CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Discussienota denkrichtingen Lelylijn 27-03-2024

Raadsvergadering 9 april 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Discussienota denkrichtingen ontwikkelperspectief Lelylijn965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer:

Discussienota

Datum

: 27 maart 2024

Aan

: gemeenteraad

Onderwerp

: Denkrichtingen ontwikkelperspectief Lelylijn

Aanleiding: Eind 2024 wordt een besluit genomen over de volgende fase Lelylijn (van MIRT-onderzoek naar MIRT-verkenning). De projectdirectie heeft een rapportage opgeleverd met de titel “Denkrichtingen voor het Ontwikkelperspectief NOVEX Lelylijn”. Dit rapport is op 12 maart door de Stuurgroep Lelylijn vrijgegeven. Tot aan 17 mei 2024 kan gereageerd worden op deze denkrichtingen. Deze reacties zullen worden meegenomen door de (regionale) vertegenwoordigers in de stuurgroep Lelylijn. Vanuit Fryslân maken de provincie en gemeente Leeuwarden deel uit van deze stuurgroep. De politieke duiding die nu door de projectorganisatie wordt gevraagd is bedoeld om tussentijds te toetsen of de vier ontwikkelde denkrichtingen het volledige pallet van mogelijkheden bevat voor het nog op te stellen Ontwikkelperspectief. Anders geformuleerd; of er denkrichtingen of onderwerpen missen, en welke elementen uit de denkrichtingen aanspreken of juist niet? Gevraagd wordt dus een reflectie op compleetheid en enige duiding op de denkrichtingen. Er wordt nadrukkelijk niet gevraagd om een keuze te maken tussen de verschillende denkrichtingen. Beoordeling denkrichtingen. Bij onze beoordeling van de denkrichtingen gaat het over de vraag hoe Opsterland er in de toekomst uit zou moeten zien. Wat willen we behouden, wat willen we versterken of waar hechten we minder aan? Vervolg.

Vanuit de samenwerkende Friese overheden wordt hierover één gezamenlijke reactie geformuleerd. 9 april buigt de gemeenteraad van Opsterland zich over de denkrichtingen. Op basis van dat gesprek gaat het college werken aan een inhoudelijke reactie, die we zullen delen met onze Friese medeoverheden. Wij zullen daarin aangeven welke elementen wij terug willen zien in de gezamenlijke Friese reactie. Als onze inbreng uiteindelijk onvoldoende doorklinkt in die reactie, staat het ons vrij om onze Opsterlandse reactie afzonderlijk kenbaar te maken aan de projectorganisatie. De Friese reactie wordt op 13 mei nog in de raad besproken. “Vergaderhygiëne”. Het onderwerp Lelylijn leent zich voor uitvoerige bespiegelingen, zeker in een politieke arena. In het gesprek nu is het van belang om wel een onderscheid te maken tussen hetgeen er van ons gevraagd wordt en alle andere aspecten van de Lelylijn waarover we ons willen laten horen. Als gemeente hebben we geen besluitvormende bevoegdheid over de komst van een Lelylijn. Het is ook duidelijk dat de vraag die nu gesteld wordt ook niet is of we de Lelylijn wel of niet een goed idee vinden, maar het gaat wel over de toekomst van Opsterland. Welke kansen en bedreigingen zien we in relatie tot de Lelylijn in het algemeen en tot de denkrichtingen nu in het bijzonder. Hierbij is het ook goed om ons af te vragen welke randvoorwaarden we daarbij zien.

De afgeleide vraag hoe we als gemeente omgaan met het gegeven dat er in de toekomst mogelijk een Lelylijn zal zijn, ligt namelijk wel binnen onze gemeentelijke bevoegdheid. Een Lelylijn zal een versterkend effect hebben op de verstedelijking in Heerenveen en Drachten. Dat kan Opsterland raken en het is wel in sterke mate aan ons om te bepalen hoe we daardoor dan geraakt willen worden. De denkrichtingen kunnen ons ook helpen in het nadenken over de manier waarop we willen dat de samenleving in Opsterland in de toekomst zal gaan functioneren. Inhoud: De denkrichtingen zijn tot stand gekomen langs een assenkruis: er is gekozen voor twee variabelen die in hoge mate bepalend zijn voor het type ontwikkelpad dat Noord-Nederland in de toekomst zal

1/2

Zaaknummer:

kennen. Het gaat om de variabele “spreiding  vs.  concentratie” en om de variabele “lokaal versterken  vs.  netwerk versterken”. In de notitie Denkrichtingen is dit uitgewerkt in 4 scenario’s. Dit was door de projectorganisatie bedoeld om de “hoeken van het speelveld” te bepalen. Dit zijn in die zin dus de extremen. Er zijn nog talloos veel andere scenario’s en denkrichtingen te maken. De vraag die ons gesteld is gaat niet zozeer over het al dan niet bestaan van andere denkrichtingen, maar gaat over de vraag of eventuele andere plausibele denkrichtingen zich buiten deze hoekpunten bevinden. Deze vier denkrichtingen worden niet opgediend als een menukaart, we hoeven geen keuze te maken. De denkrichtingen zijn scenario’s die elementen bevatten die ons aan kunnen spreken en onderdelen die ons tegenstaan. Daarover willen we met u in gesprek. Vragen: De vragen die de projectorganisatie laten zich uitrafelen in vier inhoudelijke vragen. 1 Ontbreken er denkrichtingen? 2 Wat spreekt ons aan in de verschillende denkrichtingen? 3 Wat staat ons niet aan in de verschillende denkrichtingen? 4 Wat willen we in dit stadium ongevraagd meegeven? Wij stellen voor om hierover met elkaar te spreken aan de hand van de volgende stellingen: Stelling 1: “De vier denkrichtingen zijn de extremen.

Het ontwikkelpad voor onze gemeente bevat elementen van meerdere scenario’s, het te verwachten toekomstbeeld is goed te plotten binnen de bandbreedte van deze extremen. Kortom, er hoeft geen denkrichting toegevoegd.” Stelling 2: “Denkrichting ‘Dertig minuten gemeenschap’ bevat een toekomstbeeld voor Opsterland dat een levensvatbaar en modern en dynamisch platteland waarborgt.“ Stelling 3: “Denkrichting ‘Vitaal ecoland’ start bij een verstandig uitgangspunt. In een gebied als het onze moeten we onze ambities schikken naar de mogelijkheden en de beperkingen die water en bodem ons bieden.” Stelling 4: “Denkrichting ‘Stedelijk netwerk’ kan in theorie versterkend zijn voor het noorden als geheel. Bewoners van Opsterland vissen echter achter het net. Het versterken van een stedelijk netwerk moet beginnen bij het versterken van het dorpse netwerk. Anders gezegd: de intercity trein heeft pas meerwaarde als de dorpen werkelijk goed aangetakt zijn op het OV.” Stelling 5: “Denkrichting ‘Internationale topregio’ staat los van de aard van Noord-Nederland. Voor Leeuwarden en Groningen schetst het een irreëel toekomstbeeld, voor de rest van het Noorden is het de dood in de pot.” Vraag: Welke boodschap wilt u in deze fase door laten klinken naar onze Friese mede-overheden en naar de projectorganisatie.

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=03f81568-48d7-4352-a6a3-8c20bc840e0c