Raadsvoorstel Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024
Tekst van het document
0086154758
RAADSVOORSTEL MET VERORDENING
Raadsvergadering
: 13 november 2023
Agendapunt
:
Onderwerp
: Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024
Portefeuillehouder
: Anko Postma
Beetsterzwaag, 12 september 2023
Voorstel 1. De “Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024” vast te stellen.
Inleiding Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Dit heeft gevolgen voor de Erfgoedverordening die in Opsterland in 2023 vastgesteld is. Met de komst van de Omgevingswet is de wetgever voornemens regels voor ruimtelijke ontwikkelingen te vereenvoudigen. Dit brengt enkele actualisaties van de Erfgoedverordening met zich mee. In de Erfgoedverordening staan regels en voorschriften met betrekking tot cultureel erfgoed, zowel voor monumenten, archeologie als het cultuurlandschap. De Erfgoedverordening heeft tot doel het beschermen van bouwwerken die de gemeente voor volgende generaties wil behouden. De regels over het aanwijzen van gemeentelijke monumenten, het instellen van een erfgoedregister en weigeringsgronden voor het afgeven van een omgevingsvergunning zijn opgenomen in de erfgoedverordening. De nieuwe verordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG, is beleidsarm en sluit aan bij de Omgevingswet. Deze aanpassingen konden in de erfgoedverordening die in 2023 vastgesteld is nog niet meegenomen worden, omdat deze pas gaan gelden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Gelet hierop wordt voorgesteld om de “Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024” vast te stellen.
Beoogd effect en/of resultaat Het hebben van een wettelijke basis voor de aanwijzing van gemeentelijke monumenten, het hebben van actuele gemeentelijke regelgeving op het vlak van cultureel erfgoed en een optimale bescherming van cultureel erfgoed en waardevolle archeologische gebieden.
Argumenten 1.1 Het vaststellen van de Erfgoedverordening voor wanneer de Omgevingswet in werking treedt is een wettelijke verplichting. Door het vaststellen van de verordening geeft uw raad uitvoering aan artikel 3.16 van de Erfgoedwet. De verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt. Dit en het intrekken van de huidige verordening is geregeld in de voorliggende verordening. 1.2 Minimale acties VNG Wij voldoen hiermee aan één van de door de VNG geformuleerde 'Minimale acties Omgevingswet'. Deze lijst met actiepunten geeft aan welke voorbereidingen de gemeente minimaal moet treffen voor de inwerkingtredingsdatum om te kunnen starten met werken volgens de Omgevingswet. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, moet de erfgoedverordening (technisch) zijn aangepast aan de Omgevingswet. Uiteindelijk moeten alle regels voor de fysieke leefomgeving onder de Omgevingswet in het gemeentelijke omgevingsplan opgenomen worden. Zie ook https://vng.nl/publicaties/minimale-acties-omgevingswet. 1.3 De nieuwe erfgoedverordening zorgt ervoor dat de gemeente meer handvatten krijgt bij het beschermen van cultureel erfgoed.
1/9
0086154758
Met de erfgoedverordening kan het gemeentebestuur gemeentelijke monumenten aanwijzen en de instandhouding ervan regelen. De bescherming van rijks- en gemeentelijke monumenten en de instandhouding van archeologisch waardevolle gebieden is eveneens in de verordening geregeld. Verder hebben de taken van de gemeentelijke adviescommissie hun grondslag in de erfgoedverordening. 1.4 Afstemming Er is in OWO-verband afstemming geweest over de erfgoedverordening en het bijbehorende raadsvoorstel. In Weststellingwerf is de erfgoedverordening in januari 2023 vastgesteld. In Ooststellingwerf is dat in juni 2023 gedaan. Deze zijn nagenoeg identiek aan de “Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024”. Tot slot wordt uw raad geadviseerd tot het vaststellen van de “Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024”.
Kanttekeningen Geen.
Middelen De inwerkingtreding van de erfgoedverordening heeft geen financiële consequenties.
SDG’s Met deze verordening wordt een bijdrage geleverd aan de duurzaamheid binnen de dorpen en aan het optimale gebruik van de openbare ruimte en fysieke leefomgeving (goal 11). Ook ontstaat er op die manier een coherent beleid voor duurzame ontwikkelingen (goal 17), waarin cultureel erfgoed een rol speelt.
Evaluatie Niet van toepassing.
Bijlagen 1. Toelichting Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024. 2. Brief VNG 3. Was-wordt tabel erfgoedverordening
Vertrouwelijke stukken ter inzage gelegd voor raadsleden Niet van toepassing Burgemeester en wethouders van de Gemeente Opsterland, De secretaris,
De burgemeester,
Sandra van ‘t Hooge
Lex Roolvink
Team
: Ontwikkeling Ruimtelijk domein
Behandelend ambtenaar : Aafke Bonnet-Bekkema Telefoonnummer
: 0512 386 222
Emailadres
: aafke.bekkema@opsterland.nl
2/9
0086154758
Besluit van de raad van de gemeente Opsterland tot vaststelling van de Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024 Raadsvergadering
: 13 november 2023
Agendapunt
:
Onderwerp
: Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024
De raad van de gemeente Opsterland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 september 2023, gelet op artikel 3.16 van de Erfgoedwet; besluit vast te stellen de volgende verordening:
Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024 § 1. Algemeen Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: - externe gemeentelijke adviescommissie: commissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet, genaamd ‘Gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân’; - gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid; - gemeentelijk beschermd dorps- of stadsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 18; - gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling bedoeld als in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid; - gemeentelijke dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden; - gemeentelijk erfgoedregister: een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register met aangewezen cultureel erfgoed; - gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in
het gemeentelijk erfgoedregister; - minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; - monumentencommissie: een externe adviescommissie van onafhankelijke deskundigen; - omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister 1.
Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen gemeentelijk
3/9
0086154758
2.
cultureel erfgoed, inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van der Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functieaanduiding rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht. c. gegevens over door burgemeester en wethouders van gedeputeerde staten ontvangen instructies als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument of provinciaal beschermd stads- en dorpsgezicht.
§ 2. Aanwijzing gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling Artikel 3. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als gemeentelijk beschermd cultuurgoed. 2. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als gemeentelijk beschermde verzameling. 3. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist. 4.
Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een gemeentelijk beschermd cultuurgoed of een gemeentelijk beschermde verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoedwet. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. door de minister beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, b. cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 6. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister. Artikel 4. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling 1. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, wijzigen of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2.
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als: a. door de minister beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of
4/9
0086154758
b. beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 3. Burgemeester en wethouders verwerken de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
§ 3. Aanwijzing gemeentelijk monument Artikel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument. 2. Het college kan, mits gemotiveerd, een object aanwijzen indien er sprake is van een bijzondere situatie. 3. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. 4. Burgemeester en wethouders kunnen alleen een monument aanwijzen als gemeentelijk monument met instemming van de eigenaar. Artikel 6. Voornemen tot aanwijzing 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2.
Voordat een monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar, met inachtneming van het bepaalde in de vigerende beleidsnotitie inzake gebouwd erfgoed. Artikel 7. Voorbescherming 1. De bescherming van paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is bekendgemaakt. 2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd. Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie 1. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, advies aan een externe adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Fryslân 2024. Van de adviescommissie maken geen deel uit leden van het gemeentebestuur. 2. De externe adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. Artikel 9. Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit 1. Op een aanvraag om aanwijzing dient te worden besloten binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag. 2.
De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument.
5/9
0086154758
Artikel 10. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving 1. De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister. Artikel 11. Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument 1. In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders ambtshalve een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 8 wordt in dat geval aan de gemeentelijke adviescommissie advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument. 2. Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26 weken of zoveel eerder als burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, eerste lid. 3. Paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat zakelijk gerechtigden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk monument. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing. Artikel 12. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument 1.
Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. 2. Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 3. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
§ 4. Bescherming gemeentelijk monument Artikel 13. Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. Artikel 14. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of b. alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft.
6/9
0086154758
c.
het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: 1˚. plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2˚. doen van begravingen of asbijzettingen, of 3˚. ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid. Artikel 15. (Vervallen.) Artikel 16. Weigeringsgronden 1. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.
§ 5. (Vervallen) Artikel 17. (Vervallen)
§ 6. Aanwijzing gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht Artikel 18. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, stads- of dorpsgezichten aanwijzen als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. 2. Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. 3. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid. 4. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. 5. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet vast. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 6. Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre het tijdelijk omgevingsplan als beschermend in de zin van het vorige lid kan worden aangemerkt. 7.
Dit artikel is niet van toepassing op een beschermd stads- of dorpsgezicht dat via instructies de functie-aanduiding rijksbeschermd of provinciaal beschermd stads- of dorpsgezicht heeft, of dat is aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 19. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 18, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 18, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van
7/9
0086154758
ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, of artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet. 3. Burgemeester en wethouders verwerken de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister. Artikel 20. Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning 1. Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen. 2. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 3. De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
§ 7. Handhaving en toezicht Artikel 21. Strafbepaling Degene die handelt in strijd met artikel 13 of met het bepaalde krachtens artikel 14, derde lid, van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. Artikel 22. Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college, dan wel de burgemeester, aan te wijzen personen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
§ 8. Vangnet archeologie Artikel 23. Vangnet archeologie 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij: a. voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend; b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart of de provinciale archeologische monumentenkaart en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring; c. de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of d. met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. 2.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.
8/9
0086154758
§ 9. Slotbepalingen Artikel 24. Overgangsrecht 1. Een krachtens Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2023 aangewezen en geregistreerd gemeentelijk monument, wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2. Aanvragen en bezwaren die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2023. Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, onder gelijktijdige intrekking van de Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2023, vastgesteld op 3 april 2023. Met dien verstande dat aanvragen om vergunningen die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 13 november 2023, De griffier,
De voorzitter,
Laura Meijer
Andries Bouwman
9/9