Bijlage 4 Zienswijze gemeente Opsterland op ontwerp Veenweideprogramma 2021-2030-0086141574.pdf
Tekst van het document
008657212 1/1
gemeente
R
Opsterland College van Gedeputeerde Staten Provincie Fryslan Postbus 20120 8900 HM LEEUWARDEN ♦OPST3RLANO*
0086-AZK-
Uw kenmerk:
Uw brief van:
Ons kenmerk
Behandeld door:
Telefoon
Bijlagen:
008657212
Marieke Tiekink
(0512)386 569
1
Onderwerp: Zienswijze gemeente Opsterland op het ontwerp Veenweideprogramma 2021-2030
Beetsterzwaag, 12 januari 2021 Verzonden op: 13 januari 2021
Geacht bestuur, Begin november 2020 heeft u het ontwerp-Veenweideprogramma 2021-2030 ter inzage gelegd. Het was goed te vernemen dat de termijn verlengd is. Als gemeente geven wij hierbij onze zienswijze. Op 14 december 2020 heeft de gemeenteraad de zienswijze van de gemeente Opsterland op het ontwerp Veenweideprogramma 2021-2030 behandeld. Na amendering van de geagendeerde conceptzienswijze en aanvulling met zes moties is de zienswijze definitief vastgesteld. Hierbij ontvangt u de door de gemeenteraad vastgestelde zienswijze. Voor vragen over de zienswijze kunt u contact opnemen met Marieke Tiekink, e-mail marieke.tiekink@opsterland.nl of (0512) 386222.
We zien uw reactie graag tegemoet.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris,
rgemeester,
Ellen van Selm
Postbus 10.000
Hoofdstraat 82
T
(0512) 386 222
E
gemeente@opsterland.nl
IBAN NL82 BNGH 028.50.06.606
9244 ZP Beetsterzwaag
9244 CR Beetsterzwaag
F
(0512) 381 875
I
www.opsterland.nl
BTW
NL001950149B01
008657212 gemeente
Opsterland Zienswijze gemeenteraad Opsterland op het ‘Ontwerp Veenweideprogramma 2021-2030’.
De veenweidegemeenten hebben een gezamenlijke zienswijze op de inhoud van het ontwerp veenweideprogramma en de wijze van samenwerken opgesteld om deze na aanvulling van de gemeenteraden aan GS provincie Fryslan en het DB Wetterskip Fryslan voor te leggen. Samenwerking is in het belang van de inwoners en de leefomgeving Net als u zien wij de bodemdaling in het veenweidegebied en de bijbehorende problematiek als een grote opgave voor de toekomst. Het is niet voor niets dat de problematiek van de veenweide is opgenomen in onder andere het Klimaatakkoord, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Interbestuurlijk Programma (IBP). In het belang van de inwoners en ondernemers in deze gebieden willen we daarom ook graag samenwerken om daarmee zoveel mogelijk invulling te geven aan het principe van één overheid. De Vereniging van Nederlandse gemeenten heeft juist daarom ook haar handtekening gezet onder het Klimaatakkoord en het IBP.
De meerwaarde van een gezamenlijk programma Wij, de veenweidegemeenten, vinden dat een gezamenlijk programma en een gezamenlijke organisatie bijdraagt aan de slagkracht en een minder versnipperde werkwijze in het veenweidegebied. Gemeentelijke doelstellingen op het gebied van landbouw, natuur, biodiversiteit, landschap, energietransitie, recreatie en toerisme, CO2- en stikstofreductie en bodemdaling worden hierdoor integraal onderdeel van de ontwikkeling van het veenweidegebied. Concrete invulling moet vooral worden gedaan in de gebiedsprocessen, maar een gezamenlijk programma geeft een stevig signaal naar andere overheden, met een duidelijke richting voor de komende 10 jaar. Onze regio kan hierdoor een sterkere positie innemen om aanspraak te maken op middelen vanuit het Rijk, Europese Fondsen en mogelijke andere partners. Het programma is dan het vertrekpunt voor een gezamenlijke lobby.
Een gelijkwaardige positie voor gemeenten (en gemeenteraden) is noodzakelijk Hoewel we de voordelen van een gezamenlijk programma zien, vragen we nadrukkelijk aandacht voor de mate van gelijkwaardigheid aan de verschillende samenwerkingspartners. Het opstellen van het Veenweideprogramma is primair een verantwoordelijkheid (en onderdeel van de collegeprogramma's) van de Provincie en het Wetterskip. Beide besturen hebben aan de voorkant richting gegeven aan het programma, door een richtinggevend besluit te nemen naar aanleiding van een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA). Dit is bij de veenweidegemeenten (nog) niet het geval. We willen in de toekomst samen werken als gelijkwaardige partners, daarom is het noodzakelijk dat vanuit de Raden medezeggenschap ontstaat rond het programma. Dit is ook de reden waarom we het programma op dit moment voor kennisgeving aannemen en deze zienswijze gaan indienen. We benutten de zienswijzeperiode om het gesprek aan te gaan.
Zet in op een bredere (integrale) gebiedstransitie De doelstellingen en programmalijnen in het programma zijn sterk gericht op de landbouw- en watertransitie. Wij denken dat de opgave in de veenweidegebieden breder is en dat er meer kansen liggen. De landbouw blijft een belangrijke economische drager in het gebied en is belangrijk voor het beheer van de weidegronden. Toch zal de gebiedsopgave breder moeten worden bekeken om te komen tot een duurzaam perspectief voor de veenweidegebieden, waarbij aansluiting bij (de mogelijkheden van) het natuurlijke systeem een belangrijk uitgangspunt is. Wanneer we de grote opgaven zoals klimaatadaptatie, energietransitie en biodiversiteit voor ogen hebben, dan denken we dat er op de lange termijn meer verandering nodig is in het gebied. Onder meer als onderdeel van de transitie naar een meer natuurinclusieve en circulaire landbouw. Onze blik moet daarbij niet alleen gericht zijn op 2030, maar zeker ook op langere termijn (2050), waarbij de gevolgen van klimaatverandering sterker zichtbaar worden en we een sterke CO2-reductie als doel hebben. Met een verdere “planhorizon” voor ogen, zullen daardoor ook andere maatregelen voor de hand liggen, zoals verdergaande vernatting van deelgebieden.
1
008657212
We kunnen niet alleen investeren in “vasthouden van het bestaande”, maar moeten juist ook kijken naar nieuwe functies en nieuwe economische dragers voor het gebied. In het Manifest voor Transitie van het Inspiratieteam Toekomst Veenweide staat hierover: “Een toekomstbestendige Feangreide gaat onmiskenbaar samen met extensivering van de landbouw en tegelijkertijd toevoeging van aanvullende verdienfuncties”. Meer specifiek krijgt dit de aandacht bij de punten 5, 6 en 7 van het manifest. Wat ons betreft is de transitie dus breder dan alleen de aanpassing van de landbouw en het waterbeheer. Wij zouden graag zien dat ruimte voor nieuwe economische dragers een expliciete doelstelling in het veenweideprogramma wordt. Onderstaand geven we een aantal voorbeelden: • De energietransitie kan een belangrijke nieuwe drager voor de ontwikkeling van het gebied zijn. Juist op plekken waar een aangepast agrarisch gebruik of afwaardering van landbouwgrond speelt, vormen mogelijkheden voor duurzame energie een logische koppelkans. Ook kan energieproductie eventueel bijdragen aan het verdienvermogen van agrarische bedrijven. In het proces van de Regionale Energiestrategie (RES) zijn deze aspecten ook besproken. Uiteraard moeten deze nieuwe energiedragers goed worden ingepast in het landschap.
• Nieuwe, nattere veenweidelandschappen zijn aantrekkelijk voor nieuwe concepten op het gebied van recreatie en toerisme. Tevens kunnen zij bijdragen aan versterking van de biodiversiteit en het verbinden van de natuurgebieden met landbouwgronden tot een ecologisch samenhangend veenlandschap. Wij pleiten ervoor om dit onderwerp explicieter op te nemen in het veenweideprogramma. Daarmee kan dit gebied, gelegen tussen de grotere steden en kernen van Fryslan, bijdragen aan een slimme groei van recreatie en toerisme. • Met de druk op de woningmarkt in de steden en het “inburgeren” van thuiswerken, zou landelijk wonen een nieuwe impuls kunnen krijgen. Een rustige setting en een hoge landschapskwaliteit worden dan woonwensen die voor meer mensen bereikbaar worden.
Een deel van de beschikbare middelen kan ook specifiek worden ingezet voor het stimuleren van deze aanvullende economische dragers. We zien graag dat dit wordt meegenomen in het hoofdstuk over instrumenten. Werken met een fasering en met ijkmomenten We zien de voordelen van het inbouwen van meerdere ijkmomenten binnen de aanpak 2021-2030. Afstemming, nieuwe inzichten op basis van onderzoek, beschikbare middelen en draagvlak zullen het te realiseren tempo mede bepalen. We zien hier ook de relatie met de fasering die in het Nationale Veenplan is opgenomen, waardoor binnen die systematiek verdere beslismomenten, ook in financiële zin, aan de orde gaan komen. Blijf werken aan een breed draagvlak Het is niet eenvoudig om alle belangen in het gebied te verenigen. Landbouw, natuur, overheden en woningeigenaren hebben nu eenmaal verschillende belangen en wensen. Dat hierdoor compromissen moeten worden gesloten, begrijpen we. Als gemeenten pleiten we voor een zorgvuldige belangenafweging en betrokkenheid van alle stakeholders. Dat betekent onzes inziens dat niet alleen de landbouw-, natuur- en milieuorganisaties aan tafel moeten zitten, maar dat er ook actief afstemming moet worden gezocht met woningeigenaren en recreatieondernemers. Hetzij door een vertegenwoordiging in het BOF of als een vaste klankbordgroep hiernaast.
We onderschrijven de insteek met betrekking tot de funderingsproblematiek We onderschrijven de aandacht voor eigenaren van woningen met funderingsproblemen. Zij-worden rechtstreeks en indringend geconfronteerd met de problemen van de veenbodemdaling. We zijn het eens met de insteek van het programma dat de woningeigenaar primair verantwoordelijk is voor de bouwkundige staat van de eigen woning. Tegelijkertijd onderkennen we dat hier eventueel een specifieke verantwoordelijkheid bij de overheid kan liggen, die in dat geval naar ons oordeel primair betrekking heeft op de provincie en/of het waterschap. Een beter zicht op consequenties is hier gewenst. Op dit moment weten we nog te weinig van de aard en omvang van de problematiek. We onderschrijven daarom het voornemen om funderingsonderzoek te subsidiëren en in 2022 opnieuw te bekijken wat wenselijk en noodzakelijk is. Vervolg
2
008657212
We verwachten dat er tijdens de inzageperiode nog andere zienswijzen ingediend worden. Dit kan leiden tot aanpassingen ten opzichte van het ontwerpprogramma.
In het voorjaar van 2021 wegen wij af of het vaststellen van een gezamenlijk Veenweideprogramma voor de hand ligt. Ook wanneer wij er uiteindelijk niet voor kiezen om het Veenweideprogramma vast te stellen, blijven wij met de provincie en het Wetterskip samenwerken aan deze grote maatschappelijke opgave. We zullen dan onderzoeken op welke wijze deze vorm kan krijgen en welke organisatiestructuur daar het beste bij past.
3
AMENDE! (Artikel 33
lei
it van Orde)
^<2----
H
hz. v'ocy—
cLl
Raad d.d.:
De raad van de gemeente Opsterland in vergadering bijeen op 14-12‘20
Agendapunt:
4
Onderwerp:
Zienwijze Veenweideprogramma
Aanvulling:
Ondergetekende(n) stelt voor de zienwijze Veenweideprogramma aan te vullen : De in het westen van de gemeente Opsterland aangemerkte moerige gronden ter grootte van 5492 hectare te^schrappen uit het j
Toelichting:
Ondertekening en naam;
CK O- ^. ____ _____ _____ IrvfcASbc C Iq D »•__________ Ondergetekende(n) is van mening dat van de 8659 hèctare die aangemerkt is in het Veenweideprogramma er 5492 hectare moerige gronden kunnen worden geschrapt. Deze gronden zijn overgebleven toen het aanwezige laagveen was afgegraven voor de turfwinning. Wat overbleef zijn humusrijke zand/veen-grond (minder dan 40cm). De moerige gronden dragen niet dan nauwelijks bij aan de uitstoot van CO2 en broeikasgassen. De betreffende moerige gronden liggen niet in diepe polders en liggen variërend op het boezemwaterpeil of net daar onder. In dit gebied liggen twee waterwingebieden van Vitens ( Nij Beets (in productie) en Luxwoude (in voorbereiding), hetgeen verlaging van het grondwaterpeil tot gevolg heeft. Verhoging van het slootwaterpeil en vaarten zal weinig tot geen invloed hebben op het dalend grondwaterpeil als gevolg van de waterwinning. Hielke de Vries Sjors Veenstra
Dit amendement is 2020..................................
in de vergadering van
°
<
.......... \ B/VSz
j
14-12-
MOTIE
(Artikel 34 Reglement van Orde)
Raad d.d.:
De raad van de gemeente Opsterland in vergadering bijeen d.d..14-12-2020
Onderwerp:
- Naar aanleiding van agendapunt van de raad nr. 4 Zienswijze Veenweideprogramma.'
Ondergetekende(n), lid van de raad van de gemeente Opsterland, In het Veenweideprogramma is de gezamenlijke ambitie om de veenoxidatie te verminderen om daarmee ook de uitstoot van CO2 en broeikasgassen in ons klimaat af te laten nemen. Voor de landbouw betekent dat hogere waterpeilen en over te schakelen op een extensieve bedrijfsvoering. Als gevolg daarvan zal meer hectares landbouwgrond nodig zijn om voldoende voer te kunnen winnen voor de veestapel. Hierdoor ontstaat druk op de grondmarkt. Bovendien zal niet elke bedrijfsvoering zich laten lenen voor deze gedwongen extensivering. Om ruimte te creëren voor extensivering en de druk, in het veenweidegebied op de grondmarkt te verminderen zou een herverkaveling en verplaatsing van boerenbedrijven in en buiten het veenweidegebied, zoals mogelijk is met de Ruilverkavelingswet uit 1970, helpen om opgaven te realiseren.
Verzoekt het college om bij de besturen van provincie Fryslan, Wetterskip en de gezamenlijke veenweidegemeenten aan te dringen, te laten onderzoeken of in de Wet Inrichting Landelijk Gebied 2007 (WILG) werkbare en praktische instrumenten zijn opgenomen om voor de verschillende opgaven in het veenweidegebied ruimte creëren . Hiermee kan onder meer voor boerenbedrijven ruimte worden gerealiseerd om te extensiveren of verplaatsing van bedrijven naar elders. en gaat over tot de orde van de dag. Naam en datum:
Hielke de Vries Sjors Veenstra Harm de jong
Deze motie is
in de vergadering van
Uw lAAé
<. , griffier.
MOTIE
H
Opstedan
(Artikel 34 Reglement van Orde)
Raad d.d.:
De raad van de gemeente Opsterland in vergadering bijeen d.d..14-12-2020
Onderwerp: - Naar aanleiding van agendapunt van de raad nr. 4 'Zienswijze Veenweideprogramma'
Ondergetekende(n), lid van de raad van de gemeente Opsterland, Is van mening dat in het Veenweidegebied 900 boerenbedrijven momenteel hun inkomen verdienen. Als gevolg van veranderende omstandigheden van hogere waterpeilen en dientengevolge extensivering van de bedrijfsvoering zullen er andere goede en houdbare verdienmodellen moeten worden gevonden om vitale landbouw en behoud van het veenweidelandschap te waarborgen.
Verzoekt het college om bij de besturen van provincie Fryslan, Wetterskip en de gezamenlijke veenweidegemeenten aan te dringen om in samenwerking met boerenorganisaties, agrarische accountantsbureaus, afzet- en zuivelindustrie en banken om te ontwikkelen verdienmodellen te toetsen op houdbaarheid, duurzaamheid en rentabiliteit om de gewenste vitale landbouwsector in het Veenweidegebied te kunnen bevorderen. i 'ZuZ'i' \j ks /'•cóOaöen gaat over tot de orde van de dag.
Naam en datum:
Hielke de Vries Sjors Veenstra Harm de Jong
Deze motie is
in de vergadering van
griffier.
MOTIE
H
Opsterlan
(Artikel 34 Reglement van Orde)
Raad d.d.:
De raad van de gemeente Opsterland in vergadering bijeen d.d. 14-12-2020
Onderwerp:
- Naar aanleiding van agendapunt van de raad nr. 4 'Zienswijze Veenweideprogramma'
Ondergetekende(n), lid van de raad van de gemeente Opsterland, Is van mening dat door de voorgestelde peilverhogingen en dientengevolge extensivering van de boerenbedrijven in het kader van het Veenweideprogramma er een afwaardering van agrarische gronden ontstaat. Nu is nog onbekend hoe hoog de afwaardering zal zijn en hoe en door wie dit vermogensverlies zal worden gecompenseerd.
Verzoekt het college om bij de besturen van provincie Fryslan, Wetterskip en de gezamenlijke veenweidegemeenten aan te dringen om in samenwerking met boerenorganisaties, agrarische accountantsbureaus, agrarische makelaars en banken de hoogte van afwaardering van de agrarische gronden te onderzoeken ? M i .
en gaat over tot de orde van de dag. Naam en datum:
Hielke de Vries Sjors Veenstra Harm de Jong
Deze motie is . ^c>.
Veer'.
in de vergadering van
/. jP
óELQ/M , griffier.
ca
MOTIE
GROENLINKS Opster/Gjuh»
D66
(Artikel 34 Reglement van Orde)
OPSTERLANDS
O' ■
Raad d.d.:
De raad van de gemeente Opsterland in vergadering bijeen d.d..14-12-2020
Onderwerp:
Naar aanleiding van agendapunt van de raad nr. 4 'Zienswijze Veenweideprogramma.'
Ondergetekende(n), lid van de raad van de gemeente Opsterland, 1. Overwegende dat in Fryslên door provinciale overheden in het verleden is besloten de waterpeilen in ’t veenweide gebied te verlagen. 2. Dat de gemeenteraad in Opsterland daarover geen besluit heeft genomen. 3. Dat peilverlaging tot paalrot en verzakkingen kan leiden. 4. Dat inwoners die getroffen zijn door paalrot en/of verzakkingen voor grote kosten komen te staan. 5. Vele inwoners de financiële middelen niet hebben om de herstel werkzaamheden te laten uitvoeren. 6. Tot nu toe de provinciale overheden geen verantwoordelijkheid hebben genomen voor de schade die particulieren lijden als gevolg van het provinciale besluit destijds. Verzoekt het college om bij het verantwoordelijke overheden van de provincie Fryslan eropaan te dringen verantwoordelijkheid te nemen voor hun historische besluit de waterpeilen te verlagen, waardoor inwoners van de Veenweide schade hebben geleden door paalrot en/of verzakkingen.
en gaat over tot de orde van de dag.
Naam en datum:
Opsterlands Belang : Marcel van Opzeeland D66 : René Koopmans Groenlinks-Opsterlanders: Elske Beintema
Deze motie is ..
in de vergadering van
griffier.
V
GROENLINKS
(sas}* BG TROKKEN-anderS-SRMGN
MOTIE (Artikel 34 Reglement van Orde)
Raad d.d.:
De raad van de gemeente Opsterland in vergadering bijeen d.d 14 dec 2020
Onderwerp:
Agendapunt van de raad nr 4, zienswijze concept veenweideprogramma
Ondergetekende(n), lid van de raad van de gemeente Opsterland, Constaterende dat: - in de toelichting van de programmamanager van het Veenweideprogramma is gebleken in de uitgevoerde Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (MKBA) een scenario is doorgerekend waarbij de opbrengsten voor de bevolking acht maal groter is dan in het huidige veenweideprogramma voorgesteld is. Overwegende dat: -bij investeringen in het Veenweidegebied de belangen van bewoners, ondernemers, natuur, biodiversiteit en klimaat evenwichtig afgewogen moeten worden om problemen hiermee niet naar de toekomstige generaties te verschuiven. De MKBA hoort daarbij richtinggevend te zijn. Die houdt rekening met alle factoren. - de huidige zienswijze een goede stap in de richting is maar dat de MKBA nog ruimte voor verbetering biedt.
Roept het college op Inzichtelijk te maken welke scenario’s bij de beoordeling van de MKBA zijn betrokken Bij de provincie/Wetterskip op te roepen: om in de voortzetting van het Veenweideproces, in te zetten op de hoogst haalbare uitkomst van de uitgevoerde MKBA. de wijze en argumenten waarmee hiertoe ingezet wordt, met onze raad te delen, de argumenten .gehanteerd bij het afwijken ervan, met onze raad te delen en gaat over tot de orde van de dag.
Naam en datum:
Rene Koopmans (D66) Elske Beintema (GroenLinks-OpsterLanders) Klaas de Boer (BAS)
Deze motie is
in de vergadering van r
g
PjcAA ;-R/VP l-ejew;
COA,Vi/0 oa,\j\JC) (fSL)
O