Raadsvoorstel met Verordening Inwonersparticipatie
Tekst van het document
Zaaknummer: 0086222935
1/14
RAADSVOORSTEL MET VERORDENING
Raadsvergadering
: 29-09-2025
Agendapunt
: ... Nota Ynwennerspartisipaasje Opsterlân en Participatieverordening : Opsterland : Durk Durksz
Onderwerp Portefeuillehouder
Beetsterzwaag, 01-07-2025
Voorstel 1. De “Nota Ynwennerspartisipaasje Opsterlân” vast te stellen. 2. Een totaalbedrag van € 225.000 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van activiteiten die beschreven staan in de nota, gedurende de periode van 2025 tot en met 2029. 3. De "Participatieverordening Opsterland" vast te stellen.
Inleiding Voor u ligt het voorstel om de Nota Ynwennerspartisipaasje Opsterlân en de Participatieverordening Opsterland vast te stellen. Ook vragen wij om incidenteel middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering ervan. In deze nota staat hoe we als gemeente nog beter willen samenwerken met inwoners – iets waar Opsterland al sterk in is. Ons doel is een hechte en sterke mienskip. We gebruiken participatie om dat ideaal dichterbij te brengen. De Participatieverordening Opsterland legt vast hoe de participatie wordt geregeld. Onze samenleving wordt steeds complexer. Daarom is het belangrijk dat de gemeente Opsterland goed samenwerkt met inwoners, organisaties en bedrijven. Participatie is een manier om die samenwerking gestructureerd vorm te geven. Inwoners verwachten dat ook steeds vaker van de overheid. Deze nota sluit aan bij die ontwikkeling én bij het coalitieakkoord ‘Mei-inoar foarút’, waarin staat dat we willen samenwerken vanuit vertrouwen in onze mienskip. Het opstellen van deze participatienota en participatieverordening is een concrete uitvoering van het coalitieakkoord 2022-2026. Met dit voorstel geeft de raad richting aan hoe we participatie vormgeven in de komende jaren.
Beoogd effect en/of resultaat • • •
De samenwerking tussen gemeente en inwoners heeft een duidelijkere structuur, waarbij inwoners weten wat ze kunnen verwachten Participatie is vast onderdeel van de werkwijze van de gemeente en de aanpak vertoont duidelijke samenhang De relatie tussen inwoners en overheid verbetert.
Argumenten 1.1.
Met de nota versterken we de mienskip als fundament van beleid Met dit besluit erkent de raad de kracht van de mienskip: inwoners die met de gemeente samenwerken aan plannen om de kwaliteit van leven in Opsterland verbeteren. Dit sluit aan bij het coalitieakkoord, waarin staat "Wij zullen meer zichtbaar en benaderbaar zijn en mensen inspireren om meer betrokken te zijn bij hun leefomgeving, met andere woorden de gemeenschapszin stimuleren. Wij zoeken de verbinding met de dorpen en enthousiasmeren
Zaaknummer: 0086222935
2/14
inwoners om meer initiatieven te starten om hun leefomgeving te verbeteren. […] Wij willen inwoners die het meest direct gevolgen ondervinden van een toekomstige ontwikkeling zo goed mogelijk betrekken bij gemeentelijke projecten." De nota biedt een beleidskader dat structuur en richting geeft aan die samenwerking. Door de nota en de verordening vast te stellen, weten inwoners wat ze van de gemeente kunnen verwachten. Er zijn heldere procedures en uitgangspunten. Er zijn duidelijke niveaus van participatie beschreven en er is voorzien in participatieplannen waardoor inwoners weten waar ze aan toe zijn. De nota maakt ook duidelijk dat de uiteindelijke beslissing altijd bij de raad of het college ligt en dat die naast de inbreng van inwoners ook andere belangen meenemen in hun afweging. Ook als inwoners het niet eens zijn met de uitkomst, moeten zij tevreden kunnen zijn over het verloop van het proces. 2.1.
Investering is nodig om de ambities uit de nota te realiseren Participatie moet uiteindelijk een vast onderdeel worden van hoe de gemeente werkt en denkt. Als dat eenmaal het geval is, zijn er geen aparte kosten meer nodig. Maar om daar te komen, is eerst een investering nodig. In de eerste jaren (tot en met 2027) is geld nodig om de werkwijze goed te organiseren en samenhang aan te brengen. Ook moeten medewerkers worden getraind om op een nieuwe, vaste manier te werken. Deze trainingen vragen om een investering tot en met 2029. Tot slot is er geld nodig voor het meten van de resultaten. Interne evaluaties kan de gemeente zelf doen, maar voor het meten van tevredenheid onder inwoners is hulp van buiten nodig. Hiervoor is een investering gepland in 2025 en 2029.
2.2.
Versterking van de mienskip verdient gerichte steun De raad onderstreept met deze investering het belang van versterking van de mienskip. Tijdens de bespreking van de discussienota op 8 juli 2024 gaf de raad aan te willen investeren in goede participatie. Zo kunnen problemen en teleurstelling achteraf zo veel mogelijk worden voorkomen.
3.1.
Met de verordening kunnen we de wet uitvoeren Vanaf 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau van kracht. Deze verplicht gemeenten om een verordening vast te stellen voor participatie. In de memorie van toelichting staat: "Het wetsvoorstel beoogt te bevorderen dat in elke gemeente heldere kaders en spelregels voor participatie worden opgesteld die passen bij de lokale omstandigheden. Door vooraf heldere kaders en voorwaarden te stellen voor participatie, worden formele zekerheid, verwachtingen en transparantie bevorderd en juridische procedures achteraf verminderd. Dit versterkt het vertrouwen in de representatieve democratie en brengt de decentrale volksvertegen-woordiging in positie." Ook de omgevingswet voorziet in vroegtijdige participatie. De verordening geeft, samen met de nota, invulling aan hetgeen wordt beoogd met de wet.
3.2.
We voeren de aanbevelingen van de rekenkamercommissie Opsterland uit Op 18 september 2023 heeft de gemeenteraad besloten om de aanbevelingen over te nemen van de rekenkamercommissie van Opsterland, zoals weergegeven in het onderzoeksrapport 'Inwonersinitiatieven en Overheidsparticipatie'. Deze aanbevelingen zijn: a. Stel basisprincipes voor inwonersinitiatieven op met ruimte voor maatwerk en neem deze op in de participatieverordening. b. Hou bij het opstellen van de basisprincipes voor inwonersinitiatieven rekening met de behoeften van de betrokken partijen op het gebied van rolneming, afbakening van verantwoordelijkheden en doorlooptijd van initiatieven. c. Maak evaluatie onderdeel van het participatieproces en neem dit op in de participatieverordening.
Zaaknummer: 0086222935
3/14
d. Kijk opnieuw naar de invulling van het Right to challenge en neem dit op in de participatieverordening. De nota geeft nadere uitwerking aan de participatieverordening en samen dragen zij bij aan gedegen uitvoering van dit raadsbesluit.
Kanttekeningen 1.1.
Participatie is geen garantie voor tevreden inwoners De nota wil dat inwoners meer tevreden worden over samenwerking met de gemeente. Toch zullen niet alle inwoners altijd tevreden zijn. Als je inwoners de kans geeft om mee te denken, kan het ook teleurstellend zijn als hun ideeën niet worden uitgevoerd. Ook al is er een goed proces gevolgd, participatie kan dan nog steeds teleurstellend zijn.
1.2.
Participatie is niet altijd representatief Niet alle inwoners zullen meedoen aan participatie. Bijvoorbeeld omdat ze andere prioriteiten hebben of omdat ze zich niet betrokken voelen bij het onderwerp. Voor veel mensen is de representatieve democratie bovendien een fijne manier om verantwoordelijkheid over te dragen: zij vertrouwen erop dat de gemeenteraad namens hen besluiten neemt. Daardoor kunnen de uitkomsten van participatie een eenzijdig beeld geven van wat inwoners denken. Ook kan het meespelen dat sommige mensen zich beter laten horen dan anderen. De nota bevat daarom maatregelen om te zorgen dat participatie meer inwoners vertegenwoordigt. Zo zetten we in op toegankelijke online participatie en houden we bij activiteiten rekening met verschillen in denken, communiceren en omgaan met anderen. Zo ontstaat een gelijker speelveld voor iedereen die mee wil doen.
2.1.
Meer doen met minder geld vraagt om scherpe prioriteiten De gemeente heeft op dit moment een sluitende begroting. Tegelijkertijd is de financiële ruimte beperkt, waardoor niet alles mogelijk is. Meer doen met minder geld vraagt om scherpe keuzes. De nota, samen met de participatieverordening, helpt om gericht te sturen op waar en hoe participatie wordt ingezet. Zo kunnen we prioriteiten stellen en voorkomen dat participatie leidt tot overbelasting van de organisatie of tot oncontroleerbare kosten. De voorgestelde investeringen zijn erop gericht om participatie blijvend onderdeel te maken van de werkwijze en cultuur van de gemeente. Hierdoor zijn vanaf 2029 geen extra investeringen of aparte budgetten meer nodig.
Middelen Voor de uitvoering van de Nota Ynwennerspartisipaasje Opsterlân wordt voor de periode 2025 tot en met 2029 een bedrag van in totaal € 225.000 gevraagd, volgens onderstaande verdeling per jaar en per onderdeel. Wat vragen we aan Capaciteit om participatie te structureren en aan te jagen
Wat kost dat in totaal? € 150.000
Middelen om trainingen voor ambtenaren te laten ontwikkelen en uitvoeren
€ 55.000
Wat kost dat per jaar? 2025: € 30.000 2026: € 60.000 2027: € 60.000 2025: € 15.000 2026: € 10.000 2027: € 10.000 2028: € 10.000 2029: € 10.000
Zaaknummer: 0086222935
Middelen om resultaatmeting te laten uitvoeren Totaal
€ 20.000 € 225.000
Jaar
Bedrag
Soort kosten
2025
€ 55.000
incidenteel
2026
€ 70.000
incidenteel
2027
€ 70.000
incidenteel
2028
€ 10.000
incidenteel
2029
€ 20.000
incidenteel
4/14
2025: € 10.000 2029: € 10.000 2025-2029: € 225.000
SDG’s Dit voorstel draagt bij aan: • Goal 16: doeltreffende, verantwoordelijke en transparante instellingen ontwikkelen (16.6) en ontvankelijke, inclusieve, participatieve en representatieve besluitvorming (16.7)
Evaluatie Zowel de afzonderlijke participatieprocessen worden steeds geëvalueerd, als jaarlijks het geheel van de processen van dat jaar en in 2029 de werking van de nota. Bij deze evaluaties staat centraal hoe deelnemers de participatieprocessen ervaren en waarderen; onder deelnemers worden verstaan de inwoners, maar ook de ambtenaren die de trajecten organiseren of er een rol vervullen. Eind 2025 wordt een nulmeting inwonerstevredenheid verricht, eind 2029 een resultaatmeting inwonerstevredenheid na vier jaar uitvoering van het participatiebeleid.
Bijlagen 1. Bijlage 1 Nota Ynwennerspartisipaasje Opsterlân 2. Bijlage 2 Participatieverordening Opsterland
Burgemeester en wethouders van de Gemeente Opsterland, De secretaris,
De burgemeester,
Sandra van 't Hooge
Andries Bouwman
Team
: Ontwikkeling Sociaal Domein
Behandelend ambtenaar : Folmer Speerstra Telefoonnummer
: 0512 386 222
Emailadres
: folmer.speerstra@opsterland.nl
Ontwerp raadsbesluit Raadsvergadering
: 29-09-2025
Agendapunt
: ...
Onderwerp
: Nota Ynwennerspartisipaasje Opsterlân
De raad van de Gemeente Opsterland, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 01-07-2025, besluit: 1. De “Nota Ynwennerspartisipaasje Opsterlân” vast te stellen. 2. Een totaalbedrag van € 225.000 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van activiteiten die beschreven staan in de nota, gedurende de periode van 2025 tot en met 2029. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 29-092025. De griffier,
De voorzitter,
Laura Meijer
Andries Bouwman
Ontwerp verordening Raadsvergadering
: 29-09-2025
Agendapunt
: ...
Onderwerp
: Participatieverordening Opsterland
Participatieverordening Opsterland De raad van de gemeente Opsterland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 juli 2025 met kenmerk 0086222935, gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit; gezien het advies van de Rekenkamercommissie Opsterland over inwonersinitiatieven en overheidsparticipatie, gedateerd mei 2023, besluit: vast te stellen de
Participatieverordening gemeente Opsterland Hoofdstuk 1 - Inleidende bepaling Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: -
beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;
-
bestuursorgaan: bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak;
-
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland;
-
inspraak: mogelijkheid als bedoeld in artikel150, tweede lid, van de Gemeentewet, die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven;
-
inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
-
inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;
-
maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, ondernemingen die geen winst uitkeren en andere organisaties die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;
-
ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;
-
overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;
-
participatie: samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners, ondernemers of maatschappelijke partijen, in de vorm van inwonersparticipatie of overheidsparticipatie; en
-
uitdaagrecht: recht van inwoners en maatschappelijke partijen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen.
Hoofdstuk 2 - Kaders en uitgangspunten Artikel 2. Doelstellingen De doelstellingen van deze verordening zijn: a. duidelijkheid geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is; b. de samenwerking tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners en maatschappelijke partijen anderzijds versterken; c. de kwaliteit van lokale democratische processen vergroten; en d. de samenleving binnen de gemeente versterken. Artikel 3. Reikwijdte 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2. Het bestuursorgaan past voor participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht. 3. Er vindt geen participatie plaats als: a. het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;
b. participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; c. de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; d. de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; e. inzet van capaciteit en middelen voor participatie naar het oordeel van het bestuursorgaan niet doelmatig zou zijn; f.
sprake is van uitvoering van hogere regelgeving, waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsruimte heeft;
g. het om interne aangelegenheden van de gemeente gaat; of h. het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat. Artikel 4. Zorgplicht Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat: a. inwoners en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken, zodat er nog ruimte is om invloed uit te oefenen; b. inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn; c. de voor het proces van participatie benodigde stukken openbaar zijn; d. tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is; e. het proces van participatie zorgvuldig verloopt; f.
duidelijk is waar inwoners en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie; en
g. na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming. Artikel 5. Experimenteerprogramma 1. Het college kan een experimenteerprogramma aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorleggen, om de ontwikkeling van participatie te bevorderen. 2. Het experimenteerprogramma omvat in elk geval: a. een keuze van de te beproeven vormen van participatie; b. een keuze van de te bereiken doelgroepen; c. een overzicht van de benodigde middelen en capaciteit; en d. een overzicht van de toetsingscriteria voor de evaluatie na het experiment.
Hoofdstuk 3 - Inwonersparticipatie Artikel 6. Participatieplan 1. Het college stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid een participatieplan vast, met het proces en de planning van de inwonersparticipatie. 2. Indien het een bevoegdheid van de gemeenteraad betreft, zendt het college het participatieplan in ieder geval ter informatie aan de raad. 3. Het college maakt het participatieplan binnen twee weken openbaar. 4. Het participatieplan bevat in elk geval: a. een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt; b. het oogmerk van het proces, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit: 1˚ kwaliteit of effectiviteit van het beleid verbeteren; 2˚ draagvlak voor het beleid vergroten; 3˚ zorgen voor betere besluiten, vaardigheden of financiële voordelen; 4˚ democratische rechten en actief burgerschap bevorderen; 5˚ zeggenschap en medeverantwoordelijkheid creëren; 6˚ democratisch ideaal, legitimiteit of overbrugging van de politieke kloof nastreven; 7˚ een ander te benoemen oogmerk; of 8˚ een combinatie van deze oogmerken. c.
de vorm van participatie, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit: 1˚ informeren: inwoners en maatschappelijke partijen krijgen informatie; 2˚ inspraak: inwoners en maatschappelijke partijen kunnen hun mening geven; 3˚ adviseren: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners en maatschappelijke partijen en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit; 4˚ coproduceren: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en besluit daarover; of 5˚ een combinatie van deze vormen; en d. informatie over de procedure en de planning van het proces, waarbij in elk geval aandacht is voor de te betrekken doelgroepen en hoe die benaderd worden, de informatievoorziening aan die doelgroepen gedurende en na afloop van het proces en de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid. Artikel 7. Ondersteuning inwonersparticipatie 1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die aan participatie wil deelnemen of een verzoek om participatie wil indienen of heeft ingediend. 2. Het college zorgt dat er op een laagdrempelige manier om ondersteuning kan worden gevraagd.
Artikel 8. Participatieverslag 1. Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden, stelt het college een participatieverslag vast. 2. Indien het een bevoegdheid van de gemeenteraad betreft, zendt het college het participatieverslag in ieder geval ter informatie aan de raad. 3. Het college maakt het participatieverslag binnen twee weken openbaar. 4. Het participatieverslag bevat in elk geval: a. een beschrijving van het proces dat is gevolgd; b. de uitkomsten van het proces; c. een reactie op die uitkomsten, waarbij beargumenteerd is aangegeven welke gevolgen daaraan zijn gegeven; en d. een evaluatie van het proces dat is gevolgd. Hoofdstuk 4 – Overheidsparticipatie Artikel 9. Verzoek om overheidsparticipatie 1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om overheidsparticipatie indienen. 2. Het verzoek bevat: a. een omschrijving van de overheidsparticipatie die de indiener voor ogen heeft; b. de reden dat de indiener het verzoek indient; en c. het resultaat dat de indiener beoogt. 3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan: a. wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is; en b. welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn. 4. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college ter beschikking gestelde formulier. 5.
Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 10. Ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie 1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om overheidsparticipatie wil indienen of heeft ingediend. 2. Het college zorgt dat er op een laagdrempelige manier om ondersteuning kan worden gevraagd.
Artikel 11. Beoordeling verzoek overheidsparticipatie 1. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2. Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor. 3. Onverminderd artikel 3, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a. het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van overheidsparticipatie verzet; b. het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; of c. het verzoek niet voldoet aan de in artikel 9 gestelde eisen. 4. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als: a. het bestuursorgaan van oordeel is dat overheidsparticipatie niet doelmatig is; of b. de gevraagde financiële bijdrage boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt. 5. Het bestuursorgaan reageert binnen vier weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn eenmaal met vier weken verdagen. 6. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar. Artikel 12. Uitvoering overheidsparticipatie Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie toewijst, maakt het met de indiener in elk geval afspraken over: a.
het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie; b. het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie; c. het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het proces van de overheidsparticipatie; d. de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie; en e. de evaluatie van de overheidsparticipatie. Hoofdstuk 5 - Uitdaagrecht Artikel 13. Verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen, als zij: a. over rechtspersoonlijkheid beschikken;
b. naar het oordeel van het college aantoonbaar een sterke binding hebben met de gemeenschap waarvoor zij een taak van de gemeente willen overnemen; en c. naar het oordeel van het college aantoonbaar draagvlak hebben binnen de gemeenschap waarvoor zij een taak van de gemeente willen overnemen. 2. Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt. 3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan: a. wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is; b. welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; c. hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen; d. welke rechtsvorm de indiener heeft; e. welke binding de indiener heeft met de gemeenschap waarvoor de indiener de taak wil overnemen en waaruit die binding blijkt; en f.
hoeveel draagvlak de indiener in de gemeenschap heeft om de taken over te nemen en waaruit dat blijkt.
4. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college ter beschikking gestelde formulier. 5. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 14. Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wil indienen of een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht heeft ingediend. 2. Het college zorgt dat er op een laagdrempelige manier om ondersteuning kan worden gevraagd. Artikel 15. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2. Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor. 3. Onverminderd artikel 3, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a. het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet; b. het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; of c. het verzoek niet voldoet aan de in artikel 13 gestelde eisen.
4. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als: a. het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; of b. als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt. 5. Het bestuursorgaan reageert binnen vier weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen. 6. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar. Artikel 16. Uitvoering taak onder het uitdaagrecht Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener in elk geval afspraken over: a. het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak; b. het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak; c. het contact met het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak; d. de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak; e. de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; en f.
de evaluatie van de uitvoering van de taak.
Hoofdstuk 6 - Slotbepalingen Artikel 17. Nadere regels Het bestuursorgaan kan over inwonersparticipatie, overheidsparticipatie en het uitdaagrecht nadere regels vaststellen. Artikel 18. Hardheidsclausule Het bestuursorgaan kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze verordening. Artikel 19. Intrekking oude verordeningen en overgangsrecht De Algemene inspraakverordening Opsterland 2006 wordt ingetrokken. Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Opsterland. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 29-092025. De griffier,
De voorzitter,
Laura Meijer
Andries Bouwman