CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

C1 Bijlage 1 Akte van statutenwijziging Stichting Comprix - concept 08-04-2024

Raadsvergadering 30 september 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Ingekomen stukken van verbonden partijen (C-lijst)5.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

De Werven Netwerk Notarissen, Wolvega 8 april 2024

CONCEPT Als er onjuistheden voorkomen in uw personalia of elders in de tekst graag tijdig voor het passeren van de akte contact opnemen

Dossier: 1068852ad Statutenwijziging STICHTING COMPRIX Aantal bijlages: *

Op * verscheen voor mij, mr. Abe Wytse Drijver, toegevoegd notaris, hierna te noemen: notaris, bevoegd om akten te passeren in het protocol van mr. IJtje de Kroon, notaris te Weststellingwerf: de heer Edwin de Weers, woonplaats kiezende ten kantore van Stichting Comprix aan het Pastorieplein 12 te 8471 BZ Wolvega, geboren op veertien oktober negentienhonderdachtenzestig (14-10-1968) te 's-Gravenhage, (zich legitimerende met * nummer: *, uitgegeven te * op *), handelende als enig bestuurder van de stichting: STICHTING COMPRIX, statutair gevestigd in de gemeente Weststellingwerf, feitelijk gevestigd Pastorieplein 12, 8471 BZ Wolvega, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 01116729, en als zodanig bevoegd de onderhavige statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen; Stichting Comprix hierna te noemen: ‘de Stichting’. De comparant heeft mij, notaris, het volgende verklaard: INLEIDING 1. De Stichting is opgericht bij akte, op achtentwintig november tweeduizend zes (28-11-2006) verleden voor mr. P.T.M. de Vries, destijds notaris te Oosterwolde, gemeente Ooststellingwerf. 2. De statuten van de Stichting zijn voor het laatst gewijzigd bij akte, op negentien juni tweeduizend negentien (19-06-2019) verleden voor de waarnemer van mr. IJ. de Kroon, notaris te Weststellingwerf. 3.

Het bestuur van de Stichting heeft besloten de statuten te wijzigen; van dit besluit blijkt uit het stuk dat aan deze akte is gehecht. 4. Het bestuur heeft voor het besluit tot wijziging van de statuten de goedkeuring verkregen van de Raad van Toezicht en de gemeenteraden van Oost- en Weststellingwerf en Opsterland. Van deze goedkeuringen blijkt uit de stukken die zijn gehecht aan deze akte. STATUTENWIJZIGING Als gevolg van het besluit tot statutenwijziging luiden de statuten met ingang van vandaag als volgt: Artikel 1 Begripsomschrijvingen

2

In deze statuten wordt verstaan onder: a. bestuur: het College van Bestuur van Stichting Comprix; b. bestuurder(-s): het lid of de leden van het College van Bestuur; c. Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad: de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad van Stichting Comprix; d. gemeenteraden: de gemeenteraden van de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland; e. Raad van Toezicht: de Raad van Toezicht van Stichting Comprix; f. Stichting: de Stichting Comprix; g. schriftelijke correspondentie: bij brief, fax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen op voorwaarde dat de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld; h. identiteitscommissie: de aan een samenwerkingsschool verbonden commissie met wettelijke bevoegdheden als bedoeld in artikel 15 en volgende van deze statuten. Artikel 2 Naam en zetel 1. De stichting draagt de naam: Stichting Comprix. 2. De stichting heeft haar zetel in de gemeente Weststellingwerf. 3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Artikel 3 Doel en grondslag 1. De Stichting beoogt niet het maken van winst. 2. De Stichting heeft ten doel om in de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland: a.

het openbaar primair onderwijs als bedoeld in artikel 46 van de Wet op het Primair Onderwijs te verzorgen, in stand te houden en te verbreden; en b. ten minste een (1) samenwerkingsschool zoals bedoeld in artikel 17d van de Wet op het Primair Onderwijs in stand te houden, waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Een samenwerkingsschool is toegankelijk voor alle leerlingen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing: een samenwerkingsschool is dus algemeen toegankelijk; en c. een of meer openbare scholen met een samenwerkingsprofiel in stand te houden. 3. Het onder de Stichting vallende onderwijs: a. draagt bij aan de levensbeschouwelijke en maatschappelijke ontwikkeling en vorming van de leerlingen met inbegrip van de Friese en Stellingwerfse taal en cultuur, met aandacht voor de waarden in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden; b. wordt gegeven met eerbiediging van en geeft ruimte voor ieders godsdienst of levensovertuiging;

3

c.

is algemeen toegankelijk voor en biedt plaats aan alle leerlingen, zonder onderscheid van godsdienst of levensovertuiging. 4. Het bestuur van de Stichting ziet toe op de uitvoering en handhaving van het in het eerste en tweede lid gestelde. Het bestuur brengt jaarlijks aan de Raad van Toezicht en aan de gemeenteraden van Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland verslag uit over de werkzaamheden, waarbij het in ieder geval aandacht schenkt aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt. Artikel 4 Middelen 1. De Stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door: a. het in stand houden van openbare scholen, ten minste een (1) samenwerkingsschool en een of meer openbare scholen met een samenwerkingsprofiel voor primair onderwijs; b. het samenwerken met andere scholen, overheden, organisaties en/of personen, die eenzelfde dan wel aanverwant doel nastreven; c. het gebruik van alle andere wettige middelen voor zover deze bevorderlijk kunnen zijn voor het verwezenlijken van het doel van de Stichting. 2. In het schoolplan en de schoolgids wordt aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan het openbare karakter van de openbare scholen.

In het schoolplan van de openbare scholen wordt in ieder geval opgenomen dat de openbare scholen een openbaar karakter hebben en dat het onderwijs bijdraagt aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de verscheidenheid van die waarden. 3. Leerlingen op alle scholen van de Stichting worden in de gelegenheid gesteld, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen. Artikel 5 Financiële middelen Het vermogen van de Stichting bestaat uit: a. het bij de oprichting tot verwezenlijking van haar doel bestemde bedrag en de opbrengsten daarvan; b. rijksbijdragen en andere subsidies; c. ouder- en andere bijdragen; d. inkomsten uit cursussen; e. schenkingen, erfstellingen (welke alleen onder het recht van boedelbeschrijving mogen worden aanvaard) en legaten; f. alle andere verkrijgingen en baten. Artikel 6 Bestuur 1. De Stichting wordt bestuurd door het College van Bestuur. Het College van Bestuur bestaat uit minimaal één en maximaal twee bestuurders, te bepalen door de Raad van Toezicht.

4

2.

De Raad van Toezicht benoemt, schorst en ontslaat de bestuurder en bepaalt zijn arbeidsvoorwaarden binnen daarvoor geldende wettelijke kaders en met in achtneming van het bepaalde in dit artikel. 3. Een bestuurder kan te allen tijde worden geschorst door de Raad van Toezicht. De schorsing wordt schriftelijk gemotiveerd. De schorsing vervalt, indien de Raad van Toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. De bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht, waarin de schorsing of de verlenging daarvan aan de orde is, te verantwoorden. Daarbij kan hij zich laten bijstaan door een raadsman. 4. De Raad van Toezicht is te allen tijde bevoegd een bestuurder te ontslaan. Het ontslag wordt schriftelijk gemotiveerd. De bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich laten bijstaan door een raadsman. 5. De arbeidsovereenkomst van een bestuurder eindigt: a. op zijn verzoek; b. door afloop van de arbeidsovereenkomst; c. door het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd; d. door ontslag op grond van het vierde lid; e.

door onder curatele stelling; f. door verlies van het vrij beheer over zijn vermogen; g. door ontslag verleend door de rechtbank; h. door overlijden. 6. Bij belet of ontstentenis van de enige bestuurder of van het gehele College van Bestuur voorziet de Raad van Toezicht direct in waarneming door een daartoe tijdelijk door de Raad van Toezicht aangewezen persoon. De Raad van Toezicht kan besluiten voor ten hoogste zes maanden een lid van de Raad van Toezicht te belasten met deze waarneming. Het betreffende lid treedt voor die periode terug uit de Raad van Toezicht. Artikel 7 Bestuur: taak en bevoegdheden 1. Het bestuur is belast met het besturen van de Stichting. 2. Aan het bestuur komen met betrekking tot het besturen van de Stichting alle bevoegdheden toe, voor zover bij deze statuten niet anders is bepaald. 3. Het bestuur ziet toe op de naleving van de statuten en bewaakt de doelstellingen en de grondslag van de Stichting en van het onderwijs aan de afzonderlijke door de Stichting in stand gehouden scholen. 4. Ten aanzien van de door de Stichting in stand gehouden scholen is het bestuur het bevoegd gezag als bepaald in de Wet op het Primair Onderwijs. 5. Het bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten

5

tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 106 van de Wet op het Primair Onderwijs. Hierbij is de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht vereist. 6. Voorts heeft het bestuur voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. de vaststelling van het strategisch meerjarenplan van de Stichting; b. de begroting en jaarverslag van de Stichting; c. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de Raad van Toezicht vastgesteld bedrag; d. het oprichten van een rechtspersoon waarin de Stichting aanmerkelijke bestuurlijke invloed zal hebben; e. de beëindiging van het dienstverband van meer dan 10% van de werknemers van de Stichting tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; f. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van meer dan 10% van de werknemers van de Stichting; g. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van de samenwerking van substantieel belang is voor de Stichting; h. het vaststellen van een klachtenregeling, een klokkenluidersregeling en een treasurystatuut van de Stichting; i.

een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling voor de Stichting; j. het stichten, opheffen, samenvoegen, omzetten, overdragen van een school van de Stichting; k. splitsing, fusie, statutenwijziging of ontbinding van de Stichting. 7. Het bestuur formuleert en ontwikkelt de beleidskaders voor de Stichting. De uitwerking daarvan en de rol van de Raad van Toezicht daarbij is geregeld in het bestuursreglement. 8. Het bestuur stelt een mandaat- en managementstatuut vast dat de taken en bevoegdheden van de medewerkers van het stafbureau en van de schooldirecteuren van de Stichting regelt. 9. Alle bestuursbesluiten worden in meerderheid genomen. In het geval de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. De Raad van Toezicht wordt over een dergelijke situatie geïnformeerd. 10. Het functioneren van het bestuur wordt jaarlijks door de Raad van Toezicht beoordeeld. Artikel 8 Vertegenwoordiging 1. Elke bestuurder is bevoegd de Stichting in en buiten rechte te vertegenwoordigen. 2. De voorzitter van de Raad van Toezicht vertegenwoordigt de Stichting in

6

gevallen waarin sprake kan zijn van verstrengeling van belangen tussen het bestuur en/of een bestuurder en de Stichting. 3. Het bestuur kan anderen die werkzaam zijn bij de Stichting volmacht geven om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Artikel 9 Bestuursreglement 1. Zaken betreffende de interne bestuurlijke aangelegenheden van de Stichting worden geregeld in het bestuursreglement. Het bestuursreglement mag geen bepalingen bevatten in strijd met deze statuten. 2. Het bestuursreglement wordt vastgesteld door het bestuur na verkregen goedkeuring van de Raad van Toezicht. Artikel 10 Toezicht 1. Het toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken is opgedragen aan de Raad van Toezicht. Het toezicht omvat tevens de naleving door het bestuur van de wettelijke verplichtingen, van de toepassing van de Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs en eventuele afwijkingen daarvan. De Raad van Toezicht ziet ook toe op de rechtmatige verwerving en doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de scholen op grond van de Wet op het Primair Onderwijs. 2. De gemeenteraden oefenen ter zake in hun gemeente gelegen scholen toezicht uit op de Stichting op grond van de Wet op het Primair Onderwijs en hetgeen in deze statuten is bepaald. Artikel 11 Raad van Toezicht 1.

De Raad van Toezicht bestaat uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal leden van ten minste vijf en van ten hoogste zeven. 2. De vereiste deskundigheid en achtergrond van de voorzitter en leden van de Raad van Toezicht worden in algemene zin vastgesteld door de Raad van Toezicht in een openbare profielschets. De Raad van Toezicht kan bij de invulling van een vacature besluiten tot een aanvulling dan wel tot een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten van de voorzitter of het lid van de Raad van Toezicht. Om benoembaar te zijn tot voorzitter of lid van de Raad van Toezicht dient een kandidaat de grondslag van de Stichting, zoals deze is omschreven in artikel 3 van deze statuten, te onderschrijven. 3. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de gemeenteraden met inachtneming van het volgende: a. Ten minste een derde gedeelte van die leden, doch geen meerderheid, wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken scholen. De ouders worden hierin vertegenwoordigd door de oudergeleding van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad. b. Eén lid wordt benoemd op bindende voordracht van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad. c. De overige leden van de Raad van Toezicht worden door de gemeenteraden benoemd op voordracht van de Raad van Toezicht.

7

4.

Bij de samenstelling van de Raad van Toezicht als geheel wordt gestreefd naar een herkenbare vertegenwoordiging van het gebied waarin de Stichting werkt. De samenstelling van de Raad van Toezicht is zodanig, dat zij bijdraagt aan de verankering van De Stichting in de samenleving. 5. De Raad van Toezicht stelt bij reglement een procedure vast voor de voordracht als bedoeld in lid 3 van dit artikel en zendt dit (onderdeel van dit) reglement ter advisering naar de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad en ter kennisname aan de raden van de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland. 6. De leden van de Raad van Toezicht hebben zitting voor een termijn van vier jaar. De leden van de Raad van Toezicht treden na het verstrijken van hun zittingstermijn af volgens een door de Raad van Toezicht vast te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid is direct herbenoembaar. Een lid van de Raad van Toezicht kan echter voor niet meer dan twee aaneengesloten periodes en maximaal acht jaar zitting hebben in de Raad van Toezicht. 7. De in een tussentijds ontstane vacature benoemde neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 8. De Raad van Toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter aan. 9. In de Raad van Toezicht kunnen geen zitting hebben: a.

personen die in dienstbetrekking zijn bij de Stichting; b. personen die direct of indirect betrokken zijn bij levering van goederen of diensten aan de Stichting; c. leden van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraden en het Decentraal Georganiseerd Overleg; d. leden van de gemeenteraad van de betrokken gemeenten; e. leden van het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten. 10. De vergoeding voor de leden van de Raad van Toezicht geschiedt op basis van een door de Raad van Toezicht vastgesteld reglement. Jaarlijks wordt door het bestuur in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van dit reglement zijn uitgegeven. 11. Het bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de Raad van Toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen. De Raad van Toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen in alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting. 12. De Raad van Toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 13. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht eindigt: a. door het aflopen van de laatste zittingstermijn

8

b. c.

door het nemen van schriftelijke ontslag; door het ontstaan van een hoedanigheid op grond waarvan men niet had kunnen worden benoemd overeenkomstig het bepaalde in lid 9 van dit artikel; d. door het verlies van het vrije beheer over het vermogen; e. door ontslag op grond van lid 14 van dit artikel; f. door veroordeling voor een misdrijf; g. door overlijden; 14. Voorts kan, om redenen ontleend aan het belang van de Stichting, een lid van de Raad van Toezicht door de Raad van Toezicht worden ontslagen of geschorst met algemene stemmen in een vergadering waarin alle in functie zijnde leden aanwezig zijn. De stem en aanwezigheid van het lid die het ontslag of de schorsing betreft, wordt bij het bepaalde in de vorige volzin niet meegerekend. In geval van schorsing betreft dit een periode van maximaal vier (4) maanden. 15. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige Raad van Toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraden is of wordt aangewezen. 16.

Bij de vervulling van zijn taak richt de Raad van Toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. Artikel 12 Raad van toezicht: werkwijze 1. In de vergaderingen van de Raad van Toezicht heeft ieder lid het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven, worden alle besluiten genomen met meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 2. De Raad van Toezicht kan ook op een andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is dan genomen, indien de meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 3. Elk lid van de Raad van Toezicht is gelijkelijk bevoegd een vergadering van de Raad van Toezicht bijeen te roepen. 4. Het bijeenroepen van de vergadering van de Raad van Toezicht geschiedt ten minste vijf dagen tevoren schriftelijk door of namens de voorzitter.

De bijeenroeping gaat vergezeld van een agenda waarop, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen staan vermeld.

9

5.

De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Indien deze afwezig is leidt de vicevoorzitter de vergadering. 6. Van het verhandelde in de vergaderingen wordt een verslag gemaakt door een door de Raad van Toezicht aan te wijzen notulist. Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering van de Raad van Toezicht vastgesteld. 7. De leden van de Raad van Toezicht stemmen zonder last en ruggespraak. 8. De Raad van Toezicht kan in vergadering alleen dan geldige besluiten nemen, als de in deze statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van de vergadering in acht zijn genomen, behoudens het bepaalde in lid 9 van dit artikel. 9. Indien in een vergadering van de Raad van Toezicht alle in functie zijnde leden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de voorschriften voor het oproepen en houden van de vergadering niet in acht genomen. 10. De Raad van Toezicht kan tijdens een vergadering alleen dan geldige besluiten nemen, indien de meerderheid van de in functie zijnde leden daarbij aanwezig of vertegenwoordigd is. Ingeval een vergadering op grond daarvan geen doorgang kan vinden, belegt de voorzitter binnen veertien (14) dagen een nieuwe vergadering. 11.

Indien wegens onvoltalligheid op grond van het bepaalde in het vorige lid een nieuwe vergadering is belegd, beraadslagen en besluiten de aanwezige leden over de onderwerpen die voor de eerste vergadering aan de orde waren gesteld, ongeacht het aantal leden dat aanwezig is. 12. Een lid van de Raad van Toezicht kan zich tijdens een vergadering door een ander lid van de Raad van Toezicht laten vertegenwoordigen onder overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. De volmacht dient te zijn verleend voor één of meer duidelijk bepaalde onderwerpen. Een lid van de Raad van Toezicht kan slechts voor één ander lid als gevolmachtigde optreden. 13. Alle stemmingen ter vergadering over zaken geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende gesloten briefjes. Over personen wordt schriftelijk gestemd. 14. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 15. In alle geschillen over stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter. 16. De vergaderingen van de Raad van Toezicht zijn niet openbaar, tenzij de Raad van Toezicht anders beslist.

Artikel 13 Raad van Toezicht: reglement Zaken betreffende de interne aangelegenheden van de Raad van Toezicht worden geregeld in het Reglement voor de Raad van Toezicht Stichting Comprix.

10

Dit reglement wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht en mag geen bepalingen bevatten in strijd met deze statuten. Artikel 14 Financiën en verslaglegging 1. Het boekjaar van de Stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het bestuur biedt de Raad van Toezicht jaarlijks voor één december de begroting ter goedkeuring aan. 3. De Raad van Toezicht besluit in de eerste daaropvolgende vergadering over de goedkeuring van de begroting. Na goedkeuring is het bestuur bevoegd uitgaven te doen voor de continuïteit van het onderwijsproces. 4. Wanneer het bestuur constateert dat de Raad van Toezicht niet in staat is voor een februari van het jaar waarvoor de begroting geldt, de begroting goed te keuren, meldt hij dat direct aan de gemeenteraden van Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland. Deze nemen voor genoemde datum de maatregelen die zij nodig vinden om het onderwijsproces te waarborgen. 5. Indien het bestuur voornemens is de begroting te wijzigen, wordt deze wijziging ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht voorgelegd. Het bestuur kan de desbetreffende uitgaven pas gaan doen nadat de Raad van Toezicht de wijziging heeft goedgekeurd. 6. Het bestuur zendt de vastgestelde (gewijzigde) begroting aan de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland. Deze kunnen desgewenst een zienswijze op de begroting kenbaar maken aan het bestuur.

Het bestuur brengt een dergelijke zienswijze, alsmede de voorgenomen reactie daarop, ter kennis van de Raad van Toezicht. 7. Het bestuur biedt de Raad van Toezicht jaarlijks voor één juni het jaarverslag van de Stichting aan. In dat jaarverslag is in elk geval de rekening van het daaraan voorafgaande jaar opgenomen. 8. Het bestuur brengt gelijktijdig met het jaarverslag aan de Raad van Toezicht verslag uit aan de gemeenteraden over de werkzaamheden waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs in zowel de openbare scholen als de samenwerkingsscholen. 8. Het bestuur kan de jaarrekening niet eerder vaststellen dan nadat deze door de Raad van Toezicht is goedgekeurd. De jaarrekening gaat vergezeld van een verslag van een door de Raad van Toezicht aangewezen registeraccountant dat, behalve de verklaring bij de jaarrekening, bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. 9. De goedkeuring strekt het bestuur tot decharge. Artikel 15 Identiteitscommissie(s); samenstelling en benoeming 1. Aan iedere samenwerkingsschool zoals bedoeld in artikel 17d van de Wet op het Primair Onderwijs is een identiteitscommissie verbonden. 2. De identiteitscommissie bestaat uit ten minste zes (6) natuurlijke personen

11

waarvan: a. twee (2) personen die worden voorgedragen bij het bestuur door de identiteitscommissie uit de voorstanders van openbaar onderwijs dat deel uitmaakt van de samenwerkingsschool; b. twee (2) personen die worden voorgedragen bij het bestuur door de identiteitscommissie uit de voorstanders van het bijzonder onderwijs dat deel uitmaakt van de samenwerkingsschool; c. een (1) persoon die wordt voorgedragen bij het bestuur door de identiteitscommissie uit de leerkrachten die voorstanders zijn van het openbaar onderwijs dat deel uitmaakt van de samenwerkingsschool; d. een (1) persoon die wordt voorgedragen bij het bestuur door de identiteitscommissie uit de leerkrachten die voorstanders zijn van het bijzonder onderwijs dat deel uitmaakt van de samenwerkingsschool. 3. Het bestuur benoemt de leden van de identiteitscommissie. 4. Bij de eerste benoeming van de leden van de identiteitscommissie worden drie (3) leden bij het bestuur voorgedragen door elke medezeggenschapsraad. 5. De in lid 2 onder a en b genoemde leden, dienen tevens ouder te zijn van een leerling van de school. 6. De in lid 2 onder c en d genoemde leden, dienen werkzaam te zijn als leerkracht op de samenwerkingsschool. 7. Benoemingen vinden plaats op basis van vooraf opgestelde openbare werving- en selectieprocedure en een profielschets. 8.

Een lid van de identiteitscommissie treedt volgens rooster, doch uiterlijk vier (4) jaar na zijn benoeming af. Een volgens dit rooster aftredend lid Is eenmaal herbenoembaar voor dezelfde periode. 9. In ontstane tussentijdse vacatures draagt het bestuur zorg dat hierin zo spoedig mogelijk wordt voorzien. 10. Leden van de identiteitscommissie ontvangen als zodanig geen bezoldiging, noch middellijk noch onmiddellijk. Zij hebben recht op een vergoeding voor gemaakte kosten. Artikel 16 Identiteitscommissie(s); schorsing en ontslag 1. Een lid van de identiteitscommissie kan op voordracht van de commissie door het bestuur worden geschorst en ontslagen. 2. Indien een lid van de commissie is geschorst, dient het bestuur binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. 3. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop het bestuur het besluit tot verlenging heeft genomen. 4. Het lid van de commissie dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld

12

zich in de vergadering van het bestuur te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. 5. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van de commissie over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. 6. Een lid van de identiteitscommissie treedt voorts uit functie: a. door zijn vrijwillig of periodiek aftreden; b. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; c. door verlies van de hoedanigheid als bedoeld in artikel 15 op basis waarvan betrokkene is benoemd; d. door zijn overlijden. Artikel 17 Identiteitscommissie(s); taken en bevoegdheden 1. De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bestuur en de directeur over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. 2. De commissie adviseert in elk geval over de identiteitsaspecten ten aanzien van: de keuze van de lesmethoden; de vormgeving van vieringen en dagopeningen; de invulling van het personeelsbeleid. 3. In het schoolplan en in de schoolgids wordt vermeld op welke wijze de commissie is betrokken bij de invulling van het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool; 4.

De directeur of het bestuur reageren binnen een maand op uitgebrachte adviezen van de commissie. Indien het advies niet of gedeeltelijk wordt overgenomen wordt dit gemotiveerd schriftelijk meegedeeld aan de commissie. 5. Indien de commissie zich niet wil neerleggen bij het niet of gedeeltelijk volgen van het advies door de directeur of het bestuur deelt het dit schriftelijk binnen een maand mee. In dat geval is sprake van een adviesgeschil en wordt dit geschil door de directeur of het bestuur binnen een maand na de mededeling als bedoeld in het vorige lid voorgelegd aan een geschillencommissie. De geschillencommissie bestaat uit één lid die door de directeur of het bestuur wordt aangewezen en één lid die door de identiteitscommissie wordt aangewezen. De twee benoemde leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan. De leden hebben geen persoonlijke of zakelijke belangen bij de stichting en zijn daarin evenmin ouder, personeelslid of lid van de raad van toezicht van de stichting. De geschillencommissie brengt een voor beide partijen bindend advies uit. 6. De geschillencommissie wordt per geschil ingesteld. Artikel 18 Identiteitscommissie(s); werkwijze

13

1.

De identiteitscommissie benoemt uit haar midden een voorzitter en secretaris. 2. De voorzitter bepaalt dag en aanvangsuur van de te houden vergaderingen, met dien verstande dat tenminste twee maal per jaar wordt vergaderd. 3. Indien twee leden van de commissie hem daartoe schriftelijk de wens te kennen hebben gegeven, is de voorzitter verplicht een vergadering van de commissie bijeen te roepen, die uiterlijk tien dagen na ontvangst van het bericht wordt gehouden. 4. De voorzitter roept de leden schriftelijk op voor de vergadering onder toezending van een agenda met een beknopte toelichting van de te bespreken punten. 5. De agenda wordt tenminste een (1) week voor de vergadering schriftelijk aan alle leden verzonden. 6. De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen. 7. De commissie overlegt periodiek met de directeur van de school en ten minste eenmaal per jaar met het College van Bestuur. 8. De identiteitscommissie brengt jaarlijks een schriftelijk verslag van werkzaamheden en bevindingen uit aan het bestuur. 9. De commissie mag uitsluitend beraadslagen indien de meerderheid van de zitting hebbende leden tegenwoordig is. 10. Wanneer het in het vorige lid bedoelde aantal leden niet Is opgekomen, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering, die tenminste één week van tevoren wordt aangekondigd met vermelding van de te behandelen punten.

In die vergadering wordt met de alsdan tegenwoordig zijnde leden beraadslaagd en besloten, doch uitsluitend omtrent de op de agenda vermelde onderwerpen. 11. De besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Over zaken wordt mondeling gestemd. Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen omtrent personen wordt schriftelijk gestemd. 12. Bij staken van stemmen over zaken en bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen omtrent personen vindt behandeling in de volgende vergadering plaats. In geval de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen als het gaat om zaken en bij schriftelijke stemmingen wordt het voorstel teruggenomen. 13. Bij het uitbrengen van adviezen aan de directeur of het bestuur worden ook eventuele minderheidsstandpunten vermeld en toegelicht. 14. De besluiten en alle andere stukken, die van de commissie uitgaan, worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend. 15. De vergaderingen van de identiteitscommissie zijn besloten. Artikel 19 Identiteitscommissie(s); reglement 1. De dagelijkse gang van zaken is beschreven in het reglement van de identiteitscommissie. 2. Het reglement van de identiteitscommissie bevat geen zaken die strijdig zijn

14

met deze statuten. Artikel 20 Personeel samenwerkingsschool 1. Bij de benoeming en het ontslag van personeel aan de samenwerkingsschool als bedoeld in artikel 3 lid 2 sub b. houdt het bestuur zoveel mogelijk rekening met een evenwichtige spreiding naar grondslag en openbaar karakter. 2. Het personeel dat te werk is gesteld aan een openbare school en aan de samenwerkingsschool, voor zover het betreft openbaar onderwijs, is op gelijke voet benoembaar. 3. Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel, wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de grondslag onderscheidenlijk het openbare karakter van de school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid. Artikel 21 Archief Het bestuur draagt met inachtneming van de Archiefwet 1995 zorg voor de archiefbescheiden. Artikel 22 Statutenwijziging en juridische fusie 1. a. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen of een besluit tot fusie van de Stichting te nemen. b. De wijziging van de statuten voor zover die statuten betrekking hebben op de regeling over de identiteitscommissie samenwerkingsschool, is slechts mogelijk indien het bevoegd gezag en deze commissie daartoe gezamenlijk besluiten. 2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. 3.

Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van de Kamer van Koophandel, binnen welker gebied de stichting haar zetel heeft. 4. Elke wijziging van de statuten of besluit tot fusie behoeft vóór de inwerkingtreding de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht en van de gemeenteraden. Het besluit van de Raad van Toezicht tot het verlenen of onthouden van voorafgaande goedkeuring aan wijziging van de statuten of fusie moet worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in de hiertoe uitgeschreven vergadering niet alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, wordt binnen een termijn van twee maanden een nieuwe vergadering bijeengeroepen. In deze vergadering kan het besluit tot het verlenen of onthouden van goedkeuring worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal dan aanwezige of vertegenwoordigde leden van de Raad van Toezicht. Artikel 23 Opheffing van een school

15

1.

Het bestuur kan, met in achtneming van het gestelde in artikel 159 van de Wet op het Primair Onderwijs, besluiten tot opheffing van een door de Stichting in stand gehouden school of nevenvestiging. 2. Het besluit tot opheffing van een school of nevenvestiging behoeft voor de inwerkingtreding de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Artikel 24 Ontbinding 1. Het bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. 2. Ontbinding van de Stichting door het bestuur behoeft vóórafgaand aan de inwerkingtreding de goedkeuring van de Raad van Toezicht en van de gemeenteraden. Het gestelde in lid 4 van artikel 22 is van overeenkomstige toepassing. Artikel 25 Vereffening 1. De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. 2. De vereffening geschiedt door het bestuur tenzij de Raad van Toezicht en / of de gemeenteraden anders besluiten. 3. De vereffenaars zorgen dat van de ontbinding van de Stichting inschrijving geschiedt in het handelsregister gehouden door de Kamer van Koophandel, binnen welk gebied de Stichting haar zetel heeft. 4. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. 5.

Een eventueel batig saldo van de ontbonden Stichting wordt uitsluitend aangewend overeenkomstig het doel van de Stichting en uitsluitend ten bate van een algemeen maatschappelijk belang of een ingevolge artikel 15 eerste lid onderdeel c van de Wet op de Vennootschapsbelasting van heffing van vennootschap vrijgestelde instelling van weldadigheid of van algemeen nut. De bestemming wordt bepaald door het bestuur en behoeft de goedkeuring van de Raad van Toezicht. 6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de Stichting gedurende tien jaar berusten onder de jongste vereffenaar. Artikel 26 Slotbepalingen 1. In alle gevallen waarin zowel de wet, deze statuten of het bestuursreglement niet voorzien, beslist de Raad van Toezicht. 2. Deze statuten kunnen worden aangehaald als Statuten Stichting Comprix. BEKENDHEID COMPARANT / SLOT De comparant is mij, notaris, bekend. WAARVAN AKTE is verleden te Wolvega op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De zakelijke inhoud van de akte is aan de comparant meegedeeld en toegelicht. De comparant heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden een conceptakte te hebben ontvangen en van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met die inhoud in te stemmen en te zijn gewezen op de gevolgen, die voor partijen uit de inhoud van de akte

16

voortvloeien. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de comparant en vervolgens door mij, notaris.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=b4f33e4b-08c4-4a12-964d-012a63e68284