01 Brief dd 26 januari 2025 over ontwerpprogramma Duurzame Polder_geanonimiseerd
Tekst van het document
ivr
Gemeente Oss Pubksvoorlichting Tijdstijp ontvangst: Paraaf medew:
rituur
Datumontv:
27 JAN 2025
:
Verblijfpl: Bestuurder Kopie [Sil2l3fT
ss
College van Burgemeester en Wethouders van O55 afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Oss Postbus 5, 5.1.2e Datur1:
EMEENTE
oss
POSTKAMER
JÀ
rz
û5 26-1-2025
Onderwerp: Zienswijze ontwerpprogramma Duurzame Polder
IVN Oss is in meerdere opzichten zwaar teleurgesteld in het cntwerpprogramma voor de Duurzame Polder. Het voorkeursalternatief (VKA) is een aanslag op een duurzame ontwikkeling van de polder. Het is een slecht voorstel gebaseerd op wensdenken: windmolens ver van de bebouwde kom op grond van landbouwers, die een mooi verdienmodel krijgcn aangereikt. Deze kokervisie heeft geleid tot een slecht besluitvormingsproces, dat bestuursrechtelijk geen legitieme basis heeft. De habitat/het leefgebied van een van de belangrijkste kern(weide-)vogelgebieden en het landschap wordt aangetast. De schade aan flora/fauna /landschap wordt niet in beeld gebracht. Een ordentelijke afweging van belangen van flora, fauna en landschap heeft niet p)aats gevonden en is in nevelen gehuld. Er is geen helder uitzicht op mitigatie en compensatie. Opvallend is dat de twijfels van de eigen ambtenaren wel in het advies aan B&W staan vermeld, maar niet zijn overgenomen in de Raadsinformatiebrief. Hiermee wordt de raad belangrijke informatie onthouden. ln de Omgevingswet wordt burgerparticipatie van groot belang geacht. Los van de locatiekeuze, constateren we dat van burgerparticipatie geen sprake is. Het besluitvormingsproces is onnavolgbaar, misleidend en voldoet niet aan de wettelijke eisen. Slechts pro forma zijn er vele mogelijkheden gegeven om te participeren.
Op geen enkele wijze voelden we ons echter gehoord. Onze deelname aan de klankbordgroep hebben we als frustrerend en ervaren. En met onze eerder ingediende zienwijze, beschikbaar gestelde kennis en bouwstenen is niets gedaan. Doorschuiven van de hete aardappel is het devies. Meer verkeerde stappen op deze weg zullen naar onze mening uiteindelijk bestuursrechte)ijk stranden. IVN Oss heeft zich afgevraagd of het bes)uitvormingsproces nog gerepareerd kan worden om tegemoet te komen aan onderstaande zienswijze. Het antwoord is: neen. Dit leidt alleen tot verliezers. lmmers is IVN Oss vanzelfsprekend een groot voorstander van de energietransitie. Echter dit project zit de energietransitie in de weg en leidt af van het zoeken naar werkelijke duurzame oplossingen. Een verspilling van tiji, kosten én energie.
ln het vervolg zullen we een en ander verder toelichten. Onze zienswijze bestaat uit twee delen: • De bestuursrechtelijke grondslag onder het programma ontbreekt •
Flora, Fauna en landschap is onvoldoende meegewogen
1 De bestuursrechtelijke grondslag onder het programma onthreekt De ruimtelijke gevolgen van de energietransitie zijn groot en dent gebaseerd te zijn op een zorgvuldige ruimtelijke afweging van belangen. De besluitvorming dient op basis van de Omgevingswetgeving ptaats te vinden. Aan beide cruciale vorwaarden is niet voldaan. Beleidsmatige onderbouwing van het Besluit ontbreekt en st op gespannen voet met het klimaatakkoord en Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant Er ligt geen/ nauwelijks een visie van de gemeente op basis waarvan de noodzaak van aanleg in de polder blijkt. Welke andere opties zijn er? Waarom worden de molens niet geplaatst in aansluiting op bedrijfsterreinen en infrastructuur? We verwijzen daarbij naar de Omgevingsvisie (pag. 55) van de provincie Noord-Brabant: We gaan uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door eerì integrale benadering houden we de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk. Dat is wat Brabant aantrekkelijk maakt als plek om te wonen en te werken. Ook aan de afspraken in het klimaatakkoord over een zorgvuldige ruimtelijke inpassing (C5.9 op pag. 180) is destijds (en nu nog) niet voldaan. Hetzelfde geldt ten aanzien van de Checklist natuurbelangen bij windenergie op land waarnaar in het akkoord wordt verwezen.
tn dit document geven de Natuur- en Milieufederaties een checklist voor de omgang met natuurwaarden bij windinitiatieven op land. De besluitvorming over de plaatsing in de polders kent geen hestuursrechtelijke legitieme basis Het besluit tot realisatie van het windmolenpark is genomen op basis het Het raadsbesluit: 1 ln te stemmen met het eindrapport Verkenning Duurzame Polder. 2
3
Het verkenningsgebied van de Geffense, Lithse, Nulandse en Rosmalense polder (de Duurzame Polder) geschikt te achten en aan te wijzen voor het grootschalig opwekken van duurzame energieopwekking met wind- en zonne-energie. Voor de Duurzame Polder - met betrekking tot de periode tot 2030 - het beha!en van minimaal 5.1.2f PJ1, zijnde de som van RES-opgaven van Oss en s-Hertogenbosch, als opgave voor duurzame energieopwekking met wind- en zonne-energie te hanteren.
De bestuursrechtetijke basis voor dit besluit ontbreekt: Oss was ten tijde van het besluit niet het bevoegde gezag voor een dergelijk besluit. Dit was indertijd de provincie/het ministerie van EZK. Een dergelijk besluit dient te worden genomen op basis van de omgevingswet, die een zorgvuldige hesluitvorming waarborgt. Hiervan is geen srake. Het is volstrekt onduidelijk op welke bestuurlijke grondslag dit besluit is genomen.
2
Onzorgvuldige toepassing Rijkscoördinatieregeling (RCR)/Omgevingswet Het feit dat de bestuursrechtelijk basis voor het besluit ontbreekt blijkt ook uit de overeenkomst, die de partijen hebben gesloten. n de Bestuursovereenkomst Project Duurzame Polder hebben de gemeenten, provincie en ministerie van EZK afspraken gemaakt over de toepassing van de Rijkscoördinatieregeling (RCR)/Omgevingswet. Pas in de bestuursovereenkomst wordt vastgelegd dat de gemeenten het bevoegde gezag zijn. Vervolgens worden afspraken gemaakt over de toepassing van de Omgevingswet en start het formele besluitvormingsproces in het kader van de omgevingswetgeving. ln artikel 4 worden een aantal besluitvormingsfasen onderscheiden waaronder: Stap 1: Kennisgeving Voornemen en Kennisgeving Participatie als start procedure vaststelling Programma Aan deze eerste stap is geen invulling gegeven. Uit het beschreven proces/planning blijkt dat de gemeenten met terugwerkende kracht het bovenstaande besluit beschouwen als stap 1. Dit betekent dat de besluitvorming niet voldoet aan de wettelijke eisen en dus onzorgvuldig is. Meer concreet heeft dit tot gevolg dat: Het proces begint met een besluit in piaats van een voornemen. Het planningsproces staat dus op zijn kop. • Een integrale benadering van alle belangen, die door de gemeenten voortdurend wordt benadrukt, niet wordt uitgevoerd.
Alle participanten zijn op het verkeerde been zijn gezet met enorme gevolgen. Ten onrechte
•
werd voortdurend gesteld dat het besluit al was genomen. Eén belang staat voorop. Er sprake is van een tunnelvisie gebaseerd op wensdenken. Het voorgestelde VKA is dus niet gebaseerd op een zorgvuldig proces, die de Omgevingswet voorschrijft. Er ligt geen beleidsmatig en bestuursrechtelijk verantwoord fundament onder het programma en kent dus geen legitimiteit. Desondanks zullen we in onze zienswijze ook ingaan op het ontwerpprogramma. 2 Flora, fauna en landschap is onvoldoende meegewogen in de besluitvorming over het VKA in het ontwerpprogramma Alvorens in te gaan op de afweging van flora en fauna is het goed om het natuurbelang te schetsen. De Duurzame Polder is met name op provinciale schaal een belangrijk gebied voor weidevogels en wintergasten. Dit blijkt uit verschillende onderzoeken. Het is een van de weinige plekken in Noord-Brabant waar deze soorten in hoge aantallen en diversiteit voorkomen, en iederjaar terugkeren. Het zijn ookjuist deze soorten die kwetsbaar zijn voor verstoring door windturbines en aanvaring met windturbines.
Met name vogelsoorten met kleine populaties en een lage reproductie (bíjvoorbeeld grutto, kemphaan, wilde zwaan, smient) zijn extra gevoelig voor de realisatie van windturbines Daarbij heeft Nederland een Europese verantwoordelijkheid voor het behoud weidevogels en een internationale verantwoordelijkheid en verplichting voor het bieden van rust, ruimte en voedsel voor wintergasten. Het belang van de Duurzame Polder, de kritische status van deze vogelsoorten en beschermingsregimes maken behoud niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk vanuit Wnb.
3
Aldus het ¡aatste rapport over de Duurzame Polder door Witteveen en Bos (Duurzame Poider Aanvullend onderzoek ecologie Gemeente Oss en s-Hertogenbosch 18 november 2024). Hoe is met dit grote natuurbelang omgegaan? ln lijn met het voorgaande is de genoemde tunnelvisie bij het opstellen van het programma volkomen Ieidend geweest. Adviezen o.a. van de Commissie MER over flora, fauna en landschap worden genegeerd of omzeilt. De Notitie Reikwijdte en Detailnivo (NRD) en de Plan-MER zijn niet voorgelegd aan de Commissie MER (wel een eerste verkenning van ontwikkelmodellen). De schade, die optreedt wordt niet in beeld gebracht laat staan meegewogen in het programma. Mitigatie en compensatie dienen de oplossing te bieden. Hoe?ls in nevelen gehuld. Aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen is niet voldaan. VKA staat op gespannen voet met het provinciaal beleid (zie tevens biilage). ln de bestuursovereenkomst wordt het belang van de bescherming en het behoud van de weide- en akkervogels als randvoorwaarde opgenomen in de bestuursovereenkomst met de gemeenten en het ministerie van EZK( Statenmededeling Onderwerp Duurzame Polder. Rol van de provincie. 25 mei 2021). Het provinciaal beleid is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden en de populaties van de soorten.
ln de Plan-MER wordt opgemerkt op pagina 142 dat er een groot risico bestaat op aanvaring en vernietiging van leefgebied van weidevogels en wintergasten . Hoe vervolgens de VKA is te rijmen met de bestuursovereenkomst blijft onduidelijk. Locatiekeuze VKA wordt onvoidoende onderbouwd. ln haar tussentijds advies heeft de MER-commissie duidelijk aangegeven dat alsnog een navolgbare locatieonderbouwing van een windturbinepark in de Duurzame Polder moet worden opgenomen (zie voorgaande). Dat is niet alleen een advies maar een wettelijk vereiste. Aan deze voorwaarde wordt in het Plan-MER niet voldaan. ln de Nota Reikwijdte en Detailniveau (24 mei 2024) wordt naar diverse gemeentelijke notas en besluiten verwezen voor de keuze van een windmolenpark in de Duurzame Polder. Zo is er sprake van combi van cirkel- en wensdenken. Zoals eerder aangegeven betreft het beleidsbeslissingen, die geen wettelijke basis hebben in de ruimtelijke ordening, in casu de omgevingswet. Uitkomst onderzoek effectbeoordeling VKA wordt genegeerd. De commissie MER heeft in haar tussentijds advies uitdrukkelijk aanbevolen de natuurwaarden, de beperkingen vanuit natuur en de daaruit voortvloeiende natuurcompensatie beter en al zo volwaardig mogelijk mee te nemen in het Plan-MER. Zoals aangegeven is dit niet gebeurd.
De colleges hebben wel in het ontwerpprogramma en het Plan-MER dit achteraftrachten te repareren met een voetnoot in het ontwerpprogramma en enkele bijlagen XVI, XVII en XVIII) in het Plan-MER. Het aanvullend ecologisch rapport van bureau Waardenburg met het alleszeggende kaartje over hoog risico gebieden (voor aantasting van de natuur) waarin realisatie van windenergie onwenselijk is, laat aan duidelijkheid niets te wensen over(zie bijlage). De colleges beweren dat dit aanvullend onderzoek geen consequenties heeft voor deze eerder gemaakte keuze (van het Voorkeursalternatief). ln wezen wordt het tussentijdsadvies van de MER-commissie genegeerd.
4
Schade aan de kern(weide-)vogelgebied door VKA wordt niet vastgesteld en is dus ook niet m eegewogen Een Programma vereist inzicht en afweging van hoofdzaken op consequenties, kwantitatief en kwalitatief. Uit het kaartbeeld (zie bijiage) uit bovengenoemde Ecologische Analyse blijkt dat het VKA het gehele kern(weide-)vogelgebied met Hertogswetering overlapt. ln dit kaartje is het agrarisch natuurbeheer zelfs nog niet voor alle percelen weergegeven. Echter nog steeds is niet duidelijk welke schade zal optreden. Bij het aanwijzen van de VKA is dus geen rekening gehouden met de gevolgen voor flora en fauna. Ook op deze wijze heeft geen integrale afweging plaats gevonden. Er is geen adequaat totaal-inzicht in verlies aan habitat, barrierewerking/mijdingsgedrag en aanvaringsrisicos van vogels, vleermuizen, insecten etc. De vraagtekens rondom aantal en opstelling zijn geen rede om de schade aan de natuur niette bepalen. Het VKA zal waarschijnlijk op termijn bijna helemaal worden opgevuld met windmolens. Dit temeer door de grote energieopgave richting 2050. Een uitwerking van de schade op basis van worst-case is noodzakelijk om een afweging te maken ook om de haalbaarheid/uitvoerbaarheid redelijkerwijs te garanderen. VKA is niet gebaseerd op integrale afweging van belangen.
In het voorgaande is aangegeven dat er geen consequenties zijn verbonden door de gemeente Oss aan het aanvullend ecologisch onderzoek. Dat kan alleen maar verklaard worden door de bestuurlijke keuze om de windmolens te plaatsen op een afstand van tenminste 1 km van de bebouwing in s Hertogenbosch en 2 km van de bebouwing in Oss. Van een integrale afweging waarbij alle milieubelangen in beschouwing worden genomen is helemaal geen sprake. Mondiaal wordt de mensheid bedreigd door een klimaat- én biodiversiteitscrises. Nederland heeft zich in VN-verband gebonden aan internationale verdragen om deze problemen het hoofd te bieden. Het project duurzame polder beoogt een bijdrage te leveren aan de beperking van gebruik van fossiele brandstoffen met het oog op de internationale klimaatdoelstellingen. Echter het VKA heeft een negatief effect op het bereiken van (internationale) VN biodiversiteit- doelstellingen c.q. het behoud van de kritische weide- en overwinterende vogels waarvoor Nederland een speciale verantwoordelijkheid heeft. Juist op het moment dat de Europese Commissie inbreukprocedure tegen Nederlandse overheid start voor bescherming weidevogels promoten de gemeenten de bouw van windmolens midden in een hotspot voor weidevogels een windmolenpark. Het VKA is geen bijdrage maar aanslag op de duurzame ontwikkeling van de polder.
Het project beoogt op basis van de titel bij te dragen aan een duurzame polder. Als we de polder duurzamer willen maken kan dit in lijn met wetenschappelijke inzichten en (inter)nationale verdragen door: •
De stikstofuitstoot en C02/methaanuitstoot naar water, bodem en lucht door de veehouderij terug te dringen.
•
Het waterpeil meer op te zetten
• Meer ruimte te bieden voor de natuur om de biodiversiteit te verbeteren. Aan de oplossing van de duurzaamheidsproblematiek wordt in het programma op geen enkele manier bijgedragen c.q. alleen afbreuk gedaan. De voorgestelde opwekking van groene energie is een aanslag op de fragiele natuur c.q. duurzaamheid. Hoewel de gemeenten besloten hebben dat er een integraal plan gemaakt dient te worden, hebben de 5
t
gemeente in het VKA op geen enkele manier aangegeven welke maatregelen zij op korte termijn zullen nemen om de duurzaamheid te versterken. De vlag dekt de lading niet. Een helder afdoende kader voor de uitwerking van het VKA ontbreekt (zie tevens biilage) Vanaf het begin is ons voorgehouden dat in het Programma een evenwichtig programma rondom m.n. compensatie en mitigatie zou worden geboden. Zelfs is gesuggereerd en vastgelegd dat naar verbetering zal worden gestreefd. Minimaal zouden de huidige kwantiteiten en kwaliteiten moeten worden gecompenseerd, Dit vereist een totaal-gebied van minimaal 2000/2500 hectaren met een mozaïek van beschermde gebieden en agrarisch natuurbeheer, zoals de polder die nu ook geeft. Dit dient te worden vastgelegd voor de periode van de aanwezigheid van de windmolens en met professioneel beheer. Het Programma moet deze uitgangspunten, richtlijnen en randvoorwaarden als toetsend kader voorschrijven voor de uitwerking. ln generlei opzicht komt de ambitie tegemoet aan de steeds voorgehouden royale compensatie en mitigatie. De ambitie van Oss blijkt nu zeer beperkt (wettelijk verplichte compensatie en aanmoediging voor meer) en minder dan die van s-Hertogenbosch. Er zijn in een bijlage van het Plan-MER slechts beschouwingen opgenomen over de compensatieplicht en overleg.
Er wordt ervan uitgegaan dat de schade aan flora en fauna uit de volgende planfase zal blijken. Dan zal ook compensatie/mitigatie aan de orde zijn. ln wezen wordt de hete aardappel door de gemeenten doorgeschoven naar de provincie/volgende fase. Bij herhaling is door ons aangegeven dat compensatie/mitigatie zeer moeilijk, kostbaar en tijdrovend zal zijn. Het VKA is onvoldoende gebaseerd op (wetenschappelijke) inzichten en kennis (zie tevens biilage) Om tot een goede afweging te komen is onderzoek naar de gevolgen voor flora en fauna nodig. Wij constateren dat veel beschikbare kennis onvoldoende wordt benut en er kennisleemten zijn. Zo worden inzichten van o.a. Sovon en WUR en IVN-Oss genegeerd. Tevens bestaan er nog een aantal kennishiaten. Het VKA houdt onvoldoende rekening met de unieke landschappelijke kwaliteiten (Zie bijlage). Zowel de provincie als de gemeenten hebben de afgelopen 30 jaar in alle beleidsnotas de openheid als te beschermen waarde opgenomen. Ook in de Plan-MER en de rapportage van Bureau H+N+S blijken de unieke kwaliteiten. Volstrekt onduidelijk is hoe het VKA gemotiveerd kan worden op basis van deze documenten. Een uitwerking voor landschappelijk herstel van het landschap (m.n. naar de omliggende kernen/dorpen) en de cultuurhistorie ontbreken eveneens.
Het gaat niet aan hier slechts op de koppelkansen te wijzen en geen concrete (garantie op) uitwerkingen en uitvoering te bieden.
5.1.2e 5.1.2e
6
Bijlage zienswijze Ontwerpprogramma in strijd met het overheidsbeleid Vermindering van oppervlakte, verstoring, barrière werking en mogeiijk dodelijke aanvaringen door de voorkeurslokatie is in strijd met de taak van de provincie voor uitvoering van de Wet Natuurbescherming. 1. Pag. 189 (Plan-MER). Hoofdstuk 8.2 Biodiversiteit. Provincie Noord-Brabant neemt maatregelen om de biodiversiteit te versterken. ln de DP ......., en het versterken van gebieden voor weidevogels. 2. De provincie heeft als beleid (Plan-MER, Witteveen en Bos, 18 nov. 2024, blz. 138): ....is het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden en de populaties van de soorten (grutto, blauwe kiekendief, rietganzen, kleine zwaan, veldleeuwerik, roodborsttapuit, geelgors, ..). ln de VKA wordt juist leefgebied van deze soorten vernietigd. De Plan-MER maakt wel opgemerkt op pagina 142: .... Bestaat een groot risico op aanvaring en vernietiging van leefgebied van weidevogels en wintergasten. Voor vogels is dit in het midden en westen van het plangebied, rondom het ganzenrustgebied en de plas-dras gebieden ... . ln het Aanvullend ecologisch onderzoek is op pagina 16 een tabel opgenomen over het succes van weidevogelbescherming in de Duurzame Polder, er is in Brabant geen andere locatie waar versterking van weidevogels wordt gerealiseerd.
ln goede/natte jaren is het broedsucces voldoende om de populaties te laten groeien. Dat was en is in overeenstemming met het beleid van de provincie. Onvoldoende kennis en gebruik van (wetenschappelijke) ¡nzichten 4. ln het Aanvullend onderzoek ecologie, pag. 22 is tabel 4.3 opgenomen met de soorten, die een hoog risico lopen op aanvaringen met windmolens. Dat maakt duidelijk dat het VKA eigenlijk niet mogelijk is in zon belangrijk gebied voor vogels. Voor een aantal soorten zelfs het belangrijkste gebied in Noord-Brabant. 5. Het SOVON rapport Vogels in de Beerse overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines gemaakt in opdracht van de provincie heeft al in een heel vroeg stadium het grote belang van de Duurzame Polder in beeld gebracht. Twee citaten: De ruimtelijke analyse van het voorkomen van 26 soorten broedvogels waarvoor de Beerse Overlaat een groot provinciaal belang heeft laat zien dat bijna al deze soorten een negatieve correlatie vertonen met de aanwezigheid van windturbines in de omgeving. Voor 15 soorten is dit verband significant. Het is niet mogelijk om een exacte effect-afstand aan te geven, maar het is waarschijnlijk dat effecten te verwachten zijn tot op ruim een kilometer afstand van de windturbines. ln deze VKA wordt daar volledig aan voorbij gegaan. 6.
Al eerder hebben wii de Windmolenrisicokaart voor vogels opgesteid door de Vogelbescherming aangedragen. De kaart is gebaseerd op gegevens van diverse landelijke vogelmeetnetten. Het gebied vanaf de Groote Wielen tot aan Geffen en Lith valt in de hoogste risico categorie voor weidevogels en deels voor akkervogels. Het meer recente rapport van SOVON in opdracht van Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Achtergronddocument windenergie gevoeligheidskaart vogels, Sovon-rapport 2021/09) komt tot dezelfde conclusie.
7
7. Onderbelicht blijft het grote belang van de Hertogswetering voor overwinterende vogels. IVN Oss telt al jareníang een aantal keren in de winterperiode de aanwezige vogels. Wij hebben de gegevens aan de gemeente aangeleverd, maar vinden er niets over terug in de VKA. 8. Een ontheffing kan slechts worden verleend, als geen afbreuk wordt gedaan aan de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied en de gunstige staat van instandhouding blijft voortbestaan. Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij het 1%-criterium, ook wel het ORNÍS-criterium of de 1%-mortaliteitsnorm genoemd. Er wordt in de Plan-MER vanuit gegaan dat bij een extra sterftecijfer van de soort van 1% of minder, kan worden geoordeeld dat er geen effect is op de gunstige staat van instandhouding van de betrokken populatie. ln maart 2020 is door de WUR (Wageningen University & Research) een rapport gepubliceerd met de titel: Mortality limits used in wind energy impact assessment underestimate impacts of wind farms on bird populations. ln dit rapport is het effect van het hanteren van de 1% sterfte criteria (ORNIS) op de vogelpopulaties onderzocht. ln plaats van een, verwacht, verwaarloosbaar effect bleek er een populatie afname van 2-24% te kunnen optreden na 10 jaar! Zeker voor soorten, die toch al achteruitgaan, zoals grutto en kleine zwaan is dat niet acceptabel.
En eigenlijk geldt dat voor alle Rode Lijstsoorten. Wij verwijzen hierbij naar het rapport: Mortality limits used in wind energy impact assessment underestimate impacts ofwind farms on bird populations. (2020) uitgevoerd door de WUR. 9. Onduidelijk is wat er met onze opmerking als reactie op de NRD over cumulatie is gedaan? Daarom herhalen wij onze opmerking: De grootschalige voorgenomen woningbouw in Oss zal tot een toename van verstoring van het weidevogelgebied leiden. Onderzoek de cumulatieve gevolgen van alle plannen (Oss West, rondweg Oss en plaatsing windmolens op grondgebied van s Hertogenbosch, nieuwbouw s Hertogenbosch in de polder) in dit gebied voor weidevogels. We zien a!leen een opmerking dat er geen projecten op stapel staan. Er is in ieder geval nog een project met windmolens in de gemeente Wijchen. 10. Onvoldoende is uitgezocht wat de negatieve gevolgen kunnen zijn van de grote snelheid van de punten van de wieken (100 km. tot 200 km. per uur). De daardoor ontstane luchtdrukverschillen kunnen dodelijk zijn voor bijvoorbeeld insecten, vleermuizen en mogelijk ook voor kleine vogels, zonder dat ze in aanvaring komen met de wieken zelf (barotrauma). 11. Onvoldoende zijn de trekroutes van vleermuizen in kaart gebracht terwijl uit die groep veel slachtoffers te verwachten zijn. De molens trekken grote hoeveelheden insecten aan waar ook weer vleermuizen op afkomen.
Er is onvoldoende onderzocht wat de negatieve gevolgen zijn op de populaties terwijl die al zeer sterk zijn afgenomen. 12. Merkwaardig is dat er nog steeds geen duidelijkheid is over de vliegrichtingen van bijvoorbeeld vogels, die een mogelijke relatie liebben met Natura 2000 gebied de Rijntakken. (pag.140) Terwijl BUWA daar, in opdracht van de initiatiefnemers, uitgebreid radaronderzoek naar heeft gedaan en daarover een rapport heeft gemaakt. Tot nu toe hebben wij geen inzage in dit rapport gekregen. 13. Geen woord in de Plan-MER over onze bijdrage over het belang van de kieine zwaan, waarin wii de v!iegrichtingen naar een van hun slaapplaatsen hebben rai [e]
ingetekend. Op een bijgevoegd kaartje is wel aangegeven waar de meeste kleine zwanen foerageren. Uit gegevens in Waarnemingen.NL blijken de kleine zwanen vrijwel de gehele Duurzame Polder te gebruiken, zeker tijdens harde winters in Midde n-E u ro p a. 14. Een groot gemis in de Plan-MER is de uitleg over het grote belang van de kleine zwaan. Witteveen en Bos vermelden de soorten van de Rode Lijst, maar vermelden niet dat Nederland nooit een Rode Lijst van overwinterende vogels heeft gemaakt. De kleine zwaan staat echter op de Rode Lijst van Europa! En alle landen zijn daardoor verplicht tot de hoogste graad van bescherming voor deze soort. 15. ln de Plan-MER wordt terecht uitgebreid ingegaan op de mogelijke effecten op luchtverontreiniging. Maar er wordt volledig voorbijgegaan aan de mogelijk negatieve effecten op de bodem- en waterkwaliteit. Nederland moet in 2027 voldoen aan de KRW en de effecten van afbladdering dienen dus in kaart te worden gebracht (bijlage Afbladdering ...). Onlangs heeft de RIVM een nieuw rapport gepubliceerd: Eerste inzicht in emissies van chemische stoffen bij windturbines op land. Resultaten quickscan (RIVM-briefrapport 2022-0235 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e ) ððConclusie en aanbevelingen vervolgonderzoek Deze l l quickscan laat zien dat het aannemelijk is dat er emissies van chemische stoffen optreden tijdens de gebruiksfase van windturbines op land.
Dit betreft stoffen uit de coatings op de mast en bladen van de turbines. De coatings zijn qua samenstelling vergelijkbaar met coatings gebruikt in de luchtvaart, drinkwatersector, water- en wegenbouw. Een aantal van de stoffen die aanwezig ziin in dergelijke coatings is geclassificeerd als gevaarlijk vanwege hun mogelijk 5.1.2e
5.1.2e 5.1.2e
5.1.2e 5.1.2e
schadelijke effecten op mens en ecosystemen. De stoffen kunnen uitlogen uit de coatings waardoor ze in het milieu terechtkomen. Biologische testen (bioassays) met uitloogvloeistoffen van coatings laten zien dat er langs deze route inderdaad nadelige effecten, zoals verminderde voortplanting, kunnen optreden bij in het oppervlaktewater levende organismen. 16. ln het TAUW rapport Passende beoordeling Natura 2000 gebied de Rijntakken wordt aangegeven dat nader onderzoek dient plaats te vinden naar ten minste de volgende vogelsoorten: kleine zwaan, wilde zwaan, toendrarietgans, smient, goudplevier, kievit (niet broedvogel), kemphaan, grutto (niet broedvogel), wulp. 17. Een merkwaardige opmerking in het rapport van Tauw is dat de kleine zwaan overdag vliegt. Het is bekend dat de kleine zwanen in de Geffense Plas kunnen arriveren als het al donker is. 18. Opvallend is dat in de Plan-MER gesproken wordt over 2 weidevogelgebieden. Terwijl in het BUWA rapport (zoals ook IVN Oss al eerder heeft aangegeven) duidelijk aangegeven is dat er ook het weidevogelgebied Maasdonk bestaat (het kaartje daarvan staat nota bene wel in de Plan-MER). 19. ln 3.1 van Plan-MER worden Europese regels genoemd maar de belangrijkste ontbreekt: Strategic Plan forthe Bern Convention forthe period to 2030.
ln planMER ontbreken de belangrijke doelstellingen voor 2030 van de Bern conventie om van de polder een echt duurzame polder te maken. En om een evenwichtige afweging te maken tussen natuur, landschap en energieopwekking. Ook is de plaatsing van de windmolens niet getoetst a.d.h.v. de geldende richtsnoeren: Windfarms and Birds: An analysis ofthe effects ofwindfarms on birds, and 9
guidance on environmental assessment criteria and site selection issues. Report written by BirdLife lnternational on behalfofthe Bern Convention 5.1.2e , RSPB/BirdLife in the UK. & 5.1.2e Onvoldoende inzicht op de mogelijkheden tot compensatie 20. Er kunnen als het aan de Provinciale Staten van Noord-Brabant (Statenmededeling 25 mei 2021) ligt alleen windmolens komen als er een alternatief gebied is gevonden ter compensatie voor plaatsing van de windmolens buiten het zoekgebied. Dus als de windmolens er komen waar kan een 2500 ha groot alternatief weidevogelgebied met dezelfde kwaliteit worden gevonden? 21. Bekend is dat een mogelijke verplaatsing succesvol moet zijn tiitgevoerd, voordat er overgegaan kan worden tot plaatsing van windmolens. Het is de vraag of moeilijk verplaatsbare soorten, zoals griitto en wulp, snel een nieuw gebied zullen accepteren. 22. De Wet Natuurbescherming wordt verschillende keren genoemd. M.b.t. weidevogels wordt vermeld: Gezien de landelijke en lokale afname van weidevogels .... is behoud en optimalisatie van de weidevogelgebieden van groot belang voor deze soorten. Maar wat, hoe, waar, vrijwillig, verplicht, tijdsduur vooraf, kans op succes worden niet beoordeeld.
Vermeld wordt in ambtelijke beantwoording van eerdere vragen dat er een gebiedsproces wordt opgestart, maar dat kan niet in de plaats komen van wettelijke verplichtingen en uitgezet beleid. 23. Regelmatig wordt er gesproken over compensatie, maar dit wordt nu opnieuw doorgeschoven naar de Project MER. Daarmee is het voor de gemeenteraad onmogelijk om een inzicht te krijgen in de kansen. Er dient daarnaast een opsomming te worden gemaakt van al verplichte opdrachten voor de gemeenten, bijvoorbeeld afronden droge verbindingszone langs de Hertogswetering. En apart daarvan de compensatie van negatieve effecten van het plaatsen van windmolens. De kansen op realisatie en kosten blijven onduidelijk. 24. ln het rapport Tauw: Nee tenzij.... Wordt terecht opgemerkt dat compensatie moet plaatsvinden zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke habitat. Maar in de VKA worden juist de meest geschikte habitat voor veel vogels aangetast. Als alternatief wordt genoemd het waterwingebied en de Lithse eendenkooi. Maar daarna zou een kilometer afstand (denk aan baltsvlucht grutto) van dat gebied geen windmolens mogen worden geplaatst. 25. ln het VKA staan vlak bij de Hertogswetering verschillende windturbines ingetekend. ln Aanvullend onderzoek ecologie van Witteveen en Bos staat echter dat de kooicirkel (beschermingscirkel rond eendenkooi) van 1,5 km niet moet worden aangetast.
Bovendien wordt in dat onderzoek het gebied van SBB als mogelijk alternatief voor weidevogels genoemd. Als dat alternatief haalbaar is, moet de afstand tot windmolens minstens 500 meter zijn volgens hetzelfde rapport. Bovendien is uit slaapplaatstellingen gebleken dat de poel (restant van een verdwenen eendenkooi) vaak in gebruik is van o.a. kleine zwanen. Voor overwinterende soorten geeft het betreffende rapport een afstand van 800 meter tot windmolens aan.
10
Onvotdoende wordt rekening gehouden met de unieke landschappeiijke kwaliteiten. 26. De Duurzame Polder is volgens de Plan-MER een cultuurhistorisch waardevol gebied. Het gebied wordt omschreven als een van de meest uitgestrekte open landschappen in Nederland. Zowel de provincie ais de gemeente hebben de afgelopen 30 jaar in alle beleidsnotas de openheid als te beschermen waarde opgenomen. Aantasting valt niet te compenseren, zelfs niet met het mooie woord: inpassing. 27. Bureau H+N+S gaat uitgebreid in op de effecten van windmolens op de open ruimte. Maar het lijkt wel of ze daarbij niet naar de VKA gekeken hebben. Zo stellen ze dat een opstelling in oost-west juist de openheid kan versterken. Maar het VKA gaat uit van clusteropstelling.
L.ganda 1 :.
ocb
,
-A
NNB
Ho,bet
NNB BBO 200m) PmUvgabobn
Rmt
Ran- on loeragee.gs$ødanauo.oen - Bu11n, 400m)
PI d. gnbnd,,
iandampn.1nnm. IaU vIa mm,on
Bvf1n. døbt. -
n
wd.juN. l3JYo, (1OOOn
w,N
.bmdganz.n an aant.n
2OOn) 3-OQ
V1mp.alnn wavgnN. B.Afm )200m)
11
0010
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 6, 9, 10
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub f
De bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens
2