NIEUWE VERSIE BIJLAGE 1 - Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Opsterland (gemarkeerd).pdf
Tekst van het document
4. De vervenersdorpen In de delen van de gemeente waar dorpen ontstonden uit het veen, zoals Nij Beets en Tijnje, waren de leefomstandigheden doorgaans slecht. Er heerste armoede en de bevolking leefde in karige woningen, plaggenhutten of houten hutten. De bevolking was sterk op elkaar aangewezen. Veenarbeiders in de vervenersdorpen gelegen in het westelijke deel van de gemeente organiseerden met regelmaat veenopstanden met het
doel betere lonen af te dwingen. De armoedige leefomstandigheden van de bevolking waren reden voor predikant Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) zich in te zetten hun lot te verbeteren. Het socialistische gedachtegoed dat hij onder meer tijdens zijn bezoeken aan Nij Beets verkondigde, zou een belangrijke plek innemen bij de plaatselijke bevolking; het zorgde voor saamhorigheid en verbinding. Het sociale karakter komt ook vandaag de dag naar voren in Nij Beets. Er zijn tal van verenigingen, er worden jaarlijks een dorpsfeest en ‘boartersdei’ voor de kinderen georganiseerd. De inwoners van Nij Beets koesteren hun verleden en kennis van de geschiedenis van het dorp wordt levend gehouden. Hierin vervult ook het openluchtmuseum It Damshûs een belangrijke rol. Het oogstevenement Stoppeldei, dat sinds 2008 ieder jaar georganiseerd wordt, legt de nadruk eveneens op het verleden: onder meer oude ambachten, palingroken, de verkoop van streekproducten, ringsteken en antieke landbouwmachines staan centraal. Net als Nij Beets is het nabijgelegen Tijnje ontstaan als vervenersdorp. Dankzij de inpoldering kon het drooggevallen land gebruikt worden door veeboeren, kleine koemelkers en huismannen (keuterboertjes met enkele stuks kleinvee die ook in dienst waren bij een grotere boer).
Vanuit economisch oogpunt was de oprichting van de coöperatieve zuivelfabriek in 1916 van groot belang voor Tijnje. In het dorp werd veel coöperatief georganiseerd, door zowel boeren als later ook de winkeliers. In Tijnje speelt onderlinge saamhorigheid en gemeenschapszin nog steeds een belangrijke rol. Er is een gezonde middenstand ontstaan met een veelheid aan vaak eenmansbedrijven en Tijnje was daarmee een zelfvoorzienend en actief dorp met een hechte gemeenschap. Vandaag de dag kenmerkt het actieve, het zelfstandige en het er ‘samen voor gaan’ Tijnje en zijn bewoners nog steeds. Er worden verschillende dorpsfeesten georganiseerd die uniek zijn voor deze plek, evenals jaarlijkse winterfeesten met een braderie. Bijzonder is ook de carnavalsvereniging die al decennia bestaat. Vormgevende dragers voor de identiteit van het dorp zijn de bewaard gebleven zoals de zuivelfabriek, het oorlogsmonument op de algemene begraafplaats, de vele boerderijen, enkele historische panden aan de hoofdweg van het dorp, de zwerfkei, de watermolen bij de Uilesprong en de molen zonder wieken.
Gorredijksters de bijnaam ‘handjeklappers’ toebedeeld. Ook in het hedendaagse Gorredijk zijn deze kenmerken nog terug te vinden: Gorredijk is een plek met een actief ondernemersklimaat, organiseert elk jaar twee grote jaarmarkten en heeft bovendien elke woensdagmiddag een warenmarkt. Actief ondernemerschap, handelsgeest en een mentaliteit van doorpakken is kenmerkend voor de inwoners van Gorredijk. De zuidelijker gelegen dorpen Luxwoude, Jonkerslân en Langezwaag, in eerste instantie dorpen bestaand uit slechts enkele boerengezinnen, dankten hun uitbreiding aan de turfwinning en veenontginning. Hoewel Frieschepalen en Siegerswoude in het oosten van de gemeente liggen, hebben ook deze dorpen hun oorsprong in de vervening. Zij zijn in de achttiende eeuw ontstaan als ontginningsdorp in het hoogveengebied, ook hier leefde de bevolking in grote armoede. Frieschepalen bestond echter al veel langer en was, voordat de vervening dorpsvorming veroorzaakte, deel van de Friese waterlinie. Frieschepalen had in vroeger tijden een schans. De schans is in 2014 weer gedeeltelijk opgebouwd en fungeert als “lieu de memoire”; een plaats van herinnering, waar mensen wordt duidelijk gemaakt dat het gaat om een bijzonder punt in het landschapv. Het socialistische aspect dat van grote invloed was op de vervenersdorpen in het westen van Opsterland was in Frieschepalen en Siegerswoude minder aanwezig.
In dorpen in het noordoostelijke deel van de gemeente alsook in Wijnjewoude speelde religie een belangrijke en verbindende rol in het dagelijks leven van de dorpsbewoners. Vooral in Ureterp was het geloof bepalend voor de sociale structuur binnen het dorp. Het geloof is in al deze dorpen ook nu nog erg belangrijk. In Ureterp onderhouden de inwoners hun contacten onderling daarnaast intensief via de 13 sportverenigingen en de 11 zang- en muziekverenigingen. Enkele dorpen zijn in de afgelopen decennia echte forensendorpen geworden. Met de komst van de A7, en daarmee de gunstige ligging ten opzichte van Heerenveen of Drachten, is het karakter veranderd. Vooral Beetsterzwaag, Gorredijk, Ureterp, Wijnjewoude en Bakkeveen zijn geliefd onder mensen die zowel binnen als buiten de gemeentegrenzen werken. Het Opsterlandse inwonersbestand is dankzij de ontwikkelingen van de laatste decennia een mix van geboren en getogen Opsterlanders wiens voorouders hier hun wortels hadden en ‘nieuwkomers’ die zich van vanwege hun werk en de en de aantrekkelijke woonomgeving in een van de dorpen vestigden.
Gestoken turf uit het laagveengebied werd vervoerd naar verschillende delen binnen Nederland. Van oudsher speelde de ‘vlecke’ Gorredijk, nu de grootste plaats in Opsterland, een centrale rol in de turfwinning, als plaats waar goederen werden ingevoerd, opgeslagen en verhandeld, en als doorvoerhaven van turf naar Amsterdam, via de Opsterlandse Compagnonsvaart. Ook hier waren de leefomstandigheden sober. De bewoners van Gorredijk waren al vanaf de zeventiende eeuw actieve ondernemers en bedreven in het doen van handel. Om deze reden kregen de Omgevingsvisie - 55
Literatuurlijst
Een grietman was in de late middeleeuwen rechter en bestuurder van een grietenij (rechtsgebied) in de provincie Friesland. Büller, L. (2018) De tocht door de tijd van het stroomdal van Koningsdiep en Boarn. ii. In de tweede helft van de negentiende eeuw waren enkele burgemeesters Skiere skuorre. eveneens afkomstig uit adellijke families, zoals J.A. Lycklama à Nijeholt en A. van Molen, S.J. van der (1958) Opsterlan. Skiednis fan in Wâldgritenij. Drachten. Harinxma thoe Slooten. Wiersma, J. (2013) Landschapsontwikkeling en cultuurhistorische waarden langs de middenloop van het Koningsdiep (Zuidoost-Friesland). Groningen, Kenniscentrum iii. Lieux de mémoire (plaats van herinnering): term uit de theorie van Pierre Nora. Een lieu de mémoire is elke belangrijke plaats, van nature materieel dan wel Landschap, nr. 3. immaterieel, die door menselijke wil of in de loop van de tijd een symbolisch Wiersma, J., Van den Wittenboer, S., Spek, T. (2018) Het verhaal van element is geworden van het herinneringserfgoed van een gemeenschap. Het zijn Smallingerland. Landschapsbiografie – atlas kernkwaliteiten. Groningen, aangewezen ook plaatsen in het landschap of personen waarover verhaald wordt, Kenniscentrum Landschap – Landschapsbeheer Friesland. die mensen bewust maken van de aanwezigheid van een bijzondere locatie waar Worst, D.
(2012) Agrarische veenontginningen in oostelijk Opsterland (900-1700 historische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden of waar historisch belangrijke AD). Een interdisciplinair onderzoek naar de natuurlijke landschapsopbouw, de personen hebben gewoond, geleefd of deel zijn geweest van een gebeurtenis, nederzettings- en ontginningsgeschiedenis en het agrarisch landgebruik langs bijvoorbeeld de plek van een veldslag, een overstroming of geboortehuis van een de boven- en middenloop van het Koningsdiep. Masterscriptie. Universiteit belangrijke persoon. Ook een volkslied kan verworden tot lieu de mémoire. Groningen. Worst, D. & Zomer, J. (2011). Landschapsontwikkeling en cultuurhistorische waarden langs de middenloop van het koningsdiep (Zuidoost-Friesland). Groningen, Kenniscentrum Landschap 52
Gebruikte literatuur Hoofdstuk 5, paragraaf 1 • • • • •
•
Noten
56 - Omgevingsvisie
i.