Raadsvoorstel met Herziene Verordening Rioolheffing Opsterland 2021.pdf
Tekst van het document
0086138651
RAADSVOORSTEL MET BESLUIT
Raadsvergadering
: 1 februari 2021
Agendapunt
:
Onderwerp
: Aanpassing Verordening Rioolheffing Opsterland 2021
Portefeuillehouder
: Rob Jonkman
Beetsterzwaag, 28 januari 2021
Voorstel De raad voor te stellen de Verordening Rioolheffing Opsterland 2021 in te trekken en te vervangen door de Herziene verordening Rioolheffing Opsterland 2021, waarin de belastingplicht overeenkomstig bestendig beleid bij de gebruiker wordt neergelegd.
Inleiding Op 7 december 2020 heeft de Gemeenteraad de Verordening Rioolheffing Opsterland 2021 vastgesteld. De belangrijkste wijziging ten opzichte van vorige jaren zat in de formulering van artikel 3 over de belastingplicht. De bedoeling was dat deze aanpassing louter redactioneel zou zijn, zonder inhoudelijke gevolgen. Er is echter per ongeluk de verkeerde tekst opgenomen, waardoor de eigenaar van een perceel belastingplichtig is geworden, in plaats van de gebruiker, zoals dat al sinds jaren in Opsterland het geval is. Om te voorkomen dat de aanslagen onrechtmatig worden opgelegd, moet deze verschrijving in de verordening ongedaan worden gemaakt, en wel voordat de aanslagen worden opgelegd. De raad wordt daarom voorgesteld de belastingplicht – net als vorige jaren – te leggen bij de gebruiker.
Beoogd effect en/of resultaat Het voorkomen van het opleggen van aanslagen aan niet beoogde personen/instanties.
1/8
0086138651
Argumenten 1.1 Er is sprake van een vergissing. In de Verordening 2020 werd bij artikel 3 het begrip eigenarendeel geïntroduceerd, hoewel dat begrip niet terugkeerde in de tarieventabel. Om deze discrepantie op te heffen, was het de bedoeling terug te keren naar de formulering uit 2019 en eerdere jaren. Daarbij is echter per ongeluk de verkeerde tekst gebruikt, waardoor – onbedoeld - de belastingplicht bij de eigenaar werd neergelegd i.p.v. de gebruiker. Deze (ingrijpende) wijziging is nooit beoogd, en ook niet als zodanig als keuze aan het college of de raad voorgelegd. Er is sprake van een vergissing, die weer ongedaan moet worden gemaakt. 1.2 Er verandert niets ten opzichte van vorige jaren. Door de fout te herstellen verandert er voor de belastingplichtigen niets ten opzichte van de situatie van 2020. De tarieven zijn ongewijzigd.
Kanttekeningen Hoewel dat niet gebruikelijk is bij belastingen, gaat deze verordening met terugwerkende kracht in. Dit gebeurt om – net als alle jaren – de verordening in te laten gaan vanaf 1 januari. De juridische risico’s zijn verwaarloosbaar, omdat er geen wijziging plaats vindt ten opzichte van de situatie van vorig jaar.
Middelen De aanpassing is niet van invloed op de geschatte inkomsten, omdat de tarieven gelijk zijn gebleven, en in de begroting ook nog werd uitgegaan van de inkomsten op grond van de oude systematiek (gebruiker als belastingplichtige).
Duurzaamheid n.v.t.
Evaluatie N.v.t.
Bijlagen 1. Voorgestelde wijzigingen Verordening Rioolheffing Opsterland 2021 2. Verordening Rioolheffing Opsterland 2021
Vertrouwelijke stukken ter inzage gelegd voor raadsleden n.v.t. Burgemeester en wethouders van de Gemeente Opsterland, De secretaris,
De burgemeester,
Marjan van der Weij
Ellen van Selm
Afdeling
: Dienstverlening & Concernzaken
Behandelend ambtenaar : Peter Stevens Telefoonnummer
: (0512) 386 232
Emailadres
: Peter.Stevens@opsterland.nl
2/8
0086138651
Raadsbesluit Raadsvergadering
: 1 februari 2021
Agendapunt
:
Onderwerp
: Herziene Verordening Rioolheffing Opsterland 2021
De raad van de Gemeente Opsterland, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d, 28 januari 2020
besluit: 1. de Verordening Rioolheffing Opsterland 2021 in te trekken en te vervangen door de Herziene verordening Rioolheffing Opsterland 2021. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 1 februari 2021. De plaatsvervangend griffier,
Piet Brouwer
De voorzitter,
Ellen van Selm
3/8
0086138651
Herziene Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Opsterland 2021 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater, oppervlaktewater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; b. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, oppervlaktewater of grondwater; c. perceel: een roerende of een onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan in de zin van artikel 4; d. Bewoning: gebruik van een perceel of pand voor de particuliere huisvesting van één (of meer) huishouden(s). Bedrijfsmatige huisvesting in complexen zoals bejaardentehuizen, kortverblijf- of zorgcentra, penitentiaire inrichtingen e.d. valt hier niet onder.
Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belastingen worden geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd 2. Met betrekking tot de belasting bedoeld in artikel 2 wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een eigendom – niet zijnde een gedeelte als bedoeld in artikel 5 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b.
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel 6 Maatstaf van heffing 1. Indien sprake is van een perceel dat in hoofdzaak voor bewoning wordt gebruikt, wordt de belasting geheven naar een vast bedrag per perceel. 2. De belasting voor gebruikers van een perceel dat niet in hoofdzaak voor bewoning wordt
4/8
0086138651
3. 4.
gebruikt, wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, oppervlaktewater en grondwater dat in het aan het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.
Artikel 7 Belastingtarieven 1. De belasting als bedoeld in artikel 2 worden geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op 5 eurocent of een veelvoud daarvan. Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting worden door middel van aanslag geheven. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en daar een ander perceel in gebruik neemt. 5.
Indien het perceel dat in hoofdzaak voor bewoning wordt gebruikt na het begin van het belastingjaar niet langer door meer dan één persoon wordt gebruikt, wordt ambtshalve vermindering verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na de wijziging van het aantal personen nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen als bedoeld in artikel 6 eerste lid worden betaald in één termijn, vervallende op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, in geval het totaalbedrag van de rioolheffing of van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing en andere heffingen meer dan € 75,00 bedraagt deze moet worden betaald in twee termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijn op de laatste dag van de maand drie maanden na de dagtekening. 3.
Indien voor de betaling van de verschuldigde belasting een machtiging voor automatische incasso is afgegeven, dienen voor de in het tweede lid genoemde twee termijnen tien maandelijkse termijnen te worden gelezen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening is vermeld en de volgende termijnen steeds één maand later. 4. De machtiging voor automatische incasso zoals genoemd in het derde lid, wordt geacht niet te zijn verleend indien gedurende de looptijd van de automatische incasso twee termijnen worden gestorneerd, dan wel de incassomachtiging door de belastingschuldige of de rekeninghouder tussentijds wordt ingetrokken. In dat geval treedt het tweede lid met onmiddellijke ingang in werking. 5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
5/8
0086138651 Artikel 12 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven van garageboxen die als zelfstandig gedeelte kunnen worden aangemerkt. Artikel 13 Kwijtschelding Bij de invordering van de belasting kan kwijtschelding worden verleend. Artikel 14 Hardheidsclausule De heffingsambtenaar kan de bepalingen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing van die bepalingen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard ten nadele van de belastingplichtige. Artikel 15 Nadere regels Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing. Artikel 16 Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel 1. De ‘Verordening rioolheffing Opsterland 2021’ van 7 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2021. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Herziene Verordening rioolheffing Opsterland 2021'. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 1 februari 2021 De plaatsvervangend griffier,
De voorzitter,
Piet Piet Brouwer Brouwer
Ellen van Selm
6/8
0086138651 TARIEVENTABEL Behorende bij de Herziene Verordening rioolheffing Opsterland 2021 I. Vast tarief a. Het vaste bedrag als bedoeld in artikel 6, lid 1, bedraagt per perceel, indien het perceel bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van € 248,40 de belastingplicht, door meer dan één persoon wordt gebruikt: b. Het vaste bedrag als bedoeld in artikel 6, lid 1, bedraagt per perceel, indien het perceel bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij aanvang van de € 184,70 belastingplicht, door één persoon wordt gebruikt: II. De belasting als bedoeld in artikel 6, lid 2, bedraagt per perceel: a. Als niet meer dan 100 m³ water wordt afgevoerd
€
168,80
b. Als meer dan 100 m³, maar ten hoogste 500 m³ water wordt afgevoerd
€
248,40
c. Als meer dan 500 m³, maar ten hoogste 1.000 m³ water wordt afgevoerd
€
327,20
d. Als meer dan 1.000 m³, maar ten hoogste 2.000 m³ water wordt afgevoerd
€
557,90
e. Als meer dan 2.000 m³, maar ten hoogste 5.000 m³ water wordt afgevoerd
€ 1.019,50
f.
Als meer dan 5.000 m³, maar ten hoogste 10.000 m³ water wordt afgevoerd
€ 1.789,50
g. Als meer dan 10.000 m³, maar ten hoogste 25.000 m³ water wordt afgevoerd
€ 3.942,20
h. Als meer dan 25.000 m³, maar ten hoogste 50.000 m³ water wordt afgevoerd
€ 7.479,60
i.
€ 12.401,10
Als meer dan 50.000 m³ water wordt afgevoerd
Behorende bij raadsbesluit van 1 februari 2021. De plaatsvervangend griffier van gemeente Opsterland,
Piet Brouwer
7/8
0086138651
Bijlage 1 Voorgestelde wijzigingen Verordening rioolheffing Opsterland 2021 Wijzigingen tekst: 3
Oude tekst 1. De belastingen worden geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een bebouwd perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 2. Ingeval het perceel een onroerende zaak is, wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Nieuwe tekst 1. De belastingen worden geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd 2. Met betrekking tot de belasting bedoeld in artikel 2 wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een eigendom – niet zijnde een gedeelte als bedoeld in artikel 5 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.
toelichting
8/8