Bijlage 4 Reactienota Regionale visie wonen, welzijn en zorg Zuidoost Fryslân
Tekst van het document
Concept reactienota Bij het opstellen van de regionale visie wonen, welzijn en zorg Zuidoost Friesland zijn op diverse momenten stakeholders betrokken. Eind 2023 is het traject gestart met een bestuurlijke 24-uurssessie. Daarna is er een webinar voor raadsleden georganiseerd, zijn er diverse themabijeenkomsten met stakeholders geweest en op 24 oktober 2024 was er opnieuw een bestuurlijke sessie waarin de laatste inhoudelijke dilemma’s zijn besproken. De input die tijdens deze sessies is opgehaald is verwerkt in een conceptversie van de regionale visie. Van 20 december 2024 tot en met 30 januari 2025 zijn de stakeholders in gelegenheid geweest een laatste reflectie te geven op de concept visie. Deze reactienota beschrijft de ontvangen reflecties en in hoeverre deze zijn verwerkt in de definitieve visie. Een aantal terugkerende thema’s en suggesties voor aanpassingen komen duidelijk naar voren. Een veelvoorkomend thema in de reacties was de terminologie en nuancering van bepaalde begrippen. Zo is ‘zorgbehoefte’ op verschillende plekken vervangen door ‘zorg- en ondersteuningsbehoefte’ en is er meer aandacht gekomen voor ‘intergenerationeel wonen’ en ‘dementievriendelijke infrastructuur’. De term geclusterd wonen en de genoemde aantallen riepen bij veel stakeholders vragen op en leidde tot verschillende suggesties voor aanpassing.
In de reactienota zijn een aantal onduidelijkheden toegelicht en verschillende suggesties zijn verwerkt in de visie. Onder andere het belang van een goede mix van bewoners bij geclusterd wonen wordt benadrukt door stakeholders. Ook de verhouding van de regionale visie ten opzichte van lokaal beleid en lokale uitvoeringsprogramma’s werd veelvuldig genoemd. De gemeentelijke kaders blijven na vaststelling van de regionale visie bestaan. Hierin hebben gemeenten de ruimte om lokaal kleuring te geven aan hun beleid op wonen, welzijn en zorg. Tot slot zijn er verschillende suggesties gedaan die meer gericht zijn op de uitvoering waarbij is aangeven dat hieraan aandacht wordt besteed in het regionale uitvoeringsprogramma of in de lokale uitvoeringsprogramma’s.
Reflectie 1 - Leppehiem Leppehiem geeft aan dat zij zich in de visie kunnen vinden, maar dat er nog een aantal dingen niet kloppen of ontbreken. • In 4.1 wordt gesuggereerd dat het aandeel mensen werkend in de zorg (nu 1 op 5 in Friesland) zal toenemen bij ongewijzigde inrichting van zorg. Denk dat hier bedoeld wordt dat er een groter aandeel nodig is i.p.v. groeit. We hebben deze suggestie verwerkt in de visie. • Op pagina 19 wordt onder de quote gesproken over de zorgvraag. Zou het niet mooi zijn als we dit leefvraag noemen i.p.v. zorgvraag? Als regio willen we toe naar een situatie waarbij zorg en ondersteuning niet los van elkaar worden gezien. De term leefvraag zou daar inderdaad goed bij passen. Omdat dit stukje tekst over de ‘zorgreflex’ gaat lijkt de term zorgvraag hier toch goed te passen. Wel is in de schematische weergave op pagina 7 ‘zorgbehoefte’ aangepast naar ‘zorg- en ondersteuningsbehoefte’. • We vertellen het eerlijke verhaal op pagina 20. Daar worden de huidige situatie (1) en de toekomstvisie (3) toegelicht, maar ik mis een uitleg over het middelste plaatje (2)? Althans, het wordt in de tekst niet expliciet aangegeven. We hebben deze suggestie verwerkt in de visie.
Reflectie 2 – Elkien Elkien geeft aan dat het een mooi stuk is geworden en dat eerdere opmerkingen met betrekking tot begeleiding van aandachtsgroepen zijn verwerkt. • Op pagina 23 staat onder de groene quote dat sommige ouderen de voorkeur hebben om oud te worden op de plek waar ze wonen. Dat klopt volgens mij niet. Hier zou moeten staan dat de meeste ouderen in hun woning willen blijven. Uit onderzoek van de FSP blijkt namelijk dat de meeste ouderen zo lang mogelijk in hun woning willen blijven wonen en dat de verhuisbereidheid heel gering is. Diezelfde ervaring heeft onze collega die met ouderen spreekt voor doorstroming ook. We hebben deze suggestie verwerkt in de visie.
Reflectie 3 – De Friesland De Friesland geeft ten eerste complimenten voor het realiseren van deze visie wonen, welzijn en zorg voor Zuidoost Friesland. Ze vinden het mooi om te zien dat er een sterke overlap is tussen de visies van het Zorgkantoor, het WOZO-programma en de Visie Wonen Welzijn en Zorg Zuidoost-Friesland. Er is gedeelde aandacht voor nultredenwoningen, preventieve zorg en integrale samenwerking. Ook zien ze nog wat mogelijkheden om de visie op een aantal punten te verrijken. • Meer aandacht voor sociale eenzaamheid. Er is wel aandacht voor gemeenschappelijke ruimtes maar eenzaamheid wordt niet expliciet benoemd als aandachtspunt. In deze visie zien we het tegengaan van eenzaamheid niet als losstaand speerpunt. Dit hoort meer thuis in de visie sociaal domein. Wel is een het tegengaan van eenzaamheid een nevendoel van geclusterd wonen en ontmoeten. Op een aantal plekken in de concept visie kwam dit al terug. Op paragraaf 5.1 en 5.3 zijn in de definitieve versie nog enkele zinnen toegevoegd hierover. • Kennis, bewustwording en ondersteuning voor ouderen in hun keuzes over toekomstige woonvormen en de impact van verhuizen. Dit is ook een aanbeveling vanuit het programma Wonen en Zorg. De woorden kennis, bewustwording en ondersteuning zijn toegevoegd onder het kopje ‘Doorstroming’ in paragraaf 5.3. • Kansen voor digitale en flexibele oplossingen benoemen.
Deze vinden we niet terug. Dit zijn concrete maatregelen om toe te passen. Deze nemen we niet op in de visie, maar kunnen wel onderdeel van het uitvoeringsprogramma zijn onder de pijler ‘toekomstbestendig woonzorglandschap’. • Aandacht voor een dementievriendelijke infrastructuur. Dit is een expliciete pijler in het nationale programma. We hebben de term ‘dementievriendelijk infrastructuur’ is opgenomen in paragraaf 5.3. Verdere uitwerking van dit onderwerp doen we op gemeenteniveau. • De wens vanuit het Zorgkantoor voor flexibiliteit van woonoplossingen (bijv. modulair), wat minder terugkomt in de regionale visie. We hebben dit toegevoegd onder het kopje ‘Voldoende passende woningen’ en werken dit op gemeenteniveau verder uit.
Reflectie 4 – HuurdersBelangenVereniging Heerenveen HuurdersBelangenVereniging Heerenveen geeft aan dat het een goede uitgangsnotitie is voor verdere uitwerking in de gemeente Heerenveen. Wat zij nog meegeven: • Op bladzijde 21 wordt in de laatste alinea gesproken over clustering van enkel zware zorg. Op bladzijde 22 wordt aangegeven dat het concept clustering het beste werkt bij een gezonde mix van dragende en vragende ouderen. Dat klinkt ons inziens tegenstrijdig. Het gaat hier om twee verschillende vormen van clustering. In pagina 21 gaat het over clustering van zware zorgvragers, intramuraal of met een Volledig Pakket Thuis (VPT). Doel van het clusteren van deze doelgroep gaat met name om efficiënte zorglevering. Op pagina 22 gaat het om geclusterd wonen. Dit is een meer preventieve aanpak: verondersteld wordt dat mensen in een geclusterde woonvorm elkaar beter kennen, daardoor meer naar elkaar omzien en bereid zijn elkaar meer te ondersteunen. Met als doel om formele zorg en ondersteuning uit te stellen. Het gaat dus om twee verschillende doelgroepen. Bovenaan pagina 22 hebben we ‘geclusterde woonvormen’ vervangen door ‘woonvormen’. Dit was inderdaad verwarrend.
Reflectie 5 – Van Wijnen Volgens Van Wijnen zijn de meeste punten wel geraakt. Het landschap is landelijk natuurlijk ook niet overal helemaal afwijkend t.o.v. Opsterland. Ze kunnen niet achterhalen of het volgende in Opsterland speelt, maar het is wel iets wat we in diverse plaatsen voorbij zien komen: de herontwikkeling van bestaande complexen. Die liggen meestal centraal, maar zijn soms sterk verouderd en daarmee niet meer van deze tijd. Niet alleen qua duurzaamheid maar ook qua indeling. Een update is budgettair een flinke uitdaging. Vraag is natuurlijk of dat handig en wenselijk is in verband met het willen huisvesten van deze doelgroep(en) op een goede centrale locatie. Mogelijk kan er bij een herontwikkeling van een dergelijke locatie een combinatie gezocht worden met het uitbreiden van een dergelijk complex of het toevoegen van andere functies. Het klinkt mooi en makkelijk hoor, want zoals tijdens jullie bijeenkomst besproken kent een inbreidingslocatie een ontzettend lastige businesscase. Dat zal voor zorgpartijen ook gelden. Herontwikkeling van inbreidingslocaties kan met name voor woonvormen voor ouderen interessant zijn door de nabijheid van voorzieningen. Wij erkennen dat dit kan leiden tot een lastige business case. Dit behoefte aandacht in de gemeentelijke uitvoering.
Reflectie 6 – Bruning De Goede Vastgoedregisseurs BV Als er sprake is van een overschot in de markt voor woonzorgwoningen, wat is dan anno nu het probleem? Waarom worden die woningen en complexen dan niet ingevuld en die ruimte aangeboden aan jongeren, jong werkenden en mensen die in scheiding liggen en het huis uit moeten? Die staan te springen om een eigen woonruimte en zolang er nog niet volop gebouwd wordt en betaalbaarheid een ding is, zou dat heel veel mensen kunnen helpen en een goede aanpak zijn. Een mix van oudere en jongere mensen in een woonzorgcomplex onderbrengen is toch ook veel leuker. Ja, volgens de gemeente en overheid moet het allemaal volgens de systematiek van hen “passen”, maar daar ligt niet de kern van het probleem. Misschien zijn we te verwend want hoe het het beste paste ligt vast in regels en beleid en daar los van komen, dat kunnen we niet meer. Als een zieke ouderen die (tijdelijk) extra zorg nodig heeft bereid zou zijn om met een jongere die (tijdelijk) in een woonzorgcomplex woont de eigen woning (tijdelijk) beschikbaar te stellen, dan zou er al een hele andere dynamiek in de woningmarkt in gang worden gezet. In het kader van welzijn, zou dat m.i. ook positief uitpakken voor beide groepen (ouderen en jongeren). En kunnen leiden tot meer gezelligheid, een minder teruggetrokken bestaan leiden en je minder eenzaam voelen.
Men kan als men samenleeft in een
woonzorgomgeving (gevraagd en ongevraagd) elkaar hulp bieden over en weer op verschillende vlakken (huiswerkhulp, pakketjes in ontvangst nemen van de jeugd, klusjes voor elkaar doen, gesprekjes voeren of spelletjes doen) of gewoon mensen het gevoel geven dat ze er toe doen omdat ze gezien en gehoord worden en een eigen woonplekje hebben. Ook al is het tijdelijk voor bijvoorbeeld enkele maanden. Het leidt tot betere in- en uitstroommogelijkheden, een beter passende woningvoorraad, informele zorg en ondersteuning door derden, meer tijd en aandacht voor professionele zorg en ondersteuning van specialisten. Ondertussen wordt er ook volop verbouwd en gebouwd, voor de toekomst. De bestaande voorraad moet worden verduurzaamd, deels ook worden vervangen en meer flexibel gemaakt. Grotere woningen en boerderijen voor meerdere gezinnen toegankelijk en bereikbaar maken, daarin meerdere adressen toe te staan en woningen gemakkelijker te kunnen splitsen. Er is ruimte genoeg voor iedereen, maar geeft de overheid wel voldoende ruimte voor andere ideeën en nieuwe initiatieven. Wij moeten naar een tijd van minder lullen, meer poetsen en gewoon proberen.
En de rol van de gemeenten is veel simpeler dan ze vaak zelf denken: inwoners faciliteren met goede infra, woningen en andere voorzieningen en samen met verantwoordelijke zorgorganisaties, woningcorporaties en investeerders zorgen dat ondernemers hun plannen voor de inwoners kunnen realiseren. Laat de “regionale visie op wonen, zorg en welzijn” met inachtname van bovenstaande daar een vertrekpunt voor zijn. Veel van de hierboven aangedragen punten zijn herkenbaar en ook opgenomen in de visie. Het mengen van doelgroepen kan inderdaad positieve effecten hebben op welzijn en ondersteuning, het tegengaan van eenzaamheid en meer aandacht voor professionele zorg van specialisten. Dat er sprake is van een overschot aan woonzorgwoningen ligt genuanceerder. Een nadere uitleg daarvan staat in bijlage 1, pagina 13. Reflectie 7 – Accolade Accolade geeft aan naar de visie nog in dezelfde lijn is als het vorige concept. Daarvan lieten zij al weten zich te kunnen vinden in die lijn, dus dat is onveranderd. Een aantal opmerkingen: • De woonzorganalyse gaat tot 2040, terwijl juist daarna het beeld (naoorlogse generatie is er niet meer) veranderd. Dat is wat betreft de vastgoedopgave wel heel belangrijk om mee te wegen.
In de visie is toegevoegd dat we waarde hechten aan het toevoegen van flexibele woonvormen, zodat de woningvoorraad ook na 2040 bruikbaar is, ondanks een veranderende demografische samenstelling van de bevolking. • Pagina 5: Klopt het dat opvang van dreigend dak- en thuislozen primair belegd is bij centrumgemeente Leeuwarden? De meeste opvanglocaties zitten in Leeuwarden, maar ook daarbuiten zijn enkele locaties. Dit is genuanceerd in de definitieve visie. • Pagina 7: Term ‘zorgbehoefte’ is misschien wat te smal? Ondersteuningsbehoefte is misschien beter passend. Ondersteuning kan ook gaan om financiën en andere zaken, is niet perse ‘zorg’. We hebben deze suggestie verwerkt in de visie. • Pagina 9: Waarom wordt bij de Nationale Prestatieafspraken de opgave voor nultreden niet genoemd? In het programma ‘Wonen en zorg voor ouderen’ is vastgesteld hoeveel geclusterde woonvormen en zorggeschikte sociale woningen moeten worden gerealiseerd via nieuwbouw, transformatie en woningaanpassingen in het sociale segment tot 2030. Nultredenwoningen zijn hierin niet meegenomen en daarom ook niet als zodanig benoemd in de Nationale Prestatieafspraken en in de tekst van de visie.
• Pagina 9: “In de regio beschouwen we de nieuwbouwaantallen van het Rijk als indicatief”. Dit mag ook in bestaande bouw. We hebben deze suggestie tekstueel verwerkt in de definitieve visie. • Pagina 10: “Uitstroomconvenant Fyrslân”. Opmerking: Convenant Weer Thuis Het uitstroomconvenant Fryslân sluit aan bij het actieprogramma Weer Thuis. Suggestie tekstueel verwerkt in definitieve visie. • Pagina 12 groene quote: Zie eerdere opmerking over term ‘zorgbehoefte’ We hebben de suggestie overgenomen in de definitieve visie. • Pagina 12: Er wordt gesproken over een eigen woning. Dit betekent altijd een zelfstandig wonen, terwijl we juist ook aan het kijken zijn naar concepten rondom woningdelen. Het gaat dus om passende woonruimte. Dat is wat anders dan een eigen woning. We hebben deze suggestie overgenomen in de definitieve visie. • Pagina 14 eerste zin: De vraag is inderdaad of clustering niet goedkoper is gezien reistijd etc. Wij denken van wel. Dat dit geen absolute waarheid is, is meegenomen door het woord ‘kan’ in de zin te laten staan. Dit blijft zo staan, aansluitend bij de landelijke lijn die hiervoor gevolgd wordt met de stop op intramurale woonzorgplekken.
• Pagina 14, onder 4.2: Helaas zien we zelfredzaamheid juist afnemen onder onze huurders (meer lagere inkomens, meer aandachtsgroepen met ondersteuningsvraag bij zelfstandig wonen, minder mobiele en mentaal fitte ouderen en meer nieuwkomers). Een samenredzame gemeenschap ontstaat niet vanzelf en veel zullen dit niet kunnen, hebben al ‘genoeg’ aan zichzelf. Dus echt in investeren vanuit professionals om dit in gang te zetten onder de ‘dragende’ mensen. Dit is een herkenbare trend. Paragraaf 5.1 gaat daarom in op hoe dit versterkt kan worden. • Pagina 14, onder 4.3: wat voor eisen worden er gesteld aan woningen waar zware zorg geleverd kan worden? Eerder in de visie, op pagina 9, wordt het begrip zorggeschikte woning en kernmerken hiervan al toegelicht. • Pagina 15, paragraaf 4.4: te weinig aandacht voor het deel begeleiding in dit hoofdstuk. Wij ervaren dat dit erg onder druk staat, juist in de overgang van intramurale zorg (beschermd wonen bijv.) naar ambulante zorg. En ook de vrijwilligheid daarvan is precair. In de definitieve visie zijn in paragraaf 4.4 een paar zinnen toegevoegd om dit probleem helder te beschrijven. • Pagina 17, 5.1: dit deel gaat veel over ouderen en deze groep wordt ook steeds benoemd. Belangrijk juist ook om de andere doelgroepen hierin ook te benoemen en plek in te geven. In deze paragraaf hebben we het over inwoners met een zorgvraag.
Onzes inziens dekt dit ook de aandachtsgroepen die in dit visiedocument worden meegenomen. • Pagina 20, onder 5.2: eens met wat er staat over domeinoverstijgende samenwerking, maar hoe ga je dit optuigen? Wie neemt hierin de regie? Afspraken hierover worden gemaakt in de regionale en lokale uitvoeringsprogramma’s. Dit is te gedetailleerd om in een visie uit te werken en nemen we later mee.
• Pagina 21: het zorgkantoor stimuleert het concept van ruilverkaveling ook heel erg en kan hierin ook wel iets betekenen. Dit nemen we mee voor de uitwerking van de uitvoeringsprogramma’s. • Pagina 22: in de eerste zin mist geclusterd wonen. Dit komt omdat er in het basisscenario geen tekort aan geclusterde woningen ontstaat. Wanneer dit aantal wordt uitgesplitst naar segment is wel een tekort zichtbaar voor het koopsegment. Dit wordt benoemd in de tweede zin. • Pagina 22: in de bestaande voorraad willen wij zorggeschikte woningen gaan organiseren waar nodig. Samenwerking met zorg en welzijn voor nodig. We hebben toegevoegd dat samenwerking met zorg en welzijn nodig is voor het toevoegen van zorggeschikte woningen. • Pagina 22: mixen van dragende en vragende ouderen: de vragende ouderen moeten niet een te zware zorgbehoefte hebben, anders zullen fitte (dragende) mensen hier niet willen wonen. Hebben wij ervaring mee, verhuurbaarheid komt op het spel te staan. Er zit inderdaad een grens aan wat mensen voor buren kunnen en willen betekenen. De samenstelling van een huishoudens in een geclusterde woonvorm is daarbij erg belangrijk. Dit vraagt aandacht in de uitvoering. • Pagina 23: “Omdat dit aanbod niet altijd aansluit bij de wensen van huurders…”: is een aanname dat dit soort aanbod niet aansluit bij de wensen.
Kunnen ook hele andere redenen achter zitten dat ouderen hier niet naartoe verhuizen. Dit is inderdaad een van de redenen voor een oudere om niet te willen verhuizen. De formulering is aangepast in de definitieve visie. • Pagina 23, tussenvorm/zorghotel: dit geldt niet alleen voor ouderen. We hebben deze suggestie verwerkt in de definitieve visie door ook andere zorgvragers te benoemen.
Reflectie 8 – Actium bestuurlijk In december ontving ik het definitieve concept van de Regionale visie op wonen, zorg en welzijn in de regio Zuidoost Fryslân. Ik maak graag gebruik van de gelegenheid om hierop te reageren. Omdat Actium binnen deze regio alleen woningen verhuurt in de gemeente Ooststellingwerf, leg ik in onze reactie de relatie met deze gemeente. In de basis kan ik de visie onderstrepen. De opgaven, belemmeringen en kansen zijn herkenbaar en ik lees vernieuwende en inspirerende oplossingsrichtingen. Bijvoorbeeld de manier waarop nieuwkomers ingezet kunnen worden. Ook de ruilverkaveling tussen zorgaanbieders is een voorbeeld van een innovatieve oplossing om met schaarse middelen om te gaan en het zorgaanbod op peil te houden. Vernieuwende tussenvormen zoals een zorghotel inspireren ons als voorbeeld naar andere regio’s. Echter, wij kunnen ons niet committeren aan de cijfermatige onderbouwing. Met name ten aanzien van de definitie van geclusterd wonen zijn aannames gedaan die een vertekend beeld opleveren. De beperkingen van deze aannames zijn weliswaar goed omschreven, maar doordat er wel conclusies aan de hand van deze cijfers getrokken worden, ontstaat het risico dat de data een eigen leven gaan leiden. Op basis van de gehanteerde definitie valt bijvoorbeeld een groot deel van de sociale voorraad onder
geclusterd wonen (in Ooststellingwerf 1/3 van de sociale huurwoningen!), waardoor de aanvullende opgave beperkt/negatief is. Onze verwachting is dat er voor het toenemend aantal ouderen met afnemende mobiliteit en de toenemende behoefte aan ondersteuning in de wijk, meer nodig is dan wat in deze visie als geclusterde woningen is gedefinieerd. Ten aanzien van nultredenwoningen lijkt het me van toegevoegde waarde om te komen tot een nadere specificatie, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen rollatorgeschikt, rolstoelgeschikt en zorggeschikt. Voor ons vormt de dataanalyse in de bijlage onvoldoende basis voor verdere uitwerking en we stellen voor tot een nadere analyse te komen op gemeentelijk niveau voordat hierop bijvoorbeeld bouwprogramma’s of (prestatie)afspraken gebaseerd worden. In de inleiding is aangegeven dat zal worden uiteengezet waarom deze visie regionaal opgesteld is. Uit de tekst die daarop volgt, komt dit onvoldoende naar voren. Zo heeft de gemeente Ooststellingwerf een actuele woon(zorg)visie. Voor een sluitende woonzorgketen per dorps(cluster) is het vooral van belang de puzzel met verschillende partijen op lokaal niveau te leggen. Ook is onduidelijk hoe deze visie zich verhoudt tot lopende gemeentelijke woon(zorg)visies.
Is hier over nagedacht? Het staat natuurlijk buiten kijf dat bepaalde onderwerpen, zoals ruilverkaveling tussen zorgaanbieders, het beste regionaal opgepakt kunnen worden. Maar blijven bijvoorbeeld de gemeentelijke kaders overeind of vervangt dit stuk de woonzorgvisie? Hoe verhoudt het gemeentelijk op te stellen uitvoeringsprogramma zich tot het volkshuisvestingsprogramma dat op basis van de Wet versterking regie volkshuisvesting verplicht wordt? En wat als verschillende stukken elkaar tegenspreken, welke visie is dan leidend? Ik adviseer hierover tijdig een besluit te nemen, zodat discussie op een later moment voorkomen wordt. Meer specifiek: in hoofdstuk 5.5 wordt toegelicht hoe gekomen wordt van visie naar uitvoeringsprogramma. Het gezamenlijk komen tot zo’n uitvoeringsprogramma is cruciaal voor Actium, want hierin wordt concreet gemaakt hoe de beleidsuitgangspunten tot realisatie worden gebracht en wat ieders aandeel daarin is. Echter mis ik een stap, namelijk de impact/uitwerking van de regionale visie op de gemeentelijke context, ofwel de totstandkoming/actualisatie van de lokale woon(zorg)visie. Elke gemeente heeft specifieke kenmerken die van invloed zijn op het beleid en iedere gemeenteraad bepaalt zelf nuances. Zo ervaren wij bijvoorbeeld dat in Ooststellingwerf sterk wordt ingezet op het stimuleren van gezondheid en mobiliteit, en terecht.
Dit blijkt bijvoorbeeld als een bewoner bij de gemeente een scootmobiel aanvraagt. De gemeente kijkt hierbij eerst of met andere hulpmiddelen de mobiliteit en gezondheid kan worden vergroot, bijv. door het verstrekken van een driewielfiets in plaats van een scootmobiel. Bij de totstandkoming van de regionale visie zijn wij als woningcorporatie beperkt betrokken geweest. Ik ga ervan uit dat we bij de gemeentelijke vertaling en het gemeentelijke uitvoeringsprogramma nauwer betrokken worden. Woningcorporatie Actium is binnen de regio Zuidoost Friesland alleen actief binnen de gemeente Ooststellingwerf. Deze reactie is daarom toegespitst op gemeente Ooststellingwerf. De gemeente Ooststellingwerf heeft een lokale woonzorgvisie. Deze zal ook na vaststelling van de regionale visie wonen, welzijn en zorg van kracht blijven. De gemeente Ooststellingwerf heeft dan zowel een lokale als een regionale visie. Tussen de visies zitten verschillen. De regionale visie werkt bepaalde onderwerpen verder uit, bijvoorbeeld wanneer regionale afstemming nodig is. De lokale visie werkt andere onderwerpen verder uit, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit. Hiermee geeft de gemeente Ooststellingwerf lokale kleur aan hun visie op wonen, zorg en welzijn. Bij de totstandkoming van de regionale visie is hier zorgvuldig mee omgegaan waardoor er geen tegenstrijdigheden tussen de visies zijn.
Daarnaast geven de lokale uitvoeringsagenda’s ruimte om per gemeente een eigen aanpak te formuleren, passend bij de lokale uitgangssituatie. Dit geldt ook voor de woningbouwaantallen. Zo wordt een nadere analyse gedaan van de bestaande woningvoorraad. De uiteindelijke
woningbouwaantallen worden in samenspraak opgesteld en niet opgelegd door de gemeente. Wel houden we hierbij vast aan de indeling van nultreden, geclusterd en zorggeschikt, omdat dit aansluit bij de driedeling die landelijk gebruikt wordt. Uiteindelijk zal dit doorwerken in de prestatieafspraken. Het uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg zal later onderdeel worden van het volkshuisvestingsprogramma uit de ‘Wet versterking regie op de volkshuisvesting’. Bij de totstandkoming van de visie zijn op meerdere momenten stakeholders, waaronder Actium, betrokken. Naar ons idee is hiermee een zorgvuldig proces doorlopen. Bij de verdere uitwerking in uitvoeringsprogramma’s en de daadwerkelijke uitvoering daarvan is voor de gemeente Ooststellingwerf betrokkenheid van Actium van belang.
Reflectie 9 – Actium ambtelijk • We missen nog het stimuleren van actief blijven zoals dat in Ooststellingwerf wel een punt is. Als iemand moeite heeft met lopen dan een driewieler i.p.v. scootmobiel aanbieden, zodat iemand wel actief blijft bijvoorbeeld. Het stimuleren van beweging is inderdaad een belangrijk speerpunt op het gebied van gezondheid. Echter heeft dit niet een directe connectie met wonen en is er daarom voor gekozen om dit niet als een los speerpunt op te nemen. De visies sociaal domein bieden gemeenten de mogelijkheid om dit onderwerp verder uit te werken. • Hoe vergroten we de veerkracht van mensen in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven? Wat kunnen wij als organisaties hierin betekenen? Bijvoorbeeld door middel van ontmoeting of andere sociale interventies als middel om het doel te bereiken: meer zelfredzaamheid en samenredzaamheid. Uit praktijkgericht onderzoek blijkt dat dit leidt tot minder beroep op professionele zorg (het effect). Dit is een van de kernboodschappen van de regionale visie. Onder paragraaf 5.1 gaat de kop ‘Versterken van de sociale basis’ hierop in. • Pagina 4: Het wordt niet heel duidelijk beschreven hoe de regionale woonzorgvisie zich verhoudt tot gemeentelijk beleid en wat te doen als het elkaar tegenspreekt. Zie onze reactie onder feedback 8.
• Pagina 6: Voor iemand die niet bekend is binnen dit traject blijft het gedurende het stuk de vraag over welke regio dit precies gaat. De gemeenten die hieronder hangen worden eigenlijk nergens bij naam genoemd. Is dat een bewuste keuze? Ter verduidelijking hebben we in de inleiding toegevoegd dat dit om de gemeenten Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf gaat. • Pagina 8: Denk ook aan de bestaande gemeentelijke kaders. De gemeentelijke kaders blijven na vaststelling van de regionale visie bestaan. Hierin hebben gemeenten de ruimte om lokaal kleuring te geven aan hun beleid op wonen, welzijn en zorg. Om gemeenten de ruimte te geven hier aanpassingen in te doen is ervoor gekozen om de gemeentelijke kaders niet over te nemen in deze visie. Dat zou betekenen dat bij een aanpassing van het lokaal beleid ook het regionaal beleid aangepast moet worden. • Pagina 8: de hier genoemde kaders komen vooral vanuit de zorg en welzijn. Ik mis de wonen-kaders, zoals het programma ouderenhuisvesting van Hugo en de Nationale Prestatieafspraken. Met name die laatste geven concrete kaders, ook op dit thema, en zijn net herijkt.
In de nationale prestatieafspraken staan een aantal waardevolle zaken betreffende wonen en zorg en de huisvesting van aandachtsgroepen. Veelal wordt hierbij verwezen naar het programma Wonen en zorg voor ouderen en het programma Een thuis voor iedereen. Deze beide programma’s zijn al beschreven in het document, waarbij een verwijzing is gemaakt naar de nationale prestatieafspraken. Onzes inziens levert het inhoudelijk geen bijdragen door de prestatieafspraken afzonderlijk te beschrijven. • Pagina 9, groene kader bij zorggeschikte woningen: Elders wordt het aantal van 500 genoemd. Kloppen de aantallen geclusterde woningen uit de analyse dan wel? Vanuit ABF is er landelijk een indicatie gegeven van het aantal toe te voegen nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen. Deze wijken af van de analyse die voor de regio is gemaakt. Hiervoor zijn verschillende redenen, bijv. een andere prognose die hieraan ten grondslag ligt. Op lokaal niveau is de analyse verder uitgewerkt. Hierin wordt ook het verschil tussen de methode van ABF en Companen verklaard. • Pagina 12: Waarom hier spreken van goedkope en niet betaalbare woningen? Deze suggestie hebben we overgenomen. • Pagina 13: het zien van nieuwkomers als arbeidspotentieel is interessant, niet vaak gehoorde oplossingsrichting. Deze opmerking nemen we ter kennisname aan.
• Hoofdstuk 4: dit hoofdstuk zou de focus hebben op de knelpunten, maar er worden toch ook al direct veel oplossingsrichtingen aangedragen. Ik zou het verder afpellen van de knelpunten hier logischer vinden. In hoofdstuk 4 is er bewust voor gekozen om zowel belemmeringen als kansen te benoemen. We zien als regio grote opgaven op ons afkomen, maar zijn ook positief over de kracht van de regio. We vinden het daarom belangrijk om niet alleen belemmeringen te schetsen, maar ook de kansen te benoemen. • Pagina 14, onder 4.3: We houden toch niet alleen rekening met meer alleenstaanden inwoners met een hoge zorgvraag die niet in een instelling terecht kunnen. We zien een trend van huishoudensverdunning en daardoor steeds meer alleenstaande ouderen. Maar er zijn zeker ook nog steeds meerpersoons oudere huishoudens. Het woordje ‘alleenstaanden’ hebben we daarom weggehaald. • Pagina 15, eerste alinea: Zit de onaantrekkelijkheid in het verouderde? Als ze geschikt zijn dan zou de leeftijd toch niet zoveel uitmaken? In de cijfermatige onderbouwing wordt geen onderscheid gemaakt tussen nieuwe en verouderde woningen, alleen aangegeven hoeveel geclusterde woningen er zijn. In de analyse is geen onderscheid gemaakt naar bijvoorbeeld het bouwjaar van de woning. Dit vraagt bij de uitwerking in uitvoeringsprogramma’s op gemeenteniveau een verdere analyse van het bestaand vastgoed.
• Pagina 15: zijn de woningen die niet nabij ontmoetingsplekken liggen wel aangemerkt als geclusterde woning? Ja, in de analyse zijn corporatiewoningen ook als geclusterd aangemerkt wanneer er nu nog geen ontmoetingsruimte aanwezig is. We benoemen daarom in de tekst dat er vaak wél een kwalitatieve opgave is.
• Pagina 15: naast het toevoegen van geclusterde woningen is het ook een optie om in te zetten op doorstroming en zorgen dat wel de juiste doelgroep in de woningen komt te wonen. Dit punt komt uitgebreid terug in paragraaf 5.3 onder het kopje ‘doorstroming’. • Pagina 15: “Een kans in Zuidoost Friesland is dat er voldoende ruimte is voor uitbreiding”: denkt de provincie er ook zo over? In de visie benoemen we dit als kans, maar de haalbaarheid hiervan zal ik een later stadium onderzocht moeten worden, in samenspraak met onder andere provincie. • Pagina 15: “Daarnaast zijn er veel kansen voor vastgoedtransformatie doordat er veel grote oude boerderijen beschikbaar komen”. Dat laatste dan wel alleen voor vitalere, geclusterde woonvoorzieningen, wat ver weg van voorzieningen. Deze suggestie hebben we overgenomen. • Pagina 15, onder 4.4: Wordt hier wel heel erg uit elkaar getrokken. Aandachtsgroepen worden toch ook oud? Daar zit dan overlap in. Omwonenden zijn vaak terughoudend bij de huisvesting en begeleiding van aandachtsgroepen. Wij denken daarom dat dit nadrukkelijk aandacht vraagt. De andere speerpunten gelden niet alleen voor ouderen, maar ook voor de aandachtsgroepen. • Pagina 17: “Het is dus tijd dat inwoners zelf medeverantwoordelijkheid nemen en dat we als organisaties in welzijn, zorg en wonen kijken hoe we dat kunnen faciliteren”.
Beetje paternalistisch? Het is dus tijd dat ze dat doen. Maar het gebeurt ook al heel veel in Fryslân. We hebben de zin aangepast op deze feedback. • Pagina 19: “In plaats van het overnemen van de zorgvraag (‘zorgreflex’) moeten we toe naar een situatie waarbij professionals de zorgvraag faciliteren en ondersteunen.” Concreet vraagt dit bijvoorbeeld toch ook dat gemeenten dit opnemen in de opdracht aan welzijnsorganisaties? Dat klopt. Goede afstemming tussen zorg en welzijn is hiervoor belangrijk. • Pagina 19, onderaan: vergeet de buurtteams niet. We hebben deze suggestie overgenomen in de tekst. • Pagina 20, plaatje: naar 2 wordt niet verwezen in de tekst. We hebben deze suggestie overgenomen in de tekst. • Pagina 20: dementie, relatief weinig aandacht voor in deze visie. De term ‘dementievriendelijk infrastructuur’ is opgenomen in paragraaf 5.3. Verdere uitwerking van dit onderwerp vindt plaats op gemeenteniveau. • Pagina 21: inzetten koppelbeding? Met de visie zetten we in op betere afstemming tussen betrokken partijen wonen, zorg en welzijn. Hoe hier precies invulling aan wordt gegeven werken we in de uitvoeringsprogramma’s uit. Een koppelbeding zou een instrument kunnen zijn dat hierin terugkomt. • Pagina 22: uit de analyse komt naar voren dat de opgave niet in de sociale huur zit, dus waarover moeten dan met corporaties afspraken gemaakt worden?
Uit de analyse komt naar voren dat er in het sociale segment voldoende geclusterde woningen zijn, maar dat er vaak wel een kwalitatieve verbetering nodig is, omdat er bijvoorbeeld nog geen ontmoetingsruimte nabij is. Hierover kunnen afspraken gemaakt worden. • Pagina 22, over geclusterd wonen: Denk ook aan het inzetten van een vorm van cummunity builder. Deze suggestie hebben we overgenomen in de visie. • Pagina 23: ik mis hier de potentie van doorstroming van ouderen: 5-7 woningen die vrijkomen als 1 oudere naar een passende woning verhuist. Doorstroming wordt als apart kopje behandelt in paragraaf 5.3. Hier hebben we toegevoegd dat doorstroming van ouderen niet alleen voor henzelf belangrijk is, maar dat dit effect kan hebben voor doorstroming op de totale woningmarkt. • Pagina 23, onder tussenvorm/zorghotel eerste zin: Gekke zin. Gezondheid is geen proces, maar een momentopname. We hebben de zin aangepast. • Pagina 24, onder 5.4, eerste zin: veel jargon: ouderen hebben helemaal geen woon- of zorgvraag. Voor hen is dat 1 integrale leefvraag. We hebben het taalgebruik in de zin aangepast. • Pagina 24, groene quote: door dit hier zo op te schrijven wek je eigenlijk alleen maar meer de indruk dat er iets is met die aandachtsgroepen. De intentie is wellicht goed, maar komt volgens ons niet zo over. Aandachtsgroepen zijn op de eerste plaats volwaardig inwoner van de gemeente.
Toch ontstaat er bij de omgeving vaak nog terughoudendheid bij de huisvesting van deze groepen. Wij denken daarom dat dit nadrukkelijk aandacht vraagt. • Pagina 25, onder 5.5: verhouding met volkshuisvestingsprogramma’s gemeenten? We hebben in paragraaf 5.5 toegevoegd dat het lokaal uitvoeringsprogramma onderdeel wordt van het volkshuisvestingsprogramma. • Pagina 25, onder 5.5: Misschien wel de belangrijkste: waar gaan we dat doen? ‘Waar gaan we dat doen’ is inderdaad een belangrijke beslissing om te maken. Dit wordt op lokaal niveau afgestemd met stakeholders. • Pagina 25, onder 5.5: Vastleggen in prestatieafspraken? Onderdeel van de acties in het uitvoeringsprogramma kan inderdaad zijn dat bepaalde zaken worden vastgelegd in prestatieafspraken tussen gemeente en woningcorporatie. • Pagina 26: Komen er dan geen lokale woonzorgvisies? Sommigen gemeenten hebben al een lokale woonzorgvisie. Deze blijven van kracht na vaststelling van de regionale visie. De gemeenten die nog geen lokale woonzorgvisie hebben en daar wel behoefte aan hebben, kunnen deze later opstellen. De lokale en regionale visie gelden dan naast elkaar.
Reflectie 10 – Ouderenorganisaties
• Uitgangspunt 1: in de regio wordt v.w.b. geclusterd wonen geen realisatie opgave gezien. Anders gezegd: er is dus genoeg voorraad. Dat zou betekenen dat de opgave m.n. ligt in anders toewijzen. Dit delen de zorgorganisaties. Aanvulling: als we slimmer omgaan met de huidige aanleunwoningen of andere woningen in de buurt van zorgcomplexen kunnen we hiervoor een heel eind komen. Deze opmerking sluit aan bij de visie. De opgave ouderenhuisvesting ligt niet alleen in de nieuwbouw, maar ook in het beter benutten van de bestaande voorraad door bijvoorbeeld het beter afstemmen van de doelgroep op de woning bij toewijzing. • Uitgangspunt 2: eerder is het uitgangspunt ook benoemd om in complexen geclusterd wonen altijd te streven naar een mix van vitaal en minder vitaal. Hoe kijken jullie hier naar richting de toekomst? Denk dat dat goed is, misschien eerder het intergenerationeel wonen benoemen. Dan houd je immers ook leefbaarheid voor de dorpen. De term ‘intergenerationeel’ is toegevoegd in de definitieve visie. Uitwerking hiervan zal op gemeenteniveau plaatsvinden. • Uitkomst 3: De regio heeft een duidelijk speerpunt om een zorghotel te realiseren (zie p. 23). Hoe kijken jullie naar dit speerpunt? Ik denk dat een groot gedeelte van onze intramurale woningen zal worden vervangen door tijdelijke opnames.
De ATOO is daar immers een voorbeeld van en begin 2025 openen we de wijkkliniek in Oosterwolde. Kunnen daar dan ervaring in opdoen. De wijkkliniek in Oosterwolde is een mooi voorbeeld dat is toegevoegd in de visie. Nadere uitwerking van dit punt zal in de uitvoeringsprogramma’s aandacht krijgen. • Andere inbreng: daarnaast denk ik ook dat je anders naar intramurale voorraad zou moeten kijken. We hebben hierbij de woningbouw heel hard nodig om de beweging te maken dan deze complexen ook flexibeler kunnen worden. Bij het toevoegen van zorggeschikte woningen is het van belang dat zorg en welzijn meedenken bij de ontwikkeling hiervan, omdat zij uiteindelijk degenen zijn die zorg en ondersteuning leveren in de woningen. Naar aanleiding van een andere opmerking hebben we dit zo toegevoegd onder het kopje ‘voldoende passende woningen’.
Reflectie 11 – Adviesraad Sociaal Domein Smallingerland Adviezen met betrekking tot huisvesting: Wij adviseren de gemeente om nu al de ruimte te reserveren in de bestaande bestemmingsplannen om de benoemde en gewenste woningen in onze gemeente te kunnen bouwen. Deze woningen betreffen nul-treden woningen, geclusterde woningen en zorg-geschikte woningen. De benodigde woningtypen (nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen) worden meegenomen in de woningbouwprogrammering. Ten eerste wordt in het uitvoeringsprogramma van de woonzorgvisie dit per gemeente verder uitgewerkt, zodat tijdig de juiste stappen kunnen worden genomen. Daarnaast worden de woonzorgvisie en het uitvoeringsprogramma integraal onderdeel van het Volkshuisvestingsprogrammma, waarin de gehele woningbouwprogrammering en beleidsregels zijn opgenomen en de benodigde woningtypen ook een plek krijgen. • Wij adviseren om te onderzoeken of ook de genoemde doelgroepen bij deze clustering betrokken kunnen worden, want daardoor zouden er grotere woonconcentraties kunnen ontstaan waarin bewoners elkaar kunnen ondersteunen en ontmoeten. In de visie wordt benadrukt dat geclusterd wonen het beste werkt met een mix van dragende en vragende bewoners. Wel is aandacht nodig voor het behouden van de leefbaarheid in deze clusters,
om te voorkomen dat eenzijdige samenstellingen leiden tot verminderde aantrekkelijkheid. Dit aspect zal in de uitvoering verder worden meegewogen. • Behalve het realiseren van nieuwbouw dient men ook te kijken of en hoe de huidige woningvoorraad kan worden aangepast. Men kan zelfs de gesprekken met bewoners hierover koppelen aan de energietransitie bij het levensloopbestendig maken van woningen en kijken of daar geschikte subsidieregelingen voor zijn. Wij adviseren de gemeente deze aanpak over te nemen en te faciliteren. Tevens adviseren wij om op de geschikte locaties ook te kijken naar de transformatiemogelijkheden van bestaande gebouwen, zoals kerken, scholen en kantoren. Vervolgens inventariseren wat voor ingrepen er zijn nodig zijn om deze locaties geschikt te maken voor de geclusterde woningbouw voor de doelgroep ouderen, waarbij natuurlijk de voor hen relevante voorzieningen bereikbaar moeten zijn. Het stuk lijkt geschreven met landelijke richtlijnen en voor ouderen. Wij adviseren om ook te kijken naar wat de generatie van 40-55 jaar op termijn nodig heeft. Het betreft immers lange termijnplannen. Tevens adviseren we om de doelgroepen er zelf bij te betrekken Dit is een belangrijk speerpunt binnen de visie. De transformatie van bestaande gebouwen (zoals kerken en scholen) heeft blijvend aandacht van de gemeente.
We zijn momenteel bijvoorbeeld verschillende schoollocaties en/of -gebouwen aan het transformeren naar woningbouw. Kansen bij nieuwe vrijkomende locaties zullen we zeker onderzoeken en waar mogelijk benutten. Daarbij kijken we of het geschikt is voor de doelgroepen uit de woonzorgvisie. Kanttekeningen bij huisvesting: • Balans in woningvoorraad en doorstroming: Het belang van doorstroming wordt in de visie onderstreept. We herkennen dat ouderen die naar een meer geschikte woning verhuizen, woonruimte vrijmaken voor starters en andere woningzoekenden. Dit wordt verder uitgewerkt in het gemeentelijke beleid en in afspraken met woningcorporaties. • Geclusterd wonen en diversiteit van bewoners: De constatering dat een mix van jongere en oudere bewoners niet altijd vanzelfsprekend leidt tot onderlinge ondersteuning, wordt onderschreven. In de visie wordt benoemd dat de juiste balans tussen dragende en vragende bewoners essentieel is voor het succes van geclusterd wonen. • Regierol van gemeenten: De opmerking dat gemeenten een actievere rol kunnen nemen bij het faciliteren van verhuizen en het benutten van de bestaande voorraad wordt herkend. In de visie wordt aangegeven dat gemeenten regie nemen in het volkshuisvestingsprogramma, inclusief de toewijzing van woningen aan de juiste doelgroepen.
Adviezen en knelpunten bij zorg: • Samenwerking tussen zorgorganisaties en ruilverkaveling: De voordelen van ruilverkaveling en een efficiëntere inzet van zorg worden onderkend en staan benoemd in de visie. Wel wordt rekening gehouden met juridische en organisatorische complexiteit, waardoor de uitvoering stapsgewijs zal plaatsvinden, in samenwerking met alle partijen die daar een rol in hebben. • Personeelstekorten zorg: de haalbaarheid van de geformuleerde ambitie wordt o.a. negatief beïnvloed door te weinig zorgpersoneel en onvoldoende ondersteuning. Wij adviseren het College om ook gericht met andere gemeenten te gaan kijken naar de inzet van mensen uit andere groepen
en sectoren, zoals buitenlandse werknemers in de zorg, zijinstromers en het (laten) stimuleren van mbo-opleidingen gerichte voorlichting betreffende werken in de zorg.: Dit is een urgent vraagstuk. In de visie wordt erkend dat het benutten van arbeidspotentieel, waaronder nieuwkomers en zijinstromers, nodig is om de zorgcapaciteit op peil te houden. De suggestie om hierover regionale samenwerking te versterken, wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de uitvoeringsprogramma’s. Adviezen en knelpunten bij zorg: • Zelf- en samenredzaamheid stimuleren: De visie sluit aan bij het idee dat informele zorg en gemeenschapsinitiatieven een cruciale rol spelen bij het verlichten van de zorgdruk. We onderkennen echter dat vrijwilligerswerk geen vanzelfsprekendheid is en dat ondersteuning vanuit professionals nodig blijft. Dit komt terug in de paragraaf over het versterken van de Mienskip. • Preventie en ontmoeting: In de visie wordt ontmoeting als speerpunt benoemd om eenzaamheid tegen te gaan. De opmerkingen over het behouden van voldoende professionele ondersteuning bij welzijnsactiviteiten zijn waardevol en worden meegenomen bij de uitwerking van de gemeentelijke beleidsplannen.
Aanvullende adviezen: • Concrete invulling van preventie, eenzaamheid en doorstroming: De visie biedt een richtinggevend kader, maar de verdere concretisering van deze vraagstukken zal plaatsvinden in de uitvoeringsprogramma’s. De vragen over hoe de gemeente mensen kan stimuleren tot verhuizing of hoe bureaucratische beperkingen kunnen worden opgelost, worden in dit kader verder uitgewerkt. • Gebruik maken van bestaande expertise: De suggestie om gebruik te maken van bewezen effectieve methoden en best practices wordt onderschreven. In de uitvoeringsfase zal gekeken worden naar bestaande initiatieven die als voorbeeld kunnen dienen voor de regio. Aanpassing van terminologie: • Gebruik van het begrip 'Mienskip': De term is in de visie breed gedefinieerd als het versterken van de sociale basis en gemeenschapszin. Het gebruik hiervan sluit aan bij de terminologie van het Fries Preventie Akkoord en de Friese Preventie Aanpak. We houden daarom vast aan deze term, omdat deze breed gedragen en herkenbaar is. Algemene conclusie: De adviezen van de Adviesraad Sociaal Domein zijn grotendeels in lijn met de Regionale Visie Wonen, Welzijn en Zorg Zuidoost Fryslân. Op diverse punten zijn nuances aangebracht en aanbevelingen meegenomen in de verdere uitwerking.
In de gemeentelijke uitvoeringsprogramma’s zal per gemeente specifiek worden gekeken naar de implementatie van de visie, waarbij de aangedragen aandachtspunten worden meegenomen.
Reflectie 12 – Adviesraad Sociaal Domein Opsterland
Regionale visie: “Wij kunnen ons vinden in de inhoud en de analyse die ten grondslag liggen aan de visie en onderschrijven het belang van een regionale aanpak”. Lokale uitvoeringsagenda: “Wij hebben enkele opmerkingen die wij in de vorm van een advies op de visie aanbieden met de bedoeling deze vooraf mee te laten nemen bij de nog op te stellen uitvoeringsplannen om tot een zo breed gedragen en haalbare uitvoering te komen”. • Wij stellen vast dat de componenten zorg en welzijn in de visie sterk leunen op het oplossend vermogen van de mienskip in het algemeen en van mantelzorg en vrijwilligerswerk in het bijzonder. Het betekent dat uit wordt gegaan van een omslag in de samenleving na decennia van individualisme en inzet van professionals. De omslag moet tot stand komen terwijl het aantal vrijwilligers en mantelzorgers juist onder druk staat. Hoewel wij de wenselijkheid van versterking van de mienskip onderschrijven vinden wij de aanname dat dit de toekomstige problemen oplost een risicovolle. • Wij adviseren om een "plan B" te ontwikkelen dat (wellicht ten dele) kan worden ingezet als het beroep dat wordt gedaan op de mienskip, vrijwilliger en mantelzorger onvoldoende resultaat biedt om in de toekomstige bescheidener rol van overheid en professionals te voorzien.
Wij zien een "plan B" als een concreet en vooraf vastgesteld draaiboek dat direct kan worden ingezet zonder dat tussentijds nieuw beleid en uitvoeringsregels moeten worden ontwikkeld. • Wij stellen vast dat de visie is geschreven vanuit het perspectief van de overheid terwijl de daadwerkelijke verandering is gestoeld op de mening, inzet en betrokkenheid van inwoners in de dorpen en wijken. Verder constateren wij dat kosten die de overheid nu maakt (in ieder geval ten dele) worden afgewenteld op de toekomstige hulpbehoevende inwoners. De oplossing en de (gedeeltelijke) financiering moet in de nieuwe situatie feitelijk komen vanuit de mienskip. • Wij adviseren de inwoners een belangrijke stem te geven in het besluitvormingsproces en het opstellen van de uitvoeringsregels. Daarbij kleine stappen te nemen en aan te sluiten bij de belevingswereld. Het tijdig en serieus meenemen van inwoners in de visievorming en uitvoering is naar onze mening de meest kritische succesfactor om de gewenste omslag te kunnen maken, ook al omdat het kostenaspect een rol kan gaan spelen. Daarom is het cruciaal dat inwoners niet alleen worden geïnformeerd over de problematiek maar ook structureel worden betrokken bij de oplossing daarvan en inzicht krijgen in kosten en mogelijkheden van tegemoetkoming.
• Wij stellen vast dat de doelgroep vaak gehecht is aan een bepaalde omgeving en daar de contacten heeft. Inzetten op huisvesting van de doelgroep alleen in kernen met voldoende voorzieningen maakt dat ouderen buiten deze kernen onthecht raken van hun vertrouwde omgeving, hun noodzakelijke contacten verliezen en het draagvlak voor verandering wordt ondermijnd. • Wij adviseren geen algemeen geldende plannen te ontwikkelen maar maatwerk oplossingen te bieden per dorp (of wijk), daarbij de inwoners nadrukkelijk te betrekken en rekening te houden met het unieke karakter van een dorp (of wijk). Daarbij valt (bijvoorbeeld) te denken aan het opzetten van een specifieke vervoersvoorziening of een boodschappenservice die per dorp (of wijk) kan verschillen, al naar gelang de behoefte. Het garanderen van basisvoorzieningen maakt het mogelijk dat de doelgroep verspreid kan blijven wonen in alle dorpen en wijken binnen de gemeente waar zij hun contacten hebben en waar zij zich thuis voelen. Algemene conclusie: De reactie van de Adviesraad Sociaal Domein Opsterland geeft geen aanleiding tot aanpassingen in de regionale visie. De adviezen die betrekking hebben op de lokale uitvoeringsagenda, worden meegenomen in dit proces.
Reflectie 13 – Adviesraad Sociaal Domein Ooststellingwerf
De ASDO staat positief tegenover de beleidsnota Visie op Wonen, Zorg en Welzijn. Het biedt een helder kader als basis voor de nog te ontwikkelen lokale Uitvoeringsagenda. We doen twee suggesties: • Een nadere analyse van het toenemende tekort aan geclusterde woonvormen richting het jaar 2040 voor de gemeente Ooststellingwerf, zie het overzicht in bijlage 2 van de Visienota. 2. • Maak een huisvestingsplaatje met de huisvestingssituatie per dorp, naar voorbeelden Oosterwolde, Haulerwijk en Appelscha, en bespreek dat met de inwoners van de betreffende dorpen. Voor Oosterwolde-Noord was dit bijvoorbeeld een zeer verhelderend document. De reactie van de adviesraad Sociaal Domein Opsterland geeft geen aanleiding tot aanpassingen in de regionale visie. De adviezen die betrekking hebben op de nadere analyse van het tekort aan geclusterde woonvormen en de huisvestingsplaatjes per dorp volgen we op.
Reflectie 14 – Adviesraad Burgerplatform Weststellingwerf Adviezen met betrekking tot huisvesting: • In paragraaf 2.2 wordt gesproken over de Fryske urgentieverordening waarin voorrang gegeven wordt voor woningtoewijzing. Hierin staat niets over het passend toewijzen. Een eenpersoons huishouding zou ons inziens niet in een eensgezinswoning terecht moeten komen of een groot gezin in een 2 kamer appartement. In de visie wordt aangegeven dat de gemeente regie neemt in het volkshuisvestingprogramma, inclusief toewijzing van woningen aan de juiste doelgroepen. • De eigen regie van ouderen wordt genoemd zonder verder rekening te houden met de degeneratie die op een bepaalde leeftijd inzet. Ofwel lichamelijk, ofwel verstandelijk of ook psychisch. Ieder mens is en blijft uniek, ook tijdens het proces van veroudering. Een vorm van maatwerk, bijvoorbeeld in buitengebieden, zou bij het uitwerken van beleid meegenomen diene te worden. Als mienskip goed wil functioneren is wonen in een zorggeschikte woning, ook al is de zorg nu nog niet nodig, een groot pluspunt. Het buitengebied en zorggeschikte woningen is op meerdere momenten in de visie meegenomen. De visie op zorggeschikte woningen is zowel in het buitengebied als in de dorpen van belang en wordt dan ook breed uitgezet. De uitwerking zal plaatsvinden via de uitvoeringsagenda. • Aandacht voor starters op de woningmarkt.
Jongeren, die de basis voor de toekomst zijn, worden niet specifiek benoemd. Jongeren en starters horen ook in de visie op toegankelijk wonen voor iedereen. In paragraaf 1.3 van de visie worden de aandachtsgroepen genoemd. De visie richt zich niet specifiek op jongeren en starters, maar op groepen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Aanpassing van terminologie: • De “stakeholders” uit paragraaf 1.2 Process worden door verschillende lezers verschillend opgevat. Wie of wat bedoelt wordt is niet duidelijk uit het woord zelf en ook niet uit de context: Stakeholders is een algemeen begrip. Dit zijn externe partijen die op enigerlei wijze te maken hebben of krijgen met de visie. • In paragraaf 4.1 zou een korte uitleg van de termen vergrijzing en ontgroening welkom zijn. De dubbele vergrijzing en ontgroening lijkt onduidelijk. Er staat een factor 3 (dubbele vergrijzing (factor 2) en één maal ontgroening (nog 1 factor)) maar bedoelt zou kunnen zijn de vergrijzing en de ontgroening (beide enkel) die samen maakt dat de ‘veroudering’ dubbel op gaat.
Dubbele vergrijzing en ontgroening zijn twee verschillende demografische ontwikkelingen. Dubbele vergrijzing betekent dat niet alleen het aantal ouderen toeneemt, maar ook dat het aandeel 80plussers binnen die groep stijgt. Dit komt doordat mensen langer leven en geboortecijfers in het verleden al daalden. Ontgroening daarentegen verwijst naar de afname van het aantal jongeren, doordat er minder kinderen worden geboren. Hoewel vergrijzing en ontgroening vaak samen optreden, is hun combinatie geen dubbele vergrijzing. Dubbele vergrijzing gaat specifiek over de groei van de groep zeer oude ouderen binnen de al vergrijzende bevolking. • In het kopje van paragraaf 5.1.2 mist de verwijzing naar kerken, die van oudsher een belangrijke rol speelden in de lokale gemeenschappen. Dit is nu nog steeds relevant In de paragraaf worden enkele voorbeelden genoemd waar ontmoeting een rol speelt. Kerken zijn een belangrijke vorm van ontmoeten, maar worden niet specifiek genoemd omdat er enkel een aantal voorbeelden worden gegeven. Deze opsomming is niet limitatief. • Aan het eind van paragraaf 5.1.3 mist een analyze over de handhaving van gemaakte afspraken, het vastleggen van de afspraken en de te maken kosten met verdeling die te verwachten is. De afspraken daarover lopen nog en worden nader uitgewerkt. Voor nu gaat het om de visie en niet over de uitvoering daarvan.
De kosten van uitvoering worden via de regionale en gemeentelijke uitvoeringsagenda nader bepaald.
Aanvullende adviezen: • Er ontstaat een gevoel dat het document geschreven is door mensen van achter een bureau, met hier en daar wat deskresearch maar nog steeds te weinig oog voor wat er werkelijk in de praktijk speelt (“over mensen praten, maar niet met….”). Vooral de doelgroep ouderen/ senioren is erg optimistisch over het eigen kunnen en niet realistisch over het verouderingsproces en de daarbij horende gebreken. In paragraaf 1.2 wordt ingegaan op het proces van de visie. De huidige situatie is in beeld gebracht met bestaand beleid en er is via een analyse de huisvestingsopgave voor wonen en zorg in beeld gebracht en daarnaast zijn er verschillende bijeenkomsten georganiseerd met betrokken partijen zoals zorgaanbieders en woningcorporaties. Deze externe partijen ondertekenen de visie ook met een intentieovereenkomst waarmee de ervaring van deze stakeholders is ingebed. • Bij de woonvormen voor ouderen wordt geclusterd wonen als optie aangedragen. Dit lijkt in tegenspraak met de mienskip, eigen regie houden en zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Bij geclusterd wonen is het immers niet mogelijk met een rollator door je woning te gaan, zijn hulpmiddelen in toilet en doucheruimte lastig te realiseren etc. etc. etc. Voor het uitbreiden van de beschikbare woningen voor ouderen zou het logisch zijn om zorggeschikte woningen te realiseren, mogelijk in een geclusterde setting.
De vermelding in de bijlage voor de ontmoetingsruimte bij geclusterd wonen (2.1 blz. 6), met specifieke benoeming van een rollator, lijk dan ook vreemd.: In bestaande geclusterde woningen zijn niet altijd gelijkvloerse voorzieningen aanwezig. Dat is een punt van aandacht die ingeval van eigendom van corporaties mee wordt genomen als aanpassingen gewenst zijn. In nieuwbouw wordt daar in het algemeen wel degelijk rekening mee gehouden. • In de bijlage staan enkele type fouten, Vitaliteitstredenmodel en “heir” i.p.v. hier.
gespot
zijn
“Vitaliteitstedenmodel”
De enkele typ- en spelfouten die zijn opgemerkt worden aangepast in de visie en bijlagen.
i.p.v.
Reflectie 15 – Advies Participatieraad Heerenveen Adviezen bij proces: •
De woonzorgvisie komt in mei 2025 in alle gemeenteraden van Zuidoost Fryslan. Wacht echter niet met het uitwerken voor de gemeente Heerenveen tot na het raadsbesluit, maar begin zo snel mogelijk In lijn met deze aanbeveling, hebben wij niet gewacht met het nadenken over de uitwerking voor de gemeente Heerenveen. Er zijn reeds verkennende gesprekken met verschillende partijen geweest, waarbij ook (leden van) de participatieraad aanwezig zijn geweest.
Aanpassing van terminologie: • Er wordt in het concept geregeld gesproken over: We vertellen “het eerlijke verhaal”. Wij vinden het geen fijne uitdrukking en zien dit graag aangepast in “het realistische verhaal”. Er is heel bewust gekozen voor deze terminologie. Er is een genuanceerd verschil tussen eerlijk en realistisch: o
Eerlijk verhaal: Dit verwijst naar een verhaal dat oprecht en zonder verfraaiing wordt verteld. Het benadrukt de waarheid en integriteit van de verteller, zonder iets te verbergen of te verdraaien.
o
Realistisch verhaal: Dit verwijst naar een verhaal dat de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk weergeeft. Het richt zich op het weergeven van gebeurtenissen en situaties zoals ze in het echte leven zouden kunnen gebeuren, zonder overdrijving of fantasie.
Dus, terwijl een eerlijk verhaal altijd waarheidsgetrouw is, kan een realistisch verhaal soms elementen bevatten die niet per se waar zijn, maar wel geloofwaardig en levensecht aanvoelen. Om die reden passen we de inhoud niet aan. •
Er wordt vaak gesproken over Wonen, zorg en welzijn. Wij zien graag dat welzijn voor zorg komt. Met goede welzijnsvoorzieningen kan veel zorg voorkomen worden: We zijn het eens dat met goede welzijnsvoorzieningen veel zorg voorkomen kan worden. De volgorde van de woorden doet hier niets aan af. Omdat het een woonzorgvisie betreft, is het logischer om de woordvolgorde niet aan te passen.
Algemene conclusie: •
De adviezen van de Participatieraad zijn grotendeels in lijn met de Regionale Visie Wonen, Welzijn en Zorg Zuidoost Fryslân. Om deze reden wordt ook geen aanleiding gezien om wijzigingen aan te brengen in het stuk.