van het bestuur worden in dat geval zoveel mogelijk schriftelijk genomen en door de bestuurder ondertekend.
ry(1
Indien besluitvorming niet schriftelijk plaatsvindt, wordt dit besluit zo spoedig mogelijk alsnog op schrift gesteld en door de bestuurder ondertekend. 6.2.
Bij reglement als bedoeld in artikel 16.1 kan het bepaalde in dit artikel 6 nader worden uitgewerkt.
Bestuur: bijeenroeping van de vergaderingen. Artikel 7. 7.1.
Vergaderingen van het bestuur worden gehouden zo dikwijls de voorzitter een vergadering bijeenroept, doch ten minste eenmaal per jaar. Vergaderingen worden voorts gehouden wanneer een van de andere bestuurders daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. lndien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in die zin dat geen vergadering wordt gehouden binnen twee weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelfeen vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
7.2.
De oproeping voor de vergaderingen van het bestuur geschiedt door de in artikel 7.1 bedoelde persoon, dan wel namens deze door de secretaris op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. Een bestuurder wordt opgeroepen door een langs elektronische weg toegezonden en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hem voor dit doel bekend is gemaakt (daaronder in elk geval begrepen: per e-mail), tenzij hij nadrukkelijk aan het bestuur te kennen heeft gegeven oproepingen per post te willen ontvangen.
7.3.
De vergaderingen van het bestuur worden gehouden in Nederland, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep dan wel deed bijeenroepen.
7.4.
lndien is gehandeld in strijd met het in artikel 7.2 enlofartikel 7.3 bepaalde, kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen in het geval de vergadering voltallig is en geen van de bestuurders zich alsdan tegen besluitvorming verzet, of— wanneer de vergadering niet voltallig is — indien de ter vergadering afwezige bestuurders vóór het tijdstip van de vergadering schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten en
7/14
ten minste de helft van de stemgerechtigde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bestuur: toegang tot de vergaderingen. Artikel 8. 8.1.
Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de bestuurders en degenen die daartoe door de voorzitter dan wel door een bestuurder, na raadpleging van de voorzitter, zijn uitgenodigd. Tenzij in deze statuten anders wordt bepaald, hebben geschorste bestuurders geen toegang tot de vergadering.
8.2.
Een bestuurder is bevoegd zich ter vergadering te doen vertegenwoordigen door een medebestuurder. De volmacht hiertoe dient schriftelijk te zijn verleend. De volmacht tot vertegenwoordiging werkt niet privatief. Een bestuurder kan slechts één medebestuurder ter vergadering vertegenwoordigen.
8.3.
Iedere bestuurder alsmede ieder ander persoon als bedoeld in artikel 8.1 is bevoegd door middel van een elektronisch communicatiemiddel — daaronder begrepen doch niet beperkt tot telefoon- of videoconferentie — aan een vergadering deel te nemen, mits deze persoon via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en — indien van toepassing — kan deelnemen aan de beraadslaging en stemming. Deze persoon wordt alsdan geacht in deze vergadering aanwezig te zijn.
Bestuur: leiding van de vergaderingen. Artikel 9. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. Tot dat ogenblik wordt het voorzitterschap waargenomen door de ter vergadering aanwezige bestuurder die het langst als zodanig fungeert, dan wel, bij gelijke anciënniteit, door de oudste bestuurder in leeftijd.
8/14
Bestuur: besluitvorming in vergadering. Artikel 10. 10.1.
De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergadering worden gehouden, met dien verstande dat op verzoek van een bestuurder stemmingen over personen schriftelijk geschieden.
10.2.
Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden alle besluiten van het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
10.3.
Tenzij in deze statuten anders wordt bepaald, is iedere bestuurder die niet geschorst is, bevoegd tot het uitbrengen van één stem. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot. Indien bij verkiezing tussen meer dan twee personen door niemand van hen een volstrekte meerderheid is verkregen, dan vindt een nieuwe stemming plaats tussen de twee personen die het grootste aantal stemmen kregen, zo nodig na tussenstemming.
10.4.
Tenzij in deze statuten anders wordt bepaald, kan het bestuur slechts geldige besluiten nemen in een vergadering waarin ten minste de helft van de stemgerechtigde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering minder dan de helft van de stemgerechtigde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering, in welke tweede vergadering ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders rechtsgeldig kan worden besloten omtrent de onderwerpen welke in de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst doch waarover in die vergadering bij ontbreken van het quorum niet kon worden besloten. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen onathankelijk van het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.
10.5.
Het door de voorzitter van de vergadering ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt
9/14
voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter dejuistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. Bestuur: besluitvorming buiten vergadering. Artikel 11. A11e besluiten van het bestuur kunnen ook op andere wijze dan in vergadering worden genomen, mits alle bestuurders in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en zij allen schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen deze wijze van besluitvorming te verzetten. Een besluit is alsdan genomen zodra de vereiste meerderheid van alle bestuurders zich schriftelijk vóór het voorstel heeft verklaard. Van een buiten vergadering genomen besluit wordt door de secretaris van het bestuur een verslag opgemaakt, dat in de eerstvolgende vergadering wordt vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering wordt ondertekend. Het aldus vastgestelde verslag wordt tezamen met de stukken als bedoeld in de eerste zin van dit artikel 1 1 bij de notulen van de vergaderingen van het bestuur gevoegd.
Bestuur: tegenstriidig belang. Artikel 12. 12.1.
Een bestuurder met een tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 12.3 ofmet een belang dat de schijn van een dergelijk tegenstrijdig belang kan hebben (beide een (potentieel) tegenstrijdig belang) stelt zijn medebestuurders hiervan in kennis.
12.2.
Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming binnen het bestuur, indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk beiang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Dit verbod geldt niet indien een tegenstrijdig belang zich voordoet ten aanzien van alle bestuurders of de enig bestuurder, in welk
10/14
geval de overwegingen die ten grondslag liggen aan het besluit schriftelijk worden vastgelegd. 12.3.
Van een tegenstrijdig belang als bedoeld in Artikel 12 is siechts sprake, indien de bestuurder in de gegeven situatie niet in staat moet worden geacht het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie met de vereiste integriteit en objectiviteit te behartigen.
12.4.
De bestuurder die in verband met een (potentieel) tegenstrijdig belang niet de taken en bevoegdheden uitoefent die hem anders als bestuurder zouden toekomen, wordt in zoverre aangemerkt als een bestuurder die belet heeft.
12.5.
Een (potentieel) tegenstrijdig belang tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid als bedoeld in Artikel 14 niet aan.
12.6.
Nadere regels omtrent tegenstrijdig belang kunnen worden opgenomen in een reglement, als bedoeld in artikel 16.1.
Bestuur: notulen van de vergaderingen. Artikel 13. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden door de secretaris of door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon notulen opgesteld. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en worden ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering ondertekend. De notulen en de in artikel 1 1 bedoelde stukken worden desgevraagd aan een bestuurder toegestuurd, al dan niet per e-mail. Bestuur: vertegenwoordiging. Artikel 14. 14.1.
Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
14.2.
De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan twee bestuurders gezamenlijk.
14.3.
Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan een ofmeer bestuurders, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
11/14
Boekjaar en jaarstukken. Artikel 15. 15.1.
Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.
15.2.
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. Uit de administratie dient tevens duidelijk te blijken: a.
de aard en omvang van de (eventuele) aan de afzonderlijke bestuurders toekomende onkostenvergoedingen en vacatiegelden;
b.
de aard en omvang van de kosten die door de stichting zijn gemaakt ten behoeve van het beheer van de stichting, alsmede de aard en omvang van de andere uitgaven van de stichting;
c.
de aard en omvang van de inkomsten van de stichting;
d.
de aard en omvang van het vermogen van de stichting; en
e.
het doel waarvoor het vermogen van de stichting wordt aangehouden, alsmede een motivering voor de omvang van dat vermogen
1 5.3.
Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken en op papier te stellen. Het bestuur kan, alvorens tot de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten over te gaan, deze stukken doen onderzoeken door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent in de zin van artikel 2:393 Burgerlijk Wetboek. Deze deskundige brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de in de vorige volzin bedoelde stukken.
1 5.4.
Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren.
12/14
1 5.5.
De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt metjuiste en volledige weergave van de gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
Reglementen. Artikel 16. 1 6.1.
Het bestuur is bevoegd reglementen, waarin nadere regels worden gegeven over het functioneren van de stichting en haar bestuur, vast te stellen, te wijzigen ofop te heffen.
16.2.
Op de vaststelling, wijziging en opheffing van reglementen is het bepaalde in artikel 17.2 en artikel 17.3 van overeenkomstige toepassing.
Statutenwijziging. Artikel 17. 17.1.
Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen.
17.2.
Een besluit van het bestuur tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin ten minste twee derden van de stemgerechtigde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering van het bestuur waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is voormeld quorum niet aanwezig, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering, in welke tweede vergadering rechtsgeldig kan worden besloten met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen, mits in deze vergadering ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit tot statutenwijziging kan worden genomen in een vergadering waarin slechts de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd behoeft te zijn. Het bepaalde in artikel 10.4, tweede volzin van deze statuten is op een besluit tot statutenwijziging niet van toepassing.
13/14
1 7.3.
Bij de oproeping tot de vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken.
17.4.
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te doen verlijden.
17.5.
De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.
Ontbinding en vereffening. Artikel 18. 1 8.1.
Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
18.2.
Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 17.2 en artikel 1 7.3 van overeenkomstige toepassing.
18.3.
Na ontbinding van de stichting geschiedt de vereffening door het bestuur, tenzij door de rechter dan wel bij het besluit tot ontbinding één ofmeer andere vereffenaars zijn aangewezen.
18.4.
De vereffenaars doen aan het handelsregister opgaaf van de ontbinding alsmede van hun optreden als zodanig en van de gegevens over henzelf die van een bestuurder worden verlangd.
18.5.
Het bestuur stelt bij het besluit tot ontbinding de bestemming van het overschot na vereffening vast, met dien verstande dat het batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling of een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. Tevens wijst het bestuur een bewaarder voor de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting aan.
1 8.6.
Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden in liquidatie.
14/14
18.7.
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder berusting van de door het bestuur in zijn ontbindingsbesluit aangewezen bewaarder. Deze persoon is gehouden binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht zijn aanwijzing alsook zijn naam en adres ter inschrijving op te geven aan het handelsregister.
Schriftelijke communicatiemiddelen. Artikel 19. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan: per post, per e-mail of via enig ander gangbaar communicatiemiddel waarmee het mogelijk is tekst over te brengen. slotbepaling. Artikel 20. 20.1.
Voor de eerste maal worden de bestuurders bij deze akte benoemd.
20.2.
Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op eenendertig december tweeduizend zesentwintig (31-12-2026).
20.3.
Dit artikel 20, inclusiefhet opschrift, vervalt na afloop van het eerste boekjaar.
EINDE STATUTEN.
-
_/_ ¶c1u. ho/L
Vca
¿
5ck
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 5, 6