V04 LTO Noord - Landbouwvisie in Opsterland
Tekst van het document
OPSTERLAND
Visie op de land -en tuinbouw in Opsterlân “Boeren met oog op de toekomst”
Voorwoord Voedselvoorziening staat nu, maar ook in de toekomst hoog op de politieke agenda. De landbouwsector in Opsterland heeft niet alleen een rol als voedselproducent, maar is van groot belang voor de lokale economie, werkgelegenheid en leefbaarheid. Het agrarische karakter van de gemeente speelt een centrale rol in de identiteit van de regio. Boeren verwachten in 2050 economisch en ecologisch in balans te zijn, met aandacht voor haalbare doelen op het gebied van natuurherstel, biodiversiteit, stikstof, klimaat, bodem, water en dierwelzijn.
Inhoudsopgave Samenvatting
2
Landbouwvisie Opsterland: Boeren met oog op de toekomst
3
Inzet
5
Afbakening
5
Algemeen
6
Landbouw en de invloed van beleid en regels
8
De landbouw staat voor verschillende transitiepaden. Ondernemers bepalen zelf hun ontwikkelingsroute en werken toe naar een toekomstbestendige bedrijfsvoering die om kan gaan met de uitdagingen t.o.v. water, bodem, stikstof en klimaat. Veel boeren passen al elementen van deze routes toe.
Financiering en verdienvermogen
10
Doelen binnen het gebied
11
Beschouwing Algemeen
13
De toekomst van agrarische bedrijven wordt beïnvloed door striktere regelgeving, hoge investeringskosten en een toenemende focus op maatschappelijke diensten. Innovaties en samenwerking tussen boeren worden gezien als belangrijke oplossingen, bijvoorbeeld op het gebied van bodemkwaliteit en mestvergisting. De landbouwgrond moet behouden blijven voor agrarisch gebruik, gezien de behoefte aan minder intensieve benutting door nieuwe beleidsregels.
Doorkijk
15
Kansen voor Opsterland: samenwerken aan een toekomstbestendige landbouw
16
Melkveehouderij en akkerbouw zijn de belangrijkste sectoren. De diversiteit binnen de landbouw is groot, van traditionele gezinsbedrijven tot innovatieve en multifunctionele bedrijven. Landbouw speelt een centrale rol in de sociale en economische structuur van Opsterland. De sector is niet alleen een bron van inkomsten voor boeren, maar ook voor gerelateerde bedrijven zoals handel, transport en reparatie. Door toenemende druk op landbouwgrond door functies zoals woningbouw, recreatie en infrastructuurprojecten (bijv. de Lelylijn en snelfietsroutes), wordt slimme ruimtelijke ordening steeds belangrijker.
De landbouw in Opsterland zal blijven bijdragen aan de economie en leefbaarheid, mits er ruimte blijft voor een stabiel financieel resultaat uit de primaire productie. Dit vereist stabiel beleid en passende compensaties voor maatschappelijke diensten. Het toekomstbeeld laat een sector zien met minder bedrijven, maar grotere oppervlakten per bedrijf, die inspelen op zowel economische als ecologische uitdagingen.
Landbouwvisie Opsterland: Boeren met oog op de toekomst 2 Visie op de land -en tuinbouw in Opsterlân
3
Inzet
Afbakening
De agrarische sector in Opsterland speelt een cruciale rol in het behoud van het landelijk gebied. In de omgevingsvisie wordt Opsterland beschreven als een gemeente met een vooral landelijk en agrarisch karakter.
De ambitie van dit visiedocument is zaken te benoemen die relevant zijn voor de situatie en de ontwikkelingen voor de land- en tuinbouw in Opsterland. Bij de oplossingen of andere zaken die nodig zijn om de ambities van de primaire sector te verwezenlijken, hebben wij ons beperkt tot zaken waar wij op lokaal niveau invloed op hebben. Wij doen geen uitspraken over wat er in de keten/afzet zou moeten gebeuren of beïnvloeding over gewenst consumentengedrag.
Boeren in Opsterland willen werken aan een toekomst waarin landbouw in balans is met de natuur, met economisch perspectief voor ondernemers én maatschappelijke waarde voor de regio. De sector draagt bij aan de werkgelegenheid en (sociale) economie en daarmee aan de leefbaarheid en vitaliteit van de regio. We willen blijven produceren op eigen grond, bijdragen aan natuur en landschap, en ruimte houden voor innovatie en samenwerking.
Verder is van belang te noemen dat deze visie vanuit het perspectief van de agrarische sector in Opsterland is geschreven. Dit leidt tot een volgorde die de continuïteit van de bedrijven centraal stelt. In het verlengde daarvan kunnen maatschappelijke doelen op een haalbare en effectieve manier worden nagestreefd. Als onderliggende documenten zijn het rapport “Rûnom it Alddjip” en “SIOO verkenning” gebruikt (153 agrariërs). De resultaten zijn gepoleerd naar het gehele gebied.
De bedrijven, waar primaire productie zorgt voor continuïteit, bestaan over twee generaties nog en worden gewaardeerd om hun bijdrage aan de leefbaarheid van het platteland. De kern van hun voortbestaan halen ze, in het kader van continuïteit van het bedrijf, uit het inkomen uit de primaire productie. Daarnaast kunnen de boeren ervoor kiezen om hun inkomen aan te vullen met andere inkomstenbronnen, zoals beloningen voor (maatschappelijke) diensten of producten die op het bedrijf worden gegenereerd. De agrarische bedrijven zijn in 2050 economisch en ecologisch in balans. Ze voldoen aan haalbare maatschappelijke doelen op gebied van natuurherstel & biodiversiteit, stikstof & klimaat, bodem & water en dierwelzijn.
4 Visie op de land -en tuinbouw in Opsterlân
5
Algemeen Onderstaande gegevens geven een beeld van de huidige stand van zaken in Opsterland. Deze gegevens, gebaseerd op het onderzoek onder 153 agrariërs in het rapport ‘Rûnom it Alddjip’ en de verkenning door Streekinitiatief Opsterland Oost (SIOO), vormen de onderbouwing van de visie en wensen van de agrarische sector in dit gebied. De gemeente Opsterland telt 260 landbouwbedrijven (CBS, 2024), met een landbouwareaal van ruim 13.277 hectare. Het grootste gedeelte van de grond wordt gebruikt voor de veehouderij, de akkerbouw gebruikt 312 ha. Melkveehouderij (150 bedrijven) is in Opsterland de meest bepalende landbouwsector (bijlage 1). Overige bedrijven zijn actief binnen de akkerbouw, opfok van melkvee, vleesvee, schapen- en geiten-, varkens- en pluimveehouderij (tabel ?). Melkveehouderijbedrijven in de gemeente zijn qua omvang iets groter dan het landelijk gemiddelde, maar zijn in veebezetting en productie zeker niet intensief (SIOO, 2023). De bedrijven met 1,5 melkvee/ha zijn veelal grondgebonden. Landelijk ligt het gemiddelde op 1,9/ha. Hoofdgewassen in Opsterland zijn gras en mais. De tuin- en akkerbouwgewassen zorgen voor diversiteit in de regio. De mogelijkheden voor knol- en bolgewassen dragen bij aan de samenwerking tussen sectoren. Het is daarbij belangrijk de mogelijkheden voor knol- en bolgewassen te behouden en niet onder gemeentelijk beleid te beperken.
Daarnaast zijn er ook bedrijven met een verbredende activiteit. Hierbij is onderscheid te maken in het verwerken van producten, verkoop, agrotoerisme, zorglandbouw en loonwerk. In Friesland heeft 53% van de bedrijven één van de genoemde nevenactiviteiten (bijlage1, tabel 2) De primaire sector bestaat uit (vooral gezins-)bedrijven die uiteenlopen in omvang, intensiteit, toepassing van innovaties, mate van automatisering, de mate waarin ze naast de primaire activiteiten diensten verrichten, enzovoort. Die diversiteit is een sectorkenmerk uit het verleden, het heden maar zeker ook de toekomst. Opsterland heeft een rijke geschiedenis in land- en tuinbouw. Deze sector draagt bij aan de identiteit van de regio. Agrariërs in Opsterland hebben vertrouwen in de toekomst, maar geven aan dat de aanhoudende onzekerheid hen zorg baart.
Sociaaleconomische Cohesie
Het gebied bevat drie N2000 gebieden: Bakkeveense Duinen (258 ha), het Wijnjeterper Schar (170 ha) en Van Oordt’s Mersken (842 ha). Daarnaast is er nog sprake van gebieden die onder het NNN vallen. De natuurgebieden liggen verspreid door de gemeente, hierdoor ervaren ondernemers problemen m.b.t. vergunningverlening voor aanpassingen in de bedrijfsvoering.
Er is een toenemende druk op landbouwgrond door functies als natuur, woningbouw en recreatie. Dit vraagt om een slimme en duurzame ruimtelijke ordening. Daarnaast wordt er druk op gronden uitgeoefend door het aanwijzen van een grondwaterwingebied en productielocatie in Luxwoude en een wingebied in Boornbergum.
6 Visie op de land -en tuinbouw in Opsterlân
De landbouw speelt een centrale rol in de sociale economie van het landelijk gebied. De landbouw zorgt landelijk voor bijna 7,5% van de werkgelegenheid (WUR, 2024). Het belang van primaire agrarische activiteiten voor de lokale economie en gemeenschap is groot. Naast de boerenbedrijven kan vrij zeker worden gesteld dat een groot deel van de vestigingen in handel, reparatie en transport zijn gerelateerd aan diezelfde agrarische sector (visie Opsterland 2015-2030).
Veranderingen in het Gebruik van de Ruimte
Figuur 1 Ligging van de N2000 gebieden
Ook de uitbreiding van infrastructuur vraagt de nodige ruimte. De aanleg van snelfietsroutes vragen om verbreding van het fietsnetwerk. Tevens vraagt de aanleg van de Lelylijn ruimte en zal deze zorgen voor onttrekking van landbouwgrond. Het tracé (bijlage 1, figuur 1) zal dwars door het gebied langs de A7 worden aangelegd, waarbij het gebied Van Oordt’s Mersken wordt doorkruist, dit vraagt ruimte van landeigenaren en de natuur. Waar de Lelylijn gebruik gaat maken van de natuurgronden moet dit worden gecompenseerd.
7
Landbouw en de invloed van beleid en regels
Keuzes binnen de bedrijfsvoering in Opsterland (SIOO en RIA rapporten)
De landbouwsector is in ontwikkeling. Het uitgangspunt hierbij is dat ondernemers zelf hun ontwikkelrichting bepalen. Tegelijkertijd zijn er verschillende uitdagingen waar¬op de sector de komende jaren moet reageren. Water- en bodemkwaliteit, emissies en klimaat zijn er enkele van. Daarnaast zal het beleid en de regelgeving van invloed zijn op de keuzes van ondernemers, opvolgers en stoppers.
Om te sturen op minimale emissies zijn onder andere de inzet van precisietechnieken (robots, vaste rijpaden, plaats-/tijd-/gewasspecifieke bemesting en gewasbescherming), veredeling en genetica (bij zowel plant als dier) noodzakelijk. Ook maatschappelijke diensten (inspelen op keteninitiatieven) worden uitgevoerd, als deze passen bij het hoogproductieve karakter. Omdat ook hier veel investeringen en input vereist zijn, is een hoge output ook noodzakelijk.
Mede door de introductie van bufferzones en de afbouw van derogatie worden keuzes gemaakt m.b.t. innoveren, optimaliseren, extensiveren, een tweede tak, wel of niet toepassen van natuurbeheer of het omschakelen naar biologische landbouw (SIOO, 2023).
Vast staat dat efficiënt produceren en het zo goed mogelijk inzetten van de eigen arbeid, de sleutels zijn voor de continuïteit van primaire bedrijven.
Er is een grote diversiteit (intensief, extensief en biologisch) binnen de sector, dit zal ook in 2040 niet anders zijn. Veel boeren maken nu al gebruik van ANLb, dit zal in de toekomst onveranderd blijven. Bedrijven hebben ontwikkelruimte nodig om, passend bij de eigen context, gerichte stappen te zetten.
Ondernemers in Opsterland hebben, mede door de afschaffing van derogatie, het zoeken naar alternatieven in een hogere versnelling gezet. Het aansluiten bij bestaande, of ontwikkelen van nieuwe initiatieven is een mogelijke oplossingsrichting. Zo wordt er gekeken naar aansluiting bij bestaande projecten, zoals het Wijnjewoude Energie Neutraal of het (collectief) opzetten van mestvergisting. (SIOO, 2023)
Stoppers en opvolgers
Focus op bodem zal steeds verder vergroten, veelal worden melkrobots gebruikt, wordt er gestuurd op een efficiënte benutting en zo weinig mogelijk verliezen. De input-output is belangrijk om een hoog rendement te behalen.
Ondernemers in Opsterland hebben veelal zicht op opvolging van het bedrijf. Het aantal stoppers is moeilijk getalsmatig te duiden. Bedrijven die stoppen bieden ruimte aan de blijvers. Stoppende ondernemers hebben het streven de onderneming over te dragen binnen de sector (SIOO, 2023). De mogelijke stoppers zijn ondernemers die in het nauw gedreven worden doordat er geen toekomstperspectief meer is en bedrijven die door het samenspel aan regels, dat de exploitatie van eigen grond bemoeilijkt, (bufferstroken, natuur en derogatieverlies) in problemen raken. Vooral de veranderende regelgeving rondom mest en de derogatieverlies veroorzaken ernstige zorgen bij de ondernemers. Stoppende ondernemers (tenzij het gaat om meermansbedrijven) leiden tot verminderde economische dynamiek in gebieden en tegelijkertijd tot dynamiek op de grondmarkt. Een kanttekening hierbij is dat de veelal hoge grondprijzen lastig kunnen worden opgebracht door kleine bedrijven en extensiveren hierdoor sneller ligt bij de meermansbedrijven. Daarnaast leidt het wegvallen van veehouderijen tot het dichterbij brengen van doelen op het terrein van ammoniak/stikstof en methaan. Hiermee kan de collectieve opgave voor de blijvers worden verkleind.
Basispad Veel ondernemers passen al elementen toe in hun bedrijfsvoering: •
Optimale inzet op het sluiten van kringlopen
•
Verbrede inzet richting natuur, landschap en/of Multifunctionele Landbouw
•
Gebruik van eco-regelingen en vergoedingen voor geleverde maatschappelijke diensten (o.a. ANLb).
Het risico van het basispad is de (grote) afhankelijkheid van overheidsbeleid en daarmee het beperkte economische toekomstperspectief. Daar komt bij dat extensivering leidt tot afname van het bedrijfssaldo en bedrijven dwingt om hun schaal te vergroten.
8 Visie op de land -en tuinbouw in Opsterlân
Figuur 2 Elan- Zuidoost Fryslan
9
Biologisch Met in Opsterland zeven biologische bedrijven is de sector goed vertegenwoordigd. Een voorzichtige toename is denkbaar, maar de mogelijkheden zijn sterk afhankelijk van de duurzame afzet, afgestemd op de vraag. Door de gangbare bedrijven worden zaken die binnen de biologische sector al werden toegepast, overgenomen. Met deze kruisbestuiving groeien sectoren ook dichter naar elkaar toe. Anderzijds kan door de verhoging van de kunstmestaanvoer en de afbouw van derogatie een groter verschil ontstaan. Daar komt bij dat met name mestbeleid leidt tot sterke extensivering van de gangbare sector die daarbij steeds meer biologische kenmerken krijgt.
Financiering en verdienvermogen Banken zijn sinds de invoering van Basel IV kritischer bij kredietverlening dan in het verleden. In de landbouwsector speelde het financieren op basis van eigendommen een grote rol. Grond als onderpand is een belangrijke factor voor het verstrekken van een lening voor een investering, maar financieren op rendabiliteit en liquiditeit wordt steeds meer bepalend. Agrarische bedrijven genereren hun inkomsten voornamelijk uit de productie van melk, vlees, akkerbouwproducten en sierteelt. De economische positie en bedrijfsstructuur verschillen sterk per ondernemer, wat invloed heeft op hun financieringsmogelijkheden.
Multifunctioneel Opsterland telt al verschillende multifunctionele bedrijven. Belangrijke vormen hiervan zijn duurzame energie voor derden, loonwerk, verkoop van producten, stalling en recreatie. De afgelopen jaren hebben ondernemers in Opsterland geïnvesteerd in het opwekken van duurzame energie. Veel ondernemers zijn daardoor zelfvoorzienend op het gebied van elektriciteit. (SIOO, 2023) Of multifunctioneel een kansrijke ontwikkelingsroute is, hangt van diverse factoren af. Zoals; past het bij je, heb je arbeid over, wat schiet je er financieel mee op en gaat het niet ten koste van het inkomen uit de primaire activiteiten.
Natuur & Landschap Boeren en tuinders zijn al actief in beheer van natuur en landschap. De uitrol van ANLb via de Friese Collectieven is uitermate succesvol. Opgaven met kansen koppelen is hierbij belangrijk. Een parallel spoor hierbij is de route waarin agrarische ondernemers beheer uitvoeren op gronden met een natuurbestemming en die in handen zijn van een TBO of een andere partij. Belemmeringen liggen bij de continuïteit van afspraken, korte looptijd van de contracten en de hoogte van vergoedingen voor de diensten die geleverd worden. Vanuit allerhande overwegingen (intrinsieke belangstelling, mestplaatsing, voldoen aan eisen van speciale ketenstromen) kan er bij ondernemers belangstelling zijn om aan (agrarisch) natuurbeheer te doen, hierbij zijn een beter verdienmodel en langjarige contracten gewenst. Voor Opsterland is de verwachting dat ongeacht de bedrijfsvoering iedereen natuur- en landschapsbeheer zal toepassen. Ook zullen opties gecombineerd worden, afhankelijk van de intensiviteit/extensiviteit van het bedrijf. Voor agrarisch natuurbeheer is er een wens voor een realistisch verdienmodel en langjarige contracten, daarnaast moet dit passen binnen de bedrijfsvoering en moet de grond bruikbaar blijven. Figuur 2 Elan- Zuidoost Fryslan
10 Visie op de land -en tuinbouw in Opsterlân
11
Doelen binnen het gebied Binnen het gebied zijn diverse doelen gesteld m.b.t. landschap, natuur, biodiversiteit, landbouw en erfgoed. De volgende doelstellingen sluiten aan op eerdergenoemde zaken:
Natuurbehoud (biodiversiteit) en streven naar verbetering. De rijkdom aan natuur (biodiversiteit), cultuurhistorie, landschapselementen en de uitstraling van het buitengebied vormen een sterke identiteit van Opsterland. Het landschap is in ontwikkeling en in combinatie met het beheer van dit gebied wordt de vitaliteit weergegeven. De uitdaging is om ontwikkelingen zodanig ruimte te geven dat deze bijdragen aan de herkenbaarheid van de cultuurhistorische en landschappelijke (kern)waarden van Opsterland.
Bijdrage duurzame, toekomstbestendige en grondgebonden landbouwsector in Opsterland. De landbouw is een belangrijke sector voor de Opsterlandse economie, de identiteit en het landschap. Boeren zijn belangrijke hoeders van ons buitengebied. Een perspectief voor een toekomstbestendige en grondgebonden landbouwsector is gewenst.
Koningsdiep De realisatie van 500 hectare nieuwe natuur als aanvulling op de reeds aanwezige NNN. Grotendeels zijn de gronden door de provincie aangekocht, hierbij is nog een restopgave van 125 hectare. Ruim 100 hectare is inmiddels ingericht binnen het NNN (Brink). Daarnaast moet de waterkwaliteit verbeterd worden en moet er meer ruimte komen voor waterberging.
De Dulf - Mersken Inrichten van nieuwe natuur in polder de Dulf en Janssenstichting, verminderen van verdroging in het Figuur 3 Overzichtskaart gebiedsinrichting Koningsdiep (2023) N2000 gebied, meer ruimte voor waterberging en herstel van oevers en kades.
Realisatie 10% groen-blauwe dooradering in 2050 en toevoeging van bosareaal: Als bijdrage aan het natuurherstel zijn door grondeigenaren aan de oostkant van de A7 diverse maatregelen uitgevoerd om grondwater binnen het natuurgebied vast te houden. Daarnaast worden met de maatregelen ook kansen voor weidevogels gecreëerd.
Daarnaast wordt er door de gemeente gestreefd naar een duurzame, natuurinclusieve landbouw in 2025. Hiervoor wordt aangesloten bij de provinciale landbouwdeals. Ten aanzien van het dossier “stikstof” ligt er een rol voor de gemeente, bijvoorbeeld bij een Gebiedsgerichte Aanpak (GGA). Voor de gemeenten ligt een grote rol bij het realiseren van natuurherstel en het reduceren van uitstoot. Hierbij is het van belang dat de gemeente ondernemers ondersteunt bij het nemen van maatregelen en vergunningverlening. Landbouw is continu in ontwikkeling onder invloed van de steeds veranderende Europese regelgeving. Regels en veranderingen hebben ervoor gezorgd dat er 75% minder kunstmest wordt gebruik t.o.v. 1985. Tussen 1990 en 2022 was er al een dalende trend te zien in de ammoniakemissie van 70% door o.a. stalaanpassingen, het verbeteren van bemestingsmethoden en het houden van minder vee (als gevolg van het melkquotum). Daarnaast zijn bedrijven direct naast de N2000 gebieden uitgekocht. Naar verwachting zal dit door het vervallen van de derogatie en de intrede van bufferstroken verder dalen. Doordat er veel landbouwgronden zijn omgezet naar natuur wordt de toevoeging van extra bosareaal en het uitbreiden van de groen-blauwe dooradering dan ook niet als een realistische opgave beschouwd. Agrariërs zijn tegen het verder afstaan van landbouwgrond t.b.v. deze doelen.
12 Visie op de land -en tuinbouw in Opsterlân
13
Beschouwing Algemeen Het uitdragen van een visie wordt zinloos als straks de laatste boer het licht uit mag doen. Deze visie gaat ervan uit dat er perspectief is voor agrarische ondernemers. Dat begint met de mogelijkheid om een fatsoenlijk financieel resultaat te genereren uit de primaire productie. Pas dan is er ruimte om als ondernemer mee te bewegen met wat de markt en de maatschappij vragen. De boeren in Opsterland willen blijven investeren in duurzame productie, mits dit economisch perspectief biedt. Wij zien innovatie en samenwerking als noodzakelijke bouwstenen voor een toekomstbestendige landbouwsector. De landbouw in Opsterland draagt bij aan een groot deel van de economie en heeft zowel sociaal als landschappelijk een belangrijke rol. Praktijk van vandaag maar ook de toekomst is, dat de hoogte van het inkomen wordt bepaald door het verschil tussen de kosten die gemaakt moeten worden om een product (melk, aardappelen) te produceren en de prijs die er vanuit de markt of de keten aan de boer voor betaald wordt. Daar komt bij dat voor agrarische producten een vraaggestuurde marktwerking geldt. Dit gegeven dwingt agrarisch ondernemers ertoe om producten voort te brengen waar in de markt voldoende vraag naar is en die efficiënt (tegen zo laag mogelijk kosten per eenheid) worden geproduceerd.
Het toekomstsentiment onder agrarisch ondernemers wordt op korte termijn bepaald door beleid dat het verdienvermogen van veel individuele bedrijven volstrekt onderuit haalt. Ondoordacht en soms tegenstrijdig beleid dat de mogelijkheden om je kringlopen op bedrijfsniveau zoveel mogelijk te sluiten, mogelijkheden om je gewas te voeden en te beschermen ondermijnt, is aan de orde van de dag. Dit dwingt ondernemers om vooral niet na te denken over de langere termijn, maar in de overlevingsstand te gaan staan. Die stand betekent overigens niet dat alle ontwikkeling stil komt te staan. De druk op ondernemers die geconfronteerd worden met schijnbaar onmogelijke opgaven geeft vaak ook een boost aan innovatief denken en handelen. Hierbij blijkt dat het succes van ontwikkelingen op agrarische bedrijven in grote mate samenhangt met voorbeelden waarbij het mes aan twee kanten snijdt.
Voor de langere termijn gelden ook voor agrarische bedrijven meer en meer de economische wetmatigheden die in overige (bijvoorbeeld MKB-) sectoren worden gevoeld. De bedrijven worden steeds kapitaalintensiever, de risico’s nemen sterk toe en ondernemers moeten van een breed spectrum aan zaken verstand hebben. Dit vraagt om veelzijdig (en zakelijk) ondernemerschap en verdere professionalisering. Ondanks het hogere opleidingsniveau van de huidige generatie ondernemers wordt het alsnog een uitdaging om dit de komende decennia binnen gezinsbedrijven (wat de meeste agrarische bedrijven zijn) handen en voeten te geven. Daarnaast gaat het voor elk agrarisch bedrijf erom dat de primaire productie efficiënt wordt ingericht. Bedrijven zullen zich steeds verder gaan richten op een concurrerende lage kostprijs. Voor alle bedrijven geldt, dat activiteiten die een ondernemer ontplooit ten behoeve van doelen die de markt of de maatschappij aan hem opleggen, in principe niet mogen raken aan de efficiëntie van de primaire productie. Daar waar die ondernemer vanuit de markt of maatschappelijke doelen wordt gevraagd iets te doen of te laten, dan zal hierbij niet alleen het verlies aan inkomen/saldo moeten worden gecompenseerd maar daar ook een beloning voor de geleverde dienst aan verbonden moeten zijn.
Voor die maatschappelijke opgaven waar een ondernemer wordt gevraagd of gedwongen wordt op te anticiperen, zal innovatie (zowel systeeminnovatie, management als meer technische innovatie) als belangrijke oplossingsrichting gelden. Hierbij is van belang dat de overheid kan borgen dat oplossingen echt zullen bijdragen aan doelbereik en tegelijkertijd die overheid niet van ondernemers kan verwachten dat deze met alleen eigen geld investeert in zaken die geen positieve bijdrage leveren aan het rendement van de onderneming. Hier zal substantieel geld bij moeten.
Een belangrijke vorm van innovatie ligt voor de landbouw in samenwerking tussen primaire ondernemers. Ook over de sectoren (dierlijk en plantaardig) heen. Dit zie je tussen akkerbouwers en melkveehouders, maar ook tussen melkveehouders die bijvoorbeeld samen mest vergisten. Twee sprekende voorbeelden hierbij; 1. boeren werken aan hun bodem. Dit doen ze o.a. door gebruik te maken van groenbemesters en vanggewassen met als gevolg dat mineralen beter benut worden, vochtvoorziening beter op orde is, verdichting wordt tegengegaan, de biodiversiteit in de bodem wordt verbeterd, (zoet) water wordt vastgehouden, verlies aan mineralen wordt beperkt en een hogere opbrengst wordt gegenereerd. 2. boeren produceren (zelfstandig of samen) groen gas met behulp van monovergisting, reduceren emissies van stikstof en methaan, kunnen hun eigen kunstmest maken, dragen bij aan klimaatdoelen, kunnen voorkomen dat ze waardevolle mineralen en organische stof van het bedrijf moeten afvoeren en doen dit binnen een aanpak met een verdienmodel.
14 Visie op de land -en tuinbouw in Opsterlân
15
Grond De grond, de ruimte waar de primaire productie plaatsvindt, is de basis voor onze toekomst. Zonder voldoende en betaalbare landbouwgrond is extensivering onmogelijk en komt kringlooplandbouw in gevaar. Actueel overheidsbeleid (wegvallen derogatie, aanscherping bemestingsnormen, bufferstroken) zorgt op bijna alle melkveebedrijven voor een mestoverschot. Bedrijven moeten hiervoor afzet vinden of de bedrijfsvoering aanpassen. De kosten die de afvoer van dit overschot met zich meebrengt, slaat een flinke deuk in het inkomen van agrarisch ondernemers. Ondanks de relatief extensieve bedrijfsvoering maken ondernemers zich zorgen over het wegvallen van de derogatie. Afgezien van de kosten raakt genoemd beleid ook aan de efficiëntie van de bedrijfsvoering van de agrarische bedrijven. Grasopbrengsten (kwaliteit en kwantiteit) lopen terug en de bodem verarmt. Melkveehouders kunnen op zaken anticiperen door melkvee af te stoten of door meer grond in gebruik te nemen. Ook omdat het afstoten van vee per definitie leidt tot een slechtere exploitatie zal dit als scenario weinig toepassing vinden. Bij extensivering zal er meer vraag zijn naar grond voor de landbouw en is er minder ruimte voor maatschappelijke claims. Een alternatieve oplossing ligt in het toevoegen van meer grond aan het agrarisch bedrijf.
Voorwaarde voor deze route is wel dat de agrarische gronden beschikbaar blijven voor de landbouw om de blijvers een perspectiefvolle toekomst te geven. Gesteld kan zelfs worden dat juist het wezenlijke van de Europees, landelijk en regionaal opgedragen transitie-opgave is dat landbouwgrond minder intensief benut kan worden (minder opbrengt en minder efficiënt ingezet kan worden) en als gevolg daarvan eerder uitgebreid dan beperkt dient te worden.
Balans Om de doelen rondom de uitbreiding van het NNN te behalen en daarnaast ook nog ruimte te creëren voor de opgave rondom groen-blauwe dooradering, woningbouw, infrastructuur en drinkwater is er grond nodig. De opgaven nemen al snel 13,7% (tabel 3, bijlage) van het cultuurlandschap in beslag. Anderzijds is ook de agrarische sector 1,5 tot 2 keer (WUR M. D.-D., 2024) zoveel grond nodig om te extensiveren, kringlopen te kunnen sluiten en de maatschappelijke wensen plaats te geven.
Doorkijk In 2040 bestaat de landbouw in Opsterland uit innovatieve, grondgebonden familiebedrijven die bijdragen aan voedselproductie, biodiversiteit en landschap. Dankzij samenwerking tussen boeren, technologische vooruitgang en duidelijke kaders vanuit overheden is er ruimte om te ondernemen én bij te dragen aan maatschappelijke doelen. Boeren hebben het vertrouwen en de middelen om te blijven investeren in hun bedrijven, waardoor zij een stabiele sociaaleconomische motor vormen voor het buitengebied.
Wat zien we qua type bedrijven? •
Het aantal agrarische bedrijven is afgenomen, maar de blijvende bedrijven zijn toekomstbestendig, goed georganiseerd en gemiddeld groter qua oppervlakte.
•
Er is sprake van een mix van gangbare, biologische en multifunctionele bedrijven, met een sterke onderlinge verwevenheid.
•
Agrarische ondernemers maken gebruik van hoogwaardige technologie (zoals robotisering en precisielandbouw), waardoor arbeidsefficiëntie, duurzaamheid en opbrengsten toenemen.
•
Samenwerking tussen bedrijven is de norm — bijvoorbeeld in mestverwerking, compostering, energieopwekking en het sluiten van kringlopen.
Wat doen boeren anders dan nu? •
Boeren werken doelgericht aan het sluiten van kringlopen, o.a. via beter bodembeheer, monovergisting, inzet van groenbemesters en het voorkomen van uitspoeling.
•
Ze combineren primaire productie met maatschappelijke diensten: van agrarisch natuurbeheer tot energielevering en recreatie.
•
De inzet op bodemkwaliteit en waterbeheer heeft geleid tot weerbaardere gronden, met meer bufferend vermogen tegen droogte of extreme neerslag.
•
Boeren produceren voor een vraaggestuurde markt en stemmen hun producten en methoden af op duurzaamheidseisen én rendabiliteit.
Wat zijn de voordelen voor samenleving en natuur?
16 Visie op de land -en tuinbouw in Opsterlân
•
Opsterland beschikt in 2040 over een landschap waarin landbouw, natuur en erfgoed hand in hand gaan.
•
Boeren leveren meetbare bijdragen aan biodiversiteit (via ANLb), landschapsbeheer, stikstofreductie en klimaatdoelen (o.a. via vergisting en extensivering).
•
De sociaaleconomische structuur van het platteland blijft vitaal dankzij werkgelegenheid, innovatie en ondernemerschap.
•
Er is een evenwicht ontstaan tussen de ruimteclaims voor natuur, water, wonen en landbouw, waarbij landbouwgrond beschikbaar blijft voor voedselproductie en duurzame verdienmodellen.
17
Kansen voor Opsterland: samenwerken aan een toekomstbestendige landbouw De agrarische sector in Opsterland wil actief bijdragen aan maatschappelijke opgaven op het gebied van klimaat, natuur, biodiversiteit en leefbaarheid. Dat vraagt om een gemeente die meedenkt, ruimte biedt en investeert in vertrouwen. Door samen te werken aan onderstaande actiepunten, versterken we de agrarische sector en het buitengebied van Opsterland.
Ruimte voor agrarisch ondernemerschap • • • •
Sta uitbreiding en aanpassing van bouwblokken toe voor nieuwe stallen, i.v.m. dierenwelzijn en klimaat. Maak ruimte op het erf of land voor mestvergisting en -opslag, compostering en meervoudig gebruik van erven door meerdere ondernemers. Voorkom nieuwe functiemenging in het buitengebied die tot spanningen leidt, zoals recreatie en woningbouw. Behoud de omvang van landbouwgrond voor de agrarische sector.
Kans voor de gemeente
Samen innoveren aan bodem, biodiversiteit en klimaat • • •
Stimuleer initiatieven rond bodemverbetering (o.a. groenbemesters en vanggewassen), samenwerking in mestkringlopen en lokale energieproductie (bijvoorbeeld op het boerenerf). Koppel gemeentelijke projecten aan agrarische innovaties, zoals duurzame ketens of compostering. Samenwerking in en communicatie over ecologisch bermbeheer.
Kans voor de gemeente Meer impact in gebiedsgerichte aanpakken (zoals stikstof en klimaat) door lokale samenwerking. Rol van de gemeente: Ondersteuning van collectieve of gebiedsgerichte pilots, met financiële en planologische rugdekking. Zorg voor ander ecologisch bermbeheer en communiceer hierover met agrarische partijen, zodat onder andere wordt voorkomen dat er jacobskruiskruid en akkerdistel wordt verspreid.
Behoud van een krachtige plattelandseconomie en vitale dorpen.
Werk samen met boeren aan waterkwaliteit en klimaatmaatregelen
Rol van de gemeente
•
Zorg voor een flexibel omgevingsbeleid dat ruimte voor agrarische ontwikkelingen borgt, ook in toekomstige plannen.
•
Ontwikkel samen haalbare plannen voor grondwaterstand en waterberging die aansluiten bij de praktijk. Investeer in onderhoud en zuivering van riooloverstorten om normen haalbaar te houden.
Kans voor de gemeente
Vergunningen als versneller, niet als hindernis • •
Versnel en vereenvoudig de vergunningverlening voor boeren die willen investeren in duurzaamheid, zoals monovergisting, stalmaatregelen en natuurbeheer. Denk innovatief en ontwikkel een ‘groene versnellingsroute’ voor ondernemers die bijdragen aan ecologische doelen.
Effectieve waterdoelen realiseren met een breed draagvlak Rol van de gemeente Neem agrarische kennis mee bij de inrichting van water- en klimaatmaatregelen.
Kans voor de gemeente
Versterk de infrastructuur in het buitengebied
Versnelling van duurzame investeringen op het boerenerf.
• •
Rol van de gemeente Een proactieve en meedenkende houding in de vergunningverlening Een aanspreekpunt bij de gemeente voor ondernemers die willen verduurzamen
Onderhoud infrastructuur voor logistiek, agrarisch en ander verkeer en hulpdiensten Versterk de stroomvoorzieningen op boerenerven voor duurzame energieprojecten en teruglevering van energie.
Kans voor de gemeente Een veiliger buitengebied en een betere aansluiting en functie van het buitengebied in de gemeente. Rol van de gemeente Aandacht voor het belang van veiligheid in het buitengebied in gemeentelijk beleid. Investeer in stroomvoorzieningen in het buitengebied.
18 Visie op de land -en tuinbouw in Opsterlân
19
Bijlage Tabel 1 Verdeling van sectoren in Opsterland
Ruimte voor maatwerkbeleid en gebiedsgerichte derogatie • •
Lobby samen met de sector en provincie voor gebiedsgerichte derogatie in Opsterland. Ondersteun wetenschappelijk onderbouwde uitzonderingen voor bedrijven met een bewezen waterkwaliteit.
Kans voor de gemeente Hogere effectiviteit via lokaal maatwerk en een lagere druk op het milieu Rol van de gemeente Actief lobbyen in de provincie en Den Haag.
Maak landschapsbeheer mogelijk en aantrekkelijk • •
Sluit aan bij provinciale deals met maatwerk voor de situatie in Opsterland. Ondersteun boeren met langjarige contracten, realistische vergoedingen en integratie van ANLb in gemeentelijk beleid.
Kans voor de gemeente Partnerschap met lokale boeren in natuur- en landschapsbeheer Rol van de gemeente Coördinatie vanuit de gemeente in natuurbeheer, met voldoende middelen en commitment.
Samenwerken met de agrarische sector aan toekomstgerichte grondstrategieën – landbouwgrond blijft landbouwgrond • • • •
Houd agrarische gronden beschikbaar voor blijvende boeren, ook bij functieverandering. Zorg dat uitbreidingsmogelijkheden voor extensivering behouden blijven. Geen uitbreiding van groen-blauwe dooradering en bosuitbreiding op landbouwgrond Behoud het mooie huidige plattelandskarakter van Opsterland.
Kans voor de gemeente Blijf een toonaangevende rol behouden als plattelandsgemeente. Rol van de gemeente Grondbeleid kijkt niet alleen naar opgaven, maar ook naar het verdienvermogen van de sector. De gemeente pleit er bij de provincie voor dat na de huidige NNN-realisatie niet nog meer provinciale natuuruitbreidingsplannen hoeft uitgevoerd hoeft te worden die ten koste gaan van agrarische grond
20 Visie op de land -en tuinbouw in Opsterlân
21
Tabel 2 Multifunctionele bedrijven in Friesland
Figuur2 Verdeling ANLB
Figuur 1 Tracé van de Lelylijn
Tabel 3 Benodigde ruimte voor doelen Functie
Benodigd oppervlak
Bronnen
Groenblauwe dooradering
1.600 ha
Provincie Fryslân, NPLG-kaders, Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), BoerenNatuur
Woningbouw (1.200 woningen)
48 ha
Woondeal Fryslân, CBS woningvoorraad & prognoses, RVO kavelgemiddelden
Infrastructuur & energieruimte 25 ha
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL, 2023), Netbeheer Nederland (Regionale Energie Strategieën)
Drinkwater Luxwoude
150 ha
Provincie Fryslân (Structuurvisie Drinkwatervoorziening), Vitens (Regionale winningstrategie 2023)
TOTAAL
1.823 ha
Tabel 1 Verdeling van sectoren in Opsterland
OPSTERLAND t: 088 888 66 66 e: info@ltonoord.nl w: ltonoord.nl
Achter de boer en tuinder. Voor ons allemaal.