CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Wijzigingsverordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs.docx

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Wijzigingsverordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Opsterland 2021 (H)5.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

008695141

RAADSVOORSTEL MET BESLUIT

Raadsvergadering

: 13 december 2021

Agendapunt

:

Onderwerp

:

Portefeuillehouder

Wijzigingsverordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Opsterland 2021 : Rob Jonkman

Beetsterzwaag, 9 november 2021

Voorstel 1. De Wijzigingsverordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Opsterland 2021 vast te stellen.

Inleiding Per 1 januari 2021 is de wijziging met betrekking tot BENG uit het Bouwbesluit in werking getreden. Dit heeft ook gevolgen voor de kosten voor onderwijshuisvesting. Om de normbedragen te laten aansluiten bij de kostenontwikkeling heeft de VNG de bedragen aangepast in haar Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Hierbij geldt ook een passende ruimtebehoefteberekening.

Beoogd effect en/of resultaat De VNG-normbedragen en ruimtebehoefteberekening worden de leidraad om aangevraagde voorzieningen te kunnen toekennen (en kredieten beschikbaar te stellen). De wijzigingsverordening treedt op 1 januari 2022 in werking onder gelijktijdige intrekking van deel B van bijlage III en deel B van bijlage IV van de Verordening voorzieningen huisvesting Opsterland 2019.

Argumenten 1.1. De VNG-normbedragen zijn de afgelopen jaren aanzienlijk verhoogd. In de ’Evaluatie IHP 2016-2018’, die in 2018 is vastgesteld door de raad, is opgenomen dat de gemeente Opsterland een aangepaste bekostigingssystematiek hanteert voor onderwijshuisvesting. Deze bekostigingssystematiek is in 2019 ook opgenomen in de vaststelde verordening. Reden voor aanpassing van de bekostigingssystematiek is dat de VNGnormvergoeding lange tijd achter bleef bij de ontwikkeling van marktprijzen. De gemeente heeft in de verordening uit 2019 al wel rekening gehouden met deze ontwikkelingen door uit te gaan de eisen voor BENG en realistische markttarieven. Nadat de gemeente haar normbedragen heeft vastgesteld, heeft ook de VNG sinds 2019 en 2021 de normbedragen aanzienlijk verhoogd. 2.1. De wijzigingsverordening is besproken en afgestemd met alle schoolbesturen in het OOGO. Het is een wettelijk voorschrift om de schoolbesturen te consulteren middels een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO). De wijzigingsverordening is besproken met de schoolbesturen in het OOGO. Hiervan is een verslag gemaakt en de schoolbesturen zijn akkoord met de inhoud. Het verslag is als bijlage toegevoegd.

Kanttekeningen 1.1. De VNG-normbedragen kunnen afwijken van de feitelijke kosten op basis van de economisch meest voordelige inschrijving uit de aanbesteding. Voor de lopende projecten Kansen voor Beetsterzwaag en MFA De Tynje hanteren we de geïndexeerde normvergoeding op basis van de huidige Verordening uit 2019. De definitieve bouwplannen worden aan u voorgelegd. Voor de overige processen en huisvestingsaanvragen is het uitgangspunt dat de vergoeding wordt vastgesteld op basis van de nieuw op te nemen VNGnormbedragen. Echter, als uit de aanbesteding blijkt dat als een schoolgebouw niet kan worden gerealiseerd met de VNG-normering óf gunstiger uitvalt (op basis van sober en doelmatig), worden de meer- of minderkosten aan u voorgelegd. De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige inschrijving.

1 / 13

008695141

Middelen Wij zijn bezig om te komen tot een geactualiseerd Integraal Huisvestingsplan (IHP). Wij streven naar een breed gedragen plan samen met de schoolbesturen. Het eerste concept is besproken in het OOGO en hieruit volgt een reactienota. Het streven is om de VNG-normbedragen onderdeel te laten uitmaken van het IHP, om de financiële consequenties van de nieuwe normbedragen voor de komende jaren integraal aan u voor te leggen. De financiële consequenties van het nieuwe IHP worden naar verwachting in het voorjaar van 2022 aan u voorgelegd.

SDG’s De processen voorzien in het bijdragen aan de volgende duurzame ontwikkelingsdoelen: 4. Inclusief, gelijkwaardig en goed onderwijs voor iedereen. 5. Gelijke rechten voor mannen en vrouwen. 6. Schoon water en sanitaire voorzieningen voor iedereen. 7. Toegang tot betaalbare en duurzame energie voor iedereen. 8. Inclusieve economische groei, werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen. 11. Maak steden en dorpen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam.

Evaluatie In 2022 volgen er naar verwachting ingrijpende wijzigingen in de VNG-modelverordening. Door op dat moment de bestaande onderwijshuisvestingsverordening integraal in te trekken en gelijktijdig tot vaststellen van de volledig geactualiseerde VNG-verordening over te gaan, is het document weer volledig actueel. Dit wordt volgend jaar middels een separaat raadsvoorstel aan u voorgelegd.

Bijlagen 1. Was-wordt-tabel Wijzigingsverordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Opsterland 2021 2. Het OOGO-verslag 30 september 2021 inclusief akkoorden

Vertrouwelijke stukken ter inzage gelegd voor raadsleden N.v.t. Burgemeester en wethouders van de Gemeente Opsterland, De secretaris,

De burgemeester,

Marjan van der Weij

Ellen van Selm

Team

: Samen Leven

Behandelend ambtenaar : Jeroen ter Beek Telefoonnummer

: (0512) 386 222

Emailadres

: jeroen.ter.beek@opsterland.nl

2 / 13

008695141

Ontwerp raadsbesluit Raadsvergadering

: 13 december 2021

Agendapunt

:

Onderwerp

:

Wijzigingsverordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Opsterland 2021

De raad van de Gemeente Opsterland, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021,

besluit: 1. de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Opsterland 2019 als volgt te wijzigen: I.A. Deel B van bijlage III komt te luiden: Deel B – Vaststellen ruimtebehoefte B.1.1 School voor basisonderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en omvat een speellokaal. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school. Aan de ruimtebehoefte wordt een toeslag verbonden, indien voor de school aanvullende bekostiging beschikbaar wordt gesteld. 2. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule: R = 200 + 5,03 * L, waarbij:  R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter; en  L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 3. Indien een school een vergoeding ontvangt op grond van de achterstandscore als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs wordt een toeslag voor de ruimtebehoefte toegekend.

De toeslag wordt berekend met de formule: T = 1,40 * G, waarbij:  T = Toeslag in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter; en  G = De achterstandsscore, zoals gepubliceerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vermenigvuldigd met 7,17%, rekenkundig afgerond op een geheel getal. B.1.2 Speciale school voor basisonderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRINnummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule: R = 250 + 7,35 * L, waarbij:  R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter; en  L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 3 / 13

008695141 2. Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van 90 vierkante meter. B.1.3 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van de onderwijssoort, de categorie (speciaal of voortgezet speciaal), het type vestiging en het aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule: R = 370 + [8,8 * Leerling SO] + [12,2 * Leerling VSO] , waarbij:  R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter;  370 = De vaste voet in vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor de hoofdvestiging van een school;  Leerling SO = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school voor speciaal onderwijs zijn ingeschreven; en  Leerling VSO = Aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school voor voortgezet speciaal onderwijs zijn ingeschreven. 2. Voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs met lichamelijk gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen vindt een toeslag in de ruimtebehoefte plaats. Voor Leerling SO bedraagt de toeslag 5 vierkante meter per leerling en voor Leerling SO 3,3 vierkante meter per leerling.

De aantallen van de lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen worden door de Dienst Uitvoering Onderwijs niet geregistreerd in de leerling gegevens. Overleg tussen schoolbestuur en gemeente zal hierover uitsluitsel moeten geven. 3. Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van 90 vierkante meter. B1.4 School voor voortgezet onderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van het ruimtebehoeftemodel. De totale ruimtebehoefte van een instelling voor voortgezet onderwijs is het totaal van twee componenten, te weten: a. een leerlinggebonden component; en b. een vaste voet. 2. De leerlinggebonden component wordt berekend door de in tabel 1 opgenomen bruto vloeroppervlakten per leerling te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen dat op de school voor voortgezet onderwijs staat ingeschreven. De leerlinggebonden component is afhankelijk van de soort onderwijs en het profiel die de leerling volgt. Aan de hand van de gegevens van de Dienst Uitvoering Onderwijs kunnen de aantallen worden vastgesteld. Voor leerjaar 1 en 2 wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen de onderwijssoorten. Als aan de school meerdere afdelingen (VWO/HAVO en VMBO) zijn verbonden, wordt de verhouding tussen de leerlingen in het vierde leerjaar als uitgangspunt genomen. 3.

De vaste voet, opgenomen in tabel 1, voor de hoofdvestiging van de instelling is 980 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Voor een nevenvestiging die op grond van een ministeriële beschikking in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging in verband met spreidingsnoodzaak geldt een afzonderlijke vaste voet van 550 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Een tijdelijke nevenvestiging komt niet in aanmerking voor een vaste voet. Naast de vaste voet per instelling wordt per instelling een vaste voet toegekend op de vestiging, waarvan de omvang afhankelijk is van het VMBO-profiel, dat wordt aangeboden. 4. De ruimtebehoefte van een school voor voortgezet onderwijs is de som van: a. de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen per onderwijssoort met de bijbehorende normoppervlakten; b. de vaste voet per instelling; c. als dit van toepassing is, een vaste voet per VMBO-profiel, uitgedrukt in bruto vierkante meter; en d. als dit van toepassing is, een vaste voet voor een afdeling praktijkonderwijs. 5. De ruimtebehoefte van een school voor praktijkonderwijs is de som van: a. de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen met de bijbehorende normoppervlakten, en b. de vaste voet voor praktijkonderwijs. 6.

Als dit noodzakelijk is voor het bepalen van de omvang van de toekenning, kan op basis van deze normering de leegstand in onderwijsruimten binnen een gebouw voor voortgezet onderwijs worden bepaald. Het ruimtebehoeftemodel kent geen afzonderlijke normering voor een orthopedagogisch didactisch centrum.

4 / 13

008695141

Tabel 1 Ruimtebehoeftemodel Voortgezet Onderwijs m² bvo vaste voet

Per school VMBO-HAVO-VWO (hoofdvestiging*) Per school VMBO-HAVO-VWO (nevenvestiging met spreidingsnoodzaak*) Per school PRO (ook indien eigen afdeling binnen school VO)

m² bvo/ leerling excl. Gymnastiek

m² bvo/ leerling gymnastiek

980 550 306

PRO (Praktijkonderwijs)

-

12,0

2,0

VMBO- Theoretische leerweg (TLW)

-

5,8

1,5

-

6,1

1,7

VMBO- Theoretische leerwegondersteunend onderwijs (TLW-LWOO)

LWOO

BLW-KLW

GLW

(+ 299)

11,7

9,7

8,0

(+ 162)

8,9

7,4

6,9

VMBO- Profiel Zorg-welzijn (Z&W)

(+ 139)

8,4

7,4

6,9

VMBO- Profiel Groen

(+ 117)

7,8

6,9

6,3

VMBO- Profiel Dienstverlening en producten (D&P)

(+ 150)

8,9

7,4

6,9

LWOO

BLW-KLW

1,7

1,5

VMBO- Profiel Bouwen, wonen en interieur (BWI) VMBO- Profiel produceren, installeren en energie (PIE) VMBO- Profiel Mobiliteit en transport (M&T) VMBO- Profiel Maritiem en techniek (MaT) VMBO- Profiel Media, vormgeving en ICT (MVI) VMBO- Profiel Economie en ondernemen (E&O) VMBO- Profiel Horeca, bakkerij en recreatie (HBR)

HAVO

-

5,8

1,2

VWO

-

5,8

1,0

*) niet van toepassing voor zelfstandige praktijkschool TLW = Theoretische leerweg LWOO = Leerwegondersteunend onderwijs BLW- KLW = Basisberoep of- Kaderberoepsgerichte leerweg GLW = Gemengde leerweg

B.2 Lokalen bewegingsonderwijs 1. De ruimtebehoefte van een lokaal bewegingsonderwijs wordt vastgesteld: a. voor een school voor basisonderwijs, op 1,5 klokuren per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder; b. voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, op 2,25 klokuren per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder; en c. als het schoolgebouw niet beschikt over een speellokaal, op 3,75 klokuren per week voor de leerlingen 4 en 5 jaar. 2. Bij een school voor voortgezet onderwijs wordt de ruimtebehoefte bepaald op basis van het aantal lestijden bewegingsonderwijs. Hiervoor geldt als maximum het aantal lesuren dat overeenkomstig tabel 1 van het ruimtebehoeftemodel is berekend. Deze berekening is als volgt: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 455. Voor het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs wordt een aangepaste formule gehanteerd: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 322.

5 / 13

GLW

008695141 I.B. Deel B van bijlage IV komt te luiden: Deel B – Normbedragen Alle in dit deel genoemde bedragen zijn inclusief BTW. A. Nieuwbouw met permanente bouwaard A.1 Kostencomponenten nieuwbouw 1. De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in de volgende kostencomponenten: a. kosten voor terrein; b. bouwkosten; c. toeslag voor verhuiskosten bij vervangende bouw; d. als het een school voor voortgezet onderwijs betreft, toeslag paalfundering; e. als het een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs betreft een toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk speellokaal; en f. als het een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs betreft, toeslag voor het aanbrengen van een liftinstallatie. 2. Als vervangende nieuwbouw wordt gecombineerd met het uitbreiden van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen bedoeld in paragraaf B. A.2 Kosten voor terreinen Het benodigde bouwrijpe terrein wordt door de gemeente, eventueel na aankoop, om niet aan het schoolbestuur beschikbaar gesteld en het juridisch eigendom wordt aan hen overgedragen. De kosten van een terrein worden opgenomen op het programma, zowel bij aankoop van een terrein als in de situatie dat de gemeente een terrein beschikbaar stelt.

De kosten voor het terrein worden bepaald op de in de gemeente gangbare wijze van waarde vaststelling van terreinen. Bij vervangende nieuwbouw behoren de kosten voor het slopen van het oude gebouw tot de kosten voor terreinen. A.3.1 Bouwkosten 1. Tot de bouwkosten behoren: a. de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering; en b. de kosten van de aanleg en inrichting van het schoolterrein, en c. een toeslag voor de inrichting van extra verhard terrein (bijlage III, D) van 10,69 per m2. 2. De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Met deze vergoedingsbedragen moet de in overeenkomstig deel C van bijlage III vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd. A.3.2 Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: a. Een startbedrag voor de realisatie van de eerste 350 m2 bvo: € 1.275.366; en b. voor elke volgende m2 bvo: € 2.183. A.3.3 Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: a. een startbedrag voor de realisatie van de eerste 670 m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal € 2.066.476; b.

voor elke volgende m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal € 2.285; en c. een toeslag voor elk speellokaal: € 196.071. A.3.4 Bouwkosten school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: a. een startbedrag, voor de realisatie van de eerste 670 m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal: € 1.988.649; b. voor elke volgende m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal: € 2.272; c. een toeslag voor elk speellokaal: € 196.071; en

6 / 13

008695141 d. een toeslag voor een liftinstallatie, indien bij nieuwbouw een liftinstallatie inclusief een schacht wordt aangebracht: € 192.718. A.3.5 Bouwkosten school voor voortgezet onderwijs 1. Er is geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en uitbreiding. 2. De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs bestaat uit: a. een startbedrag, afhankelijk van de omvang van de voorziening; b. een werkplaatstoeslag, afhankelijk van het profiel in het VMBO; en c. een bedrag afhankelijk van het aantal vierkante meters, vastgesteld op basis van de toegekende ruimtebehoefte per onderwijssoort, overeenkomstig deel C van bijlage III. Startbedrag = < 455 m2 >= 455 m2 < 2500 m2 >2500 m2

€0 € 638.363 € 805.934

Werkplaatstoeslag VMBO = Voor de onderwijssoort VMBO met de profielen: bwi, pie, mot, mat, hbr en g een bedrag van € 78.198. Ruimteafhankelijke vergoeding = Een bedrag per vierkante meter, dat afhankelijk is van de omvang van de voorziening en van de onderwijssoort en bijbehorende profiel bvo totaal exclusief gymnastiek <=455 m2 Onderwijssoort

Profielen

PRO, HAVO, VWO VMBO-TL, VMBO TL-IW

>455 m2 <2.500 m2

>=2.500 m2

€ 3.415

€ 2.026

€ 1.978

bwi, pie, mot, mat

€ 3.922

€ 2.328

€ 2.272

mvi, eo, hbr

€ 3.998

€ 2.373

€ 2.316

zw

€ 3.415

€ 2.026

€ 1.978

g

€ 4.452

€ 2.642

€ 2.579

d&p

€ 3.677

€ 2.182

€ 2.130

bwi, pie, mot, mat

€ 4.100

€ 2.433

€ 2.375

mvi, eo, hbr

€ 4.181

€ 2.481

€ 2.422

zw

€ 3.415

€ 2.026

€ 1.978

g

€ 4.414

€ 2.619

€ 2.557

d&p

€ 3.055

€ 1.813

€ 1.770

bwi, pie, mot, mat

€ 4.185

€ 2.484

€ 2.424

mvi, eo, hbr

€ 4.344

€ 2.578

€ 2.516

zw

€ 3.415

€ 2.026

€ 1.978

g

€ 3.949

€ 2.343

€ 2.287

d&p

€ 3.833

€ 2.275

€ 2.220

VMBO Gemengde leerweg

VMBO Basisberoepsgerichte/ Kaderberoepsgerichte leerweg

VMBO Leerwegondersteunend onderwijs

bwi = bouwen, wonen en interieur pie produceren, installeren en energie mot = mobiliteit en transport mat = maritiem en techniek mvi = media, vormgeving en ict eo = economie en ondernemen hbr = horeca, bakkerij en recreatie

7 / 13

008695141 zw = zorg en welzijn g = groen d&p = dienstverlening en producten

A.3.6 Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs 1. Voor de school voor voortgezet onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een standaardlocatie. Voor de volgende aanvullende investeringskosten wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld: a. paalfundering; en b. bemaling. 2. De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte in relatie met de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende formules: a. Nieuwbouw en uitbreiding < 1000 m2:  Paallengte 1 tot 15 meter: € 6.281 + (€ 33 * A);  Paallengte 15 tot 20 meter: € 6.687 + (€ 56 * A);  Paallengte 20 meter of langer: € 7.465 + (€ 100 * A). b. Uitbreiding >= 1000 m2:  Paallengte 1 tot 15 meter: € 7.670 + (€ 12 * A)  Paallengte 15 tot 20 meter: € 10.004 + (€ 30 * A)  Paallengte 20 meter of langer: € 15.192 + (€ 61 * A) 3. Als de grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een aanvullend bedrag per vierkante meter goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend. De vergoeding bedraagt € 21 per vierkante meter terrein. A.3.7 Toeslag voor verhuiskosten bij vervangende nieuwbouw. 1. Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw gebruik kan blijven maken van het bestaande schoolgebouw, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor één verhuizing.

2. Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw tijdelijk op een andere locatie moet worden gehuisvest, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor twee verhuizingen. 3. De vergoeding wordt vastgesteld op feitelijke kosten. B. Uitbreiding met permanente bouwaard B.1 Reikwijdte Deze paragraaf is van toepassing op de uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard van een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs tot 1035 vierkante meter bruto vloeroppervlakte en van een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs tot 1000 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Op overige uitbreidingen is paragraaf A overeenkomstig van toepassing. B.2 Kosten terrein Als uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, is het bepaalde in A.2 overeenkomstig van toepassing op het vaststellen van de kosten voor het voor uitbreiding benodigde terrein. B.3.1 Bouwkosten 1. Tot de bouwkosten behoren: a. de bouwkosten van het gebouw; en b. kosten voor extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. 2. De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter. Met deze vergoedingsbedragen moet de overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd.

B.3.2 Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:  Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m2 bvo of groter: € 186.765;  Startbedrag bij uitbreidingen van 55 tot 115 m2 bvo: € 124.510; en  Naast het startbedrag voor elke m2 bvo: € 2.488.

8 / 13

008695141 B.3.3 Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:  Startbedrag bij uitbreidingen van 105 m2 bvo of groter: € 192.062;  Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 105 m2 bvo: € 128.041;  Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal: € 2.537;  Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in combinatie met uitbreiding van de school: € 223.911; en  Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal, zonder gelijktijdige uitbreiding van de school: € 411.675/ B.3.4 Bouwkosten school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of speciaal of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:  Startbedrag bij uitbreidingen van 96 m2 bvo of groter: € 173.951;  Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 96 m2 bvo: € 115.967;  Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal: € 2.543;  Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in combinatie met uitbreiding van de school: € 196.071;  Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding van de school: € 411.675; en  Toeslag liftinstallatie als bij uitbreiding een liftinstallatie inclusief een schacht

wordt aangebracht: € 231.643/ B.3.5 Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs Het bepaalde in A.3.6 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de omvang van de vergoeding voor paalfundering en bemaling bij uitbreiding. C. Tijdelijke voorziening C.1 Vergoedingsbedragen tijdelijke voorzieningen 1. De vergoedingsbedragen voor tijdelijke voorzieningen zijn afgestemd op de investeringslasten van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen: a. nieuwbouw van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw als hoofdlocatie; b. uitbreiding van een permanente hoofdlocatie met een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw; en c. uitbreiding van bestaande voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen. 2. In aanvulling op het eerste lid wordt rekening gehouden met het bekostigen van een tijdelijke voorziening door middel van huur van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw. C.2 Kosten voor terreinen Als een tijdelijke voorziening niet gerealiseerd kan worden op het aanwezige terrein, worden de kosten voor het benodigde terrein bepaald overeenkomstig A.2. C.3.1 Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente hoofdlocatie De vergoeding voor een tijdelijke voorziening bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter.

In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de kosten van herstel en inrichting van terreinen, de kosten van paalfundering en de eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen. C.3.2 Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:  Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter: € 72.630;  Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo: € 48.420; en  Naast het startbedrag voor elke m2 bvo: € 1.785. C.3.3 Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs 1. De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:  Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter: € 76.124;

9 / 13

008695141  Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo: € 51.442; en  Naast het startbedrag voor elke m2 bvo: € 1.749. 2. Paragraaf A is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen en voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen. C.3.4 Vergoeding school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de vergoedingsformule € 1.087 * A + € 74.702, waarbij A het overeenkomstig deel C van bijlage III bepaalde aantal vierkante meter bruto vloeroppervlakte aan tijdelijke huisvesting is. C.4.1 Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen primair en speciaal of voortgezet speciaal onderwijs 1. De vergoeding voor uitbreiding bestaande tijdelijke voorziening bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering en de toeslag voor herstel en inrichting van terreinen. 2. Paragraaf A is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen en voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen.

C.4.2 Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:  Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter: € 40.826;  Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo: € 27.217; en  Naast het startbedrag voor elke m2 bvo: € 1.870. C.4.3 Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:  Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter: € 41.396;  Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo: € 27.597; en  Naast het startbedrag voor elke m2 bvo: € 1.849. C.5 Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen Huur van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening en huur van een bestaand gebouw worden vergoed op basis van de werkelijke kosten. D. Eerste inrichting D.1.1 Vergoeding onderwijsleerpakket en meubilair Het bedrag van de vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de al toegekende investeringsbedragen en de nieuw berekende vergoeding. D.1.2 Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:  Startbedrag, incl.

200 m2 bvo: € 41.802; en  Voor elke volgende m2 bvo: € 146. D.1.3 Vergoeding speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:  Startbedrag, incl. 250 m2 bvo: € 88.689; en  Voor elke volgende m2 bvo: € 151. D.1.4 Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:  Startbedrag: € 313.772; en  Naast het startbedrag voor elke m2 bvo: € 215.

10 / 13

008695141 D.1.5 Vergoeding speellokaal speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs bedraagt € 8.093. D.2 School voor voortgezet onderwijs 1. De vergoeding voor eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair is gekoppeld aan de toe te kennen voorziening nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming, niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw. Aanspraak op deze vergoeding bestaat als de eerste inrichting nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd. De hoogte van de vergoeding wordt berekend door vast te stellen het verschil tussen de al toegekende vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te realiseren bruto vloeroppervlakte per onderwijssoort.

De vergoeding per onderwijssoort wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Onderwijssoort Praktijkonderwijs VMBO Theoretische leerweg (TLW) VMBO Theoretische leerwegondersteunend onderwijs (TLWLWOO) VMBO- Profiel Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) VMBO- Profiel Produceren, Installeren en Energie (PIE) VMBO- Profiel Mobiliteit en Transport (M&T) VMBO- Profiel Maritiem en Techniek (MaT) VMBO- Profiel Media, Vormgeving en ICT (MVI) VMBO- Profiel Economie en Ondernemen (E&O) VMBO- Profiel Horeca, Bakkerij en Recreatie (HBR) VMBO- Profiel Zorg-Welzijn (Z&W) VMBO- Profiel Groen VMBO- Profiel Dienstverlening en Producten (D&P) HAVO VWO

per m2 bvo € 331 € 173 € 173 € 423 € 423 € 423 € 423 € 247 € 247 € 819 € 403 € 423 € 173 € 173 € 173

2. Als in plaats van uitbreiding van het schoolgebouw medegebruik van een voor een school bestemd gebouw wordt gevorderd, wordt inventaris slechts toegekend als de inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte ontbreekt of niet geschikt is. E. Lokalen bewegingsonderwijs E.1 Bouwkosten nieuwbouw 1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een netto speeloppervlakte van 252 vierkante meter bedraagt € 1.340.732 als deze op het schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 1.367.849 als deze op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt. In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein. 2. Scholen met lichamelijk gehandicapte leerlingen, meervoudig gehandicapte leerlingen wordt een toeslag toegekend van 50 vierkante meter. Het normbedrag van deze toeslag is € 134.495. 3. Als paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen: Paallengte 1<15m 15<20m >20m

Vergoeding € 26.967 € 37.176 € 52.212

Vergoeding bij ruimten LG en MG € 34.002 € 47.090 € 67.771

E.2 Uitbreiding Het bepaalde in E.1, eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs. Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer van 140 vierkante meter netto speeloppervlakte of minder, kan de oefenvloer

11 / 13

008695141 worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 vierkante meter. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Uitbreiding

Normbedrag

112 t/m 120 m2 121 t/m 150 m2

€ 311.502 € 378.674

Paallengte 1 < 15 meter € 12.073 € 15.096

15 < 20 meter € 20.911 € 26.132

> 20 meter € 34.187 € 42.734

E.3.1 OLP/meubilair school voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool [of een speciale school voor basisonderwijs] bedraagt € 56.002. E.3.2 OLP/meubilair school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs bedraagt € 56.002. E.3.3 Meubilair/leer- en hulpmiddelen school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting meubilair of leer- en hulpmiddelen voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Eerste lokaal Tweede lokaal Derde lokaal Oefenplaats 1 Oefenplaats 2

Meubilair € 1.183 € 1.183 € 1.183 € 0,00 € 0,00

Leer- en hulpmiddelen € 70.529 € 55.018 € 23.919 € 15.576 € 1.798

Totaal € 71.712 € 56.201 € 25.102

E.4 Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening Naast bewegingsonderwijs in een eigen lokaal van de school is ook bewegingsonderwijs mogelijk in een bestaand lokaal bewegingsonderwijs door middel van: a. medegebruik van een gebouw van een andere school of de gemeente; of b. huur van een gebouw van een commerciële exploitant. F. Verhoging vergoedingen F.1 Verhoging normbedragen De normbedragen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, kunnen door burgemeester en wethouders worden verhoogd met een toeslag van ten hoogste 8 procent als de voorziening zonder deze verhoging door bijzondere lokale omstandigheden in redelijkheid niet kan worden gerealiseerd. F.2 Verhoging feitelijke kosten De vergoeding van de feitelijke kosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt gebaseerd op de door burgemeester en wethouders goedgekeurde offerte en verhoogd met 8 procent voor de kosten van technische advisering, voor zover het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder b en c. G. Huur sportvelden 1. Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een vergoeding van de huur van een sportveld voor maximaal 8 weken per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de periode van 8 weken € 23 per klokuur. 2.

Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een sportveld dat door de gemeente is gefinancierd. II. Dat deze wijzigingsverordening in werking treedt op 1 januari 2022 onder gelijktijdige intrekking van deel B van bijlage III en deel B van bijlage IV van de Verordening voorzieningen huisvesting Opsterland 2019.

12 / 13

008695141

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 13 december 2021. De griffier,

De voorzitter,

Afke Zijlstra

Ellen van Selm

13 / 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=a81d5daf-d28e-46c9-ac2e-574bb0bfc9a5