Bijlage 2 Rapport rekenkamer Energiebesparings- en informatieplicht in Opsterland
Tekst van het document
Energiebesparings- informatieplicht in Opsterland
Rekenkamer Opsterland, december 2024
1
Inhoudsopgave Bestuurlijke nota .......................................................................................... 3 1
Inleiding ................................................................................................ 4
2
Wat staat er in de factsheets over de OWO-gemeenten en de FUMO? 4
3
Beschouwing van de rekenkamer........................................................ 5
4.
3.1
Duiding bevindingen factsheets gemeenten ............................... 5
3.2
De FUMO is een Gemeenschappelijke Regeling ....................... 6
3.3
Betrokkenheid gemeenteraad ..................................................... 7
Conclusies en aanbevelingen .............................................................. 7 Conclusies ............................................................................................... 8 Aanbevelingen ........................................................................................ 9
Bestuurlijke Reactie college van b. en w. ................................................. 10 Bijlage 1
Factsheet Opsterland
Bijlage 2
Benchmark gemeenten
Bijlage 3
Benchmark Omgevingsdiensten
Bijlage 4
Eindrapport Ecorys
Bijlage 5
Rapport Algemene Rekenkamer
2
Bestuurlijke nota
3
1
Inleiding
In december 2023 heeft de Rekenkamer u geschreven1 dat we deelnemen aan het landelijke DoeMee onderzoek dat door de Vereniging van Rekenkamers (VVR) is geïnitieerd en door het bureau Ecorys is uitgevoerd. Dit onderzoek richtte zich op de energiebesparings- en de informatieplicht energiebesparing van bedrijven en instellingen. De uitkomsten van dit DoeMee-onderzoek bieden inzicht in de manier waarop gemeenten, provincies en omgevingsdiensten het toezicht op en de handhaving van deze plichten hebben georganiseerd en wat de resultaten hiervan zijn. Er hebben 109 Rekenkamers aan deelgenomen. Het eindrapport is nu afgerond en openbaar, het is algemeen van aard en aanvullend op dit eindrapport zijn er per gemeente individuele factsheets opgesteld. In deze factsheets zijn de concrete onderzoeksresultaten per gemeente weergegeven. In de gemeentelijke factsheets zijn eveneens de onderzoeksresultaten van de omgevingsdienst weergegeven. Op basis daarvan hebben wij zoals gebruikelijk enkele conclusies en aanbevelingen geformuleerd.
Parallel aan het DoeMee onderzoek heeft de Algemene Rekenkamer onderzoek gedaan naar de sturing door de minister voor Klimaat en Energie op de energiebesparings- en de resultaten van deze verplichting op landelijk niveau. Het eindrapport van Ecorys en het rapport van de Algemene Rekenkamer treft u als bijlagen aan. Dit rapport begint met een beknopte samenvatting van de bevindingen per gemeente. brief aan de raad: aankondiging Doe Mee onderzoek
2 Wat staat er in de factsheets over de OWO-gemeenten en de FUMO? Het onderzoeksbureau Ecorys heeft per gemeente een factsheet opgesteld met hierin geïntegreerd eveneens de onderzoeksresultaten van de Friese omgevingsdienst FUMO. In de factsheets staat onder andere beschreven hoe de samenwerking tussen gemeente en de FUMO is vormgegeven en wat de voortgang op toezicht en handhaving is. De bedoeling van deze factsheets is om de gemeenten een handelingsperspectief te bieden, hoe kan deze taak ‘toezicht en handhaving’ verbeterd worden als hier aanleiding toe is. De informatie die de FUMO heeft verstrekt, is verwerkt in de factsheets die per gemeente zijn opgesteld. De FUMO heeft de factsheets niet formeel gevalideerd bij het onderzoeksbureau Ecorys, ondanks dat het onderzoeksbureau hier wel om gevraagd heeft en ook een reminder voor gestuurd heeft. Hierop heeft de Rekenkamer zelf contact opgenomen met de FUMO en deze heeft mondeling gemeld dat de gegevens, zoals deze zijn opgenomen door Ecorys in de factsheets per gemeente, correct zijn weergegeven op grond van de ingediende beantwoording van de vragenlijst. Uit de factsheets blijkt voor de OWO gemeenten dat deze onderling in grote mate overeenkomen. De belangrijkste bevindingen zijn: 1.
De taken en rollen voor gemeenten en de Friese omgevingsdienst FUMO zijn helder, er bestaat ook een opdracht aan de FUMO en tegelijkertijd wordt gemeld dat deze taak niet altijd uitgevoerd wordt. 2. Bij de FUMO is de opdracht benoemd in de begroting en het uitvoeringsprogramma. 3. Periodieke evaluatie van het werk- en uitvoeringsprogramma vindt plaats op basis van de voortgangsrapportages van de FUMO. 4. Er zijn geen afspraken gemaakt over de monitorings- en verantwoordingsinformatie met de FUMO m.b.t. de energiebesparings-
1 brief aan de raad: aankondiging Doe Mee onderzoek
4
en informatieplicht. De gemeente ontvangt periodieke tussen- en eindrapportages en tussentijdse informele terugkoppeling over de resultaten van de handhaving van de energiebesparings- van de omgevingsdienst. 5. De rapportages die door de FUMO aan de gemeente worden verstrekt leveren op sommige punten adequate informatie over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht, bijvoorbeeld het aantal controles en hercontroles. De rapportages geven geen adequate informatie over de bereikte resultaten. 6. Vanuit de gemeenteraad zijn er nooit vragen gekomen over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht door de FUMO. 7. Deze handhavings- en toezichtstaak is een apart taakveld voor Fumo en er is dus gelabeld budget voor beschikbaar. 8. FUMO weet welke bedrijven onder deze verplichting vallen en weet gedeeltelijk welke bedrijven zich aan de informatieplicht houden. 9. FUMO gaat in 2024 een inventarisatieproject uitvoeren teneinde het zicht te verbeteren op de bedrijven die onder de verplichting vallen. 10. FUMO voert deze taak uit door controles uit te voeren aan de hand van de zogenaamde Erkende maatregelenlijst2. Bedrijven moeten via een digitaal loket doorgeven welke maatregelen uit deze genoemde lijst men wel of niet heeft getroffen. 11.
FUMO verwacht meer dan 10 jaar nodig te hebben om alle bedrijven te kunnen controleren. De prioritering van controles wordt bepaald op basis van de rubricering die RVO toevoegt aan de informatieplicht rapportages, op basis van een meer algemene risicoanalyse vanuit VTH op het gebied van milieu en vanwege voorkeur van het bevoegde gezag om een specifiek bedrijf te controleren. 12. FUMO kan zich vinden in de landelijke richtlijn die rekent met een indicatief besparingspotentieel van 5 à 10%.
13. Kwantitatieve informatie: voor de OWO gemeenten is in de afgelopen jaren slechts zeer incidenteel een controle uitgevoerd. Het onderzoek richt zich op de periode vanaf 2019. Alleen in 2020 en 2021 zijn er enkele controles uitgevoerd voor Weststellingwerf en Ooststellingwerf. 14. Met behulp van de subsidieregeling Versterkte Uitvoering Energiebesparings- en informatieplicht3 heeft de gemeente zelf invulling gegeven aan de handhavingstaak in 2022 en 2023.
2 https://www.rvo.nl/onderwerpen/energiebesparingsplicht/eml
4 https://transitievisiewarmte-owo.ireporting.nl/home
3 https://wetten.overheid.nl/BWBR0046881/2024-01-01
5 Jaarverslag 2023 en Uitvoeringsprogramma 2024
3
Beschouwing van de rekenkamer
In de provinciale Regionale Energiestrategie (RES) en de gemeentelijke Transitievisie warmte4 zijn doelstellingen vastgesteld door de gemeenteraad om de CO2 uitstoot te beperken en minder fossiele energie te gebruiken. Dat lukt alleen als de samenleving daaraan meewerkt en dus ook bedrijven en instellingen. Daarom bestaat de energiebesparings- en informatieplicht voor bedrijven en instellingen die veel energie verbruiken. Invulling van toezicht en handhaving op deze verplichtingen zal een belangrijke bijdrage moeten leveren aan het realiseren van doelen op het gebied van energie en klimaat. En met de huidige energieprijzen is het voor bedrijven ook relevant vanuit financieel perspectief om in te zetten op energiebesparing. Dan is de volgende vraag vanzelfsprekend of deze verplichting ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd en nagekomen, met andere woorden, hoe staat het ervoor met het toezicht en handhaving en vooral, wat zijn de resultaten van de inzet.
3.1
Duiding bevindingen factsheets gemeenten
Uit het eindrapport en de factsheets per gemeente kan geconcludeerd worden dat de OWO gemeenten deze taak - handhaving en toezicht energiebesparings- en informatieplicht in beeld hebben. Dat blijkt ook uit het VTH Uitvoeringsprogramma5 waar een korte alinea op pag. 24 hieraan
5
is besteed. Uit het Eindrapport van Ecorys blijkt dat het Rijk hiervoor verschillende incidentele subsidies beschikbaar heeft gesteld waaronder SPUK, VUE6 etc. die de OWO gemeenten ook ingezet hebben. Deze subsidies laten zien dat het Rijk deze taak belangrijk vindt. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het incidentele middelen zijn voor een structurele taak waarvoor ook gekwalificeerd personeel nodig is. Het beeld bij de OWO gemeenten komt voor wat dit betreft overeen met het landelijke gemiddelde zoals dat uit het Eindrapport blijkt. Sinds 1 juli 2023 is het toezicht en handhaving van deze verplichting een taak die bij de FUMO belegd moet worden door de gemeenten. Uit de factsheets blijkt dat de FUMO in de periode waarop het onderzoek zich richt, vanaf 2019 tot aan juli 2023 geen (Opsterland) of zeer sporadisch (West- en Ooststellingwerf) controles voor de OWO gemeenten heeft uitgevoerd. De OWO gemeenten hebben deze taak in die periode aan een ander extern bedrijf uitbesteed. De opdrachtverlening door de gemeente en uitgevoerde controles van voor 1 juli 2023 zijn niet verder onderzocht omdat deze buiten de scope van het onderzoek vallen. Na 1 juli 2023 (de datum dat deze taak wettelijk belegd is bij de omgevingsdiensten) zijn er slechts enkele controles door FUMO uitgevoerd voor de OWO gemeenten blijkens het onderzoek van Ecorys.
De daadwerkelijk uitgevoerde controles sinds 1 juli 2023 zoals deze zijn opgegeven door FUMO, laten zien dat er in absolute cijfers weinig controles zijn uitgevoerd. Om het aantal controles in perspectief te zetten, is kennis nodig van het aantal bedrijven dat hieraan moet voldoen. Deze informatie is via een bestand van het CBS7 te raadplegen (zie tabel hieronder) waaruit blijkt om hoeveel adressen het gaat waar veel elektriciteit en gas wordt verbruikt. In dit overzicht wordt de kanttekening gemaakt dat het om adressen gaat, het is een mogelijkheid dat op 1 adres meerdere bedrijven zijn gevestigd. In
6
SPUK: Specifieke uitkering voor toezicht en handhaving energiebesparingsplicht https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/spuk-energiebesparingsplicht https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/spuk-energiebesparingsplicht
verband met privacy regels kan deze informatie niet nader geconcretiseerd worden. Aantal uitgevoerde controles na 01-072023
Ooststellingwerf
Aantal adressen waar meer dan 50.000 Kwh of 25.000 m3 wordt verbruikt. 210
Weststellingwerf
185
2 FUMO
Opsterland
180
0 FUMO
1 FUMO
Uit deze cijfers is te concluderen dat niet alleen absoluut maar ook in relatie tot het aantal bedrijven dat onder de verplichting valt, er weinig controles zijn uitgevoerd. Ook als we rekening houden met de omstandigheden dat dit de cijfers zijn van een half jaar en het voor de OWO-gemeenten een nieuwe start is. Voor wat betreft de uitvoeringspraktijk bij de FUMO blijkt uit de factsheets dat de OWO gemeenten voortgangsrapportages van de FUMO ontvangen en er is ook (informeel) overleg. Hierover zijn geen vaste afspraken gemaakt en evenmin zijn er prestatie-indicatoren afgesproken. Uit het Eindrapport blijkt dat evenveel deelnemers wel (46%) en niet stuurt (46%) en afspraken maakt met de omgevingsdienst over de rapportages en kritische prestatie indicatoren (KPI´s’).
3.2
De FUMO is een Gemeenschappelijke Regeling
De Gemeenschappelijke Regeling FUMO is een verplichte omgevingsdienst voor Friesland en gemeenten zijn, zoals al eerder aangegeven, verplicht om deze handhaving en toezicht te beleggen bij de
VUE: Versterkte Uitvoering Energiebesparings- en informatieplicht 7 https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2023/51/energielevering-bedrijven-naarverbruiksklasse-2021-2022-
6
FUMO sinds 1 juli 2023. Het zijn de gemeenten die het beleid bij de FUMO bepalen via het Algemeen en Dagelijks Bestuur van de FUMO. De Wet Gemeenschappelijke Regelingen8 heeft aan de gemeenteraden nieuwe bevoegdheden toegekend om de GR beter aan te sturen. De FUMO heeft de taak in beeld en weet ook welke bedrijven onder deze verplichting vallen. FUMO voert de taak uit maar heeft niet de capaciteit beschikbaar om elk jaar alle energierelevante bedrijven te controleren. Ook is er de uitdaging om voldoende gekwalificeerd personeel te krijgen danwel op te leiden en te behouden. Daarom hanteert FUMO een prioritering om te bepalen waar de beschikbare capaciteit op wordt ingezet. Deze wordt gebaseerd op de rubriceringscode van het RVO9 en een eigen risicoanalyse op grond van eigen waarnemingen. De actuele inschatting van de FUMO is dat het meer dan 10 jaar zal vergen om alle bedrijven die onder de verplichting vallen te controleren. Wel is het een optie dat gemeenten zelf verzoeken doen met betrekking tot prioritering en controles. Het is dus mogelijk om als individuele gemeente hier invloed op uit te oefenen. FUMO heeft zicht op het energiebesparingspotentieel, zo blijkt uit de factsheets. Men kan de landelijke rekenregel van 5 à 10 % onderschrijven.
Hierbij wordt benadrukt dat het gaat om gemiddelden en er bij individuele bedrijven veel variabelen zijn die dit percentage beïnvloeden. Laat onverlet dat de conclusie is gerechtvaardigd dat het toezicht en handhaven van deze energiebesparings- en informatieplicht bijdraagt aan de doelstelling energie te besparen. Ook blijkt uit landelijke documenten en inzet dat het potentieel energiebesparing ruim is en niet wordt benut10. . Het is dus zinvol om hierop in te zetten om op die manier aan de doelstelling te werken.
8 https://wetten.overheid.nl/BWBR0003740/2022-07-01/0
9
3.3
Betrokkenheid gemeenteraad
De betrokkenheid van de gemeenteraden is eveneens een onderzoeksthema geweest en hieruit blijkt dat er weinig aandacht is voor dit beleid en deze taak. Zowel vanuit de kaderstellende als de controlerende rol worden door de raden geen vragen gesteld, het onderwerp is geen bespreekpunt op agenda´s. Er wordt dus geen richting gegeven als het gaat om prioriteiten omtrent de energiebesparingsplicht noch worden er vragen gesteld over de uitvoering van de taak en de resultaten ervan. Hier komt het beeld bij de OWO gemeenten overeen met het gemiddelde beeld zo blijkt: slechts in een ruim kwart van de gemeenten heeft de raad vragen gesteld over dit onderwerp.
4.
Conclusies en aanbevelingen
De onderzoekers van Ecorys concluderen dat het toezicht op en de handhaving van de informatieplicht en de energiebesparingsplicht afgelopen jaren is toegenomen op het landelijk niveau. Het budget is vergroot, het aantal controles en ingezette uren toegenomen en ook het aantal geconstateerde overtredingen is gestegen. Voor de OWOgemeenten kan dat niet gezegd worden, er valt geen uitgebreide conclusie te formuleren over de uitvoering van deze toezicht en handhavingstaak in de jaren 2019 tot 1 juli 2023 omdat in deze gemeenten deze taak tot 1 juli 2023 door een extern bedrijf werd uitgevoerd en dit buiten de scope van het landelijk onderzoek viel. Het handelingsperspectief dat voor de individuele OWO-gemeenten uit de factsheets moet blijken is dientengevolge beperkt. Er is wel handelingsperspectief te halen uit het algemene Eindrapport in combinatie met de factsheets met het oog op de toekomst. De algemene onderzoeksresultaten geven aanknopingspunten om lering uit te trekken. 10
Duurzame ontwikkeling en beleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal
https://www.rvo.nl/onderwerpen
7
Het onderzoek laat namelijk zien dat er nog steeds bedrijven en instellingen zijn die niet aan de verplichtingen voldoen of buiten beeld van de omgevingsdiensten zijn. Ook voor de toekomst zullen structureel een behoorlijk budget en een behoorlijke capaciteit bij omgevingsdiensten nodig zijn om in te kunnen zetten op de handhaving van de informatie- en energiebesparingsplicht. Tegelijkertijd blijft het onduidelijk welke resultaten hier precies mee bereikt worden, doordat het zicht op het besparingspotentieel slecht is. Zolang dat het geval is, zal verantwoording van de ingezette middelen voor provincies en gemeenten (maar ook voor het Rijk) moeilijk zijn, zo concludeert het onderzoeksbureau. Op basis van de factsheets van de gemeenten en het algemene rapport komen wij tot de volgende conclusies en aanbevelingen:
Conclusies 1. Het ontbreekt aan heldere afspraken met de FUMO Heldere afspraken met de FUMO in de vorm van KPI´s en de wijze waarop de prioritering wordt bepaald zodat gericht gestuurd kan worden op de uitvoering van deze taak en de te bereiken resultaten, zijn een belangrijke stap maar ontbreken tot op heden. 2. De raad heeft onvoldoende zicht op de uitvoering van de toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht en de resultaten daarvan Het is een uitdaging om de doelstelling uit de Visie Warmtetransitie te realiseren en het is ´alle hens aan dek´. Het toezicht en handhaven van de energiebesparings- en informatieplicht draagt hieraan bij. Dit raakt aan de rol van de raad, zowel kaderstellend als controlerend. Uit dit onderzoek en het eindrapport kan geconcludeerd worden dat er nog ruimte is: Zowel ruimte om meer energie te besparen en ook nog ruimte voor intensivering daar waar het gaat om de betrokkenheid van de raad. Toezicht op de
energiebesparingsplicht levert naast het voldoen aan wet- en regelgeving, een directe bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeenten. De gemeenteraad heeft dan wel meer relevante informatie nodig over de uitvoering van deze taak en de bereikte resultaten zodat de raad zijn rol kan nemen. 3. De raad kan effectiever gebruik maken van haar instrumenten en bevoegdheden voortkomend uit de wet Gemeenschappelijke Regelingen De gemeenteraad heeft twee wegen tot zijn beschikking om meer betrokkenheid te tonen en strakker te sturen op deze taak en doelstelling dan dat op dit moment gebeurt. In de eerste plaats kan de gemeenteraad rechtstreeks bij de GR gebruik maken van de instrumenten en bevoegdheden uit de Wet GR om een intensievere betrokkenheid te hebben bij de FUMO voor dit taakonderdeel11. Sinds de wetswijziging kan de gemeenteraad ook vroegtijdig een zienswijze geven op (concept)beleidsplannen zoals bijvoorbeeld de Kadernota´s. Dan kan specifiek aan deze taak aandacht gegeven worden en kan de raad hierop sturen. Hiervoor zullen dan ook de andere Friese raden en Provinciale Staten en de fracties die daarin zitting hebben benaderd moeten worden wil het enig effect sorteren. Als meerdere Friese raden op dit thema een zienswijze geven, is het voor de FUMO een duidelijk signaal dat de raden zich hierbij betrokken tonen en richting geven.
De gemeenteraad kan ook via het College een opdracht aan de GR meegeven. Alle Colleges zijn vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur van FUMO en Ooststellingwerf heeft in het Dagelijks Bestuur een collegelid zitten. In de tweede plaats kan de gemeenteraad het onderwerp agenderen ter bespreking in de raad. Het Jaarverslag & Uitvoeringsplan VTH Fysieke Leefomgeving OWOgemeenten is daarvoor een goede aanleiding en ontvangt de raad al van het college. Zo kan de gemeenteraad de kaderstellende en controlerende
11
Handreiking Verbeterde democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen? | VNG
8
rol inhoud geven ten aanzien van deze taak en de realisatie van de beleidsdoelen.
Aanbevelingen Voorgaande conclusies leiden tot de volgende aanbevelingen aan de gemeenteraad:
1. a.
b.
c.
Verzoek het College om afspraken met FUMO te maken over: Prestatie-indicatoren die inhoudelijk inzicht geven in de te leveren prestaties op het gebied van toezicht en handhaving energiebesparingsplicht en informatieplicht. Het zichtbaar maken van het effect en de resultaten van het toezicht op en de handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht aan de hand van meetbare criteria. De wijze waarop de prioritering voor de uit te voeren controles wordt bepaald en de criteria die daarbij worden gehanteerd.
2.
Verzoek het college de gemeenteraad hierover te informeren via het Jaarverslag & Uitvoeringsplan VTH.
3.
Agendeer het Jaarverslag & Uitvoeringsplan VTH via de Agendacommissie zodat de raad goed geïnformeerd is over de uitvoering van deze taak en de resultaten die dit moet opleveren en zonodig hierop kan bijsturen.
4.
Leg contact met andere gemeenteraden om te verkennen hoe gezamenlijk de bevoegdheden uit de WGR ingezet kunnen worden zodat de raad beter grip op de GR FUMO krijgt en houdt, op het gebied van de handhaving en het toezicht op de informatie- en energiebesparingsplicht.
9
Bestuurlijke Reactie college van b. en w.
Bijlage 1 Factsheet Opsterland
Factsheet DoeMee Onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing
Het DoeMee Onderzoek 2024 richt zich op de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing. Deze factsheet is opgesteld voor de gemeente Opsterland op basis van de ingevulde vragenlijst door de gemeente en omgevingsdienst Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO). De dikgedrukte blauwe tekst geeft het antwoord op de enquête en eventuele toevoegingen/ wijzigingen vanuit de schriftelijke validatie weer. Er is gevraagd om aanvullende informatie aan te leveren over de opdrachtformulering, afgesproken doelstellingen, resultaten en energiebesparende maatregelen die zijn getroffen. Een documentenanalyse is indien er documenten zijn aangeleverd opgenomen aan het eind van de factsheet. De factsheet is gevalideerd door de gemeente Opsterland, de omgevingsdienst Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing. heeft de factsheet niet gevalideerd.
Gemeente Opsterland Algemene informatie De rollen en taken van gemeenten, provincies en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht zijn op dit moment helder. De opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst is wel in de begroting opgenomen. Er is een opdracht geformuleerd voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. De opdracht is benoemd in de begroting 2025 van de omgevingsdienst en wordt benoemd in het uitvoeringsprogramma. De opdracht wordt in de praktijk niet of niet altijd uitgevoerd. Het budget voor de opdracht aan de omgevingsdienst wordt meegenomen in kadernota en daarna in de begroting. Om te sturen op de taak van de omgevingsdienst m.b.t. toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht vindt periodieke evaluatie van het werk- en uitvoeringsprogramma plaats op basis van voortgangsrapportages De gemeente geeft zelf ook invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht energiebesparing, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023. Met behulp van de Versterkte Uitvoering Energiebesparingsplicht 3 heeft de gemeente zelf invulling gegeven aan de handhavingstaak in 2022 en 2023.
Informatievoorziening Er zijn geen afspraken gemaakt over de monitorings- en verantwoordingsinformatie met de omgevingsdienst m.b.t. de energiebesparingsplicht.
1
De gemeente ontvangt periodieke tussenrapportages, een jaarlijkse eindrapportage en tussentijdse informele terugkoppeling over de resultaten van de handhaving van de energiebesparingsplicht van de omgevingsdienst. De rapportages die door de omgevingsdienst aan de gemeente worden verstrekt leveren op sommige punten adequate informatie over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht. De rapportages geven geen adequate informatie over de bereikte resultaten. Vanuit de gemeenteraad zijn er geen vragen gekomen over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht door de omgevingsdienst. Over de bereikte resultaten, zoals reductie CO2 en vermindering verbruik van gas en elektriciteit) zijn vanuit de gemeenteraad voor zover bekend geen vragen/opmerkingen geweest.
Omgevingsdienst Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing en gemeente Opsterland Algemene informatie De rollen en taken van gemeenten, provincies en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht zijn op dit moment helder. De energiebesparingsplicht is als apart taakveld onderdeel van het VTH-stelsel (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving). Resultaat Er is volledig zicht op het aantal bedrijven dat valt onder de energiebesparings- en informatieplicht. Deze informatie wordt gedownload via het e-loket van RVO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en wordt gecombineerd met bedrijven waarvan bekend is dat ze aan de energiebesparingsplicht moeten voldoen. Deze informatie verzamelt de omgevingsdienst zelf, komt deels van het CBS (Centraal Bureau voor Statistiek) en ontvangt de omgevingsdienst van de gemeente en provincie. Er is gedeeltelijk zicht op het aantal bedrijven dat zich niet aan de informatieplicht energiebesparing houdt. Deze informatie wordt gedownload via het e-loket van RVO.nl en wordt gecombineerd met bedrijven waarvan bekend is dat ze aan de energiebesparingsplicht moeten voldoen. De informatie ontbreekt in sommige gevallen omdat bedrijven zichzelf niet melden, dan moet er door eigen energieverbruik registraties worden geconcludeerd of een bedrijf wel/niet heeft voldaan aan de energiebesparingsplichten.
De omgevingsdienst gaat acties ondernomen om (volledig) inzicht te krijgen door in 2024 een inventarisatieproject te doen, waar diverse media worden gecombineerd met een specifieke uitvraag naar energieverbruiken om zo tot een overzicht te komen van bedrijven die de energiebesparingsplicht hebben. Er wordt per brief, e-mail, telefonisch en persoonlijk contact gemaakt met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing. Organisatie van het toezicht De omgevingsdienst handhaaft op de uitvoering van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing door specifieke energiecontroles uit te voeren aan de hand van de erkende maatregelenlijst. FUMO is eind 2022 begonnen met structureel en specifiek energietoezicht. Het aantal bedrijven dat per jaar wordt gecontroleerd wordt bepaald door een paar gegevens te
2
combineren: totaal aantal te bezoeken bedrijven, de toezicht frequentie en een verdeelsleutel over de bevoegde gezagen. Naar schatting heeft de omgevingsdienst nog meer dan 10 jaar nodig vanaf de start van de werkzaamheden om alle bedrijven en instellingen binnen de gemeente te controleren op de energiebesparings- en informatieplicht. De omgevingsdienst stelt prioriteit met betrekking tot welke partijen gecontroleerd worden op basis van de rubricering die RVO toevoegt aan de informatieplicht rapportages, op basis van een meer algemene risicoanalyse vanuit VTH op het gebied van milieu en vanwege voorkeur van het bevoegde gezag om een specifiek bedrijf te controleren. De RVO-rubriceringscode geeft een goed beeld van de ingediende melding Informatieplicht. Vanuit het milieutoezicht door FUMO zien en horen medewerkers ook bedrijven om (met prioriteit) te bezoeken bijv. i.v.m. nalatigheid op de plichten. Kwantitatieve informatie De omgevingsdienst heeft de kwantitatieve informatie uit onderstaande tabellen ingevuld voor de gemeente. Onderstaande tabel bevat informatie over het aantal gecontroleerde bedrijven en de ureninzet op jaarbasis door de omgevingsdienst in de periode 2019 – 2023.
Jaar
Aantal bedrijven gecontroleerd
Ureninzet op jaarbasis
2019
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2020
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2021
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2022
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2023
0 (door FUMO) en 11 (door gemeente
0
Opsterland)
Onderstaande tabel bevat informatie over het percentage bedrijven waar overtredingen zijn aangetroffen voor en na hercontrole tussen 2019 en 2023.
Jaar
% bedrijven met overtredingen bij
% bedrijven met overtredingen bij
eerste controle
hercontrole
2019
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2020
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2021
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2022
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2023
-
-
3
Onderstaande tabel bevat informatie over het aantal jaarlijks geconstateerde overtredingen tussen 2019 en 2023.
Jaar
Aantal overtredingen
2019
Geen taak van de omgevingsdienst
2020
Geen taak van de omgevingsdienst
2021
Geen taak van de omgevingsdienst
2022
Geen taak van de omgevingsdienst
2023
0
Onderstaande tabel bevat per jaar informatie over het aantal bedrijven dat een ‘vooraankondiging last onder dwangsom’ of overige repressieve handhaving heeft ontvangen tussen 2019 en 2023.
Jaar
Vooraankondiging last onder
Overige repressieve handhaving
dwangsom
opgelegd
2019
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2020
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2021
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2022
Geen taak van de omgevingsdienst
Geen taak van de omgevingsdienst
2023
0
0
In het geval er repressieve handhaving heeft plaatsgevonden, zijn de volgende sancties opgelegd: er zijn geen sancties opgelegd omdat er nog geen controles in deze gemeente zijn uitgevoerd in 2023. De omgevingsdienst heeft indicatief zicht op het energiebesparingspotentieel bij bedrijven en instellingen. Het energiebesparingspotentieel bij bedrijven en instellingen in de gemeente is gebaseerd op het landelijk gemiddelde van 5-10% door een energiecontrole. In de periode 2019 tot en met 2023 zijn de volgende energiebesparende maatregelen door bedrijven en instellingen getroffen. In 2023 wel een taak voor energietoezicht in gehele regio van OD, zo ook in gemeente Opsterland. Bij afstemming met gemeente Opsterland al gemeld dat er mogelijk geen/weinig controles zouden worden uitgevoerd, deze zouden met prioriteit doorschuiven naar 2024.
4
Aanvullende documentenanalyse Categorie
Aanwezig?
Documenten
Toelichting Begroting
x
Opdracht Beleidstukken
√
Werkprogramma
x
Voortgangsrapportage
√
VTH-basistaken jaarverslag 2022 Fryslân
Aanvullend
√
Aanvullende stukken & besluitenlijsten bij AB FUMO
VTH-beleid Fryslân
vergaderingen; voortgangsrapportage SPUK IBP VTH regeling; uitgevoerde VUE controles gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland (OWO).
Beleidsstukken De basis van de programmering en urentoedeling van de VTH-basistaken ligt in het VTH-beleid Fryslân, bijbehorende risicoanalyses, begrotingen en het sturings- en financieringsmodel FUMO. In het VTH-beleid Fryslân zijn operationalisering doelstellingen opgenomen (zie bijlage 1). Voor de voorgestelde doelstelling “Bedrijven hebben inzicht in hun bijdrage aan en verantwoordelijkheid voor een klimaatbestending, circulair en energieneutraal Fryslân” wordt bijvoorbeeld de indicator gehanteerd van percentage integrale milieucontroles waarbij het voldoen aan energiebesparende maatregelen wordt meegenomen. In bijlage 1 staan nog 12 andere doelstellingen met bijbehorende indicatoren benoemd. Voortgangsrapportages In het VTH-basistaken jaarverslag 2022 wordt gerapporteerd over de uitvoering van de basistaken. Daarin staat dat alle reguliere controles volgens planning zijn uitgevoerd. Aanvullend Ook zijn een aantal aanvullende stukken met ons gedeeld waaronder een besluitenlijst bij AB FUMO vergaderingen, over onder andere de actualisatie van energietaken, een brief aan alle omgevingsdiensten over de voortgang van de SPUK (specifieke uitkering) IBP VTH regeling en een lijst met uitgevoerde VUE (Versterkte Uitvoering Energiebesparing) controles in de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland.
5
Bijlage 2 Benchmark gemeenten
DoeMee onderzoek 2024 – Energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing Benchmark gemeenten o.b.v. enquête Algemene informatie
= aantal respondenten
Zijn de rollen en taken van de gemeente en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht op dit moment helder? 7% 3%
Is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting van uw gemeente opgenomen?
12%
11%
Dat weet ik niet (3) Ja (100) Nee of niet altijd (8)
Dat weet ik niet (12) Ja (86) Nee (13)
90%
77%
111
Nee of niet altijd: taakverdeling is nog niet helemaal ingeregeld. 39 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’
Is er door uw gemeente/provincie een opdracht geformuleerd voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht?
14 - De energiebesparingsplicht is als onderdeel van een programma benoemd in de begroting 13 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘milieu’ 10 - Anders, namelijk... 5 - De energiebesparingsplicht is als specifiek onderdeel benoemd in de begroting 5 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘VTH’
20%
4 - Dat weet ik niet
10%
1 - Onder het overkoepelende onderwerp ‘energie’
111
Dat weet ik niet (11) Ja (78) Nee (22) 70%
111
Geen opdracht geformuleerd: gemeenten geven aan dat dit onderdeel is van de basistaak van omgevingsdiensten en het niet nodig is een aanvullende opdracht te formuleren. In andere gevallen is de rol- en taakverdeling (nog) niet duidelijk en moet de opdracht nog worden geformuleerd.
Het budget wordt vaak bepaald op basis van een inschatting van het aantal bedrijven dat aan de verplichtingen moet voldoen, wat vervolgens gecombineerd wordt met het geschatte aantal uren dat nodig is voor de controle per object en de prijs per controle (kengetallen per omgevingsdienst).
Wordt de opdracht in de praktijk ook uitgevoerd?
6% 1%
Hoe is de opdracht voor de omgevingsdienst over de invulling van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht geformuleerd? (meer antwoorden mogelijk) 5%
Dat weet ik niet (1) Ja (72) Nee of niet altijd (5)
Anders, namelijk... (45)
92%
Dat week ik niet (4)
18%
78
De werkzaamheden zijn benoemd in een opdrachtformulier (11)
58%
14%
Er is een gemeentschappelijke regeling opgesteld (volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen) (14) Er is een schriftelijke overeenkomst opgesteld (4)
5%
78
Geeft uw gemeente/provincie zelf invulling aan toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht energiebesparing naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd sinds 1 juli 2023?
In geval anders namelijk: opdracht geformuleerd in jaarlijks uitvoerings- of werkprogramma.
Welke actie(s) heeft uw gemeente/provincie richting de omgevingsdienst ondernomen om te sturen op de taak van de omgevingsdienst m.b.t. toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht?
5% 41%
15%
Dat week ik niet (5) Geen actie (16) Periodiek overleg over de voortgang (28) Periodiek evaluatie van het werk- en uitvoeringsprogramma op basis van voortgangsrapportages (45)
25%
26%
Dat weet ik niet (6) Ja (29) Nee (75)
68% 110
Anders, namelijk... (16)
15%
5%
110
Indien ja: een aantal gemeenten geeft aan eigen toezichthouders in dienst te hebben die toezien op niet-basistaakbedrijven. Twee gemeenten voeren zelf het toezicht en de handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht uit. Een aantal gemeenten geeft daarnaast aan actief te communiceren, stimuleren en adviseren over de verplichtingen. Ook zijn er gemeenten die aangeven zelf het toezicht op kantoorgebouwen uit te voeren, die over minimaal energielabel C dienen te beschikken.
bezoek de website DoeMee-onderzoek 2024 — NVRR voor meer informatie over het onderzoek
Informatievoorziening Zijn er afspraken gemaakt tussen uw gemeente/provincie en de omgevingsdienst over de monitorings- en verantwoordingsinformatie m.b.t. de energiebesparingsplicht? 15%
25%
Zijn er doelstellingen (KPI’s) afgesproken met omgevingsdiensten over de monitorings- en verantwoordingsinformatie m.b.t. de energiebesparingsplicht ?
7%
Dat weet ik niet (16) Ja, die hebben we in de opdracht vastgelegd (29)
26%
46%
Nee, er zijn geen afspraken gemaakt (27)
35%
Dat weet ik niet (5) Ja (31) Nee (31)
46%
Ja, er zijn afspraken, maar die staan niet in de opdracht (38)
110 67
Nee of niet altijd: taakverdeling is nog niet helemaal ingeregeld.
Op welke wijze ontvangt uw gemeente/provincie informatie over de resultaten van de handhaving van de energiebesparingsplicht van de Omgevingsdienst? (Meer antwoorden mogelijk)
59 - Een jaarlijkse eindrapportage
Voorbeelden van KPI’s zijn aantal controles en hercontroles per jaar, de besteedde uren en het soort overtreding.
Geven de rapportages van de omgevingsdiensten aan de deelnemende gemeenten adequate informatie over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht?
54 - Periodieke tussenrapportages 38 - Beantwoording van vragen wanneer noodzakelijk
De rapportages leveren adequate informatie (41)
17%
35 - Tussentijdse informele terugkoppeling
6%
19 - Anders, namelijk…
38%
7 - Dat weet ik niet 4 - Er wordt geen informatie aangeleverd
122
In geval anders namelijk: halfjaarlijkse en/of jaarlijkse evaluatie, incidentele informatie via de mail of er zijn nog geen duidelijke afspraken hierover gemaakt. Ook ontvangen veel gemeenten jaarrapportages of tussenrapportages.
Geven de rapportages van de omgevingsdiensten adequate informatie aan de deelnemende gemeenten en provincies over de bereikte resultaten? Let op: het gaat hierover wat de energiebesparingsplicht oplevert (bijv. reductie CO2 en vermindering gas- en elektriciteitsverbruik)
De rapportages leveren op sommige punten adequatie informatie (33) Deze rapportage krijgt mijn organisatie niet (6)
9%
Hier heb ik geen zicht op/ dat weet ik niet (19)
109
Geen/op sommige punten: informatie is globaal en geeft vaak geen inzicht in behaalde resultaten, zoals hoeveelheid gerealiseerde energiebesparing. Rapportage krijgt mijn organisatie niet: gemeenten geven aan dat zij niet om specifieke informatie vragen op dit vlak of dat er nog nadere afspraken moeten worden gemaakt over rapportages.
Zijn er wel eens vragen/opmerkingen gekomen van de Gemeenteraad over de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht door de Omgevingsdienst?
De rapportages leveren adequate informatie (13)
12%
20%
30%
De rapportages leveren geen adequatie informatie (10)
De rapportages leveren geen adequate informatie (32)
15%
De rapportages leveren op sommige punten adequate informatie (26)
30%
14% 24%
Deze rapportages krijgt mijn organisatie niet (15)
25%
Hier heb ik geen zicht op/ dat weet ik niet (22)
60% 108
Rapportages leveren geen/op sommige punten adequate informatie: de concrete energiebesparing die de uitgevoerde toezicht- en handhavingstaken hebben opgeleverd ontbreekt (CO2 reductie). In sommige gevallen is een indicatie van de CO2 besparing via de omgevingsdienst beschikbaar. Gemeenten geven aan wel behoefte aan dit inzicht te hebben.
Zijn er wel eens vragen/ opmerkingen gekomen van de gemeenteraad/Provinciale Staten over de bereikte resultaten (bijv. reductie CO2 en vermindering gas en elektriciteit) van de energiebesparingsplicht?
Dat weet ik niet (16) Ja (27) Nee of niet altijd (65)
108
Indien ja: Vragen gingen bijvoorbeeld over de werkwijze, de voortgang van de uitvoering van de werkzaamheden (aantal controles, naleefgedrag) en de bereikte resultaten.
108
25%
66%
9%
Dat weet ik niet (27) Ja (10) Nee (71)
Indien ja: vragen/opmerkingen gingen veelal over de gerealiseerde CO2 reductie, over de hoeveelheid controles en naleefgedrag en het type uitgevoerde maatregelen.
Bijlage 3 Benchmark Omgevingsdiensten
DoeMee onderzoek 2024 – Energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing Benchmark omgevingsdiensten o.b.v. enquête Algemene informatie
= aantal respondenten
3%
Is de Energiebesparingsplicht als apart taakveld onderdeel van het VTH-stelsel bij uw omgevingsdienst?
5%
133
Anders, namelijk... (7) Ja, dit is een apart taakveld (122) Nee, dit is geen apart taakveld (4)
Anders, namelijk: taken zijn onderdeel van een breder takenpakket, zoals toezicht en handhaving op de informatieplicht en onderzoeksplicht.
92%
Resultaat Hoe komt u aan deze informatie? (meer antwoorden mogelijk)
Is er zicht op het aantal bedrijven dat valt onder de energiebesparings- en informatieplicht?
113 - Deze informatie downloaden we bij het e-loket van RVO.nl en combineren we met bedrijven waarvan wij weten dat ze aan de energiebesparingsplicht moeten voldoen 89 - Deze informatie verzamelen we zelf
46% 54%
Gedeeltelijk (72) Ja (61)
48 - Anders, namelijk... 33 - Deze informatie ontvangen we van de gemeente/provincie 18 - Deze informatie komt van het CBS
133
301
• Anders, namelijk: via milieucontroles bedrijven wijzen op informatieplicht, samenvoeging verschillende informatiebronnen (RVO, KVK, BAG)
Hoe komt u aan deze informatie? (meer antwoorden mogelijk) 113 - Deze informatie verzamelen we zelf 99 - Deze informatie downloaden we bij het e-loket van RVO.nl en combineren we met bedrijven waarvan wij weten dat ze aan de energiebesparingsplicht moeten voldoen 66 - Deze informatie downloaden we bij het e-loket van RVO.nl 49 - Deze informatie ontvangen we van de gemeente/provincie 33 - Anders, namelijk... 31 - Deze informatie komt van het CBS 0 - Dat weet ik niet
0 - Dat weet ik niet
• Waarom ontbreekt informatie? Geen inzicht in energieverbruiksgegevens van bedrijven. Het aanleveren van gegevens door netbeheerders kan helpen volledig inzicht te krijgen. Daarnaast in enkele gevallen ook te weinig capaciteit bij omgevingsdienst. • Welke acties heeft omgevingsdienst ondernomen om inzicht wel te krijgen? Registratie energieverbruik bij reguliere milieucontroles, opzetten (online) informatiecampagne om bedrijven op verplichtingen te wijzen, eigen inschatting maken o.b.v. ervaringscijfers (oppervlakte, bedrijfsactiviteit, gemiddelde verbruikscijfers).
391
• Anders, namelijk: informatieverzameling via regulier toezicht en/of eigen inschatting o.b.v. oppervlakte, type bedrijf, gemiddelde gebruikscijfers • Waarom ontbreekt informatie? Geen inzicht in energieverbruiksgegevens van bedrijven. Het aanleveren van gegevens door netbeheerders kan helpen volledig inzicht te krijgen. Daarnaast in enkele gevallen ook te weinig capaciteit bij omgevingsdienst. • Welke acties heeft omgevingsdienst ondernomen om inzicht wel te krijgen? Registratie energieverbruik bij reguliere milieucontroles, opzetten (online) informatiecampagne om bedrijven op verplichtingen te wijzen, eigen inschatting maken o.b.v. ervaringscijfers (oppervlakte, bedrijfsactiviteit, gemiddelde verbruikscijfers).
Hoe maakt u contact met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing? (meer antwoorden mogelijk) 127 - Per brief/ e-mail 98 - Telefonisch 96 - Persoonlijk 44 - Anders, namelijk… 17 - Via BOA's
Is er bij uw omgevingsdienst zicht op de mate waarin bedrijven zich niet aan de informatieplicht energiebesparing houden? 2% 26% Gedeeltelijk (96) Ja (35) Nee (2) 83%
133
0 - Dat weet ik niet
382
Anders, namelijk: via fysieke energiecontroles en informatievoorziening via lokale initiatieven (zoals informatieavonden georganiseerd door gemeente en bijeenkomsten RES regio’s).
bezoek de website DoeMee-onderzoek 2024 — NVRR voor meer informatie over het onderzoek
Organisatie van het toezicht Geef aan op welke manier uw omgevingsdienst handhaaft op de uitvoering van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing? (meer antwoorden mogelijk)
Stelt uw omgevingsdienst prioriteiten met betrekking tot welke bedrijven gecontroleerd worden m.b.t. de energiebesparingsplicht? (meer antwoorden mogelijk)
126 - Door specifieke energiecontroles uit te voeren aan de hand van de erkende maatregelenlijst
82 - Ja, op basis van de rubricering die RVO toevoegt aan de informatieplicht rapportages
60 - Anders, namelijk...
80 - Ja, op basis van een eigen risicoanalyse die specifiek gericht is op de energiebesparingsplicht
34 - Door algemene milieucontroles uit te voeren aan de hand van de erkende maatregelenlijst 17 - Door energiescans uit te voeren
61 - Anders, namelijk… 32 - Ja, op basis van een meer algemene risicoanalyse vanuit VTH op het gebied van milieu
3 - Door telefonisch energiecontroles uit te voeren aan de hand van de erkende maatregelenlijst 0 - We handhaven de uitvoering van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing niet
240
0 - Dat weet ik niet
• Anders, namelijk: toepassing Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsdiensten (LHSO). • Hoe wordt het aantal bedrijven dat wordt gecontroleerd per jaar bepaald? In afstemming met gemeente/provincie, afhankelijk van het budget, aantal bedrijven.
Hoeveel jaar heeft u naar inschatting nodig om alle bedrijven en instellingen binnen de gemeente/provincie te controleren op de energiebesparingsplicht en informatieplicht (vanaf start van de werkzaamheden)?
11 - Nee 0 - Dat weet ik niet
266
Anders, namelijk en/of toelichting: prioriteit op basis van het energieverbruik, een onderverdeling per branche en hierin onderverdeling naar het hoogste besparingspotentieel en/of voorkeur van gemeente/provincie.
12% 1%
1-2 jaar (1) 2-5 jaar (48)
8%
36%
5-10 jaar (58) Meer dan 10 jaar (10) Dat weet ik niet (16)
44% 133
Kwantitatieve informatie Aantal controles, ureninzet, overtredingen bij controle en hercontrole
Niet alle omgevingsdiensten hebben getallen via de enquête aangeleverd. Met inachtneming van nodige kanttekeningen (geen getallen beschikbaar, getallen voor de gehele regio, getallen voor gemeenten/provincies specifiek) is in het totaaloverzicht van alle omgevingsdiensten wel een trend zichtbaar tussen 2019 en 2023: het aantal controles, de ureninzet en totaal aantal overtredingen is toegenomen.
In geval er repressieve handhaving heeft plaatsgevonden, welke sancties zijn opgelegd? (meer antwoorden mogelijk)
Heeft uw omgevingsdienst zicht op de totale gerealiseerde energiebesparing die dankzij de energiebesparingsplicht is gerealiseerd? (bijv. in kwh, m3 gas, CO2 reductie)
69 - Er is een hersteltermijn opgelegd
2%
48 - Er is een vooraankondiging lasten onder dwangsom verstuurd
38%
33 - Er zijn geen sancties opgelegd 23 - Er is een dwangsom opgelegd
60%
19 - Anders, namelijk…
198
6 - Dat weet ik niet
Anders, namelijk: termijn (meestal een jaar) voor een plan van aanpak voor het treffen van ontbrekende energiebesparende maatregelen.
Heeft uw omgevingsdienst zicht op het energiebesparingspotentieel (bijv. in kwh, m3 gas, CO2 reductie) bij bedrijven en instellingen?
Dat week ik niet (2) Ja, dit weten we indicatief (51) Nee, dat inzicht hebben we niet (80) 133
Getroffen energiebesparende maatregelen: in veel gevallen wordt het type getroffen maatregelen niet door omgevingsdiensten bijgehouden. Enkele omgevingsdiensten geven aan dat het met name om gebouwmaatregelen gaat.
5% 26%
Dat weet ik niet (6) Ja, op andere wijze (35)
55% 14%
Ja, wij kunnen een indicatie geven op basis van de informatieplicht (19) Nee, dat inzicht hebben we niet (73)
133
Bijlage 4 Eindrapport Ecorys
DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing Eindrapport voor de vereniging van Rekenkamers Rotterdam, 26 augustus 2024
DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing Eindrapport voor de vereniging van Rekenkamers Rotterdam, 26 augustus 2024
SCH/RG 1005367rap
DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing
Inhoudsopgave Samenvatting......................................................................................................4 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding .................................................................................................10 Aanleiding........................................................................................................ 10 Doel en onderzoeksvragen ............................................................................. 11 Leeswijzer ....................................................................................................... 12
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Beleidsopzet.......................................................................................... 13 Inleiding ........................................................................................................... 13 Energiebesparingsplicht .................................................................................. 13 Informatieplicht energiebesparing ................................................................... 15 Rol en taakverdeling ....................................................................................... 16 Financiën ......................................................................................................... 16
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Resultaten enquête ...............................................................................18 Inleiding ........................................................................................................... 18 Gemeenten...................................................................................................... 18 Provincies ........................................................................................................ 29 Omgevingsdiensten ........................................................................................ 37 Verantwoording ............................................................................................... 48
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Toelichting op resultaten vanuit deskstudie en focusgroepen .........52 Inleiding ........................................................................................................... 52 Begroting en financiering van toezicht en handhaving ................................... 52 Rollen en taken toezicht en handhaving ......................................................... 54 Uitvoering van toezicht en handhaving ........................................................... 55 Verantwoording ............................................................................................... 57 Resultaten toezicht en handhaving ................................................................. 57
5
Slotbeschouwing ..................................................................................59
Literatuurlijst ....................................................................................................61 Bijlage 1: Onderzoeksproces, onderzoeksmethoden en kwaliteit van de informatie..........................................................................................................63 Inleiding ....................................................................................................................... 63 Onderzoeksproces ...................................................................................................... 63 Afstemming met de Algemene Rekenkamer............................................................... 64 Onderzoeksmethoden en kwaliteit .............................................................................. 65 Kwaliteit van de informatie .......................................................................................... 66 Bijlage 2: Begrippenlijst...................................................................................68 Bijlage 3: Overzicht van deelnemende overheden.........................................69
/3
DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing
Samenvatting
Achtergrond en doel van het onderzoek In dit DoeMee-onderzoek 2024 doen in totaal 109 rekenkamers onderzoek naar de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing, op initiatief en onder begeleiding van de Vereniging van Rekenkamers (VVR). De uitkomsten van dit DoeMee-onderzoek bieden inzicht in de manier waarop gemeenten, provincies en omgevingsdiensten toezicht en handhaving op deze plichten hebben georganiseerd en wat de resultaten hiervan zijn. De energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing in het kort Om de uitkomsten van het onderzoek goed te kunnen duiden, is inzicht in de werking en organisatie van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing nodig. Hieronder is dit kort weergegeven: • Energiebesparingsplicht: bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 aardgas gebruiken, zijn verplicht energiebesparende maatregelen te nemen. Het gaat hierbij specifiek om investeringen die zij binnen vijf jaar kunnen terugverdienen. • Informatieplicht energiebesparing: bedrijven en instellingen zijn verplicht eens in de 4 jaar actief informatie te verstrekken aan hun omgevingsdienst over de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert het digitale loket waarmee bedrijven dit aan hun omgevingsdienst laten weten.
Het is de omgevingsdienst die het toezicht op de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing uitvoert in opdracht van het bevoegd gezag. Uitkomsten van het onderzoek De onderzoeksvragen zijn uitgezet bij gemeenten, provincies en omgevingsdiensten. De uitkomsten van de antwoorden op deze vragen zijn hieronder samengevat. De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek onder de gemeenten zijn: • Bij meer dan driekwart van de gemeenten (77%) is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting opgenomen, meestal onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’. Hierbij is dus niet specifiek onderscheid gemaakt naar de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing, maar is die taak onder één noemer samengebracht met andere taken die bij de omgevingsdienst belegd zijn. • In 70% van de gemeenten is er een opdracht richting de omgevingsdiensten geformuleerd met betrekking tot de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. Aan de opdracht wordt in de meeste gevallen (92%) ook voldaan. Er zijn uiteenlopende redenen waarom er geen opdracht vanuit de gemeente richting de omgevingsdiensten geformuleerd is.
Een aantal gemeenten geeft hierbij aan dat dit onderdeel is van de basistaak van de omgevingsdienst en het daardoor niet nodig is een aanvullende opdracht te formuleren. • Er wordt door 80% van de gemeenten gestuurd op de taken van de omgevingsdienst. Dit gebeurt meestal door voortgangsrapportages, periodieke overleggen over, of evaluatie van, de voortgang. Bij 61% van de gemeenten zijn er ook formeel afspraken gemaakt over
/4
DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing
•
•
de monitorings- en verantwoordingsinformatie met betrekking tot de energiebesparingsplicht. In 46% van de gemeenten zijn hier ook kritische prestatie indicatoren (KPI’s) aan verbonden, zoals het aantal controles. In een even groot deel (46%) van de gemeenten gebeurt dit overigens niet. De rapportages die de gemeenten ontvangen, worden door 38% van de gemeenten van goede kwaliteit bevonden. In 39% van de gevallen bevatten de rapportages geen of niet voldoende adequate informatie. In het geval rapportages geen adequate informatie leveren, geven gemeenten in de toelichting aan dat er bijvoorbeeld geen specifieke gemeentelijke kengetallen geleverd worden en/of de informatie globaal is. Daarnaast geven meerdere gemeenten aan dat de rapportages geen inzicht geven in de behaalde resultaten, zoals de hoeveelheid gerealiseerde energiebesparing en de toegevoegde waarde van handhaving. Ongeveer een kwart (26%) van de gemeenten vervult zelf ook nog taken. Drie gemeenten geven bijvoorbeeld aan dat zij eigen toezichthouders hebben die toezien op de nietbasistaakbedrijven. Een van de gemeenten geeft hierbij aan dat zij energiegegevens opvraagt die de omgevingsdienst kan gebruiken voor toezicht en handhaving op de verplichtingen. Een aantal gemeenten geeft aan het toezicht op kantoorgebouwen die over minimaal energielabel C dienen te beschikken, zelf uit te voeren.
Daarnaast zijn er twee gemeenten die toezicht en handhaving op de verplichtingen ook na 1 juli 2023 nog zelf uitvoeren.
De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek onder de provincies zijn: • Bij tien van de twaalf provincies is de opdracht op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdienst in de begroting opgenomen, meestal onder het overkoepelende onderwerp ‘omgevingsdiensten’. • Bij tien van de twaalf provincies is er een opdracht richting de omgevingsdiensten geformuleerd met betrekking tot de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. Bij drie provincies wordt de opdracht jaarlijks opgenomen in het uitvoeringsprogramma en bij vier provincies is de opdracht opgenomen in het werkplan van de omgevingsdiensten en bij drie provincies zijn de werkzaamheden benoemd in een opdrachtformulier. Aan de opdracht wordt in de meeste gevallen (80%) ook voldaan. • Er wordt door elf provincies gestuurd op de taken van de omgevingsdienst en één van de provincies kon hier geen antwoord op geven. Het meest wordt gestuurd op basis van een periodieke evaluatie van het werk- en uitvoeringsprogramma en/of op basis van voortgangsrapportages (vijf provincies). Bij vier provincies vindt er periodiek overleg over de voortgang plaats. Bij acht provincies zijn er ook formeel afspraken gemaakt over de monitorings- en verantwoordingsinformatie met betrekking tot de energiebesparingsplicht. In vijf provincies zijn hier ook KPI’s aan verbonden.
• Zes provincies geven aan dat de rapportages adequate informatie bevatten. De respondenten die aangeven dat er op sommige punten adequate informatie wordt geleverd (1) of geen adequate informatie wordt geleverd (3), geven aan dat de rapportage geen inzicht geven in de effecten, zoals bijvoorbeeld een reductie in CO2-uitstoot als gevolg van vermindering van gas- en elektriciteitsverbruik. • Tien provincies geven aan dat zij zelf geen invulling geven aan toezicht en handhaving van de verplichtingen, naast de taken die bij de omgevingsdienst zijn belegd. Eén provincie geeft aan wel zelf invulling te geven aan toezicht en handhaving van de verplichtingen. Deze provincie heeft in de periode 2021-2023 een projectmatige inhaalslag energiebesparingsplicht toegepast voor het aanpassen van vergunningen met voorschriften voor
/5
DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing
wettelijke verplichte energiebesparing voor energierelevante vergunningplichtige bedrijven. De provincie geeft aan zelf toezicht en handhaving uit te voeren op de implementatie van de wettelijke verplichte energiebesparingsmaatregelen die bedrijven moeten nemen. De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek onder de omgevingsdiensten zijn: • Omgevingsdiensten hebben allemaal (gedeeltelijk) zicht op de bedrijven en instellingen die vallen onder de energiebesparings- en informatieplicht. Aan dit zicht komen zij vooral door eigen informatieverzameling, een combinatie van eigen gegevens met de gegevens van RVO.nl of een download vanuit het e-loket van RVO.nl. Als belangrijkste oorzaak waardoor de informatie (soms) ontbreekt geven de omgevingsdiensten aan dat zij geen inzicht hebben in energieverbruiksgegevens van bedrijven en instellingen. Zij geven aan dat het aanleveren van gegevens door netbeheerders kan helpen om volledig inzicht te krijgen. • Omgevingsdiensten geven aan dat zij vrijwel allemaal (98%) gedeeltelijk of volledig zicht hebben op het aantal bedrijven en instellingen dat zich aan de informatieplicht energiebesparing houdt. Bijna alle respondenten geven aan op verschillende manieren contact te maken met bedrijven en instellingen die niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing, het meest via brief of e-mail, telefonisch of persoonlijk.
• Controles bij bedrijven of instellingen vinden meestal plaats aan de hand van specifieke energiecontroles of algemene milieucontroles aan de hand van de erkende maatregelenlijst. • Omgevingsdiensten geven aan dat het aantal controles per jaar wordt bepaald in afstemming met de gemeente/provincie en afhankelijk is van het budget dat de gemeente/provincie beschikbaar stelt voor energietoezicht- en handhaving. Ook de beschikbare capaciteit, het aantal energiebesparingplichtige bedrijven en de beschikbaarheid van aanvullende middelen (VUE-regeling, SPUK-gelden)1 zijn onderdeel van de afweging. Daarnaast maakt de omgevingsdienst een inschatting van het aantal benodigde uren per te controleren bedrijf of instelling. • De prioriteit van de te controleren bedrijven wordt door de omgevingsdiensten meestal gesteld op basis van de rubricering die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) toevoegt aan de informatieplicht rapportages of op basis van een eigen risicoanalyse die specifiek gericht is op de energiebesparingsplicht.2 Een klein deel van de omgevingsdiensten geeft aan prioriteit te stellen op basis van een meer algemene risicoanalyse vanuit VTH op het gebied van milieu. Sommige omgevingsdiensten stellen geen prioriteit in de te controleren bedrijven.