CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

OUDE VERSIE Bijlage 1 Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Opsterland (gemarkeerd).pdf

Raadsvergadering 3 juli 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Vaststellen eindverslag van inspraak en Omgevingsvisie Opsterland (B)18.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Omgevingsvisie Gemeente Opsterland Omgevingsvisie - 1

Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding 3 Omgevingsvisie Opsterland 3 Wat is een omgevingsvisie? 3 Hoe we willen samenwerken 4 Opbouw van de Omgevingsvisie 4 Global Goals en de Omgevingsvisie 5

H2 Opgaven 7 Opgave 1 – Leefbare en vitale dorpen 8 Opgave 2 – Klimaatadaptatie, wateroverlast en hittestress 12 Opgave 3 – Bevorderen energietransitie 15 Opgave 4 – Naar landbouw met toekomst 18 Opgave 5 – Versterken natuurwaarden en verbeteren biodiversiteit 21 Alle opgaven in één oogopslag 23 H3 Wat zijn onze uitgangspunten? Vier leidende thema’s 24 Thema 1 – We zijn trots op onze identiteit en ons erfgoed 25 Thema 2 – We bouwen aan brede welvaart 27 Thema 3 – We verbeteren de omgevingskwaliteit 30 Thema 4 – We bevorderen duurzaam ruimtegebruik 33 H4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Uitvoering en monitoring 35 Borging toekomstige aanpassing en/of actualisering omgevingsvisie 36 De beleidscyclus 36 Monitoring 37 Maatschappelijke ontwikkelingen 37 Samenhang met milieuaspecten (MER en 4 milieubeginselen) 37 Samenhang met Wet voorkeursrecht 37 Financiën 37

2 - Omgevingsvisie

H5 5.1 5.2. 5.3.

Het rijke cultuurlandschap van Opsterland: Landschap, dorpen en mensen 38 Landschap van Opsterland 39 De dorpen: in het landschap en hun kenmerken 47 De mensen: Het DNA van de Opsterlander; de eigenheid van de bevolking 53

Literatuurlijst 56 Noten 56

Inleiding 1.1

Omgevingsvisie Opsterland

Hoe ziet Opsterland er over dertig jaar uit? Hoe blijft Opsterland een prettige gemeente om te wonen, zijn we goed bereikbaar en ook economisch welvarend? En hoe kunnen mensen hier gezond en veilig recreëren? Daarover gaat deze Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie gaat over de toekomst van Opsterland. Waarin de inwoners gezond en veilig kunnen leven. Waar er ruimte is voor wonen, werken en ontspannen in het groene landschap dat we zo koesteren, graag behouden. Hoe doen we dat op een manier die past bij het gebied en de mensen die er in leven? Daarvoor staan in de Omgevingsvisie alle ambities en opgaven die hierover gaan, genoemd. We gebruiken de Omgevingsvisie als kader om keuzes te maken over initiatieven voor bijvoorbeeld woonwijken, winkels, bedrijven, nieuwe wegen of groengebieden. Met de komst van de Omgevingswet moeten gemeenten een Omgevingsvisie hebben. Deze komt in de plaats van structuurvisies, verkeers- en vervoersplannen, delen van de natuurvisie en milieubeleidsplannen. Opsterland heeft vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet in 2015 al een Omgevingsvisie opgesteld. Hierbij zijn allerlei partijen zoals inwoners, ondernemers en instellingen door middel van informatiebijeenkomsten en inspiratiesessies geïnformeerd en betrokken. De Week van de Omgevingsvisie die we hebben georganiseerd werd zowel online als fysiek goed bezocht.

En daar zijn we blij mee! De reacties die we ontvingen, hebben we meegenomen en heeft geleid tot dit resultaat. De visie is in een mooi proces tot stand gekomen, waarbij de kern in één oogopslag in een matrix is terug gebracht. We zijn benieuwd wat u ervan vindt. Anko Postma wethouder gemeente Opsterland

1.2

Wat is een omgevingsvisie?

De Omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Opsterland. De fysieke leefomgeving is breder dan alleen de ruimtelijke aspecten. De Omgevingswet noemt verplichte aspecten die integraal terug moeten komen in een Omgevingsvisie. Daarin zit bijvoorbeeld het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt en het nalaten van activiteiten. Ook ontwikkelingen op het gebied van cultureel erfgoed, energie-infrastructuur, landbouw, landschap, milieu, natuur en water worden meegewogen en beschreven. Vaste Elementen De omgevingsvisie moet inhoudelijk volgens de Wet in elk geval de volgende elementen bevatten: •

Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: waar bestaat de fysieke leefomgeving uit en wat is de kwaliteit ervan?

•

De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied: wat gebeurt er/ gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied?

•

De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid: wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt?

De Omgevingsvisie gaat over de volle breedte van de fysieke leefomgeving zoals bedoeld in de Omgevingswet. De Omgevingsvisie is dus niet een optelsom van beleidsvisies voor de diverse domeinen, maar een samenhangende visie voor de gemeente. Daarnaast is de gemeentelijke omgevingsvisie een onderdeel van een groter geheel van samenhangende instrumenten binnen de Omgevingswet. Kaders voor de visie zijn onder andere: •

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Hierin geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland.

•

De Omgevingsvisie Fryslân 2020 De romte diele (Provinciale Omgevingsvisie (POVI)) Omgevingsvisie - 3

•

Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit programma valt onder de NOVI en is een beleidsprogramma van de ministeries van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV); van Infrastructuur en Water (IenW) en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK). In dit programma gaan zij samen met provincies, waterschappen, gemeenten en maatschappelijke partners, grondeigenaren en grondgebruikers op zoek naar oplossingen per gebied.

Rol van de Raad in het proces De gemeenteraad is tijdens meerdere bijeenkomsten geïnformeerd over de vorderingen van de visie. Ook heeft de raad tijdens het proces over diverse onderwerpen en dilemma’s het gesprek gevoerd. Aandachtspunten waren onder meer hoe de raad zijn rol onder de Omgevingswet wil invullen, hoe participatie vorm moet krijgen, welke aspecten belangrijk zijn en waar prioriteiten liggen.

•

In het Fries Programma Landelijk Gebied (FPLG) gaat de provincie Fryslân voor Friesland invulling aan het NPLG. Dat doet zij samen met andere partijen, zoals boeren, natuurorganisaties, ondernemers, inwoners en overheden, zoals de gemeente Opsterland.

1.3

Verder is bekend dat andere partijen ook een visie gaan opstellen, die relevant kunnen zijn. Het Wetterskip heeft aangekondigd aan de slag te gaan met een Watervisie (Blauwe Omgevingsvisie BOVI). Hoe zijn we tot de visie gekomen? Opsterland heeft in 2015 de Omgevingsvisie Opsterland 2015-2030 vastgesteld. Feitelijk gaat het om een structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), waarin al zoveel mogelijk op de Omgevingswet is geanticipeerd. De basis van deze visie is goed en er is voor gekozen deze te actualiseren. Voor de actualisatie hebben we gebruik gemaakt van bestaande beleidsstukken en nieuwe ontwikkelingen. En we hebben verbeterpunten ten opzichte van de huidige visie benoemd. Deze zijn: • Integraler (meer samenhang); • completer (met vooral meer verbinding met sociaal maatschappelijk vraagstukken), • strategisch; heldere kaders stellen. Daarbij hebben we gebruik gemaakt van de in De Friese Aanpak (DFA) ontwikkelde matrix voor leidende thema’s en opgaven. Deze basis is passend gemaakt voor Opsterland. Dat heeft geleid tot de in hoofdstuk 2 en 3 uitgewerkte onderwerpen. De teksten zijn tot stand gekomen onder andere door integrale werksessies en gesprekken met het gemeentebestuur.

Omdat bij de Omgevingsvisie 2015-2030 een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden en het bestaande beleid ook met participatie tot stand is gekomen, is er bij het opstellen van de basistekst geen uitgebreid participatieproces geweest. Wel is deze eerste concepttekst gebruikt als basis voor de in mei 2022 gehouden ‘Week van de omgevingsvisie’.

4 - Omgevingsvisie

Hoe we willen samenwerken

Ideeën en initiatieven komen meer en meer vanuit de samenleving. Ook in Opsterland herkennen we dat. En als gemeente willen we daar beleidsmatig en organisatorisch bij aansluiten. Dit betekent dat we in overleg met dorpsbelangen, inwoners, ondernemers en andere overheden, zoals Wetterskip en provincie, ideeën willen realiseren. Als gemeente past ons in hoofdzaak een faciliterende rol. We kiezen minder vaak voor een rol waarbij wij alleen aan het stuur staan en zelf volledig regie voeren. We bewegen mee met maatschappelijke ontwikkelingen, en trekken graag als partner op met onze inwoners, bedrijven en organisaties. Geen gemeente dus die vooral zelf alles bepaalt, controleert en stuurt, maar een overheid die liefst samenwerkt, meedenkt en meehelpt en dus faciliteert. Bij dit alles gaan we uit van vertrouwen. Vertrouwen dat onze inwoners en bedrijven de goede dingen willen doen met aandacht voor de omgeving in brede zin: zowel de fysieke als sociale omgeving. We zullen niet aan situaties ontkomen waarbij we wel degelijk het heft in eigen handen moeten nemen en duidelijk regie voeren. We houden immers onze rol als uitvoerder van wettelijke taken. Maar samenwerken en verbinden is voor ons een belangrijk uitgangspunt.

1.4 Opbouw van de Omgevingsvisie In deze Omgevingsvisie treft u geen gedetailleerde uitwerking van de toekomst aan. We laten dat bewust na, omdat we weten dat de toekomst niet valt te voorspellen. Wel hebben we een goed beeld van de opgaven die op ons afkomen. We zien er vijf: • • • • •

Bevorderen leefbaarheid en vitaliteit van de dorpen Klimaatadaptatie; tegengaan van waterloverlast en hittestress Bevorderen energietransitie Naar een landbouw met toekomst Verbeteren van biodiversiteit

Bij elk van deze opgaven formuleren we op hoofdlijnen een aantal richtinggevende keuzes. Keuzes die passen bij het karakter van onze gemeente en aansluiten bij waar we (beleidsmatig) al mee bezig zijn. De opgaven hebben we uitgewerkt in hoofdstuk 2.

Afbeelding: Global Goals

We zien vijf opgaven die onmiskenbaar hun effect zullen hebben op en in de fysieke leefomgeving. En hoewel we op voorhand geen ontwikkelingen aanwijzen of uitsluiten is er wel onze basis, de beschrijving van Het rijke cultuurlandschap van Opsterland: landschap, dorpen en mensen (hoofdstuk 5). Die basis is op dit moment goed op orde en moet dat voor de toekomst ook blijven. Deze bestaat uit: 1. onze landschappelijke hoofdstructuur; 2. onze zorg voor een basis-milieukwaliteit. In hoofdstuk 3 beschrijven we vervolgens de leidende thema’s. Deze gebruiken we om bij ontwikkelingen, waar mogelijk, een plus te realiseren. Het gaat om: • • • •

We zijn trots op onze identiteit en ons erfgoed; We bouwen aan brede welvaart; We verbeteren de omgevingskwaliteit; We bevorderen duurzaam ruimtegebruik.

In hoofdstuk 4 besteden we aandacht aan zaken als monitoring & evaluatie en de plaats van de Omgevingsvisie in de beleidscyclus. De in hoofdstuk 5 beschreven landschappelijke hoofdstructuur en de zorg voor een goede basis-milieukwaliteit vormen het vertrekpunt bij de afweging en begeleiding van initiatieven in onze gemeente.

1.5

Global Goals en de Omgevingsvisie

Opsterland is sinds 2020 een Global Goals gemeente. De Global Goals zijn 17 doelen die in 2015 door de Verenigde Naties zijn opgesteld. De Global Goals zijn duurzame ontwikkelingsdoelen en vormen tot 2030 wereldwijd de duurzaamheidsagenda. De VNG heeft de Global Goals vertaald naar de Nederlandse context en naar het niveau van een gemeente aan de hand van 12 thema’s. Van de 17 Global Goals zijn er 16 die relevant zijn voor gemeentelijk beleid rondom de fysieke leefomgeving. Bij elke opgave en elk thema geven wij met afbeeldingen aan welke global goals relevant zijn. Omgevingsvisie - 5

Afbeelding: matrix van leidende thema’s en opgaven

6 - Omgevingsvisie

H2 Opgaven

Omgevingsvisie - 7

Opgave 1: Bevorderen leefbaarheid en vitaliteit van de dorpen Deze opgave draagt bij aan de volgende Sustainable Development Goals (SDG’s)

Opgave 1 – Leefbare en vitale dorpen A. Wat is de opgave? Het is goed wonen, recreëren en werken in Opsterland. De gemeente is een plattelandsgemeente met vele kwaliteiten, gelegen tussen ruwweg Drachten en Heerenveen in het mooie Zuidoost Friesland Deze kwaliteiten komen zeer zeker ook tot uitdrukking in de 16 dorpen. De regio Zuidoost Friesland kent (nog) geen afname van het aantal inwoners en is qua leefbaarheid, economie en wonen relatief sterk. Hoewel de bevolkingsprognoses aangeven dat de bevolkingsdaling over een of twee decennia in Zuidoost Friesland, en dus ook in Opsterland, aan de orde zal zijn, is het nu nog geen actueel thema.

zowel fysiek, mentaal als sociaal-emotioneel gezond te blijven. Het vitale dorp heeft prioriteit en is uitgangspunt in de in 2021 vastgestelde Preventie-agenda.

A en B samengevat: •

Het is goed wonen, recreëren en werken in Opsterland. De gemeente is een plattelandsgemeente met vele kwaliteiten. Deze komen tot uitdrukking in de 16 dorpen. We zien de krapte op de woningmarkt en de kwetsbaarheid van de sociale samenhang in de dorpen. De aantrekkelijkheid om in Opsterland te (blijven) wonen vergt continu de aandacht.

•

We hebben een toekomstgericht woonklimaat. De woningvoorraad sluit aan bij de huidige en toekomstige vraag en bij de veranderende bevolkingssamenstelling. We willen ruimte blijven bieden voor extra woningen en streven naar een kwalitatief goede woningvoorraad. We investeren in aantrekkelijke dorpen met een sterke sociale samenhang. Er zijn voldoende woningen (kwantitatief en kwalitatief), afgestemd op de behoefte van de verschillende doelgroepen.

Demografische prognoses laten zien dat de bevolkingsopbouw zich de komende jaren zal wijzigen. Tussen nu en 2035 zal de bevolking van de gemeente naar verwachting afnemen. Het aantal huishoudens echter neemt in deze periode nog toei. Daarom is het zaak om regelmatig stil te staan bij de kwaliteit van sociale structuren en voorzieningen in de dorpen. Vergrijzing en ontgroening is voor de komende jaren een actueel thema. Landelijk beleid is er op gericht dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen. Ze zullen dus een groter beroep doen op extra murale voorzieningen, familie en dorpsgenoten. Een onbedoeld effect hiervan is dat de doorstroming op de woningmarkt niet bevorderd wordt, zelfs stagneert. Daarom moeten we juist meer inzetten op voorzieningen die een dorp zelf graag in stand wil houden. In combinatie met de huidige krapte en prijsniveaus op de woningmarkt maakt het dat starters en jongeren nog nauwelijks een passende woning kunnen bemachtigen.

B. Wat betekent dat voor Opsterland? Opsterland is primair een gemeente waar het goed en veilig wonen is in een prachtig en afwisselend landschap. Het is belangrijk dat de dorpen leefbaar, vitaal en aantrekkelijk blijven. Dat kan door een goed en toekomstgericht aanbod van woningen, een bloeiend verenigingsleven, ruimte om te kunnen ondernemen en voldoende bereikbare en betaalbare algemene en voorliggende voorzieningen. Naast wonen zijn er vijf andere basisfuncties belangrijk: onderwijs, sport/ontspanning, ontmoeten, zorg en bedrijvigheid/werk. De gemeente werkt samen met inwoners, verenigingen en ondernemers aan oplossingen en verbeteringen om dorpen vitaal en leefbaar te houden. Een vitaal dorp biedt voor inwoners diverse aanknopingspunten om

C.

Welke keuzes maken we?

1. Woningbouw gericht op de toekomst • We streven naar kwalitatieve verbetering van de bestaande woningvoorraad: toekomstbestendig, energiezuinig en meer levensloopbestendig. • We sluiten aan bij de woningbehoefte in de dorpen en houden rekening met aard en schaal van het dorp. • We streven naar toevoeging van woningen aan de woningvoorraad. Hier zetten we nieuwbouw voor in. Voorwaarde is dat deze woningen kwaliteit hebben qua duurzaamheid en levensloopbestendigheid. We streven daarbij bovendien naar woningen die weinig voorkomen in de voorraad en naar woningen waar ook in de toekomst behoefte aan is. • We geven voorrang aan inbreiding binnen de huidige dorpscontouren. • We streven naar voldoende -; betaalbare – en beschikbare sociale huurwoningen voor lage en middeninkomens. • We streven naar toepassing van tijdelijke woonvormen, vanwege flexibiliteit. 1. •

Woningbouw gericht op de toekomst We streven naar kwalitatieve verbetering van de bestaande woningvoorraad en een kwalitatief goede nieuwbouw: toekomstbestendig, energiezuinig en meer Omgevingsvisie - 9

• •

• •

nultredenwoningen (bad- en slaapkamer op de begane grond). We realiseren vijf sleutelprojecten aansluitend op de kernen Gorredijk, Bakkeveen, Ureterp, Terwispel en Langezwaag, waarmee invulling gegeven kan worden aan de kwalitatieve doelen uit Nationale Bouw- en Woonagenda. Naast sleutelprojecten is in elk dorp woningbouw mogelijk binnen de rode contouren (Bestaand Stedelijk gebied zoals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening) om bestaande initiatieven te faciliteren en binnenstedelijke knelpunten (zoals vrijkomende scholen) op te lossen. We streven naar voldoende betaalbare en beschikbare sociale huurwoningen voor lage en middeninkomens. Tijdelijke woonvormen worden toegestaan in de vorm van prémantelzorgwoningen en Tiny Houses (vergunning max. 10 jaar).

2. Basisvoorzieningen bereikbaar houden • We willen in elk dorp de basisvoorzieningen (bereikbaar) houden. • We werken samen met bewonersinitiatieven om ook andere sociaal-culturele en ondersteunende voorzieningen in stand te houden. • Digitale bereikbaarheid is in de moderne samenleving vanzelfsprekend. 3. Faciliteren van de inclusieve samenleving • We zetten in op ‘Krêft fan de mienskip’. • We willen investeren in dorpen. Daarbij richten we ons op een sterke sociale samenhang. • We vinden het belangrijk dat iedereen mee telt en mee doet. • We ondersteunen inwoners om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen en leven. • Het is belangrijk dat iedere inwoner zich optimaal kan ontwikkelen. 4. Ruimte om te ondernemen Als gemeente zorgen we voor voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven. •

•

Het doel is om het aanbod aan locaties voor bedrijven aan te laten sluiten bij de vraag. In principe is het doel bedrijven met een ruimtebehoefte binnen de gemeente een plek te laten vinden. Of dit lukt, is mede afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf. Als er veel vraag en weinig aanbod is, kijken we of uitbreiding van bedrijfsterreinen nodig is. We kijken daarbij ook naar vraag en aanbod in de regio, waarbij een integrale afweging in een ruimtelijk plan wordt gemaakt. De bedrijventerreinen van Opsterland hebben intrinsiek een hoge kwaliteit. Ze

10 - Omgevingsvisie

kunnen daarnaast ook dienen als “uitloopgebied” voor kleinschaliger bedrijven dan de grotere industriële bedrijfsvestigingen, bijvoorbeeld die in Heerenveen en Drachten. Bedrijvigheid in de dorpen • Dorpen kunnen vitaal en leefbaar blijven wanneer lokale bedrijvigheid behouden blijft en tot wasdom kan komen. Het midden en kleinbedrijf, de detailhandel, de horeca en zeker ook agrarische ondernemingen zijn van enorm belang. Waarbij deze laatste ook een rol spelen in de leefbaarheid in het buitengebied. Kleinschalige bedrijvigheid en gepaste groei zullen we altijd positief tegemoet treden. In dat verband juichen we de realisatie van kleine of middelgrote bedrijfsverzamelgebouwen toe. Daarnaast bevorderen we het circulair ondernemen en lokale bestedingen. We streven naar levendige compacte kernwinkelgebieden. • We zetten in op goed functionerende, aantrekkelijke en toekomstbestendige winkelgebieden in een veranderend retaillandschap. Hierbij onderscheiden we twee hoofdthema’s. • Terugdringen van leegstand en overcapaciteit en van overbodige plancapaciteit in winkelvloeroppervlak. • Versterken van de uitstraling, beleving en aantrekkelijkheid van winkelgebieden. Er is ruimte voor recreatieve ondernemingen • Recreatie en Toerisme is een sector met potentieel in Zuidoost Friesland. Het landschap is uniek, afwisselend en uitnodigend.

Het ondernemerschap is goed ontwikkeld, maar kan ook her en der nog wel een kwantitatieve en kwalitatieve slag maken. Door een toeristische bril bezien wordt Zuidoost Friesland ook wel “Het Andere Friesland” genoemd. Om dit merk nog beter tot wasdom te laten komen zullen we organisatorisch en ruimtelijk facilitair zijn.

D. Bestaande beleidskaders • • • • • •

Preventieagenda Opsterland 2021-2030 het coalitieakkoord Mei-inoar foarút 2022-2026 Vitaal Opsterland, Visie op Basisvoorzieningen en Accommodaties 2010-2030 heeft geleid tot Vitaal Opsterland versie 2 (2013) Basisanalyse Dorpsspiegels Opsterland 2017 – 2018 Woonvisie 2017-2021 (Actualisatie Woonvisie 2022-2026) Actualisatie woonvisie gemeente Opsterland / ‘Volkshuisvestingsprogramma’

• • • • • • • • • •

Kadernota sport en bewegen 2017-2021 Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2015-2030 Kadernota Dorpshuizenbeleid (15 november 2021 per raadsbesluit) Kansen benutten Recreatie en toerisme in Opsterland (2016-2020) Ontwikkelagenda’s Duurzaam, Leefbaar en Inclusief Opsterland Regionale Afspraken Wonen Zuidoost Fryslân, 2016-2026 (2018). Prestatieafspraken woningcorporaties en de huurdersorganisatie De Bewonersraad (Jaarlijks). Detailhandelsvisie 2015 Bedrijventerreinen zuidoost Friesland Beleidsplan verlichting 2009-2014

E. Actuele projecten en beleidsvoornemens • • • • • • • • • • • •

We stellen samen met de dorpen nieuwe dorpsvisies op. Daartoe hebben wij in 2022 geactualiseerde dorpsspiegels gemaakt. Ze geven een beeld van de stand van zaken in de verschillende dorpen. Kaders van het dorpshuizenbeleid vaststellen. Koersplannen voor alle dorpshuizen. Dorpencoördinator aangesteld (2020) Actualiseren Woonvisie (2017-2021). Verruiming en flexibilisering van de woningbouwruimte (Nieuwe woningbouwafspraken met de provincie voor de periode 2020-2030) Regiodeal Zuidoost Friesland 2020 – 2023 met als een van de pijlers Vitale Dorpen. Belangrijk onderdeel daarin is het programma Gorredijk gericht op versterking van de regionale positie van Gorredijk. Regionale toeristische ontwikkelstrategie Zuidoost Friesland Regionale samenwerking RenT in het kader van ‘Het andere Friesland’ De eerste actielijn van de preventie-agenda is gericht op het versterken van de sociale netwerken in de dorpen. Vernieuwing detailhandelsvisie Een woonzorganalyse om te kijken wat er nodig is op het gebied van wonen en zorg

Omgevingsvisie - 11

Opgave 2: Klimaatadaptatie; tegengaan van wateroverlast en hittestress Deze opgave draagt bij aan de volgende Sustainable Development Goals (SDG’s)

Opgave 2: Klimaatadaptatie; tegengaan van wateroverlast en hittestress A. Wat is de opgave?

A en B samengevat • •

Het klimaat verandert. De negatieve effecten worden steeds meer zichtbaar. We willen onze leefomgeving aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en de nadelige effecten tegengaan.

Het klimaat verandert. Het weer wordt extremer: we krijgen te maken met meer en zwaardere buien. Als gevolg daarvan neemt de kans op overstromingen en wateroverlast toe. De zomers worden droger en heter. De gevolgen daarvan, zoals hittestress, zien we om ons heen. In Nederland, maar ook wereldwijd, wordt hard gewerkt om klimaatverandering tegen te gaan. We moeten er echter rekening mee houden dat een deel van de veranderingen niet terug te draaien is. Voor Opsterland is onlangs een klimaatstresstest uitgevoerd. Op de site http://www.frieseklimaatatlas.nl staan de resultaten.

C.

B. Wat betekent dat voor Opsterland?

a. Verbeteren van opvang hemelwater door gescheiden riool aan te leggen bij vervanging of aanleg nieuwe riolering. b. Bij nieuwe bouwplannen of herstructurering van gebieden moet duidelijk zijn welke bijdrage geleverd wordt aan de klimaatopgave. c. Aanleg van kleinschalige wateropvang op plekken waar overlast kan voorkomen. d. Aanleggen en/of toevoegen van beplanting of waterpartijen op plekken waar hittestress kan optreden. e. Inwoners en ondernemers van de gemeente Opsterland bewust maken van hun eigen rol bij klimaatadaptatie. Bijvoorbeeld door het stimuleren van meer groen in de tuin, minder bestratingen door afkoppelen van hemelwaterafvoer zodat het richting bodem en oppervlaktewater kan. f. Maatregelen klimaatadaptatie kunnen ook bijdragen aan verbeteren van de biodiversiteit.

De effecten van klimaatverandering worden vooral gevoeld in de dorpen. Door bebouwing en verharding is het voor het water lastig om weg te komen en kan het zich ophopen, zodat wateroverlast ontstaat. Tussen gebouwen en op verhard terrein lopen de temperaturen hoger op dan in de buitengebieden; we noemen dit hittestress. Vooral bij de inrichting van de dorpen is het van belang dat we maatregelen nemen om ons aan te passen aan het veranderende klimaat. In Opsterland zijn er ook verschillen tussen de zandgebieden en de veengebieden. Het gevarieerde landschap en de verschillen in bodemgesteldheid zijn beschreven in hoofdstuk 5. Zo is het in de zandgebieden sneller droger en moeten we ervoor waken dat het grondwater niet te ver wegzakt. Afkoppelen van hemelwaterafvoer van het rioolstelsel zodat het richting oppervlaktewater kan helpt om water langer in het gebied vast te houden en om droogte bij zandgronden te voorkomen. In de veengebieden is wateropvang en vasthouden makkelijker. We hebben in het veengebied de wens om op verschillende plaatsen het waterpeil te verhogen om het veen te sparen en CO2-uitstoot tegen te gaan. Samen met Wetterskip Fryslân werken we aan maatregelen om hier oplossingen voor te vinden. Een robuust watersysteem helpt ons hierbij.

Hittestress kan worden tegengegaan door minder verharding en meer groen bij woningen en in de openbare ruimte, schaduwbiedende begroeiing in het buitengebied, groene daken op woningen en bedrijven, maar ook slimme materiaalkeuzes.

Welke keuzes maken we?

1. We willen voorkomen dat inwoners en bedrijven wateroverlast ondervinden bij hevige regenval, hittestress bij langdurige temperaturen boven de 30 graden en geen of minder schade ondervinden door langdurige droogte; denk daarbij aan opbrengstderving van gewassen of schade aan de natuur. Als gemeente hebben we de volgende maatregelen voor ogen:

D. Bestaande beleidskaders 1. 2. 3. 4.

Watertakenprogramma (2020) Bomenbeleidsplan (2020) Provinciale Omgevingsvisie POVI (2020) Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2020

Omgevingsvisie - 13

E. Actuele projecten Medio 2022 is bijna 20% van het riool een gescheiden systeem. Dat betekent dat er nog 80% van gemengd riool naar gescheiden riool moet worden omgezet. Het direct opdracht geven om alle riolen gescheiden aan te leggen is budgettair niet realistisch, het vergt logistiek en financieel een te grote investering. Bij elke vervanging van het gemengd riool wordt in principe een gescheiden riool aangelegd. Aan de andere kant wordt een gemengd riool pas vervangen als deze technisch aan vervanging toe is. Door de klimaatopgave mee te laten wegen in de afweging van wel of niet vervangen versnellen we het vervangen van gemengd riool naar gescheiden riool. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) Fries Programma Landelijk Gebied (FPLG) Veenweideprogramma Project Koningsdiep Natura 2000 Risico dialoog Terrein beherende organisaties, zoals It Fryske Gea; Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, landbouw en landgoederen.

14 - Omgevingsvisie

Opgave 3: Bevorderen energietransitie Deze opgave draagt bij aan de volgende Sustainable Development Goals (SDG’s)

Opgave 3: Bevorderen energietransitie A. Wat is de opgave? De Energietransitie als belangrijke opgave heeft zijn oorsprong in de klimaatafspraken van Parijs (2015). De doelstellingen voor Nederland zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord. • •

In 2030 besparen wij ten opzichte van het referentiejaar 1990 49% op de CO2uitstoot. Met het regeerakkoord van Rutte IV (2022) is dit verhoogd naar 55% In 2050 beperken we de CO2 uitstoot ten opzichte van het referentiejaar met 98%. Fossiele brandstoffen, waaronder aardgas, zijn in de gebouwde omgeving vervangen door duurzame bronnen en hernieuwbare energie.

B. Wat betekent dat voor Opsterland? De afspraken uit het Klimaatakkoord zijn in Opsterland uitgewerkt in de Transitievisie Warmte (2021) en de Regionale Energie Strategie (2021) (RES). De Transitievisie Warmte is opgesteld in samenwerking met de gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf. De RES is opgesteld in samenwerking met de provincie. Opsterland neemt verantwoordelijkheid en heeft de ambitie om in 2035 een energieneutrale gemeente te zijn. Dat betekent dat in 2035 in Opsterland net zoveel duurzame energie wordt opgewekt als verbruikt. De energietransitie heeft een grote ruimtelijke en sociaal maatschappelijke impact. De opwekking van duurzame energie met bijvoorbeeld zon en wind is zichtbaar in het landschap. Woningen moeten geschikt zijn voor het vervangen van aardgas. Verder is het van belang dat er wordt ingezet op besparing en gedragsverandering.

A en B samengevat • • •

De gemeente Opsterland heeft op basis van het Klimaatakkoord van Parijs een verantwoordelijkheid op zich genomen in de energietransitie. We willen in 2035 energieneutraal zijn. De gemeente zet maximaal in op duurzame energieopwekking en het –binnen juridische kaders- voorkomen van nieuwe gaswinlocaties

16 - Omgevingsvisie

C. Welke keuzes maken we? 1.

We zetten samen met onze inwoners in op bewustwording en energiebesparing. Energie die niet wordt gebruikt hoeft niet te worden opgewekt. Wij zetten om die reden in op een forse besparing van het energiegebruik. Besparing is vooral te bereiken door bewust omgaan met energie, zuiniger apparaten en het verduurzamen van woningen. Dit vraagt een actieve rol van inwoners. In diverse dorpen zijn al initiatieven genomen. Die willen wij, in samenspraak, ondersteunen, verbinden en versterken.

2. We faciliteren en stimuleren lokale initiatieven. Wij hebben samen met inwoners een actieve rol bij het verduurzamen van de energieproductie in en voor onze gemeente. Wij ondersteunen lokale initiatieven. Belangrijk uitgangspunt is dat voor alle vormen voor de opwek van duurzame energie geldt dat maatschappelijk draagvlak is. Dorpen en inwoners moeten mee kunnen doen en profiteren van de opbrengsten. Wij zullen bij de netbeheerders aandacht vragen voor het vergroten van de netcapaciteit voor lokale plannen. 3. We beschikken over een actuele Transitievisie Warmte en werken samen met de dorpen uitvoeringsplannen uit om aardgas te besparen en af te koppelen. Aardgas moet in 2050 zijn vervangen door een duurzaam alternatief. Het is belangrijk dat onze inwoners weten welke alternatieven er voor aardgas in de gemeente beschikbaar zijn en op welke termijn aardgas wordt vervangen. In de Transitievisie Warmte is dat uitgewerkt. Anno 2022 zijn in Opsterland vrijwel geen collectieve alternatieven voor het gebruik van aardgas beschikbaar. Een individuele oplossing per woning of bedrijf, volledig elektrisch of hybride, blijft dan over. Deze eerste visie zet vooral in op het motiveren, samenwerken, faciliteren en communiceren. Lokale initiatieven voor het afkoppelen van aardgas worden samen met de dorpen uitgewerkt in uitvoeringsplannen.

De ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid gaan snel. Wij actualiseren daarom regelmatig de Transitievisie Warmte. 4. Wij werken mee aan de Regionale Energie Strategie. Wij werken met alle overheden en de netbeheerder in de provincie Fryslân aan de Regionale Energiestrategie (RES). Het belangrijkste doel van de RES is de opwek van hernieuwbare energie, met zorgvuldige ruimtelijke inpassing, maatschappelijk draagvlak en aan¬dacht voor de benodigde energie-infrastructuur. De focus van de RES ligt op duurzame energievoorziening voor de bebouwde omgeving. De RES wordt regelmatig geactualiseerd.

5. Wij zetten in op een duurzame energievoorziening. Op dit moment ligt de voorkeur bij het opwekken van zonne-energie. Plaatsing van zonnepanelen op daken heeft daarbij de voorkeur. Voor de aanleg van zonnevelden zijn landschappelijke inpassing en participatie belangrijk. Wij hebben ons beleid daarvoor vastgelegd in het Zonneplan Opsterland. Alleen met zon kunnen wij onze energiebehoefte niet invullen. Ook andere opties kunnen een belangrijke bijdrage leveren. Wij bieden naast zon, ruimte aan nieuwe vormen van duurzame/hernieuwbare energie als die kansrijk zijn en een bijdrage kunnen leveren voor het realiseren van onze doelstelling. We houden daarbij rekening met de invloed van de ruimtelijke ingrepen in onze leefomgeving. We gaan daarbij op zoek naar oplossingen voor goede inpassing in het landschap, mogelijkheden tot verbeteren biodiversiteit en het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid. De gemeente is actief betrokken bij onderzoek naar de mogelijkheden voor duurzame opwek van elektriciteit en alternatieve warmtevoorzieningen en opslagmogelijkheden op de langere termijn. Dit doen we bijvoorbeeld in provinciaal verband via de Regionale Energie Strategie en de Proeftuin Aardgasvrije Wijken en andere kennisnetwerken.

Om de energievoorziening ook in tijden zonder zon en bij weinig of geen wind veilig te stellen of om het elektriciteitsnetwerk te ontzien tijdens pieken in de energieproductie, is aandacht nodig voor opslag en het afstemmen van vraag en aanbod. Wij sluiten om die reden (combinatie)projecten van (grootschalige) duurzame opwek van energie niet uit. Wij denken daarbij aan energieparken voor zon, wind, groengas, waterstof of een combinatie daarvan. Naast een efficiënt en verantwoord gebruik van de energie- infrastructuur zijn bijkomende voordelen dat hier ook kan worden geëxperimenteerd met opslag van duurzame energie en het creëren van opwek in de directe omgeving waar het kan worden gebruikt. Bij de uitwerking van plannen vormt veiligheid een belangrijk thema waarbij de Veiligheidsregio als adviseur wordt betrokken. Bovendien worden deze plannen getoetst aan de landelijke en provinciale wet- en regelgeving

3. Uitvoeringsplan Energietransitie 2019 4. Zonneplan Opsterland 2019

E. Actuele projecten 1. 2. 3. 4.

Proeftuin Aardgasvrije Wijken Uitvoering Transitievisie warmte Uitvoering Regionale Energie Strategie Provinciaal laadpalenproject

6. Wij sluiten aan bij projecten die duurzame mobiliteit bevorderen. Als alternatief voor het gebruik van fossiele brandstoffen voor de mobiliteit wordt landelijk ingezet op elektrificeren van wagenparken. Wij sluiten in dit verband aan bij een provinciaal laadpalenproject.

D. Bestaande beleidskaders 1. Transitievisie Warmte 2021 2. Regionale Energie Strategie 1.0 (RES) 2021 Omgevingsvisie - 17

Opgave 4: Naar landbouw met toekomst Deze opgave draagt bij aan de volgende Sustainable Development Goals (SDG’s)

Opgave 4: Naar landbouw met toekomst A. Wat is de opgave? Opsterland heeft een overwegend landelijk en agrarisch karakter. In hoofdstuk 5 is beschreven welk belangrijk aandeel de agrarische sector heeft gehad en nog steeds heeft bij de inrichting van het unieke landschap en het behoud van natuurwaarden en biodiversiteit. Ook is benoemd van welk belang de agrarische sector is voor leefbaarheid in dorpen en het buitengebied. De grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, vooral de veeteelt, is het meest prominent aanwezig. Vanwege het verlies aan biodiversiteit in Nederland en het gegeven dat Nederland zich gecommitteerd heeft aan het Klimaatakkoord van Parijs, staat de agrarische sector aan de vooravond van belangrijke veranderingen. Op dit moment (2023) is de discussie rondom het stikstofdossier actueel. Hierbij krijgt natuurherstel en verbetering van de biodiversiteit ook nadrukkelijk aandacht. Bijvoorbeeld door maatregelen om natuur te integreren mee te nemen bij planvorming en werkzaamheden. Dat geldt overigens niet alleen voor de landbouw, maar ook bij nieuwbouw en renovatie van woningen of bedrijven en bij aanleg en onderhoudswerkzaamheden in de (openbare) ruimte. Zo wordt een extra bijdrage geleverd aan de verbetering van de biodiversiteit en herstel van natuurwaarden.

Natuurinclusieve landbouw is een duurzame vorm van landbouw, die biodiversiteit op en rond het bedrijf benut en beschermt. Het produceert voedsel binnen de grenzen van natuur, milieu en leefomgeving. Het is economisch rendabel en kent maatschappelijk draagvlak. Het gaat daarbij om verbetering van biodiversiteit, van bodem- en waterkwaliteit, van leefbaarheid en van het (cultuur)landschap.

Voor delen van de agrarische sector zal het een enorme uitdaging zijn om die omschakeling te maken. We zien dat een aantal bedrijven hier al grote stappen in hebben gezet. Landelijk en dus ook in Opsterland zullen de komende jaren de nodige vragen moeten worden beantwoord, zoals: 1. Hoe kunnen (grote) landbouwbedrijven transformeren én rendabel blijven? 2. Hoe geven we uitwerking aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), het Fries Programma Landelijk Gebied (FPLG) en de verschillende deeldossiers daarbinnen, zoals stikstof, veenweide, kaderrichtlijn water (KRW) en bossenstrategie. De provincie stimuleert de landbouwsector om de omslag te maken naar een duurzame, natuurinclusieve en grondgebonden landbouw. Binnen het Nationaal Programma Landelijk Gebied worden hiervoor beleidslijnen uitgezet met bijbehorende budgetten. De provincie Fryslân stelt in de provinciale Omgevingsvisie het uitgangspunt dat de landbouw in Friesland in 2025 circulair, ecologisch en economisch duurzaam is.

B. Wat betekent dat voor Opsterland? Door schaalvergroting in de laatste decennia is het aantal agrarische bedrijven in Opsterland aanzienlijk afgenomen en is in de laatste 10 jaar de oppervlakte landbouwgrond met ruim 11% afgenomen (zie onderstaande tabel). Daarnaast is een voorzichtige stijging te zien van het aantal bedrijven met- en de oppervlakte in natuurlijk grasland. Hiermee lijkt een voorzichtige stap gezet naar een duurzame en meer natuurlijke landbouw.

Bron: CBS Statline

Voor een vitale en toekomstbestendige ontwikkeling van het platteland is het noodzakelijk om de omslag te maken naar een vorm van landbouw die zowel ecologisch als economisch duurzaam is. Want de sector heeft behoefte aan een toekomstperspectief, waarbij zicht is op een goed verdienmodel. Deze omslag moet ook bijdragen aan biodiversiteit, landschap, dierenwelzijn, gezonde voeding en een breed maatschappelijk draagvlak hebben. Het agrarisch landschap en de sector zijn op de lange termijn gezond, levensvatbaar, concurrerend en rendabel. Landbouw die grondgebonden en circulair is, draagt hier aan bij. Omgevingsvisie - 19

Agrarische sector in Opsterland: De afname van biodiversiteit, bodemdaling en CO2-uitstoot in het Veenweidegebied en het onderhouden van de landschappelijke kwaliteit noodzaken tot een aangepaste bedrijfsvoering. Daarbij is voor agrarische bedrijven de continuïteit van de bedrijfsvoering van belang. De ondernemer wil vanzelfsprekend toekomstperspectief behouden en bedrijfszekerheid.

• •

Agrarische bedrijven maken eigen keuzes in bedrijfsvoering. Dat kan schaalvergroting zijn, maar ook schaalverkleining, biologisch, extensivering, verbreding en verdieping. Natuurlijke omstandigheden, zoals waterpeilen en bodemkwaliteit, worden meer bepalend voor bedrijfsvoering. Ook medegebruik van agrarische grond voor waterberging en natuurbeheer wordt meer van invloed. De landbouwsector zal als gevolg van Europees en nationaal beleid een verandering ondergaan. De verwachting is dat de sector bij deze transitie voldoende adaptief vermogen in zijn mars heeft.

3. Wij nemen deel aan het Friese Veenweideprogramma (2021-2030).

A en B samengevat 1.

De landbouw staat aan het begin van de transitie die zowel ecologisch als economisch duurzaam is. 2. Wij ondersteunen deze transitie naar natuurinclusieve landbouw. 3. Wij onderschrijven en ondersteunen het landelijk en provinciaal beleid en waar onze bevoegdheid ligt geven we hier uitvoering aan.

• • •

landbouw grondgebonden, circulair en energieneutraal wordt; landbouw bijdraagt aan biodiversiteit, landschap, dierenwelzijn en gezonde voeding; landbouw het milieu niet negatief beïnvloedt; landbouw maatschappelijk draagvlak heeft; landbouw duurzaam economisch renderend is.

4. Waar mogelijk wordt maatwerk gemaakt om de transitie naar een natuurinclusieve landbouw te faciliteren. 5. Wij sluiten aan bij het Nationaal Programma Landelijk Gebied en FPLG.

D. Bestaande beleidskaders 1. Bestemmingsplan Buitengebied gemeente Opsterland (2014). 2. Grutsk op ‘e Romte, Structuurvisie Landschap en Cultuurhistorie (2013). 3. Provinciale Omgevingsvisie POVI (2020)

E. Actuele projecten Veenweideprogramma 2021-2030; Foarút mei de Fryske Feangreiden.

C. Welke keuzes maken we? 1. Wij stimuleren natuurinclusieve landbouw. • Samen met de provincie zetten we in op natuurinclusieve landbouw in Opsterland, waar dit kan. De belangrijkste opgave ligt bij bedrijven in of dichtbij de Natura 2000-gebieden, in het Veenweidegebied en in grondwaterbeschermingsgebieden. • Hierbij gaan wij uit van het verwevingsprincipe, landbouw en natuur verweven en niet scheiden. Door op zoek te gaan naar overeenkomsten waarbij beide systemen (landbouw en natuur) tot hun recht komen. • Ruimtelijke schaal van het samengaan van landbouw en natuur moet in overleg met de actoren bepaald worden; perceel, bedrijf, gebied, regio of groter. 2. We vinden het belangrijk dat: • de kern van de landbouw is, dat deze wordt bedreven als werken aan en in een levend ecosysteem; 20 - Omgevingsvisie

Opgave 5: Versterken natuurwaarden en verbeteren biodiversiteit Deze opgave draagt bij aan de volgende Sustainable Development Goals (SDG’s)

Opgave 5: Versterken natuurwaarden en verbeteren biodiversiteit A. Wat is de opgave? De kwaliteit van de Nederlandse natuur en daarmee de biodiversiteit is jarenlang achteruitgegaan. Dat geldt ook voor Opsterland. Dit proces keert voorzichtig, maar van stevig herstel is nog geen sprake. Planten- en diersoorten verdwijnen en ecosystemen raken verstoord door menselijk toedoen (consumptie, vervuiling, klimaatverandering, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en natuurgebieden). Dit kan tot problemen leiden voor voedselproductie, drinkwatervoorziening, bodemvruchtbaarheid, waterberging, verkoeling. Natuurherstel en verbetering van de biodiversiteit zijn van groot belang. In onze gemeente zijn belangrijke gebieden voor het winnen van drinkwater. Voor zover de zorgplicht een gemeentelijke taak betreft, stellen we regels voor een veilige drinkwatervoorziening en voor een goede grondwaterkwaliteit.

B. Wat betekent dat voor Opsterland? We koesteren het gevarieerde landschap en de natuurgebieden in Opsterland. De afname van biodiversiteit gaat echter om meer dan alleen het verlies aan natuurwaarden. Het is een indicatie van de kwaliteit van onze totale leefomgeving en het kan ook een nadelig effect op onze gezondheid en de beleving ervan hebben. Zoals de zekerheid van voldoende voedsel en energie, de kwetsbaarheid voor natuurrampen, en de toegang tot schoon water en grondstoffen. Een biodiversiteit die in balans is, zorgt voor veel ecosysteemdiensten. Biodiversiteit of biologische diversiteit is de term die wordt gebruikt om de afwisseling van leven in een bepaald gebied aan te duiden. “ Bio” betekent leven, “diversiteit” betekent afwisseling of verscheidenheid. Biodiversiteit gaat over soorten dieren, planten, schimmels en micro-organismen. Maar ook over de enorme genetische variatie binnen die soorten en de variatie aan ecosystemen waar ze deel van uitmaken. Biodiversiteit meet en geeft een indicatie voor de gezondheid van een ecosysteem. Een groene en aantrekkelijke leefomgeving heeft een positieve invloed op onze geestelijke gezondheid. Daarnaast kan dat ook zorgen voor bescherming tegen de aanwezigheid van plagen, zoals de eikenprocessierups.

22 - Omgevingsvisie

A en B samengevat

De biodiversiteit neemt af. Dit leidt tot meer problemen dan men zich in de regel realiseert. We maken ons sterk voor verbetering van biodiversiteit door het bevorderen van natuurherstel en het stimuleren van een natuurinclusieve samenleving. Binnen ieders eigen kunnen, wordt gezorgd dat schade aan de natuur voorkomen wordt en de mogelijkheden van de natuur benut worden.

C. Welke keuzes maken we? 1.

Met provincie, Wetterskip, landbouw, natuurverenigingen, terreinbeherende organisaties (tbo’s), landgoederen en anderen wordt aan de opgave gewerkt. Wij sluiten aan bij de Agenda Biodiversiteit van de provincie Fryslân.

2. Wij versterken de bewustwording van inwoners (communicatie, PR) en sluiten aan bij de inzet op het bewust worden van de algehele gezondheid. 3. Wij bevorderen natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit geldt voor zowel de gemeentelijke organisatie als voor initiatiefnemers. 4. Wij gaan uit van het verwevingsprincipe tussen landbouw en natuur (niet naast elkaar gescheiden, maar elkaar aanvullend). Door op zoek te gaan naar overeenkomsten waarbij beide systemen (landbouw en natuur) tot hun recht komen. 5. Wij versterken de verbinding tussen natuur en economie. We onderzoeken de mogelijkheden om economische ontwikkelingen te verbinden aan investeren in natuur.

D. Bestaande beleidskaders 1. Grutsk op ‘e Romte, Structuurvisie Landschap en Cultuurhistorie (2013). 2. Provinciale Omgevingsvisie POVI (2020) 3. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2020

E. Actuele projecten Agenda Biodiversiteit van de provincie Fryslân

Afbeelding: alle opgaven in één oogopslag

Omgevingsvisie - 23

H3 Wat zijn onze uitgangspunten? Vier leidende thema’s In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan vier leidende thema’s. Deze gebruiken we om bij ontwikkelingen een plus te realiseren. Hieronder werken we vier leidende thema’s verder uit. Van alle vier de thema’s geven we telkens: • In deel A een beschrijving van het thema; • In deel B de praktische toepassing.

24 - Omgevingsvisie

Thema 1: We zijn trots op onze identiteit en ons erfgoed Dit thema draagt bij aan de volgende Sustainable Development Goals (SDG’s)

Thema 1: We zijn trots op onze identiteit en ons erfgoed A. Wat houdt dit thema in? Identiteit en erfgoed in één adem Identiteit en erfgoed gaan over wat Opsterland zo eigen maakt. Over wat mensen met het landschap verbindt en wat ze zich Opsterlander doet voelen en hoe we daar vorm aan geven. Uitwerking Het sociale en het fysieke landschap in Opsterland is bijzonder en is door de eeuwen heen mee vormgegeven door mensen. Het bepaalt mee de identiteit van Opsterland en haar inwoners. Die identiteit komt tot uitdrukking in de landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren en ook in de bewoners, de geschiedenis en het karakter van de dorpen. Ons erfgoed bestaat niet alleen uit verkaveling, de landgoederen, infrastructuur en archeologische waarden, maar ook uit tradities en cultuur. Omdat de mens het landschap heeft vormgegeven, en het landschap de mens. Het landschap van Opsterland en hoe het is ontstaan, is verankerd in het DNA van haar bewoners. We willen dit DNA, deze identiteit, kennen en gebruiken, het is immers wat onze inwoners en gemeenschap verbindt. Erfgoed en identiteit ontstaan zowel door natuurlijke processen als door menselijke handelingen. Op die manier zijn ze behulpzaam bij het maken van keuzes en de wijze waarop we met inwoners samenwerken.

De fysieke omgeving van Opsterland vormt een richtinggevende meetlat, een kompas, waarlangs wij ons werk willen vormgeven.

B. Hoe passen we dit thema toe? 1.

Samen met Provincie Fryslân heeft de gemeente een verdiepingsslag van de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) gemaakt. Als deze nieuwe FAMKE-kaart voor Opsterland is vastgesteld geldt deze ook als bouwsteen voor het Opsterlandse omgevingsplan (de instrumentele vertaling). Naast de FAMKE-kaart werken we de komende jaren bovendien aan een gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Deze geeft mede richting aan ruimtelijke ontwikkelingen en vertalen we ook naar het omgevingsplan. We gaan met initiatiefnemers in gesprek en vragen hen aan de slag te gaan met de beschreven waarden en kwaliteit, zodat zij deze verwerken in hun plannen. We zullen initiatieven daar op beoordelen.

26 - Omgevingsvisie

2. Onze gemeente is altijd in ontwikkeling geweest. Opsterland gaat niet op slot; we gaan uit van behoud en ontwikkeling op basis van zorgvuldige afwegingen. Ook voor de toekomst zullen ontwikkelingen nodig en gewenst zijn. Wel wegen we zorgvuldig af of een initiatief/ingreep past bij onze identiteit en bij het landschap. We gebruiken ons erfgoed en onze identiteit als inspiratiebron voor nieuwe plannen en we kijken zorgvuldig hoe initiatieven daarbij passen. Ontwikkelingen als de omvang van bedrijven in de landbouw, de ruimtelijke impact van de energietransitie, de effecten en maatregelen op het vlak van klimaatadaptatie en het op peil houden van de leefbaarheid hebben allemaal verregaande invloed op het landschap. Wij zien goede mogelijkheden voor innovatieve oplossingen, meervoudig ruimtegebruik en wederzijdse versterking. De identiteit van Opsterland kan de behulpzame en verbindende factor zijn.

Thema 2: We bouwen aan brede welvaart Dit thema draagt bij aan de volgende Sustainable Development Goals (SDG’s)

Thema 2: We bouwen aan brede welvaart A. Wat houdt dit thema in? Brede welvaart in één adem Brede welvaart omvat de volgende vier ambities die we als gemeente hebben geformuleerd in de Ontwikkelagenda inclusieve samenleving en de Preventie-agenda: 1. iedereen doet mee 2. iedereen kan zich optimaal ontwikkelen 3. iedereen kan zo lang mogelijk zelfstandig zijn; 4. en daarom zorgen we voor een gezonde en veilige leefomgeving. Uitwerking De Friese Paradox: wat is dat? Nou, dat zit zo. Hoewel het inkomens- en opleidingsniveau het laagst van Nederland is scoren de Friezen zeer hoog op de geluksthermometer. Deze paradox maakt duidelijk dat economische indicatoren niet alomvattend zijn als het gaat om het meten van de welvaart en welbevinden. Steeds vaker wordt ‘brede welvaart’ daarom gezien als een aanvullende maatstaf. Het doel daarbij is om te werken aan verhoging van de ‘levenskwaliteit’, de welvaart én het welzijn van mensen en verbetering van de leefomgeving. Economische groei is daarbij niet het einddoel, maar een van de indicatoren om de brede welvaart te vergroten. Het dagelijks leven speelt zich grotendeels op lokaal en regionaal niveau af. In Opsterland dus in en om de 16 dorpen. Waar mensen wonen, en wat de omgeving (regio) te bieden heeft aan bijvoorbeeld werk en sociale en verschillende maatschappelijke voorzieningen, is daarom van groot belang.

Het schaalniveau van de gemeente en haar directe omgeving is daarmee essentieel voor een beleid gericht op het verbeteren van de brede welvaart. De gemeente richt zich in haar (sociale) beleid dan ook ten eerste op de ‘mienskip’. In de Ontwikkelagenda Inclusieve Samenleving en in de Preventie-agenda hebben we daarvoor vier ambities geformuleerd. Deze richten zich op allerlei zaken die zowel de welvaart als het welzijn van mensen moeten bevorderen. Denk aan wonen, gezondheid, leefbaarheid, onderwijs, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Welvaart is voor ons dus meer dan het hebben van ‘inkomen en een dak boven het hoofd’. Als we het begrip brede welvaart vertalen naar onze gemeente gaat het ook om zaken als gezondheid, leefbaarheid, onderwijs, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en veiligheid. 28 - Omgevingsvisie

Door het CBS wordt brede welvaart gepeild en gemeten langs acht indicatoren. Voor het toepassen van dit thema hanteren we dezelfde indicatoren. Wel is het zo dat niet alle acht direct de fysieke leefomgeving raken. (Dit geldt voor Bbp per hoofd van de bevolking en Materiele welvaart en welzijn) Ook wordt een aantal van de indicatoren in de vorm van een opgave elders in deze Omgevingsvisie beschreven. Concreet gaat het daarbij om de indicatoren wonen en werken & leren. We beperken ons op deze plaats tot de indicatoren ‘gezondheid’, ‘samenleving’ en ‘veiligheid’. De eerste twee worden in onze Preventie-agenda integraal benaderd vanuit een visie over positieve gezondheid. Gezondheid, leefbaarheid, onderwijs, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing, en veiligheid zijn hierbij eveneens van groot belang, naast natuur, landschap en schoon milieu. Indicatoren brede welvaart Bbp per hoofd van de bevolking • • • • • • •

Materiele welvaart en welzijn Gezondheid Milieu Samenleving Veiligheid Werken en leren Wonen

Bron: CBS Positieve gezondheid In de Preventie-agenda benaderen we gezondheid vooral als de mogelijkheid die onze inwoners hebben om zelf mogelijk regie te houden op hun eigen zelfstandigheid, ontwikkeling en participatie aan de samenleving. Daarbij nemen we het vitale dorp als uitgangspunt. Een vitaal dorp biedt voor inwoners diverse aanknopingspunten om zowel fysiek, mentaal als sociaal-emotioneel gezond te blijven. Daarbij speelt ook de inrichting van de leefomgeving een rol. Er is een sterke relatie tussen omgeving, leefgewoonten en gezondheid. Dat maakt dat aandacht voor gezondheid een nadrukkelijke rol heeft in onze Omgevingsvisie. Een goede gezondheid levert namelijk veel op, zo beschrijft het Fries Sociaal Planbureau. Mensen hebben over het algemeen een betere kwaliteit van leven en doen minder beroep op zorg wanneer zij gezond zijn.

werken aan een leefomgeving die uitnodigt tot een gezonde levensstijl. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op gezondheid zo laag mogelijk is. Denk hierbij aan schoon water, schone bodem, schone lucht, veilig, groen, mogelijkheden om in te bewegen/recreëren/ontspannen, gezond voedsel en een gezond klimaat in gebouwenii. We streven er daarom ook naar dat de leefomgeving zo wordt ingericht dat een actieve leefstijl wordt gestimuleerd en actief vervoer de makkelijke keuze is. Veiligheid Veiligheid is (net als bijvoorbeeld gezondheid en duurzaamheid) een breed begrip, waaronder meerdere aandachtsgebieden vallen. Veiligheid gaat over de vraag hoe we de risico’s, die mensen in hun fysieke leefomgeving lopen zoveel mogelijk kunnen beperken. Wij willen een veilige fysieke leefomgeving bieden aan onze inwoners en bezoekers. Voor de inrichting van de omgeving zijn veel partijen betrokken waaronder veiligheidsregio en omgevingsdienst. In het omgevingsplan wordt de koppeling gemaakt met het regionaal risicoprofiel en de risico’s in onze gemeente. In het omgevingsplan wordt veilige fysieke leefomgeving verder uitgewerkt.

Het gaat daarbij om: opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen (externe veiligheid); • veiligheid bij evenementen; • effecten van klimaatverandering: hoog water, (natuur)branden; • risico’s bij nieuwe vormen van energie; • verkeersveiligheid; • sociale veiligheid.

B. Hoe passen we dit thema toe? • • • •

In het belang van onze inwoners willen we dat de gemeente Opsterland een gezonde leefomgeving kent. We willen daarom dat de ervaren gezondheid van onze inwoners gelijk blijft of verbetert. We bevorderen de gezondheid van onze inwoners. Dat doen we door het stimuleren van sport en beweging en ook door actieve promotie van de rookvrije generatie. We willen dat elk kind toegang heeft tot een veilige speelplaats; We integreren beweging en voeding in de fysieke leefomgeving. Dit betekent concreet dat we bij werkzaamheden in de openbare ruimte kansen grijpen om te

1.

Wat betreft veiligheid vullen we het leidende thema ‘we bouwen aan brede welvaart’ als volgt in: We willen een veilige fysieke leefomgeving bieden aan inwoners en bezoekers. In samenwerking met de veiligheidsregio, omgevingsdienst en overige partners dragen we daarom zorg voor een ruimtelijk ordeningsproces waarin in een vroegtijdig stadium, vanaf de eerste initiatieven, veiligheidsaspecten worden meegewogen, waaronder ook het risico op wateroverlast en overstroming.

2. De keuzes die gemaakt worden voor inrichting en het gebruik van ons gebied hebben invloed op de mate waarin mensen worden blootgesteld aan de effecten van ongevallen en rampen en het risico dat zij hierbij lopen. Hoewel absolute veiligheid nooit haalbaar is, vinden we het belangrijk dat er een transparante afweging wordt gemaakt tussen veiligheid en andere maatschappelijke belangen. Voor zover mogelijk worden risicobronnen en –ontvangers daarom zo veel mogelijk van elkaar gescheiden. 3. In het proces vanaf de keuzes voor de inrichting van een gebied tot en met de realisatie van bouwwerken en het gebruik hiervan, zijn veiligheidsaspecten continu een thema. Hierbij is expliciet aandacht voor zowel het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s als het bestrijden van branden, rampen en de zelfredzaamheid van mensen die aan deze veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld. Daarbij beschouwen we fysieke veiligheidsthema’s als natuurbranden, hoogwater, externe veiligheid (of gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen), uitval vitale infrastructuur (elektriciteit, telecommunicatie en ICT), evenementen, bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid voor hulpdiensten. 4. De risico’s als gevolg van natuurbranden, hoogwater (mede vanwege de relatie met klimaatverandering) en verkeersveiligheid worden door ons aangemerkt als prioritaire risico’s.

In samenwerking met de veiligheidsregio en overige partners willen we deze risico’s zoveel mogelijk beperken.

Omgevingsvisie - 29

Thema 3: We verbeteren de omgevingskwaliteit Dit thema draagt bij aan de volgende Sustainable Development Goals (SDG’s)

Thema 3: We verbeteren de omgevingskwaliteit A. Wat houdt dit thema in? Omgevingskwaliteit in één adem Omgevingskwaliteit is de optelsom van ruimtelijke kwaliteit, ecologische en milieukwaliteit en omgevingswaardering. Uitwerking Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet bewegen we van ‘ruimtelijke kwaliteit’ naar ‘omgevingskwaliteit’. Bij omgevingskwaliteit staat de waardering van de omgeving op een specifieke plek en een specifiek moment centraal. Je kunt het ook benoemen als gebiedskwaliteit. Het begrip omgevingskwaliteit duiden we hieronder aan de hand van ruimtelijke kwaliteit, ecologische en milieukwaliteit en omgevingswaardering. Ruimtelijke kwaliteit Een drietal basisprincipes vormen samen het begrip Ruimtelijke Kwaliteit. Dat zijn de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de ruimte waarin wij wonen, werken en recreëren. Ruimtelijke kwaliteit zegt iets over het feit of (openbare) ruimte goed te gebruiken is, of het er prettig verblijven is en of dat zo blijft. Een passende ruimtelijke kwaliteit voorkomt een negatieve spiraal van verloedering, leegstand en criminaliteit en heeft dus (op termijn) ook veel invloed op de leefbaarheid van wijken en dorpen. Daarnaast wordt de leefbaarheid beïnvloed door de sociale veiligheid en de aanwezigheid van voorzieningen en is daarmee van invloed op de ervaren gezondheid van onze inwoners.

Ecologische en Milieukwaliteit Onder dit begrip vallen de aspecten zoals geluid, geur, licht, donker, stof en de kwaliteit van bodem, grond- en oppervlaktewater en lucht. Vooralsnog nemen we de wettelijke milieunormen als basis. Hoewel de Omgevingswet ruimte biedt om gebieds- en themagericht eigen normen te hanteren, is daar op dit moment geen aanleiding voor. Eveneens houden we rekening met de milieubeginselen uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU).

1.

Het voorzorgsbeginsel. Dit betekent dat we activiteiten voorkomen waarvan we verwachten dat ze negatief zijn voor het milieu en voor de gezondheid van mensen. 2. Het beginsel van preventief handelen. We proberen milieuvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen. Dit betekent dat we vooraf maatregelen nemen om een negatief gevolg van een activiteit te voorkomen. Denk aan de inzet van de beste technieken zodat er geen luchtvervuiling ontstaat. 3. Het beginsel van bestrijding aan de bron. Dit betekent dat we bij een negatief gevolg als eerste kijken of er iets bij of in de directe omgeving van de activiteit zelf kan worden veranderd. Bijvoorbeeld door vuile lucht af te vangen of door geluiddempende maatregelen bij het bedrijf zelf toe te passen. 4. Het beginsel de vervuiler betaalt. Dit betekent dat degene die de activiteit uitvoert ook moet betalen voor het voorkomen of opruimen van de negatieve gevolgen. Dat is bijvoorbeeld het opruimen van vervuiling of het aanleggen van een wal die het geluid keert bij een woonwijk Omgevingswaardering Omgevingswaardering gaat over de manier waarop mensen hun omgeving beleven en wat voor waarde zij daaraan koppelen. De waardering van een plek wordt door veel verschillende aspecten bepaald. De economische, sociale en ecologische kenmerken van een plek zijn voorbeelden van aspecten die bijdragen aan de waardering van een plek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=3d8c6d08-84c8-46fd-85e1-864bb9454641