RV Ontwerp Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Frsylân (urg
Tekst van het document
Zaaknummer: 0086139041
1/10
RAADSVOORSTEL MET BESLUIT
Raadsvergadering
: 22-04-2025
Agendapunt
: … Ontwerp ‘Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de : Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)’ : Marcel van Opzeeland
Onderwerp Portefeuillehouder
Beetsterzwaag, 25-02-2025
Voorstel 1. Geen zienswijze af te geven op de ontwerp ‘Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)’.
Inleiding Het rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ (mei 2022) beoogt dat er voldoende betaalbare woningen zijn voor bepaalde aandachtsgroepen (inwoners met een bepaalde urgentie) en dat een eerlijke verdeling (fair share) van deze aandachtsgroepen over gemeenten wordt gerealiseerd. Via de regionale woondeals zijn afspraken gemaakt over het aantal toe te voegen woningen, waaronder sociale huurwoningen. In dit rijksprogramma is ook het voornemen opgenomen om gemeenten te verplichten om urgentie van een aantal aandachtsgroepen via een verordening te regelen. Onder de Huisvestingswet 2014 hebben gemeenten ook nu al de mogelijkheid om onder voorwaarden regels te stellen voor een rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte. Dit moet via een Huisvestingsverordening. In een Huisvestingsverordening kan ook een urgentieregeling worden opgenomen. Per 1 januari 2026 worden gemeenten verplicht om een urgentieregeling, als onderdeel van deze Huisvestingsverordening, in te voeren. De Wet versterking regie volkshuisvesting (hierna: Wvrv) die dit regelt, ligt nu ter vaststelling voor bij de Tweede Kamer. De wetgever beoogt hiermee in de eerste plaats dat woningzoekenden in een kwetsbare en afhankelijke positie tijdig een woning kunnen vinden.
In de tweede plaats moet dit uitstroom uit instellingen mogelijk maken, zodat zorgplekken beschikbaar zijn voor mensen die die plekken nodig hebben. Ten derde krijgen mensen hiermee de kans om mee te doen in de samenleving, vanuit het principe ‘wonen eerst’. Zo wordt invulling gegeven aan het hiervoor genoemde programma ‘Een thuis voor iedereen’. De urgentieregeling zorgt ervoor dat deze urgent woningzoekenden voorrang krijgen bij het toewijzen van een deel van de sociale huurwoningen. Frysk traject In Fryslân hebben gemeenten gekozen voor samenwerking aan een regionale urgentieregeling, met als doel transparantie en rechtszekerheid voor woningzoekenden te waarborgen. Daarmee anticiperen de Friese gemeenten op de aankomende verplichting vanuit de Wvrv. Ons college is, net als alle andere Friese colleges, eerder betrokken geweest bij de voorbereidingen (eerste fase). Hiervoor heeft een ambtelijke afvaardiging van gemeenten in Fryslân samen met de woningcorporaties en huurdersverenigingen uitgangspunten voorbereid. Dit heeft geleid tot de Uitgangspuntennotitie Fryske urgentieverordening zoals vastgesteld door ons college op 6 februari 2024. U bent hiervan door middel van onze brief van 8 februari 2024 over geïnformeerd.
Zaaknummer: 0086139041
2/10
Hierna is de tweede fase gestart, rekening houdend met de vastgestelde uitgangspunten uit de eerste fase. De uitwerking van de ontwerpverordening komt op twee punten na overeen met de eerder vastgestelde Uitgangspuntennotitie. Deze uitgangspunten zijn: • één uniforme Fryske urgentieverordening; • aansluiting bij bestaande werkwijzen; • verruimen van het aanbod om verdringing te voorkomen; • fair share; • rekening houden met draagkracht en draaglast in wijken; • zorgdragen voor een zachte landing; • statushouders zijn urgent; • één loket voor urgent woningzoekenden. Eén uitgangspunt bleek bij de uitwerking van de verordening niet praktisch uitvoerbaar. In de vastgestelde Uitgangspuntennotitie was ervoor gekozen om ook herstructureringsurgenten (die door sloop hun woning moeten verlaten) op te nemen in de verordening. Het blijkt echter beter om herstructureringsurgenten niet in de verordening op te nemen. Dit laat onverlet dat iedereen het met elkaar eens is dat alle herstructureringsurgenten zo spoedig mogelijk moeten worden gehuisvest. Dit vraagt om die reden goede afstemming met betrokkenen. De redenen om herstructureringsurgenten niet op te nemen zijn de volgende: • Wettelijk urgenten en vergunninghouders moeten volgens de Huisvestingswet sowieso gehuisvest worden.
Herstructureringsurgenten komen volgens de wettelijke volgorde achteraan; • opnemen van herstructureringsurgenten in de verordening leidt enkel tot extra administratieve werkzaamheden, maar niet tot een betere positie van deze categorie woningzoekenden; • herstructurering is doorgaans goed planbaar. Dit betekent dat het primair tussen gemeenten en corporaties is om de zorg voor een soepel proces rond herstructurering vast te leggen in prestatieafspraken. Hiermee kan heel specifiek gekeken worden wanneer complexen geherstructureerd worden, en in welk tempo herhuisvesting moet en kan plaatsvinden; • de corporaties kunnen (minimaal) 2/3 deel van de vrijkomende huurwoningen vrij toewijzen, en daarmee dus ook herstructureringsurgenten zelf voorrang geven. Eén tweede uitgangspunt is het ook opnemen van statushouders in een doorstroomlocatie als urgent aan te merken. Dit is specifiek voor de gemeente Opsterland van belang en derhalve opgenomen in artikel 1 lid 8 van de ontwerp Huisvestingsverordening. Ontwerp ‘Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân’ (urgentieverordening)’ Het resultaat van de tweede fase is bijgevoegde ontwerp ‘Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân’ (urgentieverordening)’, hierna te noemen ‘Huisvestingsverordening’. Een uniforme Fryske verordening biedt transparantie en zorgt voor duidelijke afspraken tussen de betrokken gemeenten.
Het is daarmee ook een logisch vertrekpunt voor de nadere samenwerking met woningcorporaties en zorginstellingen, maar ook organisaties zoals de PI, Vluchtelingenwerk, Maatschappelijke Opvang en natuurlijk de sociale (wijk)teams. Er is gekozen om in de verordening alleen het noodzakelijke op te nemen. We kiezen dus voor een meer flexibele uitvoering. Hierdoor ontstaat ruimte in de praktische uitwerking, die op basis van daadwerkelijke ervaringen kan worden aangepast zonder dat dit de algemene uitgangspunten en rechten van urgent woningzoekenden schaadt. De gekozen uitwerking biedt flexibiliteit aan de uitvoeringspraktijk om adequaat in te spelen op leerervaringen en om te komen tot een adequate huisvesting van urgent woningzoekenden.
Zaaknummer: 0086139041
3/10
De Friese gemeenten hebben zich eerder uitgesproken in de Uitgangspuntennotitie dat een gelijkluidende verordening belangrijk is. Niet alleen vanwege transparantie en gemak richting woningzoekenden, maar ook om als basis onder een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie te kunnen dienen. U treft de ontwerp Huisvestingsverordening als bijlage aan. Deze verordening wordt door ons college ter visie gelegd. De eventuele reacties hierop worden opgenomen in een reactie- en antwoordnota. Deze nota zal naar verwachting 3 november 2025 aan uw gemeenteraad worden voorgelegd, samen met de door u vast te stellen Huisvestingsverordening. ‘Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)’. Naast voornoemde verordening is er ook een ‘Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)’ nodig (hierna te noemen ‘Centrumgemeenteregeling’) om uitvoering te kunnen geven aan de werkzaamheden die voortvloeien uit de Huisvestingsverordening. Eerder is in het kader van de vaststelling van de Uitgangspuntennotitie door de Friese colleges kenbaar gemaakt dat de uitvoering is voorzien bij de gemeente Leeuwarden.
Uit nadere studie blijkt dat het onderbrengen van de urgentieverordening onder de Centrumgemeenteregeling van Sociaal Domein Fryslân (hierna: SDF) niet logisch is. Het is beter een nieuwe regeling vast te stellen om de afspraken over de centrale organisatie en uitvoering vast te leggen. De belangrijkste overwegingen hiervoor zijn: • De Centrumgemeenteregeling SDF voorziet niet in het uitvoeren van taken die op grond van de urgentieverordening door de urgentieorganisatie moeten worden uitgevoerd. • Een nieuwe Centrumgemeenteregeling voor de urgentieorganisatie stelt de Friese gemeenten in staat om de taken en bevoegdheden van de urgentieorganisatie goed te omschrijven. • Onderbrengen in de bestaande Centrumgemeenteregeling zoals die nu geldt voor SDF is niet wenselijk aangezien deze binnenkort geëvalueerd zal worden. Vooruitlopend hierop een nieuw onderdeel inbrengen is om die reden niet handig. Tijdelijke projectstructuur per 1 januari 2026 Er zal per ingangsdatum (voorzien op 1 januari 2026) gewerkt worden met een tijdelijke projectstructuur via de nieuw vast te stellen Centrumgemeenteregeling. Halverwege 2027 (na ca. anderhalf jaar uitvoering) zal de evaluatie van de werking van de tijdelijke projectstructuur van de urgentieorganisatie worden gestart. De evaluatie ziet ook toe op het beantwoorden van de vraag waar de urgentieorganisatie definitief zal worden ondergebracht.
Dit betekent dat SDF en de urgentieorganisatie twee separate organisaties zijn. Uiteraard zal er wel intensief tussen beide onderdelen worden samengewerkt om zo de nieuwe taken zo goed mogelijk vorm te geven. Ditzelfde geldt ook voor de uitvoering waar dit relevant is. Het is daarnaast nodig dat de implementatie van de urgentieorganisatie tijdig wordt opgepakt. Hiervoor wordt een kwartiermaker aangesteld. De kwartiermaker vervult een cruciale rol in het proces de urgentieorganisatie verder vorm te geven en vervolgens te implementeren binnen de gemeente Leeuwarden. Naar verwachting zal deze rol in het eerste kwartaal 2025 ingevuld gaan worden. Samenvatting processtappen Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) N.B vaststelling huisvestingsverordening is aan de raad - college stemt in met ontwerp Huisvestingsverordening en geeft deze vrij voor inspraak (25 februari 2025)
Zaaknummer: 0086139041
-
4/10
college stelt raad voor Huisvestingsverordening vast te stellen (9 september 2025) raad stelt Huisvestingsverordening vast (3 november 2025)
‘Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)’ N.B vaststelling Centrumgemeenteregeling is aan het college - college stemt in met ontwerp Centrumgemeenteregeling en verzoekt raad geen zienswijze op ontwerp Centrumgemeenteregeling af te geven (25 februari 2025) - raadsbesluit al of geen zienswijze op ontwerp Centrumgemeenteregeling (22 april 2025) - college vraagt raad om toestemming toepassen Centrumgemeenteregeling (9 september 2025) - raad geeft college toestemming om Centrumgemeenteregeling aan te gaan (3 november 2025) - college stelt Centrumgemeenteregeling vast en besluit Centrumgemeenteregeling aan te gaan (25 november 2025)
Beoogd effect en/of resultaat De Huisvestingsverordening en de Centrumgemeenteregeling dragen bij aan het tijdig toewijzen van een betaalbare huurwoning voor woningzoekenden in een kwetsbare en afhankelijke positie en een betere doorstroom in instellingen die deze doelgroepen opvangen.
Argumenten 1. De ontwerp Centrumgemeenteregeling sluit qua werkwijze aan bij andere Centrumgemeenteregelingen en is zorgvuldig tot stand gekomen. In de nieuwe Centrumgemeenteregeling wordt geregeld dat het college van Leeuwarden namens de andere colleges de werkzaamheden die voortvloeien uit de verordening uitvoert. Als bijlage treft u de ontwerp Centrumgemeenteregeling aan. De Centrumgemeenteregeling dient op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen door het college te worden vastgesteld, nadat de Huisvestingsverordening door uw raad is vastgesteld (beoogd 3 november 2025). Op grond van artikel 1 Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de ontwerp Centrumgemeenteregeling aan uw gemeenteraad voorgelegd. Aangezien qua werkwijze wordt aangesloten bij andere Centrumgemeenteregelingen en de ontwerp Centrumgemeenteregeling zorgvuldig tot stand gekomen is wordt uw raad voorgesteld geen zienwijze af te geven.
Zaaknummer: 0086139041
5/10
Kanttekeningen en risico’s 1.1. Behandeling van de Wet versterking regie volkshuisvesting in de Tweede Kamer kan nog leiden tot aanpassing in het wetsvoorstel. De wettelijke grondslag onder elke urgentieverordening is de Huisvestingswet. De urgentieverordening is echter onder de huidige wet nog niet verplicht (wel mogelijk). Dat verandert wanneer de Wet versterking regie volkshuisvesting (hierna Wvrv) wordt aangenomen. Daarmee wordt de Huisvestingswet aangepast en komt er een verplichte urgentieverordening. In het wetgevingstraject zit het risico. Deze wet ligt nu nog bij de Tweede Kamer. De minister is voornemens om de wet, op dit punt min of meer ongewijzigd, door te laten gaan. De wet lijkt hierbij op brede steun in de Tweede en Eerste Kamer te kunnen rekenen. Ook voor wat betreft het verplichten van een (regionale) urgentieverordening. Er zijn twee risico's. Het is mogelijk dat de wet niet wordt aangenomen of zo gewijzigd wordt dat een urgentieverordening niet verplicht wordt. Dan bestaat de mogelijkheid dat een aantal gemeenten in Fryslân “afhaakt”. Ook vervalt dan de rijksvergoeding om dit uit te voeren. Mocht deze situatie zich onverhoopt toch voordoen, dan ontstaat een geheel nieuwe situatie en zal hierover eerst het gesprek moeten worden gevoerd voordat uiteindelijke besluitvorming over de verordening plaatsvindt.
Het tweede risico is dat de behandeling van de wet vertraagd wordt. In dat geval moet de verordening worden aangepast, omdat daarmee zowel de Wvrv als de Regeling versterking regie volkshuisvesting (hierna Rvrv) niet van kracht zijn. De huidige verordening gaat uit van het verplichte karakter van de verordening. Als dat niet verplicht is, zullen de gemeenten schaarste moeten aantonen. Bovendien zijn dan de genoemde categorieën woningzoekenden niet bij wet verplicht. Dat betekent dat ook de verwijzing naar de Rvrv vervalt. Dan moeten we de verordening op dat punt herformuleren. Indien het erop lijkt dat er een grote vertraging optreedt in de behandeling van de wet, zullen gemeenten eerst het nadere gesprek moeten voeren voordat uiteindelijke besluitvorming over de verordening kan plaatsvinden. Indien sprake is van een beperkte vertraging van de wetsbehandeling, dan betekent dit hooguit dat de verordening (mogelijk) iets vertraagd van kracht wordt. 1.2. Lokaal wijzigingen aanbrengen in de verordening tast uniformiteit aan Aangezien elke gemeente zelf de verordening moet vaststellen betekent dit in principe ook dat gemeenten zelf wijzigingen kunnen aanbrengen in de eigen verordening. Een voorbeeld hiervan is het toevoegen van aanvullende urgente doelgroepen.
Dit druist echter in tegen het uniformiteitsprincipe, zoals vastgelegd in de Uitgangspuntennotitie (zoals vastgesteld door alle Friese colleges). De consequentie zal dan ook zijn dat als een gemeente een afwijkende verordening vaststelt, de uitvoering niet of slechts gedeeltelijk aan een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie kan worden overdragen. Gemeenten staan dan zelf aan de lat voor de uitvoering van de urgentieregeling.
Middelen De introductie en uitvoering van de Huisvestingsverordening en de hieruit voortvloeiende uitvoeringsorganisatie brengt kosten met zich mee. Overigens zijn de benodigde middelen reeds in de begroting 2025 en de meerjarenbegroting opgenomen. Hierbij maken we onderscheid in: 1. implementatiekosten (in aanloop naar de officiële inwerkingtreding); 2. structurele kosten (vanaf 1 januari 2026, de voorziene inwerkingstredingsdatum).
Zaaknummer: 0086139041
6/10
Implementatiekosten (jaar 2024-2025) Er is gekozen om, vooruitlopend op de nieuwe wetgeving, een aanvang te maken met het vormen van de uitvoeringsorganisatie. Er is een start gemaakt op basis van een subsidie (€ 200.000) van de provincie. Hiervoor is onder andere een extern bureau aangetrokken (Companen) om de Friese gemeenten te begeleiden. De ontvangen subsidie is echter niet voldoende om het hele implementatietraject te bekostigen, zodat aanvullende middelen nodig zijn van de deelnemende gemeenten. Bij de vaststelling van de Uitgangspuntennotitie zijn hiervoor afspraken gemaakt, voor het geval de subsidie niet toereikend zou zijn. Alle gemeenten dragen hieraan bij (€ 10.000 per gemeente, € 2.500 voor de Waddeneilanden, totaal derhalve € 150.000). Met deze € 150.000 kan ook een deel van de nog te maken kosten in 2025 worden gedekt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inrichting van de urgentieorganisatie (kwartiermaker). Daarnaast zullen eind 3e, begin 4e kwartaal 2025 ook de medewerkers van de urgentieorganisatie al werkzaam moeten zijn om de urgentieorganisatie goed gestalte te kunnen geven voor de aanvragen die per januari 2026 binnen gaan komen. En voor de procesbegeleiding maken we nog gebruik van een externe partij, die we voor 2025 ramen op maximaal € 150.000. Hiervoor gaan we op zoek naar externe financiering.
In het geval dat deze financiering slaagt wordt dit in mindering gebracht op de nu gecalculeerde bijdrage van € 385.000. Dit betekent dat er in 2025 nogmaals een beroep op de deelnemende gemeenten zal worden gedaan voor een bijdrage. De hiervoor benodigde kosten zijn berekend op € 475.000. Dit bestaat uit de volgende onderdelen: • Kwartiermaker € 135.000 • Inrichten urgentieorganisatie € 190.000 • Externe begeleiding € 150.000 Tussentelling € 475.000 Inzet middelen budgetten 2024 € - 90.000 Kosten voor gemeenten in 2025 € 385.000 Deze kosten voor gemeenten in 2025 worden aanvullend in rekening gebracht. De verdeelsleutel die hiervoor gehanteerd wordt is gebaseerd op het inwoneraantal van gemeenten in het totaal van de provincie. Zie ook navolgende tabel.
Zaaknummer: 0086139041
7/10
Tabel : bijdrage implementatiekosten per gemeente 2025
Gemeentenaam
Aantal
%
Bedrag 2025 inc.
Leeuwarden
128.810
19,46% €
74.923,03
Sûdwest-Fryslân
90.421
13,66% €
52.593,86
Smallingerland
56.661
8,56% €
32.957,17
De Fryske Marren
51.929
7,85% €
30.204,78
Heerenveen
51.787
7,82% €
30.122,19
Waadhoeke
46.911
7,09% €
27.286,03
Noardeast-Fryslân
45.866
6,93% €
26.678,20
Tytsjerksteradiel
32.595
4,92% €
18.959,06
Opsterland
30.059
4,54% €
17.483,98
Achtkarspelen
28.226
4,26% €
16.417,80
Weststellingwerf
26.487
4,00% €
15.406,31
Ooststellingwerf
25.824
3,90% €
15.020,67
Dantumadiel
19.135
2,89% €
11.129,98
Harlingen
16.229
2,45% €
9.439,68
Terschelling
4.898
0,74% €
2.848,95
Ameland
3.839
0,58% €
2.232,97
Vlieland
1.255
0,19% €
729,98
972
0,15% €
565,37
661.904
100,00% €
385.000,00
Schiermonnikoog Verdeelsleutel: Inwoneraantal 01 januari 2024 Fryslân
Structurele kosten (vanaf 2026) In de Memorie van toelichting (hierna: MvT) bij de Wvrv wordt aangegeven dat er vanuit het Rijk een bijdrage zal worden verstrekt om een deel van de uitvoering van de wet door de gemeente te bekostigen. Omdat de wet nog niet is vastgesteld / aangenomen, is deze bijdrage nog niet vastgelegd. In de MvT bij de Wvrv wordt voor de uitvoering van de gewijzigde Huisvestingswet door de gemeenten een bedrag genoemd van € 26.870.000. Als we uitgaan van een verdeling van dit bedrag op basis van het inwonertal van gemeenten, dan betekent dit voor Fryslân een bedrag van 3,5% x € 26.870.000 = € 950.000. Uitgangspunt bij de inzet van deze rijksmiddelen is iedere keer geweest dat dit 2/3e van de benodigde middelen betreft. Gemeenten vullen aan met het resterende deel (1/3e). De inschatting van de rijksmiddelen bedraagt (op basis van aannames) € 950.000. Aangevuld met het deel van de gemeenten bedraagt dit dan € 1.425.000. Mocht de gemeente Opsterland haar deel van de eventueel benodigde € 475.000 moeten bijdragen naar rato van aantal inwoners betekent dit een jaarlast van ca. € 22.000. In de meerjarenbegroting is vooralsnog rekening gehouden met een structurele last van € 30.000 per jaar. Er wordt op dit moment onderzocht wat de structurele kosten zullen zijn op jaarbasis.
Dit vraag om een nauwkeurige analyse van de voorziene werkprocessen en kosten van (technische) infrastructuur in de uitvoeringsorganisatie en mogelijk bij individuele gemeenten en de tijdsbesteding die hiermee gemoeid is. Hierbij wordt nadrukkelijk ook gekeken naar gelijkwaardige referentieregio’s. Het is hierbij mogelijk dat de rijksbijdrage voldoende dekking geeft voor de kosten, maar dit kunnen we naar verwachting in het tweede kwartaal van 2025 met meer zekerheid stellen.
Zaaknummer: 0086139041
8/10
SDG’s
Sustainable Development Goal 11: maak steden en dorpen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam. Target 11.1: Gevarieerd en gespreid aanbod van passende en betaalbare woonruimte voor alle doel- en inkomensgroepen.
Vervolgacties op hoofdlijnen Hierna treft u de planning op hoofdlijnen aan. Uiterlijk 28 februari 2025 10 maart t/m 2 mei 2025 22 april 2025 Uiterlijk 7 mei 2025 9 september 2025 3 november 2025 25 november 2025 1 januari 2026
Behandeling in alle Friese colleges (vrijgave voor ter visie legging verordening) Ter inzage ontwerp Huisvestingsverordening Raadsbesluit zienswijze ontwerp Centrumgemeenteregeling Inleveren inspraakreactie richting uitvoeringorganisatie Besluitvorming vaststellen Huisvestingsverordening in alle Friese colleges Behandeling in alle Friese gemeenteraden (vaststelling verordening en toestemming college toepassen Centrumgemeenteregeling) Vaststelling Centrumgemeenteregeling door alle Friese colleges (na vaststelling verordening door gemeenteraden) Voorziene ingangsdatum verordening / urgentieorganisatie
Bijlagen 1. Ontwerp ‘Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)’ 2. Ontwerp ‘Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)’. Burgemeester en wethouders van de Gemeente Opsterland, De secretaris,
De burgemeester,
Sandra van ‘t Hooge
Andries Bouwman
Zaaknummer: 0086139041
Team
: Wonen en Werken
Behandelend ambtenaar : Henk Lahuis Telefoonnummer
: 06 – 108 43 911
Emailadres
: henk.lahuis@opsterland.nl
9/10
Ontwerp raadsbesluit Raadsvergadering
: 22-04-2025
Agendapunt
: … Ontwerp ‘Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de : Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)’
Onderwerp
De raad van de Gemeente Opsterland, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 25-02-2025, gelet op het bepaalde in artikel 1 Wet gemeenschappelijke regelingen, overwegende dat qua werkwijze wordt aangesloten bij andere Centrumgemeenteregelingen, besluit: 1. Geen zienswijze af te geven op de ontwerp ‘Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)’. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 22-04-2025. De griffier,
De voorzitter,
Laura Meijer
Andries Bouwman