Raadsvoorstel en Verordening Hart voor de Jeugd 2024
Tekst van het document
0086164329
RAADSVOORSTEL MET VERORDENING
Raadsvergadering
: 11 december 2023
Agendapunt
:
Onderwerp
: Verordening Hart voor de Jeugd Opsterland 2024
Portefeuillehouder
: Libbe de Vries
Beetsterzwaag, 7 november 2023
Voorstel 1. De verordening Hart voor Jeugd Opsterland 2024 vast te stellen.
Inleiding De Jeugdwet schrijft voor dat de gemeenteraad per verordening regels opstelt over de uitvoering van de wet. In de verordening staan onder andere regels over de procedure van de toegang tot jeugdhulp en het persoonsgebonden budget (pgb). De huidige verordening is in werking getreden per 2020 en is als basis gebruikt voor de nieuwe verordening. Een directe aanleiding voor de herziening van de huidige verordening is de inkoop van specialistische jeugdhulp in 2024 en verder. Deze inkoop bevat een aantal veranderingen ten opzichte van het huidige aanbod en de huidige werkwijze en vergt daarom een aanpassing van de verordening. Het betreft hier onder andere begripsbepalingen, vormen van ondersteuning en overgangsrecht. Daarnaast is de procedure van de toegang tot jeugdhulp herzien, zodat deze beter aansluit bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de gewenste werkwijze. Tot slot zijn de regels omtrent het pgb aangescherpt en geactualiseerd. Wij hebben waar mogelijk de tekst aangepast naar heldere taal. Ook hebben wij intern en extern juridisch advies ingewonnen over de nieuwe verordening. Op basis van de verordening worden ook de beleidsregels aangepast. De beleidsregels geven aan de medewerkers van het gebiedsteam handvatten voor een goede uitvoering van hun taak. De beleidsregels worden, zodra deze door het college zijn vastgesteld, ter kennisname aan u aangeboden.
Beoogd effect en/of resultaat Met het vaststellen van de nieuwe verordening Hart voor de Jeugd Opsterland 2024 worden regels gesteld over het bieden van goede en toegankelijke jeugdhulp.
Argumenten 1. Er zijn nieuwe afspraken over de inkoop van specialistische jeugdhulp In de verordening moet worden omschreven wat het aanbod van jeugdhulp is. Dit aanbod verandert en wordt anders omschreven dan nu het geval is. In de nieuwe verordening Hart voor de Jeugd Opsterland 2024 zijn de nieuwe afspraken uit de inkoop van specialistische jeugdhulp verwerkt. 2. De procedure van de toegang tot jeugdhulp is herzien In de huidige verordening is sprake van een melding en aanvraag in het kader jeugdhulp. Deze werkwijze sluit aan bij de Wmo maar niet bij de Jeugdwet. De Jeugdwet kent geen melding. In de nieuwe verordening Hart voor de Jeugd Opsterland 2024 is helder omschreven wat we als aanvraag zien. Dit sluit beter aan bij zowel de Jeugdwet als de Awb en is ook geadviseerd door de externe jurist. In de praktijk leidt dit niet tot grote wijzigingen in de uitvoering. 3. Het pgb-beleid is aangescherpt en geactualiseerd De regels voor besteding van het pgb zijn uitgebreid. Zo houden we alvast rekening met de landelijke aanpassingen van de uitvoering van het pgb door de Sociale Verzekeringsbank. Hiervoor is vereist dat gemeenten de regels voor besteding vastleggen. Ook is de uitleg over de
1 / 14
0086164329
wijze waarop de hoogte van het pgb wordt bepaald geactualiseerd. We blijven de Wmo-tarieven voor pgb volgen voor het formele tarief. Er is gebleken dat de jeugdige en diens ouders hiermee passende hulp in kunnen kopen. Ook biedt dit bij begeleiding een naadloze overgang naar de Wmo wanneer de jeugdige 18 jaar wordt en nog steeds hulp nodig heeft. Voor het informele tarief volgen we de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 augustus 2023.
Kanttekeningen 1. Voor de pgb-tarieven ‘formele hulp’ volgen we de Wmo-tarieven in plaats van de zorg in natura Jeugd tarieven per profiel voor de gecontracteerde jeugdhulp. Het voordeel van het volgen van de zorg in natura (ZIN) tarieven Jeugd zou zijn dat er een koppeling is met de profielen van specialistische jeugdhulp. Echter, in de tarieven van de profielen zijn onderdelen meegerekend die niet aan de orde zijn bij een pgb, zoals overheadkosten. Ook bij een percentage van 80% van de ZIN Jeugd tarieven zouden de tarieven fors hoger zijn dan onze huidige pgb Jeugd-tarieven. Daarom is aansluiting gezocht bij onze huidige werkwijze, wetende dat hiermee passende hulp ingekocht kan worden door de jeugdige en diens ouders. 2. Voor de pgb-tarieven ‘informele hulp’ volgen we de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de hoogte van het pgb-uurtarief voor informele hulp minimaal de hoogte moet hebben van het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao van Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. In de wet staat dat de tarieven voor pgb 'toereikend' moeten zijn. Het pgb-budget moet dus hoog genoeg zijn om de ondersteuning in te kopen die de gemeente heeft toegekend.
Als we de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep niet zouden volgen, zou gevaar kunnen dreigen dat het pgb budget niet toereikend is om dit te kunnen doen. Daarom is gekozen om deze uitspraak te volgen. Dit betekent wel een kostenstijging voor de gemeente, omdat de huidige pgbtarieven voor informele hulp nu lager liggen. 3. Het is niet mogelijk een gerichte doorrekening te maken van de financiële consequenties van de inkoop op basis van de huidige indicaties Voor de nieuwe inkoop van jeugdhulp heeft kostprijsonderzoek plaatsgevonden en op basis hiervan zijn tarieven vastgesteld. Vanaf 2024 is er sprake van andere profielen en bijbehorende trajectprijzen. Hierdoor is het niet mogelijk om een gerichte doorrekening te maken van de financiële consequenties van de inkoop op basis van de huidige indicaties. Zodoende is het onduidelijk welke financiële gevolgen deze veranderingen hebben voor onze begroting en uitgaven. Via de reguliere P&C-cyclus wordt de raad op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. 4. De zogenaamde ‘scope’ van de ingekochte jeugdhulp is aangepast De zogenaamde ‘scope’ van de ingekochte jeugdhulp is aangepast. Niet al het huidige gecontracteerde aanbod van specialistische jeugdhulp is per 1 januari 2024 nog steeds gecontracteerd. Dit betekent niet dat al deze hulp niet meer zal worden ingezet, maar het zal op een andere (meer lokale) manier gebeuren.
Ook de financiële consequenties van deze verandering en verschuiving in het ‘zorglandschap’ zijn nog niet duidelijk. Via de reguliere P&Ccyclus wordt de raad op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.
Middelen De exacte financiële gevolgen zijn nog niet duidelijk. De oorzaken van de kostenstijgingen staan toegelicht bij de kanttekeningen. De stijging van de kosten voor pgb informele hulp worden op basis van de volumes van 2023 ingeschat op € 140.000. Bij de eerstvolgende tussentijdse rapportage 2024 wordt op basis van de ontwikkelingen in het voorjaar van 2024 een schatting gemaakt van het benodigde budget voor Jeugdhulp. In deze schatting worden dan alle aanpassingen in de tarieven Jeugdhulp Zorg in Natura en pgb meegenomen.
2 / 14
0086164329
SDG’s Het voorstel draagt bij aan de Global Goal ‘Gezondheidszorg voor iedereen’. We verwachten met de nieuwe verordening passende regels te hebben gesteld voor de uitvoering van de Jeugdwet zodat goede en toegankelijke jeugdhulp kan worden geboden. Hiermee dragen we bij aan een inclusieve samenleving.
Evaluatie De toepasbaarheid en actualiteit van de verordening worden continu gemonitord en wanneer de situatie daarom vraagt zal de verordening opnieuw worden aangepast.
Bijlagen 1. Advies Adviesraad Sociaal Domein 2. Bestuurlijke reactie advies Adviesraad Sociaal Domein 3. Was-wordt lijst Verordening Hart voor de Jeugd
Vertrouwelijke stukken ter inzage gelegd voor raadsleden Niet van toepassing. Burgemeester en wethouders van de Gemeente Opsterland, De secretaris,
De burgemeester,
Sandra van 't Hooge
Andries Bouwman
Team
: Ontwikkeling Sociaal Domein
Behandelend ambtenaar : Gemma Sannes Telefoonnummer
: 06-46043583
Emailadres
: Gemma.sannes@Opsterland.nl
3 / 14
0086164329
Ontwerp verordening Raadsvergadering
: 11 december 2023
Agendapunt
:
Onderwerp
: Verordening Hart voor de Jeugd Opsterland 2024
Verordening Hart voor de Jeugd Opsterland 2024 De raad van de gemeente Opsterland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2023; met het oog op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet; overwegende dat: •
de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft ondergebracht;
•
het uitgangspunt daarbij is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen eerst bij de ouder(s) en de jeugdige zelf ligt;
•
de jeugdhulp zo kort mogelijk duurt, zo licht mogelijk en zo dichtbij mogelijk is, wat past bij de hulpvraag;
•
het noodzakelijk is om regels vast te stellen over: -
de individuele voorzieningen en algemene voorzieningen die het college kan toekennen; de voorwaarden voor toekenning en de manier van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening; de manier waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen; de manier waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld en de voorwaarden waaronder iemand een persoonsgebonden budget krijgt; het voorkomen van misbruik van de wet of dat er onterecht een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget wordt ontvangen; een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan.
4 / 14
0086164329
besluit: vast te stellen de Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Opsterland 2024 Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -
-
-
-
-
-
-
-
-
algemene voorziening: aanbod van activiteiten dat, zonder onderzoek vooraf naar de behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden van de jeugdige, toegankelijk is. andere voorziening: voorziening anders dan in de wet omschreven, op het gebied van zorg, (passend) onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, kinderopvang of werk en inkomen, wel of niet vrij toegankelijk. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland. eigen kracht: mate waarin de jeugdige en de ouder(s), eventueel samen met het sociaal netwerk van de jeugdige en de ouder(s), zelf of samen het aanvaardbare niveau van een veilige ontwikkeling kunnen bereiken of behouden. formele hulp: formele ondersteuning die wordt geboden door een persoon, als bedoeld in artikel 11, tweede lid onderdeel a van deze verordening. gebiedsteam: onder verantwoordelijkheid van het college werkzaam team van medewerkers belast met - onder andere - de uitvoering van de wet. gebruikelijke hulp: normale, dagelijkse zorg die naar algemeen erkende opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouder(s), inwonende kinderen of andere huisgenoten.
hulpvraag: vraag van een jeugdige of de ouder(s) over zorg en ondersteuning op de terreinen wonen, welzijn, zorg, werk & inkomen en jeugd & gezin, waarbij een behoefte van een jeugdige of de ouder(s) aan jeugdhulp kan zijn in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet. individuele voorziening: op de jeugdige of de ouder(s) afgestemde voorziening die pas na onderzoek kan worden verstrekt als bedoeld in artikel 3, tweede lid van deze verordening. informele hulp: informele ondersteuning die wordt gegeven door een persoon, als bedoeld in artikel 11, tweede lid onderdeel b en c van deze verordening. intensiteit: zwaarte van de behandeling, begeleiding of ondersteuning. ondersteuningsplan: verslaglegging van het gesprek als onderdeel van het onderzoek naar de behoefte aan jeugdhulp. ondersteuningsprofiel: algemeen profiel binnen specialistische jeugdhulp die de ondersteuningsbehoefte weergeeft. ouder(s): gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder als bedoeld in artikel 1.1 van de wet. persoonsgebonden budget (pgb): budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet.
pgb-plan: een document waarin door de pgb-aanvrager is beschreven hoe hij of zij de zorg, hulp of begeleiding wil gaan regelen, als bedoeld in artikel 11 eerste lid van deze verordening. pleegouder: persoon die een jeugdige die niet zijn kind of stiefkind is, als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt en daartoe een pleegcontract heeft gesloten met een pleegzorgaanbieder als bedoeld in artikel 1.1 van de wet. wet: de Jeugdwet.
5 / 14
0086164329
-
Zorg in Natura (ZIN): een individuele voorziening als bedoeld in artikel 3, tweede lid van deze verordening, die wordt verleend door een aanbieder waarmee de gemeente afspraken heeft gemaakt.
2. Alle begrippen, die in deze verordening worden gebruikt en die niet verder worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Besluit Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Artikel 2. Criteria Individuele voorziening 1. Wanneer sprake is van opgroei- of opvoedingsproblematiek die een bedreiging kan vormen voor een veilige cognitieve, sociale, emotionele of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige kan een individuele voorziening worden toegekend. Bij het bepalen van de mate van de opgroei- of opvoedingsproblematiek wordt gebruik gemaakt van het ordeningsprincipe Kind in Fryslân. 2. Jeugdigen en ouder(s) komen alleen in aanmerking voor een individuele voorziening als zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: a. binnen hun eigen mogelijkheden en hun probleemoplossende vermogens, waaronder in ieder geval wordt verstaan gebruikelijke hulp of hulp van andere personen uit het sociale netwerk; b. door gebruik te maken van een algemene voorziening; c.
door gebruik te maken van een andere voorziening;
d. door gebruik te maken van een aanvullende verzekering die ouder(s) hiervoor hebben afgesloten. 3. Of sprake is van gebruikelijke hulp wordt beoordeeld volgens de richtlijn ‘Gebruikelijke hulp’ zoals opgenomen in de beleidsregels Hart voor de jeugd 2024 van de gemeente Opsterland. 4. De jeugdige en de ouder(s) kunnen in aanmerking komen voor een voorziening voor de kosten voor jeugdhulp die door de jeugdige of de ouder(s) zijn gemaakt drie maanden voorafgaand aan de aanvraag, als: a. op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet; b. het college de noodzaak en geschiktheid van de voorziening en de gemaakte kosten voor zover achteraf nog kan beoordelen, en; c.
de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.
Artikel 3. Vormen van ondersteuning 1. De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar: a. preventieve jeugdhulp via de gebiedsteams en de publieke jeugdgezondheidszorg; b. basisvoorzieningen via het jongerenwerk;
6 / 14
0086164329
c.
opgroei- en opvoedondersteuning.
2. De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar: a. Dyslexiezorg: Ondersteuning voor jeugdigen met (een vermoeden van) ernstige dyslexie (ED). b. Pleegzorg: Pleegzorg is ondersteuning voor jeugdigen die (tijdelijk of blijvend) niet thuis kunnen wonen. c. Woonvoorziening: Woonvormen voor jeugdigen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen, waar jeugdigen kunnen opgroeien en opvoedondersteuning ontvangen. d. Specialistische jeugdhulp: Ondersteuning voor jeugdigen met ontwikkelings- en gedragsproblemen. e. Hoogspecialistische jeugdhulp: Zeer complexe, intensieve (niet zijnde ambulante) specialistische jeugdhulp, soms gedwongen, waarbij een klinische vangnetsetting (Jeugdzorg Plus) of, een Driemilieuvoorziening (of vergelijkbare intramurale voorziening) noodzakelijk is. f. Crisishulp Is een vorm van ondersteuning die directe inzet vraagt om de veiligheid van de jeugdige en ouder(s) te garanderen. 3. Het college stelt bij nadere regeling ondersteuningsprofielen en intensiteiten vast. Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de huisarts, de rechtbank, een gecertificeerde instelling, medisch specialist of jeugdarts 1. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als de genoemde verwijzer van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2.
Als de jeugdige of de ouder(s) dit verzoeken, legt het college de individuele voorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 10 van deze verordening. 3. Als naar een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder wordt verwezen, is voor de start van de jeugdhulp toestemming van het college verplicht. Artikel 5. Toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Jeugdigen, de ouder(s) of andere belanghebbenden kunnen een hulpvraag stellen aan het gebiedsteam. Het gebiedsteam bekijkt of de hulpvraag direct is te beantwoorden of dat een gesprek met de jeugdige en de ouder(s) nodig is. Het gebiedsteam ondersteunt de jeugdigen, de ouder(s) of andere belanghebbenden bij het verkennen van de hulpvraag. Indien noodzakelijk kan de hulpvraag van de jeugdige en de ouder(s) leiden tot een aanvraag om een individuele voorziening op het gebied van Jeugdhulp.
7 / 14
0086164329
2. In spoedeisende gevallen zorgt het college zo spoedig mogelijk voor passende tijdelijke ondersteuning of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp zoals bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. Artikel 6. Vooronderzoek toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Het college verzamelt in overleg met de jeugdige of de ouder(s) de gegevens die nodig zijn over de jeugdige en de situatie en maakt zo snel mogelijk een afspraak voor een gesprek als onderdeel van het onderzoek naar de behoefte aan jeugdhulp. 2. Voorafgaand aan het gesprek geven de jeugdige of de ouder(s) aan het college alle overige gegevens en stukken die volgens het college voor het onderzoek nodig zijn. De jeugdige en de ouder(s) laten in ieder geval een identificatiedocument zien als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. 3. Het college kan in overleg met de jeugdige of de ouder(s) van het vooronderzoek afzien. Artikel 7. Onderzoek toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Als bij het college een aanvraag wordt gedaan voor een individuele voorziening, voert het college in overleg met de jeugdige of de ouder(s) een onderzoek uit. Dit wordt gedaan met of namens de persoon die de aanvraag heeft gedaan. 2.
Het college onderzoekt met de jeugdige of de ouder(s); a) de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem van de hulpvraag; b) het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; c) de mogelijkheden van de jeugdige of de ouder(s) om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; d) de mogelijkheden van gebruikelijke hulp; e) de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; f) de mogelijkheden om preventieve jeugdhulp te verlenen door gebruik te maken van een algemene voorziening; g) de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; h) de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening kan worden afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; i) hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienst, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en de ouder(s), en; j) de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of de ouder(s) in begrijpelijke bewoording worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 3.
Als de jeugdige en de ouder(s) een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, bekijkt het college dat bij het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 7 eerste lid van deze verordening.
8 / 14
0086164329
4. Het college informeert de jeugdige of de ouder(s) over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgstappen. 5. Het college kan in overleg met de jeugdige of de ouder(s) afzien van een gesprek. Artikel 8. Ondersteuningsplan toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 7 van deze verordening. 2. Het college geeft aan de jeugdige of de ouder(s) een ondersteuningsplan van de uitkomsten van het onderzoek, behalve als ze dit niet wensen. 3. Het college voegt opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of de ouder(s) aan het ondersteuningsplan toe. Artikel 9. Aanvraag toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Jeugdige of diens ouder(s) kunnen met een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier een aanvraag doen voor een individuele voorziening. 2. Het college ziet een ondertekend ondersteuningsplan als aanvraag als dit door de jeugdigen of de ouder(s) wordt aangegeven. Artikel 10. Beschikking toegang jeugdhulp via de gemeente 1. In de beschikking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt. 2. In de beschikking van een individuele voorziening worden de gemaakte afspraken met de jeugdige of de ouder(s) vastgelegd. 3.
Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke vorm van jeugdhulp wordt verstrekt en waar de vorm van jeugdhulp op is gebaseerd; b. indien sprake is van pleegzorg of specialistische jeugdhulp, welk ondersteuningsprofiel en welke intensiteit; c. wat de bedoelde resultaten zijn en op welke termijn deze behaald moeten worden; d. welke zorgaanbieder de zorg/hulp gaat verlenen; e. wat de ingangsdatum en de duur van de beschikking is; f. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn, en; g. dat tussentijdse evaluatie kan leiden tot aanpassing van de beschikking. 4. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welke vorm van jeugdhulp een pgb wordt verstrekt en waar de vorm van jeugdhulp op is afgestemd; b. wat de bedoelde resultaten zijn en op welke termijn deze behaald moeten worden; c. wat de ingangsdatum en de duur van de beschikking is;
9 / 14
0086164329
d. e. f. g.
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; wat de hoogte van het pgb is en op welke gronden dit bedrag is bepaald; op welke andere voorzieningen mogelijk aanspraak bestaat, en; dat tussentijdse evaluatie kan leiden tot aanpassing van de beschikking.
Artikel 11. Regels voor pgb 1. Een pgb wordt verstrekt door het college op basis van een pgb-plan waarin minimaal de volgende onderdelen zijn benoemd: a. een probleemanalyse; b. de motivatie door jeugdige of de ouder(s) waarom een individuele voorziening in de vorm van ZIN niet past; c. eigen kracht bij eigen inzet van de ouder(s) en het netwerk of de familie; d. de bedoelde resultaten van de hulpverlening en ondersteuning; e. waar en hoe de budgethouder de hulp en ondersteuning zal inkopen; f. hoe de kwaliteit van de hulp en ondersteuning verzekerd is; g. de verwachte dan wel gewenste omvang en duur van de ondersteuning, en; h. een begroting. 2. In het kader van pgb maakt het college onderscheid tussen formele en informele hulp: a.
Van formele hulp is sprake als de hulp wordt verleend door: I.
personen die werkzaam zijn bij een instelling en die voor het uitvoeren van de pgb taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die relevante diploma’s hebben die nodig zijn voor het doen van hun taken, of;
II.
personen die een Zelfstandige zonder personeel zijn. Daarnaast moeten ze voor het uitvoeren van de pgb taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor het uitoefenen van de taken, of;
III.
personen die ingeschreven staan in het register, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIGregister) of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet voor het uitvoeren van jeugdhulp.
b. Als de jeugdhulp geboden wordt door het sociaal netwerk van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. c.
Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in artikel 11 het tweede lid onderdeel a van deze verordening, is sprake van informele hulp. Dit geldt ook voor een beroepskracht die niet voldoet aan de gestelde eisen.
3. Het college verstrekt geen pgb informele hulp voor: -
een GGZ- behandeling; specifieke begeleiding; zware dagondersteuning of wonen;
10 / 14
0086164329
-
crisishulp (spoedeisende jeugdhulp); pleegzorg; jeugdbescherming en jeugdreclassering.
4. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen. 5. De hoogte van het pgb-tarief: a. is afgestemd op een door de jeugdige of de ouder(s) opgesteld pgb-plan over hoe zij het pgb gaan besteden; b. is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen. 6. De volgende vormen van pgb zijn beschikbaar: - Begeleiding (inclusief persoonlijke verzorging); - Specialistische begeleiding; - Dagbesteding; - Logeren; - Vervoer. 7. De tarieven voor het pgb jeugd voor formele hulp zijn gebaseerd op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) pgb-tarieven, dit is 90% van de ZIN tarieven (Wmo). Deze worden jaarlijks vastgesteld door het college. De tarieven zijn berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatieve goede diensten en zorg in te kopen. 8. Het pgb-tarief voor informele ondersteuning bedraagt maximaal het uurloon van de passende loonschaal uit de geldende CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) (hoogste periodiek, inclusief vakantietoeslag en tegenwaarde van verlofuren). 9. Het pgb-tarief bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in deze situatie goedkoopste individuele voorziening op basis van ZIN van de gemeente Opsterland. 10. Het pgb-budget is niet bedoeld voor de volgende kosten: a. b. c. d. e.
kosten voor bemiddeling, coördinatie, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor de uitvoering van taken die horen bij budgetbeheer; reiskosten van de hulpverlener; bijkomende zorgkosten zoals opleiding, maaltijden en entreegelden; kosten ten behoeve van een feestdaguitkering en een eenmalige uitkering.
11. In afwijking van artikel 11 het tiende lid onderdeel c van deze verordening kan een deel van het pgb-budget worden aangewend voor reiskosten. Dit is slechts mogelijk met toestemming van het college en als dit niet ten koste gaat van het budget wat noodzakelijk is voor de jeugdhulp zelf. 12. Als een budgethouder vaste afspraken heeft met een zorgverlener of zorginstelling, kan een betaling van een vast bedrag per maand worden afgesproken. 13. Het college mag een pgb weigeren als het pgb wordt beheerd door dezelfde persoon als wie de hulp gaat bieden.
11 / 14
0086164329
14. Onverminderd artikel 8.1.1, van de wet geeft het college geen pgb uit voor zover de aanvraag gaat over kosten die de jeugdige of de ouder(s) voor het indienen van de aanvraag hebben gemaakt. Artikel 12. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Volgens artikel 8.1.2 van de wet geven de jeugdige of de ouder(s) op verzoek of uit eigen beweging aan het college alle feiten en omstandigheden die belangrijk zijn en kunnen leiden, tot het opnieuw beoordelen van een beslissing over een individuele voorziening. 2. Volgens artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing over een individuele voorziening herzien, intrekken, wijzigen of beëindigen als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of de ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben gegeven en dit tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of de ouder(s) niet langer de individuele voorziening of het pgb nodig hebben; c.
de individuele voorziening of het pgb niet meer voldoende is;
d. de jeugdige of de ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of; e. de jeugdige of de ouder(s) de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onderdeel a van deze verordening, heeft ingetrokken omdat onjuiste of onvolledige gegevens zijn gegeven, wordt door het college geheel of gedeeltelijk het geld van de individuele voorziening of het pgb teruggevorderd. Artikel 13. Bestrijding oneigenlijk gebruik en misbruik 1. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. 2. Het college kan nadere regels vaststellen over de bevoegdheden van de toezichthouder. Artikel 14. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het gebruikt voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: 1. de aard en omvang van de te verrichten taken; 2.
de voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; 3. een redelijke toeslag voor overheadkosten;
12 / 14
0086164329
4. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; 5. kosten voor bijscholing van het personeel; 6. het Friese kwaliteitskader Jeugdhulp zoals vastgesteld door de Friese gemeenten. Artikel 15. Inspraak en medezeggenschap Het college betrekt de jeugdige en de ouder(s) van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid over de jeugdhulp volgens de in artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels. Artikel 16. Vertrouwenspersoon en cliëntondersteuning 1. Het college wijst jeugdigen en ouder(s) erop dat zij zich kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen en ouder(s) erop dat zij gebruik kunnen maken van kosteloze cliëntondersteuning. Artikel 17. Klachtregeling Het college gebruikt voor de afhandeling van klachten van jeugdigen en ouder(s) die gaan over jeugdhulpvragen en aanvragen zoals bedoeld in deze verordening, de algemene klachtenregeling gemeente Opsterland. Artikel 18. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van de jeugdige of de ouder(s) afwijken van de regels in deze verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 19. Overgangsrecht, intrekking oude verordening en algemene bepalingen 1.
Een besluit op een aanvraag wordt genomen op basis van de op de datum van het besluit geldende verordening. 2. Jeugdigen en ouder(s) houden hun recht op de lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening Hart voor de Jeugd 2018, tot de einddatum van de beschikking, tenzij het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3. In afwijking van artikel 19 lid 2 van deze verordening worden beschikkingen van jeugdigen voor specialistische jeugdhulp, of een verblijfscomponent, die doorlopen na 1 juli 2024 in 2024 herbeoordeeld volgens de voor 2024 geldende verordening en beleidsregels, zodat kan worden bepaald welke vorm van ondersteuning het meest passend is. 4. In de gevallen waarin de uitvoering van deze verordening en de hierop afgestemde regels niet voorzien, beslist het college. 5. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening Hart voor de Jeugd 2018 wordt beslist volgens die verordening.
13 / 14
0086164329
6. Het college is bevoegd voor de uitvoering van deze verordening nadere regels te stellen. 7. Bij een Jeugdhulpvoorziening met een startdatum vóór 1 januari 2024 wijzigt het pgb-tarief niet voor de duur van de jeugdhulpvoorziening waarvoor het pgb is bedoeld. Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. 2. De Verordening Hart voor de Jeugd 2020 wordt ingetrokken. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Opsterland 2024.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2023. de griffier, de voorzitter
14 / 14