CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragenhalfuur CDA.pdf

Raadsvergadering 3 juli 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Vragenhalfuurtje401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Lineke Liemburg Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Martin de Vries <MartindeVries.CDA@raad-opsterland.nl> vrijdag 30 juni 2023 11:19 Griffie Opsterland Vragen voor het vragenhalfuurtje komende maandag

Goedemorgen, Tijdens het vragenhalfuurtje komende maandag 3 juli zou ik graag de volgende vragen willen stellen: Wij hebben 2 vragen. Het begin van de sloop van het Lomanhuis roept veel vragen op en zorgt voor veel speculaties en theorieën. De erfgoedverordening is nieuw en het is volgens ons goed om gezien het voorgaande wat extra uitleg te vragen: 1. Tijdens de behandeling van het raadsvoorstel over de erfgoedverordening voor de gemeente Opsterland hebben wij uitvoerig gesproken over het spanningsveld tussen het behoud van erfgoed en de vrijwilligheid van de eigenaar. Hiervoor biedt artikel 11 van de verordening uitkomst. Normaal gesproken heb je vooraf overleg met de eigenaar. Met artikel 11 kun je zonder dat je tevoren overleg hebt gehad met de eigenaar (bijvoorbeeld als je vermoedt dat die niet gaat instemmen, maar er wel een grote maatschappelijke relevantie van het object bestaat), al een voorbescherming opleggen en dan pas daarna het gesprek met de eigenaar aangaan. Zonder al te juridisch te worden heeft de gemeente terecht de eigenaar op de hoogte gebracht van het voornemen tot voorlopige aanwijzing (op basis van art. 3:2 jo 4:8 Awb). Wanneer je verwacht dat de belanghebbende bedenkingen heeft, moet die zijn zienswijze kunnen geven. Logisch, en ook belangrijk in een rechtstaat. Er zijn 2 situaties mogelijk: 1. Er wordt niet verwacht dat de eigenaar bedenkingen heeft.

Dan zal de waarde van art. 11 Erfgoedverordening over het algemeen ook nihil zijn. 2. Er wordt verwacht dat de eigenaar wel bedenkingen heeft. Maar dan moet hij dus eerst ook conform de Awb (art. 3:2 jo 4:8 Awb) in gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen. Dit biedt ook de mogelijkheid om activiteiten te verrichten met onomkeerbare gevolgen, waardoor we niet eens toekomen aan de bescherming van art. 11. De vraag die wij hebben is: wat is de waarde van art. 11 van onze verordening? Welke bescherming biedt dit in de praktijk? 2. Een vraag meer specifiek over het Lomanhuis: wat kan en wat gaat de gemeente om te voorkomen dat het terrein de uitstraling van een bouwput heeft? Wordt de rest van het pand op korte termijn ook gesloopt en het terrein weer netjes gemaakt?

Vriendelijke groet, 1

Martin de Vries CDA Opsterland

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=0e366b45-255f-487e-84b5-42dc809cd223