Reactie op reactienota door indiener zienswijze - Opslach - geanonimiseerd
Tekst van het document
10 mei 2024 Reactie op reactienota door indiener zienswijze
Spoedshalve wend ik mij -namens cliënte ******* ******** even tot u met het verzoek om onderhavige mail even per omgaande door te geleiden naar alle raadsleden. Dit in verband met de oriënterende raadsvergadering van 13 mei a.s. over het bestemmingsplan “Luxwoude – Grondwaterwinning- en drinkwaterproductielocatie” en de beoogde vaststelling hiervan op 27 mei a.s. Wat is het geval? Bestudering van de opgestelde Zienswijzennota maakt duidelijk dat deze zodanig is opgesteld dat met betrekking tot de zienswijze van cliënte (indiener 2), voor zover destijds ingediend tegen het ontwerp-bestemmingsplan, van een volstrekt onjuist uitgangspunt is uitgegaan. Er is uitgegaan van een situatie waarbij de bodem ter plekke eerder “te nat” dan “te droog” is gebleken (maar dat geldt uiteraard alleen voor de achtergelegen natte jaren van 2021, 2022 en 2023). Waar het mijn cliënte echter om gaat zijn de droge zomers (zoals het geval in de jaren 2018, 2019 en 2020), waarbij de wortels van haar unieke fruitboomgaard nog bij het grondwater moeten zien te komen. Waar in de jaren 2018, 2019 en 2020, ondanks frequente beregening, in totaal drie bomen afstierven zegt cliënte terecht dat elke centimeter grondwaterdaling er simpelweg één te veel zal zijn. Het evenwicht is dus nu al precair.
Omdat het in de lijn der verwachting ligt dat als gevolg van klimaatverandering er nog meer drogere zomers zullen komen, is het dus zaak dat voor wat betreft de fruitboomgaard van cliënte eerst in gezamenlijk overleg tot een passende oplossing wordt gekomen (zoals eventueel de mogelijkheid van de aanleg van een drainagesysteem dat niet alleen voorziet in afvoer maar ook in toevoer). In de lopende beroepszaak van cliënte tegen de door GS aan Vitens verleende watervergunning wordt ook aangedrongen op een onderling gesprek, maar vooralsnog is onduidelijk of de betrokken partijen het gevraagde overleg willen aangaan. In het verweerschrift dat GS in die beroepszaak hebben ingediend staat op bladzijde 4 met betrekking tot de verwachte grondwaterdaling overigens het volgende vermeld: “De boomgaard van eiser is gelegen in een gebied waar een grondwaterstandsverlaging van 5 tot 10 cm kan optreden, uitgaande van de modelberekening voor basisscenario 2028, dit is het scenario dat in de MER gehanteerd is”. Daargelaten dat cliënte nog een grotere grondwaterstandsdaling verwacht als gevolg van de drinkwaterwinning, moeten de betrokken overheidsorganen vanuit het voorzorgsbeginsel er in ieder geval van uitgaan dat met een nieuwe productielocatie te Luxwoude sprake zal zijn grondwaterstandsverlaging.
Concreet verzoek aan de raadsleden Gelet op het bovenstaande worden de raadsleden met klem verzocht om op 27 mei a.s. niet in te stemmen met de vaststelling van genoemd bestemmingsplan. Cliënte onderkent het maatschappelijk belang van een nieuwe grondwaterwinning- en drinkwaterproductielocatie te Luxwoude, maar daartegenover staat haar zwaarwegende gerechtvaardigde belang bij instandhouding van haar, ook door de Universiteit Wageningen erkende, unieke fruitboomgaard. Ter bescherming van dit belang van cliënte ligt het in de rede dat ook de raad van Opsterland concludeert dat, alvorens tot vaststelling van het bestemmingsplan te kunnen overgaan, de betrokken partijen eerst tot een passende oplossing met elkaar moeten zien te komen. Een voortrazende trein moet juist in een democratische rechtsstaat een halt kunnen worden toegeroepen op het moment dat een individueel belang ten onrechte het onderspit dreigt te delven.
10 mei 2024 Reactie op reactienota door indiener zienswijze
Nog een feitelijke correctie van Zienswijzennota: In de Zienwijzennota staat nog vermeld dat cliënte heeft geweigerd om gebruik te maken van het aanbod van Vitens om bureau Copijn nader onderzoek te laten verrichten naar haar fruitboomgaard. Deze opmerking is op zichzelf juist, maar nagelaten is daarbij te vermelden waarop de weigering van cliënte was gebaseerd. Namelijk dat bureau Copijn geen gespecialiseerd bureau is op het gebied van fruitboomgaarden. Door in de Zienswijzennota op dit punt niet volledig te zijn, wordt bij cliënte het vermoeden gesterkt dat in de Zienswijzennota ook doelbewust naar een uitkomst is geschreven -het moeten doorgaan van dit bestemmingsplan- zonder daarbij serieus te kijken naar de belangen die hier voor cliënte daadwerkelijk aan de orde zijn. De Raadsleden moeten hierin dus niet meegaan. Mag ik nog even per mail uw bevestiging ontvangen van het per omgaande doorgeleiden van onderhavige mail aan alle raadsleden? Een en ander zou mijn cliënte namelijk zeer op prijs stellen. Met vriendelijke groet, VvAA Legal
**. ******* ******* ****** ****** **************