OUDE VERSIE Bijlage 2 Eindverslag van inspraak Omgevingsvisie Opsterland.pdf
Tekst van het document
Eindverslag van inspraak Omgevingsvisie Opsterland 1. Participatie De Omgevingsvisie Opsterland is gebaseerd op de Omgevingsvisie Opsterland 2015-2030 en bestaande beleidsstukken. Voor deze stukken geldt dat afzonderlijk participatie bij de totstandkoming heeft plaatsgevonden. Daarom is niet gekozen voor een uitgebreid aanvullend participatieproces. Er heeft echter wel participatie plaatsgevonden. Allereerst hebben wij op basis van het voornoemde een concepttekst opgesteld. Rondom deze concepttekst is ‘De week van de participatie’ georganiseerd, van 9 tot 23 mei 2022. We hebben de inwoners via de gebruikelijke kanalen (SA!, sociale media) op de hoogte gesteld van deze week. De concepttekst heeft tijdens deze periode als pdf op de gemeentewebsite gestaan. Daarnaast is de tekst verkort en interactief naar een digitale omgeving vertaalt, die voor iedereen in die periode raadpleegbaar was. In die omgeving zijn aan deze bezoekers vragen gesteld over wat zij belangrijk vinden in de omgevingsvisie. Er is één inloopbijeenkomst gehouden, op 18 mei. Daarbij is de visie in de vorm van informatieborden in beeld gebracht. Op deze borden konden bezoekers een reactie achterlaten en ook kon men in gesprek met beleidsambtenaren. Een aantal belanghebbende partijen heeft een schriftelijke reactie ingestuurd. Deze reacties zijn meegenomen in de zienswijzenprocedure.
De ingekomen reacties waren ook aanleiding om met een aantal partijen een verdiepend gesprek te houden. Dit gesprek heeft op 29 september 2022 plaatsgevonden en heeft een dieper inzicht gegeven in met name de opgaven Energietransitie, Landbouw met toekomst en Biodiversiteit. Alle informatie die tijdens het participatie proces is binnengekomen, heeft bijgedragen aan het opstellen van de Ontwerp omgevingsvisie. Omdat de definitieve versie van de omgevingsvisie de vorm van een website krijgt, is de Ontwerp omgevingsvisie, naast een pdf tekst, ook in de vorm van een website openbaar gemaakt. 2. Inspraak De periode waarin zienswijzen konden worden ingediend, duurde 6 weken, van 9 januari tot en met 20 februari 2023. Deze periode is via de gebruikelijke communicatiekanalen bekend gemaakt: op de gemeentepagina van huis-aan-huisblad SA, de gemeentelijke website en op ruimtelijkeplannen.nl. Per email is aan relevante partijen en belangenbehartigende organisaties bericht gestuurd met het verzoek om zo gewenst te reageren. Tot slot is met een interview met wethouder Postma in de SA! op 8 februari opnieuw aandacht gevraagd voor de ter inzagelegging van de Ontwerp Omgevingsvisie. Er zijn 16 zienswijzen ingediend. Onze reactie hierop leest u hieronder bij punt 4.
Alle indieners van zienswijzen hebben deze reactie ter informatie ontvangen met daarbij informatie over hoe het besluitvormingsproces verloopt. Hierbij is ook aangegeven dat inwoners tijdens de behandeling van de Omgevingsvisie in de gemeenteraad gebruik kunnen maken van hun spreekrecht. De omgevingsvisie is niet vatbaar voor bezwaar en beroep. 3. Uitgangspunten bij het opstellen van onze reactie op inspraak Bij het beantwoorden van de inspraakreacties hebben wij een aantal uitgangspunten gehanteerd. Deze lichten wij hieronder toe. De omgevingsvisie is een richtinggevende visie op hoofdlijnen die zijn gebaseerd op de Omgevingsvisie 2015 en bestaande beleidsuitgangspunten. Inhoudelijke verdieping, toelichting of uitwerking wordt gevonden in beleidsplannen (bestaand of nog op te stellen) of nog uit te werken instrumenten onder de Omgevingswet, zoals het omgevingsplan of programma’s. Daar wordt in onze reactie dan ook naar verwezen. De omgevingsvisie gaat over de waardering en wenselijkheid van ontwikkelingsrichtingen. En benoemt daarbij intenties waar we naar streven. We gaan daarbij uit van het ‘ja, mits’ principe. We zien de visie als een uitnodigend document dat richting en sturing geeft aan initiatieven en plannen. Daarbij zoeken we naar een evenwicht tussen kaders en ontwikkelingsmogelijkheden en streven we naar een integrale afweging van opgaven en leidende thema’s.
Bij tegengestelde belangen zoeken we daarin naar verbinding, synergie en kansen.
1
4. Antwoord op inspraakreacties
Nr.
Indiener
Inspraakreactie
Gemeentelijke reactie
Verwerking
1
Brandweer Fryslân
Ziet graag dat onderwerp Veiligheid wordt meegenomen in Opgave 3 Bevorderen Energietransitie. Nieuwe energiebronnen kunnen veiligheidsrisico’s met zich meebrengen voor omgeving en ook voor eigen personeel bij repressief optreden. Gevraagd wordt om bij dergelijke initiatieven vanuit de adviesrol op voorhand te worden betrokken.
Dat veiligheid een belangrijk thema vormt bij nieuwe ontwikkelingen wordt onderschreven. De veiligheidsregio (Brandweer) wordt als adviseur betrokken bij de beoordeling van fysieke veiligheidsrisico’s van nieuwe ontwikkelingen. De tekst van de Omgevingsvisie wordt hierop aangevuld
2
Cumela Nederland
Indiener vraagt bijzondere aandacht voor thema's die erkend of betrokken dienen te worden in de visie (en bij de verdere uitwerking van instrumenten in het kader van de Omgevingswet). Indiener benadrukt dat het belangrijk is om het bestaansrecht van de (lid-)bedrijven - in het buitengebied - te erkennen en om qua omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen welke voor de bedrijven relevant zijn inzake de fysieke leefomgeving. Indiener verzoekt daarom om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de Omgevingsvisie
De mogelijkheden voor de ontwikkeling of uitbreiding van bestaande bedrijfslocaties en de nieuwvestiging van bedrijven in het buitengebied zijn op dit moment in de verschillende bestemmingsplannen geregeld. In het bestemmingsplan Buitengebied is bij een bedrijfsbestemming bij recht de mogelijkheid 60% van het bouwperceel te bebouwen. Daarnaast bestaat er een mogelijkheid dat college via een afwijking een uitbreiding van 20% toe kan staan. Wanneer een nieuw initiatief voor nieuwvestiging of uitbreiding van een bedrijf zich aandient en deze past niet binnen de bovengenoemde bepalingen uit het bestemmingsplan dan bekijken wij de mogelijkheden van dit initiatief. Bij de afweging van het initiatief worden de doelen, leidende principes en de opgaven van de Omgevingsvisie betrokken.
De tekst onder Opgave 3 wordt aangevuld aansluitend op punt 5 pagina 17: “Bij de uitwerking van plannen vormt veiligheid een belangrijk thema waarbij de Veiligheidsregio als adviseur wordt betrokken.” Geen aanpassing nodig.
2
3
Inwoner gemeente (per mail)
vermelde ambities. In de brief wordt dit verzoek met een aantal redenen onderbouwd: - Gezien de omvang van de activiteiten, deels agrarisch maar ook aanverwant niet-agrarisch, het materieel en materiaal dat wordt toegepast en de ligging ten aanzien van de opdrachtgevers (veelal in het buitengebied) is de ligging van de bedrijfslocaties in het buitengebied essentieel. - In de visie wordt ruimte gegeven aan de landbouw om zich duurzaam te ontwikkelen. Dit kan en gaat niet zonder de inbreng en participatie van de bij de brancheorganisatie aangesloten bedrijven. Zij zorgen voor een groot deel van het agrarische beheer en productie van de landbouwgronden. Daarnaast dragen de bedrijven zorg voor de aanleg, het onderhoud en het beheer van de overige gronden binnen de gemeente. - Door agrarisch en aanverwante niet-agrarische bedrijven niet naar een industrieterrein te verplaatsen worden mogelijke hinderlijke situaties voorkomen. Ontsluitingswegen nabij een industrieterrein zijn vaak niet op de machines berekend en het werk is meestal in het buitengebied. Zo worden onnodige verkeersbewegingen voorkomen (hetgeen bijdraagt aan de ambitie in de visie inzake 'goede toegankelijkheid en veiligheid'). Indiener vraagt aandacht voor uitvoering en realisatie, ook van initiatieven van de Mienskip. en overzicht van hetgeen is gerealiseerd sinds visie 2015.
Daarbij kan worden vermeld dat na inwerking treden van de Omgevingswet deze uitgangspunten bij het opstellen van een nieuw Omgevingsplan worden heroverwogen en zo nodig aangepast.
De geactualiseerde Omgevingsvisie is in opdracht van de gemeenteraad, door de gemeentelijke organisatie opgesteld.
3
4
Rijksdienst Cultureel Erfgoed
Daarbij wordt gevraagd naar de opsteller van de visie.
De wijze waarop gemeente en de Mienskip samenwerken is afhankelijk van de aard van het initiatief en hetgeen we met elkaar hierover verder afspreken. De Omgevingsvisie gaat niet zozeer over de manier van samenwerken, maar veel meer over de waardering en wenselijkheid van mogelijke ontwikkelrichtingen. Een lijst met concrete opbrengsten uit de visie van 2015 is niet te geven: een Omgevingsvisie is een richtinggevend stuk, concrete casuïstiek zoals inspreker voorstelt, is niet toe te schrijven naar een visiedocument.
Indiener waardeert de compactheid van de visie en de koppeling met de Global Goals (Sustainable Development Goals SDG). Daarbij wordt gewezen op dat Erfgoed niet alleen bijdraagt aan SDG 11 Duurzame steden maar in feite aan meerdere SDG’s .
We hebben de SDG’s opnieuw onder de loep gehouden. In SDG 8, SDG 15, SDG 16 en SDG 17 zien we een duidelijke relatie met onze omgevingsvisie. Deze zullen we toevoegen. SDG 4 nemen we echter niet mee, omdat de Omgevingsvisie voor ons niet direct een link heeft met educatie. Dit betekent overigens niet dat hier geen aandacht voor is, maar dit wordt meegenomen in de nieuw te ontwikkelen beleidsstukken op het vlak van cultureel erfgoed.
Indiener vraagt naar de verhouding tussen de thema’s en Opgaven, wat als deze schuren?
Met de opzet van de Omgevingsvisie kiest de gemeente bewust voor een beleidsneutrale visie. Daarbij realiseren wij ons dat bepaalde thema’s een verschillende waardering kunnen krijgen. Dat oordeel vindt plaats tijdens concrete planvorming of in programmatische uitwerkingen waarbij de soms tegengestelde belangen tegen elkaar worden afgewogen. De Omgevingsvisie is daarvoor richtinggevend. Op dit moment is de bescherming van het landschap geborgd in het bestemmingsplan Buitengebied. Dat wordt met het inwerking treden van de Omgevingswet van rechtswege omgezet in het tijdelijk Omgevingsplan. Het transformeren van het tijdelijke Omgevingsplan in het Omgevingsplan Opsterland zal voor 2029 worden uitgevoerd. In dat proces zal de gemeenteraad expliciet
Gevraagd wordt ook om aan te geven hoe de gemeente de bescherming van en omgang met het landschap in het Omgevingsplan wil gaan regelen.
4
Pagina 25 worden de tegels SDG 8, 15, 16 en 17 toegevoegd.
5
Inwoner gemeente namens werkgroep behoud Lomanhuis
6
GGD Fryslân
Er wordt verzocht om de visie aan te vullen en verder te concretiseren met : - verwijzing / rol beeldkwaliteitsplan Hoofdstraat Beetsterzwaag; - mate van bescherming cultureel erfgoed te definiëren; - Inspanningen/middelen om Cultureel erfgoed te inventariseren en duurzaam te beschermen - Betekenis Erfgoedverordening verankeren in de omgevingsvisie - Communicatie mogelijkheden benoemen in over sloop- en bouwaanvragen van Cultureel erfgoed - Richtlijnen voor participatie vastleggen voor plannen op gebied van cultureel erfgoed Indiener wijst op eerdere inspraakreactie en vraagt aandacht voor de gegeven aanbevelingen: - De ervaren gezondheid als indicator - Gezondheidsbescherming - Uitwerking en toepassing
uitgangspunten vaststellen om de bescherming van cultuurlandschap te borgen. Het beeldkwaliteitsplan Hoofdstraat Beetsterzwaag is onderdeel van het bestemmingsplan ‘Kom’. Na invoering van de Omgevingswet zal dit deel uitmaken van het Tijdelijk Omgevingsplan (TOP). De Omgevingsvisie is een document dat de hoofdlijnen schetst van beleid in de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie wordt niet verwezen naar specifiek beleid over het cultureel erfgoed. Dit krijgt uitwerking in plannen en programma’s. In dat kader verwijzen we naar de Startnotitie Cultureel erfgoed, die kortgeleden is vastgesteld door de raad. Hierin staat concreet benoemd hoe we omgaan met ons cultureel erfgoed en op welke manier dat gaat gebeuren. De Omgevingsvisie gaat derhalve meer over de hoofdlijnen en niet zo zeer over de concrete voorstellen zoals indiener van de reactie die schetst. De samenwerking met de GGD op het gebied van gezondheid is goed. Waar nodig weten de GGD en de gemeente Opsterland elkaar te vinden. Wij waarderen het aanbod om ons te ondersteunen. De Omgevingsvisie is een richtinggevend visiedocument waar voor de uitvoering per onderwerp zo nodig aanvullende beleidskaders opgesteld worden. In de omgevingsvisie wordt geen concrete uitvoering opgenomen.
Vanaf het moment dat de Omgevingsvisie in werking treedt is het de bedoeling dat wij de kaders die hierin gesteld worden meenemen in alle stukken waar dit op van toepassing is.
5
Geen aanpassing
Geen aanpassing
Hoe gezondheid als indicator gebruikt kan worden is bijvoorbeeld onderdeel van de uitvoering en wordt daarom niet in de Omgevingsvisie meegenomen. In andere documenten nemen we dit wel mee. In de dorpsspiegels is hier bijvoorbeeld aandacht aan besteed. Er is een nauwe link met de preventieagenda 2021-2030, waarin gezondheidsbescherming en (positieve) gezondheid uitgebreid aan bod komt. 7
Provinsje Fryslân
Provincie reageert ambtelijk en stuurt geen bestuurlijke reactie. Wel vraagt indiener aandacht voor de thema’s klimaatadaptatie: - Waterrobuust bouwen en bij de landschapsbeschrijvingen Veenpolder de hoogteligging benoemen, en - Bevorderen energietransitie, waarbij de provincie attendeert dat grootschalige windenergieprojecten nu niet zijn toegestaan en daarbij de kansen voor aardwarmte, aquathermie, waterstof zouden kunnen worden benoemd
Het thema waterrobuust bouwen wordt op dit moment ook betrokken bij nieuwe ontwikkelingen en het voorstel om dit te benadrukken in de Omgevingsvisie nemen we over. Het tekstvoorstel van de provincie nemen we over.
Initiatieven worden altijd getoetst aan de landelijke en provinciale wet- en regelgeving. Aardwarmte, restwarmte, waterstof en aquathermie hebben in onze gemeente op dit moment geen tot nauwelijks potentie als alternatieve warmtebron voor de bebouwde omgeving. We volgen echter de ontwikkelingen op dit gebied. Als blijkt dat er toch kansen zijn, dan vertalen we dit in onze Transitievisie Warmte en nemen we deze mee in de uitwerking van plannen. De productie van waterstof speelt wel een rol bij de opslag van energie. Daarom hebben wij waterstof ook benoemd op pagina 17 bij de energieparken. We denken echter dat waterstof vooral gebruikt zal worden door de industrie. 6
Op pagina 29 onder 1 toevoegen na ‘veiligheidsaspecten…’t oevoegen “, waaronder ook het risico op wateroverlast en overstroming” De aanvullende tekst bij nr. 1 (Opgave 3 bij punt 5 pagina 17) wordt verder aangevuld met: “Bovendien worden deze plannen getoetst aan de landelijke en provinciale wet- en regelgeving”.
8
Inwoner uit Terwispel
Indiener pleit ervoor om binnen Opsterland meer aanlegsteigers in de turfroute aan te leggen.
In ons beleidsstuk recreatie & toerisme, ‘Kansen Benutten’ benoemen we: ‘Opsterland wil de groei van de vaarrecreatie bevorderen door het realiseren van betere voorzieningen langs de Turfroute’. In de afgelopen jaren zijn er al diverse voorzieningen gerealiseerd en ideeën van inwoners over nieuwe voorzieningen zijn van harte welkom. Concrete voorstellen kunnen worden ingediend via het Initiatievenloket waarbij voor deze situatie zal worden bekeken in hoeverre een steiger op deze locatie een aanvulling is op het toeristisch/ recreatief aanbod en of hier op grond van nautisch en ecologisch oogpunt mogelijkheden voor zijn.
Geen aanpassing
9
Stichting Historisch Beetsterzwaag
Indiener ervaart dat er relatief weinig over Monumenten wordt gesproken bij het thema 1 en vraagt om naast het landschap ook aandacht aan het gebouwd cultureel erfgoed te schenken.
Ook monumenten en gebouwd erfgoed maken onderdeel uit van het landschap. Het is goed te benoemen dat de gemeente ook expliciet aandacht besteed aan monumenten in het te ontwikkelen erfgoedbeleid. Maar om te onderstrepen dat ook bebouwd erfgoed hiervan onderdeel uitmaakt wordt voorgesteld om de tekst aan te passen door landschap te wijzigen in fysieke omgeving.
Voorts wijst indiener op enkele zinsneden die niet geheel duidelijk zijn over “de mens die het landschap heeft vorm gegeven, en het landschap de mens”. Dit in relatie tot de voorgaande zin.
Hiermee wordt bedoeld dat mensen hun stempel hebben gedrukt op het landschap, wat zich uit in de verkaveling, bebouwing e.d., en dat het landschap op zijn beurt ook de mens heeft gevormd, hun leven en werkzaamheden. Het gaat om de wisselwerking tussen het landschap en de mensen die er wonen, en hoe zij elkaar door de eeuwen heen hebben beïnvloed en gevormd. Gemeente waardeert de reactie en blijft daarop inzetten met behoud van het goede contact.
De laatste zin op pagina 26 Thema 1 onder kopje Uitwerking wijzigen in: “De fysieke omgeving van Opsterland vormt een richtinggevende meetlat, een kompas, waarlangs wij ons werk willen vormgeven.”
10
Stichting Historisch Belang Noord Nederland
Indiener wijst op het belang van ‘ons erfgoed’ en geeft tegelijkertijd aan dat we met beleidsvorming een ontwikkelrichting uitwerken die de stichting apprecieert.
7
Geen aanpassing
11
Bijenbrigade, initiatiefnemer Burgerinitiatief ‘Op de bres voor de bij”.
Indiener vraagt aandacht voor het gebruik van pesticiden / gewasbeschermingsmiddelen bij de lelieteelt en wijst op het gezondheidsbelang van mens en dier. Goede handhaving is daarbij essentieel.
12
LTO Noord
LTO wijst op de stapeling van problematieken en vraagt voor de oplossing daarvan ruimte en is ingenomen met het uitgangspunt van het Jamits principe. Er wordt gewezen naar Opgave 4: naar landbouw met toekomst, waarbij de agrarische bedrijven allen in hetzelfde ‘natuurinclusieve stramien’ worden geplaatst en daarbij is indiener van mening dat de titel suggereert dat de huidige vorm van landbouw niet meer toekomstbestendig is.
Gemeente heeft in het plan buitengebied ‘sierteelt’ uitgesloten. Alleen bij afwijking kan met een goede onderbouwing van maatregelen ter voorkoming van negatieve effecten, sierteelt worden toegestaan. De gevraagde toevoeging bij punt 1 over de gezondheid van mensen, vormt een goede aanvulling. De voorgestelde toevoeging bij nr. 4 op pag.32 nemen we niet over aangezien er expliciet wordt gewezen op hinder en overlast voor inwoners en daarmee ook de gezondheid van inwoners worden bedoeld. Uitgangspunt voor de gemeente is om de ook voor deze gemeente belangrijke agrarische sector een toekomstperspectief te bieden. Zoals ook wordt aangeven zijn de opgaven waarvoor de sector staat groot. Uitgangspunt en wat de gemeente met de Omgevingsvisie probeert na te streven is om gezamenlijk met de sector vernieuwing mogelijk te maken waarmee de landbouw ook in de toekomst mogelijk blijft, economisch, ecologisch en maatschappelijk. Feit is wel dat de opgaven waarvoor we – gezamenlijk - staan vragen om vernieuwing. Dat kunnen we ook alleen maar bereiken als we uitgaan van het Ja-mits principe.
Er wordt gevraagd om de aannames in de 5e alinea te herschrijven. Indiener stelt dat deze aannames geen verband met elkaar hebben, en dat de suggestie daarbij gewekt wordt dat agrarische bedrijven momenteel niet concurrerend zijn.
Het herschrijven van de 5e alinea is niet nodig aangezien de gemeente hiermee een visie opstelt die uitgaat van aannames waar naar gestreefd wordt. Het is begrijpelijk dat dit zo kan worden ervaren maar de intentie is vanuit de visievorming dat we streven naar een concurrerende en rendabele vorm van landbouw die er voor zorgt dat het milieu niet negatief beïnvloed wordt.
Het gestelde bij het maken van keuzes (C2 4e bullit) dat landbouw het milieu niet belast wordt
Deze nuance kunnen we aanbrengen.
8
p.31 nr.1 aanvullen met “en voor de gezondheid van mensen”.
door indiener als een absolute norm ervaren en gevraagd wordt om dit te nuanceren.
13
Beekdallandschap Koningsdiep / Nije Boarn
Indiener wijst op Opgave 5 Biodiversiteit en vraagt daarbij naar de exacte invulling van het principe versterken natuurwaarden en verbeteren biodiversiteit.
Vooropgesteld, het is niet de intentie om met maatregelen een toename van faunaschade aan gewassen veroorzaken. De gemeente komt met een visie hierop die als uitgangspunt kent dat landbouw en natuur elkaar uiteindelijk gaan versterken. De wijze waarop dat vorm gaat krijgen zal in programma’s en plannen moeten worden geconcretiseerd. Daarbij is de betrokkenheid van de agrarische sector evident.
Thema 4: We bevorderen duurzaam ruimtegebruik. Hier wijst indiener op het positieve uitgangspunt dat de visie streeft naar combinatie van functies en indiener vraagt om een positieve insteek om ook meer fysieke ruimte mogelijk te maken. Gedacht wordt aan het flexibel benaderen van omvang van bouwpercelen als duurzame initiatieven / energieconcepten daarom vragen. Er wordt gevraagd naar de werking van de Omgevingsvisie in relatie tot de huidige omgevingsvisie 2015-2030.
Gemeente kiest er voor om met efficiënt ruimtegebruik de leefomgeving duurzaam ecologisch in balans te krijgen en te houden. Daarvan zijn al wel een aantal voorbeelden genoemd. Indien dergelijke voorbeelden vragen om ruimere bouwpercelen waaruit de ecologische efficiëntie blijkt, dan is het mogelijk binnen de huidige kaders daar positief op in te spelen.
De indieners geven aan de mate van abstractie en de vrijblijvendheid van de Omgevingsvisie teleurstellend te ervaren. Het gemis aan scherpe keuzes komt het sturend karakter van de visie
Er is begrip voor de gedachte om in de visie scherpe keuzes te maken teneinde meer houvast te bieden aan inwoners en ontwikkelaars van plannen. We proberen met de visie ook het principe van uitnodigingsplanologie te hanteren waarbij
Het is goed te vernemen dat de 5 Opgaven en de 4 leidende thema’s door indieners wordt onderschreven. De intentie van deze visie is om een toekomstbeeld te visualiseren over hoe de gemeente zich de komende decennia kan ontwikkelen. Deze visie komt in de plaats van de huidige omgevingsvisie op het moment dat de gemeenteraad deze vaststelt en als zodanig is gepubliceerd.
9
Tekst C.2 4e bullit ‘belast’ wijzigen ‘negatief beïnvloedt’
Geen aanpassing
14
Natuerferiening Geaflecht / Bakkeveen
niet ten goede. Gevraagd wordt om hier meer diepgang in te brengen.
in de specifieke situaties de 5 Opgaven en de bijbehorende leidende thema’s moeten zorgen voor de sturing en uitwerking van deze plannen. Het is voor de gemeente helder dat er gezocht worden naar een ‘evenwicht’ tussen het bieden van kaders en het creëren van ontwikkelingsmogelijkheden. Met toepassing van de SDG’s en de praktische vertaling daarvan naar onze gemeente maken we daarin een zo goed mogelijke afweging. Echter, de concrete uitwerking en het maken van de keuzes vindt plaats in hiervoor op te stellen Programma’s en specifieke plannen. Het door indieners gevraagde Erfgoedwaardenkaart, is een instrument dat als Programma “Landschap” vormgegeven zou kunnen worden. Het recente besluit van de gemeenteraad om de “startnotitie Cultureel erfgoed” vast te stellen zou hierin als mooi voorbeeld kunnen dienen.
De natuurvereniging geeft aan de opzet van de Omgevingsvisie prettig leesbaar te vinden en goede intenties en inzichten bevat. Toch zou de vereniging graag zien dat er een inleidende beschouwing wordt opgenomen van de grote opgaven waar Nederland en ook Opsterland voor staat.
Het is goed te vernemen dat de leesbaarheid van de Omgevingsvisie als prettig wordt ervaren. De grote opgaven zijn inderdaad aan te merken als ‘majeure’. In de inleiding zijn deze als de 5 grote opgaven beschreven en waarbij zoals we met de visie beogen, een aantal richtinggevende keuzes worden benoemd in hoofdstuk 2.
Om de Omgevingsvisie een toetsingskader te laten zijn voor ontwikkelingen adviseert de natuurvereniging om een beschrijving toe te voegen van de werkelijke, actuele staat van het landschap in brede zin. Datzelfde geldt voor Omgevingskwaliteit, waarvoor een beschrijving van de ecologische kwaliteit wordt gevraagd.
Vanuit de gedachte dat nieuwe ontwikkelingen worden benaderd vanuit het principe ja, mits is deze gedachte begrijpelijk. Het instrument Omgevingsvisie is echter bedoeld om de hoofdlijnen te beschrijven waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten voldoen. De daadwerkelijke beoordeling van de ‘mits’ krijgt vorm in een uitwerking waarbij aangetoond moet worden dat de stand van het
10
landschap in brede zin, ten opzichte van de actuele staat niet verder achteruit gaat maar verbetert. De natuurvereniging wijst op scenario’s van economische groei en onderschrijft het uitgangspunt van brede welvaart waarbij gezondheid en milieu belangrijke indicatoren vormen.
We zijn het met indieners eens dat groei niet als een op zichzelf staand doel moet worden beschouwd. Deze visie gaat hier ook zeker niet van uit. Zoals in Thema 2 is beschreven is economische groei niet het einddoel maar vormt dit één van de indicatoren naast ‘gezondheid’, ‘samenleving’ en ‘veiligheid’ om de brede welvaart te verbeteren. Hoe dat wordt toegepast is uitgebreid beschreven onder het kopje B waaruit de borging van sociale en economische continuïteit ook blijkt.
Ook wordt de problematiek van de bodemdaling in het Veenweidegebied benoemd met daarbij de verwijzing naar de lokale aanpak in Opsterland en gevraagd wordt om dit te borgen in de Visie.
De Natuurvereniging wijst op de Veenweideproblematiek en de gevolgen voor het watersysteem. Voor de gemeente is in Opgave 4 Naar landbouw met toekomst is dit punt beschreven en geborgd.
Dan volgen Verandervoorstellen per pagina: P.5 Aanvullen met een beschrijving van de ecologisch waarde van het landschap en de actuele staat van het landschap.
Zoals hiervoor is aangegeven is deze visie bedoeld om richting te geven op hoofdlijnen van beleid. De hier gevraagde inventarisatie voert in dit document te ver en vindt plaats als er sprake is van een initiatief dat in een plan wordt uitgewerkt dan wel wordt in een programma nader gedefinieerd.
Pagina 5 geen aanpassing
P.10 gevraagd wordt om de tekst ‘uitbreiding bedrijventerreinen’ aan te vullen met “een beoordeling van gevolgen voor landschappelijke kernkwaliteiten, natuur, biodiversiteit en milieu”
De Omgevingsvisie is richtinggevend voor concrete uitwerkingen. Bij uitwerking in plannen voor bedrijventerreinen wordt een integrale afweging gemaakt waar behoefte onderdeel van uit maakt, maar uiteraard ook de effecten voor landschappelijke kernkwaliteiten, natuur, biodiversiteit en milieu. De verwachting dat hierbij een ongelimiteerde groei van bedrijventerrein ontstaat, waarbij
Pagina 10 aanvullen Achter 4. 1ste bullit ..regio “waarbij een integrale afweging in een ruimtelijk plan wordt gemaakt”.
11
de landschappelijke en ecologische effecten niet worden meegenomen, kan hiermee worden weggenomen. P.13 Wateroverlast is algemeen omschreven. Voorgesteld wordt een aantal tekstuele wijzigingen door te voeren. Gevraagd wordt te wijzen op de positieve bijdrage van het planten van bomen.
Het belang van bomen in het tegengaan van hittestress wordt genoemd in “schaduwbiedende begroeiing in het buitengebied” en uiteraard kan dat ook in binnenstedelijk gebied. Dat maakt ook onderdeel uit van het ‘bomenbeleidsplan’. De overige tekstuele aanvullingen op pagina 13 passen we aan.
P.13 wijziging kopje C. 1. ‘wateroverlast’ wijzigen in ‘overlast’. Bij C.1. onder e.: ‘inwoners’ aanvullen met ‘en ondernemers.
P.14 er wordt gevraagd naar het verband tussen het onderwerp gescheiden riolering’ en de genoemde plannen en programma’s.
De op pagina 14 genoemde programma’s zijn gekoppeld aan Opgave 2. De beschrijving onder E en het vervangen van het rioolstelsel door een gescheiden systeem heeft grote invloed op de te nemen maatregelen qua kostenefficiency. Dat is hier bedoeld te onderstrepen maar de tekst suggereert een koppeling die verwarrend overkomt. Deze wordt verwijderd.
P.14 tekst “Medio… gescheiden riool” tot punt 1 vervalt.
P. 16 indiener wijst op het onderscheid tussen energie- en klimaatneutraliteit en om klimaatneutraliteit te beschrijven en uit te werken. Er wordt gevraagd om de tekst qua duurzame opwek van energie aan te passen dat alle in Opsterland verbruikte energie duurzaam in de gemeente moet zijn opgewekt.
De gemeente beschrijft in Opgave 3 het bevorderen van de energietransitie. Opgave 2 is gericht op het bereiken ‘klimaatneutraliteit’. Het is niet de intentie om de volledige duurzame energie behoefte ook in onze gemeente zelf op te wekken. Duurzaam opgewekte energie kan ook van elders (bijv. windparken op zee) afkomstig zijn. Wel spreekt de gemeente uit dat alle energie die de gemeente verbruikt, duurzaam wordt opgewekt.
P. 16 geen aanpassing nodig.
P17. Voorgesteld wordt om windenergie toe te voegen aan duurzame opties.
Dit is reeds beschreven als één van de varianten.
P.17 geen aanpassingen.
P. 19 gevraagd wordt om de tweede zin van de eerste alinea onder A. over de rol van de agrarische sector op de inrichting van het
De gemeente Opsterland is voor een groot deel een agrarische gemeente en we onderkennen dat we juist samen met de agrarische sector op zoek gaan naar het behoud en
P. 19 geen aanpassingen.
12
landschap aan te passen en daarbij te wijzen op de effecten van o.a. schaalvergroting van de laatste 5 decennia op het landschap, natuur, milieu en leefomgeving.
verbetering van ons unieke landschap en het behoud van natuurwaarden en biodiversiteit. Met die intentie is deze tekst geschreven en daar willen we gezamenlijk met betrokken partijen naar streven.
P.20 Natuurinclusieve landbouw, indiener vraagt om naast de Natura 2000-gebieden ook de overige Natuurgebieden EHS / NNN te benoemen en “waar dit kan” te schrappen omdat het als beperkend kan worden ervaren.
De gemeente heeft de intentie om natuurinclusiviteit zo breed mogelijk toe te passen en “waar dit kan” vormt daarbij de ‘uitnodiging’ om bij iedere afweging dit aspect te betrekken.
P.20 geen aanpassing nodig.
P.20 bij punt 4 vraagt indiener om ook hier “waar mogelijk” te wijzigen en de mogelijkheden voor sierteelt uit te sluiten.
Zie voorgaande regel en in het bestemmingsplan Buitengebied is sierteelt niet mogelijk zonder een expliciete afweging waarbij ook de effecten voor mens en milieu wordt betrokken.
P.20 geen aanpassing nodig.
P. 22 indiener vraagt of het in de eerste alinea genoemde kerende proces niet te rooskleurig beeld oplevert.
Er is zoals ook geschreven, geen sprake van een stevig herstel. De maatregelen die in gang zijn gezet hebben wel de intentie en effect dat het tempo van de teruggang van natuur en biodiversiteit minder hoog is.
P.22 geen aanpassing nodig.
P. 22 indiener stelt een aanvulling op de tekst voor het toepassen van twee sporen; een robuust natuurnetwerk met daaronder een fijnmazig raamwerk waarbij het laatste een verweving krijgt van natuur met agrarisch (gebied).
Deze gedachte sluit aan bij de intentie zoals die is beschreven op pagina 22 onder C. punt 4.
p. 22 geen aanpassing nodig.
P. 28 er wordt voorgesteld om de zin ‘Economische groei is daarbij niet het einddoel, maar een van de indicatoren om de brede welvaart te vergroten.’ te wijzigen waarbij ook de overige indicatoren worden benoemd.
In de tekst die volgt op deze zin wordt dit uitgelegd. Het is ter verduidelijking van de tekst goed om de zin –zoals voorgesteld- aan te vullen.
P. 28 laatste zin onder Uitwerking aanvullen met “Gezondheid, leefbaarheid, onderwijs, sociale cohesie,
13
persoonlijke ontplooiing, en veiligheid zijn hierbij eveneens van groot belang, naast natuur, landschap en schoon milieu.”
15
Inwoner Nij Beets
P. 31 de indiener heeft gevraagd om onder het kopje “ecologisch en milieukwaliteit’ niet alleen de milieukwaliteit maar ook de ecologische kwaliteit inhoud te geven met een beschrijving die het mogelijk maakt om ontwikkelingen te toetsen op ecologische effecten.
Met de Omgevingsvisie legt de gemeente op hoofdlijnen de keuzes vast waar bij de uitwerking van plannen rekening mee moet worden gehouden. In dat opzicht vormt de visie een richtinggevend kader en voert het opnemen van concrete toetsingskaders te ver. Die uitwerking vindt plaats bij concrete ontwikkelingen van onderwerpen in plannen en projecten. Onder punt B worden deze hoofdlijnen uiteen gezet.
P. 31 geen aanpassing nodig.
Er wordt in het algemeen (opmerking P. 39 en verder) de nodige onduidelijkheid ervaren over de opbouw van Hoofdstuk 5 en dat er omissies in de tekst zijn ontstaan. De indiener heeft uitvoerige samenvatting van de punten in de reactie opgenomen.
We hebben kennis genomen van de opmerkingen van de indiener en deze zijn puntsgewijs nagelopen en waar mogelijk tekstueel verwerkt. De meeste punten hebben wij overgenomen en opgenomen in een aangepast hoofdstuk 5 dat qua opbouw is geherstructureerd en integraal als bijlage bij deze reactienota is gevoegd. Dit heeft er niet toe geleid dat de kaders in het oorspronkelijk document inhoudelijk zijn gewijzigd.
De integraal toegevoegde tekst van Hoofdstuk 5 is hier bijgevoegd en voorzien van de overgenomen wijzigingen.
1. Begripsomschrijving en onduidelijkheden: a. Fysieke leefomgeving; wat bedoelt de gemeente met meer dan alleen ruimtelijke aspecten.
1. Begripsomschrijving en onduidelijkheden: a. Ook thema’s als gezondheid, veiligheid etc. spelen in de fysieke leefomgeving een rol. Het betreft dus het complexe samenspel van alle aspecten die in de fysieke leefomgeving kunnen voordoen. Dit blijkt ook uit de verschillende Opgaven en thema’s die in de visie zijn beschreven. 14
b. Uitgangspunt is dat geen verlies van waarborgen optreedt ten opzichte van het huidig beschermingsniveau van regelgeving.
c. Wat verstaat de gemeente onder natuur? Dit is onvoldoende gespecificeerd.
d. Indiener vraagt verduidelijking van het thema biodiversiteit.
e. Op verschillende punten wordt door indieners ‘verhullend taalgebruik’ ervaren. Als voorbeeld wordt het gebruik van het woord visie aangehaald wat in bepaalde gevallen ook de strekking van ‘beleid’ of ‘strategie’ heeft. 2. Participatie Volgens de indieners zijn de inwoners onvoldoende betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie en wordt afgevraagd of
b. Een Omgevingsvisie geeft richting aan ontwikkeling die in de gemeente kunnen gaan spelen en vormt daarmee geen inbreuk op geldende regels. Uitwerking van die ontwikkelingen in plannen en programma’s zullen moeten voldoen aan het door indieners genoemde uitgangspunt. Dit is wettelijk vastgelegd en leidt daarmee niet tot aanpassing van de tekst. c. Wat in het algemeen maatschappelijk verkeer onder natuur wordt verstaan is hier het uitgangspunt. We begrijpen dat uitwerking van verbetering van natuurwaarden nadere uitleg vraagt maar daarvoor is de Omgevingsvisie een plan op hoofdlijnen dat richting geeft aan uitwerkingen waarbij die specificatie volgt. d. Wat ook onder c. is beschreven geldt ook voor verbeteren van biodiversiteit. In de Omgevingsvisie worden hiervoor meer algemene richtinggevende uitspraken gedaan die in plannen en programma’s kunnen worden uitgewerkt. e. Ook hiervoor geldt dat niet in alle gevallen het onderscheid zodanig van belang is dat de strekking van de tekst tot onduidelijkheden leidt. Van belang is dat de gemeente met de Omgevingsvisie een document heeft waarmee toekomstige ontwikkelingen richting kan worden gegeven. 2. Participatie Zoals in de inleiding in de ontwerp Omgevingsvisie is aangegeven is deze Omgevingsvisie gebaseerd op bestaande beleidsuitgangspunten zoals die ook in de Omgevingsvisie 2015 zijn opgenomen.
Bij de geldende Omgevingsvisie 2015 15
de intenties van het Rijk over participatie hiermee voldoende is. Voorts worden vraagtekens geplaatst bij de verwijzing naar het uitgebreide participatietraject bij de Omgevingsvisie 20152030.
is destijds een uitgebreid participatietraject gevolgd. De keuze om de visie ‘beleidsneutraal’ te actualiseren is ook reden om bij de realisatie hiervan te kiezen voor een reguliere inspraak en vaststellingsprocedure.
3 Opgaven: 1. Leefbare en vitale dorpen; Er wordt voor Woningbouw gewezen op de wijziging met de visie 2015-2030 waar aantallen werden genoemd en de gevolgen van het toen verwachte overschot aan woningen. Gevraagd wordt naar de concretisering van tijdelijke woonvormen en hoe de rechtsbescherming hiermee wordt geborgd. Er wordt eveneens gevraagd naar een standpunt over de Lelylijn en dit op te nemen in de Omgevingsvisie.
Opgaven: 1. Leefbare en vitale dorpen We hebben er voor gekozen om geen woningbouwaantallen te benoemen. Er is in regionaal verband een woondeal gesloten waarbij een aantal zogenaamde sleutelprojecten zijn benoemd waar de gemeente zich qua woningbouw aan committeert. Daarnaast wordt ruimte geboden aan nieuwe initiatieven in de dorpen. Over de Lelylijn neemt de gemeente nu geen standpunt in. Uitgangspunten die worden vastgelegd in de Omgevingsvisie zal de gemeente betrekken bij de besluitvorming als dat in het kader van de voorbereiding van een Tracébesluit aan de orde komt.
2. Klimaatadaptatie Gevraagd wordt om te benoemen dat delen van het buitengebied niet op riolering zijn aangesloten en de gevolgen die dat kan hebben voor te kiezen maatregelen. Ook voor dit thema vraagt indiener voor het vastleggen van uitgangspunten/ijkpunten voor het te behalen beschermingsniveau en de te treffen aanpassingen om doelen alsnog te halen. Verder vraagt indiener om het principe ‘de vervuiler betaalt’ in de visie te borgen.
2. Klimaatadaptatie Het is bekend dat grote gebieden van het buitengebied van Opsterland niet op riolering zijn aangesloten. De beleidsdoelen waar de gemeentelijk naar streeft met betrekking tot het afvoeren van hemelwater of grondwater is vastgelegd in het Watertakenprogramma 2020-2025. Bij de actualisatie daarvan kan de gemeenteraad een afweging maken om vanuit klimaatadaptatie hierin keuzes te maken. Bij de beschrijving van de actuele projecten wordt uitgegaan van de vervanging van het bestaande rioleringsstelsel en de keuzes van maatregelen die wij in het buitengebied 16
-
toepassen. Effecten voor klimaatadaptatie vormen daarbij een belangrijk aandachtspunt. 3. Bevorderen energietransitie Gevraagd wordt om het standpunt van de raad op gaswinning zoals eerder ingenomen, ook in de Omgevingsvisie te borgen.
4. Naar landbouw met toekomst Indiener vraagt om meer differentiatie in soorten natuur, te streven naar balans tussen- in plaats van de verweving van landbouw en natuur.
5. Versterken natuurwaarden verbeteren biodiversiteit Er wordt gevraagd naar concretisering van de beschreven verbinding tussen natuur en economie. Bij het kopje beleidskaders ontbreekt de EHS en de Natura 2000-gebieden. Verder wordt gevraagd om natuur en natuurwaarden een meer prominente plek te geven in de Omgevingsvisie en daarbij ook de cultuurhistorische waarden te betrekken.
3. Bevorderen energietransitie De gemeenteraad heeft op 12 september 2016 een motie aangenomen waarin ons college wordt opgeroepen alles in het werk te stellen om gaswinning en het opsporen van gas in de gemeente te voorkomen. Wij voeren deze motie uit binnen de juridische mogelijkheden die wij daarvoor hebben. 4. Naar landbouw met toekomst Samen met de provincie wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw. In de hiervoor te ontwikkelen visie wordt onder andere ingezet op het uitgangspunt om landbouw en natuur elkaar te laten versterken. De wijze waarop dat vorm gaat krijgen zal in programma’s en plannen moeten worden geconcretiseerd. Daarbij is de betrokkenheid van diverse partijen met soms tegengestelde belangen evident. 5. Versterken natuurwaarden We geven met de Omgevingsvisie richting aan initiatieven waarbij we de synergie proberen te vinden van maatregelen die natuurwaarden bevorderen en daarbij ook economisch een positief effect geven. Zoals ook voor landbouw geldt, is de insteek om natuurwaarden te verweven met nieuwe economische initiatieven. De gemeenteraad heeft ingestemd met de ontwikkeling van nieuw beleid om ook de cultuurhistorische waarden nu en ook in het toekomstige Omgevingsplan goed te borgen. Daarbij wordt ook de verdiepingsslag die gemeente heeft uitgevoerd naar archeologische waarden en als actualisatie
17
Pagina 16 onder A en B samengevat: toevoegen 3e bullit “De gemeente zet maximaal in op duurzame energieopwekking en het –binnen juridische kaders- voorkomen van nieuwe gaswinlocaties”.
van Famke met de provincie is afgestemd, betrokken als bouwsteen van het Omgevingsplan. 4 Borging toekomstige aanpassingen:
16
Buurtvereniging Klein Groningen Wijnjewoude
De Omgevingsvisie biedt te weinig houvast voor bewoners in relatie tot de duurzaamheidsambities van de gemeente.
Er wordt door indieners gevraagd om grote verduurzamingsinstallaties niet binnen een afstand van 500 meter van een woonkern te realiseren en dit als uitgangspunt in de Omgevingsvisie te benoemen.
4 Borging uitvoering en monitoring We hebben niet gekozen om een uitgebreide nulmeting vast te leggen. Het moment van vaststelling van deze visie vormt het moment waarop wij met deze visie de uitgangspunten ijken. Zoals ook met de gemeenteraad op 16 februari 2022 is besproken wordt met de Omgevingsvisie bekeken of met een initiatief toegevoegde waarde kan worden behaald. Dat gaat over leidende thema’s maar ook over de opgaven. Kan dit op voorhand niet worden aangetoond, dan kan dat reden zijn om geen medewerking te verlenen. De Omgevingsvisie is een richtinggevend document dat op het gebied van de 5 benoemde Opgaven een keuze beschrijft die we als gemeente kunnen maken. Welke dat zijn wordt bepaald bij de uitwerking in Plannen en Programma’s. De gevraagde houvast met duidelijke regels zal volgen in die uitwerking en zijn uiteindelijk ook in het Omgevingsplan terug te vinden. De Opgaven hebben onder andere betrekking op het bevorderen van de energietransitie. Daarbij is de inzet gericht op het samen met inwoners verduurzamen van de energieproductie. Tegelijkertijd zetten we in op het bevorderen van leefbaarheid en richten we ons met het versterken van natuur en biodiversiteit op een leefomgeving die de gezondheid en het welbevinden van onze inwoners moet stimuleren.
Omdat deze Omgevingsvisie ziet op de hoofdlijnen en uitwerking plaatsvindt in concrete plannen en programma’s kiezen we niet voor het opnemen van een algemene concrete norm. 18
Geen aanpassing nodig
Indieners wijzen er terecht op dat in het coalitieakkoord grote windmolens zijn uitgesloten. Dat is inderdaad het geval, echter hier past een nuancering dat we –mits goed passend in het landschap- wel voorstander zijn van windenergie. Dat het nu is uitgesloten heeft o.a. met (provinciale) regels te maken.
17
Eerder ingediende reacties: Wetterskip Fryslân
Gevraagd wordt om regels op te nemen om verwaarloosde panden te kunnen verwijderen.
We kiezen niet voor het opnemen van regels om verwaarloosde panden en objecten te kunnen verwijderen. Daarvoor zijn er andere wettelijke instrumenten.
Tot slot wordt gewezen op de redactie van de tekst van de visie om die zo mogelijk te actualiseren.
Zoals in de inleiding op de Omgevingsvisie is aangegeven is deze visie gebaseerd op de Omgevingsvisie 2015-2030. Dat heeft in bepaalde gevallen de consequentie dat uitgangspunten hetzelfde zijn gebleven. Redactioneel wordt terecht gewezen dat er bepaalde tekstuele verbetering kunnen worden doorgevoerd. Die zijn in eerdere reacties ook benoemd en we hebben de tekst nagelopen en waar mogelijk aangepast. Deze aanpassingen hebben er niet toe geleid dat de kaders in het oorspronkelijk document inhoudelijk zijn gewijzigd.
Het Wetterskip vraagt om bij opgave 3 ook te beschrijven dat aquathermie en restwarmte kansen bieden om de energietransitie te bevorderen. Daarbij wordt ook gewezen op de status van de Omgevingsvisie als dynamisch document zodat aanpassingen die bijvoorbeeld voortvloeien uit de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) kunnen worden doorgevoerd.
De aanvullingen op kansen voor de energietransitie maken onderdeel uit van onze Transitievisie Warmte en worden bij uitwerking van plannen als kansen meegewogen. Zoals in de inleiding over de status van de Omgevingsvisie is aangegeven houden we rekenschap met de Watervisie van het Wetterskip en is er voldoende basis voor een praktische en logische afstemming tussen deze plannen.
19
Geen aanpassing nodig
18
Waterleidingbedrijf Vitens NV
Vitens vraagt om de drinkwaterwingebied Nij Beets en de voorgenomen winlocatie Luxwoude te benoemen. Vraagt om meer aandacht voor de gemeentelijke zorgplicht op grond van de drinkwaterwet. Doet tekstvoorstellen voor Omgevingsvisie en Omgevingsplan
Ambtshalve aanpassingen:
Aanpassing A:
De Omgevingsvisie benoemt risico’s voor drinkwatervoorziening in Opgave 5 Versterken natuurwaarden en verbeteren biodiversiteit en beschrijft in hoofdstuk 5 de ligging van de drinkwaterwingebieden. Het voorstel om het belang van en zorg voor drinkwatervoorziening beter te duiden nemen we in de visie over. We onderkennen de zorgplicht die wij hebben voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Dit wordt nu nog geregeld in de provinciale milieuverordening. Voor zover nodig zullen wij de zorgplicht vertalen wij naar het omgevingsplan waarbij we regels op ter bescherming van de openbare drinkwatervoorziening kunnen stellen. Risico’s op verontreiniging van grondwater willen we voorkomen. Het gaat daarbij onder andere op risico’s die ontstaan bij het toepassen van bodemenergiesystemen of mijnbouwactiviteiten, zoals gaswinning. De instructies die de provincie geeft in de provinciale omgevingsverordening nemen wij daarbij uiteraard in acht. We betrekken Vitens bij het opstellen van ons Omgevingsplan. In de Omgevingsvisie benoemen we het belang van de drinkwaterwinning.
1. Woningbouw gericht op de toekomst • We streven naar kwalitatieve verbetering van de bestaande woningvoorraad en een kwalitatief goede nieuwbouw: toekomstbestendig, energiezuinig en meer nultredenwoningen (bad- en slaapkamer op de begane grond). • We realiseren vijf sleutelprojecten aansluitend op de kernen Gorredijk, Bakkeveen, Ureterp, Terwispel en Langezwaag, waarmee invulling gegeven kan worden aan de kwalitatieve doelen uit Nationale Bouwen Woonagenda.
20
Toevoegen onder Opgave 5 kop A: Tekst aanvullen met: “In onze gemeente zijn belangrijke gebieden voor het winnen van drinkwater. Voor zover de zorgplicht een gemeentelijke taak betreft, stellen we regels voor een veilige drinkwatervoorziening en voor een goede grondwaterkwaliteit”.
Pag. 9 Omgevingsvisie Punt 1 is achterhaald door de afspraken over de woondeal en wordt gewijzigd door ambtshalve aanpassing A.
• • •
Naast sleutelprojecten is in elk dorp woningbouw mogelijk binnen de rode contouren (Bestaand Stedelijk gebied zoals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening) om bestaande initiatieven te faciliteren en binnenstedelijke knelpunten (zoals vrijkomende scholen) op te lossen. We streven naar voldoende betaalbare en beschikbare sociale huurwoningen voor lage en middeninkomens. Tijdelijke woonvormen worden toegestaan in de vorm van pré-mantelzorgwoningen en Tiny Houses (vergunning max. 10 jaar).
Actualisatie Woonvisie 2022 – 2026 wijzigen in Woonvisie gemeente Opsterland / ‘Volkshuisvestingsprogramma’ Regionale Afspraken Wonen Zuidoost Fryslân 2016-2026 (2018) helemaal laten vallen (wordt vervangen door de Regionale Woondeal). Toevoegen: Regionale Woondeal Zuidoost Fryslân 2022 – 2030
21
Punt D op blz. 10
Tekstuele wijzigingen en aanvullingen Hoofdstuk 5 Ontwerptekst Omgevingsvisie
H5
Het rijke cultuurlandschap van Opsterland: Landschap,
dorpen en mensen In dit hoofdstuk gaan we in op de gelaagdheid en opbouw van het landschap. We eerst beschrijven in paragraaf 5.1. hoe het landschap zonder invloed van mensenhanden is ontstaan. Want de basis voor het huidige landschap ligt voor het belangrijkste deel in de ijstijden. Daarna gaan we in op welke sporen mensenhanden in de rijke voorgeschiedenis van het huidige landschap hebben nagelaten. Zo hebben vanaf de middeleeuwen de veenontginningen belangrijke landschappelijke ingrepen opgeleverd. Dit heeft ook geleid tot het stichten van nederzettingen, waarvan onze huidige 16 dorpen een resultaat zijn. In paragraaf 5.2. geven we een korte omschrijving van die dorpen en in paragraaf 5.3. gaan we per dorp in op het DNA van de Opsterlander; de eigenheid van de bevolking.
5.1. Landschap van Opsterland Het cultuurlandschap van Opsterland is het resultaat van een eeuwenlange wisselwerking tussen mens en natuur. Natuurlijke geologische processen hebben de grootschalige hoofdlijnen van het landschap gevormd. De resultaten hiervan zijn tegenwoordig deels nog te zien, maar liggen ook deels onder de grond. De gemeente ligt op de overgang van het Fries-Drentse keileemplateau naar het laaggelegen veengebied van Friesland. Het al in de voorlaatste ijstijd gevormde dal van het Koningsdiep (Alddjip) vormt het verbindende element tussen oost en west, tussen hoog en laag, tussen zand en veen, tussen dorpen en mensen en tussen de verschillende landschappen. Vanaf de middeleeuwen heeft de mens een steeds grotere stempel op het landschap gedrukt. In deze periode is de blauwdruk van het huidige cultuurlandschap gemaakt. De landschappelijke inrichting was doorgaans sterk afhankelijk van lokale omstandigheden zoals de ondergrond en hydrologische omstandigheden. Zo kende Opsterland in de middeleeuwen nog omvangrijke hoogveencomplexen. Vanuit het Koningsdiep zijn deze hoogvenen ontgonnen. De typische opstrekkende verkaveling in de gemeente is hier een overblijfsel van. In latere perioden zijn steeds nieuwe lagen aan het Opsterlandse cultuurlandschap toegevoegd.
Bepalende cultuurhistorische vormingsperioden waren onder andere de natte- en droge verveningen (turfwinning), de grootschalige aanleg van landgoederen en de ontginning van heidegebieden. Door al deze ontwikkelingen is er een sterk gelaagd en bijzonder rijk cultuurlandschap ontstaan. 1. Het natuurlijke landschap De grootschalige hoofdlijnen van het landschap zoals we het nu tegenkomen zijn door natuurlijke geologische processen gevormd. In de voorlaatste ijstijd (Saale-ijstijd), de laatste ijstijd (Weichselijstijd) en het Holoceen heeft het natuurlijke landschap gestalte gekregen. Het Pleistocene landschap is gevormd gedurende de twee laatste ijstijden. Daarna volgde het warmere en nattere tijdvak waarin we ons nu nog bevinden: het Holoceen. 1.1 Het pleistocene landschap Als gevolg van de overheersende ijsstroomrichting tijdens de Saale-ijstijd kent het beekdal van het Koningsdiep tot Beetsterzwaag een noordoost-zuidwestelijke oriëntatie. Datzelfde geldt voor het keileemplateau aan weerszijden van het stroomdal. In de daaropvolgende Weichsel-ijstijd kreeg het landschap haar vorm door de overheersende noordelijke poolwinden. Op het keileemplateau ontstonden dekzandruggen en uitgestoven laagten (dit vormde later de dobben). De ruggen hebben de oudere noordoost-zuidwest oriëntatie als het ware overgenomen.
Aan het einde van de Weichselijstijd hebben zich tevens ijsheuvels in het landschap ontwikkeld, die na afsmelting grote cirkelvormige kraters achterlieten: pingoruïnes.
22
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden / Kernkwaliteiten o Ingesneden beekdal Koningsdiep o Keileemhoogten, dekzandruggen en stuifzandkoppen (Bakkeveenster Duinen, Wijnjeterper Schar) o Pingoruïnes (Turkenleech, Waskmar, Gânzemar), dobben (Gânzemar, Siegerswoudster meer, ook wel bekend als de Boskdobbe) en pingoreliëfranden o Reliëfverschillen (Lippenhuisterheide, Hemrikkerscharren, Wijnjeterper Schar, Duurswouderheide, Bakkeveensterduinen, De Mersken) o Vuursteenvindplaatsen, archeologie o Zandkop Olterterp o Voormalig dal De Draît o Koningsdiep: fluvoglaciale esker (ontstaan als gevolg van ijssmeltwater) en grindrijke zanden 1.2 Het holocene landschap (hoogveenlandschap) Door de zeespiegelstijging en de waterstagnerende werking van de keileemondergrond trad in de loop van het Holoceen grootschalige veenvorming op. Tijdens de maximale veenverbreiding in de vroege middeleeuwen was vrijwel geheel Opsterland bedekt met hoogveen, zelfs het lager gelegen westelijke deel van de gemeente (verdronken hoogveen). Het Koningsdiep was destijds een meanderende veenrivier die dienstdeed als afvoerweg van het water dat uit de hoogvenen en meertjes in het veen (meerstallen) kwam.
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden / Kernkwaliteiten o Koningsdiep als meanderende veenrivier Het natuurlijke hoogveenlandschap zoals het Fochtelooërveen, met veenkoepels en meerstallen is volledig verdwenen. Resten van deze veenpakketten zijn nog te vinden onder kerkheuvels zoals die van Lippenhuizen en Wijnjewoude (Wijnjeterp). 1.3 Grondwaterstroming Op zo’n 60 tot 100 meter diepte kent Opsterland een diepere grondwaterstroming. Deze stroming is grofweg ontstaan door de hogere ligging van het Drents Plateau aan de oostkant van de gemeente en het lager gelegen veen- en merengebied aan de westkant. Het grondwater stroomt langzaam van oost naar west en is ooit als hemelwater op het Drents plateau gevallen. Het water is honderden jaren onderweg voordat het binnen de grenzen van Opsterland aankomt. Het water is schoon en komt door de enorme druk bij lage gebieden nog wel eens als kwelwater naar boven. Door de hoeveelheid en kwaliteit en door filtering is het water ideaal als grondwater voor de waterwinning. Het gebied ligt ver van de zee af zodat er amper sprake is van verzilting. 2. De eerste zichtbare invloeden van de mens op het natuurlijke landschap Vanaf het moment dat de mens zich definitief vestigde in het gebied wat nu gemeente Opsterland is, werd het gebied steeds verder in gebruik genomen.
De natuurlijke hoogvenen en de veenkoepels waterden van nature af op het Koningsdiep. In de middeleeuwen gebruikten de agrarische ontginners dit reliëf om de venen in cultuur te brengen. Vanaf de late 10e eeuw startte deze ontginningsgeschiedenis vanuit Oldeboorn. 2.1 Het agrarisch veenontginningslandschap (hele gemeente) In de 12e eeuw had de agrarische veenontginning die vanuit Oldeboorn op gang kwam het gebied in de omgeving van Bakkeveen al bereikt. Haaks op een veenstroompje of -rivier groeven de ontginners op gelijkmatige afstanden sloten de moerassen in. Rondom zo’n ontginningsblok werden zij- en achterkaden aangelegd, ook wel leidijken genoemd, tegen afstromend water uit het hoogveen. De veenboeren legden boerderijen aan op het veen en konden hier tijdelijk op akkeren, voornamelijk met rogge. Door de ontwatering richting het Konigsdiep kwam de top van het veendek droog te liggen, waarna deze begon te oxideren. Vanwege de maaivelddaling die dit tot gevolg had, begon het 23
cultuurland te zakken en ontstond er een tweedeling in het landschap. In het oosten van de gemeente begon het zandlandschap weer aan de oppervlakte te komen. In het beekdal en in het westen lag de zandondergrond echter veel dieper. Door de maaivelddaling waren deze landschappen aan vernatting onderhevig. Al snel werden de opstrekkende sloten verder het onaangetaste hoger gelegen veenmoeras in getrokken. Door deze ontginningswijze ontstonden overal langs het Koningsdiep en diens zijrivier de Wispel langgerekte percelen met haaks daarop linten van boerderijen (nederzettingsas). Iedere boer had de beschikking over zijn eigen opstrek. Op de jongere verveningsdorpen na zijn alle dorpen in Opsterland op deze wijze ontstaan. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden / Kernkwaliteiten o Opstrekkende verkaveling (landschappelijke blauwdruk) o Bewoningslinten, nederzettingsassen (verdwenen boerderijplaatsen, oude kerkhoven, huisterpen, oude woonsteden, grafheuvels) o Zij- en achterkaden: leidijken o Middeleeuwse voet- en kerkepaden, holle wegen o Open 2.1.1 Het woudenlandschap in het oosten: houtwallen en heide Op het zand bleef de opstrekkende verkaveling bestaan. Het grote verschil met het lager gelegen gebied is dat op de hogere zandgronden houtwallen en singels langs de opstrekkende percelen verrezen.
Dit besloten landschap wordt verder gekenmerkt door kleinschalige bosjes, heideterreinen op dekzandruggen, dobben of pingoruïnes en de kenmerkende noordoost-zuidwest georiënteerde nederzettingsassen en wegen. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden / Kernkwaliteiten o Houtwallen en singels o Kleinschalige bosjes en heideterreinen o Bewoningslinten, nederzettingsassen o Binnen- en buitenwegen o Leidijken o Iekenhiemen (groene boerenerven met eikenbomen) o Besloten 2.1.2 Het miedenlandschap in het westen: de hooilanden In het westen van de gemeente en in de beekdalen was het veel natter. Veel van deze landerijen stonden gedurende de wintermaanden geheel onder water. Deze landerijen werden doorgaans als hooiland gebruikt, ook wel mieden of marschen (mersken) genoemd. Dit landschap concentreerde zich met name aan weerszijden van het Koningsdiep en diens voormalige zijrivier de Wispel. Voor een betere afwatering en waterberging werd in de hooilanden vaak een fijnmazig slotenpatroon aangelegd. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden / Kernkwaliteiten o Hooilanden (mieden, marschen, mersken) en hooiwegen o Dijken (o.a. langs het Koningsdiep, Leppedijk) o Fijnmazig slotenpatroon (opstrekkend en dwarssloten) o Meanders Koningsdiep en Wispel (Alde Ie) o Voorden, bruggen, hout of til o Open
24
3. De huidige landschapstypen Door verdergaande schaalvergroting, toename van de bevolking, veranderingen in de waterhuishouding en nieuwe technieken in de landbouw zijn er diverse landschapstypen voortgekomen uit het zojuist benoemde woudenlandschap in het oosten en het miedenlandschap in het westen. Deze worden in deze paragraaf verder uiteengezet. 3.1 Hoogveenontginningslandschap De opstrekkende kavels vanuit het Koningsdiep grenzen in het noorden aan de gemeenten Smallingerland en Westerkwartier en in het zuiden aan het voormalige Schoterland (nu gemeente Heerenveen). Helemaal achter in deze kavels lagen in de 17e en 18e eeuw nog vrijwel onaangetaste hoogvenen. Een aaneengesloten stelsel van leidijken zorgde ervoor dat het water niet uit deze hoogvenen kon wegstromen. De veenpakketten waren plaatselijk wel drie tot vier meter dik. Eeuwenlang werd dit hoogveen vrijwel alleen gebruikt om er op kleine schaal turf te steken. 3.1.1 Hoogveenontginning Vanaf de 17e eeuw kochten investeerders, kooplieden en vooraanstaande Friese heren deze hoogvenen op om er turf te winnen. Het betreft hier ‘droge verveningen’. Door het graven van vaarten en wijken werd het hoogveen ontwaterd. Vervolgens konden de turven boven de waterspiegel worden afgestoken. De hoogvenen in het noorden werden aangesneden vanaf de toenmalige Ureterpster vaart.
In het zuiden lagen de Schoterlandse compagnonsvaart met wijken naar Langezwaag en Jonkerslân en de Opsterlandse compagnonsvaart. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden / Kernkwaliteiten o Vaarten en dwarsvaarten met een langgerekte lintvormige structuur o Wijken en dwarswijken met een langgerekte lintvormige structuur o Dijken en leidijken o Sluizen, bruggen en sluiswachterswoningen o Open 3.1.2 Veenkoloniaal landschap Het zware verveningswerk werd uitgevoerd door vele veenarbeiders. Het gros van de veenarbeiders was afkomstig van elders. Zij streken neer langs de vaarten en bouwden daar een (tijdelijk) onderkomen. Op deze wijze ontstonden nieuwe nederzettingen als Frieschepalen, Ureterp aan de Vaart (voormalige buurtschappen Dalen en Pietersburen) en buurtschappen die genoemd zijn naar voormalige sluizen (vallaat) zoals Wijnjeterper Vallaat en Hemriker Vallaat. Na de verveningen ontstonden op de afgeveende gronden keuterontginningen. Tussen de wijken ontwikkelde zich zo een landschap met kleinschalige blokverkaveling.
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden / Kernkwaliteiten o Bewoning langs vaarten (veenkoloniaal dorp met lintbebouwing) o Keuterontginningen tussen wijken en dwarswijken o Een planmatige blok- of rechthoekige verkaveling o Elzenzingels als perceelscheiding o Open tot half open 3.2 Laagveenontginningslandschap en veenpolders (veenweide) Het cultuurland in het lagere westen van Opsterland bestond in de 16e en 17e eeuw vrijwel uitsluitend uit hooilanden. De zeer natte hooilanden stroomafwaarts van het Koningsdiep overstroomden met enige regelmaat. Dit waren de bûtlânen. Vanaf de 17e eeuw veranderde het landschapsbeeld geleidelijk aan. Ook in dit laaggelegen gebied kwamen de verveningen op gang. Dat ging gepaard met investeringen in de waterstaat.