NIEUW Bijlage 1 20240620 Jaarstukken 2023 DEF
Tekst van het document
De coöperatie wil biogas produceren uit monomestvergisters op bedrijfsniveau en dit vervolgens centraal opwerken tot aardgaskwaliteit om het daarna in te voeden in het gasnetwerk van Liander. De coöperatie wil daarbij ook de uitstoot van stikstof reduceren. Naast de subsidie hebben wij een coördinerende rol gehad bij het verkrijgen van de vergunningen en zijn wij zowel ambtelijk als bestuurlijk aanwezig geweest bij een voorlichtingsavond over het project. Door een onverwachte verlaging van de landelijke subsidie (SDE) is de uitvoer van dit project eind 2023 “on-hold” gezet. Wij hebben ons ongenoegen over de aanpassingen in de SDE-subsidie kenbaar gemaakt bij de ministeries van Economische zaken en Landbouw. Gesprekken hierover met de ministeries zijn voorzien in 2024. Door een aantal partijen wordt in onze gemeente gewerkt aan projecten voor de opwek van duurzame elektriciteit uit zonne-energie. Wij zetten daarbij in op de realisatie van 50% lokaal eigendom. Door (streng) provinciaal beleid en de problemen met het elektriciteitsnetwerk, is er weinig voortgang in deze projecten.
76
Wij geven invulling aan de transitievisie warmte voor onze gemeente Wat wilden we bereiken Eind 2021 is – in OWO-samenwerking - voor de gehele gemeente een transitievisie warmte opgesteld. In 2023 wordt invulling aan deze visie gegeven met de hieronder taken en activiteiten. De Visie biedt het kader om initiatieven van onderaf te stimuleren en te faciliteren. We starten met het opstellen van de eerste dorp-/wijkuitvoeringsplannen en hiervoor worden minimaal 2 dorpen/wijken per gemeente geworven (vooral het opdoen van ervaring staat centraal); We stimuleren de “altijd doen-maatregelen” waarmee het aardgasverbruik al met maximaal 70% kan worden teruggebracht. We doen een haalbaarheidsonderzoek naar (semi-)collectieve warmte-alternatieven. We zetten in op structurele communicatie, gericht op bewustwording en het belang van aardgasvrijready maken. De visie geeft op dorps-/wijkniveau een eerste richting aan het alternatief voor het verwarmen met aardgas (met ruimte voor individuele initiatieven). We houden rekening met zo laag mogelijke maatschappelijke kosten en de technische mogelijkheden. Wat hebben we gedaan De visie biedt de kapstok voor de uitvoering van veel van onze duurzaamheidsactiviteiten. De resultaten daarvan zijn eerder in dit hoofdstuk beschreven.
Dat betreft alle activiteiten gericht op energiebesparing, verduurzaming van gebouwen, aanpak van energiearmoede en de campagnes in en met de dorpen. Wij voeren een systeemstudie uit die ontwikkelingen in vraag en aanbod naar elektriciteit en problemen op het netwerk in beeld brengt Wat wilden we bereiken In 2023 is een systeemstudie naar de ontwikkelingen in vraag en aanbod en de problemen met het elektriciteitsnetwerk uitgevoerd. Daaruit blijkt dat er grote investeringen moeten worden gedaan in bijvoorbeeld onderstations. Locatiekeuzes, procedures en realisatie nemen veel tijd in beslag. Onder regie van de provinsje Fryslân is in 2023, in de samenwerking FET, gestart met een onderzoek naar het meest geschikte energiesysteem voor de toekomst in onze provincie onder andere gericht op het voorkomen van netcongestie. Wij hebben regelmatig overleg met de netwerkbeheerders Liander en TenneT over de voortgang van de aanpassingen in het netwerk en de realisatie van een nieuw onderstation bij Drachten. We faciliteren de netwerkbeheerders bij de mogelijke ruimtelijke procedures die nog zijn om het netwerk aan te passen. Via de FET participeren wij in het onderzoek naar het meest geschikte energiesysteem voor de toekomst. Wat hebben we gedaan De systeemstudie gebaseerd op de ontwikkelingen die wij tot 2030 kunnen voorzien is medio 2023 afgerond.
De raad is over de resultaten geïnformeerd. Een belangrijke conclusie is dat wij vol moeten inzetten op de realisatie van een nieuw onderstation voor de distributie van elektriciteit bij Drachten. De realisatie van een dergelijk station vraagt meerdere jaren voorbereiding. In de loop van 2023 is gebleken dat de elektrificatie veel sneller gaat dan in de systeemstudie is voorzien. Naast terug levering van de opwek van duurzame energie is ook de levering van elektriciteit niet meer vanzelfsprekend. Wij zijn daarover regelmatig in overleg met Liander en TenneT. Omdat deze problematiek in heel Fryslân aan de orde is, participeren wij actief in de provinciale samenwerking (Friese Energie Tafel, FET). Gestart is met het opstellen van een provinciale Energievisie. Een kennis/basisdocument is gedeeld met de raad. Met o.a. VNG, IPO, de Unie van waterschappen en de ministeries van EZ/BZK is een systematiek van integraal programmeren 77
ontwikkeld. Doel daarvan is versnelling van realisatie, prioritering en slim gebruik van onze energieinfrastructuur. Ook over deze aanpak is de raad geïnformeerd.
Beleidsindicatoren Opsterland
Nederland
Beleidsindicatoren
Eenheid
2021
2022
2023
2021
2022 2023
Fijn huishoudelijk restafval
Aantal kg per inwoner
153
150
*
169
148
*
Hernieuwbare elektriciteit (1)
%
27,10%
*
*
33,10%
*
*
Bij een verdieping van de cijfers blijkt dat met name gemeenten met veel windmolens en / of biomassacentrales hoog scoren. Dit verklaart de relatief lage realisatie van Opsterland
* voor deze periode zijn (nog) geen cijfers bekend (gemaakt). Bron: www.waarstaatjegemeente.nl - Bron geraadpleegd op 12 maart 2024
Wat mag het kosten Mutaties in de reserves worden verwerkt in programma 0 maar niet alle reserves hebben betrekking op programma 0. Om een juiste financiële analyse per programma te kunnen maken zijn in onderstaande tabel de mutaties van programma 7 reserves meegenomen.
78
x € 1.000 Exploitatie
Realisatie
Begroting
Begroting 2023
Realisatie
Mutatie begroting /realisatie
2022
2023
(incl
2023
2023
(Primair)
wijzigingen)
Lasten
7.900
7.714
8.813
9.716
903
Baten
7.402
6.859
7.589
8.243
654
Saldo voor bestemming
-498
-856
-1.224
-1.473
-250
Lasten
783
-
1.265
1.270
5
Baten
158
-
392
713
321
-1.123
-856
-2.097
-2.030
66
Mutaties reserves
Saldo na bestemming
Specificatie per taakveld x € 1.000 Specificatie
Begroting 2023
Realisatie
Mutatie begroting /realisatie
(incl
2023
2023
wijzigingen) Saldo per taakveld 7.1 Volksgezondheid
-1.509
-1.507
7.2 Riolering
875
937
62
7.3 Afval
729
656
-73
-1.180
-1.422
-242
-138
-137
1
-1.224
-1.473
-250
Reserve energietransitie
-90
-95
-5
Duurzaamheidsreserve
-1.175
-1.175
-
Totaal stortingen reserves
-1.265
-1.270
-5
392
392
-
7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en
2
crematoria Saldo voor bestemming Stortingen reserves
Onttrekkingen reserves Perspectiefbrief 2023 Duurzaamheidsreserve Totaal onttrekkingen reserves Saldo na bestemming
-
321
321
392
713
321
-2.097
-2.030
66
Toelichting op de financiën Het saldo op dit programma is in 2023 € 66.000 voordeliger dan begroot Taakveld 7.1 Volksgezondheid geeft in 2023 een voordeel van € 2.000 De kosten aan Veiligheidsregio Fryslân vielen lager uit dan begroot, dit levert een voordeel op van € 17.000. De GIDS-gelden (Gezond in de stad) zijn niet geheel besteed, dit geeft een voordeel van € 32.000. Hiervoor wordt een resultaatsbestemming aangevraagd voor de inzet van een JOGG regisseur (Jongeren Gezond Gewicht). De bestrijding van de eikenprocessierups heeft € 47.000 meer gekost dan was begroot. De afgelopen jaren is de populatie rupsen toegenomen. Ook neemt de acceptatie van overlast in de maatschappij af. Daardoor is er meer inzet nodig.
79
Taakveld 7.2 Riolering geeft in 2023 een voordeel van € 62.000 In de paragraaf Lokale heffingen wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 7.3 Afval geeft in 2023 een nadeel van € 73.000 In de paragraaf Lokale heffingen wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 7.4 Milieubeheer geeft in 2023 een nadeel van € 242.000 De implementatie van de gedragscode soortbescherming heeft vertraging opgelopen. Voor een bedrag van € 18.000 (voordeel) wordt een resultaatbestemming aangevraagd ten behoeve van een "Actieplan Biodiversiteit". De start van het funderingsloket is vertraagd van zomer 2023 naar voorjaar 2024. Hierdoor zijn de kosten lager dan begroot en is een voordeel ontstaan van € 36.000. Uit het Duurzaamheidsprogramma maatschappelijk vastgoed werd voor het bedrag van € 321.000 aan subsidies verstrekt (nadeel). Dit bedrag is onttrokken aan de reserve Duurzaamheid. Het voordeel van € 5.000 op het uitvoeringsprogramma energietransitie en het klimaat- en energiebeleid wordt toegevoegd aan de reserve Energietransitie. De overige budgetten in dit taakveld geven een voordeel van € 20.000. Taakveld 7.5 Begraafplaatsen en crematoria geeft in 2023 een voordeel van € 1.000 Er is nagenoeg geen verschil tussen de begroting en de realisatie. De mutatie in de reserves geeft een voordeel van € 316.000 De mutaties zijn in taakveld 7.4 toegelicht.
80
Programma 8 | Bouwen, wonen en gronden Programma 8 | Bouwen, wonen en gronden Programma doelstelling Opsterland is een aantrekkelijke en vitale leefomgeving. Introductie op het programma en relevante trends en ontwikkelingen Opsterland is een plattelandsgemeente met 16 vitale dorpen en een uniek en gevarieerd landschap. Wij hebben een toekomstgericht woonklimaat dat aansluit op demografische ontwikkelingen en dat bijdraagt aan de leefbaarheid en vitaliteit van de woonomgeving. De Omgevingswet, die vanaf 2024 wordt ingevoerd, vraagt anders denken en handelen. Wij zien hierbij goede mogelijkheden in het vraaggericht werken; waarbij we streven naar een goed samenspel tussen gemeente en diverse betrokken partijen. In de Omgevingsvisie 2015 - 2030 zijn daartoe al belangrijke beleidsaanzetten gegeven. Deze Omgevingsvisie is geactualiseerd en in 2023 weer vastgesteld. In de Omgevingsvisie is beschreven op welke wijze de inbreng van inwoners, maatschappelijke organisaties, ontwikkelaars en ondernemers kan worden benut bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het onderdeel "wonen" is nader uitgewerkt in de Woonvisie Opsterland, ook deze is geactualiseerd in 2023. De Woonvisie dient onder meer voor het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties, voor afspraken met andere maatschappelijke partners en afspraken met de dorpen.
Het biedt het kader voor dorpsvisies, voor het gemeentelijk grondbeleid en voor de keuze voor locaties voor woningbouw. Onze planologische producten (bestemmingsplannen) zijn actueel. Waar nodig is achterstallig onderhoud uitgevoerd bij ons ruimtelijk instrumentarium. Daardoor kan de overgang naar de Omgevingswet goed worden gerealiseerd. De bestemmingsplannen voor het buitengebied, de kommen en de bedrijventerreinen en de nog van kracht zijnde beheerverordeningen zijn per 1 januari 2024 opgegaan in het Omgevingsplan. Dit is te raadplegen op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ (landelijke website). Wij streven naar een toekomstbestendig Fryslân en het consolideren en verbeteren van de bereikbaarheid van onze provincie. Met het Deltaplan voor het Noorden (en de Lelylijn) willen het Rijk, de vier noordelijke provincies en enkele grote gemeenten de bereikbaarheid en het wonen en werken in Noord-Nederland verbeteren. Grootschalige verstedelijking van onze gemeente is bij het verbeteren van bereikbaarheid echter niet het doel.
Kaderstellende documenten Omgevingsvisie 2015-2030 Omgevingsvisie 2023 Woonvisie 2017-2021 Woonvisie 2023 Regionale woondeal regio Zuidoost Fryslân 2022-2030 Welstandsnota Opsterland (laatste wijziging 2009) Digitale agenda Opsterland (2015) Vitaal Opsterland, visie op basisvoorzieningen en accommodaties (2010) Criteria- en Uitgangspuntennotitie Vitaal Opsterland 2 (2012) Scenario-notitie Vitaal Opsterland 2 (2012) Einddocument Vitaal Opsterland 2 (2013) Jaarverslag 2020 & Programma ruimtelijke plannen 2021 Herwaardering nog niet in exploitatie genomen grond (2012) Regionale woningbouwafspraken Zuidoost Fryslân 2016-2026 Nota grondbeleid (2018-2021) Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Fysieke Ruimtelijke Leefomgeving 20202024 OWO-gemeenten
81
Thema Ruimtelijke ordening Doelstellingen Wij kennen functies toe aan de gronden in Opsterland op zodanige wijze dat ze het meest ten opzichte van elkaar tot hun recht kunnen komen
Maatregelen Deltaplan voor het Noorden Wat wilden we bereiken Input bij het Deltaplan voor het Noorden is passend bij de ruimtelijke kwaliteiten van Opsterland. Grootschalige verstedelijking van onze gemeente is bij het verbeteren van bereikbaarheid niet het doel. We leveren op basis van eigen beleid en eigen kracht input voor het Deltaplan voor het Noorden, waarbij goede landschappelijk inpasbaarheid, d.w.z. ruimtelijke ontwikkeling naar aard en schaal, een leidend principe is. Bij de provincie en het rijk dringen we aan om, naast het bestaande onderzoek, op zoek te gaan naar alternatieven die wellicht beter aansluiten bij de wensen van inwoners en bedrijven. Zij zijn tot nu toe in onze ogen onvoldoende betrokken bij en gehoord over de plannen. Wij gaan in gesprek met de provincie en het Rijk om te zorgen dat de communicatie met inwoners en bedrijven verbetert. Dit doen we in samenwerking met Heerenveen, Smallingerland, Weststellingwerf en Ooststellingwerf. Samen met deze vier gemeenten in de regio Zuidoost Fryslân stellen we een "position paper" op voor de ruimtelijke economische ontwikkeling van de regio. Wat hebben we gedaan De "position paper" voor Zuidoost Fryslân is opgeleverd, en het Deltaplan voor het Noorden ook. Belangrijk onderdeel van het Deltaplan was de Lelylijn.
In 2023 is de projectorganisatie Lelylijn bij alle werksessies gevoed met de juiste feitelijke input vanuit Opsterland. Dit had betrekking op de specifieke omgevingsfactoren die relevant zijn, maar ook heeft Opsterland hierbij gelegenheden aangegrepen om te benadrukken dat er verschillende alternatieven meegenomen moeten worden in de onderzoeken. Met provincie en een aantal Friese gemeenten vond zeer frequent afstemmingsoverleg plaats om ons geluid door te laten klinken in de stuurgroep Novex-Lelylijn. Vanuit Fryslân hebben de provincie en gemeente Leeuwarden zitting in die stuurgroep, waarbij Leeuwarden de gemeenten vertegenwoordigd. Invoering omgevingswet Wat wilden we bereiken Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. Met deze wet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Het uitgangspunt bij de Omgevingswet is ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Bij onze planologische producten, zoals Omgevingsvisie en Omgevingsplan, krijgen we meer ruimte voor eigen afwegingen en maatwerk. De voorbereiding op de nieuwe wetgeving betekent een bijzondere veranderopgave. Niet alleen op inhoud maar ook voor werkwijzen van personeel en inzet van middelen. De OWO-gemeenten werken hierin volgens een gezamenlijke aanpak. Uitgangspunt is ‘samenwerken waar dat kan’.
De fysieke leefomgeving wordt met de nieuwe wet breed en samenhangend benaderd. Een sterk en steeds sneller veranderende wereld met andere opgaven in de fysieke leefomgeving dan voorheen vraagt om meer ruimte voor initiatieven. Thema’s als duurzaamheid, gezondheid en veiligheid komen samen in nieuwe instrumenten als de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en programma’s. Tijdig aansluiten op het (landelijke) Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) voor de nieuwe Omgevingswet en de implementatie van de daarvoor benodigde systemen. 82
Voorbereiden op en leren werken met de nieuwe kerninstrumenten (Omgevingsvisie, Omgevingsplan, programma's, omgevingsvergunning). Implementeren van nieuwe werkwijzen, zowel binnen de gemeente met OWO-VTH als met de ketenpartners Provincie, Wetterskip, FUMO en Veiligheidsregio. Wat hebben we gedaan De omgevingswet is uiteindelijk op 1 januari 2024 ingevoerd. In 2023 is er stevig ingezet op een goede inrichting en implementatie van onze systemen die nodig zijn om op het DSO aangesloten te zijn. Ook de vernieuwde legesverordening die aansluit bij de activiteiten Omgevingswet is in 2023 aangeboden en vastgesteld. Opstellen ruimtelijk kwaliteitsbeleid Wat wilden we bereiken In samenhang met het opstellen van erfgoedbeleid (zie Thema Landschap, Natuur, Biodiversiteit, Landbouw en Erfgoed) is het van belang cultuurhistorische waarden van de fysieke omgeving te beschermen in het gemeentelijk welstandsbeleid. In het kader van de Omgevingswet actualiseren we het gemeentelijk welstandsbeleid. Wij brengen in beeld hoe wij op basis van de vereisten in de Omgevingswet om willen gaan met de ruimtelijke kwaliteit en welstand. Wij brengen samen met de andere Friese gemeenten in beeld hoe we het adviesstelsel rond de ruimtelijke kwaliteit gaan vormgeven. Wat hebben we gedaan In OWO-verband is geëxperimenteerd met een vernieuwde opzet van omgevingskwaliteitsbeleid (Leidraad Appelscha).
Eén onderdeel daarvan, de toepassing van sneltoetscriteria, wordt in 2024 door de afzonderlijke OWO-gemeenten vastgesteld, als eerste concrete aanvulling op het bestaande welstandsbeleid . De sneltoets-methode houdt in dat de vergunningverleners aan de hand van de sneltoetscriteria de meest voorkomende initiatieven zelf kunnen beoordelen. Voor wat betreft een algehele actualisatie nota omgevingskwaliteit wordt in OWO-verband een gezamenlijk projectplan in 2024 voorbereid. Daarna volgt uitvoering. Daarin nemen we de lessen uit de pilot mee, en het onderzoek dat hierover door de Vereniging van Friese Gemeenten (VFG) wordt gedaan. Wij stellen een omgevingsvisie op Wat wilden we bereiken We zijn gestart met de actualisatie van de Omgevingsvisie Opsterland (conform vereisten Omgevingswet). Het herijken van ons erfgoedbeleid is een belangrijke bouwsteen voor de Omgevingsvisie. De nieuwe Omgevingsvisie wordt in 2023 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Wat hebben we gedaan De geactualiseerde Omgevingsvisie is in 2023 door de gemeenteraad vastgesteld.
Thema Wonen Doelstellingen Als gemeente Opsterland hebben we voldoende woningbouwruimte 83
In regionaal verband maken we periodiek afspraken met de provincie over de woningbouwruimte.
Maatregelen We maken (regionaal) afspraken over woningbouwruimte Wat wilden we bereiken Wij maken ons sterk bij Provincie en Rijk voor voldoende woningbouwruimte (-programma) in de gemeente. We hebben Regionale woningbouwafspraken met de Provincie voor de periode 2020-2030 en actualiseren deze wanneer nodig. Wij sturen op kwantiteit en kwaliteit van de gehele woningvoorraad, zowel in de koopsector als de (sociale) huursector. Wat hebben we gedaan In 2023 zijn afspraken gemaakt met provincie en Rijk in de Regionale Woondeal Zuidoost Fryslân over het minimaal bouwen van 530 woningen in de periode 2022 – 2030. Hierbij is afgesproken minimaal 30% sociale huur en 40% betaalbare woningen (koop en middenhuur) te realiseren. In de Woonvisie gemeente Opsterland ‘volkshuisvestingsprogramma’ wordt er van uitgegaan de behoefte tot 2035 in te vullen met circa 1.000 woningen.
Doelstellingen Opsterland heeft nieuwe woningbouwlocaties op gemeentegrond In het kader van onze woningbouwambities en grondbeleid zijn eigen woningbouwlocaties gewenst. Binnen onze strategische grondvoorraad zien we mogelijkheden.
Maatregelen Mogelijkheden voor het ontwikkelen van nieuwe woonlocaties op gemeentegrond zijn onderzocht Wat wilden we bereiken We hebben onderzocht welke gronden we kunnen ontwikkelen, onder andere in Loevestein fase 5 en/of fase 6 (Gorredijk). Er wordt gewerkt aan het realiseren van Loevestein, fase 4-Zuid. Voorbereidingen voor volgende fases worden opgestart. Wat hebben we gedaan We hebben in de Regionale Woondeal Zuidoost Fryslân een vijftal sleutelprojecten opgenomen, waar we de komende jaren woningbouw willen ontwikkelen. Dit zijn Loevestein fase 5 in Gorredijk, Ayvalân in Bakkeveen, Fugelliet in Ureterp, Langezwaag-Noord in Langezwaag en Kolderveen fase 2 in Terwispel. Er is een projectleider aangesteld om het bestemmingsplan Loevestein fase 4-zuid tot ontwikkeling te brengen. Voorjaar 2024 wordt daarvoor de grondexploitatie voorgelegd aan de raad. Voor Loevestein fase 5 is een projectgroep ingesteld, die in 2024 met een concreet voorstel komt.
Doelstellingen Optimaliseren van onze dienstverlening bij onderbouwde woonplannen ten behoeve van duurzame groei van de woningbouw Voordat een particulier of een ontwikkelaar een aanvraag omgevingsvergunning indient is er in overleg met de gemeente veel voorbereidend werk nodig. Bij planontwikkeling komt veel kijken om te komen tot een goed ruimtelijk en stedenbouwkundig plan. Naast de programmatische en financiële opgave is ook het aspect maatschappelijk draagvlak van groot belang.
84
Maatregelen Wij verbeteren de dienstverlening bij onderbouwde woonplannen ten behoeve van duurzame groei van de woningbouw Wat wilden we bereiken Wij begeleiden woningbouwinitiatieven van particulieren en dorpen. Bij de start van het proces planontwikkeling op een nieuwe (woon)locatie worden eerst de ruimtelijke, programmatische en financiële uitgangspunten overeengekomen en vastgesteld. We actualiseren regelmatig de mijlpalen en resultaten per project Wat hebben we gedaan Met het instellen van Accountmanagers ontwikkelinitiatieven begeleiden we woningbouw initiatieven van particulieren en dorpen. We gaan jaarlijks een overzicht maken van lopende grotere woningbouwprojecten.
Doelstellingen Woningvoorraad kent mogelijkheden voor doorstroming We constateren in zowel de koop- als de huursector dat er geringe doorstroming is.
Maatregelen We bevorderen, waar mogelijk, de doorstroming in de lokale woningvoorraad. Wat wilden we bereiken In de woonvisie is aangegeven voor welke doelgroepen woningen gebouwd worden. De maatregel behorende bij bovengenoemde doelstelling heeft een positieve uitwerking op de doorstroming. Wat hebben we gedaan In de Woonvisie gemeente Opsterland ‘volkshuisvestingsprogramma’ is aandacht besteed aan de starters, senioren, lokaal gebonden woningzoekenden en urgent woningzoekenden. In de Regionale woondeal Zuidoost Fryslân zijn afspraken gemaakt om specifiek voor deze doelgroepen woningen te realiseren. Te denken valt aan minimaal 159 sociale huurwoningen en 212 betaalbare woningen. Op 18 september 2023 heeft uw raad een motie aangenomen om te kijken naar het realiseren van goedkope starterswoningen. In 2023 is in regionaal verband gestart met het opstellen van een Woonzorgvisie, waarin onderzocht wordt wat passende nieuwbouw is voor ouderen. Het streven is deze in 2024 af te ronden.
Doelstellingen Woonvisie biedt kaders voor initiatieven, planontwikkeling woningbouw, beheer en verbetering van de woningvoorraad en geeft richting voor Wonen & Zorg
Maatregelen De beleidskaders Wonen zijn geactualiseerd in de Woonvisie en de prestatieafspraken zijn gemaakt Wat wilden we bereiken De actualisatie van de Woonvisie is afgerond. Actieplan Wonen is in 2023 opgesteld. We maken (jaarlijks) prestatieafspraken met de woningcorporaties Elkien en Woon Friesland en met de Bewonersraad.
85
Wat hebben we gedaan Op 18 september 2023 is de Woonvisie gemeente Opsterland ‘volkshuisvestingsprogramma’ vastgesteld. Met een werkgroep van de raad is gestart met het maken van het Actieplan Wonen. Dit proces loopt in 2024 door. Op 5 december 2023 zijn prestatieafspraken getekend voor het jaar 2024 met woningcorporaties Elkien, WoonFriesland en WoonZorg Nederland, alsmede de huurdersbelangenorganisatie De Bewonersraad.
Thema Landschap, Natuur, Biodiversiteit, Landbouw en Erfgoed Doelstellingen De gemeente kent een klimaatadaptieve en waterrobuuste omgeving. In het Nationaal Deltaprogramma 2022 staan de plannen van de overheid om alle steden, dorpen en buitengebieden op zo’n manier in te richten dat Nederland voorbereid is op de gevolgen van toenemende hitte, droogte en extreme neerslag. Met andere overheden in Fryslân hebben we de ‘klimaatstresstest’ uitgevoerd als eerste stap naar een klimaat adaptieve en water robuuste omgeving; denk hierbij aan hittestress en wateroverlast. Hierbij is onderzocht welke kwetsbaarheden er zijn binnen de gemeente. Tijdens een risicodialoog zijn deze nader in beeld gebracht en geprioriteerd. Ook mogelijke oplossingsrichtingen zijn geïnventariseerd voor het maken van definitieve keuzes.
Maatregelen We richten de omgeving klimaatadaptief en waterrobuust in Wat wilden we bereiken Klimaatbestendig en waterrobuust inrichten is onderdeel van alle werkzaamheden in de ruimtelijke inrichting. In onze Omgevingsvisie leggen wij dit vast, en we geven uitvoering aan het Gemeentelijk Watertakenprogramma en aan het Uitvoeringsplan Ruimtelijke Adaptatie (zie ook programma 7 / Thema Milieu). Wij ondersteunen actief de volgende provinciale samenwerkingsprojecten: •
Gebiedsontwikkeling Beekdal Koningsdiep;.
•
Pilot Aldeboarn de Deelen.
•
Gebiedsontwikkeling De Dulf / Mersken.
•
In het Provinciale Veenweideprogramma dragen we – samen met andere gemeenten – bij aan professionele inbreng en advisering.
Wat hebben we gedaan Wij hebben in 2023 volop in genoemde samenwerkingsprojecten meegedraaid.
Doelstellingen Het behoud van waardevolle historische objecten is geborgd op basis van beleid dat voldoet aan de wettelijke vereisten Opsterland heeft een gevarieerd en uniek cultuurlandschap met een groot aantal bijzondere gebouwde historische objecten. Dit geheel draagt bij aan een prettig woonklimaat. Onafhankelijk van elkaar, maar ook en vooral in samenhang, vormen ze een onmisbaar onderdeel van de fysieke leefomgeving. We koesteren ons cultureel erfgoed; het is van belang het voldoende te beschermen.
Maatregelen
86
We hebben een actueel en verbeterd (beleids-) instrumentarium voor het behoud van waardevolle historische objecten en erfgoed en kunnen dat daarmee stimuleren Wat wilden we bereiken In 2023 stellen we een Erfgoedverordening op conform de Erfgoedwet als vervolg op onze Monumentenverordening. We stellen een startnotitie cultureel erfgoed (monumenten, archeologie, cultuurlandschap en overig erfgoed) op als begin voor gemeentelijk monumentenbeleid, gemeentelijk archeologiebeleid en beleid voor het cultuurlandschap. We ontwikkelen een cultuurhistorische waardenkaart en een archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart. We ronden de Kerkenvisie af, waarbij gestreefd wordt naar het duurzaam behoud van kerkgebouwen en we starten met de ontwikkeling van funerair erfgoedbeleid om de zorg voor cultuurhistorisch waardevolle grafstenen en begraafplaatsen te waarborgen. Wat hebben we gedaan De erfgoedverordening is ondertussen aangepast op de Omgevingswet en per 1 januari 2024 in werking getreden. De startnotitie cultureel erfgoed is vastgesteld door de raad. Er is gestart met de ontwikkeling van een cultuurhistorische waardenkaart en de archeologische kaarten zijn nagenoeg afgerond. De archeologische kaarten (FAMKE) zijn uitgewerkt door de provincie Fryslan.
Er wordt momenteel gewerkt aan de tekst om de archeologische kaarten ook geschikt te maken als bouwsteen voor het Omgevingsplan. De kerkenvisie wordt in Q1 2024 afgerond. Het funerair erfgoedbeleid is naar verwachting in Q2 2024 klaar.
Doelstellingen Het behouden van de landschappelijke en cultuurhistorische kenmerkende elementen In de ruimtelijke omgeving zijn gezichtsbepalende kenmerken en de landschappelijke en cultuurhistorische elementen op juiste waarde geschat; deze worden behouden voor toekomstige generaties.
Maatregelen In 2024 onderzoeken we de mogelijkheid om een beschermde status te geven aan beeldbepalende delen van het landschap Wat wilden we bereiken We onderzoeken de mogelijkheid om een beschermde status te geven aan beeldbepalende delen van het landschap. Wat hebben we gedaan Er is een begin gemaakt met een cultuurhistorische waardenkaart, waarin belangrijke cultuurhistorische landschapselementen weergegeven worden. Dit kaartmateriaal wordt in 2024 verder uitgewerkt en aangevuld met missende zaken. Op basis van deze kaarten kan bekeken worden of en in hoeverre bescherming gewenst is en kan daarop beleid worden geformuleerd.
Doelstellingen We behouden de rijkdom aan natuur (biodiversiteit) en streven naar verbetering De rijkdom aan natuur (biodiversiteit), cultuurhistorie, landschapselementen en de uitstraling van het buitengebied vormen een sterke identiteit van Opsterland. Het vergt aandacht en zorgvuldigheid om dit landschap te beschermen en te behouden. Het landschap is in ontwikkeling en in combinatie met het beheer van dit gebied wordt de vitaliteit weergegeven. De uitdaging is om ontwikkelingen zodanig
87
ruimte te geven dat deze bijdragen aan de herkenbaarheid van de cultuurhistorische en landschappelijke (kern)waarden van Opsterland. Opsterland draagt bij aan het vergroten van de biodiversiteit op lokale schaal.
Maatregelen De bescherming en verrijking van de biodiversiteit wordt bevorderd. Wat wilden we bereiken We beheren ons openbaar groen zodanig dat de biodiversiteit toeneemt In de openbare ruimte (zie ook programma 5). Daarnaast stimuleren en faciliteren wij particuliere initiatieven om de biodiversiteit te bevorderen. Wat hebben we gedaan De ingezette lijn om het openbaar groen steeds verder ecologisch te beheren is voortgezet. Er zijn meerdere particuliere initiatieven ondersteund.
Doelstellingen We dragen bij aan een duurzame, toekomstbestendige en grondgebonden landbouwsector in Opsterland. De landbouw is een belangrijke sector voor de Opsterlandse economie, de identiteit en het landschap. Boeren zijn belangrijke hoeders van ons buitengebied. Een perspectief voor een toekomstbestendige en grondgebonden landbouwsector is gewenst.
Maatregelen We werken de mogelijkheden uit voor een duurzame, toekomstbestendige en grondgebonden landbouwsector in Opsterland Wat wilden we bereiken We bekijken samen met de sector en met individuele ondernemers hoe een duurzame, toekomstbestendige en grondgebonden landbouwsector in Opsterland eruit kan zien. De provincie streeft naar duurzame, natuurinclusieve landbouw in 2025. Wij sluiten ons hierbij aan en ondersteunen daarvoor de provinciale landbouwdeals. Bij het dossier “stikstof” gaan we open in gesprek. De gemeente hoort een belangrijke rol te spelen in dit dossier, bijvoorbeeld bij Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) en het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Hierover maken we nader afspraken met provincie en buurgemeenten. We onderzoeken hoe we ruimte kunnen bieden aan uitbreiding van taken, activiteiten en bestemmingen bij boerderijen. Met andere gemeenten en de werkgroep agrarische sector van de P10 spelen we een rol in de lobby richting provincie en Rijk. In het Algemeen Bestuur P10 is een werkdocument vastgesteld dat voor verschillende gemeenten behulpzaam kan zijn bij het bevorderen van natuurinclusieve landbouw. In 2023 worden de aanbevelingen en conclusies verder uitgewerkt onder de paraplu van de Agenda van het Platteland (P10). Wat hebben we gedaan In Fryslân is gewerkt aan het FPLG volgens de methodiek van "de Friese aanpak.
Omdat onze gemeente een aantal Natura-2000 en NNN-gebieden heeft, is Opsterland er goed van doordrongen dat dit dossier alle aandacht verdient: De maatregelen uit het NPLG kennen we nog niet, maar het is goed denkbaar dat onze gemeente hier bovenproportioneel mee geconfronteerd gaat worden.
88
Het NPLG en het FPLG gaan over Stikstof, broeikasgassen, water, natuurwaarden en de verbanden daartussen. Dit raakt de agrarische sector en het is gebleken dat dit politiek ook een zeer beladen aangelegenheid is, zeker als de doelstellingen concreet benoemd worden. Omdat de doelen uiteindelijk via gebiedsprocessen in de verschillende regio's verwezenlijkt moeten worden, zijn duidelijke objectieve doelen onmisbaar. In ambtelijke en bestuurlijke overleggen heeft Opsterland - samen met de OWO-partners - de provincie daarom steeds opgeroepen om duidelijkheid te verschaffen. In 2024 en volgende jaren zal dit verder vervolgd worden.
Thema Grondexploitatie - niet bedrijventerreinen en vastgoed Doelstellingen Het gemeentelijk vastgoed is geschikt voor de in de begroting geformuleerde gebruiksdoelstellingen. Met de kadernota Vastgoedbeleid (2022) wordt aansluiting gevonden bij relevante beleidsstukken, waaronder het dorpshuizenbeleid.
Maatregelen Vastgoedbeheer conform de kadernota Vastgoedbeleid (2022) Wat wilden we bereiken Implementeren van de vijf beleidskaders uit de kadernota Vastgoedbeleid. Afstemmen taken en rollen van de verschillende beleidsdomeinen met vastgoedexploitatie en het vastgoedbeheer. Beoordelen nuttig en effectief gebruik door (maatschappelijke) organisaties en verenigingen. Vastleggen van een financieel gezonde, nuttige en effectieve verkoop- en verwervingsstrategie; waarbij eindigheid van exploitatie bij oplopende tekorten of functieverlies. Realiseren van kostprijs dekkende huurprijzen in relatie tot subsidies vanuit maatschappelijk beleid. Verduurzaming van het vastgoed ten behoeve van klimaatdoelstellingen. Duurzame instandhouding, vernieuwing en renovatie waar nodig en betaalbaar. Wat hebben we gedaan In 2023 is het vervolg op vastgoedbeleid opgestart. Intern is er een structurele afstemming met de betreffende beleidsambtenaren. Voor de inventarisatie en vastleggen van de huidige situatie zijn gesprekken gestart met de diverse maatschappelijke organisaties, over eigenaarschap, uitwerking, vastlegging en onderhoudsplanning en –reservering. Dit proces heeft per vastgoedobject een eigen doorlooptijd. In 2024 en 2025 wordt dat afgerond. Tegelijk zijn de gesprekken ook een beoordeling per object over effectief gebruik en de huurprijzen.
Het opstellen van een financieel gezonde vastgoedstrategie start hierna. De verduurzaming van het vastgoed wordt opgepakt als de kansen zich voordoen zoals bij verbouw en aanpassingen of bij verzoeken vanuit de maatschappelijke organisaties en subsidies.
Doelstellingen Wij hebben een toekomstgericht woonklimaat dat aansluit op demografische ontwikkelingen en dat bijdraagt aan een de leefbaarheid en vitaliteit van de woonomgeving In nagenoeg alle dorpen zijn gronden in gemeentelijk eigendom die kunnen worden ingezet voor woningbouw.
89
Maatregelen Passend grondbeleid Wat wilden we bereiken We stellen een Startnotitie Nota Grondbeleid Opsterland 2022-2025 op. We stellen een Nota Grondbeleid Opsterland 2022-2025 op (Q4 2023). We onderzoeken welke gronden we in Loevestein fase 5 en/of fase 6 (Gorredijk) kunnen ontwikkelen. Het onderzoek biedt een eerste kwalitatief en kwantitatief (d.w.z. stedenbouwkundig, programmatisch, organisatorisch en financieel) inzicht in de herbestemmings- en/of ontwikkelmogelijkheden. Per ruimtelijke activiteit beoordelen we of een actief of passief grondbeleid gevoerd dient te worden. Wat hebben we gedaan Wij voeren een passend grondbeleid. Dit betekent dat per ruimtelijk initiatief beoordeeld wordt of de gemeente een actief (gemeente investeert in grond en loopt ondernemersrisico) of passief (gemeente faciliteert en verhaalt kosten op initiatiefnemer) grondbeleid voert. De Nota grondbeleid zal in 2024 vernieuwd worden. De huidige nota is meer dan vier jaar oud, maar kan nog zonder problemen toegepast worden. Loevestein fase 5 is een sleutelproject dat met voorrang ontwikkeld gaat worden. In 2024 zal begonnen worden met het stedenbouwkundige ontwerp en de financiële haalbaarheid. Beleidsindicatoren Opsterland
Nederland
Beleidsindicatoren
Eenheid
2020
2021
2022
2023
2020
2021
2022
2023
Gemiddelde WOZ-waarde
per € 1.000
240
261
287^
332^
271
290
317^
369^
Nieuw gebouwde woningen
Aantal per 1.000
9,7
6,6
4,9
*
8,9
8,9
9,3
*
woningen Demografische druk 20-64 jaar
%
79,3% 79,2% 80,5% 80,7%
70,0% 70,1% 70,3% 70,3%
Gemeentelijke woonlasten eenpersoons
In euro's
622
650
714
715
700
733
823
860
In euro's
722
754
823
824
773
810
905
942
huishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoons huishouden ^voorlopig * voor deze periode zijn (nog) geen cijfers bekend (gemaakt). Bron: www.waarstaatjegemeente.nl - Bron geraadpleegd op 12 maart 2024
Wat mag het kosten Mutaties in de reserves worden verwerkt in programma 0 maar niet alle reserves hebben betrekking op programma 0. Om een juiste financiële analyse per programma te kunnen maken zijn in onderstaande tabel de mutaties van programma 8 reserves meegenomen.
90
x € 1.000 Exploitatie
Realisatie
Begroting
Begroting 2023
Realisatie
Mutatie begroting /realisatie
2022
2023
(incl
2023
2023
(Primair)
wijzigingen)
Lasten
4.172
1.953
1.956
2.068
112
Baten
4.597
2.003
1.772
2.285
513
425
50
-184
217
401
Lasten
228
-
-
83
83
Baten
96
-
380
355
-25
Saldo na bestemming
294
50
196
489
293
Saldo voor bestemming Mutaties reserves
Specificatie per taakveld x € 1.000 Specificatie
Begroting 2023
Realisatie
Mutatie begroting /realisatie
(incl
2023
2023
wijzigingen) Saldo per taakveld 8.1 Ruimte en leefomgeving
-326
-243
83
8.2 Grondexploitatie (niet-
165
525
360
8.3 Wonen en bouwen
-23
-64
-41
Saldo voor bestemming
-184
217
401
Reserve komplannen
-
-83
-83
Totaal stortingen reserves
-
-83
-83
380
275
-105
-
80
80
Totaal onttrekkingen reserves
380
355
-25
Saldo na bestemming
196
489
293
bedrijventerreinen)
Stortingen reserves
Onttrekkingen reserves Invoering omgevingswet MARAP VTH
Toelichting op de financiën Het saldo op dit programma geeft in 2023 een voordeel van € 293.000 Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening geeft in 2023 een voordeel van € 83.000 Het voordeel op dit taakveld wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door hogere uitgaven voor bestemmingsplannen (€ 9.000 nadeel), niet geraamde leges voor wijzigingen in bestemmingplannen (€ 41.000) en een exploitatiebijdrage voor planontwikkeling de Vrieswijck (€ 51.000 voordeel). Het voordeel van € 83.000 is toegevoegd aan de egalisatiereserve komplannen. Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) geeft in 2023 een voordeel van € 360.000. In de paragraaf Grondbeleid wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 8.3 Wonen en bouwen geeft in 2023 een nadeel van € 41.000 De lagere inkomsten van de leges van omgevingsvergunningen geven een nadeel van € 25.000. De hogere kosten voor welstandsadvisering geven een nadeel van € 33.000. De hogere kosten voor welstand liggen in lijn met de verhoging van de totale opbrengst van de leges met €300.000 (begrotingswijzing december 2023). 91
De invoeringskosten van de omgevingswet waren €25.000 lager dan begroot, dit een voordeel. Hierdoor is de onttrekking uit de reserve invoering omgevingswet ook € 25.000 lager. De pilot Tiny Houses in Gorredijk geeft nog geen opbrengsten, dit geeft een nadeel van €13.000. Het overige voordeel in dit taakveld is € 4.000. De mutatie in de reserves wordt toegelicht in taakveld 8.1 en 8.3.
92
Paragrafen Lokale heffingen Lokale heffingen Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen De diverse verordeningen belastingen en heffingen 2023 zijn in december 2022 vastgesteld. Waar dat mogelijk is en wettelijk is toegestaan zijn de tarieven verhoogd met de indexering (CPI conform coalitieakkoord) van 2,4% (begroting 2022 1,6%). Een uitzondering hierop vormen de tarieven voor afval en riolering. Deze tarieven zijn gebaseerd op kostendekkendheid. Kaderstellende documenten De jaarlijks vastgestelde verordeningen belastingen en heffingen. Overzicht geraamde inkomsten In onderstaand overzicht staan de in onze gemeente geldende belastingen en heffingen. De opbrengst aan belastingen en heffingen bedraagt in 2023 € 13,0 miljoen, waar €12,8 miljoen begroot was. Dit is 11% van de totale gemeentelijke baten. Leges publiekszaken Dit betreffen de leges ten aanzien van o.a. rijbewijzen, paspoorten en huwelijken. De vraag naar reisdocumenten varieert jaarlijks. Onroerendezaakbelasting De werkelijke opbrengst OZB was nagenoeg gelijk aan de begrote opbrengst. Ten opzichte van 2022 is de opbrengst met 1,6 % gestegen. De opbrengst van de belasting op woningen steeg met 1,4%, doordat de WOZ waarde ontwikkeling de tariefdaling met 12,6% ruimschoots compenseerde. De 5,2 % meer opbrengst van niet woningen is lager dan de 8,4% ontwikkeling van het tarief.
Toeristenbelasting Het tarief voor de toeristenbelasting bedraagt 5% van de logiesomzet in onderkomens niet toebehorende of ter beschikking gesteld door de belastingplichtige en 2,5% van de logiesomzet in onderkomens van of ter beschikking gesteld door belastingplichtige. Deze percentages zijn niet gewijzigd. De opbrengst is vergeleken met 2022 met 6 % toegenomen Afvalstoffenheffing De tarieven voor 2023 worden vastgesteld in de betreffende verordening. In principe zijn de tarieven kostendekkend. De totale opbrengsten dalen van 2022 naar 2023 met 8%, doordat de vaste tarieven met 10 % zijn gedaald, Rioolheffing De tarieven voor 2023 worden vastgesteld in de betreffende verordening. In principe zijn de tarieven kostendekkend. De 10% hogere opbrengst in 2023 ten opzichte van 2022 wordt veroorzaakt door de tariefontwikkeling tussen die jaren (meerpersoonshuishoudens van € 190,40 in 2022 naar € 211 in 2023: + 11%, eenpersoonshuishouden van €256 in 2022 naar € 277 in 2023 : 8%, en de niet huishoudens met 13%) Leges omgevingsvergunningen Deze leges zijn met 7% gestegen ten opzichte van 2022, met name door de gestegen bouwkosten.
93
x € 1.000,. Programma Lokale belastingen en heffingen
Realisatie
Begroting 2023
Begroting 2023
Realisatie
2022
(primair)
(incl
2023
Verschil
wijzigingen) 0
Leges publiekszaken
0
Onroerendezaakbelasting
353
233
313
323
10
4.756
4.813
4.813
4.830
17
1
Algemeen plaatselijke verordening
15
25
25
15
-9
3
Toeristenbelasting
225
178
232
239
7
7
Begrafenisrechten
7
Afvalstoffenheffing (excl.
154
150
150
148
-2
3.339
3.328
3.064
3.058
-6
2.974
3.180
3.180
3.272
92
997
756
1.056
1.068
12
12.813
12.663
12.833
12.954
121
kwijtscheldingen) 7
Rioolheffing, baten
8
Leges omgevingsvergunning
Totaal
Kostendekkendheid De mate van kostendekkendheid wordt in de onderstaande tabellen weergegeven.
Soort
Dekkingspercentage
Dekkingspercentage
Dekkingspercentage
Dekkingspercentage
Realisatie 2022
Begroting 2023 (primair)
Begroot 2023 (aangepast)
Realisatie 2023
Afval
106%
100%
100%
96%
Riolering
95%
97%
97%
101%
Omgevingsvergunningen
103%
85%
107%
102%
Afval Onze gemeente heeft als vastgesteld beleid dat het tarief van afvalstoffenheffing kostendekkend moet zijn.
94
x € 1.000,-. Afval
Realisatie
Begroting 2023
Begroot 2023
Realisatie
2022
(primair)
(aangepast)
2023
Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten
2.957
2.792
2.791
3.013
Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde
-592
-445
-445
-612
2.365
2.348
2.346
2.401
Btw
608
570
570
619
Overhead en rente
61
58
58
58
Kwijtscheldingen
116
100
100
105
Totale lasten
3.150
3.076
3.074
3.183
Afvalstoffenheffing
2.283
2.034
2.034
2.026
Afvalstoffenheffing Restafval
1.027
990
990
997
heffingen Netto directe kosten taakveld
Toe te rekenen lasten
Heffingen
Afvalstoffenheffing GFT
29
41
41
35
Totale heffingen
3.339
3.064
3.064
3.058
Dekkingspercentage
106%
100%
100%
96%
Er is sprake van een onderdekking van 4% met name door 4% hoger dan de in het tarief ingecalculeerde lasten. De directe kosten van afvalverwerking zijn 2 % hoger dan begroot in 2022. De BTW is ook 2% hoger dan in 2022. De tarieven voor 2023 zijn vastgesteld in de betreffende verordening. In principe zijn de tarieven kostendekkend. De totale opbrengsten dalen van 2022 naar 2023 met 8%, doordat de vaste tarieven met 10 % zijn gedaald. Riolering Onze gemeente heeft als vastgesteld beleid dat het tarief rioolheffing kostendekkend moet zijn.
95
x € 1.000,-. Riolering
Realisatie
Begroting 2023
Begroot 2023
Realisatie
2022
(primair)
(aangepast)
2023
Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten
2.170
2.359
2.373
2.321
-
-
-
-
2.170
2.359
2.373
2.321
Btw
375
388
364
364
Overhead en rente
472
439
439
439
Kwijtscheldingen
101
100
100
107
3.118
3.286
3.276
3.231
Heffingen
2.974
3.180
3.180
3.272
Totale heffingen
2.974
3.180
3.180
3.272
Dekkingspercentage
95%
97%
97%
101%
Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen Netto directe kosten taakveld
Toe te rekenen lasten
Heffingen
De directe rioleringlasten zijn vrijwel conform de begroting 2023 ten opzichte van 2022 met 7% gestegen, maar de indirecte toerekeningen zijn gedaald waardoor de totale ontwikkeling 4% is. De 10% hogere opbrengst in 2023 ten opzichte van 2022 wordt veroorzaakt door de tariefontwikkeling (meerpersoonshuishoudens van € 190,40 in 2022 naar € 211 in 2023:+ 11%, eenpersoonshuishouden van €256 in 2022 naar € 277 in 2023 : 8%, en de niet huishoudens met 13%) Resultaat is dat de opbrengsten en kosten over 2023 nagenoeg in evenwicht zijn. Omgevingsvergunningen x € 1.000,-. Omgevingsvergunningen
Realisatie
Begroting 2023
Begroot 2023
Realisatie
2022
(primair)
(aangepast)
2023
Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten
765
727
828
845
-
-
-
-
765
727
828
845
Toe te rekenen lasten
-
-
-
-
Btw
-
-
-
-
Overhead en rente
179
158
158
158
Totale lasten
945
885
986
1.003
Heffingen
973
756
1.056
1.028
Totale heffingen
973
756
1.056
1.028
103%
85%
107%
102%
Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen Netto directe kosten taakveld
Heffingen
Dekkingspercentage
96
Kostendekkendheid Ten opzichte van de primaire begroting 2023 (85%) is het dekkingspercentage gestegen naar 107% door het bijstellen van de leges omgevingsvergunningen in de begrotingswijziging december 2023. Doordat de realisatie van de bouwleges iets achterbleef bij de bijgestelde raming en de uitvoeringslasten iets hoger waren de dan bijgestelde raming komt het dekkingspercentage uiteindelijk uit op 102% Lokale lastendruk De tarieven van afval en riolering waren: •
Afval vast tarief
€ 158,50 (2022 € 179,50)
•
Rioolheffing
€ 277
(2022 € 256,-)
De “Atlas van de lokale lasten 2023” (COELO) geeft voor onze gemeente het volgende rangnummer (nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 375 de hoogste): •
Woonlasten meerpersoonshuishouden eigenaar-bewoner rangnummer 49 (2022 nr. 66).
Kwijtscheldingsbeleid Voor de onroerendezaakbelastingen en de heffingen voor riool- en afvalstoffenheffing, zoals die elk jaar gecombineerd worden opgelegd, kan kwijtschelding worden verkregen. Bij kwijtschelding vindt een vermogenstoets en een inkomenstoets plaats. De gemeente moet hiervoor een norm vaststellen. Deze norm wordt gerelateerd aan de bijstandsnorm. In onze gemeente is de kwijtscheldingsnorm gelijk aan de bijstandsnorm (100%). Het aantal huishoudens waar kwijtscheldingen aan zijn verleend in 2023 was 650 (in 2022 517).
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Een juist oordeel over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit kan alleen maar worden gegeven als er een juist en volledig beeld bestaat van de risico’s, de kans hierop en de eventuele financiële gevolgen. Daartoe wordt jaarlijks een risicoprofiel opgesteld. Kaderstellende documenten Beleidskader reserves en voorzieningen Beleidskader vaststelling bedrag post onvoorzien Risicobeheersing In onderstaande tabel benoemen we de risico’s en schatten daarbij de factoren "kans" (dat het risico zich voordoet) en "invloed" (de impact als het risico zich voordoet) in. De genoemde maximale financiële gevolgen zijn relatief. Een risico met een groot maximaal financieel gevolg kan op basis van de “kans” en “invloed” een relatief beperkte invloed op het aan te houden minimale weerstandscapaciteit hebben. Omgekeerd kan een klein maximaal financieel gevolg een grote invloed hebben. De grootste risico’s, op basis van de invloed op de weerstandscapaciteit, zijn:
97
De belangrijkste risico's met de geschatte "kans" en de "invloed" (x €) Risico
Kans Max fin. effect Invloed Totaal risico
1 Algemene uitkering (gemeentefonds) fluctueert
50%
1.000.000
8%
500.000
2 Onzekerheid werving personeel
45%
500.000
4%
225.000
3 Effecten invoering Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor bouwen (Wkb)
60%
750.000
7%
450.000
4 Borgstellingen
1%
21.960.000
4%
219.600
5 Effect invoering eigen belastinggebied gemeenten per 2026
70%
5.000.000
58%
3.500.000
6 Mogelijke WW-verplichtingen personeel
25%
1.200.000
5%
300.000
7 Financiële tegenvallers projecten
60%
10.000.000
2%
150.000
8 Effect fluxtuerende energieprijzen
50%
300.000
2%
150.000
9 Tegenvallende resultaten grondexploitaties
15%
1.000.000
2%
150.000
10 Effecten hoge inflatie op exploitatielasten
40%
1.000.000
7%
400.000
42.710.000
100%
6.044.600
Totaal
Toelichting op de risico's 1. Algemene uitkering fluctueert: De omvang van de algemene uitkering (het gemeentefonds) is niet constant. Elk jaar wordt de groei of krimp van de basisomvang gebaseerd op uitgaven die het Rijk verwacht te gaan doen in het begrotingsjaar. Het gevolg hiervan is dat de omvang dus kan fluctueren. Een krimp van het gemeentefonds is in het lopende begrotingsjaar vaak niet meer op te vangen met bezuinigingen en kan tot een negatief rekeningresultaat leiden. 2. Onzekerheid werving personeel : De arbeidsmarkt is overspannen. Dat maakt het moeilijk om als gemeente tijdig nieuwe medewerkers aan te trekken. Ook het vasthouden van medewerkers is een uitdaging. Het mogelijk risico is dat er niet voldoende eigen personeel beschikbaar is voor het uitvoeren van het vastgestelde beleid. Om toch de doelen te realiseren is dan aanvullende inhuur noodzakelijk wat meer kosten met zich meebrengt dan eigen personeel. 3. Effecten invoering omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor bouwen (Wkb): Of de Omgevingswet en de Wkb op 1januari 2024 definitief worden ingevoerd is op het moment van schrijven nog niet bekend. Wel is duidelijk dat door de wijziging een aantal legesinkomsten vervallen maar dat een deel van de werkzaamheden (o.a. registratie) wel moeten worden uitgevoerd. Omdat alleen voor de aanvragen na invoering van de nieuwe wetgeving gelden de nieuwe legestarieven.
Voor 2023 betekent dit dat er ook nog aanvragen onder het oude regime zullen vallen met de bijbehorende opbrengsten. 4. Borgstellingen: De gemeente staat borg voor de leningen die de Stichting Waarborg Woningbouw de woningcorporaties verstrekt. Deze borgstelling is in breed landelijk verband met alle gemeenten afgesproken. Het optreden van het risico is echter zeer beperkt. Zo heeft het faillissement van de woningcorporatie Vestia (2012) niet geleid tot het aanspreken van de borgstelling. 5. Effecten invoering eigen belastinggebied gemeenten per 2026: Dit is geen risico voor 2023, maar het effect is groot en de invulling is nog onbekend. Het effect is ook zichtbaar in het meerjarenperspectief. Daarom is het risico al opgenomen zodat er rekening kan worden gehouden met dit risico in de omvang van het weerstandsvermogen. 6. Mogelijke WW-verplichtingen personeel: Als personeel onvrijwillig wordt ontslagen of het contract niet wordt verlengd dan kan er sprake zijn van een WW-verplichting. De gemeente is hier niet voor verzekerd en is dus zelf WW-risicodrager. Op voorhand is niet bekend of en zo ja in welke mate er sprake is van een WW-verplichting en daarom is deze ook niet begroot. 7. Financiële tegenvallers projecten: Projecten kennen risico's. Deze risico's worden in de projecten zelf benoemd. Het risico op de risico's is niet financieel afgedekt in de projecten.
98
Een aantal risico's, zoals hyperinflatie, rampen en oorlogen, zijn te generiek en daarom worden ze op een hoger niveau algemeen afgedekt. De reden dat ondanks de omvang van het effect het risico zelf beperkt is komt doordat de meeste projecten in 40 jaar worden afgeschreven. Hierdoor is het af te dekken risico een stuk lager, een factor 40, dan het effect. 8. Effecten fluctuerende energieprijzen: De gemeente moet het huidige energiecontract beëindigen. Door de huidige marktsituatie kan er alleen een variabel contract worden afgesloten. Een inschatting van de kostenstijging is in de begroting verwerkt. Het risico richt zich op uitschieters die nu niet te voorzien zijn maar als ze zich voordoen onontkoombaar zijn. 9. Tegenvallende resultaten grondexploities: Het resultaat van de grondexploitaties is afhankelijk van de mate waarin er verkocht kan worden en of er gronden beschikbaar zijn. Ook externe ontwikkelingen zoals de stikstof problematiek en hogere bouwkosten kunnen het resultaat beïnvloeden. 10. Effecten inflatie op exploitatielasten: De momentele hoge inflatie is nog niet vertaald in een gelijke bijstelling in de algemene uitkering. Hierdoor kan er in het lopende jaar een verschil ontstaan die tot een tegenvaller bij het opstellen van jaarrekening kan leiden.
Weerstandsvermogen Beheersing van de hiervoor genoemde risico's Financiële consequenties die voortvloeien uit het actueel worden van bovengenoemde risico's worden opgenomen in de jaarstukken (verantwoording) en komen via het resultaat ten laste van de algemene reserve. Zoals hierna aangegeven is het niveau van de algemene reserve voldoende. Bepalen weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 6,1 miljoen. De weerstandscapaciteit is € 23,6 miljoen. Dit betekent dat wij in staat zijn om met de huidige weerstandscapaciteit ook grotere risico’s het hoofd te bieden. Naast de incidentele weerstandscapaciteit is er ook een structurele weerstandscapaciteit in de begroting opgenomen namelijk de post onvoorzien (€ 37.500). In onderstaande tabellen wordt de (incidentele) weerstandscapaciteit en het verloop van de algemene reserve weergegeven. De bedragen zijn geactualiseerd tot het moment van opstellen van de begroting. Het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's Jaarlijks worden de risico’s geïnventariseerd. Daarnaast berekenen we het beschikbare weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen moet minimaal de berekende risico’s kunnen dekken. x € 1.000 Incidenteel weerstandsvermogen
2022
2023
Algemene reserve buffer
7.500
7.500
Algemene reserve vrije deel
14.814
17.272
Totaal algemene reserve
22.314
24.772
Totaal incidenteel weerstandvermogen
22.314
24.772
Algemene reserve ultimo
Kengetallen Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Opsterland sluit voor de verplichte kengetallen aan bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt.
99
Kengetal Netto schuldquote
Categorie A a. zonder correctie
Categorie B
Categorie C
< 90%
90 - 130%
> 130%
< 90%
90 - 130%
> 130%
> 50%
20 - 50%
< 20%
doorgeleende gelden b. met correctie doorgeleende gelden Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Eerste jaar en
Begroting en
Begroting en
meerjarig > 0%
meerjarig 0%
meerjarig < 0%
Grondexploitatieruimte
< 20%
20 - 35%
> 35%
Belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105%
> 105%
Jaarrekening 2022
Begr. 2023 (P)
Begr.2023
Jaarrekening 2023
Netto schuldquote
8,6%
24,2%
18,1%
3,5%
Netto schuldquote excl. verstrekte
8,6%
24,2%
18,1%
3,5%
Solvabiliteit
37,4%
31,7%
31,9%
41,2%
Structurele exploitatieruimte
5,4%
0,1%
0,5%
0,5%
Grondexploitatie
-0,5%
2,5%
1,9%
-0,1%
Belastingcapaciteit
91,5%
85,3%
85,3%
86,4%
Kengetallen
leningen
Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van een groot deel van de openbare ruimte. Deze ruimte is opgebouwd uit onze kapitaalgoederen. Dit zijn onder andere de wegen, riolering, bruggen, verlichting, openbaar groen en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen heeft invloed op de beleving door inwoners, bezoekers en ondernemers bij hun activiteiten in de openbare ruimte. Daarnaast vertegenwoordigen de kapitaalgoederen een aanzienlijke waarde en brengt vroegtijdige vervanging onnodige kosten met zich mee. Het is daarom belangrijk dat we goed op deze kapitaalgoederen passen om de leefbaarheid en veiligheid te waarborgen en kapitaalverlies te voorkomen. De kaders voor het onderhouden van de arealen verhardingen, openbare verlichting, civiele kunstwerken en het openbare groen zijn vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025. Het onderhoud van deze arealen is daarbij gedifferentieerd naar gebruik; netjes waar het moet, sober waar het kan. Hierin is gezocht naar een verantwoorde balans tussen kosten enerzijds en een prettige leefomgeving anderzijds. De kaders voor het beheren onderhouden van de riolering en daarbij horende (zuiverings)installaties zijn vastgelegd in het Watertakenprogramma 2020-2025.
Naast de verankering van de zorgplicht voor de inzameling van het afvalwater, hemelwater en grondwater voorziet het plan in kaders voor de klimaatadaptatie en andere gemeentelijke watertaken. Het gemeentelijke vastgoed dat nog in overeenstemming met de functie in gebruik is wordt in stand gehouden door preventief onderhoud binnen de daarvoor gestelde bestekskwaliteit. Kaderstellende documenten
100