RV Wijziging legesverordening 2024
Tekst van het document
Zaaknummer: 0086197363
1/4
RAADSVOORSTEL MET BESLUIT
Raadsvergadering
: 16 december 2024
Agendapunt
:
Onderwerp
: Wijziging legesverordening 2024
Portefeuillehouder
: Rob Jonkman
Beetsterzwaag, 12 november 2024
Voorstel 1. Het wijzigingsbesluit legesverordening Opsterland 2024 vast te stellen
Inleiding Op voordracht van de beleidsafdelingen en portefeuillehouders RO van de drie OWO-gemeenten wordt voorgesteld om de legesverordening 2024 voor het onderdeel monumenten twee artikelen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024 aan te passen met een wijzigingsbesluit. Daarnaast wordt voorgesteld om het artikel voor de losse standplaatsen zo aan te passen dat er niet een tarief ongeacht vergunningsduur is maar drie vergunningsperioden met onderscheidende tarieven. Deze wijzigingen zijn ook opgenomen in de legesverordening 2025.
Beoogd effect en/of resultaat Het vaststellen van het te voeren tarievenbeleid voor het jaar 2024.
Argumenten 1.1 Eigenaren van monumenten worden niet zwaarder belast dan eigenaren van niet-monumenten Beleidsuitgangspunt van het monumentenbeleid is dat eigenaren van monumenten niet meer leges moeten betalen dan eigenaren van niet-monumenten voor dezelfde vergunningplichtige activiteiten. Dit met de gedachte de status “monument” niet tot een extra financieel nadeel mag leiden bij het aanvragen van de benodigde vergunningen. 1.2 Een gedifferentieerd tarief staat in verhouding tot de te behalen omzet In de Legesverordening 2022 (ook geldig in 2023) werd voor Losse standplaatsen een gedifferentieerd bedrag gehanteerd. Dit omdat het niet redelijk is om van een ondernemer te verlangen dat hij hetzelfde betaald voor een vergunning voor één dag of één maand dan voor een jaarvergunning. Deze differentiatie is helaas niet meegenomen bij de herziening. Die omissie wordt met deze aanpassing gecorrigeerd. 1.3 Het financieel effect is beperkt Op jaarbasis gaat het maar om een beperkt aantal vergunningen (voor monumenten tot nu toe 2 stuks en voor standplaatsen om 1 vergunning). Het financieel effect op de kostendekkendheid is daardoor beperkt.
Kanttekeningen 1.1 Het gelijktrekken van het tarief verlaagd de kostendekkendheid Vergunningen voor monumenten zijn complexer van aard. Ze kosten meer tijd om te beoordelen vanwege de bijzondere status van het gebouw. Normaal wordt deze extra inzet in redelijkheid in het tarief meegenomen. In dit specifieke geval wordt daar van afgezien. Kosten voor toezicht en
Zaaknummer: 0086197363
handhaving, wat ook hoger is voor momenten, mag niet worden meegenomen in het tarief voor een vergunning.
Middelen Er kan sprake zijn van een iets lagere kostendekkendheid op begrotingsbasis.
SDG’s Niet van toepassing.
Evaluatie Niet van toepassing
Bijlagen 1. Niet van toepassing
Vertrouwelijke stukken ter inzage gelegd voor raadsleden 1. Niet van toepassing Burgemeester en wethouders van de Gemeente Opsterland, De secretaris,
De burgemeester,
Sandra van 't Hooge
Andries Bouwman
Team
: Concernzaken
Behandelend ambtenaar : Gino Damen Telefoonnummer
: 0512 386436
Emailadres
: gino.damen@opsterland.nl
2/4
Ontwerp raadsbesluit
Raadsvergadering
: 16-12-2024
Agendapunt
: 1
Onderwerp
: Wijzigingsbesluit Legesverordening 2024
De raad van de Gemeente Opsterland, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 12 november 2024 besluit: 1. Bijlage 1, behorende bij de verordening op de heffing en invordering van leges 2024, als volgt te wijzigen: A. In artikel 2.8 van bijlage 1, wordt na het derde lid een lid toegevoegd dat luidt: 4. In gevallen waarbij sprake is van een activiteit bij een monument die op grond van artikel 2.17 Bbl, 2.29 Bbl of 22.27 en 22.26 Bruidsschat (of Omgevingsplan indien de regels hierin zijn verwerkt) bij een niet monument vergunningsvrij zou zijn, worden voor de technische bouwactiviteit en omgevingsplan activiteit bouwen als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a of b, respectievelijk lid 2, sub a Omgevingswet, geen leges in rekening gebracht. B. Artikel 2.9 van bijlage 1 komt te luiden: Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 321 b.
voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 321 2. In gevallen waarbij sprake is van een activiteit bij een monument die op grond van artikel 2.17 Bbl, 2.29 Bbl of 22.27 en 22.26 Bruidsschat (of Omgevingsplan indien de regels hierin zijn verwerkt) bij een niet monument vergunningsvrij zou zijn, worden voor de technische bouwactiviteit en omgevingsplan activiteit bouwen als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a of b, respectievelijk lid 2, sub a Omgevingswet, geen leges in rekening gebracht. C. Artikel 3.10 van bijlage 1 komt te luiden: Artikel 3.10 Losse standplaatsen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening bedraagt: a. Een dag of minder: € 55 b. Een maand of minder, maar meer dan één dag: € 160 c. Een jaar of minder, maar meer dan één maand: € 265
2. Dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag na die van bekendmaking ervan in het Gemeenteblad en terugwerkt tot en met 1 januari 2024. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 16 december 2024. De griffier,
De voorzitter,
Laura Meijer
Andries Bouwman