Bijlage 3 - Oplegnotitie met was-wordt-tabel
Tekst van het document
OPLEGNOTITIE
Aan
GR has en hiem
Datum
26 april 2024
Betreft
Toelichting op Ontwerp-wijziging regeling GR has en hiem
lnleiding De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Súdwest-Fryslân, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke en Weststellingwerf zijn deelnemers in de Gemeenschappelijke regeling has en hiem. De basis daarvoor is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). Op 1 juli 2022 is de Wgr gewijzigd. De wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding verwerkt moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen, waaronder in de Gemeenschappelijke regeling has en hiem. Dit vergt een besluit van de deelnemers in de regeling. Zij hebben daarvoor toestemming nodig van hun vertegenwoordigende organen, de gemeenteraden. In dit wijzigingsbesluit is verder een aantal technische verbeteringen doorgevoerd en is de bekendmakingsregeling aangepast aan de per 1 juli 2021 in werking getreden Wet elektronische publicaties.
Deze oplegnotitie bevat een toelichting op de wijzigingen die in de gemeenschappelijke regeling van has en hiem nodig zijn en worden voorgesteld aan de deelnemers. De juridische vertaling is weergegeven in een ontwerpwijziging van de regeling (bijlage). Voorgesteld wordt om de tekst van de gemeenschappelijke regeling integraal te herzien.
Aan het einde van de oplegnotitie is een was-wordt tabel opgenomen.
2
1. Proces wijziging gemeenschappelijke regeling Het Algemeen Bestuur heeft ingestemd met de wijziging van de gemeenschappelijke regeling in november 2023. Vervolgens zijn de raden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen over de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling in te brengen bij het eigen college. De raden van 14 gemeenten hebben besloten geen zienswijze in te dienen. De raden van twee gemeenten hebben een zienswijze ingebracht. De gemeenteraad van een gemeente is nog niet toegekomen aan het besluit of er al of niet een zienswijze wordt ingediend. De colleges zijn verzocht de eventueel ingebrachte zienswijzen aan hi's en hiem te sturen. Het Dagelijks Bestuur legt vervolgens een definitief wijzigingsvoorstel voor dat vervolgens aan de deelnemers en (wederom) de raden wordt voorgelegd. Voor een definitief besluit van de deelnemers om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen is toestemming van de raden vereist. Dit betekent dat de raden twee keer in het proces tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling worden betrokken. De regeling van hOs en hiem kan worden gewijzigd indien de colleges van tenminste 2/3 deel der gemeenten daartoe een eensluidend besluit nemen. 2. Wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen De belangrijkste wijzigingen zijn: 1. Het versterken van de positie van de gemeenteraden bij besluitvorming; a.
lnvoeren zienswijzeprocedure bij treffen (en wijzigen) regeling b.Mogelijkheid zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting c.Regionale gemeenschappelijke raadscommissie d. Afspraken over participatie in de gemeenschappelijke regeling e. Actieve informatieplicht van het bestuur van de regeling 2. Het invoeren/verduidelijken van controle-instrumenten; a.Recht van enquête b.Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers 3. Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling; a. Afspraken over evaluatie b.Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus c. Aanscherping afspraken uittreding
3
3. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling has en hiem la. lnvoeren zienswijzeprocedure bij treffen (en wiiziqen) reqelinq Om de positie van de raden te verbeteren wordt aan de raden het recht toegekend om bij het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling een zienswijze naar voren te brengen. Zij kunnen hun opvattingen over een ontwerpregeling binnen acht weken kenbaar maken bij hun college. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling Was en hiem: Geen aanpassing verplicht, wel duidelijk. Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling (opgenomen in artikel 1 van de Wgr) is op 1 juli 2022 direct in werking getreden. Vanwege deze bepaling wordt nu eerst een ontwerpwijziging van de regeling aan de raden voorgelegd voor zienswijzen. Voor de duidelijkheid van de procedure van wijziging van de gemeenschappelijk regeling is ervoor gekozen om in artikel 39 een vierde lid op te nemen waarin staat de raden bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling naar voren kunnen brengen.
lb. Zienswiizeprocedure bii andere besluiten dan de ontwerpbeqrotinq
In de regeling moeten afspraken zijn gemaakt over welke besluiten van het bestuur van de regeling vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden (artikel 10, vijfde en zesde lid Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling hOs en hiem: voorstel wijziging artikel 40 Het wijzigingsvoorstel bevat hiertoe een aanvulling in artikel 40 lid 1 van de gemeenschappelijke regeling. Voorgesteld worden dat een besluit tot opheffing niet wordt genomen voordat de raden gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. lc. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie
De gemeenteraden krijgen de mogelijkheid om een regionale gemeenschappelijke adviescommissie in te laten stellen bestaande uit raadsleden. Een eventuele gemeenschappelijke adviescommissie is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling en wordt daarom ingesteld door het algemeen bestuur. De adviescommissie kan het algemeen bestuur adviseren, de besluitvorming voorbereiden en de raden van advies voorzien.
4
Het Algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) is verplicht om de commissie in te stellen als de raden hier unaniem om vragen (artikel 24a Wgr). Alleen leden van de raden kunnen in de commissie zitting hebben. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hOs en hiem: Geen aanpassing nodig Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling (opgenomen in artikel 24a van de Wgr) is op 1 juli 2022 direct in werking getreden. Naar aanleiding van het raadsbesluit van de gemeente De Fryske Marren van 10 april 2024 en het amendement dat daarbij is aangenomen, is er voor de duidelijkheid toch voor gekozen om in artikel 21 van de GR op te nemen dat op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk het algemeen bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie instelt, zulks met inachtneming van artikel 24a van de wet. ld. Afspraken over buroerparticipatie Participatie bij beleid wordt steeds belangrijker gevonden in Nederland. In elke GR moet daarom worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze, ingezetenen én belanghebbenden de mogelijkheid krijgen tot inspraak over beleidsmatige onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd (artikel 10, zevende lid Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hOs en hiem: aanpassing nodig. Burgerparticipatie bij beleid is van groot belang.
Has en hiem is vanuit zijn expertise vaak als adviseur betrokken bij het opstellen of aanpassen van beleid, maar het bestuur van has en hiem stelt zelf geen beleid of verordeningen vast die ingezetenen binden. Has en hiem is vooral een uitvoeringsgerichte gemeenschappelijke regeling. De uiteindelijke beleidskeuzes liggen bij de vertegenwoordigende organen. Burgerparticipatie verloopt primair via deze vertegenwoordigende organen, maar het algemeen bestuur kan overwegen om in bepaalde gevallen toch burgerparticipatie toe passen. Om in specifieke gevallen toch de mogelijkheid open te laten om burgerparticipatie toe te passen, wordt in de gemeenschappelijke regeling van has en hiem een artikel (12a) toegevoegd, inhoudende dat het Algemeen bestuur ertoe kan besluiten om ingezetenen van de deelnemers of andere belanghebbenden te betrekken bij de wijze van uitvoering van de taken, en de manier waarop dat gebeurt. le. Actieve informatieplicht Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college heeft ten opzichte van de gemeenteraad. In de gemeenschappelijke regeling moeten
Ingevoegde tekst n.a.v. zienswijze
5
afspraken worden gemaakt over welke informatie moet worden aangeleverd en de wijze waarop dat moet gebeuren (artikel 17 Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hOs en hiem: aanpassing nodig. Om invulling te geven aan de intentie om de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regeling has en hiem te versterken, wordt een zesde lid toegevoegd, inhoudende dat het bestuur schriftelijk aan de deelnemende colleges of via de colleges aan de deelnemende raden ongevraagd de informatie die nodig is om een juist beeld te verkrijgen van de uitvoering van de overgedragen en opgedragen taken als bedoeld in artikel 6. 2a. Recht van enquête De gezamenlijke gemeenteraden krijgen de mogelijkheid om een enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. Dat kan door zelf een regionale onderzoekscommissie in te stellen. Daarvoor is een unaniem besluit nodig van alle raden Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van has en hiem: Geen aanpassing nodig. Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr. 2b. Verduidelijkinq onderzoeksbevoeqdheid lokale rekenkamers Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen.
In de Wgr wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan een gemeente deelneemt. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hOs en hiem: Geen aanpassing nodig. Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr. 3a. Afspraken over evaluatie Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling om op die manier stil te staan bij het functioneren van de regeling. Er kan ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren (artikel 11a Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van has en hiem: aanpassing nodig. De gemeenschappelijke has en hiem bevat nog geen bepaling over evaluatie van de regeling. Daarom wordt daarover nu een bepaling (artikel 42) toegevoegd die een evaluatie van de regeling mogelijk maakt.
6
3b. Aanpassing van de beqrotinqscvclus Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor de gemeente die moeten worden verwerkt in de eigen begroting. Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen.
Het dagelijks bestuur stuurt de ontwerpbegroting aan de gemeenteraden v voor zienswijzen. Dit moet twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Dat was voorheen acht weken. Nieuw is verder dat het voortaan verplicht is te reageren op de door de raden ingediende zienswijzen. Het dagelijks bestuur moet schriftelijk bn gemotiveerd terugkoppelen wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid. De procedure gaat dan verder met de vaststelling van de ontwerpbegroting. Daarin verandert niets. Wat wel nog verandert, is dat de inzending van de vastgestelde begroting aan Gedeputeerde Staten voortaan niet meer vóór 1 augustus hoeft te geschieden, maar vóór 15 september. Gevolgen voor de GR Nis en hiem: aanpassing nodig. De gemeenschappelijke regeling hOs en hiem dient te worden aangepast aan de nieuwe termijn uit de Wgr. 3c. Aanscherpinq afspraken uittredinq In iedere gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de gevolgen van uittreden van een deelnemer voor het vermogen voor de rechtspersoon en de overige deelnemers (artikel 9, eerste lid Wgr). Daarbij moet in ieder geval worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen (alle directe kosten). Er kan niet meer worden volstaan met een algemene bepaling dat het algemeen bestuur de uittredingsvoorwaarden bepaalt.
Gevolgen voor de GR h6s en hiem: aanpassing nodig. In het huidige artikel over uittreding staat dat het algemeen bestuur de financible en eventueel andere voorwaarden vaststelt waaronder uittreding plaatsvindt. In het algemeen bestuur van 12 juni 2015 heeft het algemeen bestuur een uittreedregeling vastgesteld dat de gevolgen van de uittreding van een deelnemer regelt, waaronder de financible gevolgen. In de uitreedregeling zijn de uitgangspunten en aannames opgesomd die gehanteerd worden bij het berekenen van de uittreedsom.
7
Om te voldoen aan de nieuwe Wgr, is de door het algemeen bestuur op 12 juni 2015 vastgestelde uittreedregeling thans opgenomen in de thans voorliggende ontwerpregeling. Aan de vastgestelde uitgangspunten is inhoudelijks niet gewijzigd. Ten aanzien van de procedure van uittreding is met de wijziging van artikel 38 en de toevoeging van artikel 38a zoveel mogelijk aangesloten bij de uittredingsbepalingen uit gemeenschappelijke regelingen uit de regio.
Ingevoegde tekst n.a.v. zienswijze
4. Overige wijzigingen Alqemene wijzigingen Bij bijna alle artikelen is nu een omschrijving van het artikel toegevoegd. Enkel de artikelen in de paragrafen die uit slechts bén artikel bestaan (paragrafen 6 t/m 14), hebben geen omschrijving, aangezien de omschrijving al volgt uit de titel van de paragraaf. Een omschrijving bij het artikel is in dat geval dubbel. Artikel 1: toevoeqinq beqripsbepalinq 'deelnemers' Op een aantal plaatsen komt de term 'deelnemers' voor, zonder uit de artikelen van de regeling blijkt wie de deelnemers van de regeling zijn. Daarom is ervoor gekozen om 'deelnemers' te defini6ren in de begripsbepalingen. Artikel 2: wijziging naam openbaar lichaam De huidige naam van het openbaar lichaam luidt: "has en hiem, advisering omgevingskwaliteir. Voorgesteld wordt om dit te wijzigingen in "has en hiem, adviseurs omgevingskwaliteir. Dit sluit beter aan bij de taken en bevoegdheden van het openbaar lichaam. Artikel 6 lid 1 sub d: Verordening op de regionale adviescommissie omqevingskwaliteit In artikel 6 lid 1 sub d wordt verwezen naar "Verordening op de regionale adviescommissie omgevingskwaliteit". Voorgesteld wordt dit te wijzigen in "Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit". Dit sluit beter aan bij de praktijk.
Wijziging archiefparagraaf De archiefparagraaf in de gemeenschappelijke regeling is aangepast aan de hand van de 'Handreiking inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden' uit november 2021. Wiiziqinq artikel 40 In lijn met het proces van wijzigen van de gemeenschappelijke regeling, wordt voorgestelde om in de regeling op te nemen dat het besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling niet wordt genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de
8
gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. Wijzinina titel paraaraaf 17 De huidige titel van paragraaf luidt "Overgangs- en slotbepalingen". In het enige artikel van paragraaf 17 (artikel 41), staan echter geen overgangsbepalingen. Daarom is het woord "Overgangs-" verwijderd. Wiiziqinq artikel 41 Met de wijziging van artikel 41 wordt voidaan aan de Wet elektronische publicaties. Een wijziging ten opzichte van de huidige regeling is dat het Dagelijks Bestuur belast is met de registratie van de regeling in het register, en niet zoals in de huidige regeling het college van de gemeente Leeuwarden. 5. Was-wordt-tabel wijziging gemeenschappelijke regeling `him en hiem'
Leeswijzer In de 'bestaande tekst' zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en onderstreept. In de `nieuwe teksf zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 1 Begripsbepalingen [Artikel 1 rege!ing verstaat onder: Deze onder: Deze rege!ing verstaat - door de Adviescommissie a. de door Adviescommissie a. gemeenteraden van de dee!nemende gemeenteraden van de dee!nemende gemeenten ingestelde adviescommissie op gemeenten ingestelde adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de Omgevingswet; de van 17.9 grond van artikel b.Regeling - deze gemeenschappe!ijke Omgevingswet; regeling; b.Rege!ing - deze gemeenschappe!ijke c. Gemeente - een aan de regeling rege!ing; deelnemende gemeente; rege!ing de aan een Gemeente c. d. Lichaam - het rechtspersoonlijkheid deelnemende gemeente; lichaam a!s bedoe!d in artike! 2; bezittend d.Lichaam - het rechtspersoonkkheid e. Gedeputeerde Staten - Gedeputeerde bezittend !ichaam als bedoeld in artikel 2; Staten van de provincie Fryslân; e. Gedeputeerde Staten - Gedeputeerde f.Raad - de gemeenteraad van één van de Staten van de provincie Fryslân; gemeenten; de van één van gemeenteraad f.Raad - de g. Wet - de Wet Gemeenschappelijke gemeenten; Regelingen; g. Wet - de Wet Gemeenschappelijke h.Reglement op de commissie - het door de Regelingen; raad vastgestelde Reglement op de de door het commissie op de h.Reglement commissie raad vastgestelde Reglement op de i.
College - een aan de regeling deelnemend commissie i.College - een aan de regeling deelnemend college van burgemeester en wethouders; colleae van buraemeester en wethoudersj _
9
j. Deelnemers - de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Frysldn, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Súdwest-Fryslfin, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke, Weststellingwerf.] Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 2 1.Voor de uitvoering van deze regeling wordt een openbaar lichaam gevormd, genaamd `has en hiem, advisering omgevingskwaliteit'. 2.Het lichaam is gevestigd te Leeuwarden. 3.De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.]
[Artikel 2 Openbaar lichaam 1.Voor de uitvoering van deze regeling wordt een openbaar lichaam gevormd, genaamd `has en hiem, adviseurs omgevingskwaliteit'. 2.Het lichaam is gevestigd te Leeuwarden. 3.De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.]
Artikel 6 lid 1 wordt als volgt gewijzigd
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 6 1. Het openbaar lichaam heeft de volgende taken: a. het beschikbaar stellen van onafhankelijk en deskundig personeel ten behoeve van de bemensing van de adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet die door de raden is ingesteld; b. het voordragen van personen tot benoeming van leden van de adviescommissie ten behoeve van de voorstellen van de colleges daartoe aan de gemeenteraden; c.het verzorgen van het secretariaat van de adviescommissie; d.het faciliteren van de adviescommissie, zodat deze commissie haar taken kan uitvoeren overeenkomstig de door de raden vastgestelde Verordening op de reaionale adviescommissie omgevingskwaliteit; e.het opstellen van het jaarverslag van de adviescommissie en toezending daarvan aan de gemeenteraden; f. het geven van adviezen over algemene vraagstukken betreffende de omgevingskwaliteit aan gemeenten, andere
Artikel 6 Taken 1. Het openbaar lichaam heeft de volgende taken: a. het beschikbaar stellen van onafhankelijk en deskundig personeel ten behoeve van de bemensing van de adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet die door de raden is ingesteld; b. het voordragen van personen tot benoeming van leden van de adviescommissie ten behoeve van de voorstellen van de colleges daartoe aan de gemeenteraden; c.het verzorgen van het secretariaat van de adviescommissie; d. het faciliteren van de adviescommissie, zodat deze commissie haar taken kan uitvoeren overeenkomstig de door de raden vastgestelde Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit; e. het opstellen van het jaarverslag van de adviescommissie en toezending daarvan aan de gemeenteraden; f.het geven van adviezen over algemene vraagstukken betreffende de
10
omgevingskwaliteit aan gemeenten, andere openbare lichamen en aan particulieren, de openbare lichamen en aan particulieren, de tweede een laatsten voor zover het laatsten voor zover het een tweede onafhankelijke beoordeling betreft van onafhankelijke beoordeling betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de bouwplannen gelegen buiten de aan de deelnemende Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten; g. het op verzoek van de colleges voorzien in gemeenten; g. het op verzoek van de colleges voorzien in advisering over gemeentelijke monumenten, advisering over gemeentelijke monumenten, van aanzien ten in het bijzonder in het bijzonder ten aanzien van beeldbepalende panden binnen beeldbepalende panden binnen ingeschreven ingeschreven beschermde stads- en beschermde stads- en dorpsgezichten en in van advisering dorpsgezichten en in de de advisering van objecten met door de objecten met door de gemeente toegekende gemeente toegekende cultuurhistorische cultuurhistorische waarden; waarden; h.alle overige feitelijke werkzaamheden die overige feitelijke werkzaamheden die h.alle het en advisering voor de zijn nodig nodig zijn voor de advisering en het ondersteunen van de colleges door de ondersteunen van de colleges door de adviescommissie] adviescommissie.] Na artikel 12 wordt een nieuw artikel 12a ingevoegd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst lArtikel 12 Burgerparticipatie Het Algemeen Bestuur kan bepalen wanneer en op welke wijze over de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 6 inwoners van de deelnemers en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld hun menina te aeven.1
- V
.
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[artikel 21 Het Algemeen Bestuur, het 1. Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de wet. Het Algemeen Bestuur kan 3. commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, zulks met inachtneming van artikel 25 van de wet.]
[artikel 21 Het Algemeen Bestuur, het 1. Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de wet. Op voorstel van de raden van 2. de deelnemende gemeenten Ingevoegde tekst n.a.v. gezamenlijk stelt het algemeen zienswijze bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in, zulks met inachtneming van artikel 24a van de wet. Het Algemeen Bestuur kan 3. commissies instellen met het oog op de
11
behartiging van bepaalde belangen, zulks met inachtneming van artikel 25 van de wet.]
Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 25 1.Elke gemeente regelt binnen haar eigen bestuur de spelregels ten aanzien van het verstrekken van informatie en het afleggen van verantwoording door het lid van het Algemeen Bestuur. 2. Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk leggen uit eigen beweging aan het Algemeen Bestuur verantwoording af over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. 3. Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur uit eigen beweging alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 4. Het Algemeen Bestuur kan besluiten een lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. 5.Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.]
Artikel 25 1.Elke gemeente regelt binnen haar eigen bestuur de spelregels ten aanzien van het verstrekken van informatie en het afleggen van verantwoording door het lid van het Algemeen Bestuur. 2.Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk leggen uit eigen beweging aan het Algemeen Bestuur verantwoording af over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. 3.Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur uit eigen beweging alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 4.Het Algemeen Bestuur kan besluiten een lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. 5.Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit. 6.Het bestuur verstrekt schriftelijk aan de deelnemende colleges of via de colleges aan de deelnemende raden ongevraagd de informatie die nodig is om een juist beeld te verkrijgen van de uitvoering van de overgedragen en opgedragen taken als bedoeld in artikel 6.]
Paragraaf 12 Archiefvorming wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
§ 12 ARCHIEFVORMING
§ 12 ARCHIEF
[Artikel 27 1.Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het lichaam overeenkomstig een door het Alqemeen Bestuur, met inachtnemina van de Archiefwet 1995 vast te stellen reqelinq, welke aan Gedeputeerde Staten moet worden meeqedeeld.
[Artikel 27 Archiefzorg Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. Artikel 27a Archiefbeheer 1. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het lichaam, alsmede van
12
2.De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het lichaam, alsmede van de commissies, bedoeld in § 8. 3.Gedeputeerde Staten oefenen overeenkomstiq het bepaalde in Hoofdstuk IX van het Archiefbesluit toezicht uit op de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden. 4.De archiefbescheiden worden overqebracht naar de archiefbewaarplaats van het Riiksarchief of van de qemeente aan te wijzen door het Algemeen Bestuur. 5.Bij opheffinq van deze reqelinq worden de noq niet inqevolqe het voriqe lid overqebrachte archief- bescheiden qeplaatst in die archiefbewaarplaats.I
de commissies, bedoeld in § 8, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het dage!ijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam alsmede van de commissies, bedoeld in § 8, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. Artike! 27b Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt door het algemeen bestuur aangewezen een archiefbewaarp!aats aangewezen. Artikel 27c Toezicht Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarp!aats, is belast de archivaris van Gedeputeerde Staten. Artikel 27d Verantwoording 1. De archivaris van Gedeputeerde Staten brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam. Artikel 27e Terbeschikkingstelling 1.
De dee!nemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 2. ln een verklaring van terbeschikkingste!ling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vast ele d.
13
3. ln de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.j Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1Artikel 31 Artikel 31 Begroting 1.Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 15 april 1.Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 30 aprll van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financi6le de begroting dient, de a/gemene financi6le en en beleidsmatige kaders en de voorlopige beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. deelnemende gemeenten. 2.Het Dagelijks Bestuur biedtjaarlijks een 2.Het Dagelijks Besfuur biedtjaarlijks een ontwerpbegroting, alsmede een ontwerpbegroting, alsmede een meerjarenraming voor een aaneensluitend meerjarenraming voor een aaneensluitend tijdvlak van tenminste drie jaren, aan. Zowel tijdvlak van tenminste drie jaren, aan. Zowel de ontwerpbegroting als de meerjarenraming de ontwerpbegroting als de meerjarenraming worden acht weken voordat zij aan het worden twaalf weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden, Algemeen Bestuur worden aangeboden, door door het Dagelijks bestuur toegezonden aan het Dagelijks bestuur toegezonden aan de de raden van de deelnemende gemeenten. raden van de deelnemende gemeenten.
3.De ontwerpbegroting wordt door de zorg 3.De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor eenieder ter inzage van de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, lid lid 2, van de Gemeentewet is van 2, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. overeenkomstige toepassing. 4.De raden kunnen over de 4.De raden kunnen over de ontwerpbegroting en de meerjarenraming ontwerpbegroting en de meerjarenraming van van hun zienswijze doen blijken. Het hun zienswijze doen blijken. Het dagelijks Daqeliiks Bestuur voeqt de commentaren bij bestuur stelt de vertegenwoordigende de ontwerDbegrotinq en de organen voorafgaande aan het vaststellen meeriarenraminq, zoals deze aan het van de begroting schriftelijk en Alqemeen Bestuur wordt aanqeboden. gemotiveerd in kennis van zijn oordeel 5.Het Algemeen Bestuur stelt de begroting over de zienswijze, alsmede van de en de meerjarenraming vast wick 15 juli van eventuele conc!usies die het daaraan het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de verbindt. begroting moet dienen. 5.Het Algemeen Bestuur stelt de begroting 6.
Terstond na de vaststelling zendt het en de meerjarenraming vast vciór 15 juli van Algemeen Bestuur, zo nodig, de begroting het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de en de meerjarenraming aan de raden. Deze begroting moet dienen. kunnen van hun zienswijze doen blijken bij 6. Terstond na de vaststelling zendt het Gedeputeerde Staten.] Algemeen Bestuur, zo nodig, de begroting en 7. Het Dagelijks Bestuur zendt de de meerjarenraming aan de raden. Deze begroting en de meerjarenraming binnen kunnen van hun zienswijze doen blijken bij twee weken, doch in ieder geval vdocir 1 Gedeputeerde Staten. auqustus aan Gedeputeerde Staten. 7.Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 september aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:
14
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
lArtikel 38 1.Een college kan, na vooraf verkregen toestemming van de raad van die gemeente, besluiten uit deze rege!ing te treden. 2.Uittreding kan slechts p!aatsvinden met ingang van 1januari van enig kalenderjaar, mits een daartoe strekkend besluit tenminste éan jaar tevoren aan het Algemeen Bestuur toegezonden is. 3.Het Algemeen Bestuur stelt de financi6le en eventueel andere voorwaarden vast waaronder uittredinq plaatsvindt.]
[Artike! 38 Uittreding 1. Een college kan, na vooraf verkregen toestemming van de raad van die gemeente, besluiten uit deze rege!ing te treden. 2. Uittreding kan slechts p!aatsvinden met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar, mits een daartoe strekkend besluit tenminste één jaar tevoren aan het Algemeen Bestuur toegezonden is. 3. Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een uittredingsplan op te stel!en dat ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct en indirect samenhangen met de uittreding. De kosten van het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. Het uittredingsplan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. De uittredende deelnemer 4. verplicht zich het personeel dat is belast met de uitvoering van de door deze deelnemer opgedragen taken over te nemen of, indien dit niet mogelijk is, daarvoor een schadeloosstelling te betalen. Het algemeen bestuur stelt de omvang van het toe te wijzen personeel of de hoogte van die schadeloosstelling vast op basis van de begroting over het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de uittreding betrekking heeft en kan daarbij een nader te bepalen overbruggingsperiode vaststellen. 5. Het A!gemeen Bestuur regelt de verdere gevolgen van de uittreding. 6.
Het lichaam en de uittredende deelnemer spannen zich in om de nadelige financidle gevolgen van de uittreding, bedoeld in het vierde lid, zoveel moaeliik te berserken.]
Verwijderde zin n.a.v. zienswijze: Het algemeen bestuur stelt daarnaast ook een vergoeding vast ten aanzien van de overige nadelige financiële gevolgen van de uittreding.
Naar art. 38a lid 3 verplaatste zin n.a.v. zienswijze (in iets andere bewoordingen daar opgenomen): De uittredende deelnemer is gehouden de in dit lid bedoelde schadeloosstelling en vergoeding uiterlijk ter gelegenheid van diens uittreding te voldoen.
Na artikel 38 wordt een nieuwe artikel 38a ingevoegd
Bestaande tekst
Nieuwe tekst [Artikel 38a Uittredingsplan en uittreedsom
/
15
Vanuit artikel 38 lid 4 verplaatste zin (in iets andere bewoordingen opgenomen) n.a.v. zienswijze.
1. Het in artikel 38, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financidle, juridische, personele en organisatorische consequenties die een direct en indirect gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. Bij het berekenen van de uittreedsom worden de volgende uitgangspunten en aannames gehanteerd: a. De uittreedsom is een vergoeding voor de werkelijke schade die de GR leidt en die rechtstreeks het gevolg is van de uittreding van een deelnemer. Voor zover toepassing van het uittredingsplan niet leidt tot vergoeding van de werkelijke schade, kan het Algemeen Bestuur de uittreedsom op andere wijze berekenen. b. De tarieven die bij de deelnemers in rekening worden gebracht dekken de kosten die de GR maakt voor 100%. De kostenstructuur bestaat nagenoeg uitsluitend uit vaste lasten. Er wordt daarom van uitgegaan dat de schade die de GR als gevolg van uittreding per jaar lijdt, gelijk is aan de jaarlijkse inkomstenderving. c. De jaarlijkse inkomstenderving is gelijk aan de gemiddelde jaarinkomsten die zijn verworven bij de uittredende deelnemer, berekend over de periode van drie jaar direct voorafgaand aan het jaar waarin het besluit tot uittreding aan het Algemeen Bestuur is toegezonden. d.
De termijn die de GR nodig heeft om in te spelen op de uittreding en waarover de GR dus schade lijdt, is vier jaar. e. De uittreedsom bedraagt derhalve vier keer de gemiddelde jaarlijkse inkomsten die de GR verwerft bij de uittredende deelnemer en die worden berekend zoals aangegeven onder c. Van dit bedrag wordt het aandeel van de uittredende deelnemer in de Algemene Reserve per 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding, afgetrokken. Het bedrag is exclusief BTW. 3. De uittredende deelnemer is gehouden de uittreedsom uiterlijk ter
16
gelegenheid van diens uittreding te voldoen.] Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 39 Wijziging [Artikel 39 1.Deze rege!ing kan worden gewijzigd indien gewijzigd worden kan regeling 1. Deze de colleges van tenminste 2/3 deel der indien de colleges van tenminste 2/3 deel gemeenten daartoe een eensluidend besluit eensluidend der gemeenten daartoe een nemen, met uitzondering van artikel 5. Voor besluit nemen, met uitzondering van artikel van het hiervoor genoemde artikel is 5. Voor wijziging van het hiervoor genoemde wijziging vereist. unanimiteit artikel is unanimiteit vereist. dat wijziging wense!ijk acht, college 2.Een acht, wenselijk wijziging 2. Een college dat strekkende voorstel aan het daartoe richt het daartoe strekkende voorstel aan het richt het Bestuur. Algemeen Algemeen Bestuur. 3.lndien het Algemeen Bestuur of één of 3. Indien het Algemeen Bestuur of één of meer colleges wijziging wenselijk achten, meer colleges wijziging wenselijk achten, doet het A!gemeen Bestuur een daartoe doet het A!gemeen Bestuur een daartoe strekkend voorstel aan de raden. strekkend voorstel aan de raden.] 4. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de .-..tuunrnrchriPlirla 0 No• = naar voren brenoen.1 •••••
Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 40 1.Deze regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de colleges van tenminste 2/3 deel van de gemeenten. 2.In geval van opheffing wordt het Dage!ijks Bestuur met de liquidatie van de dienst belast. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden gehoord, vastgesteld. 3. Ter uitvoering van de liquidatie blijft het Dagelijks Bestuur zo nodig na het tijdstip van opheffing van de regeling in functie. 4.Een batig saldo komt ten bate, een nadelig saldo wordt naar verhouding van het inwonertal van de qemeenten op 1januari
[Artikel 40 Opheffing 1.Deze regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de co!leges van tenminste 2/3 deel van de gemeenten. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. 2.In geval van opheffing wordt het Dagelijks Bestuur met de liquidatie van de dienst be!ast. Het liquidatiep!an wordt door het A!gemeen Bestuur, de raden gehoord, vastgeste!d.
. 4
17
van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de regeling wordt opgeheven, vastgesteld. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau van de Statistiek bekend gemaakte bevolkingscijfers1
3. Ter uitvoering van de liguidatie blijft het Dagelijks Bestuur zo nodig na het tijdstip van opheffing van de regeling in functie. 4. Een batig saldo komt ten bate, een nadelig saldo wordt naar verhouding van het inwonertal van de gemeenten op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de regeling wordt opgeheven, vastgesteld. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau van de Statistiek bekend gemaakte bevolkingsciffers.]
De titel van paragraaf 17 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[§ 17 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN]
[§ 17 SLOTBEPALINGEN]
18
Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst [Artikel 41 Het college van de gemeente Leeuwarden draaqt overeenkomstiq artiket 26 van de wet zorq voor de bekendrnakinq van de in dat artikel qenoemde besluiten en voor de toevoeqinq van qeqevens als bedoeld in artikel 136, tweede lid, van de wet aan het register als bedoeld in adikel 136, eerste lid, van de wet]
Nieuwe tekst [Artikel 41 Bekendmaking en registratie 1.Het college van de gemeente Leeuwarden, als vestigingsgemeente van de gemeenschappelijke regeling has en hiem, maakt een volledig ondertekend exemp!aar van deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend in het door Leeuwarden uitgegeven Gemeenteblad. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikPl 26. tweede lid, van de wet.]
Na artikel 41 wordt een nieuw artikel 42 toegevoegd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst [Artikel 42 Evaluatie van de regeling 1.De doel- en taakstelling van de regeling, de wijze van uitvoering en de financiering daarvan zullen periodiek geévalueerd worden. 2. Daartoe zal het dagelijks bestuur, in overleg met de directeur, gehoord de colleges en de raden van de betrokken deelnemers, om de vierjaar een onderzoeksvoorstel opstel!en, dat aan het algemeen bestuur ter vaststelling zal worden voorge!egd. 3. Op grond van de uitkomsten van deze evaluatie kan het dagelijks bestuur voorstellen tot wijziging van de regeling doen, dan wel tot aanpassing van de financieringsmethodiek, de bedrijfsvoering en/of de organisatiestructuur van has en hiem I