CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Conceptversie nieuwe statuten Stichting Smelne FM (dit is niet de notarieel vastgestelde versie).pdf

Raadsvergadering 15 november 2021, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Adviesvraag Commissariaat voor de Media over aanvraag lokale omroep2.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Statuten Stichting Smelne FM

NAAM artikel 1 De stichting draagt de naam Smelne FM ZETEL artikel 2 Zij heeft haar zetel te Drachten DOEL artikel 3 De stichting heeft tot doel: 1. het verzorgen van media-aanbod bestemd voor de gemeente of gemeenten waarvoor zij door het Commissariaat voor de Media als publieke lokale media-instelling is aangewezen; hierna te noemen het verzorgingsgebied; 2. het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in het verzorgingsgebied waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; 3. zij gebruikt haar zendtijd geheel voor een media-aanbod dat in het bijzonder betrekking heeft op het verzorgingsgebied; 4. zij tracht dit doel en al hetgeen daarmee in de ruimste zin verband houdt te verwezenlijken door het aanwenden van alle geoorloofde middelen, welke voor de verwezenlijking van haar doel bevorderlijk zijn; 5. zij is niet dienstbaar aan het maken van winst door derden.

BEGUNSTIGERS artikel 4 1. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de stichting financieel te steunen met een door het bestuur vast te stellen minimum bijdrage. 2. Het bestuur beslist omtrent de toelating van begunstigers. 3. De gemeenten en hun besturen in het verzorgingsgebied van de stichting

1

GELDMIDDELEN artikel 5 De geldmiddelen van de stichting bestaan uit de bijdragen van de begunstigers, uit de eventuele uitgifte van een programmablad, uit eventuele verkrijgingen ingevolge erfstellingen, legaten en schenkingen en tenslotte uit eventuele andere verkrijgingen en baten.

BESTUUR artikel 6 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste 3 leden en wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd. 2. Het aantal leden wordt met inachtneming van het in het eerste lid bepaalde door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld. 3. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. 4. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van 3 jaar, waarbij het bestuur een rooster van aftreden opstelt. 5. Aftredende bestuursleden zijn terstond herkiesbaar; een tussentijds benoemd bestuurslid neemt op het rooster de –plaats in van zijn voorganger. 6. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden (of zal het enig overblijvende bestuurslid) met algemene stemmen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 2 maanden, na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s). 7. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook een of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid, een wettig bestuur. 8. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden; zij hebben recht op vergoeding van de door hen gemaakte kosten. 9. Niet tot bestuurslid benoembaar zijn personen die in dienst zijn van of werkzaam zijn voor de stichting.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP artikel 7 Het bestuurslidmaatschap eindigt: a. door overlijden van een bestuurslid; b. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen; c. bij schriftelijke ontslagneming (bedanken); d. bij ontslag op grond van artikel 298 boek 2 BW. 2

BESTUURSVERGADERINGEN EN BESLUITVORMING IN HET BESTUUR artikel 8 1. De bestuursvergaderingen worden gehouden binnen het verzorgingsgebied of, indien alle bestuursleden daarmee instemmen, elders. 2. Elk kalenderkwartaal wordt tenminste een vergadering gehouden. 3. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of wanneer een van de andere bestuursleden de voorzitter daartoe schriftelijk verzoekt onder nauwkeurige opgave van de te behandelen punten. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in dier voege, dat de vergadering wordt gehouden binnen drie weken na het verzoek, kan de verzoeker, met in achtneming van de vereiste formaliteiten, zelf een vergadering bijeen roepen. 4. De oproeping tot de vergadering geschiedt - behoudens het in het derde lid van dit artikel bepaalde - door de voorzitter, tenminste zeven dagen tevoren, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend, door middel van brieven en/of e-mailberichten dan wel op de wijze als in het huishoudelijk regelement voorzien; in geval van spoedeisendheid kan oproeping ook telefonisch plaatsvinden. 5. De oproepingsbescheiden vermelden, behalve plaats en tijdstip der vergadering, de te behandelen onderwerpen. 6.

Bij gelegenheid van een bestuursvergadering waarin alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook indien de in de statuten opgenomen voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht zijn genomen. 7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. 8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door een van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe verzocht; de notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd. 9. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen onder overlegging van een, door de voorzitter van de vergadering als voldoende beoordeelde, schriftelijke volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden. 10.

Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld telefonisch en/of per e-mailbericht dan wel op de wijze als in het huishoudelijk reglement voorzien, hun mening te geven. Van een aldus genomen besluit wordt zoveel als mogelijk onder bijvoeging van de ingekomen reacties door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. 3

11. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van een stem. Voor zover deze statuten geen gekwalificeerde meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen. 12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter of een van de andere bestuursleden een schriftelijke stemming gewenst acht en dit vóór de stemming kenbaar maakt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. 13. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 14. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.

BESTUURSTAAK - VERTEGENWOORDIGING artikel 9 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. 2. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot koop, vervreemding of bezwaring van registergoederen. 3. Het bestuur is niet bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. 4. De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd: a. hetzij door het bestuur; b. hetzij door de voorzitter tezamen met de secretaris; c. hetzij door de voorzitter tezamen met de penningmeester; d. hetzij bij hun belet of ontstentenis hun daartoe door het bestuur uit zijn midden aangewezen plaatsvervanger.

PROGRAMMABELEIDBEPALEND ORGAAN artikel 10 1. De stichting kent een programmabeleid bepalend orgaan. Deze heeft tot taak: a. het bepalen van het beleid voor het media-aanbod; b. toetsing van de in het programmabeleid verwoorde uitgangspunten; c. het geven van adviezen, gevraagd en ongevraagd, aan het bestuur; d. het opstellen van een jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid. 2. Het programmabeleid bepalende orgaan wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd. Het aantal leden, met een minimum van vijf, wordt door het programmabeleid bepalende orgaan, met in achtneming van het derde lid van dit artikel, vastgesteld. 4

3. Het programmabeleid bepalende orgaan dient zodanig te zijn samengesteld dat het representatief is voor de in het verzorgingsgebied voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. 4. Bij huishoudelijk reglement dan wel afzonderlijk reglement worden nadere regels gegeven aangaande de samenstelling van het programmabeleid bepalende orgaan. 5. Het programmabeleid bepalende orgaan wijst uit haar midden een voorzitter aan. 6. De vergaderingen van het programmabeleid bepalende orgaan worden bijgewoond door een vertegenwoordiger van het bestuur. Deze heeft een adviserende stem. 7. De leden van het programmabeleid bepalende orgaan worden door het programmabeleid bepalende orgaan benoemd uit een of meer voordrachten, behoudens het bepaalde in het achtste lid van dit artikel. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd het bestuur, de leden van het programmabeleid bepalende orgaan dan wel bij huishoudelijk reglement aan te wijzen organisaties of groepen van organisaties. 8. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van het programmabeleid bepalende orgaan, genomen in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden van het programmabeleid bepalende orgaan tegenwoordig is. 9.

Is geen voordracht opgemaakt, of besluit het programmabeleid bepalende orgaan overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is het programmabeleid bepalende orgaan vrij in de keus. 10. Indien er meer dan een bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten. 11. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het programmabeleid bepalende orgaan zullen de overblijvende leden (of zal het enig overblijvende lid) binnen vier maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolgers(s), met inachtneming van het minimum aantal van vijf leden. 12. Mocht(en) in het programmabeleid bepalende orgaan om welke reden dan ook een of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende, ten minste vijf, leden, een wettig programmabeleid bepalende orgaan.

EINDE LIDMAATSCHAP PROGRAMMABELEIDBEPALEND ORGAAN artikel 11 1. Het lidmaatschap van het programmabeleid bepalende orgaan eindigt: a. indien het lid van het programmabeleid bepalende orgaan heeft opgehouden vertegenwoordiger te zijn van een stroming; b. door bedanken. 2. Elk lid van het programmabeleid bepalende orgaan treedt uiterlijk vijf jaar na zijn benoeming af, volgens een door het programmabeleid bepalende orgaan te maken rooster van aftreding. 5

3. De aftredende is terstond herbenoembaar voor ten hoogste éénmaal de maximale benoemingstermijn.

PROGRAMMASTAF - HOOFDREDACTEUR artikel 12 1. De stichting kent een programmastaf, bestaande uit een door het bestuur te bepalen aantal medewerkers onder wie een hoofdredacteur, belast met de leiding van de programmastaf. Het redactiestatuut, de taakomschrijving van de programmastaf en de nadere regels ter zake van de verhouding tussen hoofdredacteur, programmastaf en andere organen van de stichting worden goedgekeurd door het programmabeleid bepalende orgaan. 2. De hoofdredacteur wordt door het bestuur, na overleg met het programmabeleid bepalende orgaan, aangesteld. 3. De hoofdredacteur kan uitsluitend met instemming van het programmabeleid bepalende orgaan door het bestuur worden ontslagen; zodanig besluit dient tevoren eveneens aan overleg met de programmastaf te worden onderworpen, indien het ontslag op journalistieke gronden wordt verleend. 4. Het bestuur kan de hoofdredacteur in de uitoefening van zijn functie voor onbepaalde tijd schorsen; de schorsing vervalt indien niet binnen een maand na het schorsingsbesluit het in het derde lid van dit artikel bedoelde overleg een aanvang heeft genomen. 5. De overige leden van de programmastaf worden op voorstel van de hoofdredacteur benoemd door het bestuur. Ontslag wordt hen verleend door het bestuur na overleg met de hoofdredacteur.

Wil het ontslag op journalistieke gronden verleend kunnen worden, dan behoeft het de voorafgaande instemming van de hoofdredacteur en de programmastaf. 6. Voor de inhoud van alle uitzendingen en voor alle werkzaamheden is de hoofdredacteur verantwoording verschuldigd jegens het bestuur.

COMMISSIES EN WERKGROEPEN artikel 13 1. Het bestuur kan commissies en werkgroepen instellen. 2. Bij huishoudelijk reglement worden taak en werkwijze van commissies en werkgroepen vastgelegd.

6

JAARVERSLAG - RAPPORTAGE PROGRAMMABELEIDBEPALEND ORGAAN - REKENING EN VERANTWOORDING artikel 14 1. Het stichtingsjaar is tevens boekjaar en loopt van één januari tot en met eenendertig december van het zelfde jaar. 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanig aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 3. Per einde van elk boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten. 4. Het bestuur stelt binnen zes maanden na afloop van het stichtingsjaar zijn jaarverslag op en de penningmeester doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. De jaarrekening wordt opgesteld conform de eisen die het Commissariaat voor de Media stelt en die zijn opgenomen in het Handboek Financiële Verantwoording Publieke Lokale Mediainstellingen. 5. Het programmabeleid bepalende orgaan stelt binnen zes maanden na afloop van het stichtingsjaar de jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid vast, zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid onder d, van deze statuten. 6. Het bestuur stelt de jaarstukken vast. 7. Na vaststelling kan door een ieder kennis worden genomen van het jaarverslag, de rapportage van het programmabeleid bepalende orgaan en de jaarstukken.

STATUTENWIJZIGING artikel 15 1. In de statuten van de stichting kan geen wijziging worden aangebracht dan door een besluit van het bestuur, genomen in een vergadering waartoe is opgeroepen met de mededeling dat bij die gelegenheid een wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. 2. Het besluit tot wijziging van de statuten moet worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle bestuursleden aanwezig zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat. 3. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd. 4. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het Openbaar Stichtingenregister, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken, binnen het gebied alwaar de stichting haar zetel heeft.

7

ONTBINDING EN VEREFFENING artikel 16 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in het tweede lid van artikel 15 van toepassing. 2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. 3. De vereffening geschiedt door het bestuur. 4. De vereffenaars dragen er zorg voor dat de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register bedoeld in het vierde lid van artikel 15. 5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel als mogelijk van kracht. 6. Een eventueel batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft. 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende 30 jaar berusten onder de jongste vereffenaar.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT artikel 17 1. Het bestuur stelt een huishoudelijk reglement vast waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat. 2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet of deze statuten. 3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het huishoudelijk reglement te wijzigen of op te heffen. 4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaald in het tweede lid van artikel 15 van toepassing. 5. Bij strijdigheid zullen de statuten leidend zijn.

SLOTBEPALING artikel 18 In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur. Aldus opgemaakt te Beetsterzwaag, 29 juni 2021,

De voorzitter, Daniël Dijkstra 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=ff4c1048-4f6c-4dec-9fdc-c189bde61b7a