Startnotitie Cultureel Erfgoed.docx
Tekst van het document
Startnotitie Cultureel erfgoed November 2022 Ontwikkeling Ruimtelijk domein
………………..
1
Afbeeldingen voorblad: Boven: Fragment kaart gemeente Opsterland, kaart Schotanus Halma 1718, Linksonder: Uitsnede schans Gorredijk, Romeyn de Hooghe, ca. 1670. Bron: Beeldbank Groningen. Rechts: De Slotpleats, eigen beeld. Midden onder: De holle weg bij Bakkeveen, eigen beeld. Rechtsonder: De vuistbijl van Wijnjeterp, bron: www.archeoweb.nl.
2
Inhoudsopgave Wat is cultureel erfgoed?
4
1. Inleiding en aanleiding
5
2. Wat gaan we doen?
6
3. Beleid en instrumentarium
7
4. Proces en planning 4.1 Uitgangspunten om te komen tot gemeentelijk monumentenbeleid 4.2 Uitgangspunten om te komen tot beleid archeologie, cultuurhistorie en cultuurlandschap
8 8
5. Wat kost het?
9
Bijlage 1
Voorlopige meerjarenplanning
13
Bijlage 2
Stappenplan gemeentelijk monumentenbeleid
14
Bijlage 3
Stappenplan hoofdlijnen archeologiebeleid
16
Bijlage 4
Kosten beleid archeologie, cultuurhistorie en cultuurlandschap
18
Bijlage 5
Kostenoverzicht gemeentelijk monumentenbeleid
19
Verantwoording van de afbeeldingen
9
20
3
Wat is cultureel erfgoed? Onroerend erfgoed Monumenten
Archeologie
Cultuurlandschap
Roerend erfgoed Kunstcollecties
Mobiel erfgoed
Levend erfgoed
Archiefmaterialen
Immaterieel erfgoed Volksverhalen
Tradities en gebruiken
Taal
4
1. Inleiding en aanleiding Wanneer mensen gevraagd wordt een beschrijving te geven van hun omgeving en waarom zij zich hiermee verbonden voelen, benoemen mensen doorgaans die zaken die betekenis voor hun hebben, waaraan ze hun identiteit ontlenen: kenmerkende aspecten van het landschap, het verleden van woonplaats en regio, bijzondere gebouwen en noemenswaardige locaties, dat waaraan waarde gehecht wordt en waarmee men zich onderscheidt van alle andere plaatsen. Een groot deel van dit referentiekader kan aangemerkt worden als cultureel erfgoed. In de globaliserende wereld waarmee afstanden en levensstijlen steeds verder vervagen, zorgen deze ankers in eigen omgeving voor houvast. Vanuit samenlevingen is er steeds meer aandacht voor datgene wat eigen maakt, wat ons ons maakt en datgene wat ons onderscheidt. De waarde van erfgoed speelt in deze ontwikkelingen een steeds essentiëlere rol. Niet alleen dat wat zichtbaar is heeft echter onze geschiedenis gevormd. Diverse generaties voor ons hebben sporen in de bodem achtergelaten. Dit kan variëren van indrukwekkende grafmonumenten en woonheuvels tot vrijwel onzichtbare en voor de leek weinigzeggende concentraties van bewerkt vuursteen rond donkere verkleuringen waar ooit vuur gestookt is. Indrukwekkend of niet, groot, klein, zichtbaar of onzichtbaar, deze sporen vertellen ons het verhaal van onze geschiedenis.
En dit verhaal wordt in onze toenemende complexe samenleving eveneens steeds belangrijker. Visies op het erfgoed en de omgang ermee is hierdoor aan verandering onderhevig. Bovendien vormen wettelijke veranderingen een aanleiding voor het opstellen van een nieuwe, brede erfgoedvisie. In deze startnotitie worden de voorlopige hoofdlijnen van het nieuwe erfgoedbeleid beschreven en de producten die aan het college en raad worden voorgelegd, met de daarbij behorende planningen. Hoewel gemeente Opsterland aandacht besteedt aan het cultureel erfgoed in diverse beleidsplannen en in de omgevingsplannen, wordt alleen voldaan aan de minimale eisen rondom de zorg voor cultureel erfgoed. De Omgevingswet noopt echter tot een bredere aanpak. De aandacht die gegeven wordt in de Omgevingsvisie van de gemeente Opsterland geeft een voorzet voor de inpassing van cultureel erfgoed in het toekomstige Omgevingsplan en de wijze waarop we met cultureel erfgoed om willen en moeten gaan. Om handen en voeten te geven aan het bovenstaande zal er in de bijgaande notitie Cultureel erfgoed uiteengezet worden waarom het noodzakelijk is dat er nieuw beleid en nieuwe producten voor het cultureel erfgoed ontwikkeld worden. Overigens gaat het hierbij niet alleen om onroerend erfgoed, maar ook om roerend en immaterieel erfgoed.
Om te voldoen aan de vereisten van de Omgevingswet, waarbij cultureel erfgoed integraal benaderd moet worden en waarbij de gehele omgeving van het cultureel erfgoed meegewogen moet worden bij bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen, wordt het aldus noodzakelijk om diverse zaken op het vlak van cultureel erfgoed uit te werken, waaronder een nieuwe erfgoedverordening, een gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart en een archeologische beleidsadvies- en verwachtingenkaart. Daarnaast moet er ruimte zijn voor nieuw beleid. Omdat de Omgevingswet tot gevolg heeft dat gemeenten via het principe ‘ja-mits’ moeten gaan werken, betekent dit dat het ten zeerste aangeraden wordt om eigen kaders goed uitgewerkt te hebben, waarbij gedacht moet worden aan nieuw op te stellen archeologiebeleid en gemeentelijk monumentenbeleid. Ook moet er ruimte zijn voor de overweging om bepaalde straten bijvoorbeeld de status beschermd dorpsgezicht te geven. Ook als de Omgevingswet onverhoopt opnieuw uitgesteld wordt, verdient het de voorkeur hier alsnog mee aan de slag te gaan.
5
Bij dergelijke plannen is er ruimte voor verschillende ambitieniveaus gericht op het behouden, het beschermen en het versterken van cultureel erfgoed, waar in te toekomst een keuze in gemaakt moet worden. Dit varieert van een laag ambitieniveau waarmee alleen aan de minimale eisen voldaan wordt (en er dus ook geen nieuw beleid opgesteld wordt voor bijvoorbeeld gemeentelijke monumenten) tot een breed erfgoedbeleid waarin alle aspecten die te maken hebben met cultureel erfgoed samenkomen. Niet alleen met de juiste keuzes ontstaat er een gedegen beleid rondom al het cultureel erfgoed in onze gemeente, ook de mate van handhaving is daarbij van belang. De voorlopige hoofdlijnen voor de komende jaren worden uiteengezet in bijlage 1.
2. Wat gaan we doen? In deze paragraaf staat weergegeven waar de focus op ligt om te komen tot een gedegen erfgoedbeleid wordt de uitwerking ervan in fases uitgevoerd. Bijkomend voordeel is dat de kosten hierdoor verspreid worden over een aantal jaren. Hierop wordt dieper ingegaan in paragraaf 5. In bijlage 1 staat een meerjarenplanning in hoofdlijnen. Erfgoed in kaart brengen Voor het uitdragen van de waarde van ons erfgoed is het allereerst van belang dat we weten wat we aan erfgoed hebben. Op basis van de wens ons cultureel erfgoed te beschermen, te versterken en te behouden zetten we in op een gemeentedekkende inventarisatie en waardering van al ons erfgoed, van zowel het materiele als immateriële, het onroerende en roerende erfgoed. De resultaten hiervan nemen we op in een gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart en een archeologische waardenen verwachtingskaart en gebruiken we als basis voor de verdere besluitvorming over de bescherming van dit erfgoed. De nieuw uit te voeren inventarisatie van het gebouwde erfgoed vormt de kern voor het nieuw op te stellen gemeentelijke monumentenbeleid. Erfgoedlijnen Historische objecten en structuren hebben een belevingswaarde. Ze spreken tot de verbeelding omdat ze een verhaal vertellen, waarmee we meer komen te weten over onze geschiedenis, onszelf en het ons omringende landschap.
Samen met lokale historische stichtingen en andere betrokkenen en organisaties wordt verkend op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de belevingswaarde van de omgeving. Waardevol erfgoed Er zijn in de afgelopen jaren meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de kosten en baten van erfgoed. Hieruit kwam naar voren dat cultureel erfgoed van waarde is en niet alleen geld kost, maar ook geld oplevert. Om behoedzaam om te gaan met ons cultureel erfgoed is het van belang dat we aandacht besteden aan datgene wat Opsterland uniek maakt en waarmee inwoners zich identificeren. Duurzaam erfgoed Hoe mensen omgaan met energie is niet alleen een onderwerp dat vandaag de dag speelt. Zo zijn grote delen van Opsterland in het verleden gebruikt voor de turfwinning, waren (wind)molens een algemeen verschijnsel in de gehele gemeente en ook vroeger werd er aandacht besteed en nagedacht over het zuinig omgaan met energie en brandstoffen binnen woningen. Onze leefomgeving is voortdurend aan verandering onderhevig en zuinig omgaan met energie speelde bij alle generaties een rol. Erfgoed laat
6
dat goed zien. Door cultureel erfgoed in het energievraagstuk te betrekken, voegen we een nieuwe dimensie toe aan deze ontwikkeling. Samenwerken en draagvlak creëren Cultureel erfgoed een plek geven lukt niet zonder de Mienskip. Draagvlak en samenwerken is de sleutel. Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Vroegtijdig samenwerken vergroot de kwaliteit van oplossingen en zorgt ervoor dat verschillende perspectieven, kennis en creativiteit direct naar voren komen. De gemeente Opsterland gaat inzetten op het ontsluiten van cultuurhistorische kennis, met als doel de bewustwording voor het cultureel erfgoed te bevorderen, het bijeenbrengen van partijen en de Mienskip actief te betrekken bij de planvorming.
3. Beleid en instrumentarium De werkzaamheden op het vlak van het cultureel erfgoed monden uit in diverse beleidstukken en instrumentarium. Ze dragen bij aan de waardering en bescherming, instandhouding en bewustwording van het erfgoed en zijn als zodanig van betekenis voor de gemeente Opsterland als organisatie en voor de Mienskip. Inventarisatie cultureel erfgoed Op dit moment is er nog geen gemeentedekkende inventarisatie aanwezig van al het cultureel erfgoed dat de gemeente Opsterland rijk is. Wel zijn er diverse deelinventarisaties uitgevoerd en onderzoeken opgestart. Om een totaalbeeld en goed inzicht te krijgen, wordt het geheel aan cultureel erfgoed in kaart gebracht, bestaande inventarisaties bijeengebracht en worden de ontbrekende aspecten geïnventariseerd. Erfgoedverordening Om te voldoen aan de wettelijke eisen van de Erfgoedwet wordt er een erfgoedverordening opgesteld. Deze wordt ingebracht in het Omgevingsplan, en blijft daarna geldig voor roerend en immaterieel erfgoed. Erfgoedregister Er wordt een erfgoedregister opgesteld, waarin niet alleen onroerend erfgoed opgenomen wordt, maar ook het roerende erfgoed, waaronder de kunstcollectie Opsterland. Gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart De resultaten van de inventarisaties van cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke elementen worden uitgewerkt in een cultuurhistorische waardenkaart.
Deze fungeert als onderlegger en meetlat bij ruimtelijke plannen, wordt ingezet bij het vergroten van draagvlak en bewustwording en kan worden gebruikt als informatiebron bij aanverwante activiteiten op het vlak van economie en toerisme. Archeologische waarden- en verwachtingskaart (beleidsadvieskaart) Met samenvoeging van alle informatiebronnen op het vlak van archeologie wordt er, indien de FAMKEkaart beperkingen laat zien, een kaart ontwikkeld die voldoet aan de vereisten van de Omgevingswet en een voorbereiding vormt op het Omgevingsplan. De kaart wordt ingezet bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen en als informatiebron bij interne processen, kan in een later stadium ingezet worden bij economische en toeristische initiatieven, ter educatie en bij de ontwikkeling van bewustzijn in de Mienskip, zodat de kaart ook een maatschappelijke betekenis krijgt. Indien de FAMKE-kaart
7
volstaat (Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra), wordt er een archeologische component toegevoegd aan de cultuurhistorische waardenkaart om te voorzien in lacunes.1 Gemeentelijk beleid archeologie, cultuurhistorie en cultuurlandschap Met het nieuw opgestelde beleid wordt een adequaat beschermingskader opgesteld voor archeologische sites, cultuurhistorische elementen en aspecten van het cultuurlandschap en de omgang daarmee. Ook wordt uitgewerkt hoe er intern in de organisatie en in de praktijk gewerkt wordt met de waardenkaarten op het vlak van ruimtelijke ontwikkeling, vergunningverlening en toezichthouden. Gemeentelijk monumentenbeleid – Nota Gebouwd erfgoed In de nieuwe nota Gebouwd erfgoed worden een toereikend beschermingskader, de criteria waarop een object al dan niet in aanmerking kan komen voor de status van gemeentelijk monument, een subsidiestelsel en voorwaarden voor eigenaren van gemeentelijke monumenten vastgelegd. Ook staat hierin onder andere hoe de vergunningverlening en het toezichthouden uitgevoerd worden. Funerair erfgoedbeleid Funerair erfgoedbeleid zorgt ervoor dat belangrijke cultuurhistorische graven beschermd worden tegen vernietiging. De omgang met grafstenen, het onderhoud en de voorwaarden voor bewaring worden hierin vastgelegd. Ook wordt vastgelegd hoe er wordt omgegaan met graven op kerkhoven c.q.
begraafplaatsen die niet in het bezit zijn van de gemeente, maar bijvoorbeeld in aanmerking komen voor overname.
4. Proces en planning Het maken van het kaartmateriaal begint zoals gezegd met het bijeenbrengen van bestaande inventarisaties en het bijeenbrengen van nieuwe gegevens. Voor het nieuwe beleid voor gemeentelijke monumenten en op het gebied van archeologie zijn de onderstaande uitgangspunten geformuleerd, waarbij ook de wijze van uitwerking van het kaartmateriaal besproken wordt. 4.1 Uitgangspunten om te komen tot gemeentelijk monumentenbeleid In het verleden zijn er diverse inventarisaties uitgevoerd, waaronder het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Dit betrof een landelijk project dat tussen 1986 en 1995 werd uitgevoerd door het Rijk. Enkele van de hierin benoemde panden en objecten zijn tot Rijksmonument benoemd, het gros heeft echter geen beschermde status. Om aan te sluiten in OWO-verband, wordt er een nieuwe inventarisatie uitgevoerd door Steunpunt Monumentenzorg Fryslân, die ook de inventarisaties voor Ooststellingwerf en Weststellingwerf heeft uitgevoerd. Steunpunt Monumentenzorg Fryslân voert ook de inventarisaties voor andere gemeenten binnen Friesland uit. De criteria om tot gemeentelijk monument te kunnen worden gerekend, worden eveneens opgesteld door Steunpunt Monumentenzorg Fryslân.
Na de inventarisatie wordt aan de panden die voldoen aan de criteria (nadat eigenaren akkoord zijn met de aanwijzing, die geschiedt op basis van vrijwilligheid) een redengevende beschrijving toegekend, zodat de behandeling van (ver)bouwplannen volgens een vast kader kan
1 Kaart met archeologische gegevens samengesteld door Provinsje Fryslân i.s.m. gemeenten. De advieskaart
beslaat twee periodes: steentijd-bronstijd (300.000-800 v.Chr.) en ijzertijd-middeleeuwen (800 v.Chr.-1500 n. Chr.) en is gebaseerd op twee landelijke archeologische kaarten. Adviezen zijn gebaseerd op kennis van al bekende archeologische terreinen en archeologische verwachtingen, die weer gebaseerd zijn op bronnen als de bodemkaart, veldwerk en literatuurstudie.
8
verlopen. Hiermee ontstaat er eenduidigheid in de behandeling van panden met een monumentenstatus: ook Ooststellingwerf en Weststellingwerf werken volgens deze kaders. Om van een conceptlijst met geselecteerde objecten te komen tot een vastgestelde lijst met gemeentelijke monumenten, is gemeentelijk monumentenbeleid noodzakelijk op basis waarvan een aanwijsprocedure kan worden gevolgd. Om tot doeltreffende bescherming en instandhouding van de objecten te komen, is het aan te raden om te kiezen voor een lijst met gemeentelijke monumenten. De status van gemeentelijk monument biedt de eigenaren subsidiemogelijkheden bij stichtingen en overheden. Deze positieve impuls zorgt voor een balans ten opzichte van de beperkende voorwaarden die een dergelijke status met zich meebrengt. Dit dient de doelstelling van het beleid, namelijk het beschermen en in stand houden van cultuurhistorisch erfgoed. Het stappenplan voor de uitvoering om te komen tot een lijst met gemeentelijke monumenten en bijbehorend beleid staat weergegeven in bijlage 2. 4.2 Uitgangspunten om te komen tot beleid archeologie, cultuurhistorie en cultuurlandschap In eerste instantie wordt de verbeterde FAMKE-kaart als leidraad gebruikt bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt een voorlopige nota archeologie opgesteld, waarbij uitgewerkt wordt hoe de FAMKE-kaart ingezet zal worden binnen de organisatie en werkprocessen.
Hierna wordt er gewerkt aan een verdiepingsslag: bestaande inventarisaties van cultuurhistorische landschapselementen worden bijeengebracht en ontbrekende aspecten worden geïnventariseerd en toegevoegd. Met het geheel aan gegevens wordt een cultuurhistorische waardenkaart vervaardigd. Voor archeologie wordt hetzelfde gedaan. Alle bestaande bronnen op het vlak van archeologie worden bijeengebracht, beoordeeld op waarde en verwerkt tot een geheel c.q. nieuwe kaart, afhankelijk van in hoeverre de FAMKE kaart voldoet. Indien de FAMKE volstaat, kan er, in lijn met Ooststellingwerf, een archeologische component worden toegevoegd aan de cultuurhistorische waardenkaart. Er zal bovendien een selectie uitgevoerd worden: wat willen we beschermen en wat niet? Dit wordt verder uitgewerkt en hierover wordt een beslissing genomen. De resultaten worden verwerkt in een geüpdatete nota archeologie en verwerkt in een archeologische waarden- en verwachtingenkaart, archeologische beleidsadvieskaart en een cultuurhistorisch waardenkaart dan wel een cultuurhistorische waardenkaart met archeologische component. Het stappenplan hiervoor is te zien in bijlage 3.
5. Wat kost het? Op basis van enkele offertes kan er een voorlopige kostenindicatie gegeven worden. Een voordeel is dat de kennis voor het vervaardigen van kaartmateriaal binnenshuis aanwezig is. Hierdoor kunnen de kosten voor het vervaardigen van kaartmateriaal voor bijvoorbeeld het beleidsplan archeologie, cultuurhistorie en cultuurlandschap alsook de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaarten en archeologische beleidsadvies- en verwachtingenkaart uitgewerkt worden binnen de eigen organisatie. Desalniettemin blijft externe expertise bij een deel van de werkzaamheden noodzakelijk. Herschrijven erfgoedverordening (incidenteel) Recentelijk is er een nieuw format erfgoedverordening beschikbaar gesteld door het Rijk. Deze kan in de basis fungeren als erfgoedverordening voor de gemeente en met enkele aanpassingen toegespitst worden op de situatie binnen Opsterland. Voordeel daarbij is dat we op die manier direct rekening kunnen houden met het toekomstige Omgevingsplan, waar een Erfgoedverordening in meegenomen moet worden. Een andere optie is de uitbesteding van deze werkzaamheden. De kosten om de erfgoedverordening te laten opstellen door een externe partij bedragen circa €5.000. Hiermee is rekening gehouden in de begroting van 2023.
9
Beleid archeologie, cultuurhistorie en cultuurlandschap De uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor archeologisch erfgoed brengt kosten met zich mee. Er zijn eenmalige uitgaven voor de ontwikkeling en implementatie van archeologiebeleid, maar ook uitgaven die structureel begroot moeten worden, zoals het onderhoud van het kaartbeeld. Voor invoering gemeentelijk archeologiebeleid en uitvoering van gemeentelijke taken op het gebied van archeologie krijgen gemeenten een bestuurslastenvergoeding van het Rijk. Bij de bekostiging van de gemeentelijke archeologische monumentenzorg is het van belang een onderscheid te maken tussen enerzijds de algemene uitvoeringskosten van het gemeentelijk beleid, en anderzijds projectgebonden uitvoeringskosten. De eerste kunnen worden gezien als apparaatskosten (op te vatten als bestuurslasten), noodzakelijk voor het nakomen van de generieke gemeentelijke taakstelling. De projectgebonden uitvoeringskosten zijn de kosten van het doorlopen van het archeologisch proces om het behoud van informatie te garanderen en/of te komen tot een verantwoorde afweging van belangen. In tegenstelling tot de generieke kosten, zijn deze in de meeste gevallen direct te relateren aan individuele bouw- en inrichtingsprojecten. Bestuurslasten: De bestuurslasten archeologiebeleid bestaan uit eenmalige kosten die gemaakt worden voor: -
Het opstellen en implementeren van de archeologische waarden- en beleidsadvieskaart De ontwikkeling en implementatie van beleid Het adviseren inzake bestemmingsplannen en vergunningen
Het Rijk verstrekt via een uitkering uit het gemeentefonds een bestuurslastenvergoeding aan gemeenten voor de aanloop- en uitvoeringskosten die gepaard gaan met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Deze bestuurslastenvergoeding heeft een structureel karakter. Uitvoeringkosten: de jaarlijkse uitvoeringskosten komen voort uit het begeleiden van de uitvoering en handhaving van het beleid. De hoogte van de bestuurslasten zijn afhankelijk van: -
Het aantal verleende omgevingsvergunningen; De omvang van de ontwikkelingsgerichte ruimtelijke plannen (oppervlakte) in relatie tot de beleidskeuzen (ondergrenzen voor het verplicht stellen van archeologisch onderzoek); De omvang van de met een archeologische (verwachtings)waarde belaste gebieden.
Met de implementatie van het gemeentelijk beleid en de bijbehorende vergunningsvoorschriften kan de gemeente in belangrijke mate invulling geven aan het zogenaamde veroorzakerprincipe. Van initiatiefnemers van ruimtelijke ingrepen kan op basis daarvan verlangd worden dat zij de kosten van benodigde archeologische maatregelen en werkzaamheden voor hun rekening nemen. Uitwerking van het beleid kan deels door eigen medewerkers, maar het is aannemelijk dat er gedurende dit proces ook een externe partij betrokken zal moeten worden bij de ontwikkeling van het archeologiebeleid voor advies. De kosten voor de opties die hierbij mogelijk zijn, worden weergegeven in bijlage 4. Ook hierin zal in de toekomst een keuze moeten worden gemaakt. Gemeentelijk monumentenbeleid Op basis van de offerte van Steunpunt Monumentenzorg Fryslân wordt aangegeven dat er circa 450 objecten in aanmerking komen om gewaardeerd te worden. Kosten bedragen €100 per pand (ca. €45.000) voor inventarisatie en waardering via een puntensysteem (dezelfde methode als in
10
Ooststellingwerf). Indien ook het interieur meegewogen wordt, dan kost dit totaal €18.000 meer. Het omzetten van de waarderingsformulieren in een redengevende omschrijving kost €18.000 euro. Aanbevolen wordt om een specifieke erfgoedambtenaar aan te stellen (0,7 fte op basis van 86 Rijksmonumenten en straks ook ongeveer 75 monumenten). De verwachting is dat er jaarlijks een subsidiepotje nodig is voor het ondersteunen van eigenaren van gemeentelijk monument voor een bedrag van €80.000. In de hoogte van dit bedrag kunnen echter keuzes gemaakt worden. Bovendien is dit afhankelijk van het definitieve aantal gemeentelijke monumenten. Voor het beoordelen van aanvragen wordt uitgegaan van 8 aanvragen op jaarbasis met een tijdsduur van circa 24 uren per aanvraag, waarbij een personele inzet van 0,15 fte benodigd is. Natuurlijk is een en ander afhankelijk van de personele bezetting en intern aanwezige kennis. In bijlage 4 worden drie scenario’s geschetst met de daarbij behorende kosten. Een combinatie van de verschillende varianten behoort tot de opties en de keuzemogelijkheden voor bijvoorbeeld de hoogte van de subsidiepot zullen nader besproken worden in een nieuwe notitie ‘Gebouwd erfgoed’ die de komende maanden uitgewerkt wordt. Begraafplaatsen inventarisatie en beleid Grafstenen en herdenkingsstenen behoren tot de meer kwetsbare onderdelen van het cultureel erfgoed.
Toch zijn er grafstenen die een belangrijke cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen, doordat ze bijvoorbeeld behoren tot een persoon die belangrijk is voor de lokale geschiedenis of door een uniek ontwerp. Om te kunnen oordelen welke grastenen van waarde zijn, wordt er een inventarisatie uitgevoerd. Ook wordt er nieuw beleid uitgewerkt voor de omgang met begraafplaatsen, individuele cultuurhistorisch waardevolle grafstenen, maar ook over de omgang met begraafplaatsen die de gemeente ter overname worden aangeboden. De inventarisaties en de uitwerking van het beleid kunnen met de formatie van eigen personeel gerealiseerd worden. Het verwachte aantal uren om dit te realiseren bedragen circa 400 uren, waarbij het reguliere uurtarief van de eigen medewerker geldt. Inventarisaties en uitwerking cultuurhistorische en archeologische kaarten De inventarisaties en het uitwerken van de cultuurhistorische en archeologische kaarten zijn naar verwachting de werkzaamheden die de meeste tijd in beslag zullen nemen. Bovendien moet er regelmatig een update plaatsvinden als er sprake is van nieuwe gegevens of veranderende inzichten. De Omgevingswet schrijft voor dat het kaartmateriaal altijd zo up to date mogelijk moet zijn. De werkzaamheden die hierbij komen kijken, kunnen door eigen medewerkers uitgewerkt en bijgehouden worden binnen de reeds bestaande formatie.
WW2 beleid inventarisatie en beleid Een eerste inventarisatie om te verkennen of het gewenst is dat er beleid ontwikkeld wordt voor erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog kan worden uitgevoerd door de eigen erfgoedmedewerker. Indien blijkt dat er behoefte is aan specifiek beleid op dit vlak, kunnen hiervoor vervolgstappen genomen worden. In eerste instantie is er dus alleen sprake van een inventarisatie, die binnen de formatie van eigen personeel mogelijk is. Daarmee zijn de kosten voor dit onderzoek, die naar schatting ongeveer 150 uren in beslag neemt, gedekt. Boerderijenvisie Een optie is om ook een boerderijenvisie toe te voegen aan het gemeentelijk monumentenbeleid. Als plattelandsgemeente met een groot aantal beeldbepalende boerderijen die een belangrijk onderdeel
11
van het landschap van Opsterland vormen, kan het raadzaam zijn hieraan speciale aandacht te besteden. Ook vanuit de provincie wordt er extra aandacht geschonken aan het behoud van boerderijen in Friesland. De wens is uitgesproken om een provinciale boerderijenvisie op te starten, waar gemeenten aan mee kunnen werken door een visie op gemeentelijk niveau uit te werken. Dit kan door de eigen erfgoedmedewerker uitgewerkt worden. Afhankelijk van de tijd die werkzaamheden nemen, zal hiervoor mogelijk extra incidenteel budget aangevraagd moeten worden. Beschikbaar budget In de begroting 2023 is rekening gehouden met het budget voor het uitvoeren van de inventarisatie en het opstellen van beleid voor de gemeentelijke monumenten, voor het opstellen van een erfgoedverordening en voor het deels opstellen van beleid archeologie, cultuurhistorie en cultuurlandschap en het bijbehorende kaartmateriaal. Omdat het meerjarige projecten zijn, wordt per jaar bekeken welke incidentele en structurele kosten er gemoeid zijn met de uitvoering. Deze zijn voor 2024 en daarna nog niet aangevraagd.
Er moeten bovendien keuzes gemaakt worden voor de komende jaren: wat wordt de hoogte van de structurele subsidiepot voor eigenaren van gemeentelijke monumenten? En in hoeverre maken we gebruik van externe expertise voor het maken van het beleid voor archeologie, cultuurhistorie en cultuurlandschap, en gaan we dit ook doen het vervaardigen van het kaartmateriaal? Daarbij is het ook mogelijk om te kiezen voor een combinatie van de verschillende varianten. Deze keuzes worden in de loop van 2024 voorgelegd.
12
Bijlage 1. Voorlopige meerjarenplanning Voorlopige planning Verdiepingsslag FAMKE Kerkenvisie Startnotitie cultureel erfgoed (monumenten, archeologie, cultuurlandschap als een geheel) Inventarisatie en aanwijzen gemeentelijke monumenten Opstellen beleid gemeentelijke monumenten Opstellen erfgoedverordening (integratie Omgevingsplan) Opstellen beleid archeologie + inventarisatie ontbrekende gegevens Vervaardigen gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart (beleidsadvieskaart) (doorlopend) Verdiepingsslag dijken en waterbodems FAMKE (optioneel) Inventarisatie grafmonumenten + opstellen beleid funerair erfgoed Bijeenbrengen bestaande gegevens cultuurlandschap Inventariseren ontbrekende gegevens cultuurlandschap Vervaardigen gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart Inventariseren noodzaak beleid Tweede Wereldoorlog erfgoed (denk aan Joodse begraafplaatsen, bunkers, vliegtuigwrakken, interneringskampen, plekken/woningen waar verzet heeft plaats gevonden/mensen gefusilleerd zijn etc.) en eventuele uitwerking van beleid Versterken handhaving (Omgevingswetproof) – oplossingen onvoldoende capaciteit onderzoeken (er komen meer taken bij de gemeente te liggen o.a. op gebied handhaving) Optioneel: onderzoek haalbaarheid en noodzaak archeologisch steunpunt (Bakkeveen opgeheven in 2015)
2022
2023
2024
Q3 Q4 Q3-4 Q1 Q1
13
2025
2026
Bijlage 2 Stappenplan gemeentelijk monumentenbeleid: overleggen in PFO, met wethouders etc. worden gepland op momenten dat dit noodzakelijk geacht wordt en bekeken gedurende het proces. Stap 1
Vaststellen erfgoedverordening Opstellen voorlopige erfgoednota (voorzet) met uiteenzetting uitgangspunten – Gebouwd erfgoed
Stap 2
Stap 3 Stap 4 Stap 4
Stap 5 Stap 6 Stap 7
Stap 8 Stap 9 Stap 10
December 2022 en februari 2023 November 2022 – januari 2023
Afstemming college (insteek beleid) Waarderingscriteria vaststellen Steunpunt
Februari / maart 2023
Informeren raad over voortgang - inspiratiesessie
Maart/april 2023
Voorlopige nota Gebouwd erfgoed naar raad
Februari/maart 2023 Januari 2023
Oproep media aan inwoners: wie wil object in aanmerking laten komen? Eerste resultaten tussentijds laten beoordelen Start en ontwikkeling definitief beleid, inclusief ‘ beleidsregel financiering instandhouding gemeentelijke monumenten’ Aandragen groslijst van panden die in aanmerking kunnen komen (MIP en inventarisatie 2018) Inlichten eigenaren eerste lichting geïnventariseerde objecten op basis van de gestelde randvoorwaarden (Informatieavonden, monumentenwijzer) Uitgebreide inventarisatie objecten met toekenning waardering Optioneel: tussentijdse informatieverstrekking raad Opstellen redengevende omschrijvingen voor panden van de uitgebreide inventarisatie Inlichten eigenaren geïnventariseerde objecten op basis van de gestelde randvoorwaarden (Informatieavonden, monumentenwijzer) Ophalen input organisatie, RO & VTH Interne afstemming + PFO wethouder: verwerken aanpassingen Start aanwijsprocedure incl. mogelijkheid tot bezwaar/afwijzing/beroep Nota definitief uitgewerkt Raadsvoorstel maken + voorbereiding oriënterende en besluitvormende raadsvergadering
B&W en raad
Besluit B&W
Raad
Doorlopend vanaf januari 2023 Vanaf januari 2023 Vanaf januari 2023 Q1 en Q2 2023
-
Zomer/najaar 2023 Zomer 2023
-
Najaar/winter 2023
Winter 2023
Besluit B&W
Winter 2023/2024
Besluit B&W
Winter 2023/2024
14
Stap 9
Vaststellen Nota gebouwd erfgoed en beleidsregel financiering instandhouding gemeentelijke monumenten Integratie van de vastgestelde lijst gemeentelijke monumenten in de bestemmingsplannen c.q. gereedmaken voor integratie Omgevingsplan
Q1 2024
Besluit raad
2024-2029
-
15
Bijlage 3 Stappenplan hoofdlijnen archeologiebeleid: overleggen met portefeuillehouder (bv.in PFO’s) worden gepland op momenten dat dit noodzakelijk geacht wordt en bekeken gedurende het proces. Stap 1
Stap 2
Stap 3 Stap 4 Stap 5
Stap 6 Stap 7
Bijeenbrengen bestaande inventarisaties cultuurhistorie
2022-2023
Compleet maken FAMKE-kaart
2022
Afstemming college (insteek nota) Start en ontwikkeling beleid implementatie FAMKE c.q. concept nota archeologie
2023 2023
Vaststellen FAMKE kaart en tijdelijke nota archeologie Bijeenbrengen bestaande gegevens archeologie Inventariseren ontbrekende aspecten cultuurhistorie en cultuurhistorisch landschap Ontwikkelen gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart, archeologische beleidsadvieskaart en cultuurhistorische waardenkaart / CHK met archeologische component Updaten tijdelijke nota archeologie met nieuwste gegevens en kaartmateriaal Betrekken stakeholders – participatietraject (historische verenigingen, amateurarcheologen) + interne partijen
2023 Q4
Besluit raad
2023-2025 2023-2024 2023-2024
Inzagetraject (optioneel) Stap 8 Stap 9
Stap 10
Verwerken input en terugkoppeling Selectie voorstel bescherming archeologie en cultuurhistorie Definitieve versie beleidsnota en verdiepingsslag CHK + archeologische beleidsadvieskaart uitwerken Opstellen raadsvoorstel Voorbereiding oriënterende en besluitvormende raadsvergadering
Besluit B&W Besluit B&W
Vaststelling definitieve versie nota archeologie, CHK en
Besluit raad
16
Stap 11
Stap 12 Stap 13
archeologische beleidsadvieskaart/ CHK met archeologische component Integratie van de vastgestelde nota en kaarten in de bestemmingsplannen c.q. gereedmaken voor inpassing Omgevingsplan Periodieke update kaartmateriaal (jaarlijks) met nieuwste inzichten Verdere integratie uitvoeren met aanpalende beleidsterreinen: toerisme, cultuur en economie. Vervolg: opstellen vervolgplan voor het verder uitdragen erfgoed aan de mienskip, werken aan bewustzijn en betekenis geven erfgoed voor de samenleving.
doorlopend Doorlopend vanaf 2026 Vanaf 2026
17
Bijlage 4 Kosten beleid archeologie, cultuurhistorie en cultuurlandschap Minimale variant Opstellen beleid, vervaardigen kaartmateriaal en begeleiding proces inclusief participatietraject met onder meer historische verenigingen, amateurarcheologen en -verenigingen door eigen medewerkers. Regulier uurtarief eigen medewerkers. Incidenteel benodigd: regulier uurtarief eigen medewerkers (benodigde tijd circa 700 tot 800 uren). Tussenvariant Opstellen beleid met ondersteuning externe partij waar nodig. Vervaardigen kaartmateriaal eigen personeel. Begeleiding proces inclusief participatietraject door eigen medewerkers, ondersteund door externe partij waar nodig. Incidenteel benodigd: regulier uurtarief eigen medewerkers (geschatte benodigde tijd circa 500 tot 700 uren) en uitbesteding €15.000 Maximale variant Uitbesteding van opstellen beleid, vervaardigen kaartmateriaal, participatietraject. Geschatte kosten op basis van proces Ooststellingwerf. Incidenteel benodigd: €55.000.
procesbegeleiding
Structurele kosten Adviezen archeologie bij bouw- en bestemmingsplannen a 1000 euro (2 x per jaar)
2.000 euro
18
en
Bijlage 5 Kostenoverzicht gemeentelijk monumentenbeleid Kostenindicatie Incidenteel/eenmalig budget Waardering panden Waardering interieur Omzetten redengevende omschrijving Uitwerking beleid eigen medewerker(s) ca. 400 uren Uitwerking beleid m.b.v. Steunpunt Monumentenzorg Volledige uitbesteding opstellen beleid Structurele kosten Subsidieregeling instandhouding monumenten Behandelen aanvragen subsidies eigen medewerker Inhuur beoordeling aanvragen omgevingsvergunningen 0,15 FTE5 Erfgoedambtenaar 0.7 FTE Totaal incidenteel
Minimale variant
Tussenvariant Maximale variant
€45.000 x €18.000 Uurtarief
€45.000 x €18.000 x
€45.000 €18.000 €18.000 x
x
x
x
Uurtarief + €10.000 x
€40.0002
€80.000
€80.0003
ca. €5000 4
ca. €5000
x
x
x
€17.250
x
x
€40.000
ca. €30.000
€73.000 + ca. €111.000 300 uren regulier uurtarief Totaal structureel € 45.000 €85.000 €137.250 In diverse andere Friese gemeenten wordt ook jaarlijks een subsidiebedrag beschikbaar gesteld. Ter vergelijking: De Fryske Marren Smallingerland Ooststellingwerf Weststellingwerf Súdwest-Fryslân Heerenveen
€ 63.000 + ca. 400 uren regulier uurtarief
Aantal monumenten 331 68 86 67 144 365
Totaal beschikbare subsidie € 200.000 € 70.000 € 50.000 € 20.000 € onbekend geen (politieke keuze i.v.m. grote aantal)
2 Bijvoorbeeld eens per 3 jaar aanvraag toestaan met subsidie 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van
€7.500 euro per aanvraag, en ‘op is op’-principe, vergelijkbaar met regelingen Ooststellingwerf, Weststellingwerf, SúdwestFryslân en Smallingerland. 3 Dit bedrag kan zo hoog gemaakt worden als gewenst en is mede afhankelijk van het definitieve aangewezen aantal. 4 Eigen medewerker (8 x 24 uren/0.15 FTE). Dit vereist aanvullende kennis bij eigen medewerker(s). 5 In Ooststellingwerf beoordeelt Steunpunt Monumentenzorg aanvragen omgevingsvergunningen bij monumenten.
19
Verantwoording van de afbeeldingen Foto’s gemeente Opsterland: pagina 4, 5 (carbid), 23. Pagina 5, Vuursteenvondsten. Foto: Roel van der Brug Pagina 5: Stabijhond. Bron: hondenrassenwijzer.nl
20