Bijlage 3 Wijzigingenlijst statuten Stichting Comprix 2024
Tekst van het document
Wijzigingenlijst Statuten Stichting Comprix 2024 De redenen wijzigingen omvatten voornamelijk het volgende: • De onderdelen die betrekking hebben op de formele en informele samenwerkingsscholen. ‘Identiteitsrijke scholen’ is vervangen door ‘openbare scholen met een samenwerkingsprofiel’. Dit betreft de informele samenwerkingsscholen. • Een update van de statuten, aangepast aan de meest recente wet- en regelgeving, inclusief de juiste verwijzing naar wetsartikelen. • Correctie van enkele foutieve benamingen. Zo is ‘Raad van Bestuur’ vervangen door ‘College van Bestuur’. Vanuit de nieuwe statuten geredeneerd zijn de wijzigingen (geel gearceerd) als volgt: Artikel
lid
was wordt
1
a en b a. bestuur: het College van Bestuur van Stichting Comprix; b. bestuurder(-s): het lid of de leden van het College van Bestuur;
3
a, b en c ; en c. een of meer openbare scholen met een samenwerkingsprofiel in stand te houden.
4
1a en 3 a. het in stand houden van openbare scholen, ten minste een (1) samenwerkingsschool en een of meer openbare scholen met een samenwerkingsprofiel voor primair onderwijs; 3. Leerlingen op alle scholen van de Stichting worden in de gelegenheid gesteld, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen.
6
1, 5b 6
5.
1. De Stichting wordt bestuurd door het College van Bestuur. Het College van Bestuur bestaat uit minimaal één en maximaal twee bestuurders, te bepalen door de Raad van Toezicht. 5.b. door afloop van de arbeidsovereenkomst; 6. Bij belet of ontstentenis van de enige bestuurder of van het gehele College van Bestuur voorziet de Raad van Toezicht direct in waarneming door een daartoe tijdelijk door de Raad van Toezicht aangewezen persoon. De Raad van Toezicht kan besluiten voor ten hoogste zes maanden een lid van de Raad van Toezicht te belasten met deze waarneming. Het betreffende lid treedt voor die periode terug uit de Raad van Toezicht.
1
7
5, 6, 7 en 9
5. Het bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten 5 tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 106 van de Wet op het Primair Onderwijs. Hierbij is de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht vereist. 6. Voorts heeft het bestuur voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. de vaststelling van het strategisch meerjarenplan van de Stichting; b. de begroting en jaarverslag van de Stichting; c. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de Raad van Toezicht vastgesteld bedrag; d. het oprichten van een rechtspersoon waarin de Stichting aanmerkelijke bestuurlijke invloed zal hebben; e. de beëindiging van het dienstverband van meer dan 10% van de werknemers van de Stichting tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; f. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van meer dan 10% van de werknemers van de Stichting; g. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van de samenwerking van substantieel belang is voor de Stichting; h.
het vaststellen van een klachtenregeling, een klokkenluidersregeling en een treasurystatuut van de Stichting; i. een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling voor de Stichting; j. het stichten, opheffen, samenvoegen, k. splitsing, fusie, statutenwijziging of ontbinding van de Stichting. 7. Het bestuur formuleert en ontwikkelt de beleidskaders voor de Stichting. De uitwerking daarvan en de rol van de Raad van Toezicht daarbij is geregeld in het bestuursreglement. 9. Alle bestuursbesluiten worden in meerderheid genomen. In het geval de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. De Raad van Toezicht wordt over een dergelijke situatie geïnformeerd. 9 2 toegevoegd
2. Het bestuursreglement wordt vastgesteld door het bestuur na verkregen goedkeuring van de Raad van Toezicht.
10
1. Het toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken is opgedragen aan de Raad van Toezicht. Het toezicht omvat tevens de naleving door het bestuur van de wettelijke verplichtingen, van de toepassing van de Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs en eventuele afwijkingen daarvan. De Raad van Toezicht ziet ook toe op de rechtmatige verwerving en doelmatige en rechtmatige 2 bestemming en aanwending van de middelen van de scholen op grond van de Wet op het Primair Onderwijs. 2. De gemeenteraden oefenen ter zake in hun gemeente gelegen scholen toezicht uit op de Stichting op grond van de Wet op het Primair Onderwijs en hetgeen in deze
11
2, 3, 4, 5, 9, 10,
NB t.a.v. artikel 11: Lid 9. is verwijderd, daardoor is lid 10., lid 9. geworden en zo verder tot lid 15. In lid 13c en 13e, zijn bij de verwijzingen de correcte lidnummers genoemd.
Om benoembaar te zijn tot voorzitter of lid van de Raad van Toezicht dient een kandidaat de grondslag van de Stichting, zoals deze is omschreven in artikel 3 van deze statuten, te onderschrijven. 3. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de gemeenteraden met inachtneming van het volgende: a. Ten minste een derde gedeelte van die leden, doch geen meerderheid, wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken scholen. De ouders worden hierin vertegenwoordigd door de oudergeleding van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad. b. Eén lid wordt benoemd op bindende voordracht van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad. c. De overige leden van de Raad van Toezicht worden door de gemeenteraden benoemd op voordracht van de Raad van Toezicht. 4. Bij de samenstelling van de Raad van Toezicht als geheel wordt gestreefd naar een herkenbare vertegenwoordiging van het gebied waarin de Stichting werkt. De samenstelling van de Raad van Toezicht is zodanig, dat zij bijdraagt aan de verankering van De Stichting in de samenleving. 5. De Raad van Toezicht stelt bij reglement een procedure vast voor de voordracht als bedoeld in lid 3 van dit artikel en zendt dit (onderdeel van dit) reglement ter advisering
3
Lid 17. is verplaatst naar positie van lid 15. Lid 16 is verwijderd, waarmee lid 17, lid 15 en lid 17, lid 16 is geworden
13
naar de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad en ter kennisname aan de raden van de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland. 9. In de Raad van Toezicht kunnen geen zitting hebben: a. personen die in dienstbetrekking zijn bij de Stichting; b. personen die direct of indirect betrokken zijn bij levering van goederen of diensten aan de Stichting; c. leden van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraden en het Decentraal Georganiseerd Overleg; d. leden van de gemeenteraad van de betrokken gemeenten; e. leden van het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten. 10. De vergoeding voor de leden van de Raad van Toezicht geschiedt op basis van een door de Raad van Toezicht vastgesteld reglement. Jaarlijks wordt door het bestuur in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van dit reglement zijn uitgegeven.
Dit reglement wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht en mag geen bepalingen bevatten in strijd met deze statuten
14
Lid 6 is toegevoegd, Oud lid 6 is daarom 7 enz. Oud lid 10 is verwijderd Oud lid 9 is opgesplitst in lid 8 en lid 10 15 1
6. Het bestuur zendt de vastgestelde (gewijzigde) begroting aan de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland. Deze kunnen desgewenst een zienswijze op de begroting kenbaar maken aan het bestuur. Het bestuur brengt een dergelijke zienswijze, alsmede de voorgenomen reactie daarop, ter kennis van de Raad van Toezicht. 8. Het bestuur brengt gelijktijdig met het jaarverslag aan de Raad van Toezicht verslag uit aan de gemeenteraden over de werkzaamheden waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs in zowel de openbare scholen als de samenwerkingsscholen. 10. De goedkeuring strekt het bestuur tot decharge.
1. Aan iedere samenwerkingsschool zoals bedoeld in artikel 17d van de Wet op het Primair Onderwijs is een identiteitscommissie verbonden 16
6a,
Lid 6c is toegevoegd
6. Een lid van de identiteitscommissie treedt voorts uit functie: a. door zijn vrijwillig of periodiek aftreden; b. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; c. door verlies van de hoedanigheid als bedoeld in artikel 15 op basis waarvan betrokkene is benoemd; d. door zijn overlijden.
4
17
1
1. De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bestuur en de directeur over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. 20
1
1. Bij de benoeming en het ontslag van personeel aan de samenwerkingsschool als bedoeld in artikel 3 lid 2 sub b. houdt het bestuur zoveel mogelijk rekening met een evenwichtige spreiding naar grondslag en openbaar karakter. 22, titel
1a, 4
Artikel 22 Statutenwijziging en juridische fusie 1. a. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen of een besluit tot fusie van de Stichting te nemen. 4. Elke wijziging van de statuten of besluit tot fusie behoeft vóór de inwerkingtreding de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht en van de gemeenteraden. Het besluit van de Raad van Toezicht tot het verlenen of onthouden van voorafgaande goedkeuring aan wijziging van de statuten of fusie moet worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in de hiertoe uitgeschreven vergadering niet alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, wordt binnen een termijn van twee maanden een nieuwe vergadering bijeengeroepen. In deze vergadering kan het besluit tot het verlenen of onthouden van goedkeuring worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal dan aanwezige of vertegenwoordigde leden van de Raad van Toezicht. 23
1
Lid 2 en 3 zijn verwijderd Lid 4 is lid 2 geworden
1. Het bestuur kan, met in achtneming van het gestelde in artikel 159 van de Wet op het Primair Onderwijs, besluiten tot opheffing van een door de Stichting in stand gehouden school of nevenvestiging. 2. Het besluit tot opheffing van een school of nevenvestiging behoeft voor de inwerkingtreding de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht.
5
24
2
2. Ontbinding van de Stichting door het bestuur behoeft vóórafgaand aan de inwerkingtreding de goedkeuring van de Raad van Toezicht en van de gemeenteraden. Het gestelde in lid 4 van artikel 22 is van overeenkomstige toepassing.
6