Bijlage 4 Nieuwe regeling Cultuur Evenementen (beleidsnotitie).docx
Tekst van het document
Cultuur Promotie wordt Cultuur Evenementen Inleiding In maart 2018 heeft de Rekenkamer Opsterland haar onderzoeksrapport “subsidies cultuurpromotie” aangeboden aan de raad. Naar aanleiding van dit onderzoeksrapport en de besluitvorming door de gemeenteraad daarover, is de opdracht aan ons college gegeven om de subsidieregeling Cultuur Promotie 2016 te evalueren en aan te passen in de lijn van de door de Rekenkamer gedane aanbevelingen, die door de raad zijn overgenomen. Met de presentatie van deze notitie wordt die opdracht opgeleverd.
De regeling Cultuur Promotie In de Subsidieverordening cultuurpromotie Opsterland 2011 werd de doelstelling van de regeling vrij kort toegelicht. In Artikel 1 van de subsidieverordening staat: ‘Het college kent, met inachtneming van het bepaalde in de ASV 2005, aan aanvragers subsidie toe voor: 1. Activiteiten en projecten die bijdragen aan versterking en promotie van kunst en cultuur binnen de gemeente Opsterland (bijvoorbeeld muziek- en dansconcerten, allegorische optochten, kunstmanifestaties, kunststimulering, etc.). 2. Projecten waarbij specifieke aandacht wordt gegeven aan kunst- en cultuuruitingen binnen het beleid van de gemeente. De focus lag in deze verordening dus vooral op versterking en promotie, binnen de gemeente Opsterland. Dit gaat dus niet zozeer over de gemeente Opsterland op de kaart zetten door evenementen/activiteiten die uitstraling hebben tot buiten de gemeente. De focus lag vooral op lokale kleinere activiteiten georganiseerd door lokale verenigingen etc., waarbij het participeren van inwoners van de gemeente belangrijker was dan het trekken van bezoekers die van buiten de gemeente komen. In de Subsidieverordening cultuurpromotie Opsterland 2015 zijn er veel dingen aangepast. De grootste verandering is het afbouwen van de structurele subsidies zodat er meer ruimte is voor eenmalige subsidies.
Dit is gedaan naar aanleiding van het coalitieakkoord 2014-2018 waarin aangegeven wordt dat het bestuur binnen het cultuurbeleid graag ‘meer mogelijk maakt met dezelfde middelen’. De gemeente wil zich meer richten op eenmalige activiteiten en evenementen. Vervolgens worden in 2016 in de Subsidieverordening cultuurpromotie 2016 de toetsingscriteria toegevoegd, wat uiteindelijk specifiek bedoeld is voor het aanvragen van enkel eenmalige subsidies. De belangrijkste argumenten voor deze nieuwe subsidieverordening is dat het beter aansluit bij de doelstellingen van het cultuurbeleid en de behoeftes van de betrokken partijen. Deze doelstellingen zijn vertaald naar de zes toetsingscriteria: versterking, educatie, samenwerking, erfgoed, promotie en Fries. Hiermee kunnen de aanvragen meer op inhoudelijke kwaliteit worden getoetst. Er wordt niet meer beoordeeld op volgorde van binnenkomst, maar met een tender systeem (toetsingscriteria & duidelijke weigeringsgronden).
Doelstelling gehaald? Werkt de regeling zoals bedoeld? De doelstelling van de regeling, waar het gaat om het stimuleren van activiteiten en projecten om kunst en cultuur in de gemeente Opsterland te versterken en promoten, lijkt succesvol te zijn. De Rekenkamer concludeert in haar onderzoeksrapport: 1. De beleidswijziging om cultuurpromotie activiteiten en projecten incidenteel in plaats van structureel te subsidiëren, pakt goed uit, echter enkele aanpassingen van het beleid kunnen de effectiviteit vergroten. 2. De gesubsidieerde instellingen zijn creatiever geworden in het vinden van andere financieringsbronnen zoals andere subsidies en fondsen, maar uitgedaagd worden door de gemeente om ondernemender of vernieuwend te zijn, vindt onvoldoende plaats. 3. De cultuurinstellingen hebben behoefte aan een wat andere rol van de gemeente in het gehele subsidieproces. Een beschouwing van de gesubsidieerde activiteiten en projecten gedurende de jaren 2013-2019 leert, dat onder druk van het afbouwen van de structurele subsidies, veel reguliere activiteiten van verenigingen/stichtingen, nu als “losse” activiteit in aanmerking komen voor subsidie. 1
Daarnaast zijn er wel degelijke nieuwe activiteiten en projecten ontstaan, die daardoor een verrijking van het culturele palet van Opsterland hebben opgeleverd. Omdat de regeling dat voorschrijft, geven verenigingen/stichtingen zelf aan, naar eigen inzicht, of hun activiteit voldoet aan de gestelde toetsingscriteria. De toetsingscriteria zijn niet zodanig opgesteld, dat daar ook aan getoetst kan worden. De Rekenkamer adviseert daarom ook om de toetsingscriteria helderder te beschrijven, in het bijzonder het criterium “vernieuwend” omdat dit als afwegingskader gebruikt zou moeten worden, als het subsidieplafond wordt bereikt. Los hiervan, is onduidelijk in hoeverre de naam “Cultuur Promotie” de lading dekt van de gesubsidieerde activiteiten. Zou het toetsingscriterium “Promotie” dan niet leidinggevend moeten zijn? En wat moet er eigenlijk gepromoot worden? Cultuur? De gemeente? Een combinatie van die twee? Uit de aangevraagde subsidies van de afgelopen jaren, blijkt dat alle activiteiten als cultureel evenement benoemd kunnen worden, van klein en lokaal, tot groot en regionaal (provinciaal). Is het op basis van deze bevindingen dan niet aan te bevelen, met inachtneming van de aanbevelingen van de Rekenkamer, de regeling Cultuur Promotie opnieuw te definiëren en er een regeling Culturele Evenementen van te maken?
Aanbevelingen van de Rekenkamer Door de Rekenkamer zijn de volgende aanbevelingen gedaan: 1. Benoem per doelstelling van het cultuurpromotiebeleid de gewenste maatschappelijke effecten en pas de toetsingscriteria hierbij aan. 2. Definieer wat onder het toetsingscriterium "vernieuwend" wordt verstaan en geef in de verordening Cultuurpromotie een prioritering van de criteria aan. 3. Verzoek het college: 3a. om bij de verantwoording van de subsidies bij te houden in welke mate voldaan is aan de subsidiecriteria 3b te inventariseren op welke manier de gemeente de cultuurinstellingen nog beter kan ondersteunen en faciliteren. 3c. de raad jaarlijks te informeren over de behaalde resultaten en effecten van de subsidies voor cultuurpromotie. 4. Laat het college onderzoeken hoe het subsidieproces efficiënter kan verlopen. De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van mei 2019 door middel van een amendement daarover als volgt besloten: - Aanbevelingen 2, 3A en 3B over te nemen. - Aanbeveling 4 over te nemen, met het oogmerk een betere balans aan te brengen tussen de kosten van subsidieverstrekking en de uitvoeringskosten
Evaluatie van de regeling Alvorens voorstellen te doen, om de aanbevelingen van de rekenkamer, zoals die door de gemeenteraad zijn overgenomen, verder uit te werken, is het van belang te onderzoeken, wat de betrokken culturele instellingen (verenigingen en stichtingen) van de huidige regeling vinden. Daarvoor is een vragenlijst opgesteld, die uitgezet is onder 38 verenigingen/stichtingen die in 2019 en 2020 subsidie hebben aangevraagd op basis van de regeling. (Zie bijlage 1: Vragenlijst verenigingen en stichtingen) Van 20 verenigingen/stichtingen zijn ingevulde vragenlijsten terug ontvangen. Dat is uitstekende respons van ruim 50%. De voornaamste conclusies zijn: • de culturele instellingen in Opsterland organiseren zowel activiteiten voor de eigen, lokale bevolking als voor (boven)regionaal publiek/bezoekers. Een aantal instellingen organiseert activiteiten voor beide doelgroepen. • de huidige regeling, dat aanvragen kunnen worden ingediend via 2 tenders (aanvraagtermijnen) werkt prima. • voor grote, (boven)regionale activiteiten/evenementen zou een tussentijdse aanvraag mogelijk moeten zijn. 2
• • •
• • • •
bijna alle instellingen hebben geen problemen met de huidige criteria en vinden ook dat die voor zowel kleine, lokale activiteiten moeten gelden, als voor grote(re) (boven)regionale activiteiten. De instellingen zijn verdeeld over het huidige maximum subsidie van € 2.500,00 per aanvraag. De organisatoren van grote(re) evenementen zouden een ruimer budget willen, de anderen willen dat het blijft zoals het is. Een korte en eenvoudige aanvraagprocedure voor kleine, lokale activiteiten wordt door de meerderheid van de instellingen die zich daar op richten op prijs gesteld en bijna iedereen denkt hier positief over. Ook een directe vaststelling van de subsidie en een simpele verantwoording spreekt iedereen aan. Alle instellingen die grote(re) activiteiten organiseren zijn positief over nieuwe criteria en mogelijk een hoger subsidie. Ook over een mogelijk aanvullend budget voor promotie is deze groep overwegend positief. De overgrote meerderheid van deze instellingen zal dan ook gebruik maken van een uitgebreidere aanvraagprocedure. Er blijkt een grote behoefte te bestaan aan bijeenkomsten om met andere organisaties in het culturele veld van gedachten te wisselen. Dat zou 2 à 3 keer per jaar kunnen. De gemeente kan deze bijeenkomsten faciliteren.
Wijziging van de regeling De Rekenkamer beveelt aan, om de toetsingscriteria opnieuw te definiëren gerelateerd aan de doelstellingen. Misschien is het dan goed om de doelstelling allereerst zo helder mogelijk te definiëren, waarbij hij beter aan sluit bij de praktijk van de uitvoering van de regeling. De doelstelling “Activiteiten en projecten die bijdragen aan versterking en promotie van kunst en cultuur binnen de gemeente Opsterland” is een passende doelstelling. Maar de doelstelling “Projecten waarbij specifieke aandacht wordt gegeven aan kunst- en cultuuruitingen binnen het beleid van de gemeente” is een stuk onduidelijker, omdat de doelstellingen van het Cultuurbeleid niet heel concreet geformuleerd zijn, maar vooral richting geven aan de beleidsterreinen die de gemeente belangrijk vindt: kunsten, taal/letteren en cultuur historie. En voor een groot deel van de activiteiten die binnen deze beleidsterreinen plaatsvinden, zijn afzonderlijke regelingen of financiering geregeld. Denk aan kunsteducatie, de bibliotheek, de musea.
Naar onze mening zou de doelstelling voor een nieuwe subsidieregeling voor Cultuur de volgende doelstelling moeten hebben: De regeling beoogt het ondersteunen van activiteiten en initiatieven die zorgen voor: • een vernieuwend en breder cultuur aanbod in de gemeente Opsterland • de versterking van de culturele infrastructuur in de gemeente • een bijdrage aan de promotie van de gemeente en de aantrekkelijkheid voor de eigen inwoners en bezoekers van buiten de gemeente en die daarmee bijdragen aan de doelstellingen van het gemeentelijk cultuurbeleid Binnen deze doelstelling is er de ruimte om kleine en lokale activiteiten, die eigenlijk behoren tot de reguliere activiteiten van een vereniging/stichting en dus in feite tot de culturele infrastructuur van de gemeente behoren, een vaste plaats te geven. Een deelregeling voor kleine, reguliere evenementen op lokaal niveau, die een vast bedrag krijgen per activiteit, draagt bij aan het verankeren van de culturele basis in de mienskip. Deze activiteiten dragen veel bij aan de versterking van cultuur in de (lokale) mienskip van Opsterland en vormen daarmee het fundament van cultuur in de mienskip. Let wel, dit betekent geen structureel subsidie voor deze instellingen. Er zullen nog steeds aanvragen ingediend moeten worden voor de te organiseren activiteiten.
Daarnaast is er dan een deelregeling voor grote(re) activiteiten/evenementen die zich richten op een (boven)regionaal publiek/bezoekers. Deze activiteiten en projecten kunnen getoetst worden aan criteria. Het gaat dan om grote(re) activiteiten, die juist zorgen voor “een vernieuwend en breder aanbod, versterking van de infrastructuur en de promotie van Opsterland”. 3
De hiervoor benodigde toetsingscriteria zullen dan helderder geformuleerd moeten worden, zodat ze ook beoordeeld kunnen worden op realisatie of maatschappelijk effect. De Rekenkamer stelt ook voor om een prioritering van de criteria aan te geven (wat telt zwaarder, wat telt minder)
Toetsingscriteria Vernieuwend De rekenkamer geeft als aanbeveling: 2. Definieer wat onder het toetsingscriterium "vernieuwend" wordt verstaan en geef in de verordening Cultuurpromotie een prioritering van de criteria aan. Waar in de regeling CP 2016 het criterium “Vernieuwend” wordt genoemd, als onderscheidend criterium ingeval het subsidieplafond wordt overschreden, wenst de Rekenkamer een verdere definiëring van “Vernieuwing”. Een onderzoek van diverse subsidieregelingen van andere overheden en het daarin gehanteerde criterium “vernieuwend” hebben ons geleerd dat er zoveel smaken als regelingen zijn. De definiëring van de Raad voor de Cultuur (RvdC) vinden wij nog het meest duidelijk, zij het dat we vinden dat die aangepast zou moeten worden aan de, wat wij noemen, Opsterlandse maat. De definitie van de RvdC is (Advies Raad voor Cultuur, p. 32): - Vernieuwing van (de omgang met) de culturele canon en erfgoed; - Vernieuwing van kunstvormen, genres en artistieke procedés; - Vernieuwing van organisatievormen en werkwijzen Deze definitie is in onze ogen vooral bedoeld voor landelijke instellingen en gezelschappen. Maar een vernieuwing in de wijze van uitvoeren of organisatie, vinden wij goed bruikbaar, omdat wij denken dat het Opsterlandse culturele veld daar aan kan voldoen. Dat is in de afgelopen jaren meermalen bewezen door georganiseerde activiteiten.
Als definiëring van “Vernieuwend” stellen wij dus voor om aan te sluiten bij de criteria van de RvdC, maar dan voor de Opsterlandse maat: - Vernieuwende uitvoering van kunstvormen, genres en artistieke procedés; - Vernieuwende organisatievormen en werkwijzen. Naar nieuwe criteria In de huidige regeling zijn de andere criteria: Versterking, Educatie, Samenwerking, Erfgoed, Promotie en Fries. In een evaluatieonderzoek dat in 2019 is uitgevoerd voor de regeling CP 2016, is met een aantal verenigingen/stichtingen overleg gevoerd over de deze criteria en welke criteria zij als subsidieaanvragers liever zouden hebben. Voor de aanwezige verenigingen/stichtingen waren de volgende criteria het meest aansprekend en gewenst: - Educatie - Cultureel ondernemerschap - Talentontwikkeling - Promotie (Opsterland op de kaart zetten) - Nieuw Publiek - Diversiteit - Mienskip - Versterking - Jeugd - Cross-overs - Erfgoed Als we deze gewenste criteria een plek willen geven, dan zou dat als volgt kunnen: Educatie en Talentontwikkeling als onderdeel van “Versterking” Mienskip als onderdeel van “Samenwerking” Nieuw publiek als onderdeel van “Promotie” Diversiteit en cross-overs als onderdeel van “Vernieuwing” Jeugd zien wij meer als speciale doelgroep, niet als criterium. Cultureel ondernemerschap is eigenlijk een randvoorwaarde voor iedere subsidieaanvrager.
Erfgoed is een onderdeel van de algemene cultuur doelstellingen, minder bruikbaar als criterium.
4
Op grond van het voorgaande komen we dan tot de volgende, nieuwe beschrijving van de criteria: Versterking De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de verbetering van het niveau van de uitvoerenden. De mate waarin de activiteit educatieve vormen gebruikt De mate waarin de activiteit specifiek talentontwikkeling na streeft. Samenwerking De mate waarin de activiteit gebruikt maakt van samenwerking met andere culturele verenigingen/instellingen. De mate waarin de activiteit de kracht van de mienskip benut, hetzij bij de uitvoering van de activiteit, hetzij bij de voorbereiding en organisatie van de activiteit. Promotie De mate waarin de activiteit de locatie van uitvoering en de gemeente Opsterland onder de aandacht brengt van een boven lokaal, regionaal of boven regionaal, provinciaal of zelfs nationaal publiek. De mate waarin de promotie van de activiteit gebruikt maakt van aansprekende middelen die de kwaliteit van de activiteit, de locatie en de gemeente Opsterland benadrukken. De mate waarin de activiteit nieuwe publieksgroepen weet aan te trekken. Fryske taal De mate waarin de activiteit gebruikt maakt van de Friese taal als hoofdtaal van de activiteit. De mate waarin de activiteit de Friese taal promoot en het gebruik daarvan stimuleert. Vernieuwend De mate waarin bij de activiteit sprake is van een diversiteit van - en het benutten van cross-overs tussen kunstvormen.
De mate waarin de activiteit aantoonbaar vernieuwend is in het gebruik van kunstvormen, verschillende genres en procedés. De mate waarin de activiteit vernieuwend is georganiseerd of vernieuwende werkwijzen hanteert. Prioritering van criteria. Een prioritering van criteria geeft aan, welke criteria we belangrijker vinden, ten opzichte van de andere criteria. Na overleg met de culturele instellingen die grote(re) evenementen organiseren, hebben we besloten geen prioritering aan te brengen. De culturele instellingen dringen er op aan om de criteria gelijk te waarderen, zoals dat ook bij andere subsidieregelingen gehanteerd wordt. Bijvoorbeeld bij het Iepen Mienskips Fûns. Toetsing aan de criteria Om activiteiten/projecten te kunnen toetsen aan de criteria volstaat niet een opsomming die de aanvrager aandraagt bij de aanvraag voor een subsidie. De aanvraag zelf zal op de criteria getoetst moeten worden en de mate waarin door de aanvraag de criteria behaald worden. En gelet op het aanwezige subsidieplafond ligt het voor de hand om dan een weging van de mate waarin een aanvraag aan een criterium voldoet aan te brengen, zodat aanvragen onderling een rangorde krijgen. Aanvragen moeten “scoren” op een criterium.
Voor alle criteria geldt een maximum van 24 punten, onderverdeeld in: voldoet niet aan het criterium 0 punten voldoet enigszins aan het criterium 6 punten voldoet voldoende aan het criterium 12 punten voldoet ruim aan het criterium 18 punten voldoet in hoge mate aan het criterium 24 punten De volgorde van aanvragen op basis van de scores bepaalt dan het toekennen van subsidies, ingeval het subsidieplafond overschreden wordt.
De andere aanbevelingen van de Rekenkamer Wij stellen voor de andere aanbevelingen op de volgende wijze af te handelen/uit te voeren: 3a. om bij de verantwoording van de subsidies bij te houden in welke mate voldaan is aan de subsidiecriteria We hebben de criteria opnieuw beschreven en ook duidelijker gemaakt waar de criteria zich op richten. Aan de subsidieaanvragers kan nu gerichter worden gevraagd om al in de aanvraag van de subsidie aan te geven, op welke wijze zij invulling willen gegeven aan de criteria en in de verantwoording of die invulling daadwerkelijk effect heeft gehad.
5
Deze verantwoordingseis, vraagt van subsidieaanvragers om een goede afweging te maken, op grond van welke criteria zij een subsidie aanvragen. Het globaal aangeven, dat de activiteit voldoet aan criterium zus en criterium zo, voldoet niet langer. Immers de aanvrager moet aantonen, dat het criterium is uitgevoerd en op welke wijze het bijdraagt aan bedoeling van het criterium. 3b
te inventariseren op welke manier de gemeente de cultuurinstellingen nog beter kan ondersteunen en faciliteren. Om deze aanbeveling uit te voeren, zijn we voornemens om tweemaal per jaar een zogenaamd “Brûsplak” te organiseren. Uit de terug ontvangen vragenlijsten, blijkt een grote behoefte aan bijeenkomsten voor het culturele veld als ontmoetingsplaats met specifieke agendapunten. In het Brûsplak brengen we culturele verenigingen en organisaties bij elkaar, om samen met de gemeente te bespreken op welke wijze instellingen onderling en samen met de gemeente zorg kunnen dragen voor ondersteuning en facilitering. Daarmee kan het Brûsplak een broedplaats worden voor nieuwe initiatieven, waar instellingen in samenwerking nieuwe activiteiten ontwerpen en tot uitvoering brengen. Ook kan dan de gewenste ondersteuning en facilitering besproken worden. 4. Laat het college onderzoeken hoe het subsidieproces efficiënter kan verlopen. Deze aanbeveling is door de gemeenteraad geamendeerd: met het oogmerk een betere balans aan te brengen tussen de kosten van subsidieverstrekking en de uitvoeringskosten.
Door het instellen van een deelregeling voor kleine, reguliere evenementen op lokaal niveau, die een vast bedrag krijgen per activiteit, worden de uitvoeringskosten sterk beperkt, omdat de culturele verenigingen en instelling die hier onder vallen slechts een opgave hoeven te doen van het aantal kleine, reguliere activiteiten dat ze gaan uitvoeren in een kalenderjaar. Het toekennen van het subsidie voor deze kleine, reguliere activiteiten zal daardoor niet afhankelijk zijn van kwaliteitstoetsen op basis van criteria en dus veel minder afweging en overleg kosten. Deze subsidie kan bij wijze van spreken per kerende post worden toegekend en worden vastgesteld. Daardoor komt meer tijd vrij om de grotere activiteiten en projecten goed te begeleiden en te beoordelen. Omdat daarbij aan de voorkant (moment van aanvragen) geïnvesteerd wordt in de kwaliteit (toetsing van de criteria), kan aan de achterkant (vaststelling) sneller beoordeeld worden of de doelstellingen van de activiteit zijn behaald. De kosten van de subsidieverstrekking zullen qua budget onveranderd blijven.
Relatie met het beleid op terrein van recreatie en toerisme Culturele evenementen hebben al snel een relatie met Recreatie&Toerisme-beleid. Immers een evenement dat zich richt op een (boven)regionaal publiek, provinciaal of zelfs nationaal publiek, heeft een toeristisch-promotioneel element in zich. Zeker als het om meerdaagse evenementen gaat. Voor de gemeente Opsterland ligt er voor wat betreft toeristische budgetten een mogelijkheid bij de regeling Kansen Benutten In de Nota Kansen benutten 2016-2020 staan de volgende doelstellingen voor cultuur-toerisme: • Afstemming en samenwerking stimuleren tussen de sectoren cultuur, recreatie & toerisme en het bedrijfsleven. • Stimuleren van culturele activiteiten en initiatieven in Opsterland en de Friese Wouden. • Initiatieven stimuleren op het gebied van de beleving van de cultuurhistorie in Opsterland en de Friese Wouden. In de Nota Kansen Benutten wordt verder geen aandacht besteed aan de wijze waarop vanuit de Nota de genoemde initiatieven eventueel ondersteund zouden kunnen worden.
Er wordt enkel vermeld, dat “Financiering plaats vindt op basis van de doelstellingen van Kansen Benutten.” Waar grote(re) culturele evenementen gericht zijn op het trekken van bezoekers van buiten de gemeente (regio, provincie of landelijk) en toeristen, valt het te overwegen om voor deze grote(re) evenementen een gedeeltelijke cofinanciering vanuit Recreatie&Toerisme te overwegen. Daarmee kan aan het criterium Promotie grotere waarde worden toegekend en zullen initiatiefnemers nadrukkelijk een promotie-opzet en –aanpak in hun plannen moeten opnemen. 6
Tegelijkertijd ontstaat er de ruimte om voor culturele evenementen mogelijk een ruimer budget beschikbaar te hebben, waar het gaat om evenementen die zich richten op een (boven) regionaal en zelfs provinciaal en nationaal publiek. En dat zal expliciet moeten blijken uit hun projectplan. Voorgesteld wordt om voor deze evenementen de mogelijkheid open te houden om een aanvraag in te dienen op basis van de regeling Kansen Benutten. De toetsingscriteria, zoals die hiervoor zijn genoemd: • De mate waarin de activiteit de locatie van uitvoering en de gemeente Opsterland onder de aandacht brengt van een boven lokaal, regionaal of boven regionaal, provinciaal of zelfs nationaal publiek. • De mate waarin de promotie van de activiteit gebruikt maakt van aansprekende middelen die de kwaliteit van de activiteit, de locatie en de gemeente Opsterland benadrukken. • De mate waarin de activiteit nieuwe publieksgroepen weet aan te trekken. worden dan vanuit de regeling Kansen Benutten extra getoetst.
Middelen Voor de huidige regeling Cultuur Promotie is een jaarlijks budget van € 51.556,00. Van dit budget zijn in 2019 8 en in 2020 12 concerten gesubsidieerd, die als “reguliere” verenigings/stichtingsactiviteiten beoordeeld kunnen worden, op basis van hun doelstellingen. Voorgesteld wordt om voor lokale en reguliere activiteiten, bedoeld voor een lokaal publiek, per activiteit een budget van max. € 1.000,00 beschikbaar te stellen. Gelet op de uitgaven in voorgaande jaren, zullen ongeveer 15 van deze activiteiten per jaar ondersteund worden. Totaal beschikbaar budget voor deze activiteiten: € 15.000,00. Voor grote(re) evenementen is dan een budget beschikbaar van € 36.500,00. Voorgesteld wordt het maximale subsidiebedrag op te rekken naar 40% van het tekort met een maximum van € 5.000,00 per evenement. We gaan daarbij uit van 7 á 8 grote(re) evenementen per kalenderjaar.
De nieuwe regeling Cultuur Evenementen Op basis van het rapport van de Rekenkamer en het daarna uitgevoerde Evaluatieonderzoek, stellen we voor om een “Regeling Cultuur Evenementen 2021” in stellen, ter vervanging van de “Regeling Cultuur Promotie 2016”. De Regeling Cultuur Evenementen 2021 kent de volgende bepalingen: 1. Culturele verenigingen en -instellingen die kleine, reguliere (op basis van hun doelstelling) activiteiten organiseren, vooral bedoeld voor een lokaal publiek, kunnen daarvoor een bijdrage van max. € 1.000,00 aanvragen per activiteit. 2. Deze aanvragen moeten aangevraagd worden per tender. Voor iedere helft van het jaar is een tender (1ste helft en 2de helft) 3. Verantwoording van deze bijdrage vindt plaats door een kort verslag van de activiteit(en). 4. Culturele verenigingen en -instellingen die een grote(re) activiteit of evenement organiseren, gericht op een (boven)regionaal of nationaal publiek, kunnen daarvoor een bijdrage ontvangen van maximaal 40% van de kosten, met een maximum van € 5.000,00 per evenement. 5. Deze aanvragen moeten aangevraagd worden uiterlijk 13 weken voor aanvang van de activiteit/het evenement. 6. Aanvragen voor grote(re) evenementen worden getoetst aan de volgende criteria: a. Vernieuwend b. Promotie c. Samenwerking d. Versterking e. Fryske taal Voor een beschrijving van de criteria zie de paragraaf “Toetsingscriteria”. 7.
De toetsing aan de criteria wordt uitgevoerd door het toekennen van punten aan de mate waarin de aanvraag voldoet aan het gewenste criterium. 8. Evenementen met een aantoonbare grote promotionele waarde kunnen op basis van een uitgewerkte en aansprekende promotie-opzet en –aanpak, een aanvraag doen voor een bijdrage uit het budget Kansen Benutten van het beleidsterrein Recreatie&Toerisme. 9. Uitgesloten van een bijdrage op basis van de Regeling Cultuur Evenementen zijn: 7
• •
Aanvragen voor een “mienskips”-activiteit (dorpsfeest, koningsdag, etc.) Aanvragen van een niet-culturele vereniging of –instelling (sportverenigingen, dorpsbelangen, ondernemingen, recreatie/toeristische instellingen, onderwijs, etc.) • Aanvragen voor een commercieel evenement, met een culturele insteek (bijv. popconcerten en –festivals) 10. De gemeente organiseert tweemaal per jaar een Brûsplak-bijeenkomst voor culturele verenigingen en –instellingen met als doelstelling: • op welke wijze instellingen onderling en de samen met de gemeente zorg kunnen dragen de organisatie van cultuur evenementen; • onderzoeken of samenwerkingsverbanden kunnen worden gelegd tussen culturele verenigingen en –instellingen onderling en met andere organisaties, waaruit nieuwe initiatieven voor culturele evenementen kunnen ontstaan; • zorgdragen voor de versterking van culturele verenigingen en –instellingen o.m. door samenwerking en bestuursondersteuning. De gemeente faciliteert deze Brûsplak-bijeenkomsten. 11. De Regeling Cultuur Evenementen 2021 wordt geëvalueerd na 4 jaar.
Proces Het voorstel om tot een Regeling Cultuur Evenementen te komen, is ontstaan naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamer Opsterland en als vervolg op een in 2019 intern uitgevoerd evaluatieonderzoek Cultuur Promotie. Bij het evaluatieonderzoek zijn de grotere culturele verenigingen en –instellingen betrokken middels een rondetafelgesprek in 2019. In 2021 is een vragenlijst uitgezet onder de verenigingen en instellingen die gebruik hebben gemaakt van de regeling Cultuur Promotie. Om te onderzoeken of er draagvlak is voor een Regeling Cultuur Evenementen zijn de volgende acties ondernomen: A. Het uitzetten van deze notitie onder alle aanvragers van een subsidie Cultuur Promotie vanaf 2019, met het verzoek om een reactie. B. Het bespreken van de nieuwe toetsingscriteria met de grotere culturele verenigingen en – instellingen in een nieuw rondetafelgesprek. C. Het verwerken van de resultaten van de acties A en B in deze notitie. D. Het aanpassen van de Regeling Cultuur Evenementen op basis van de bevindingen onder C. E. Het voorleggen van een raadsvoorstel m.b.t. de Regeling Cultuur Evenementen aan het college. Het streven is om de nieuwe regeling Cultuur Evenementen in werking te laten treden op 1 januari 2022. Beetsterzwaag, oktober 2021
8