CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Was- wordt lijst Verordening Hart voor de Jeugd

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Verordening Hart voor de Jeugd Opsterland 2024 (H)7.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt lijst verordening Hart voor de jeugd Opsterland 2024 Leeswijzer: -

-

-

Was (tekst in de Verordening Hart voor de Jeugd 2020): in deze kolom wordt aangegeven welke tekst uit de oude verordening is verwijderd dan wel welke tekst is aangepast. Bij ‘n.v.t.’ is alleen iets aan de nieuwe verordening toegevoegd. Wordt (tekst in de Verordening Hart voor de Jeugd Opsterland 2024): in deze kolom wordt aangegeven welke tekst aan de nieuwe verordening is toegevoegd dan wel hoe nieuwe teksten zijn geformuleerd. Bij de aanduiding ‘verwijderd’ in deze kolom is de tekst van de verordening verwijderd. Daarbij is een motivatie opgenomen voor de verwijdering van de tekst. Wijzigingen in artikel: in deze kolom wordt aangegeven op welk artikel en lidnummer de genoemde wijzigingen betrekking hebben.

Datum: 18 oktober 2023 Was (tekst in de Verordening Hart voor de Jeugd 2020) Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Opsterland houdende regels omtrent goede en toegankelijke jeugdhulp (Verordening Hart voor de Jeugd 2020 Opsterland) De raad van de Gemeente Opsterland, Gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders d.d. 1 september 2020,

Wordt (tekst in de Verordening Hart voor de Jeugd 2024) De raad van de gemeente Opsterland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. (datum); met het oog op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet; overwegende dat: • de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft ondergebracht; •

het uitgangspunt daarbij is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen eerst bij de ouder(s) en de jeugdige zelf ligt;

•

de jeugdhulp zo kort mogelijk duurt, zo licht mogelijk en zo dichtbij mogelijk is, wat past bij de hulpvraag;

•

het noodzakelijk is om regels vast te stellen over:

gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet;

-

-

Wijzigingen in artikel Tekst voorafgaand aan de artikelen

de individuele voorzieningen en algemene voorzieningen die het college kan toekennen; de voorwaarden voor toekenning en de manier van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening; de manier waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen;

1

-

N.v.t.

Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; Boven-gebruikelijke hulp of zorg: hulp of zorg die meer is dan hulp of zorg die in redelijkheid mag worden verwacht.

N.v.t. consulent: medewerker van het gebiedsteam. N.v.t.

formele hulp: formele ondersteuning die wordt geboden door een professional, die alleen een zakelijke relatie met de jeugdige en/of ouder heeft niet zijnde een persoon uit het sociaal netwerk van de jeugdige en/of ouder, als bedoeld in artikel 11. Gebiedsteam: Het gebiedsteam is de gemeentelijke toegang voor alle inwoners met vragen omtrent zorg en ondersteuning op de terreinen wonen, welzijn, zorg, werk & inkomen en jeugd & gezin.

de manier waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld en de voorwaarden waaronder iemand een persoonsgebonden budget krijgt; - het voorkomen van misbruik van de wet of dat er onterecht een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget wordt ontvangen; - een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. algemene voorziening: aanbod van activiteiten dat, zonder onderzoek vooraf naar de behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden van de jeugdige, toegankelijk is. Andere voorziening: voorziening anders dan in de wet omschreven, op het gebied van zorg, (passend) onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, kinderopvang of werk en inkomen, wel of niet vrij toegankelijk. Verwijderd: het toevoegen van het begrip aan de verordening heeft geen juridische meerwaarde en kan wellicht ten onrechte de indruk wekken dat boven-gebruikelijke hulp ‘in principe’ verwacht mag worden. Advies van een jurist was om de uitwerking op te nemen in de beleidsregels.

college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland Verwijderd: dit is verwijderd om de verordeningen van de OWO-gemeenten beter op elkaar te laten aansluiten eigen kracht: mate waarin de jeugdige en de ouder(s), eventueel samen met het sociaal netwerk van de jeugdige en de ouder(s), zelf of samen het aanvaardbare niveau van een veilige ontwikkeling kunnen bereiken of behouden. formele hulp: formele ondersteuning die wordt geboden door een persoon, als bedoeld in artikel 11, tweede lid onderdeel a van deze verordening.

gebiedsteam: onder verantwoordelijkheid van het college werkzaam team van medewerkers belast met - onder andere - de uitvoering van de wet.

Artikel 1: begripsbepalingen

Artikel 1: begripsbepalingen

Artikel 1: begripsbepalingen

Artikel 1: begripsbepalingen Artikel 1: begripsbepalingen Artikel 1: begripsbepalingen

Artikel 1: begripsbepalingen

Artikel 1: begripsbepalingen

2

hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroeien opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid informele hulp: informele ondersteuning die wordt geboden door een persoon die geen formele hulp biedt, zoals een persoon uit het sociaal netwerk of een beroepskracht die niet voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 11 intensiteit: de intensiteit geeft de zwaarte aan van de behandeling, begeleiding of ondersteuning maatwerkplan: (ook wel een ondersteuningsplan genoemd) een plan waarin het gesprek wordt weergegeven, welke hulpvraag er is, welke concrete oplossingen kunnen worden geboden en tot welke resultaten deze moeten leiden; melding: melding van een hulpvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid; N.v.t..

ondersteuningsprofiel: een algemeen geformuleerd profiel binnen specialistische jeugdhulp dat de aard van de ondersteuningsbehoefte weergeeft N.v.t.

Pgb: persoonsgebonden budget. Pgb-plan: een document waarin door de pgb-aanvrager is omschreven hoe hij/zij de zorg, hulp en/of begeleiding wil gaan regelen, zie artikel 11 lid 3;

hulpvraag: vraag van een jeugdige of de ouder(s) over zorg en ondersteuning op de terreinen wonen, welzijn, zorg, werk & inkomen en jeugd & gezin, waarbij een behoefte van een jeugdige of de ouder(s) aan jeugdhulp kan zijn in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet. individuele voorziening: op de jeugdige of de ouder(s) afgestemde voorziening die pas na onderzoek kan worden verstrekt als bedoeld in artikel 3, tweede lid van deze verordening. informele hulp: informele ondersteuning die wordt gegeven door een persoon, als bedoeld in artikel 11, tweede lid onderdeel b en c van deze verordening.

Artikel 1: begripsbepalingen

intensiteit: zwaarte van de behandeling, begeleiding of ondersteuning

Artikel 1: begripsbepalingen

ondersteuningsplan: verslaglegging van het gesprek als onderdeel van het onderzoek naar de behoefte aan jeugdhulp.

Artikel 1: begripsbepalingen

Verwijderd, want formeel komt een melding niet voor in de jeugdwet. ouder(s): gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder als bedoeld in artikel 1.1 van de wet. ondersteuningsprofiel: algemeen profiel binnen specialistische jeugdhulp die de ondersteuningsbehoefte weergeeft.

Artikel 1: begripsbepalingen Artikel 1: begripsbepalingen

ouder(s): gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder als bedoeld in artikel 1.1 van de wet. persoonsgebonden budget (pgb): budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet. pgb-plan: een document waarin door de pgbaanvrager is beschreven hoe hij of zij de zorg, hulp of begeleiding wil gaan regelen, als bedoeld in artikel 11 eerste lid van deze verordening.

Artikel 1: begripsbepalingen

Artikel 1: begripsbepalingen Artikel 1: begripsbepalingen

Artikel 1: begripsbepalingen

Artikel 1: begripsbepalingen Artikel 1: begripsbepalingen

3

N.v.t.

Sociaal netwerk; personen uit de huiselijke kring en andere personen waarmee iemand een sociale relatie onderhoudt. Bij deze laatste groep kan gedacht worden aan familieleden die niet in hetzelfde huis wonen, buren, vrienden, kennissen ed. Traject: omvat alle ondersteuning die een jongere en/of het gezin nodig heeft in een bepaalde situatie ZIN: zorg in natura.

Algemene verordening gegevensbescherming. N.v.t. N.v.t.

Jeugdigen en ouders komen slechts in aanmerking voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: N.v.t. Of sprake is van gebruikelijke hulp wordt beoordeeld aan de hand van de richtlijn ‘Gebruikelijke hulp’ zoals opgenomen in de beleidsregels. Als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: a. als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen,

pleegouder: persoon die een jeugdige die niet zijn kind of stiefkind is, als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt en daartoe een pleegcontract heeft gesloten met een pleegzorgaanbieder als bedoeld in artikel 1.1 van de wet. Verwijderd: Dit begrip is al opgenomen in de jeugdwet.

Artikel 1: begripsbepalingen

Verwijderd: Dit begrip hoort meer in de beleidsregels thuis en is om die reden verwijderd. Zorg in Natura (ZIN): een individuele voorziening als bedoeld in artikel 3, tweede lid van deze verordening, die wordt verleend door een aanbieder waarmee de gemeente afspraken heeft gemaakt. de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming Artikel 2 en 3 zijn omgedraaid Wanneer sprake is van opgroei- of opvoedingsproblematiek die een bedreiging kan vormen voor een veilige cognitieve, sociale, emotionele of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige kan een individuele voorziening worden toegekend. Bij het bepalen van de mate van de opgroeiof opvoedingsproblematiek wordt gebruik gemaakt van het ordeningsprincipe Kind in Fryslân. Jeugdigen en ouder(s) komen alleen in aanmerking voor een individuele voorziening als zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:

Artikel 1: begripsbepalingen

door gebruik te maken van een aanvullende verzekering die ouder(s) hiervoor hebben afgesloten. Of sprake is van gebruikelijke hulp wordt beoordeeld volgens de richtlijn ‘Gebruikelijke hulp’ zoals opgenomen in de beleidsregels Hart voor de jeugd 2024 van de gemeente Opsterland De jeugdige en de ouder(s) kunnen in aanmerking komen voor een voorziening voor de kosten voor jeugdhulp die door de jeugdige of de ouder(s) zijn gemaakt drie maanden voorafgaand aan de aanvraag, als:

Artikel 2 (eerder 3). Criteria Individuele voorziening

Artikel 1: begripsbepalingen

Artikel 1: begripsbepalingen

Artikel 1: begripsbepalingen Artikel 2 en 3 Artikel 2 (eerder 3). Criteria Individuele voorziening

Artikel 2 (eerder 3). Criteria Individuele voorziening

Artikel 2 (eerder 3). Criteria Individuele voorziening

Artikel 2 (eerder 3). Criteria Individuele voorziening

a. op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of

4

psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; b. voor zover het college de noodzaak, adequaatheid en geschiktheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.

opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet; b. het college de noodzaak en geschiktheid van de voorziening en de gemaakte kosten voor zover achteraf nog kan beoordelen, en; c.

De volgende vormen van ondersteuning zijn zonder indicatie beschikbaar (algemene voorzieningen):

de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.

De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar: a. preventieve jeugdhulp via de gebiedsteams en de publieke jeugdgezondheidszorg;

a. preventieve jeugdhulp, waaronder publieke jeugdgezondheidszorg

b. basisvoorzieningen via het jongerenwerk;

b. toegang en toeleiding en lichte generalistische ambulante ondersteuning De volgende vormen van ondersteuning zijn niet zonder voorafgaand onderzoek beschikbaar (individuele voorzieningen):

c. opgroei- en opvoedondersteuning. De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar:

a. Dyslexiezorg:

i.

Ondersteuning voor jeugdigen met (een vermoeden van) ernstig enkelvoudige dyslexie (EED), in de vorm van dyslexieonderzoek en/of behandeling. Dyslexiezorg wordt geboden aan jeugdigen in de leeftijd van 7 tot en met 12 jaar, dan wel aan jeugdigen waarvan de dyslexiezorg vóór de 13e verjaardag van het kind is gestart. Er is sprake van dyslexie wanneer bij een jeugdige lezen, spellen en schrijven, gezien de leeftijd en het onderwijsniveau, te moeizaam gaan terwijl het kind wel een gemiddelde intelligentie heeft.

Ondersteuning voor jeugdigen met (een vermoeden van) ernstige dyslexie (ED).

b. Pleegzorg: Ondersteuning waarbij pleegouders de jeugdige verblijf, verzorging en opvoeding bieden in combinatie met professionele begeleiding van het pleegkind, de pleegouders en de biologische ouders door een

Artikel 3 (eerder 2). Vormen van ondersteuning

ii.

Artikel 3 (eerder 2). Vormen van ondersteuning

Dyslexiezorg:

Pleegzorg:

Pleegzorg is ondersteuning voor jeugdigen die (tijdelijk of blijvend) niet thuis kunnen wonen. iii.

Woonvoorziening:

Woonvormen voor jeugdigen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen, waar jeugdigen kunnen opgroeien en opvoedondersteuning1 ontvangen. iv.

Specialistische jeugdhulp:

Ondersteuning voor jeugdigen met ontwikkelings- en gedragsproblemen. v.

Hoogspecialistische jeugdhulp:

Zeer complexe, intensieve (niet zijnde ambulante) specialistische jeugdhulp, soms

1 Opvoedondersteuning wordt hier gezien als het helpen of oplossen van bestaande zorgen en problemen bij

het opgroeien van jeugdigen.

5

pleegzorgaanbieder. Pleegzorg kan zowel tijdelijk als langdurig en zowel 24/7 als in deeltijd of weekeind opvang (respijtzorg) geboden worden. Een pleeggezin kan zowel een gezin uit het pleeggezinnenbestand van een voorziening voor pleegzorg als een gezin uit het eigen netwerk van familie of bekenden zijn.

gedwongen, waarbij een klinische vangnetsetting (Jeugdzorg Plus) of, een Driemilieuvoorziening (of vergelijkbare intramurale voorziening) noodzakelijk is.

c. Specialistische jeugdhulp:

3. Het college stelt bij nadere regeling ondersteuningsprofielen en intensiteiten vast.

Specialistische jeugdhulp:

vi.

Crisishulp

Is een vorm van ondersteuning die directe inzet vraagt om de veiligheid van de jeugdige en ouder(s) te garanderen.

Alle ambulante jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf, niet zijnde dyslexiezorg, pleegzorg of hoogspecialistische jeugdhulp. Ambulante jeugdhulp betreft jeugdhulp die op vaste of onregelmatige tijden plaats vindt bij de jeugdige thuis, op locatie van de aanbieder of elders, waaronder kan worden verstaan een school of kinderdagverblijf en dergelijke. Bij Jeugdhulp met verblijf verblijft een jeugdige, op vrijwillige of gedwongen basis, in een instelling. Specialistische Jeugdhulp, zowel ambulante jeugdhulp als jeugdhulp met verblijf, wordt op basis van een ondersteuningsprofiel en in de vorm van een traject geboden. Verblijf wordt altijd in combinatie met een ondersteuningsprofiel verstrekt en kan niet apart verstrekt worden. Indien van toepassing is persoonlijke verzorging bij de profielen inbegrepen. d. Hoogspecialistische jeugdhulp: Zeer complexe, intensieve specialistische jeugdhulp, waarbij een klinische achtervang in een besloten of gesloten (Jeugdzorg Plus) setting, een driemilieuvoorziening of spoedeisende ondersteuning (Crisiszorg) noodzakelijk en 24/7 beschikbaar is. Er is sprake van meervoudige ernstige problematiek, die vraagt om een multidisciplinaire aanpak vanuit meerdere jeugdhulpdisciplines.

6

Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts 1. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde verwijzer van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2. De verwijzer ontvangt via het berichtenverkeer een bericht wanneer de aangevraagde jeugdhulp akkoord is.

Jeugdigen en ouders of belanghebbenden kunnen een hulpvraag melden bij het college.

Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk. In spoedeisende gevallen zorgt het college zo spoedig mogelijk voor passende tijdelijke ondersteuning of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp zoals bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet. Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een algemene voorziening. 1.Het college verzamelt in overleg met de jeugdige en/of de ouders de noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een

Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de huisarts, de rechtbank, een gecertificeerde instelling, medisch specialist of jeugdarts 1.Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als de genoemde verwijzer van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.

Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de huisarts, de rechtbank, een gecertificeerde instelling, medisch specialist of jeugdarts

2.Als de jeugdige of de ouder(s) dit verzoeken, legt het college de individuele voorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 10 van deze verordening. 3.Als naar een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder wordt verwezen, is voor de start van de jeugdhulp toestemming van het college verplicht. Jeugdigen, de ouder(s) of andere belanghebbenden kunnen een hulpvraag stellen aan het gebiedsteam. Het gebiedsteam bekijkt of de hulpvraag direct is te beantwoorden of dat een gesprek met de jeugdige en de ouder(s) nodig is. Het gebiedsteam ondersteunt de jeugdigen, de ouder(s) of andere belanghebbenden bij het verkennen van de hulpvraag. Indien noodzakelijk kan de hulpvraag van de jeugdige en de ouder(s) leiden tot een aanvraag om een individuele voorziening op het gebied van Jeugdhulp. Verwijderd: het begrip melding is uit de verordening gehaald. Zie voorgaande opmerking over een melding pagina 1. In spoedeisende gevallen zorgt het college zo spoedig mogelijk voor passende tijdelijke ondersteuning of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp zoals bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. Verwijderd: er komt mogelijk binnenkort een vorm van een algemene voorziening die via het gebiedsteam gaat. Om die reden is deze zin verwijderd. 1.

Het college verzamelt in overleg met de jeugdige of de ouder(s) de gegevens die nodig zijn over de jeugdige en de situatie en maakt zo snel mogelijk een afspraak voor een gesprek als onderdeel van het onderzoek naar de behoefte aan jeugdhulp.

Artikel 5. Toegang jeugdhulp via de gemeente

Artikel 5. toegang jeugdhulp via de gemeente Artikel 5. toegang jeugdhulp via de gemeente

Artikel 5. toegang jeugdhulp via de gemeente Artikel 6. Vooronderzoek toegang jeugdhulp via de gemeente

7

familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. 2.Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 3.Het college kan in overleg met de jeugdige en/of de ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan ondersteuning op het gebied van Jeugdhulp, voert het college in samenspraak met jeugdige en/of zijn ouders door of namens wie de melding is gedaan, uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit. Het college onderzoekt, in een gesprek tussen de consulent van het gebiedsteam en de jeugdige en/of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: a.de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en de aard van de hulpvraag; b.

het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; c.het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; d.de mogelijkheden met betrekking tot gebruikelijke- en boven gebruikelijke hulp. De vraag of er sprake is van gebruikelijke of boven gebruikelijke hulp wordt beoordeeld

2. Voorafgaand aan het gesprek geven de jeugdige of de ouder(s) aan het college alle overige gegevens en stukken die volgens het college voor het onderzoek nodig zijn. De jeugdige en de ouder(s) laten in ieder geval een identificatiedocument zien als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. 3. Het college kan in overleg met de jeugdige of de ouder(s) van het vooronderzoek afzien.

Als bij het college een aanvraag wordt gedaan voor een individuele voorziening, voert het college in overleg met de jeugdige of de ouder(s) een onderzoek uit. Dit wordt gedaan met of namens de persoon die de aanvraag heeft gedaan.

Artikel 7. Onderzoek toegang jeugdhulp via de gemeente

Het college onderzoekt met de jeugdige of de ouder(s);

Artikel 7. Onderzoek toegang jeugdhulp via de gemeente

a) de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem van de hulpvraag; b) het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; c) de mogelijkheden van de jeugdige of de ouder(s) om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; d) de mogelijkheden van gebruikelijke hulp; e) de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; f) de mogelijkheden om preventieve jeugdhulp te verlenen door gebruik

8

aan de hand van de richtlijn die is opgenomen in de beleidsregels;

te maken van een algemene voorziening;

e.de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;

g) de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken;

f.de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; g.de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken;

h) de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening kan worden afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;

h.de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening kan worden afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;

i) hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienst, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en de ouder(s), en;

i. hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en

j) de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of de ouder(s) in begrijpelijke bewoording worden ingelicht over de gevolgen van die keuze.

j.de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoording worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.

Als de jeugdige en de ouder(s) een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, bekijkt het college dat bij het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 7 eerste lid van deze verordening.

Artikel 7. Onderzoek toegang jeugdhulp via de gemeente

Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 7.

Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 7 van deze verordening.

Artikel 8. Ondersteuningsplan toegang jeugdhulp via de gemeente

Het college stelt een maatwerkplan op conform artikel 1.k. (artikel 9)

Het college geeft aan de jeugdige of de ouder(s) een ondersteuningsplan van de uitkomsten van het onderzoek, behalve als ze dit niet wensen. (artikel 8) Het college voegt opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of de ouder(s) aan het ondersteuningsplan toe

Artikel 8. Ondersteuningsplan toegang jeugdhulp via de gemeente Artikel 8. Ondersteuningsplan toegang jeugdhulp via de gemeente Artikel 9. Aanvraag toegang jeugdhulp via de gemeente

Het college voegt opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige en/of zijn ouders aan het verslag toe. Jeugdigen en/of ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college. (artikel 10)

Jeugdige of diens ouder(s) kunnen met een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier een aanvraag doen voor een individuele voorziening. (artikel 9)

9

Indien uit het verslag of maatwerkplan de behoefte aan een individuele voorziening blijkt, kan het college een ondertekend verslag van het gesprek met daarin het profiel en de startdatum als aanvraag zien, als dit in of op het verslag is aangegeven. (artikel 10) De beschikking op een aanvraag zoals bedoeld in artikel 10 wordt uiterlijk binnen twee weken na datum ontvangst van de aanvraag afgegeven. (artikel 11) In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de beschikking tevens de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken vastgelegd. welke vorm van jeugdhulp wordt verstrekt en waar de vorm van jeugdhulp op gebaseerd is; Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een Pgb wordt in een beschikking in ieder geval vastgelegd: a. ten behoeve van welke vorm jeugdhulp een Pgb verstrekt wordt en waar de vorm van jeugdhulp op gebaseerd is; b. indien sprake is van een Pgb voor specialistische jeugdhulp welk budget toereikend moet zijn om de geïndiceerde zorg in te kunnen kopen. c.

wat de beoogde resultaten zijn en op welke termijn deze behaald dienen te worden;

Het college ziet een ondertekend ondersteuningsplan als aanvraag als dit door de jeugdigen of de ouder(s) wordt aangegeven. (artikel 9)

Artikel 9. Aanvraag toegang jeugdhulp via de gemeente

Verwijderd: de termijnen zijn uitgewerkt in de beleidsregels.

In de beschikking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt.

Artikel 10. Beschikking toegang jeugdhulp via de gemeente

In de beschikking van een individuele voorziening worden de gemaakte afspraken met de jeugdige of de ouder(s) vastgelegd.

Artikel 10. Beschikking toegang jeugdhulp via de gemeente

welke vorm van jeugdhulp wordt verstrekt en waar de vorm van jeugdhulp op is gebaseerd; Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:

Artikel 10. Beschikking toegang jeugdhulp via de gemeente Artikel 10. Beschikking toegang jeugdhulp via de gemeente

a. voor welke vorm van jeugdhulp een pgb wordt verstrekt en waar de vorm van jeugdhulp op is afgestemd; b. wat de bedoelde resultaten zijn en op welke termijn deze behaald moeten worden; c. wat de ingangsdatum en de duur van de beschikking is; d. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; e. wat de hoogte van het pgb is en op welke gronden dit bedrag is bepaald; f. op welke andere voorzieningen mogelijk aanspraak bestaat, en; g. dat tussentijdse evaluatie kan leiden tot aanpassing van de beschikking.

d. wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking is; d. de randvoorwaarden die gelden voor de besteding van het Pgb; e. wat de hoogte van het Pgb is en op welke gronden dit bedrag is bepaald;

10

f.

indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn;

h.dat tussentijdse evaluatie kan leiden tot aanpassing van de beschikking. Artikel 12. Regels voor Pgb Een individuele voorziening kan in ZIN of Pgb worden verstrekt. Het college verstrekt een Pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1. van de wet. In aanvulling op lid 1 kan een Pgb alleen verstrekt worden door het college en op basis van een Pgbplan waarin minimaal de volgende onderdelen zijn benoemd: motivatie waarom een individuele voorziening in de vorm van ZIN niet passend is; eigen kracht dan wel eigen inzet van de ouders en het netwerk of familie, om de aan een Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; de beoogde resultaten van de hulpverlening en ondersteuning; indien informele hulp: wijze van professionele ondersteuning, al dan niet vanuit ZIN. hoe de kwaliteit van de hulp en ondersteuning gewaarborgd is; N.v.t. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister, en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel.

Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken en werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-

Artikel 11. Regels voor pgb Verwijderd: Er zijn begrippen toegevoegd in de begripsbepalingen waardoor de zin overbodig is.

Artikel 12 is nu 11 Artikel 11. Regels voor pgb

Verwijderd: blijkt al uit de wet en is hiermee overbodig.

Artikel 11. Regels voor pgb

Een pgb wordt verstrekt door het college op basis van een pgb-plan waarin minimaal de volgende onderdelen zijn benoemd:

Artikel 11. Regels voor pgb

de motivatie door jeugdige of de ouder(s) waarom een individuele voorziening in de vorm van ZIN niet past; eigen kracht bij eigen inzet van de ouder(s) en het netwerk of de familie;

Artikel 11. Regels voor pgb

de bedoelde resultaten van de hulpverlening en ondersteuning; Verwijderd: in de beleidsregels wordt dit toegelicht

Artikel 11. Regels voor pgb

hoe de kwaliteit van de hulp en ondersteuning verzekerd is een begroting. personen die werkzaam zijn bij een instelling en die voor het uitvoeren van de pgb taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die relevante diploma’s hebben die nodig zijn voor het doen van hun taken, of;

Artikel 11. Regels voor pgb

personen die een Zelfstandige zonder personeel zijn. Daarnaast moeten ze voor het uitvoeren van de pgb taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor het uitoefenen van de taken, of;

Artikel 11. Regels voor pgb

personen die ingeschreven staan in het register, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) of artikel

Artikel 11. Regels voor pgb

Artikel 11. Regels voor pgb

Artikel 11. Regels voor pgb

Artikel 11. Regels voor pgb Artikel 11. Regels voor pgb

11

register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. desbetreffende Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in eerste of tweede graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. Ook wanneer jeugdhulp geboden wordt door iemand uit het sociale netwerk van de ouders en/of jeugdige is er sprake van informele hulp. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 onder a of b, is sprake van informele hulp, waarbij de criteria van de norm verantwoorde werk toedeling in acht worden genomen. In aanvulling op lid 1 verstrekt het college geen Pgb informele hulp voor een GGZ- behandeling, specifieke begeleiding en zware dagondersteuning. Ook pleegzorg, crisishulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering kunnen niet vallen onder Pgb informele hulp. n.v.t. is gebaseerd op een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan besteden; n.v.t.

Het tarief voor een Pgb voor informele hulp wordt vastgesteld op 25% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura.

De hoogte van het Pgb voor formele hulp bedraagt 90% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura.

5.2.1 van het Besluit Jeugdwet voor het uitvoeren van jeugdhulp. Verwijderd: het woord is niet nodig om de zin te vormen en is niet B1. Als de jeugdhulp geboden wordt door het sociaal netwerk van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp.

Artikel 11. Regels voor pgb

Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in artikel 11 het tweede lid onderdeel a van deze verordening, is sprake van informele hulp. Dit geldt ook voor een beroepskracht die niet voldoet aan de gestelde eisen.

Artikel 11. Regels voor pgb

Het college verstrekt geen pgb informele hulp voor:

Artikel 11. Regels voor pgb

een GGZ- behandeling; specifieke begeleiding; zware dagondersteuning of wonen; crisishulp (spoedeisende jeugdhulp); pleegzorg; jeugdbescherming en jeugdreclassering Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen. is afgestemd op een door de jeugdige of de ouder(s) opgesteld pgb-plan over hoe zij het pgb gaan besteden;

Artikel 11. Regels voor pgb

-

Artikel 11. Regels voor pgb Artikel 11. Regels voor pgb

De volgende vormen van pgb zijn beschikbaar: Begeleiding (inclusief persoonlijke verzorging); Specialistische begeleiding; Dagbesteding; Logeren; Vervoer.

Artikel 11. Regels voor pgb

Het pgb tarief voor informele ondersteuning bedraagt maximaal het uurloon van de passende loonschaal uit de geldende CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) (hoogste periodiek, inclusief vakantietoeslag en tegenwaarde van verlofuren) De tarieven voor het pgb jeugd voor formele hulp zijn gebaseerd op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) pgbtarieven, dit is 90% van de ZIN tarieven (Wmo). Deze worden jaarlijks vastgesteld

Artikel 11. Regels voor pgb

Artikel 11. Regels voor pgb

12

In ieder geval is, in afwijking met bovenstaande artikelen, het tarief nooit lager dan het uurbedrag dat geldt, gebaseerd op een 36-urige werkweek voor een persoon van 22 jaar of ouder, van het wettelijk minimumloon zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag N.v.t.

Het college verstrekt geen Pgb voor kosten ten behoeve van: a. bemiddeling; b. tussenpersonen en belangenbehartigers; c.

feestdagenuitkering;

d. eenmalige uitkering; e. reiskostenvergoeding.

n.v.t.

door het college. De tarieven zijn berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatieve goede diensten en zorg in te kopen.

Het pgb-tarief bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in deze situatie goedkoopste individuele voorziening op basis van ZIN van de gemeente Opsterland Het pgb-budget is niet bedoeld voor de volgende kosten:

Artikel 11. Regels voor pgb

Artikel 11. Regels voor pgb

a. kosten voor bemiddeling, coördinatie, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor de uitvoering van taken die horen bij budgetbeheer; c. reiskosten van de hulpverlener; d. bijkomende zorgkosten zoals opleiding, maaltijden en entreegelden; e. kosten ten behoeve van een feestdaguitkering en een eenmalige uitkering. 11. In afwijking van artikel 11 elfde lid onderdeel c van deze verordening kan een deel van het pgb-budget worden aangewend voor reiskosten. Dit is slechts mogelijk met toestemming van het college en als dit niet ten koste gaat van het budget wat noodzakelijk is voor de jeugdhulp zelf.

Artikel 11. Regels voor pgb

12.Als een budgethouder vaste afspraken heeft met een zorgverlener of zorginstelling, kan een betaling van een vast bedrag per maand worden afgesproken. 13.Het college staat een eenmalige uitkering toe bij beëindiging van het pgb als de betaling past binnen het huidige budget. 14.Het college mag een pgb weigeren als het pgb wordt beheerd door dezelfde persoon als wie de hulp gaat bieden. 15.Onverminderd artikel 8.1.1, van de wet geeft het college geen pgb uit voor zover de aanvraag gaat over kosten die de jeugdige of

13

Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien, intrekken, wijzigen dan wel beëindigen als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;

de ouder(s) voor het indienen van de aanvraag hebben gemaakt. Volgens artikel 8.1.2 van de wet geven de jeugdige of de ouder(s) op verzoek of uit eigen beweging aan het college alle feiten en omstandigheden die belangrijk zijn en kunnen leiden, tot het opnieuw beoordelen van een beslissing over een individuele voorziening.

Artikel 12. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Volgens artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing over een individuele voorziening herzien, intrekken, wijzigen of beëindigen als het college vaststelt dat:

Artikel 12. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

a.de jeugdige of de ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben gegeven en dit tot een andere beslissing zou hebben geleid; b.de jeugdige of de ouder(s) niet langer de individuele voorziening of het pgb nodig hebben;

b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het Pgb zijn aangewezen;

c.de individuele voorziening of het pgb niet meer voldoende is;

c.

d.de jeugdige of de ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of;

de individuele voorziening of het Pgb niet meer toereikend is te achten;

d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het Pgb; of e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het Pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten Pgb Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als

e.de jeugdige of de ouder(s) de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.

Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onderdeel a van deze verordening, heeft ingetrokken omdat onjuiste of onvolledige gegevens zijn gegeven, wordt door het college geheel of gedeeltelijk het geld van de individuele voorziening of het pgb terug gevorderd.

Artikel 12. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onderdeel a van deze

Artikel 12. Nieuwe feiten en omstandigheden,

14

blijkt dat het pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. n.v.t.

verordening, heeft ingetrokken omdat onjuiste of onvolledige gegevens zijn gegeven, wordt door het college geheel of gedeeltelijk het geld van de individuele voorziening of het pgb terug gevorderd. 1.Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet.

herziening, intrekking of terugvordering

Artikel 13. Bestrijding oneigenlijk gebruik en misbruik

2.Het college kan nadere regels vaststellen over de bevoegdheden van de toezichthouder. N.v.t.

1.Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.

het Friese kwaliteitskader Jeugdhulp zoals vastgesteld door de Friese gemeenten.

Het college betrekt de jeugdige en de ouder(s) van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid over de jeugdhulp volgens de in artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels.

Artikel 14 (eerst 13). Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatre gelen en jeugdreclassering Artikel 15 (eerst 14) Inspraak en medezeggenschap

2.Het college stelt jeugdigen en/of hun ouders vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3.Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 4.Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

15

1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijk vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijk vertrouwenspersoon. Het college handelt alle klachten van jeugdigen en ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van jeugdhulpvragen en aanvragen, als bedoeld in deze verordening, af volgens de algemene klachtenregeling Opsterland. 1. Het college is, bij de verwerking van persoonsgegevens, gehouden aan de wettelijke bepalingen in de Wmo, de Jeugdwet, de daaruit afgeleide regelgeving, de Algemene Wet Bestuursrecht en de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

1. Het college wijst jeugdigen en ouder(s) erop dat zij zich kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Artikel 16 (eerst 15) Vertrouwenspersoon en cliëntondersteuning

2. Het college wijst jeugdigen en ouder(s) erop dat zij gebruik kunnen maken van kosteloze cliëntondersteuning.

Het college gebruikt voor de afhandeling van klachten van jeugdigen en ouder(s) die gaan over jeugdhulpvragen en aanvragen zoals bedoeld in deze verordening, de algemene klachtenregeling gemeente Opsterland.

Artikel 17 (eerst 16) Klachtregeling

Verwijderd: dat privacy voorop staat blijkt al uit de AVG waar wij ons als gemeente aan moeten houden en uit het gemeentelijke privacy beleid.

Voorheen artikel 17 Gegevensverwerking en privacy

Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van de jeugdige of de ouder(s) afwijken van de regels in deze verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 18. Hardheidsclausule

2. Het college draagt zorg voor het naleven van het door het college vastgestelde Privacy-protocol. 3. Het college informeert actief de bewoner/jeugdigen en hun ouders over zijn/hun privacy rechten en de gegevensverwerkingen die in het kader van de ondersteuning plaats vinden. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 20. Intrekking oude verordening, overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.De Verordening Hart voor de Jeugd 2020 Opsterland treedt in werking op 5 oktober 2020 onder

1. Een besluit op een aanvraag wordt genomen op basis van de op de datum van het besluit geldende verordening.

Artikel 19. Overgangsrecht, intrekking oude verordening en algemene bepalingen

16

gelijktijdige intrekking van de Verordening Jeugdhulp Hart voor de Jeugd 2018 Opsterland. 2.Jeugdigen en ouders houden recht op de lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Hart voor de Jeugd 2018 Opsterland, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3.In afwijking van het eerste lid blijft artikel 11, lid 4 van de Verordening Hart voor de Jeugd 2018 tot 1 januari 2021 van kracht. 4.Aanvragen die zijn ingediend onder de onder het eerste lid genoemde verordening en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening Hart voor de Jeugd 2018 Opsterland.

2. Jeugdigen en ouder(s) houden hun recht op de lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening Hart voor de Jeugd 2018, tot de einddatum van de beschikking, tenzij het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3. In afwijking van artikel 19 lid 2 van deze verordening worden beschikkingen van jeugdigen voor specialistische jeugdhulp, of een verblijfscomponent, die doorlopen na 1 juli 2024 in 2024 herbeoordeeld volgens de voor 2024 geldende verordening en beleidsregels, zodat kan worden bepaald welke vorm van ondersteuning het meest passend is. 4. In de gevallen waarin de uitvoering van deze verordening en de hierop afgestemde regels niet voorzien, beslist het college. 5. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening Hart voor de Jeugd 2018 wordt beslist volgens die verordening. 6. Het college is bevoegd voor de uitvoering van deze verordening nadere regels te stellen. 7. Bij een Jeugdhulpvoorziening met een startdatum vóór 1 januari 2024 wijzigt het pgb-tarief niet voor de duur van de jeugdhulpvoorziening waarvoor het pgb is bedoeld.

N.v.t.

Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel

1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. 2.De Verordening Hart voor de Jeugd 2018 wordt ingetrokken.

17

3.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Opsterland 2024. Bijlage 1 Toelichting Onderbouwing PGBtarieven

Verwijderd: De bijlage is verwijderd omdat de toelichting Onderbouwing PGB-tarieven is opgenomen in de beleidsregels.

Bijlage 1

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=a64c8594-9bc5-4b51-8a45-61ea4cb0a61d