Raadsvoorstel Verordening nadeelcompensatie 2022 .docx
Tekst van het document
0086-AZK-31029
RAADSVOORSTEL MET BESLUIT
Raadsvergadering
:
Agendapunt
:
Onderwerp
: Verordening Nadeelcompensatie 2022
Portefeuillehouder
: Anko Postma
Beetsterzwaag, 26 oktober 2021
Voorstel De Verordening nadeelcompensatie Opsterland vast te stellen
Inleiding Met de komst van de Omgevingswet 2022 wil het Rijk de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen vereenvoudigen en samenvoegen. Het moet straks makkelijker zijn om bouwprojecten te starten en in te dienen. Ook moet het proces binnen de gemeentelijke organisatie voor het in behandeling nemen van aanvragen sneller verlopen. Door deze wetswijziging moeten ook een aantal gemeentelijke regels/verordeningen worden aangepast. Een onderdeel hiervan is de nu huidige verordening voor tegemoetkoming in planschade. Bij het realiseren van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld bouwen van een woning) is het mogelijk dat een andere partij schade ondervindt. Deze schade kan door rechtmatig handelen van de gemeente worden veroorzaakt. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning (planschade), het inperken van rechten of neveneffecten door werkzaamheden. Daarnaast bestaat ook privaatrechtelijke schade, waarbij schade wordt veroorzaakt door een derde partij. Met de invoering van de Omgevingswet 2022 zullen alle instrumenten met betrekking tot schadeloosstelling samengevoegd worden in de vorm van nadeelcompensatie. Deze nadeelcompensatie is breder dan planschade doordat het naast publiekrechtelijke schade ook andere vormen van schade omvat. De nieuwe regelingen rondom nadeelcompensatie moeten daarom vastgelegd worden in een nieuwe verordening.
De gemeente Opsterland hanteert momenteel de ‘Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade’ van 2008. Deze verordening is voornamelijk gericht op de regelingen voor het aannemen van een adviseur of adviescommissie bij planschade. De verordening voorziet daarmee niet in nadeelcompensatie. Toch komt het in de praktijk wel voor dat de gemeente nadeelcompensatie aanvragen in behandeling moet nemen. De gemeente kan in deze gevallen geen gebruik maken van de regelingen in de huidige verordening, maar moet dan ad hoc te werk gaan. Met een nieuwe verordening nadeelcompensatie zullen de betreffende regelingen formeel worden vastgelegd, ook wordt het duidelijk voor de aanvrager welke rechten hij of zij heeft. Wij stellen u daarom voor om de nieuwe Verordening nadeelcompensatie Opsterland 2022 vast te stellen. De bedoeling is dat de nieuwe verordening van kracht wordt op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. De reden dat de verordening vooraf aan de Omgevingswet wordt vastgesteld, wordt hieronder nader toegelicht.
Beoogd effect en/of resultaat Het aanpassen van de lokale verordeningen op de nieuwe landelijke omgevingswet
1 / 11
0086-AZK-31029
Argumenten 1 De huidige verordening voldoet niet aan de eisen vanuit de omgevingswet. Door het vaststellen van de nieuwe verordening is de gemeente voorbereid op de nieuwe wet- en regelgeving en kan de gemeente wanneer de Omgevingswet in werking treedt haar werkzaamheden goed blijven uitvoeren. Bovendien ontstaan er op deze wijze geen complicaties bij aanvragen om schadevergoeding. 2.De huidige verordening planschade uit 2008 voorziet niet in nadeelcompensatie De huidige verordening rondom planschade voorziet niet in nadeelcompensatie. Met de regeling uit 2008 kan het college een adviseur of adviescommissie aannemen voor het beoordelen van de tegemoetkoming van planschade. Nadeelcompensatie is echter breder dan alleen advisering bij planschade. De gemeente moet in staat zijn om aanvragen voor schadevergoeding in welke vorm dan ook te kunnen behandelen. Een nieuwe verordening voor nadeelcompensatie is daarom noodzakelijk. 3 De nieuwe verordening is in OWO-verband opgesteld Een werkgroep heeft in OWO-verband zich gebogen over de nieuwe verordening nadeelcompensatie. De reden hiervoor is dat de huidige verordeningen van de gemeenten inhoudelijk gezien identiek aan elkaar zijn. Bovendien is nadeelcompensatie een nieuw begrip voor de OWO gemeenten. Door samen te werken aan de verordening wordt naast efficiëntie ook harmonisatie gestimuleerd.
Er ontstaan op deze wijze geen verschillen in de verordeningen nadeelcompensatie van de drie gemeenten. 4 In de nieuwe verordening is het toepassingsbereik duidelijk en overzichtelijk In de nieuwe verordening wordt verwezen naar de Omgevingswet en Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor alle vormen van nadeelcompensatie waarvoor een partij in aanmerking kan komen. Het toepassingsbereik voor aanvragen van nadeelcompensatie is daardoor duidelijk beschreven en gemakkelijk te vinden.. Dit maakt het ook overzichtelijk voor alle betrokken partijen wanneer wel en wanneer niet wordt meegewerkt aan een aanvraag schadeloosstelling. Daarnaast blijft het toepassingsbereik actueel op het moment dat de wetten worden aangepast.
Kanttekeningen 1 De nieuwe verordening wordt nu vastgesteld maar treedt samen met de Omgevingswet in werking Het voorstel wordt gedaan om de nieuwe Verordening nadeelcompensatie Opsterland 2022 nu vast te stellen, maar pas samen met de Omgevingswet in werking te laten treden. De reden hiervoor is dat de nieuwe verordening nadeelcompensatie haar basis vindt in de Omgevingswet en naar meerdere artikelen daarvan verwijst. Zonder een geldende wet, kan geen uitvoering worden gegeven aan de nieuwe verordening. Door de verordening vooraf vast te stellen, is de nieuwe regelgeving rondom nadeelcompensatie per direct van toepassing op nieuwe aanvragen wanneer de Omgevingswet in werking treedt. Tot die tijd blijft de huidige verordening Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008 gelden.
Middelen n.v.t.
Duurzaamheid n.v.t.
Evaluatie N.v.t.
Bijlagen 1. Verordening nadeelcompensatie Opsterland 2022 2. Was-Wordt tabel nadeelcompensatieverordening 3. Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008
Vertrouwelijke stukken ter inzage gelegd voor raadsleden n.v.t.
2 / 11
0086-AZK-31029 Burgemeester en wethouders van de Gemeente Opsterland, De secretaris,
De burgemeester,
Marjan van der Weij
Ellen van Selm
Afdeling
: Dienstverlening & Concernzaken
Behandelend ambtenaar : Peter Stevens Telefoonnummer
: (0512) 386 232
Emailadres
: Peter.Stevens@opsterland.nl
3 / 11
0086-AZK-31029
Ontwerp raadsbesluit Raadsvergadering
:
Agendapunt
:
Onderwerp
: Verordening Nadeelcompensatie Opsterland
De raad van de Gemeente Opsterland, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d, 26 oktober 2021
besluit: 1. de Verordening `Nadeelcompensatie Opsterland 2022 vast te stellen. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van. De griffier,
De voorzitter,
Afke Zijlstra
Ellen van Selm
0086-AZK-31029
Verordening nadeelcompensatie Opsterland 2022
Besluit van de raad van de gemeente Opsterland tot vaststelling van de Verordening nadeelcompensatie Opsterland 2022 De raad van de gemeente Opsterland gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 oktober 2021; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening nadeelcompensatie Opsterland 2022 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in afdeling 15.1 van de Omgevingswet indient; b. adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 6 van deze verordening; c. college: het college van burgemeester en wethouders; d. gemeente: gemeente Opsterland; e. schadeveroorzakend besluit: oorzaak als bedoeld in afdeling 15.1 van de Omgevingswet; Artikel 2. Toepassingsbereik Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. Artikel 3. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € € 300 geheven. Artikel 4. Aanvraag 1.
De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het bestuursorgaan vastgesteld [elektronisch] formulier. 2. In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: a. als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting, of b. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte. Artikel 5. Procedure 1. Het bestuursorgaan is bevoegd de aanvraag binnen vier weken na ontvangst, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen, af te wijzen, indien de aanvraag kennelijk ongegrond is. 2. Binnen acht weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in lid 1 verstrekt het college aan een adviescommissie opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan lid 1 van dit artikel, dan wel artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht 3. Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden. 4.
Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken:
0086-AZK-31029
a. degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en b. als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: 1°. de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of 2°. de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd. 5. De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het tweede lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere leden van de adviescommissie bij het college indienen. 6. Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het vierde lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van één of meerdere leden van de adviescommissie. Artikel 6. Adviescommissie 1. Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door het college een adviescommissie aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering op het gebied van schadevergoedingen, incl.
accountancy, van financieel economische bedrijfsvoering, waardering van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische verslechtering. 2. Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 3. Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: a. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; b. de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; c. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; d. de schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € 750, of e. naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 4. Een adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen. 5. Een adviescommissie kan worden benoemd als: a.
vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of b. tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt. 6. Voordat een adviescommissie wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde aspecten. 7. De leden van de adviescommissie maken geen deel uit van of zijn werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Opsterland en zijn geen ingezetenen van de gemeente Opsterland. Eveneens mag een lid van een adviescommissie niet betrokken zijn bij het schadeveroorzakende besluit waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel 7 Werkwijze adviescommissie 1. Het college stelt aan de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking. 2. Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht bijstaat. 3.
De voorzitter van de adviescommissie organiseert één of meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken
0086-AZK-31029
bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. 4. De voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip waarop de adviescommissie de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit. 5. Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt door de voorzitter van de adviescommissie met de aanvrager een afspraak gemaakt. 6. Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van de voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies. 7. Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden. De voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier weken verlengen. 8.
De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het concept advies schriftelijk hierop te reageren. 9. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 10. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college. Artikel 8. Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. Artikel 9. Aanvraag voorschot Het bestuursorgaan kan, vooruitlopend op de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding, een voorschot verlenen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel 1.
Deze verordening treedt in werking op de dag nadat de Omgevingswet in werking is getreden, onder gelijktijdige intrekking van de procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie Opsterland 2022. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum].
De griffier,
Afke Zijlstra
0086-AZK-31029
Toelichting Algemeen Nadeelcompensatieregeling Algemene wet bestuursrecht en Omgevingswet Naar verwachting treedt in 2022 de nadeelcompensatieregeling, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in werking. In die regeling worden bestaande regelingen voor nadeelcompensatie in verschillende wetten en buitenwettelijke regelingen samengevoegd en geharmoniseerd. Titel 4.5 van de Awb voorziet in een algemene regeling in de Awb van de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. Daarbij kan worden gedacht aan verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak. In 2022 treedt waarschijnlijk ook de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking. In de Ow is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de generieke regeling uit de Awb (hoofdstuk 15 van de Ow). Normaal maatschappelijk risico Vooropgesteld wordt dat de overheid niet verplicht is om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, in zijn geheel te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk onvermijdelijk. Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd (normaal maatschappelijk risico (hierna: nmr)).
Burgers die door rechtmatig overheidsoptreden schade lijden die uitgaat boven het nmr en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend de volledige schade. Een deel van de schade zal altijd voor eigen rekening blijven. Modelverordening Er is gekozen om nadeelcompensatie uit te werken in een verordening en niet in een beleidsregel. Reden hiervoor is dat het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift moet (zie artikel 4:128, eerste lid, van de Awb) en dat de adviescommissie zo een solide basis krijgt. In de verordening is dan ook het heffen van een recht en het instellen van een adviescommissie geregeld. Er is verder voor gekozen om het heffen van dit recht niet op te nemen in de legesverordening, maar in een verordening nadeelcompensatie. In artikel 229 van de Gemeentewet wordt gesproken over het heffen van rechten. Daarbij worden ‘door het gemeentebestuur verstrekte diensten’ genoemd. Bij het heffen van het recht bij een aanvraag om nadeelcompensatie gaat het echter niet om een dienst, maar om gemeentelijke aansprakelijkheid. Er is dan ook geen reden om de legesverordening te verruimen tot heffing van leges en andere rechten.
Er is namelijk geen sprake van een belastingheffing, maar van een financiële drempel om lichtvaardige aanvragen om schadevergoeding tegen te gaan. Een adviescommissie zou wel in beleidsregels geregeld kunnen worden, maar omdat het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift moet en dus niet in een beleidsregel kan worden opgenomen, geeft het duidelijkheid om alle artikelen over nadeelcompensatie bij elkaar te houden en daarmee te kiezen voor een verordening nadeelcompensatie. Zo is het ook kenbaar voor de burgers in welke gevallen en welke vorm de adviescommissie wordt betrokken bij de afhandeling van aanvragen om schadevergoeding. Een andere reden om de adviescommissie in de verordening te regelen (en niet per afzonderlijke beleidsregel) is dat daarmee afdeling 3.3 van de Awb wordt binnengehaald. Die afdeling gaat immers over adviseurs die bij of krachtens wettelijk voorschrift zijn belast met adviseren.
0086-AZK-31029
Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader behandeld. Artikel 1. Toepassingsbereik Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding vanwege rechtmatige overheidsdaad. Het gaat om nadeelcompensatie als bedoeld in titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow. Het kan voorkomen dat schade door meerdere overheden wordt veroorzaakt, bijvoorbeeld zowel de gemeente als het waterschap. In deze bepaling wordt verduidelijkt dat de aanvrager in dat geval het loket kiest. Het gaat in deze verordening om schade waarvan door de aanvrager wordt gesteld dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. Hierop bestaat een uitzondering. Dat betreft de situatie waarbij de aanvraag om schadevergoeding betrekking heeft op een besluit ter uitvoering van een projectbesluit. Op die situatie is de regeling van artikel 15.8 van de Ow van toepassing. Daarin is geregeld dat het bestuursorgaan dat het projectbesluit heeft vastgesteld het bestuursorgaan is dat de schadevergoeding toekent. Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding wordt een recht geheven. De figuur van de heffing is in artikel 4:128 van de Awb geïntroduceerd om te voorkomen dat er al te lichtvaardig wordt overgegaan tot indiening van een aanvraag om schadevergoeding.
Het recht bedraagt € [bedrag (maximaal € 500,-)]. Als het recht niet wordt voldaan, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gesteld. Bij toewijzen van de aanvraag wordt het toe te kennen bedrag verhoogd met het geheven recht (artikel 4:129, aanhef en onder c, van de Awb). Artikel 3. Aanvraag Eerste lid De artikelen 4:2 en 4:127 van de Awb bevatten een grondslag voor de aanvraagvereisten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding. Als niet aan de aanvraagvereisten wordt voldaan kan de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling worden gesteld. In aanvulling hierop is in het eerste lid geregeld dat de aanvrager van schadevergoeding gebruik maakt van een door het bestuursorgaan vastgesteld [elektronisch] formulier. Wanneer de aanvraag niet wordt aangeleverd via het [elektronisch] formulier, kan worden besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Dat kan betekenen dat de aanvrager wordt verzocht de aanvraag nadeelcompensatie alsnog via het formulier in te dienen. De gemeenten moet dan aangeven bij de aanvrager dat de aanvraag niet compleet is om in behandeling te worden genomen. De gemeente kan dan expliciet de termijnen opschorten tot het moment dat wel de stukken zijn ingediend.
Tweede lid Hier zijn aanvullende eisen ten aanzien van schadeclaims wegens winst- of inkomstenderving of gederfde huurinkomsten opgenomen. In artikel 4:2 van de Awb is vastgelegd dat een aanvraag wordt ondertekend en ten minste bevat: (a) de naam en het adres van de aanvrager, (b) de dagtekening en (c) een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd. In artikel 4:127 van de Awb is vastgelegd dat de aanvraag mede bevat: (d) een aanduiding van de schadeveroorzakende gebeurtenis en (e) een opgave van de aard van de geleden of te lijden schade en, (f) voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade of een specificatie daarvan. Verder verschaft de aanvrager de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het gaat hier om gegevens en bescheiden die ten minste worden verstrekt. Het kan wenselijk zijn om dit voor aanvragen om schadevergoeding nader te specificeren. Uiteraard worden alleen gegevens gevraagd die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
0086-AZK-31029
Artikel 4. Adviescommissie Eerste en tweede lid In dit artikel is voorzien in de mogelijkheid om de gemeentelijke deskundigheid naar aanleiding van een ingekomen aanvraag om schadevergoeding aan te vullen. Uitgangspunt is dat in de gemeente voldoende deskundigheid aanwezig is om aanvragen om schadevergoeding te kunnen beoordelen. Als die deskundigheid niet, of onvoldoende aanwezig is, is het ook goed denkbaar om op dit onderwerp regionaal expertise te bundelen, bijvoorbeeld in een regionale adviesorganisatie. Alleen als het nodig is, wordt advies ingewonnen bij een adviescommissie. Dit uitgangspunt komt ook tot uitdrukking in het tweede lid. Daarin is vastgelegd in welke situaties in ieder geval geen advies bij een adviescommissie wordt ingewonnen. Als een adviescommissie wordt ingeschakeld, betekent dit niet automatisch dat deze wordt gevraagd over de hele aanvraag te adviseren. De adviseur(s) zijn adviseurs als bedoeld in artikel 3:5 van de Awb en vormen een adviescommissie als bedoeld in artikel 4:130 van de Awb. Dat betekent dat moet worden voldoen aan de vereisten van dat artikel, waaronder een onafhankelijk voorzitter. Bij het afhandelen van aanvragen waarbij adviseur(s) zijn aangewezen bedraagt de beslistermijn maximaal zes maanden in plaats van de reguliere termijn van acht weken.
Die termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verdaagd (artikel 4:130 van de Awb). De adviseur(s) maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en zijn niet betrokken bij de schadeveroorzakende gebeurtenis waarop de aanvraag betrekking heeft. Derde lid Een adviescommissie bestaat, afhankelijk van de behoefte, uit een of meer deskundige adviseur(s). Bij zaken die betrekking hebben op inkomensderving kan worden gedacht aan deskundigheid op het gebied van accountancy of financieel economische bedrijfsvoering. En bij zaken die betrekking hebben op waardevermindering van een onroerende zaak aan extra deskundigheid op het gebied van taxaties. Bij het te nemen besluit wordt de adviseur van het advies vermeld en het advies kan hierbij ter motivering worden gevoegd (artikel 3:8 van de Awb). Er kan in afwijking van het advies worden besloten. Dat moet dan wel goed worden gemotiveerd. Verder is het van belang dat het bestuursorgaan zich ervan vergewist, dat het onderzoek van de adviseur(s) op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden (artikel 3:9 van de Awb). Vierde lid Uit artikel 4:130, eerste lid, van de Awb volgt dat een bestuursorgaan een adviescommissie kan inschakelen voor het beoordelen van aanvragen om schadevergoeding die bij dit bestuursorgaan zijn ingediend.
Voor gemeenten betekent dit dat het betreffende bestuursorgaan (burgemeester, burgemeester en wethouders of de gemeenteraad) een adviescommissie kan instellen. Er zijn twee mogelijkheden: a. het benoemen van een vaste commissie: in dat geval worden de deskundigen benoemd door burgemeester en wethouders, of b. voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen: in dat geval worden de deskundigen benoemd door het bestuursorgaan dat de betreffende aanvragen behandelt. Artikel 5. Procedure Eerste lid De procedure en bijbehorende beslistermijnen voor het tot stand komen van het besluit op de aanvraag om schadevergoeding zijn uitputtend geregeld in de Awb. Aanvullend hierop is vastgelegd dat het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden informeert als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie. De opdracht aan de adviseur(s) kan ook worden ingetrokken. In dat geval worden de aanvrager en belanghebbenden daar ook over geïnformeerd. Tweede lid Op de voorbereiding van het besluit op een aanvraag om schadevergoeding is de Awb van toepassing, waaronder de bepalingen over de voorbereiding van besluiten (hoofdstuk 4 van de Awb).
Dat betekent onder andere dat de artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb van toepassing zijn op grond waarvan de aanvrager en eventuele belanghebbenden, binnen de daar opgenomen kaders, in de gelegenheid worden gesteld om voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag een zienswijze naar voren te brengen. In het tweede lid is verduidelijkt welke partijen naast de aanvrager een zienswijze naar voren kunnen brengen. Dat zijn voor zover van toepassing degenen met wie een
0086-AZK-31029 schadeovereenkomst is gesloten en, als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag: de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht. Die zienswijze kan naar keuze schriftelijk of mondeling naar voren worden gebracht (artikel 4:9 van de Awb). Artikel 6. Uitbetaling In deze bepaling is de uiterste betaaltermijn vastgelegd. Als een aanvraag om schadevergoeding geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, wordt het betreffende bedrag uiterlijk bij het onherroepelijk worden van het toekenningsbesluit uitbetaald. Dus na afronding van eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Artikel 7. Aanvraag voorschot In dit artikel is vastgelegd dat het bestuursorgaan op een daartoe strekkende aanvraag kan beslissen een voorschot te verlenen op het eventueel uit te betalen bedrag aan schadevergoeding. Dit kan worden gedaan als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. Hiertoe kan door de aanvrager een verzoek worden gedaan. Het voorschot kan ook ambtshalve worden verleend. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Awb zijn op dit voorschot onder meer van toepassing. Dat betekent onder andere dat onverschuldigde voorschotten kunnen worden teruggevorderd.