Raadsvoorstel Uitgangspuntennotitie gebiedsdekkend omgevingsplan OWO-gemeenten
Tekst van het document
Zaaknummer: Z2025-00006737
RAADSVOORSTEL MET BESLUIT
Raadsvergadering
: 26 januari 2026
Agendapunt
:
Onderwerp
: Uitgangspuntennotitie gebiedsdekkend omgevingsplan
Portefeuillehouder
: Marcel van Opzeeland
Beetsterzwaag, 9 december 2025
Voorstel 1. De notitie “Uitgangspunten gebiedsdekkend omgevingsplan OWO-gemeenten” vast te stellen.
Inleiding Het omgevingsplan is een nieuw (digitaal) plan waarin alle regels over de fysieke leefomgeving binnen de gemeente staan, bijvoorbeeld over bouwen, milieu, water, verkeer en groen. Met de invoering van de Omgevingswet heeft elke gemeente automatisch een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege gekregen. Dit bestaat onder andere uit bestaande bestemmingsplannen en verordeningen. Dit tijdelijke omgevingsplan voldoet nog niet aan de eisen van de Omgevingswet. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te zetten naar één gebiedsdekkend omgevingsplan per gemeente dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Deze tijd hebben we ook hard nodig om deze grote opgave te kunnen volbrengen. Voor de omzetting naar een gebiedsdekkend omgevingsplan worden keuzes gemaakt die in de uitgangspuntennotitie “Uitgangspunten gebiedsdekkend omgevingsplan OWO-gemeenten” zijn uitgewerkt. De keuzes in de uitgangspuntennotitie zijn opgedeeld in 5 categorieën, waarin we vooral op structuur, proces en juridische inhoud afwegingen hebben gemaakt: • Algemeen: Het is een nieuw proces. We spreken daarom vooraf uit dat voortschrijdend inzicht mogelijk is en we daarop gaan acteren.
(blz 15-16 uitgangspuntennotitie) • Omzetstrategie: Om de transitiefase behapbaar te maken kiezen we voor een afgebakend project, waarin we op een beleidsluwe wijze per thema de bestaande regels gaan omzetten naar het gebiedsdekkend omgevingsplan. (blz 17-24 uitgangspuntennotitie) • Structuur: Deze keuzes gaan over de opbouw van het omgevingsplan. Een activiteitgerichte opbouw sluit aan bij de Omgevingswet en is het meest gebruiksvriendelijk. (blz 25-30 uitgangspuntennotitie) • Mate van reguleren: Dit gaat over hoe streng of ruimhartig regels gesteld worden in het omgevingsplan. Het werken met functies (wat lijkt op ‘bestemmingen’) sluit het beste aan bij een beleidsluwe aanpak. Ook willen we kiezen voor toelatingsplanologie zoals dat ook bij bestemmingsplannen aan de orde was, waarbij we concreet formuleren welke gebruiks- en bouwactiviteit wel of niet is toegestaan (rechtszekerheid). (blz 31-36 uitgangspuntennotitie) • Wijze van reguleren: Dit gaat over de manier waarop de regels worden gesteld. De keuze voor gesloten normen en doelvoorschriften geeft een goede balans tussen rechtszekerheid en mogelijkheid voor maatwerk en couleur locale. (blz 37-41 uitgangspuntennotitie) Bovenstaande keuzes maken samen de uitgangspunten voor de transitie naar het gebiedsdekkend omgevingsplan (zie bijlage 1). Tijdens de transitiefase blijven de ontwikkelingen doorgaan.
Er zijn nieuwe ruimtelijke initiatieven en beleidsherijkingen die doorgang moeten vinden. De transitiefase kent daarom 3 sporen (blz 17-18 uitgangspuntennotitie): • Spoor 1: Tijdens de transitie "blijft de winkel open". Dat wil zeggen dat we initiatieven ruimte kunnen bieden, ook als daarvoor een wijziging van het (tijdelijk) omgevingsplan nodig is. Deze initiatieven worden mogelijk gemaakt in spoor 1. • Spoor 2: De beleidsluwe omzetting naar het gebiedsdekkend omgevingsplan vindt plaats in spoor 2. 1/5
Zaaknummer: Z2025-00006737 •
Spoor 3: Beleidsherijkingen worden opgenomen in het gebiedsdekkend omgevingsplan. Dit maakt geen onderdeel uit van de beleidsluwe transitie naar het gebiedsdekkend omgevingsplan (spoor 2). Deze beleidsherijkingen hebben eigen capaciteit en middelen nodig, daarom worden deze in spoor 3 opgepakt.
Beoogd effect en/of resultaat Met de notitie “Uitgangspunten gebiedsdekkend omgevingsplan OWO-gemeenten” worden kaders gesteld waardoor slagvaardig en op tijd de transitie naar het gebiedsdekkend omgevingsplan doorlopen kan worden.
Argumenten 1.1 Door het vaststellen van de uitgangspunten geeft de raad kaders mee voor het proces van het maken van het gebiedsdekkend omgevingsplan Door het bespreken en vaststellen van de uitgangspuntennotitie voor de transitie naar het gebiedsdekkend omgevingsplan geeft de raad haar kaders vooraf mee voor dit proces. De uitgangspuntennotitie is opgesteld om richting te geven aan de periode tot 2032 over het omzetten van alle regelgeving over de fysieke leefomgeving naar het nieuwe gebiedsdekkend omgevingsplan. De Omgevingswet geeft veel beleidsvrijheid voor het opstellen van het gebiedsdekkend omgevingsplan. In de notitie is voor verschillende onderwerpen aangegeven welke keuzes er mogelijk zijn en welke als uitgangspunt wordt genomen bij de transitie naar een gebiedsdekkend omgevingsplan. De gemeenteraad stelt het gebiedsdekkend omgevingsplan vast. De komende jaren zal de gemeente inhoudelijke delen van het (uiteindelijk gebiedsdekkende) omgevingsplan voor vaststelling aangeboden krijgen. Dat kan voortkomen uit een concreet initiatief (spoor 1), de thematische beleidsluwe overzet (spoor 2), of als nieuw (herijkt) beleid in het omgevingsplan landt (spoor 3). Omdat de transitie van het omgevingsplan een grote uitdaging voor de gemeente in de komende jaren is, willen we bij de start van dit proces de keuzes die we maken, vastleggen.
1.2 De uitgangspunten voor het gebiedsdekkend omgevingsplan zijn nodig om slagvaardig en op tijd de transitiefase te doorlopen Door de Omgevingswet zijn we verplicht om voor 2032 een volledig gebiedsdekkend omgevingsplan te hebben dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Daarvoor moet flink wat werk verzet worden. We moeten ons een nieuwe werkwijze eigen maken, er is een technische omzetting van de regels nodig en er komen nieuwe thema’s in het omgevingsplan die eerder niet in bestemmingsplannen zaten. Daarom is het van belang dat we de transitieperiode goed beschrijven en de juiste stappen zetten. Dat is in de uitgangspuntennotitie beschreven. Beleidsluwe en afgebakende transitiestrategie We willen burgers en ondernemers blijven bedienen en voldoende rechtszekerheid bieden. Daarnaast willen we voldoende sturing houden op de fysieke leefomgeving. We werken als OWO-gemeenten veel samen en hebben een gezamenlijke OWO-VTH afdeling die de uiteindelijke uitvoering geeft aan de omgevingsplannen. Daarom kiezen we om zoveel mogelijk dezelfde structuur en regels te gebruiken in de omgevingsplannen van de drie OWO-gemeenten. Door het toepassen van omgevingsnormen is er ruimte voor maatwerk en couleur locale. Dit betekent wel dat de transitie niet beleidsneutraal plaats zal vinden, omdat elke gemeente tientallen bestemmingsplannen heeft met allemaal hun eigen structuur.
Daarom kiezen we voor een beleidsluwe aanpak (spoor 2). We blijven daarbij inhoudelijk dicht bij bestaand beleid en bij de bestaande regels. Doet het geval zich voor dat een beleidsherijking zal plaatsvinden in het omgevingsplan dan zal dat als een spoor 3 project opgepakt worden. Door de beleidsluwe aanpak kiezen we niet voor de VNG casco/staalkaarten. Deze systematiek gaat uit van de maximale mogelijkheden van de Omgevingswet, bijvoorbeeld door toepassing van open normen. Het risico van open normen is een gebrek aan rechtszekerheid. In den lande wordt de VNGsystematiek nauwelijks gebruikt. Dit kan ook, omdat er juist ruimte wordt geboden voor gemeentelijk maatwerk. 1.3 De gemeente blijft in de tussentijd ruimte bieden voor nieuwe initiatieven Tijdens de transitie "blijft de winkel open". Dat wil zeggen dat we initiatieven ruimte kunnen bieden, ook als daarvoor een wijziging van het (tijdelijk) omgevingsplan nodig is. Deze initiatieven worden
2/5
Zaaknummer: Z2025-00006737 mogelijk gemaakt in hoofdstuk 21 van het gebiedsdekkend omgevingsplan. De hoofdstukken 1 tot en met 20 zijn gereserveerd voor het nieuwe gebiedsdekkend omgevingsplan.
Kanttekeningen 1.1 Er is nog veel onbekend De Omgevingswet is voor iedereen nieuw. Dit betekent onder andere dat we nog niet goed kunnen inschatten hoe bepaalde instrumenten gaan werken of hoe processen gaan lopen. Ook weten we nog niet welke hulpmiddelen er eventueel beschikbaar komen of welke invloed jurisprudentie zal hebben. Dit maakt het vooraf exact bepalen van een aanpak lastig. Desalniettemin hebben we in de uitgangspuntennotitie op basis van de huidige inzichten, zo goed mogelijk de kaders gesteld. Waar noodzakelijk zullen we blijven bijsturen. 1.2 Er zijn andere keuzes mogelijk Gemeenten zijn vrij te bepalen hoe het proces om te komen tot een gebiedsdekkend omgevingsplan wordt ingericht. De Omgevingswet biedt meer beleidsvrijheid dan de Wet ruimtelijke ordening over de manier waarop de regels worden vormgegeven. In lijn met het VNG-casco zou bijvoorbeeld gekozen kunnen worden voor open normen of voor het stellen van algemene doelen zonder vastomlijnde regels. Echter komen deze keuzes ook met consequenties: ze bieden minder rechtszekerheid en minder sturing op de fysieke leefomgeving. Daardoor kunnen ongewenste situaties ontstaan. Ook is het mogelijk om aan de slag te gaan met het gebiedsdekkend omgevingsplan zonder vooraf kaders te stellen voor de transitie. Echter verwachten wij dan onvoldoende grip op de transitie naar het gebiedsdekkend omgevingsplan.
Ook ontstaat onvoldoende totaaloverzicht en samenhang terwijl het wel om een ‘gebiedsdekkend’ omgevingsplan gaat. Daarom kiezen we voor een beleidsluwe en afgebakende transitiestrategie (zie argument 1.1 en 1.2). In de uitgangspuntennotitie wordt uitgebreid op de verschillende keuzes ingegaan.
Middelen De transitie naar het gebiedsdekkend omgevingsplan is onderdeel van het budget Implementatie Omgevingswet.
SDG’s 11. Duurzame steden en gemeenschappen 17. Partnerschap om de doelen te bereiken
Evaluatie Gedurende het transitieproces zal op basis van de ervaringen worden bepaald of uitgangspunten moeten worden bijgesteld.
Bijlagen Bijlage
Documentnummer
1
D2025-00047843
Soort bijlage en omschrijving Uitgangspuntennotitie gebiedsdekkend omgevingsplan OWOgemeenten
Burgemeester en wethouders van de Gemeente Opsterland, De secretaris,
De burgemeester,
Sandra van 't Hooge
Andries Bouwman
3/5
Zaaknummer: Z2025-00006737
Team
: OWO projectgroep omgevingsplan / Wonen en werken
Behandelend ambtenaar : Marijke Schrauwen / Jacob Dirk Haagsma Telefoonnummer
: (0512) 386 222
Emailadres
: M.schrauwen@ooststellingwerf.nl / jacobdirk.haagsma@opsterland.nl
4/5
Zaaknummer: Z2025-00006737
Ontwerp Raadsbesluit Raadsvergadering
: 26 januari 2026
Agendapunt
:
Onderwerp
: Uitgangspuntennotitie gebiedsdekkend omgevingsplan
De raad van de Gemeente Opsterland, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 december 2025; gelet op: - het feit dat op 1 januari 2024 een omgevingsplan van rechtswege is ontstaan; - voor 1 januari 2032 het gebiedsdekkend omgevingsplan vastgesteld moet zijn; - de gemeente beleidsvrijheid heeft in het vormgeven van de transitiefase naar het gebiedsdekkend omgevingsplan; - dat voor de richting en slagvaardigheid het wenselijk is om vooraf keuzes te maken over de transitiefase naar het gebiedsdekkend omgevingsplan, zoals deze zijn opgenomen in de notitie ‘Uitgangspunten gebiedsdekkend omgevingsplan OWO-gemeenten’. besluit: 1. De notitie “Uitgangspunten gebiedsdekkend omgevingsplan OWO-gemeenten” vast te stellen Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 26 januari 2026. De griffier,
De voorzitter,
Laura Meijer
Andries Bouwman
5/5