CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

RV - Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit

Raadsvergadering 13 november 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân (H)2.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

0086154754

RAADSVOORSTEL MET VERORDENING

Raadsvergadering

: 13 november 2023

Agendapunt

:

Onderwerp

:

Portefeuillehouder

Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân : Anko Postma

Beetsterzwaag, 12 september 2023

Voorstel 1. De “Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân” vast te stellen.

Inleiding De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De taken en bevoegdheden van de huidige monumenten- en welstandscommissies vervallen van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: wet). Ter continuering van de advisering moet de gemeente Opsterland een nieuwe gemeentelijke adviescommissie (hierna: commissie) instellen. Het Rijk legt daarbij enkele wettelijke regels op. De wettelijke taak van de commissie is het uitbrengen van advies over vergunningaanvragen met betrekking tot rijksmonumenten (uitgezonderd archeologische rijksmonumenten) en het uitbrengen van advies over een aanvraag betreffende een omgevingsvergunning voor een andere activiteit, in door uw raad aangewezen gevallen of als het college daartoe aanleiding ziet op basis van de Welstandsnota. Momenteel vervult Hús en Hiem de rol van adviescommissie. Hoewel er gesprekken gevoerd over de precieze invulling van de rol van de gemeentelijke adviescommissie na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, neemt dit niet weg dat deze verordening vastgesteld moet worden. Dit voorstel zorgt ervoor dat de ‘Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit’ tijdig wordt vastgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Beoogd effect en/of resultaat Dit voorstel zorgt er voor dat de verordening wordt vastgesteld voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. Door de verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân vast te stellen kan de huidige werkwijze voorlopig worden gecontinueerd vanaf het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt. Er is geen inspraak toegepast omdat het uitsluitend gaat om wijzigingen als gevolg van wetswijzigingen.

Argumenten 1.1 Het vaststellen van de Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit is een wettelijke verplichting. Door het vaststellen van de verordening geeft uw raad uitvoering aan artikel 1.3 van de wet (het bereiken van een goede omgevingskwaliteit) en artikel 17.9 van de wet (het verplicht instellen van een gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit). De verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt. Dit is geregeld in artikel 18 van de voorliggende verordening. Om tot een goede implementatie te komen heeft de VNG samen met de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de ‘Handreiking Adviesstelsel Omgevingskwaliteit’ opgesteld (februari 2020). 1.2 Er is een mogelijkheid opgenomen voor het vragen van meer advies bij de gemeentelijke adviescommissie. In de verordening zijn een aantal mogelijkheden opgenomen waarbij het college aan de gemeentelijke adviescommissie voor meer zaken advies kan vragen. Dat is een bevoegdheid van het college, niet een verplichting. Daarmee vormt de verordening, naast de wettelijke verplichting en

1/9

0086154754

naast de afspraak om de huidige adviespraktijk met de gemeentelijke adviescommissie voorlopig voort te zetten, een prima instrument om flexibel met advisering over omgevingskwaliteit om te gaan. Daarnaast biedt de verordening de mogelijkheid om initiatiefnemers in de geest van de Omgevingswet aan de voorkant van het proces te adviseren en niet alleen achteraf als bijvoorbeeld een bouwplan al geheel is uitgekristalliseerd. 1.3 Minimale acties VNG Wij voldoen hiermee aan één van de door de VNG geformuleerde 'Minimale acties Omgevingswet'. Deze lijst met actiepunten geeft aan welke voorbereidingen de gemeente minimaal moet treffen voor de inwerkingtredingsdatum om te kunnen starten met werken volgens de Omgevingswet. Zie ook https://vng.nl/publicaties/minimale-acties-omgevingswet 1.4 Afstemming Er is in OWO-verband afstemming geweest over de “Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân” en het bijbehorende raadsvoorstel. Deze zijn in alle drie gemeenten identiek. In Weststellingwerf is in januari de “Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân” vastgesteld. In Ooststellingwerf werd dat in juli 2023 gedaan.

Kanttekeningen Geen.

Middelen De inwerkingtreding van de “Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân” heeft geen financiële consequenties.

SDG’s Met de komst van de Omgevingswet kan de gemeente nieuwe regels opstellen voor het behoud van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Duurzaamheid wordt wanneer de Omgevingswet in werking treedt een geïntegreerd onderwerp binnen de wet en regelgeving in Nederland. Met deze verordening wordt een bijdrage geleverd aan de duurzaamheid binnen de dorpen en aan het optimale gebruik van de openbare ruimte en fysieke leefomgeving (goal 11). Ook ontstaat er op die manier een coherent beleid voor duurzame ontwikkelingen (goal 17), waarin cultureel erfgoed een rol speelt. Daarnaast wordt met dit raadsvoorstel gestreefd naar harmonisatie op dit onderdeel binnen de OWO-gemeenten. Eenduidig beleid zorgt ervoor dat de gemeente tijdswinst kan behalen in het afhandelen van bepaalde vergunningaanvragen.

Evaluatie Niet van toepassing

Bijlagen 1. Toelichting Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân.

Vertrouwelijke stukken ter inzage gelegd voor raadsleden Niet van toepassing Burgemeester en wethouders van de Gemeente Opsterland, De secretaris,

De burgemeester,

Sandra van ‘t Hooge

Lex Roolvink

2/9

0086154754

Team

: Ontwikkeling Ruimtelijk domein

Behandelend ambtenaar : Aafke Bonnet-Bekkema Telefoonnummer

: 0512 386 222

Emailadres

: aafke.bekkema@opsterland.nl

3/9

0086154754

Besluit van de raad van de gemeente Opsterland tot vaststelling van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân Raadsvergadering

: 13 november 2023

Agendapunt

:

Onderwerp

:

Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân

De raad van de gemeente Opsterland; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 12 september 2023, gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -

commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet, genaamd gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit Opsterland; goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de Omgevingswet; wet: de Omgevingswet.

Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1.

De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders gevraagd en ongevraagd te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Daaronder wordt in elk geval begrepen het geven van voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de commissie.

2. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1. een activiteit met betrekking tot een rijksmonumentenmonument; 2. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is

4/9

0086154754

aangewezen; 4. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b.

adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over: 1. het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet; 2. het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap schrappen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.4, tweede lid, van de Erfgoedwet; 3. over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk monument of een functie-aanduiding anders dan gemeentelijk monument die betrekking heeft op cultureel erfgoed op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet;

c.

adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48 van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning en/of ondersteunt planindieners bij het vinden van een oplossing; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten.

d.

e. f. g. h.

3. De gemeente kan zich zo nodig door andere deskundigen laten adviseren omtrent het bereiken van doelen als bedoeld in art. 1.3 van de wet.

Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 3 ̊, en onder b.

Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1. 2. 3. 4.

De commissie bestaat uit maximaal 25 leden, de voorzitter daaronder begrepen. De raad kan daarnaast maximaal 12 plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. In afwijking van het tweede lid kunnen maximaal 4 burgerleden en hun plaatsvervangers worden benoemd. Zij worden benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 5/9

0086154754

5. 6.

De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn cultuurhistorie, bouwen architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, archeologie en architectuur. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.

Artikel 5. Benoeming 1. De leden en de plaatsvervangers worden door de raad benoemd voor een termijn van ten hoogste drie jaar. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste drie jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3. Afgetreden leden zijn één jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1. Het secretariaat van de commissie berust bij de gemeenschappelijke regeling van de gemeentelijke adviescommissie. 2. Het secretariaat wordt bij de uitoefening van zijn taak rechtstreeks aangestuurd door de voorzitter.

Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig door de gemeente op een geschikte wijze bekendgemaakt. 2. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. 3. Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht in door de commissie gehouden openbare vergaderingen. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 4. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 5.

Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 6. Adviezen van de commissie zijn deugdelijk gemotiveerd en worden schriftelijk openbaar gemaakt. 7. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.

6/9

0086154754

Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet, en artikel 2, derde lid, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie. Artikel 10. Adviseurs 1. 2. 3.

De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. De commissie kan zich doen bijstaan door burgemeester en wethouders aangewezen andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen.

Artikel 11. Verwerking van het advies 1. Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. 2. In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie.

Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c; b. de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder f; c. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; d. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; e. de notulering en dossiervorming; f. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g. de instelling van subcommissies; h. de werkwijze en registratie bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; i. de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad. Artikel 13.

Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie

7/9

0086154754

Artikel 14. Vergoeding De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen een vergoeding op grond van de regeling vergoedingsregeling voor leden gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân.

Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks voor 1 september verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.

Paragraaf 8. Slotbepalingen Artikel 16. Overgangsrecht 1. De op grond van de bouwverordening en de Erfgoedverordening benoemde leden worden geacht te zijn benoemd op grond van dit besluit. De termijn van ten hoogste drie jaar als bedoeld in artikel 5, eerste lid, loopt vanaf de datum van de benoeming op grond van de bouwverordening (t/m 14e serie wijzigen) en de Erfgoedverordening. 2. Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn. Artikel 17. Vervallen oude regeling De regels met betrekking tot de commissie in de Bouwverordening (t/m 14e serie wijzigingen) en de Erfgoedverordening vervallen. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 13 november 2023, De griffier,

De voorzitter,

8/9

0086154754

Laura Meijer

Andries Bouwman

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=9f4ddedd-3065-412c-97f4-9980612728b7