V07 Bijlage 1 Rapport Autonomie voor Fryslân 2026
Tekst van het document
Februari 2026
Autonomie voor Fryslân Rudolf Simons Else Maria van der Meulen AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
1
Voorwoord Dit document verschijnt op een moment waarop Fryslân zich voorbereidt op een nieuwe bestuurlijke fase. In maart 2026 kiezen inwoners hun gemeenteraden, waarna nieuwe colleges worden gevormd en voor meerdere jaren koers wordt bepaald. Juist in deze overgangsperiode ontstaat ruimte voor reflectie op structurele vragen die verder reiken dan één bestuursperiode.
Europa en Nederland In recente rapporten op Europees en nationaal niveau, waaronder die van Mario Draghi en Peter Wennink, komt een vergelijkbare analyse naar voren: economische, technologische en geopolitieke ontwikkelingen versnellen en versterken elkaar. Bestuurlijke systemen die zijn ingericht op geleidelijke verandering komen daarmee onder druk te staan. Niet handelen wordt in deze context zelf een keuze, met voorspelbare gevolgen voor bestuurlijke zeggenschap en regie. Deze analyse wordt inmiddels ook expliciet vertaald naar het regeringsbeleid. In het Coalitieakkoord 2026 wordt digitale autonomie benoemd als uitgangspunt voor de overheid. Strategische afhankelijkheden in cloud, data en cruciale systemen moeten doelgericht worden afgebouwd, met nadruk op Europese infrastructuur, veiligheid en soevereiniteit. Daarmee wordt digitalisering niet langer benaderd als een uitvoeringsvraagstuk, maar als een kernonderdeel van bestuurlijke verantwoordelijkheid op alle bestuurslagen.
Fryslân Dit Friese document sluit aan bij die analyse, maar verplaatst het perspectief naar regionaal en lokaal niveau. Waar Draghi spreekt over Europa en Wennink over Nederland, richt dit document zich op Fryslân. Niet omdat Fryslân uitzonderlijk is, maar omdat juist op regionaal niveau zichtbaar wordt hoe abstracte systemen doorwerken in concrete besluitvorming, financiering en publieke dienstverlening.
Digitalisering Data en digitalisering vormen daarbij een cruciale schakel. Steeds meer keuzes worden voorbereid en gelegitimeerd via data, modellen en algoritmen. Deze ontwikkeling biedt kansen voor beter beleid, maar verschuift ook zeggenschap. Wanneer het ontwerp en gebruik van deze systemen buiten het politieke debat blijven, verplaatst invloed zich zonder dat daar expliciete bestuurlijke besluiten aan voorafgaan.
2
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Geen politiek programma Dit document is nadrukkelijk geen politiek programma en geen beleidsvoorstel. Het schrijft geen inhoudelijke doelen voor en kiest geen ideologische positie. Het biedt een gemeenschappelijk denkkader voor alle politieke fracties in Fryslân, ongeacht signatuur, om zicht te krijgen op een vraag die aan alle beleidsterreinen raakt: hoe behouden we bestuurlijke regie in een digitale samenleving?
Praktische insteek De benadering is nuchter en praktisch. Het document laat zien waar bestuurlijke regie onder druk staat, welke gevolgen dat heeft voor regionale rechtvaardigheid en hoe gezamenlijke kaderstelling gemeenten kan versterken. Daarbij wordt aangesloten bij bestaande bestuurlijke verhoudingen en budgetten. Data-autonomie wordt niet gepresenteerd als extra beleidslaag, maar als randvoorwaarde voor goed bestuur.
Collegeakkoorden Net als bij de rapporten van Draghi en Wennink is de centrale boodschap niet normatief, maar analytisch. Wie tijdig keuzes maakt over fundamentele randvoorwaarden, vergroot zijn zeggenschap en regie. Wie dat nalaat, wordt afhankelijk van keuzes die elders worden gemaakt. Dit document nodigt uit om die verantwoordelijkheid gezamenlijk en bewust te nemen, in het belang van Fryslân. De actieagenda is zo geformuleerd dat zij rechtstreeks kan worden betrokken bij collegeakkoorden en uitvoeringsprogramma’s.
Over de auteurs De auteurs schrijven dit rapport op persoonlijke titel. De analyse is gebaseerd op bestuurlijke ervaring, observatie en betrokkenheid bij digitale en publieke vraagstukken in Fryslân. Het document is bedoeld als bijdrage aan het politieke en bestuurlijke gesprek in aanloop naar collegevorming en coalitieonderhandelingen. Het is geen standpunt van een organisatie of bestuurslaag en bevat geen beleidsvoorschriften.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
3
Een illustratieve casus
Een maandagochtend zonder houvast… Op een maandagochtend starten medewerkers van een Friese gemeente hun werkdag. Al snel blijkt dat de digitale werkomgeving niet beschikbaar is. E-mail, documenten, zaaksystemen en agenda’s zijn onbereikbaar. Telefonie en digitale loketten functioneren niet. Inwoners kunnen geen aanvragen doen en krijgen geen antwoord op lopende vragen.
Geen incident, wel blokkade De oorzaak is geen cyberincident en geen interne storing. De toegang tot de cloud omgeving is tijdelijk beperkt, gewoon volgens bestaande internationale contracten. Formeel is er geen sprake van onrechtmatigheid. Maar feitelijk ligt de basisdienst verlening volledig stil.
Geen uitwijk, geen informatiepositie De gevolgen zijn direct merkbaar. Er vormen zich rijen voor de balies. Het college beschikt niet over de benodigde stukken en kan slechts beperkt vergaderen. De gemeenteraad kan zijn controlerende rol niet uitoefenen, doordat informatie ontbreekt. Uitwijkmogelijkheden ontbreken omdat data, software en infrastructuur buiten directe publieke zeggenschap zijn georganiseerd.
Samenloop van kwetsbaarheden Tegelijkertijd komen ook andere publieke voorzieningen onder druk te staan. De energievoorziening is instabiel door netcongestie. Epidemiologische monitoring vertraagt, doordat actuele gegevens ontbreken. Publieke ketens blijken onderling afhankelijk, terwijl lokaal geen middelen zijn om zelfstandig te handelen.
Algemene data, geen lokale sturing Landelijke informatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Centraal Planbureau (CPB) biedt wel overzicht, maar is te algemeen om op Fries niveau bij te sturen. Regionale verschillen in spreiding, infrastructuur en kwetsbaarheid verdwijnen in gemiddelden. Lokaal ontbreekt een eigen informatiepositie om snel en gericht te sturen.
4
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Landelijke modellen, lokale uitkomst Herstel en prioritering verlopen via landelijke kaders en modellen. Niet door een expliciet besluit, maar omdat Fryslân in de aannames minder urgent lijkt. Er wonen per slot van rekening minder mensen. Wat rationeel is in het model, vertaalt zich lokaal in uitstel en beperkte aandacht.
Van afhankelijkheid naar bestemming Later volgen nieuwe besluiten. Op basis van nationale optimalisaties wordt Fryslân aangewezen als geschikte locatie voor grootschalige voorzieningen, zoals netverzwaring, bovengrondse kabels, zonneparken en datacenters. Modellen wijzen uit dat ruimte en impact hier efficiënt samenkomen.
Productiegebied als uitkomst Juist omdat Fryslân relatief weinig bestaande infrastructuur kent, zoals spoorverbindingen en havens, verschijnt de provincie in deze analyses als logisch productiegebied. Wat in modellen geldt als beschikbare ruimte en lage concurrentie, vertaalt zich bestuurlijk in een rol als productiegebied voor andere regio’s.
Geen tegenspraak zonder eigen data Fryslân kan deze uitkomsten moeilijk weerspreken. Niet omdat argumenten ontbreken, maar omdat de eigen data ontbreken. Zonder zelfstandige datasets, modellen en infrastructuur is er geen gelijkwaardige onderbouwing. Wat niet aantoonbaar is, weegt niet mee.
Geen doembeeld, maar een patroon Dit scenario is geen doembeeld. Het laat zien hoe opeenvolgende, op zichzelf begrijpelijke keuzes zich in de tijd opstapelen. Standaard cloudoplossingen, uitbesteding van data en het ontbreken van afspraken over continuïteit en zeggenschap werken samen door.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
5
Centrale vraag De vraag die deze casus oproept is niet technisch, maar bestuurlijk. Welke voorwaarden zijn nodig om regie, continuïteit en democratische verantwoording te waarborgen, wanneer besluiten via modellen lopen en het dagelijks leven in Fryslân gewoon doorgaat?
Wat kan wel De beschreven casus is geen uitzonderingssituatie en geen pleidooi voor bijzondere behandeling van Fryslân. Zij maakt zichtbaar hoe bestuurlijke afhankelijkheden in een digitale context uitwerken in een regio waar spreiding, afstand en schaal structureel afwijken van het landelijke gemiddelde. Fryslân fungeert hier als concrete casus voor een breder bestuurlijk vraagstuk dat ook andere regio’s raakt. Wanneer alle digitale systemen uitvallen, moeten Friese gemeenten kunnen terugvallen op vooraf gemaakte basisafspraken. Daarnaast is toegang nodig tot een beperkte set essentiële documenten en contactgegevens, los van de digitale werkplek, zodat college en organisatie kunnen blijven functioneren. Ook moet minimale dienstverlening overeind blijven via fysieke balies en telefonische bereikbaarheid, met eenvoudige noodprocedures voor inwoners. Op de middellange termijn ligt de nadruk op inzicht en samenwerking. Digitale infrastructuren bestaan uit samenhangende verbanden van data, software, hardware en contractuele afspraken. Begrip van deze afhankelijkheden ondersteunt bestuurlijke afwegingen over risico’s, continuïteit en zeggenschap. Geen enkele gemeente hoeft dit inzicht zelfstandig te ontwikkelen. Regionale samenwerking en kennisdeling kunnen bijdragen aan een beter gezamenlijk beeld van kwetsbaarheden en mogelijkheden.
Door ervaringen en expertise te bundelen ontstaat ruimte voor consistentere keuzes en gedeelde uitgangspunten, zonder dat lokale autonomie verloren gaat.
6
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Op langere termijn raakt deze vraag aan nationale en Europese ontwikkelingen. Digitale infrastructuur wordt in toenemende mate gezien als een publieke randvoorwaarde, vergelijkbaar met andere vitale voorzieningen. Initiatieven op rijksniveau, zoals gezamenlijke cloudvoorzieningen en gedeelde standaarden, kunnen bijdragen aan meer voorspelbaarheid en bestuurlijke houvast voor decentrale overheden. Voor gemeenten betekent dit dat zij, individueel en gezamenlijk, kunnen bezien hoe zij zich verhouden tot deze ontwikkelingen en welke randvoorwaarden zij daarbij relevant achten. Niet om alles zelf te organiseren, maar om expliciet te maken onder welke voorwaarden digitale afhankelijkheden bestuurlijk aanvaardbaar zijn.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
7
Samenvatting Wie besluit er straks over het Fryslân waarin wij leven? Steeds meer besluiten die het dagelijks leven in Fryslân raken, worden voorbereid met behulp van data, modellen en digitale systemen. Deze ontwikkeling voltrekt zich grotendeels buiten het zicht van het politieke debat, maar heeft directe gevolgen voor economie, zorg, bereikbaarheid, natuur, veiligheid en publieke dienstverlening. De kernvraag is daarom niet technisch, maar bestuurlijk: wie bepaalt hoe keuzes over Fryslân tot stand komen?
Datagedreven besluitvorming Datagedreven besluitvorming biedt kansen, maar verschuift ook zeggenschap. Aannames, definities en algoritmen bepalen steeds vaker welke opties zichtbaar zijn en welke uitkomsten als rationeel gelden. Wanneer deze systemen buiten Fryslân worden ontworpen en beheerd, verplaatst de feitelijke besluitvorming zich geruisloos naar andere bestuurslagen, marktpartijen of internationale contexten. Niet uit onwil, maar door schaal, standaardisatie en snelheid.
Collegeprogramma’s en bestuurlijke rol Voor gemeenten raakt dit direct aan hun kernrol. Collegeprogramma’s formuleren traditioneel het ‘wat’: ambities en beleidsdoelen. Het ‘hoe’ wordt overgelaten aan uitvoering en professionals. In een datagedreven samenleving is die scheiding niet langer houdbaar. De keuzes die worden gemaakt in data, modellen en digitale systemen bepalen in toenemende mate wat feitelijk mogelijk is. Wanneer hiervoor geen bestuurlijke kaders worden gesteld, verschuift invloed ongemerkt mee.
Regionale rechtvaardigheid Fryslân wijkt op cruciale punten af van landelijke gemiddelden, onder meer in afstand, demografie, economie, taal en ruimtelijke structuur. Generieke modellen houden hier onvoldoende rekening mee. Zonder gezamenlijke regie kunnen beleid en middelen structureel anders uitwerken dan beoogd, met gevolgen voor uitvoerbaarheid en rechtvaardigheid.
Publiek kernbelang in een veranderende context Tegelijkertijd verandert de internationale en Europese context. Data en digitale infrastructuur worden steeds nadrukkelijker gezien als publieke kernbelangen. Ontwikkelingen rond strategische autonomie, regelgeving en standaarden volgen elkaar snel op en raken gemeenten direct. Deze dynamiek overstijgt de klassieke gemeentelijke beleidscycli.
8
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
De specifieke positie van Fryslân Fryslân heeft hierin een bijzondere positie. Als defensieregio, energie- en voedselregio en uniek taalgebied is de provincie strategisch relevant én kwetsbaar. Besluiten over data, modellen en digitale infrastructuur werken hier extra sterk door. Juist daarom vraagt deze situatie om tijdige en gezamenlijke bestuurlijke kaderstelling.
Legitimiteit en data-autonomie Dit document laat zien dat data-autonomie geen ideologisch streven is, maar een voorwaarde voor goed bestuur. Het gaat om het behouden van zeggenschap, democratische legitimiteit en juridische houdbaarheid in een digitale samenleving. Niet door alles zelf te doen, maar door gezamenlijk duidelijke kaders te stellen voor de inzet van data en technologie.
Van analyse naar handelen De voorgestelde handelingsrichting is concreet en uitvoerbaar. Zij vraagt geen fundamentele uitbreiding van budgetten, maar een gerichte herprioritering binnen bestaande uitgaven voor digitalisering, informatievoorziening en externe advisering. Daarmee is data-autonomie bestuurlijk beheersbaar en toepasbaar in collegeakkoorden.
Regie door politieke partijen voor inwoners Voor fracties betekent dit dat data-autonomie geen abstract thema hoeft te zijn, maar direct kan worden verbonden aan het collegeprogramma. Door niet alleen beleidsdoelen te formuleren, maar ook expliciet vast te leggen hoe data, modellen en AI worden ingezet, behouden raad en college zeggenschap over de voorbereiding en uitvoering van beleid. Dit vraagt geen technische uitwerking, maar bestuurlijke kaderstelling over transparantie, toetsbaarheid van aannames en publieke waarden. In hoofdstuk 7 zijn deze keuzes uitgewerkt in 41 concrete actiepunten, geordend naar zeven bestuurlijke domeinen. De casus Fryslân wordt in dit rapport gebruikt als bestuurlijk voorbeeld voor een bredere vraag naar regie, zeggenschap en handelingsruimte in een datagedreven samenleving.
Bekijk en download het rapport online
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
9
10
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Inhoud Voorwoord
2
Een maandagochtend zonder houvast… een illustratieve casus
4
Samenvatting
8
Inhoud11 Inleiding12
Hoofdstuk 1: Fryslân en de techrevolutie
14
Hoofdstuk 2: Wat data-autonomie betekent voor Fryslân
16
Hoofdstuk 3: Regionale rechtvaardigheid als leidend principe
18
Hoofdstuk 4: Waar raakt datagedreven sturing de Friese samenleving concreet?20 Hoofdstuk 5: Fryslân als Europese voorbeeldregio voor data-governance 24 Hoofdstuk 6: Wanneer bijsturen steeds moeilijker wordt
26
Hoofdstuk 7: Bestuurlijke handelingsruimte en keuzes
28
Tot slot: Zeggenschap organiseren voordat zij verdwijnt
57
Bronnen58 Bijlage 1: Financieel kader voor data-autonomie in collegeakkoorden
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
59
11
Inleiding Fryslân bevindt zich in een periode waarin publieke besluitvorming steeds vaker wordt voorbereid met behulp van data, modellen en digitale systemen. Deze ontwikkeling voltrekt zich geleidelijk, via digitalisering, standaardisatie en schaalvergroting en is niet plotseling of het gevolg van één beleidsbesluit. Juist daardoor blijft zij vaak buiten het directe zicht van het politieke debat, terwijl de invloed op beleid en uitvoering toeneemt.
Ontwikkeling Deze ontwikkeling raakt aan de kern van het openbaar bestuur. Steeds meer keuzes over wonen, zorg, bereikbaarheid, economie, natuur en publieke dienstverlening worden voorbereid met behulp van datasets en algoritmen die buiten Fryslân zijn ontwikkeld. De uitkomsten daarvan bepalen wat als logisch, efficiënt of haalbaar geldt. Daarmee verschuift niet alleen de wijze waarop beleid wordt voorbereid, maar ook de ruimte voor bestuurlijke en politieke afweging.
Inzicht bieden Dit document is geschreven voor politieke fracties en bestuurders in Fryslân in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. Het is geen technisch betoog en geen politiek programma, maar een bestuurlijke verkenning van wat er verandert wanneer data en digitalisering een steeds bepalender rol spelen in publieke besluitvorming. Het doel is inzicht te bieden in de gevolgen daarvan voor zeggenschap, regionale rechtvaardigheid en bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Algemeen belang Het document kiest nadrukkelijk geen partijpolitiek perspectief. Het vertrekt vanuit het algemeen belang van Fryslân en is bedoeld als gemeenschappelijke denklijn voor alle politieke stromingen. Het beschrijft actuele ontwikkelingen, duidt hun betekenis op regionaal en lokaal niveau en verkent welke bestuurlijke keuzes nodig zijn om regie te behouden binnen nationale en Europese kaders.
Opbouw De opbouw is als volgt. Hoofdstuk 1 schetst het speelveld waarin datagedreven besluitvorming zich ontwikkelt. Hoofdstuk 2 en 3 geven betekenis en normering aan het begrip data-autonomie en regionale rechtvaardigheid. Hoofdstuk 4 laat zien waar deze ontwikkelingen concreet zichtbaar worden in Friese beleidsdomeinen. Hoofdstuk 5 plaatst dit alles in een bredere Europese en geopolitieke context. Hoofdstuk 6 beschrijft de gevolgen van uitstel en afhankelijkheid. Hoofdstuk 7 werkt het handelingsperspectief uit voor collegeakkoorden en bestuurlijke keuzes in 41 concrete actiepunten, geordend naar zeven bestuurlijke domeinen.
12
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
“
Fryslân bevindt zich in een periode waarin publieke besluitvorming steeds vaker wordt voorbereid met behulp van data, modellen en digitale systemen
”
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
13
Hoofdstuk 1
Fryslân en de techrevolutie De huidige technologische ontwikkeling is geen afzonderlijke innovatiegolf, maar een structurele verschuiving in de manier waarop publieke taken worden georganiseerd. Digitalisering, data en algoritmen veranderen niet alleen processen, maar ook waar beslissingen feitelijk worden genomen en wie daar invloed op heeft.
Wat verandert er fundamenteel in de manier waarop over Fryslân wordt besloten? Fryslân bevindt zich in een fase waarin publieke besluitvorming steeds minder zichtbaar politiek en steeds vaker impliciet datagedreven wordt. Niet één besluit of crisis markeert deze overgang, maar een geleidelijke verschuiving waarin data, modellen en digitale systemen bepalen wat als logisch, haalbaar of wenselijk geldt. Juist doordat deze verandering zich stil en technisch voltrekt, is zij bestuurlijk ingrijpend.
Wat wordt bedoeld met datagedreven besluitvorming? Datagedreven besluitvorming betekent dat beleid, investeringen en prioriteiten steeds vaker worden voorbereid op basis van datasets, rekenmodellen en digitale systemen. Deze instrumenten ordenen de werkelijkheid en sturen vergelijkingen en conclusies. Daarmee beïnvloeden zij besluitvorming al voordat het politieke gesprek begint. De ruimte voor bestuurlijke afweging ontstaat pas nadat aannames, definities en werkwijzen zijn vastgelegd in data en modellen.
Waarom verschuift hiermee feitelijk zeggenschap? De verschuiving van zeggenschap is zelden het resultaat van bewuste keuzes. Zij ontstaat door schaalvergroting, standaardisatie en de behoefte aan efficiëntie en vergelijkbaarheid. Nationale en Europese systemen zijn ontworpen om uniform toepasbaar te zijn. Regionale variatie wordt daarin al snel gezien als afwijking, niet als bestuurlijk relevante informatie. De meeste modellen die beleid en middelen sturen, worden buiten Fryslân ontworpen en beheerd. Daarmee verplaatst invloed zich naar het ontwerp en beheer van systemen, zonder dat daar expliciete bestuurlijke besluiten aan voorafgaan.
Wat betekent dit voor de Friese werkelijkheid? Fryslân wijkt op meerdere punten structureel af van landelijke gemiddelden. Afstanden zijn groter, de bevolkingssamenstelling verschilt, economische sectoren kennen een ander profiel en taal en cultuur zijn uniek. Wanneer besluitvorming primair leunt op generieke modellen, worden deze kenmerken onvoldoende meegenomen.
14
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Dat werkt door in beleid, financiering en prioritering. Uitkomsten sluiten niet vanzelfsprekend aan bij de Friese praktijk, terwijl zij wel richtinggevend zijn voor uitvoering en verantwoording.
Waarom is gezamenlijk optreden relevant? Individuele gemeenten beschikken niet over de schaal en invloed om deze dynamiek zelfstandig te beïnvloeden. Wanneer gemeenten data afzonderlijk aanleveren, met verschillende definities en kwaliteitsniveaus, ontstaat geen samenhangend regionaal beeld. Het gevolg is dat Fryslân als bestuurlijke eenheid beperkt zichtbaar is in de modellen die beleid en middelen sturen, ondanks het feit dat alle gemeenten verplicht bijdragen aan nationale dataverzamelingen.
Wat gebeurt er als nationale (CBS) dataleveringen niet worden gecoördineerd? Zonder afstemming blijven Friese gemeenten versnipperd zichtbaar in nationale datasets. Regionale patronen verdwijnen uit beeld, waardoor verdeelmodellen en beleidskaders structureel blijven aansluiten op het gemiddelde in plaats van op de Friese werkelijkheid. Tekorten en uitvoeringsdruk worden dan lokaal ervaren, terwijl de oorzaken in de datalaag blijven zitten.
Wat laten ervaringen elders zien? In andere beleidsdomeinen is zichtbaar dat gezamenlijke organisatie effect kan hebben. In het waterbeheer trekken Friese overheden al decennia gezamenlijk op richting het Rijk, met gedeelde analyses, uitgangspunten en scenario’s. Daardoor worden regionale omstandigheden erkend en meegenomen in nationale besluitvorming. Bij data en digitale analyse ontbreekt een vergelijkbare gezamenlijke organisatie. Gemeenten leveren informatie aan, maar doen dat grotendeels individueel. Regionale patronen blijven daardoor onderbelicht, terwijl verschillen tussen gemeenten worden uitvergroot.
Overgang Deze observaties maken zichtbaar dat besluitvorming over Fryslân in toenemende mate wordt voorbereid in data, modellen en digitale systemen die buiten de regio zijn ontworpen. Dat roept de vraag op wat dit betekent voor bestuurlijke zeggenschap wanneer het ontwerp van deze systemen grotendeels buiten het directe politieke debat plaatsvindt. Die vraag staat centraal in het volgende hoofdstuk.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
15
Hoofdstuk 2
Wat data-autonomie betekent voor Fryslân In dit rapport worden enkele kernbegrippen consequent gebruikt. Met regie wordt bedoeld het vermogen om bestuurlijke keuzes te maken en bij te sturen. Handelingsruimte verwijst naar de feitelijke mogelijkheden om te handelen wanneer systemen of afspraken beperkend werken. Informatiepositie duidt op de beschikbaarheid van eigen, actuele en relevante gegevens. Zeggenschap betreft de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op systemen en besluiten die publieke taken raken.
Wat verstaan we onder data-autonomie in bestuurlijke zin? Data-autonomie betekent dat Fryslân zeggenschap houdt over de data, modellen en digitale systemen die bepalend zijn voor publieke besluitvorming. Het gaat daarbij niet om eigendom in technische of juridische zin, maar om invloed op de voorwaarden waaronder data worden verzameld, geïnterpreteerd en toegepast. Autonomie verwijst hier naar bestuurlijke zeggenschap en regie: de mogelijkheid om keuzes te maken die aansluiten bij de Friese werkelijkheid. Data-autonomie is daarmee geen doel op zich, maar een randvoorwaarde voor goed bestuur in een datagedreven samenleving.
Waarom is data-autonomie geen technisch vraagstuk? Hoewel data-autonomie vaak wordt geplaatst in het domein van ICT of informatiemanagement, raakt zij in essentie aan bestuur. Data en modellen bepalen steeds vaker welke problemen zichtbaar worden, welke oplossingen plausibel lijken en welke afwegingen als rationeel gelden. Daarmee beïnvloeden zij beleidsvorming al voordat het politieke debat begint. Zeggenschap over data en digitale systemen is daarom geen operationele kwestie, maar een bestuurlijke verantwoordelijkheid.
16
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Wat bedoelen we nadrukkelijk niet met data-autonomie? Data-autonomie betekent niet dat Fryslân zich afsluit, alles zelf ontwikkelt of nationale en Europese kaders terzijde schuift. Het is geen pleidooi voor bestuurlijke afzondering of technologische zelfvoorziening. Samenwerking met andere overheden en marktpartijen blijft noodzakelijk en waardevol. Het uitgangspunt is dat deze samenwerking plaatsvindt vanuit een herkenbare en georganiseerde regionale positie, waarin publieke belangen vooraf worden geborgd en niet pas achteraf worden hersteld.
Waarom zijn definities en aannames zo bepalend? De werking van datamodellen wordt niet primair bepaald door cijfers, maar door definities en aannames. Wat wordt gemeten, hoe wordt iets geteld en welke variabelen meetellen, stuurt de uitkomst van beleid. Deze keuzes bepalen welk beeld van de werkelijkheid ontstaat en welke handelingsopties zichtbaar worden. Wanneer definities en aannames onvoldoende aansluiten bij regionale kenmerken, ontstaan structurele vertekeningen. Data-autonomie betekent daarom invloed op deze ontwerpniveaus, niet op elke afzonderlijke berekening.
Regionale schaal als bestuurlijke randvoorwaarde Individuele gemeenten missen vaak de schaal om invloed uit te oefenen op nationale datasets, verdeelmodellen en standaarden. Door regionaal samen te werken ontstaat bestuurlijke massa. Fryslân kan zo als geheel zichtbaar maken waar landelijke aannames niet aansluiten en waar regionale correctie nodig is. Data-autonomie is daarmee per definitie een gezamenlijke opgave. Niet om uniformiteit af te dwingen, maar om regionale context consistent en herkenbaar in te brengen in grotere besluitvormingsstructuren.
Overgang Data-autonomie krijgt concrete betekenis wanneer zij wordt verbonden aan vragen van verdeling, uitvoerbaarheid en legitimiteit. De manier waarop data en modellen worden ingezet, bepaalt immers niet alleen hoe beleid wordt voorbereid, maar ook hoe rechtvaardig het uitwerkt tussen regio’s. Die relatie staat centraal in het volgende hoofdstuk.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
17
Hoofdstuk 3
Regionale rechtvaardigheid als leidend principe Rechtvaardigheid in een datagedreven samenleving ontstaat niet vanzelf. Wanneer verdeling en prioritering plaatsvinden op basis van landelijke modellen en gemiddelden, kunnen structurele regionale verschillen onbedoeld worden geneutraliseerd. Wat formeel gelijk is, werkt dan feitelijk ongelijk uit.
Wat wordt bedoeld met regionale rechtvaardigheid? Publieke besluitvorming veronderstelt dat verschillen tussen regio’s zichtbaar en weegbaar zijn. Gemeenten verschillen in schaal, demografie, economische structuur en ruimtelijke inrichting. Rechtvaardigheid betekent in deze context niet gelijkheid in uitkomst, maar proportionaliteit in afweging. Beleid dat is gebaseerd op gemiddelden doet onvoldoende recht aan regio’s die structureel afwijken van die gemiddelden.
Waarom komt regionale rechtvaardigheid onder druk te staan? Steeds meer beleid wordt voorbereid met behulp van uniforme datasets en modellen die zijn ontworpen voor landelijke toepasbaarheid. Deze instrumenten reduceren complexiteit en maken vergelijking mogelijk, maar doen dat door variatie te abstraheren. Wat niet goed meetbaar is of afwijkt van het dominante patroon, krijgt minder gewicht. Daarmee verschuift de norm ongemerkt naar wat gemiddeld is, niet naar wat passend is.
Hoe werkt dit door in Friese gemeenten? Voor Friese gemeenten vertaalt dit zich in spanning tussen beleidsdoelen en uitvoerbaarheid. Grotere afstanden, lagere bevolkingsdichtheid, vergrijzing en meertaligheid vragen om andere aannames dan in stedelijke gebieden. Wanneer deze kenmerken onvoldoende zijn verwerkt in data en modellen, ontstaan doelstellingen en verdeel mechanismen die in de praktijk moeilijk haalbaar zijn.
Welke rol spelen data, modellen en ontwerpkeuzes? Data en modellen bepalen niet alleen hoeveel middelen beschikbaar zijn, maar ook hoe problemen worden gedefinieerd en gemeten. Zij sturen prioriteiten, normering en succescriteria. Daarmee beïnvloeden zij de inhoud van beleid voordat politieke afweging plaatsvindt. In een datagedreven context is de klassieke scheiding tussen het wat en het hoe niet langer houdbaar. De keuze voor data, definities en algoritmen bepaalt in hoge mate wat als mogelijk en wenselijk wordt gezien. Wanneer hierover geen politieke kaders bestaan, worden deze keuzes feitelijk buiten het democratisch domein gemaakt.
18
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Wat betekent dit voor collegeprogramma’s en politieke afweging? Collegeprogramma’s formuleren ambities, maar laten vaak open hoe deze worden gemeten, geïnterpreteerd en beoordeeld. Die openheid is niet neutraal. Zij betekent dat bestaande systemen en externe standaarden de invulling bepalen. Daarmee geven gemeenten impliciet zeggenschap uit handen over de betekenis van hun eigen beleidsdoelen. Gemeenten maken daarbij veelvuldig gebruik van externe analyses en adviesbureaus. Deze zijn vaak gebaseerd op valide databronnen, maar de vertaalslag naar conclusies blijft regelmatig impliciet. Methodiek, weging en aannames zijn niet altijd transparant. Uitkomsten kunnen daardoor worden gepresenteerd als objectief of onvermijdelijk, terwijl zij normatieve keuzes bevatten.
Waarom vraagt regionale rechtvaardigheid om sturing op het instrumentarium? Rechtvaardige besluitvorming veronderstelt dat bestuurders invloed hebben op de instrumenten waarmee beleid wordt voorbereid. Dat betekent expliciete keuzes over welke data worden gebruikt, welke modellen passend zijn en hoe regionale context wordt meegenomen. Het gaat niet om technische detaillering, maar om bestuurlijke kaderstelling vooraf. Wanneer analyses worden ervaren als technisch noodzakelijk in plaats van bestuurlijk afweegbaar, verschraalt het politieke debat. Alternatieven verdwijnen uit beeld en verantwoordelijkheid verschuift. Zicht op het hoe is daarmee een voorwaarde voor betekenisvolle politieke keuzevrijheid.
Wat is de kern van dit principe? De kern is dat rechtvaardigheid in een datagedreven samenleving niet vanzelf ontstaat. Zij vraagt om bewuste sturing op de voorwaarden waaronder besluiten tot stand komen. Alleen dan blijven verschillen zichtbaar, afwegingen legitiem en beleid uitvoerbaar binnen de Friese werkelijkheid.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
19
Hoofdstuk 4
Waar raakt datagedreven sturing de Friese samenleving concreet? Datagedreven sturing wordt vaak gepresenteerd als abstract of technisch. In de praktijk raakt zij direct aan concrete maatschappelijke domeinen zoals energie, zorg, mobiliteit en dienstverlening. Juist daar wordt zichtbaar of bestuurders kunnen bijsturen wanneer modellen en systemen leidend worden.
Waarom wordt zeggenschap pas zichtbaar in concrete domeinen? Abstracte discussies over data en modellen krijgen betekenis wanneer zij worden verbonden aan beleidsterreinen waar inwoners en gemeenten dagelijks mee te maken hebben. Zeggenschap verdwijnt niet in één beweging, maar via opeenvolgende besluiten binnen afzonderlijke domeinen. Juist daar wordt zichtbaar hoe data en modellen niet alleen ondersteunen, maar feitelijk sturen.
Economie en regionale waardecreatie Economische beleidskeuzes leunen steeds sterker op data over productiviteit, groei en rendement. Sectoren die goed meetbaar zijn in traditionele modellen krijgen relatief meer aandacht. Voor Fryslân betekent dit dat landbouw, energie, logistiek en toerisme vaak worden gewaardeerd vanuit landelijke of internationale maatstaven, terwijl regionale ketens en indirecte waarde minder zichtbaar zijn. Wanneer analyse en sturing buiten de regio plaatsvinden, verschuift economische zeggenschap mee.
Werk, inkomen en bestaanszekerheid Beleid rond werkloosheid, bijstand en inkomensondersteuning is sterk modelgedreven. Indicatoren bepalen wie als kwetsbaar wordt gezien en welke middelen beschikbaar komen. Wanneer deze indicatoren onvoldoende rekening houden met regionale arbeidsmobiliteit, seizoenswerk of deeltijdstructuren, ontstaat een scheef beeld. Gemeenten worden afgerekend op uitkomsten die zij niet volledig kunnen beïnvloeden.
Voorbeeld Via de BUIG leveren gemeenten data aan over bijstand en re-integratie. Landelijke verdeelmodellen, gevoed met CBS-data bepalen vervolgens de financiering. Wanneer deze rekenmodellen onvoldoende aansluiten bij lokale arbeidsmarktstructuren en bevolkingssamenstelling en afwijken van het gemiddelde, ontstaan tekorten die lokaal moeten worden opgevangen. Het model bepaalt daarmee feitelijk de beleidsruimte.
20
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Zorg en dienstverlening In zorg, welzijn en jeugdhulp sturen voorspelmodellen op risico, kosten en efficiëntie. Deze systemen zijn ontworpen voor schaal en uniformiteit. In een regio met grotere afstanden, vergrijzing en minder voorzieningen leidt dit tot spanning tussen modeluitkomsten en professionele afweging. Wanneer data leidend worden zonder ruimte voor context, verdwijnt de menselijke maat uit beeld.
Voorbeeld Landelijke zorgmodellen zijn gebaseerd op gemiddelde demografie en bereikbaarheid. In Fryslân spelen vergrijzing en afstand een grotere rol. Wanneer deze factoren onvoldoende zijn meegenomen, leidt dit tot onderschatting van zorgvraag en ontoereikende middelen. Gemeenten worden afgerekend op prestaties die niet haalbaar zijn binnen de beschikbare middelen, terwijl de structurele oorzaak buiten beeld blijft.
Wonen, bereikbaarheid en voorzieningen Besluiten over schoollocaties, bereikbaarheid en woningbouw leunen op prognoses en schaalmodellen. In dunbevolkte gebieden leiden deze modellen tot concentratie en sluiting, terwijl maatschappelijke effecten op leefbaarheid buiten beschouwing blijven. Wanneer beleid hier blind op vaart, verdwijnen voorzieningen met directe gevolgen voor de leefbaarheid, terwijl het besluit technisch wordt gelegitimeerd en politiek moeilijk corrigeerbaar is.
Energie, natuur en ruimte Besluiten over netcapaciteit, energieopwekking en verduurzaming worden in toenemende mate datagedreven genomen. Prognoses en modellen bepalen waar ruimte is en waar beperkingen gelden. Wanneer deze instrumenten buiten de regio worden ontwikkeld, verliest Fryslân invloed op de inrichting van zijn eigen energielandschap, terwijl de ruimtelijke en maatschappelijke impact lokaal wordt ervaren. Beleid voor natuur en milieu is sterk afhankelijk van meetnetten, rekenmodellen en scenario’s. Deze instrumenten zijn noodzakelijk, maar niet neutraal. Wanneer regionale variatie onvoldoende wordt meegenomen, ontstaan maatregelen die moeilijk uitlegbaar zijn en weerstand oproepen.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
21
Digitale dienstverlening, taal en cultuur Digitale overheidsdiensten en AI-toepassingen zijn grotendeels ontworpen vanuit dominante taal en cultuurmodellen. De Friese taal en context verdwijnen hierdoor uit digitale interactie, zonder dat daar een expliciet besluit aan voorafgaat. Ontwerpkeuzes bepalen feitelijk culturele zichtbaarheid. Zeggenschap over digitale instrumenten is daarmee ook een voorwaarde voor culturele continuïteit.
Wat verbindt deze domeinen? In al deze domeinen geldt hetzelfde mechanisme. Data en modellen ondersteunen niet alleen, maar sturen. Waar Fryslân geen invloed heeft op de wijze waarop informatie wordt verzameld en geïnterpreteerd, verliest het geleidelijk invloed op de uitkomst van beleid. De gemene deler is niet technologie, maar het ontbreken van expliciete bestuurlijke keuzes over het gebruik ervan.
22
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
23
Hoofdstuk 5
Fryslân als Europese voorbeeld regio voor data-governance Dit hoofdstuk beschrijft geen technisch model of blauwdruk. De kracht van Fryslân als voorbeeldregio ligt niet in technologie, maar in bestuurlijke keuzes over eigenaarschap, samenwerking en zeggenschap binnen Europese kaders.
Een veranderende Europese context Internationale spanningen, onzekerheid over mondiale verhoudingen en een Europa dat inzet op strategische autonomie maken data en digitale infrastructuur tot publieke kernbelangen. Deze ontwikkelingen vertalen zich snel naar regelgeving, investeringen en standaarden die gemeenten direct raken. De snelheid en schaal van deze veranderingen overstijgen de klassieke gemeentelijke beleidscycli.
Data en digitale infrastructuur als publieke kernbelangen Op Europees niveau groeit het besef dat data en digitale infrastructuur strategische publieke belangen zijn. Transparantie, interoperabiliteit en bescherming van publieke waarden staan daarbij centraal. Besluiten over data, modellen en digitale infrastructuur krijgen daarmee een geopolitieke en bestuurlijke lading die verder reikt dan individuele gemeenten.
De specifieke positie van Fryslân Fryslân heeft in deze context een bijzondere positie. Als defensieregio, energie- en voedselregio en uniek taalgebied is de provincie strategisch relevant én kwetsbaar. Besluiten over digitale infrastructuur, data en modellen werken hier extra sterk door, terwijl de gevolgen lokaal worden ervaren. Juist daarom vraagt deze situatie om tijdige en gezamenlijke bestuurlijke kaderstelling.
Regionale schaal en gezamenlijke positionering Individuele gemeenten beschikken nauwelijks over invloed op Europese standaarden, marktontwikkelingen en digitale platforms. Gezamenlijke organisatie op regionaal niveau is noodzakelijk om bestuurlijke zeggenschap te behouden. Alleen door samen op te trekken kan Fryslân invloed uitoefenen op de voorwaarden waaronder data worden gebruikt en geïnterpreteerd.
24
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Data-autonomie als bestuurlijke voorwaarde Data-autonomie is geen ideologisch streven, maar een voorwaarde voor goed bestuur. Het gaat om het behouden van zeggenschap, democratische legitimiteit en juridische houdbaarheid in een digitale samenleving. Niet door alles zelf te doen, maar door gezamenlijk duidelijke kaders te stellen voor de inzet van data en technologie.
Europese aansluiting en regionale vertaling Europese principes rond transparantie, interoperabiliteit en publieke waarden krijgen pas betekenis wanneer zij regionaal worden vertaald naar bestuurlijke praktijk. Fryslân kan hierin een voorbeeldrol vervullen door deze principes consequent toe te passen in beleid, samenwerking en uitvoering, binnen nationale en Europese kaders.
Positionering richting vervolg De positie van Fryslân als Europese voorbeeldregio vraagt om bewuste bestuurlijke keuzes. Die keuzes betreffen niet alleen beleid, maar vooral de manier waarop data, modellen en digitale systemen worden ingezet. In het volgende hoofdstuk wordt uitgewerkt welke gevolgen het uitblijven van deze keuzes heeft en waarom tijd hierbij een doorslaggevende factor is.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
25
Hoofdstuk 6
Wanneer bijsturen steeds moeilijker wordt Naarmate systemen complexer en meer verweven raken, wordt bijsturen geen operationele handeling meer maar een strategische opgave. Bestuurders blijven verantwoordelijk, terwijl de mogelijkheden om tijdig in te grijpen afnemen.
Uitstel als bestuurlijke praktijk In een datagedreven bestuurspraktijk worden veel keuzes niet expliciet genomen, maar impliciet vastgelegd in systemen, standaarden en contracten. Uitstel van bestuurlijke besluitvorming betekent in dat geval niet stilstand, maar overdracht van zeggenschap. Besluiten worden dan feitelijk genomen door de logica van bestaande modellen, leveranciers en regelgeving. Wanneer bestuurders geen expliciete kaders stellen voor het gebruik van data en digitale systemen, ontstaan vanzelf afhankelijkheden. Gemeenten passen zich aan aan bestaande instrumenten en processen, vaak vanuit praktische overwegingen. Deze aanpassing lijkt tijdelijk, maar heeft structurele gevolgen voor de ruimte om later bij te sturen.
Afhankelijkheid en oplopende effecten Gemeenten maken steeds vaker gebruik van externe platforms, analyses en digitale diensten. Deze systemen bieden efficiëntie en schaalvoordelen, maar brengen ook afhankelijkheid met zich mee. Wie geen invloed heeft op ontwerp en uitgangspunten, accepteert impliciet de normering die daarin besloten ligt. Zeggenschap verschuift zo zonder expliciet besluit. De effecten van deze keuzes zijn zelden direct zichtbaar. Zij werken door over meerdere beleidsterreinen en bestuursperioden. Afzonderlijke keuzes lijken beheersbaar, maar gezamenlijk leiden zij tot een situatie waarin correctie steeds lastiger wordt. Bestuurders krijgen te maken met gevolgen van keuzes die eerder impliciet zijn gemaakt.
Wat gebeurt er als beleidsvoorbereiding leunt op één AI model of één analysekader? Afhankelijkheid van één systeem vergroot het risico op bias, verborgen aannames en oncontroleerbare fouten. Kritisch vermogen verdwijnt uit het besluitvormingsproces, terwijl politieke en juridische verantwoordelijkheid volledig bij raad en college blijft. Correctie achteraf is vaak duur, reputatiegevoelig en soms juridisch beperkt mogelijk.
26
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Steeds moeilijker corrigeerbaarheid Wat begint als een pragmatische oplossing, wordt in de tijd structureel. Tijdelijke systemen, pilots en externe analyses groeien uit tot vaste onderdelen van beleid en uitvoering. Naarmate zij langer worden gebruikt, raken zij verweven met processen, verantwoordingsstructuren en wettelijke kaders. Digitale systemen zijn zelden eenvoudig vervangbaar. Standaarden, contracten en technische architecturen leggen keuzes vast voor langere tijd. Overstappen is kostbaar, complex en bestuurlijk risicovol. Hierdoor wordt bijsturen steeds moeilijker en verschuift bestuurlijke aandacht van richting naar beheer.
Gevolgen voor bestuurlijke ruimte en politiek debat Wanneer systemen en modellen leidend worden, verschuift het politieke debat. Discussies gaan minder over richting en waarden en meer over haalbaarheid binnen bestaande kaders. Alternatieven verdwijnen uit beeld, niet omdat zij inhoudelijk zijn afgewogen, maar omdat zij praktisch onuitvoerbaar lijken. De gevolgen van deze ontwikkeling strekken zich uit over meerdere college en raadsperioden. Nieuwe colleges starten niet vanuit een open speelveld, maar binnen bestaande digitale en organisatorische kaders. Daarmee verschuift bestuurlijke zeggenschap in de tijd, zonder dat daar expliciete besluiten aan voorafgaan.
Overgang Deze dynamiek maakt duidelijk dat tijd een doorslaggevende factor is in datagedreven besluitvorming. Hoe langer expliciete bestuurlijke keuzes uitblijven, hoe kleiner de ruimte wordt om bij te sturen. Dat roept de vraag op welke keuzes tijdig moeten worden gemaakt om bestuurlijke zeggenschap te behouden. Die vraag staat centraal in het slothoofdstuk.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
27
Hoofdstuk 7
Bestuurlijke handelingsruimte en keuzes Bestuurlijke handelingsruimte is geen vanzelfsprekendheid, maar het resultaat van expliciete keuzes over samenwerking, informatiepositie en zeggenschap. Dit hoofdstuk verkent welke afwegingen bestuurders kunnen maken voordat afhankelijkheden vastliggen. De voorgaande hoofdstukken laten zien hoe data, modellen en digitale systemen in toenemende mate richtinggevend zijn voor publieke besluitvorming in Fryslân. Deze ontwikkeling beperkt bestuurlijke zeggenschap en regie wanneer expliciete keuzes uitblijven, maar opent ook ruimte voor gerichte regie door nu te handelen. Dit hoofdstuk brengt die handelingsruimte in beeld in 41 actiepunten. Het biedt geen uitgewerkt beleidsprogramma, maar benoemt per domein waar bestuurders en volksvertegenwoordigers expliciete keuzes kunnen maken over de inzet van data, modellen en digitale systemen ten behoeve van de inwoners. De indeling sluit aan bij bestaande bestuurlijke verantwoordelijkheden en bij de manier waarop collegeakkoorden en uitvoeringsprogramma’s worden opgebouwd.
Hoofdvraag Dit rapport reikt geen kant-en-klare oplossingen aan. Het stelt één centrale vraag aan politieke partijen en toekomstige bestuurders in Fryslân: Onder welke voorwaarden achten wij digitale afhankelijkheden bestuurlijk aanvaardbaar, en hoe borgen wij regie, continuïteit en democratische verantwoording voordat systemen en modellen deze ruimte definitief beperken?
28
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Kernset bestuurlijke afspraken Deze kernset bevat bestuurlijke afspraken die noodzakelijk zijn om zeggenschap, rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid van beleid te behouden in een datagedreven samenleving. De afspraken richten zich niet op beleidsdoelen, maar op de voorwaarden waaronder beleid tot stand komt. Zij zijn toepasbaar binnen bestaande wettelijke kaders en budgetten. 1. Inkoop en aanbesteding van onderzoek en technologie Het college legt vast dat bij inkoop en aanbesteding van onderzoek, data analyse en digitale technologie expliciet wordt getoetst op transparantie van methodiek, herleidbaarheid van aannames en publieke zeggenschap over data. De veronderstelling dat technologie of analyses van buiten Europa per definitie veilig, neutraal of continu beschikbaar zijn, wordt niet langer als uitgangspunt gehanteerd. Europese rechtsbescherming en bestuurlijke controle gelden als randvoorwaarden. 2. Juridische borging van publieke data Het college borgt dat data die door of namens de overheid worden verzameld, opgeslagen en verwerkt, onder heldere juridische eigendoms en gebruiksrechten vallen. Systemen en infrastructuren met een hoge politieke of geopolitieke discontinuïteitsfactor worden vermeden. Continuïteit, toegang en publieke controle zijn leidend bij keuzes voor opslag en verwerking. 3.
Scheiding tussen data van inwoners en data van de overheid Het college hanteert een expliciete scheiding tussen gegevens over inwoners en gegevens van de overheid zelf. Inwoners behouden zeggenschap over hun persoonsgegevens; overheidsdata worden als publiek goed beheerd. Door deze scheiding expliciet te maken, wordt transparantie vergroot en wordt het vertrouwen in publieke besluitvorming versterkt. 4. Gebruik van AI in beleidsvoorbereiding en besluitvorming Het college staat het gebruik van AI-toepassingen in beleidsvoorbereiding en besluitvorming uitsluitend toe wanneer inzicht bestaat in het ontwerp van het systeem, de gebruikte trainingsdata en de wijze waarop conclusies tot stand komen. AI ondersteunt bestuurlijke afweging, maar vervangt deze niet. Politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid blijft expliciet bij raad en college.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
29
5. Beperking van datadeling met derden Het college gaat terughoudend om met het delen van data met externe partijen voor onderzoek, benchmarking of analyse. Datadeling vindt alleen plaats wanneer een expliciet publiek doel is vastgesteld en wanneer afspraken zijn gemaakt over hergebruik, eigendom en regionale meerwaarde. Het uitgangspunt is dat publieke data niet structureel wegvloeien zonder bestuurlijke afweging. 6. Borging van brondata en afgeleide datasets Bij aanbestedingen waarbij data worden verzameld of bewerkt, stelt het college als voorwaarde dat zowel brondata als afgeleide datasets beschikbaar blijven voor de publieke organisatie. Hiermee wordt voorkomen dat kennis, inzichten en beleidsrelevante data verdwijnen in gesloten systemen of exclusieve verdienmodellen van derden. 7. Gecoördineerde aanlevering aan nationale datacollecties Het college zet in op gecoördineerde en afgestemde aanlevering van gemeentelijke data aan nationale datacollecties. Door gezamenlijke definities, kwaliteitsnormen en timing te hanteren, wordt de positie van gemeenten en van Fryslân als geheel versterkt in landelijke verdeel en beleidsmodellen. Dit verkleint het risico op structurele nadeelposities. 8. Inbouwen van kritisch vermogen bij analyse en AI Het college stimuleert waar passend het gebruik van meerdere analysemethoden of AI systemen voor vergelijkbare beleidsvragen.
Door uitkomsten te vergelijken en te bevragen, blijft kritisch vermogen onderdeel van het besluitvormingsproces en wordt afhankelijkheid van één systeem of aannameset voorkomen. 9. Toetsbaarheid en uitlegbaarheid van modellen Het college legt vast dat gebruikte modellen, analysekaders en datatoepassingen uitlegbaar en toetsbaar moeten zijn voor bestuur en raad. Beleidskeuzes worden niet uitsluitend gelegitimeerd door technische complexiteit of externe expertise. Transparantie is een voorwaarde voor democratische controle en rechtsbescherming. 10. Structurele borging van data-ethiek en governance Het college borgt dat data- ethiek, governance en juridische toetsing vaste onderdelen zijn van beleidsontwikkeling en uitvoering. Deze onderwerpen worden niet projectmatig behandeld, maar structureel meegenomen bij datagedreven toepassingen in alle beleidsdomeinen.
30
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
Bestuurlijke betekenis De kernset in het kader vraagt geen nieuw beleidsdomein en geen structurele budgetuitbreiding. Zij vraagt expliciete kaderstelling over de instrumenten van beleid. Daarmee behouden raad en college zeggenschap over besluitvorming in een digitale samenleving, en blijft beleid uitvoerbaar, uitlegbaar en rechtvaardig voor inwoners van Fryslân. De volgende actiepunten zijn bedoeld als handvatten voor bestuurlijke afweging en prioritering. Zij veronderstellen geen technische uitwerking en vragen geen fundamentele uitbreiding van middelen, maar maken zichtbaar waar kaderstelling nodig is om zeggenschap te behouden. Voor een indicatief financieel kader voor opname in collegeakkoorden, zie bijlage 1.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
31
DOMEIN 1 – BESTUUR EN GOVERNANCE
Zeggenschap organiseren over de instrumenten van beleid. Bestuurlijke autonomie staat of valt met zeggenschap over de manier waarop besluiten worden voorbereid. In toenemende mate gebeurt dat via data, verdeelmodellen, benchmarks en digitale analyses. Dit domein bevat afspraken die borgen dat colleges en raden invloed houden op die voorbereidende laag, ook wanneer zij gebruikmaken van externe kennis en systemen.
ACTIEPUNT 1: Gemeenten leggen vast dat beleidsvoorbereiding niet uitsluitend mag steunen op externe modellen en analyses zonder regionale toetsing. Veel beleidskeuzes worden voorbereid op basis van landelijke modellen, standaard analyses of rapportages van externe partijen. Deze instrumenten zijn vaak technisch valide, maar bevatten aannames die niet vanzelf aansluiten bij de Friese context. Zonder expliciete toetsing verschuift de inhoudelijke afweging feitelijk buiten het lokale bestuur. Het college legt daarom vast dat bij majeure beleidskeuzes expliciet wordt gemaakt welke aannames, definities en wegingen zijn gebruikt. Daarbij wordt beoordeeld of deze aansluiten bij Friese demografie, schaal, afstand en maatschappelijke structuur. Dit voorkomt dat generieke logica automatisch leidend wordt. Voor deze toetsing maakt het college gebruik van bestaande publieke expertise binnen de Friese data-ecologie. Door analyses te laten spiegelen aan regionale kennis ontstaat bestuurlijke tegenspraak zonder politisering van techniek. Voor inwoners betekent dit dat besluiten beter uitlegbaar worden. Niet omdat ze eenvoudiger zijn, maar omdat zichtbaar wordt waarom bepaalde keuzes logisch worden geacht en welke alternatieven zijn overwogen.
32
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
ACTIEPUNT 2: Gemeenten spreken af dat definities en datastandaarden die worden gebruikt in beleid expliciet bestuurlijk worden vastgesteld. Beleidsuitkomsten worden sterk beïnvloed door definities. Wat telt als werkloosheid, zorgvraag, energiearmoede of bereikbaarheid bepaalt hoe groot een probleem lijkt en welke middelen beschikbaar komen. Deze definities worden vaak impliciet overgenomen uit landelijke systemen. Het college legt vast dat kernbegrippen die financiële of maatschappelijke gevolgen hebben expliciet worden vastgesteld of bevestigd, voordat zij in beleid en uitvoering worden gebruikt. Daarmee wordt voorkomen dat definities ongemerkt worden geïmporteerd. Waar mogelijk worden definities afgestemd met andere Friese gemeenten, zodat gezamenlijke dataleveringen en analyses consistent zijn. Dit versterkt de regionale positie in landelijke verdeelmodellen en voorkomt onderlinge verschillen zonder beleidsinhoudelijke reden. Voor inwoners vergroot dit de rechtvaardigheid. Gelijke situaties worden gelijk behandeld en verschillen worden bewust gemotiveerd, in plaats van verklaard door technische definities buiten het zicht van de politiek.
ACTIEPUNT 3: Gemeenten leggen vast dat data die met publieke middelen worden verzameld, publiek beschikbaar blijven voor hergebruik. Bij aanbestedingen, onderzoeken en digitale systemen worden grote hoeveelheden data gegenereerd. Te vaak verdwijnen deze data in gesloten rapportages of bij externe leveranciers, waardoor gemeenten later opnieuw moeten inkopen of afhankelijk worden van dezelfde partij. Het college stelt daarom als uitgangspunt dat brondata en afgeleide datasets die met publieke middelen tot stand komen, beschikbaar blijven voor de publieke organisatie. Dit geldt ook bij samenwerking met externe onderzoeks- of technologiepartijen. Door data te borgen binnen de publieke infrastructuur blijft kennis beschikbaar voor toekomstig beleid, gezamenlijke analyses en regionale vergelijking. Validatie en kwaliteitsbewaking vinden plaats via bestaande Friese publieke expertise. Voor inwoners betekent dit minder verspilling van publieke middelen en meer continuïteit in beleid. Inzichten verdwijnen niet bij wisseling van leverancier of project, maar blijven onderdeel van het publieke geheugen.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
33
ACTIEPUNT 4: Gemeenten spreken af dat nationale dataleveringen gecoördineerd worden om structurele nadelen te voorkomen. Alle gemeenten leveren wettelijk data aan nationale instanties, onder andere voor statistiek en verdeelmodellen. Wanneer dit ongecoördineerd gebeurt, met verschillende definities en kwaliteitsniveaus, verliest Fryslân als geheel positie in landelijke besluitvorming. Het college committeert zich aan afstemming over definities, timing en kwaliteits borging van deze aanleveringen. Door gezamenlijk op te trekken ontstaat een consistenter regionaal profiel in landelijke datasets. Deze afstemming maakt gebruik van bestaande Friese kennis- en infrastructuurvoorzieningen, zonder dat individuele gemeenten autonomie verliezen. Het gaat om coör dinatie, niet om overdracht van bevoegdheden. Voor inwoners vertaalt dit zich in een eerlijkere verdeling van middelen. Gemeenten worden minder vaak geconfronteerd met tekorten die voortkomen uit rekenmodellen die de regionale werkelijkheid onvoldoende weerspiegelen.
ACTIEPUNT 5: Gemeenten verankeren expliciet democratische toetsing van datagedreven besluitvorming. Wanneer beleid mede wordt gebaseerd op data-analyses of algoritmische ondersteuning, blijft het college en de raad volledig verantwoordelijk voor de uitkomst. Toch ontbreekt vaak inzicht in hoe conclusies tot stand zijn gekomen. Het college legt vast dat bij datagedreven beleidsvoorbereiding altijd inzichtelijk wordt gemaakt hoe data zijn gebruikt, welke keuzes daarin zijn gemaakt en waar onzeker heden zitten. Technische complexiteit mag geen vervanging zijn van politieke afweging. Voor deze transparantie wordt aangesloten bij bestaande publieke kennisstructuren binnen Fryslân, zodat uitleg, toetsing en reflectie structureel beschikbaar zijn. Voor inwoners versterkt dit het vertrouwen in het bestuur. Besluiten zijn niet alleen rechtmatig, maar ook navolgbaar, bespreekbaar en corrigeerbaar.
34
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
DOMEIN 2 – SOCIAAL DOMEIN EN ZORG
Toegang, indicatie en ondersteuning uitlegbaar houden. In het sociaal domein bepalen data, rekenmodellen en digitale systemen steeds vaker wie toegang krijgt tot ondersteuning en onder welke voorwaarden. Het gaat hier vooral om indicatiestelling, jeugdhulp, Wmo, participatie, armoede en schuldhulpverlening. Juist omdat besluiten direct ingrijpen in het dagelijks leven, moet het proces uitlegbaar blijven en mogen modellen nooit stilzwijgend de norm worden. De onderstaande actiepunten zijn zo geformuleerd dat zij afzonderlijk in een collegeprogramma kunnen worden opgenomen. Tegelijkertijd veronderstellen zij afstemming en kennisdeling binnen Fryslân, zodat gemeenten niet ieder voor zich hoeven te corrigeren wat in modellen en systemen structureel scheefgroeit.
ACTIEPUNT 6: Gemeenten leggen vast dat datamodellen in het sociaal domein expliciet worden getoetst aan Friese demografie en leefomstandigheden. Veel verdeel- en voorspelmodellen in het sociaal domein zijn gebaseerd op landelijke gemiddelden. Deze houden onvoldoende rekening met vergrijzing, grotere afstanden tot voorzieningen, kleinere kernen en meertaligheid. Daardoor wordt zorgvraag structureel onderschat en komen middelen onder druk te staan. Het college borgt dat bij gebruik van dergelijke modellen expliciet wordt beoordeeld of regionale kenmerken voldoende zijn meegenomen. Indien dat niet het geval is, wordt dit bestuurlijk gewogen en zichtbaar gemaakt in besluitvorming en verantwoording. Deze toetsing vindt plaats met ondersteuning van publieke expertise binnen de Friese data-ecologie, zodat gemeenten niet afhankelijk zijn van de partij die het oorspron kelijke model heeft ontwikkeld. Voor inwoners betekent dit dat hun situatie realistischer wordt meegenomen. Niet het gemiddelde huishouden, maar de Friese leefpraktijk vormt het uitgangspunt voor zorg en ondersteuning.
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
35
ACTIEPUNT 7: Gemeenten spreken af dat toegang tot zorg nooit uitsluitend mag worden bepaald door geautomatiseerde profilering. In toenemende mate worden data en algoritmen gebruikt om risico’s te signaleren, zorgvraag te voorspellen of doelgroepen te selecteren. Deze toepassingen zijn efficiënt, maar brengen het risico met zich mee dat inwoners worden gereduceerd tot profiel of score. Het college legt vast dat digitale signalering in het sociaal domein altijd wordt gecombineerd met professionele beoordeling. Automatische uitkomsten zijn ondersteunend, maar nooit beslissend voor toegang tot zorg of ondersteuning. Bij de inrichting en evaluatie van deze systemen wordt gebruikgemaakt van regionale kennis over ethiek, uitlegbaarheid en bias. Daarmee blijft menselijke afweging structureel onderdeel van het proces. Voor inwoners is dit cruciaal. Zij worden niet beoordeeld op basis van onzichtbare criteria, maar kunnen rekenen op maatwerk en aanspreekbaarheid van de overheid.
ACTIEPUNT 8: Gemeenten borgen dat data over zorggebruik niet los worden geïnterpreteerd van bereikbaarheid en infrastructuur. Zorgdata geven inzicht in gebruik en kosten, maar zeggen weinig over de vraag of zorg ook bereikbaar en toegankelijk is. In Fryslân spelen afstand, vervoer en spreiding van voorzieningen een grotere rol dan in stedelijke regio’s. Het college legt vast dat analyses van zorggebruik altijd worden gecombineerd met gegevens over bereikbaarheid, reistijd en lokale infrastructuur. Zonder deze samenhang ontstaat beleid dat op papier doelmatig is, maar in de praktijk knelt. Deze gecombineerde analyse wordt regionaal afgestemd, zodat vergelijkbaarheid ontstaat tussen gemeenten en gezamenlijke patronen zichtbaar worden. Validatie vindt plaats binnen bestaande Friese kennisstructuren. Voor inwoners betekent dit dat zorgbeleid beter aansluit bij hun dagelijkse realiteit. Niet alleen beschikbaarheid, maar ook haalbaarheid wordt meegewogen.
36
AUTONOMIE VOOR FRYSLÂN
ACTIEPUNT 9: Gemeenten spreken af dat data-uitwisseling in het sociaal domein transparant en uitlegbaar wordt ingericht. Inwoners hebben vaak weinig zicht op welke gegevens over hen worden gebruikt en hoe deze doorwerken in besluiten. Dit ondermijnt vertrouwen, zeker wanneer besluiten worden ervaren als onpersoonlijk of onrechtvaardig. Het college borgt dat bij datagedreven processen in het sociaal domein helder wordt gecommuniceerd welke gegevens worden gebruikt, met welk doel en op welke manier zij bijdragen aan besluitvorming. Dit geldt zowel intern als richting inwoners. Bij de inrichting van deze transparantie wordt aangesloten bij publieke expertise in Fryslân op het gebied van data-ethiek en rechtsbescherming, zodat uitlegbaarheid geen vrijblijvende belofte blijft. Voor inwoners versterkt dit hun positie. Zij begrijpen beter hoe besluiten tot stand komen en kunnen gerichter vragen stellen of bezwaar maken.