Vonnis Rechtbank 22-01-2020.pdf
Tekst van het document
•
vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden zaaknummer/rolnummer: C/17/151827 /HAZA 16-295 Vonnis van 22 januari 2020
in de zaak van de stichting STICHTING SPORTGEBOUW KORTEZWAAG,
gevestigd te Gorredijk, eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie, advocaat mr. S.A. Frijling te Groningen, tegen de rechtspersoon naar publiek recht DE GEMEENTE OPSTERLAND,
zetelend te Beetsterzwaag, gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie, advocaat mr. R. Glas te Leeuwarden. Partijen zullen hierna SSK en de gemeente genoemd worden. 1.
De procedure
1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 16 januari 2019; - het herstelvonnis van 30 januari 2019; - het deskundigenbericht; - de conclusie na deskundigenbericht van de gemeente; - de antwoordconclusie na deskundigenbericht van SSK. 1.2.
Ten slotte is wederom vonnis bepaald.
2.
De verdere beoordeling
2.1. De rechtbank neemt bij haar verdere beoordeling over en verwijst naar hetgeen zij heeft overwogen en beslist bij voormeld tussenvonnis. 2.2. Bij vonnis van 16 januari 2019 heeft de rechtbank de heer ing. A. van Gellicum, verbonden aan Steenhuijs Grondzaken B.V. te Utrecht, tot deskundige in de onderhavige zaak benoemd.
C/17/151827 I HAZA 16-295 22 januari 2020
2.3.
2
Op 29 april 2019 heeft een plaatsopneming door de deskundige plaatsgevonden.
2.4. SSK heeft in haar aantekeningen die zij ten behoeve van de plaatsopneming heeft opgesteld het voigende - voor zover van belang - opgemerkt: "Geen verrekenbare BTW 7. De Stichting attendeert de taxateur erop dat zij geen BTW kan verrekenen. De regelgeving daaromtrent is aangepasr. In het verleden, toen het gebouw werd gesticht, is wel gebruik gemaakt van een fiscale regeling waarbij de Stichting de BTW op de stichtingskosten kon verrekenen. Voorwaarde om van die fiscaliteit gebruik te maken, was dat een huurprijs in rekening werd gebracht van minimaal - 7% van de stichtingskosten. Tevens was noodzakelijk dat die huurprijs jaarlijks zou worden geïndexeerd. Zo is ook de huurprijs van de sportverenigingen tot stand gekomen: op hnsis van 7% van de oorspronkelijke stichtingskosten, welk bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd met 2%. Dit is geen marktconforme maar een fiscale huurprijs en daarom is de I )CF-methode in de onderhavige kwestie ook geen goede basis om te komen tot een waardebepaling. Tevens maakt dit dat meegerekend."
2.5. De gemeente heeft naar aanleiding van de aantekeningen van SSK in een e-mail van 9 mei 2019 aan de deskundige het volgende - voor zover van belang - geschreven: "Dat SSK. geen btw kan verrekenen ls een gegeven en de Gemeente gaat ervan uit dat u vanuit U\V deskundigheid weet hoe u daarmee moet omgaan bij het taxeren van de waarde van het pand. Naar de mening van de Gemeente zou dit geen effect mogen hebben, omdat het niet gaat om de hoedanigheid van de eigenaar van het pand, maar om de waarde van het pand per 31 december 2015, ongeacht wie eigenaar is."
2.6. In zijn rapport van 9 juli 2019 heeft de door de gemeente ingeschakelde deskundige, de heer C.R. Leenstra werkzaam bij Leenstra Taxaties O.G. te Heerenveen (hierna: Leenstra), het volgende - voor zover van belang - opgenomen: "Het relaas over de BTW bladzijde 18/19 is niet van toepassing daar (voormalige) gebruiker niet BTW plichtig is. En dan is dus de waardering ook gewoon inclusief btw, zoals door mij ook uitgevoerd."
De g;e!~ee!'!te heeft dit ~'~ppctt û.üii Jc dc.;kuüjië\:i t:)CLV1tJc11 111c;l Ût; II1t;J~u~ii11g dat u~ inhoud daarvan moet worden beschouwd als het commentaar van de gemeente op het conceptrapport van de deskundige en dat zij de inhoud daarvan tot de hare maakt. 2. 7. De deskundige heeft op 12 juli 2019 zijn deskundigenbericht uitgebracht en heeft de door de rechtbank gestelde vragen als volgt beantwoord: "l. Kunt u de waarde van het sportgebouw (en de eventuele overige aanwezige gebouwen) vaststellen per 31 december 2015 ( de datum waarop de erfpacht van rechtswege is geëindigd), exclusief de waarde van de ondergrond? Deskundige schat de marktconforme waarde van de opstal per 31 december 2015 op € 232.000 ( ... ). Kunt u hierbij rekening houden met het feit dat de btw niet verrekend kan worden? Het feit dat partijen ter zake van het onderhavige object geen BTW (hebben) kunnen verrekenen is niet van belang voor de opstalwaarde. De opstalwaarde betreft immers een objectieve waarde. De invloed van de per 3 1 december 2015 van toepassing zijnde BTW-regelgeving is gemotiveerd weergegeven in paragraaf 8.3.2.
C/17/151827 I HAZA 16-295 22 januari 2020
3
2. Kunt u gemotiveerd aangeven welke omstandigheden in uw optiek van belang zijn geweest bij de waardevaststelling? De omstandigheden die van belang zijn voor de waardering zijn uiteengezet in hoofdstuk 7 en 8. 3. Kunt u aangeven welke taxatiemethode u heeft gebruikt bij de waardering van het sportgebouw (en de eventuele overige aanwezige gebouwen) en kunt u motiveren waarop u voor de betreffende taxatiemethode heeft gekozen? Deskundige heeft gebruik gemaakt van de gecorrigeerde vervangingswaardemethode. De daaraan ten grondslag liggende overwegingen zijn uiteengezet in paragraaf 8.1 en 8.2. 4. Heeft u overigens nog opmerkingen die van belang zijn? Neen."
2.8. De deskundige heeft in zijn rapport de vervangingswaarde van het sportgebouw bepaald op een bedrag van€ 520.000,00 ( 471 m2 BVO x gemiddeld€ 1.100,00 per m2 BVO). Volgens de deskundige zijn deze bedragen exclusief BTW. De deskundige heeft daarover in zijn rapport het volgende - voor zover van belang - vermeld: "Voor de beantwoording van de vraag of de BTW kostprijsverhogend is en daarmee onderdeel wordt van de op de waardepeildatum in aanmerking nemende vervangingswaarde, dient te worden beoordeeld of de meest gerede koper op de waardepeildatum recht had op aftrek van voorbelasting. Het recht op aftrek van voorbelasting bestaat ingeval sprake is van BTW-belaste terbeschikkingstelling van een sportaccommodatie. De op de waardepeildatum geldende BTWregels bij terbeschikkingstelling van sportaccommodaties zijn neergelegd in het op 15 september 2014 gepubliceerde Sportbesluit van de Staatssecretaris van Financiën. Het Sportbesluit maakt onderscheid tussen verhuur en het geven van gelegenheid tot sportbeoefening, waarbij de eerste onbelast is en de tweede belast kan zijn. De voorwaarden voor het geven van gelegenheid tot sportbeoefening komen erop neer dat de exploitant naast de terbeschikkingstelling van de sportaccommodatie, voldoende aanvullend dienstbetoon moet verrichten. Mede gelet op rechtsoverweging 4.2 van de uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d.
12 januari 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:2195, ( .. ./Belastingdienst), acht de deskundige het - gelet op het grote voordeel van BTW-aftrek over investeringen en kosten tegenover het veel kleiner nadeel van belaste terbeschikkingstelling aannemelijk dat de terbeschikkingstelling van een sportaccommodatie zodanig wordt vormgegeven, dat sprake is van het geven van gelegenheid tot sportbeoefening om daarmee recht op aftrek van voorbelasting van investering, onderhoud en beheer te bewerkstelligen. Aldus is de BTW geen kostprijsverhogende factor voor de op de waardepeildaturn in aanmerking te nemen vervangingswaarde. SSK en de gemeente wijzen erop dat de BTW niet verrekend kan worden. De gemeente wijst er voorts op dat in het vonnis van 16 januari 2019 is bepaald dat bij de waardebepaling moet worden uitgegaan van "het feit dat de BTW niet verrekend kan worden". Deskundige wijst erop dat de tweede volzin van de eerste vraagt luidt: "Kunt u hierbij rekening houden met het feit dat de btw niet verrekend kan worden?". Deskundige realiseert zich dat hij deze vraag in de conceptfase niet heeft beantwoord. Deskundige beantwoordt deze vraag ontkennend. De omstandigheid dat SSK dan wel de gemeente (op de waardepeildatum) niet B'I'W-plichtig zijn (geweest) betreft een subjectieve omstandigheid die niet relevant is voor de waarde van de opstal. Deze dient immers objectief te worden bepaald.
Deskundige verwijst in dezen naar hetgeen hiervoor in paragraaf 8.1 en 8.2 over de uitgangspunten voor de waardering is overwogen. De vervangingswaarde van de opstal, die als vertrekpunt geldt voor het bepalen van de gecorrigeerde vervangingswaarde, dient van alle subjectieve feiten en omstandigheden te worden ontdaan. Louter objectieve feiten en omstandigheden zijn relevant. Een van de
C/17/151827 /HAZA 16-295 22 januari 2020
4
omstandigheden is het fiscale regime op de waardepeildatum en de wijze waarop de in het marktwaardebegrip bedoelde (bereidwillige, geïnformeerde en prudent handelende) partijen hiermee omgaan. Ook na heroverweging is deskundige van mening dat de BTW kostprijsverhogende factor (de rechtbank leest: geen kostprijsverhogende factor) is voor het bepalen van de vervangingswaarde op de waardepeildatum."
2.9. De deskundige heeft de vervangingswaarde van het sportgebouw van€ 520.000,00 gecorrigeerd met de opgetreden technische veroudering en de functionele veroudering. De correctie wegens functionele veroudering omvat vier correctiefactoren, namelijk economische veroudering, verandering in bouwwijze, belemmering in gebruiksmogelijkheden en excessieve gebruikskosten. De deskundige heeft deze correcties in zijn rapport als volgt bepaald: "8.3.3 Technische veroudering
Voor hel bepalen van de correctie voor technische veroudering gaat deskundige; mede gelet op aard, bouwwijze en de kwaliteit van de toegepaste materialen uit van de volgende parameters: Bestanddeel
Aandeel vervangingswaarde
Levensduur (bandbreedte)
Restwaarde (bandbreedte)
25% 20%
20 jaar ( 15-25 jaar) 20 jaar ( i 5-20 jaar)
25% (20-30%) i 5% ( l 0-20%)
r11u ,h n 11u 1
afbouw/vaste inrichting installaties
Op basis van deze parameters van de gemiddelde technische veroudering als volgt worden bepaald: Bestanddeel
Aandeel
ruwbouw afbouw/vaste inrichting installaties
55% 25% 20%
Technische veroudering -/- 35% -/- 75% -/- 75% *
Gewogen gemiddelde -/- 19,3% -/- 18,8% -/- 15.0% -/- 53,0%
* gecorrigeerd voor vervanging van diverse installaties ( ... ) Op basis van genoemde parameters is de technische veroudering berekend op -/- 53%. Dit percentage acht deskundige passend voor onderhavige object. 8.).4 Functionele veroudering Een correctie voor economische veroudering acht deskundige niet geboden. Aan kleedruimten voor sportverenigingen bestond op de waardepeildaturn voldoende behoefte. Een correctie voor verandering van bouwwijze acht deskundige in zeer beperkte mate geboden. Sinds de bouw van het object in 1995 zijn de richtlijnen en standaarden voor ontwerp, bouw en exploitatie door sportkoepels en -bonden aangepast. Dit maakt dat onderhavige object in beperkte mate afwijkt van de actuele ontwerpuitgangspunten. Om die reden schat deskundige de correctie voor verandering van bouwwijze op -/- 5%. Een correctie voor belemmering van gebruiksmogelijkheden is volgens deskundige niet geboden. Van een ondoelmatige inrichting dan wel een tekort of overschot aan ruimte is deskundige niet gebleken. Een correctie voor excessieve gebruikslasten is evenmin aan de orde. Deskundige schat de onderhoudskosten en de energiekosten als gemiddeld in. Op basis van het vorenstaande bedraagt de functionele veroudering-/- 5%.
( ... )
C/17/151827 /HAZA 16-295 22 januari 2020
5
8.3.5 Gecorrigeerde vervangingswaarde Met inachtneming van het vorenstaande wordt de gecorrigeerde vervangingswaarde als volgt berekend: vervangingswaarde af: correctie technische veroudering subtotaal af: correctie functionele veroudering gecorrigeerde vervangingswaarde
53% van€ 520.000 5% van€ 244.400
€ 520.000 € 275.600 -/€ 244.400 € 12.200 -/€ 232.180
De aldus berekende gecorrigeerde vervangingswaarde van afgerond€ 232.000 impliceert dat een circa 20 jaar oude opstal, die vergelijkbaar is met onderhavig object, ten opzichte van de actuele vervangingswaarde circa 55% van de waarde heeft verloren. Voornoemde waarde en voornoemde verhouding komen deskundige marktconform voor. 8.4 Conclusie
Deskundige schat de marktconforme waarde van de opstal op afgerond€ 232.000 ( ... ). "
2.10. De deskundige heeft in de opmerkingen van partijen op zijn concept-rapport geen aanleiding gezien zijn standpunt bij te stellen. Standpunt van de gemeente 2.11. In de conclusie na deskundigenbericht heeft de gemeente - samengevat - gesteld dat de taxatie niet reëel is, gezien de aard (incourantheid) en leeftijd (gedateerd) van het gebouw, alsmede de functionele veroudering. De gemeente heeft er bezwaar tegen dat de deskundige geen rekening heeft gehouden met de erfpacht-/lening-/verhuur-constructie. Het betreft een incourant pand en de gebruiksmogelijkheden zijn beperkt. De gemeente acht het daarom redelijk om de huurprijs maatgevend te laten zijn voor het bepalen van de waarde op inkomstenbasis in plaats van de door de taxateur toegepaste vervangingswaarde. De gemeente is het niet eens met het standpunt van de deskundige dat de huurovereenkomst gelijktijdig met het einde van de erfpacht geacht moet worden te zijn geëindigd, omdat de sportverenigingen nog steeds gebruik maken van de kleedruimten op basis van de huurovereenkomsten. Ten aanzien van de door deskundige toegepaste correctie voor technische veroudering heeft de gemeente zich op het standpunt gesteld dat deze correctie 64,3% dient te bedragen.
Volgens de gemeente is de deskundige uitgegaan van een levensduur van 20 jaar voor afbouw/vaste inrichting en voor installaties en is de resterende levensduur van deze onderdelen, gezien het bouwjaar ( 1995), op de peildatum 0. Het percentage technische veroudering zou 100% moeten zijn en niet 75%, zoals door de deskundige geschat, waardoor het gewogen gemiddelde van deze onderdelen uitkomt op respectievelijk 25% en 20%. Ten aanzien van de door de deskundige toegepaste correctie voor functionele veroudering heeft de gemeente gesteld dat de deskundige zijn standpunt met betrekking tot de correctiefactoren economische veroudering, verandering in bouwwijze en excessieve gebruikskosten onvoldoende heeft gemotiveerd. Standpunt van SSK 2.12. SSK heeft zich in haar antwoordconclusie na deskundigenbericht gerefereerd aan het oordeel van de deskundige, met uitzondering van het standpunt van de deskundige dat de waardering van het sportgebouw exclusief BTW dient plaats te vinden. Volgens SSK zijn
C/17/151827 /HAZA 16-295 22 januari 2020
6
partijen het erover eens dat de door de deskundige getaxeerde waarde moet worden vermeerderd met BTW van 21 %, zodat de taxatiewaarde uitkomt op een bedrag van € 281.000,00. De deskundige is niet gevraagd om in een objectieve toestand te taxeren, maar specifiek in het onderhavige geschil tussen partijen. Er kan, aldus SSK, niet geabstraheerd worden van het feit dat zij de BTW niet kan verrekenen. Ten aanzien van de reactie van de gemeente op het deskundigenrapport heeft SSK aangevoerd dat de gemeente ten onrechte boekhoudkundige principes aan de taxatie door de deskundige, zoals afschrijvingsperioden, ten grondslag wil leggen. Volgens SSK dient daar bij de door de deskundige toegepaste berekeningsmethode geen rekening mee te worden gehouden. SSK kan zich vinden in de door de deskundige gehanteerde waarderingsmethode, namelijk de gecorrigeerde vervangingswaarde, omdat er geen commerciële markt is voor de verhuur van sportgebmnven. SSK heeft verder betwist dat er minder behoefte bestaat aan kleedruimte voor de sportverenigingen vanwege een vertrek van de korfbalvereniging en teruglopende
ledenaantallen van de verenigingen. Tot slot heeft SS_K opgemerkt dat in het kader van de taxatiemethode die de deskundige heeft gebruikt niet reievant is dat de huurovereenkomst geacht moet worden te zijn geëindigd geiijktijdig met het einde van de erfpacht. Waarderingsmethode 2.13. De rechtbank overweegt ten aanzien van de door de deskundige gehanteerde waarderingsmethode als volgt. SSK is een stichting die zich ten doel heeft gesteld ten behoeve van het gezamenlijk gebruik daarvan door de sportverenigingen een sportgebouw te realiseren, te beheren en te exploiteren. De deskundige heeft opgemerkt dat de kostprijsdekkende huur, die SSK van de sportverenigingen vraagt, niet als rnarkthuur kan worden beschouwd en dat voor dergelijke sportaccommodaties geen liquide markt bestaat. De deskundige acht de inkomstenbenadering, zoals door de gemeente voorgesteld, daarom onjuist. Volgens de deskundige dient de waardering op basis van de kostenbenadering, waartoe de gecorrigeerde vervangingswaardemethode wordt gerekend, plaats te vinden. Dit is een directe benadering, waarbij de opstalwaarde eigenstandig, dus los van de grond, wordt geïndiceerd. Deze conclusie van de deskundige is uitgebreid gemotiveerd en komt de rechtbank juist voor.
De rechtbank passeert daarom de stelling van de gemeente dat de deskundige de huurprijs maatgevend moet laten zijn voor het bepalen van de waarde op ' - 1. _ --- _.,1. _ ·- 1
'_
llU'\.VllJ.::)l~llU'1.:)1.'.).
Onderhoudstoestand 2.14. De rechtbank kan de gemeente niet volgen in haar stelling dat de taxatie niet juist is omdat de deskundige geen rekening zou hebben gehouden met verouderde installaties en met vervanging van het mastiek op het dak. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de deskundige daar in voldoende mate rekening mee gehouden. In zijn rapport heeft hij in paragraaf 8.3 .3 onder technische veroudering een correctie opgenomen voor vervanging van diverse installaties. Ten aanzien van het mastiek van het dak heeft de deskundige in zijn rapport aangegeven dat hem tijdens de opname van het sportgebouw niet is gebleken van slijtage van de dakbedekking en van lekkages. Vervanging van 20 jaar oude dakbedekking is volgens de deskundige geen wetmatigheid en de levensduur kan worden verlengd door zorgvuldig onderhoud en plaatselijk herstel van slechte delen. De rechtbank ziet in het verweer van de gemeente geen aanleiding om voorbij te gaan aan de conclusie van de deskundige daarbij aan.
C/17/151827 /HAZA 16-295 22 januari 2020
7
Technische veroudering 2.15. Ten aanzien van de stellingen van partijen en het standpunt van de deskundige met betrekking tot de correctie voor technische veroudering voor afbouw/vaste inrichting en installaties overweegt de rechtbank dat aan deze onderdelen weliswaar een levensduur van 20 jaar is toegekend, maar dat dit niet betekent dat deze onderdelen na 20 jaar niet langer gebruikt kunnen worden. De rechtbank verwijst in dit kader naar hetgeen de deskundige hierover heeft vastgesteld. De rechtbank neemt op ook dit punt de conclusie van de deskundige over, nu deze haar juist voorkomt. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het standpunt van de gemeente dat ten aanzien van bepaalde onderdelen sprake is van een zodanige veroudering dat de waarde op nihil dient te worden gesteld. Functionele veroudering 2.16. De rechtbank volgt de deskundige ook in zijn standpunt dat er voldoende behoefte is aan kleedruimten voor sportverenigingen en dat een correctie voor economische veroudering niet geboden is. De gemeente heeft weliswaar gesteld dat de ledenaantallen van de sportverenigingen teruglopen en dat de korfbalvereniging vertrekt, maar dit is door SSK betwist. De rechtbank heeft dan ook geen aanleiding om de conclusie van de deskundige niet te volgen.
Dit heeft ook te gelden voor de stellingen van de gemeente ten aanzien van de correctie voor verandering van bouwwijze en voor excessieve gebruikslasten. De gemeente heeft dit onvoldoende onderbouwd. BTW 2.17. Volgens SSK zijn partijen het erover eens dat de door de deskundige getaxeerde waarde moet worden vermeerderd met BTW van 21 %, zodat de taxatiewaarde uitkomt op een bedrag van€ 280. 720,00. De deskundige heeft echter vastgesteld dat het feit dat SSK niet B'I'W-plichtig is een subjectieve omstandigheid betreft, die niet meegewogen dient te worden bij de waardering van de opstal. Volgens de deskundige is het aannemelijk dat de ter beschikking stelling van de sportaccommodatie in de toekomst zodanig wordt vorm gegeven dat sprake is van het geven van gelegenheid tot sportbeoefening zodat recht op aftrek van voorbelasting van investering, onderhoud en beheer wordt bewerkstelligd. De deskundige heeft op grond van het voorgaande de vervangingswaarde bepaald op een bedrag exclusief BTW. De rechtbank is met SSK van oordeel dat de vraag hoe de ter beschikking stelling van de sportaccommodatie in de toekomst naar alle waarschijnlijk zal worden vorm gegeven niet dient te worden meegewogen bij de (objectieve) vaststelling van de waarde van het sportgebouw.
Het sportgebouw dient namelijk te worden gewaardeerd met het oog op de vaststelling van de vergoeding die aan SSK toekomt in verband met het einde van de erfpacht. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat SSK de BTW niet kan verrekenen. De vervangingswaarde dient dan ook te worden vermeerderd met de BTW. Conclusie 2.18. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank de gecorrigeerde vervangingswaarde van het sportgebouw zal vaststellen op een bedrag van€ 280.720,00. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de deskundige opdracht te geven een nadere motivering te geven, zoals door de gemeente verzocht.
C/17/151827 /HAZA 16-295 22 januari 2020
8
Uitvoerbaar bij voorraad verklaring 2. i 9. De gemeente heeft de rechtbank verzocht het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vanwege het restitutierisico dat zij daarbij loopt. Volgens de gemeente weegt haar belang zwaarder dan het belang van SSK om nu al te beschikken over de waardevergoeding. Voor het geval de rechtbank dit verweer afwijst, heeft de gemeente verzocht aan de uitvoerbaar bij voorraad verklaring de voorwaarde te verbinden dat SSK aan de gemeente afdoende zekerheid stelt voor al hetgeen zij uit hoofde van een vonnis aan SSK moet betalen, in de vorm van een bankgarantie. 2.20. SSK heeft aangegeven zich neer te leggen bij een niet uitvoerbaar bij voorraad verklaring van een te wijzen eindvonnis en zal met executie daarvan wachten totdat de
ssv
2.21. Naar aanleiding "?" het verzoek ""'" rio ;;emeonto on omrlnt ~:~1, ,,;,,. uo~~ot tegen een niet uitvoerbaar bij voorraad verklaring van dit eindvonnis en met de executie van het eindvonnis zal wachten totdat de uitspraak onherroepelijk is geworden, zal de rechtbank dit vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Prnceskosten tn rrnn,PnfÎP
2.22. De gemeente zal als de grotendeels in conventie in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De rechtbank stelt de proceskosten aan de zijde van SSK als volgt vast: - dagvaarding € 96,57 - griffierecht 3.903,00 - salaris advocaat 10.809 00 ( 4,5 punten x tarief€ 2.402,00) Totaal € 14.808,57. ? ?1
procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten in conventie zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in rlP hPc-l;c,,c,;nIT "Prn,Ç11,lrl .._.'-' ~.._,....,_.,._,J.l.lJ6
T._,1.1.11....,l'--J,
in voorwaardelijke reconventie 2.24. De gemeente zal in voorwaardelijke reconventie als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De rechtbank merkt ten aanzien van het salaris gemachtigde op dat zij in het feit dat de processtukken vrijwel gelijkluidend zijn in beide procedures, aanleiding ziet om het aantal punten in de procedure in reconventie te halveren. De kosten aan de zijde van SSK worden vastgesteld op€ 1.042,50 (3 punten x factor 0,5 x tarief€ 695,00) aan salaris advocaat. 2.25. De gevorderde veroordeling in de nakosten in voorwaardelijke reconventie is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten in voorwaardelijke reconventie zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
C/17/151827 /HAZA 16-295 22 januari 2020
9
kunnen worden begroot. De nakosten in voorwaardelijke reconventie zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
3.
De beslissing
De rechtbank
in conventie 3.1. verklaart voor recht dat het door de gemeente ten behoeve van SSK gevestigde erfpachtrecht per I januari 2016 is geëindigd door het verstrijken van de duur van 20 jaren; 3 .2. verklaart voor recht dat de gemeente per het eindigen van de erfpacht de vergoeding ex artikel 5:99 lid I BW verschuldigd is; 3.3. veroordeelt de gemeente tot betaling aan SSK van een bedrag van€ 280.720,00, zijnde de waarde van het door SSK aangebrachte sportgebouw, zulks te voldoen binnen veertien dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van eindigen van de erfpacht, zijnde 1 januari 2016 tot en met de dag der algehele voldoening; 3.4. veroordeelt de gemeente in conventie in de proceskosten, aan de zijde van SSK tot op heden vastgesteld op een bedrag van€ 14.808,57, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6: 119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
in voorwaardelijke reconventie 3.5.
wijst de vordering van de gemeente in voorwaardelijke reconventie af;
3.6. veroordeelt de gemeente in voorwaardelijke reconventie in de proceskosten, aan de zijde van SSK tot op heden vastgesteld op een bedrag van€ 1.042,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6: 119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
in conventie en in voorwaardelijke reconventie 3.7. veroordeelt de gemeente in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op€ 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat de gemeente niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6: 119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de dagtekening van dit vonnis tot aan de voldoening; 3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
C/17/151827 /HAZA 16-295 22 januari 2020
10
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Werkema en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Ambachtsheer.
-
type: coll: 613.