CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Ambtshalve wijziging planregels

Raadsvergadering 24 maart 2025, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Luxwoude – Grondwaterwinning- en drinkwaterproductielocatie (B)1.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 7: AMBTSHALVE WIJZIGING PLANREGELS (Vaststelling bestemmingsplan “Luxwoude – Grondwaterwinning- en drinkwaterproductielocatie”)

1

(Ambtshalve aanpassing) OUD: (Beschrijving)

Artikel 4 Bedrijf - Nutsvoorzieningen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsvoorzieningen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

nutsvoorzieningen; grondwaterwinning in verband met de openbare drinkwatervoorziening ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - waterwinning'; bos en bebossing

met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g.

erven en terreinen; wegen en paden, waaronder de ontsluitingsweg; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding (waaronder sloten zijn begrepen), waterwinning, productie en distributie van drinkwater; het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b. c.

d. e.

gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak te worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan 8.000 m 2; de bouwhoogte van gebouwen bedraagt niet meer dan 12 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van gebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 3.000 m 2 niet meer dan 20 m mag bedragen; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt niet meer dan 12 m; er worden geen bedrijfswoningen gebouwd.

4.2.2 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 3,50 m; de bouwhoogte van masten bedraagt niet meer dan 6 m; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, waaronder technische installaties en putten, bedraagt niet meer dan 5 m.

4.2.3 Nadere eisen Het college van burgemeester en wethouders kan met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a. b. c. d. e. f.

de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, zoals vastgelegd in Bijlage 3; de natuurlijke waarden; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de verkeersveiligheid; het verlichtingsniveau tijdens avond- en nachturen;

nadere eisen stellen aan de plaats van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

2

4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval aangemerkt: a.

het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen.

4.3.2 Voorwaardelijke verplichting 1.

2.

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving: a. zonder de aanleg en instandhouding van de landschaps- en bosbeheermaatregelen conform het in Bijlage 1 en Bijlage 2 bij deze regels opgenomen landschappelijk inpassingsplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. het beheer van het resterend bosgebied na de uitvoering van de hiervoor onder a. genoemde maatregelen, wanneer dat afwijkt van een bosbeheerplan dat in samenspraak met provincie Fryslân is opgesteld en dat de instemming heeft van het college van burgemeester en wethouders; c. zonder afgerond natuuronderzoek waaruit blijkt dat geen ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is dan wel dat een noodzakelijk geachte ontheffing of vergunning op grond van die wet is verkregen.

In afwijking van het onder sub 1a en 1b bepaalde mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 48 maanden na verlenen de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 en Bijlage 2 bij deze regels opgenomen landschappelijke inpassingsplan en bosbeheermaatregelen conform het onder 1b bedoelde bosbeheerplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing en goed bosbeheer.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden van het college van burgemeester en wethouders, voor de hierna onderscheiden gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het verwijderen van bomen en/of houtgewas, voorzover de Wet natuurbescherming en de Algemene Plaatselijke Verordening niet van toepassing is.

4.4.2 Uitzondering De in sublid 4.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b. c.

het normale onderhoud en beheer betreffen; die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning.

4.4.3 Toetsingscriteria De in sublid 4.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b.

de landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in Bijlage 1 en Bijlage 2; de natuurlijke waarden.

3

NIEUW:

Artikel 4 Bedrijf - Nutsvoorzieningen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsvoorzieningen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

nutsvoorzieningen; grondwaterwinning in verband met de openbare drinkwatervoorziening ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - waterwinning'; bos en bebossing

met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g.

erven en terreinen; wegen en paden, waaronder de ontsluitingsweg; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding (waaronder sloten zijn begrepen), waterwinning, productie en distributie van drinkwater; het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b. c.

d. e.

gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak te worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan 8.000 m 2; de bouwhoogte van gebouwen bedraagt niet meer dan 12 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van gebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 3.000 m2 niet meer dan 16 m mag bedragen; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt niet meer dan 12 m; er worden geen bedrijfswoningen gebouwd.

4.2.2 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 3,50 m; de bouwhoogte van masten bedraagt niet meer dan 6 m; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, waaronder technische installaties en putten, bedraagt niet meer dan 5 m.

4.2.3 Nadere eisen Het college van burgemeester en wethouders kan met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a. b. c. d. e. f.

de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, zoals vastgelegd in Bijlage 3; de natuurlijke waarden; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de verkeersveiligheid; het verlichtingsniveau tijdens avond- en nachturen;

nadere eisen stellen aan de plaats van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik

4

Tot een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval aangemerkt: a.

het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen.

4.3.2 Voorwaardelijke verplichting 1.

2.

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving: a. zonder de aanleg en instandhouding van de landschaps- en bosbeheermaatregelen conform het in Bijlage 1 en Bijlage 2 bij deze regels opgenomen landschappelijk inpassingsplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. het beheer van het resterend bosgebied na de uitvoering van de hiervoor onder a. genoemde maatregelen, wanneer dat afwijkt van een bosbeheerplan dat in samenspraak met provincie Fryslân is opgesteld en dat de instemming heeft van het college van burgemeester en wethouders; c. zonder afgerond natuuronderzoek waaruit blijkt dat geen ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is dan wel dat een noodzakelijk geachte ontheffing of vergunning op grond van die wet is verkregen.

In afwijking van het onder sub 1a en 1b bepaalde mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 48 maanden na verlenen de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 en Bijlage 2 bij deze regels opgenomen landschappelijke inpassingsplan en bosbeheermaatregelen conform het onder 1b bedoelde bosbeheerplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing en goed bosbeheer.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden van het college van burgemeester en wethouders, voor de hierna onderscheiden gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het verwijderen van bomen en/of houtgewas, voorzover de Wet natuurbescherming en de Algemene Plaatselijke Verordening niet van toepassing is.

4.4.2 Uitzondering De in sublid 4.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b. c.

het normale onderhoud en beheer betreffen; die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning.

4.4.3 Toetsingscriteria De in sublid 4.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b.

het landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in Bijlage 1 en Bijlage 2; de natuurlijke waarden.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=0b1a0853-0d52-40c3-9d5e-ebe0a10a12b4