CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Notitie leges omgevingswet OWO gemeenten

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Legesverordening Opsterland 2024 (H)7.925 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2023

Notitie Leges TOELICHTING EFFECT INVOERING OMGEVINGSWET EN WKB

Inhoud 1. 2.

Inleiding ...........................................................................................................................................................1 De nieuwe wetgeving nader toegelicht ...........................................................................................................2

2.1 De omgevingswet ..........................................................................................................................................2 2.2 De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen .................................................................................................2 3.

De grondslagen voor de leges ..........................................................................................................................4 3.1 Het begrip dienst ...........................................................................................................................................4 3.2 De opbrengstnorm, tariefdifferentiatie en kruissubsidiering........................................................................4

4.

De gevolgen van de Omgevingswet en de Wkb voor de leges ........................................................................6 4.1 Vergunningsvrij..............................................................................................................................................6 4.2 Principe- en conceptverzoeken .....................................................................................................................6 4.2.1 Principeverzoek/ “wild plan”/ schetsplan ...............................................................................................6 4.2.2 Conceptverzoek (voorheen vooroverleg) ..........................................................................................6 4.2.3 Legesheffing als sturingsmiddel ..............................................................................................................7 4.3 Omgevingsplanactiviteiten (Opa) ..................................................................................................................7 4.4 Milieubelastende activiteiten (MBA).............................................................................................................8 4.5 Overige nieuwe diensten omgevingswet ......................................................................................................8 4.6 Wkb

...............................................................................................................................................................9

5.

Harmonisatie legesverordening OWO gemeenten ........................................................................................10 5.1 Omgevingsvergunning .................................................................................................................................10 5.2 Evenementenvergunningen ........................................................................................................................12 5.3 Stimuleren opwekken duurzame energie ...................................................................................................13

6.

De financiële gevolg van de omgevingswet, Wkb en harmonisatie ..............................................................14 6.1 Financiële gevolgen specifieke keuzes omgevingswet ................................................................................14 6.2 Financiële gevolgen Wkb .............................................................................................................................14 6.3 FUMO ..........................................................................................................................................................14 6.4 OWO-VTH ....................................................................................................................................................15 6.5 Begroting 2024 ............................................................................................................................................15 6.6 Meerjarenperspectief voor de legesopbrengsten .......................................................................................15

7.

Kostendekkendheid .......................................................................................................................................16 7.1 Kostendekkendheid versus acceptabele tarieven .......................................................................................16 7.2 Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening ....................................................................................................16 7.3 Hoofdstuk 2 - Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet........................................16 7.4 Hoofdstuk 3 – Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 ......16

8.

Monitoring .....................................................................................................................................................17

I

1. Inleiding

De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet treedt vanaf 2024 in werking. Bewoners en gebruikers willen kwalitatief goede gebouwen. Bijvoorbeeld met een goede brandveiligheid en een laag energieverbruik. De overheid wil meer toezicht en controle in de bouw, zodat bouwers zich aan de geldende kwaliteitseisen houden. De wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat hiervoor zorgen. Ook deze wet treedt vanaf 2024 gedeeltelijk in werking. Beide wetten hebben gevolgen voor de legesheffing. In deze nota lichten wij de belangrijkste gevolgen van deze wetten en de door ons voorgestelde beleidskeuzes toe.

1

2. De nieuwe wetgeving nader toegelicht

In dit hoofdstuk geven we een korte toelichting op de intentie en belangrijkste wijzigingen van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging (Wkb).

2.1 De omgevingswet

Met het vernieuwen van het omgevingsrecht wil de wetgever 4 verbeteringen bereiken. Dit worden ook wel de ‘verbeterdoelen van de stelselherziening’ genoemd. 1. Inzichtelijk omgevingsrecht Het omgevingsrecht is inzichtelijk, voorspelbaar en gemakkelijk in het gebruik. Door de bundeling van wetgeving zijn minder regels nodig. Hierdoor kan de wetgever de regels duidelijker en overzichtelijker opschrijven. 2. Leefomgeving centraal De fysieke leefomgeving staat op een samenhangende manier centraal in beleid, besluitvorming en regelgeving. De fysieke leefomgeving gaat bijvoorbeeld over bouwwerken, infrastructuur, milieu en erfgoed. 3. Ruimte voor lokaal maatwerk De Omgevingswet biedt overheden meer afwegingsruimte om doelen voor de leefomgeving te bereiken. De wet beoogt een versterking van de positie van decentrale overheden, volgens het principe decentraal, tenzij. Dit houdt in dat gemeenten bevoegd zijn om in het omgevingsplan eigen keuzes te maken en regels op te stellen, tenzij er een overkoepelend belang is. Gemeenten moeten een omgevingsvisie en een omgevingsplan opstellen voor het totale grondgebied van de gemeente. In het omgevingsplan komen alle bestaande regels samen. Gemeenten krijgen tot eind 2031 de tijd om het omgevingsplan op te stellen. Via het Invoeringsbesluit gaan alle bestaande regels deel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Dit wordt de bruidsschat genoemd. Gemeenten maken eigen keuzes die in het omgevingsplan worden vastgelegd. Afhankelijk van de keuzes in het omgevingsplan kunnen wel of geen leges worden geheven. 4. Snellere besluitvorming Besluitvorming over projecten in de leefomgeving moet onder de Omgevingswet sneller en beter. Dat vergt een integrale en samenhangende werkwijze van overheden, burgers en bedrijven. Open, flexibel, uitnodigend, innovatief en vertrouwen zijn daarbij de kernwoorden. Voor veel vergunningen gaat de reguliere procedure gelden met een beslistermijn van 8 weken, waardoor initiatiefnemers sneller weten waar ze aan toe zijn.

2.2 De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

Bewoners en gebruikers willen kwalitatief goede gebouwen. Bijvoorbeeld met een goede brandveiligheid en een laag energieverbruik. De overheid wil meer toezicht en controle in de bouw, zodat bouwers zich aan de geldende kwaliteitseisen houden. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat hiervoor zorgen. Het nieuwe stelsel geldt vanaf 1 januari 2024 eerst alleen voor nieuwbouw in de laagste risicoklasse, de gevolgklasse 1. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en simpele bedrijfspanden. Voor verbouwactiviteiten in gevolgklasse 1 wordt in juni 2024 op basis van onderzoek vastgesteld of de wet vanaf 1 januari 2025 ook hiervoor gaat gelden. De verwachting is dat na enkele jaren de wet ook gaat gelden voor bouwwerken met een hogere risicoklasse. Dit zijn de gevolgklassen 2 en 3. Het beoogde doel van de wet is minder gebreken bij nieuwbouw en verbouw. Het kabinet wil dat bouwbedrijven de kwaliteit van hun werk beter controleren. Zo kan de bouwkwaliteit van gebouwen verbeteren door minder bouwfouten en gebreken. Bijvoorbeeld constructiefouten, brandonveilige situaties, onvoldoende isolatie of een slecht functionerende ventilatie. Ook hoeven bouwbedrijven minder kosten te maken voor het herstel van bouwfouten. En het werk van onafhankelijke kwaliteitscontroleurs wordt makkelijker en sneller, omdat de bouwers zelf al veel gecontroleerd hebben.

2

Dit zijn de 5 belangrijkste veranderingen van de Wkb 1. 2. 3. 4. 5.

Onafhankelijke kwaliteitscontroleurs controleren of een gebouw voldoet aan de wettelijke technische eisen. Dit doen zij tijdens het ontwerp en op de bouwplaats. Deze controleurs heten kwaliteitsborgers. Dit zijn werkzaamheden die nu nog door de gemeente worden uitgevoerd. De aannemer is verantwoordelijk voor de gevolgen van alle gebreken in de bouw die hij zelf veroorzaakt heeft. Als er gebreken zijn, dan kan de klant de aannemer dwingen om de fouten te repareren. Ook als de klant deze fouten pas later ontdekt. De aannemer moet de klant laten weten of en hoe hij zich heeft verzekerd tegen faillissement en risico's op schade en gebreken. Klanten kunnen, net als in de huidige situatie, 5% van het bouwbedrag (aanneemsom) parkeren bij de notaris. Nu gaat dit bedrag automatisch naar de aannemer als het gebouw klaar is. Vanaf 2024 keert de notaris het geld aan de aannemer uit, wanneer de klant aangeeft dat alle gebreken zijn verholpen. Wanneer de kwaliteitsborger of de gemeente een probleem ziet, kan de gemeente de bouw stilleggen.

3

3. De grondslagen voor de leges De grondslag voor de leges staat in de Gemeentewet of in bijzondere wetten. Leges vallen onder de rechten. Rechten onderscheiden zich van belastingen, doordat zij de rechtstreekse tegenprestatie vormen voor een concrete, door de overheid geleverde dienst. De meeste leges worden opgelegd op basis van artikel 229, lid 1 onder b van de Gemeentewet. De eis van maximale kostendekking staat in artikel 229b van de gemeentewet. Deze artikelen luiden als volgt: Artikel 229 Gemeentewet 1.

Rechten kunnen worden geheven ter zake van: a. het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn; b. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

Artikel 229b Gemeentewet 1.

In verordeningen op grond waarvan rechten als bedoeld in artikel 229, eerste lid, onder a en b , worden geheven, worden de tarieven zodanig vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. Daarnaast worden leges ook opgelegd op basis van de Paspoortwet.

3.1 Het begrip dienst

Het begrip 'dienst' is in de wet niet nader gedefinieerd. Deze vraag is wel meerdere malen beantwoord in de jurisprudentie. In essentie komt het erop neer dat de door of vanwege het gemeentebestuur verrichte werkzaamheden aangemerkt worden als dienst, als het gaat om: “werkzaamheden die niet alleen liggen buiten het gebied van de publieke taakuitoefening, maar bovendien rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang”.

3.2 De opbrengstnorm, tariefdifferentiatie en kruissubsidiering De opbrengstnorm Gemeenten mogen geen winst maken met de heffing van de leges. Dit noemt men de “opbrengstnorm”. De tarieven moeten zodanig zijn vastgesteld dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten. Let wel, het gaat om de geraamde lasten en baten. De berekening van de kostendekking moet op basis van de primitieve begroting plaatsvinden. Risico’s t.a.v. de opbrengstnorm Als de geraamde baten uitkomen boven de geraamde lasten, kan de verordening en de tarieventabel, of een gedeelte daarvan, in een procedure onverbindend worden verklaard en worden de aanslagen welke zijn opgelegd op basis van die verordening vernietigd. Als sprake is van willekeurige en onredelijke belastingheffing, verklaart de rechter de betreffende artikelen van de tarieventabel onverbindend en wordt de in het geding zijnde aanslag vernietigd. Het kan ook gebeuren dat een aanslag onbevoegd wordt opgelegd. In een procedure vernietigt de rechter in dat geval de betreffende aanslag. Kostendekkendheid en kruissubsidiering Uit wet- en regelgeving blijkt dat voor de activiteiten die in de legesverordening zijn opgenomen deze maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. De kostendekkendheid wordt op grond van jurisprudentie getoetst op verordeningniveau en hoeft niet op productniveau of hoofdstuk niveau te worden getoetst.

Dit betekent dat er zogenaamde kruissubsidiering plaats mag vinden. Enerzijds tussen producten (de overdekking van sommige producten wordt gebruikt ter dekking van de kosten van andere producten), maar ook tussen hoofdstukken

4

(het hoofdstuk burgerzaken mag dus bijdragen aan de kostendekkendheid van de omgevingsvergunningen). Zolang er op verordening niveau sprake is van maximaal 100% kostendekkendheid. In de gemeentelijke praktijk wordt kruissubsidiering standaard toegepast bij de activiteit bouwen. Door de leges te relateren aan de bouwsom dragen grotere projecten meer bij dan kleinere projecten. De kleinere projecten worden zo gesubsidieerd door de grote projecten. Ook als een regressief tarief wordt gehanteerd (lager percentage naarmate de bouwsom stijgt) is bijna altijd sprake van kruissubsidiering. Bij de leges zijn wel een aantal tarieven die een limiet kennen doordat het (maximale) tarief door het Rijk wordt bepaald. Voorbeelden van dergelijke tarieven zijn die van de reisdocumenten, rijbewijzen, akten burgerlijke stand en speelautomaten. Deze tarieven worden middels publicaties in het Staatsblad bekendgemaakt. Beleidsvrijheid algemeen Een gemeente is binnen de Gemeentewet vrij in het heffen en innen van belastingen en rechten. Bovendien heeft de gemeenteraad de volledige beleidsvrijheid wat betreft de in de tarieventabellen op te nemen rechten, mits er sprake is van “het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten” en er wordt voldaan aan de opbrengstnorm.

Indien het gemeentebestuur van mening is dat voor een door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte dienst geen rechten geheven hoeven te worden, dan heeft zij daartoe de volledige vrijheid deze niet op te nemen in de tarieventabel. De daarbij behorende consequentie is wel dat deze diensten dan worden gefinancierd vanuit de algemene middelen. Anders gesteld, bepaalt de gemeente of voor de verstrekte dienst het profijtbeginsel dan wel financiering vanuit de algemene middelen wordt toegepast. Beleidsvrijheid percentage kostenverhaal De raad bepaalt het percentage kostendekking. Door de aard van de rechten, namelijk kostenverhaal, is het gebruikelijk dat gemeenten er naar streven om zoveel mogelijk kosten te dekken. Dit is echter geen verplichting. Strikte toepassing van dit uitgangspunt op onderdelen van de in de tarieventabel opgenomen diensten kan leiden tot spanningen en politiek gezien ongewenste lasten voor de burgers. Het is aan de gemeente de juiste balans te vinden tussen de dienstverlening en de betaling, in relatie tot de politiek aanvaardbare lasten voor de burgers.

5

4. De gevolgen van de Omgevingswet en de Wkb voor de leges In dit hoofdstuk worden de belangrijkste gevolgen van de Omgevingswet en de Wkb beschreven. Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan de orde. Vergunningsvrije aanvragen, vooroverleg, omgevingsplanactiviteiten, milieubelastende activiteiten, overige nieuwe diensten Omgevingswet en Wkb.

4.1 Vergunningsvrij

Onder de Omgevingswet kan bij bouwen sprake zijn van twee activiteiten: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit. Het Rijk heeft bij beide activiteiten een aantal activiteiten vrijgesteld van de vergunningplicht. De gemeente kan daarnaast in het omgevingsplan ook andere activiteiten vergunningsvrij maken. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan in artikel 2.27 de bouwactiviteiten waarvoor de vergunningplicht voor de bouwtechnische toets niet geldt. Bijvoorbeeld voor een dakkapel, schuur of aanbouw. De gevallen waarbij geen vergunning nodig is voor een omgevingsplanactiviteit zijn te vinden in artikel 2.29 van het Bbl. Dit zijn omgevingsplanactiviteiten die bestaan uit bouwen. Bijvoorbeeld een dakkapel, een aanbouw of schuur in het achtererfgebied. Alle andere activiteiten waarvoor een vergunningplicht in het omgevingsplan is opgenomen, of die niet voldoen aan de regels van het omgevingsplan, zijn vergunningplichtig. Het aantal vergunningplichten zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet enigszins lager zijn dan in het huidige stelsel.

4.2 Principe- en conceptverzoeken 4.2.1 Principeverzoek/ “wild plan”/ schetsplan

Onder deze termen worden in de huidige situatie verzoeken ingediend via diverse kanalen. Het kan via de gemeentelijke website, via een simpel briefje of zelfs soms mondeling. Er wordt echter gestuurd op het indienen via het formulier op de gemeentelijke website. Ook onder de Omgevingswet blijft dit mogelijk. Dit kan vanaf medio 2024 ook via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) worden ingediend. Bij deze verzoeken is vrijwel nooit sprake van een uitgewerkt plan. Er is geen sprake van een wettelijke afhandelingstermijn. Deze verzoeken worden in principe besproken op een intaketafel. Bij een intaketafel zijn alleen medewerkers vanuit de OWO gemeenten aanwezig. Bijvoorbeeld een vergunningverlener, een RO medewerker, milieuadviseur, groenadviseur, enz. Dit is vergelijkbaar met de huidige praktijk: het ITO (Intake tafel overleg) in Opsterland, het ROI (RO Intake Overleg) in Ooststellingwerf en het BPO (Bouw Plan Overleg) in Weststellingwerf. Wanneer het een omvangrijk initiatief is kan het wenselijk zijn om een omgevingstafel te beleggen. Dit wordt per geval beoordeeld tijdens de intaketafel. Daar kunnen dan naast medewerkers van de gemeente ook ketenpartners, zoals de Provincie, Wetterskip, veiligheidsregio of Fumo bij worden uitgenodigd. Bij nieuwe initiatieven heeft dit de voorkeur boven het direct indienen van een conceptverzoek of zelfs een vergunningaanvraag.

Echter dit is uiteindelijk aan de initiatiefnemer.

4.2.2 Conceptverzoek (voorheen vooroverleg)

Wanneer er al sprake is van een (meer of minder) uitgewerkt plan kan de initiatiefnemer er voor kiezen om dit via het DSO in te dienen als een conceptverzoek (is dus een concept vergunningaanvraag). Ook de afhandeling van een dergelijk verzoek is niet aan formele termijnen gebonden. Vergunningaanvragen moeten in beginsel afgehandeld worden via de reguliere procedure van 8 weken. Dit is een zeer krappe termijn. Indien deze termijn wordt overschreden kan de aanvrager de gemeente in gebreke stellen wegens te laat beslissen en een dwangsom eisen voor elke dag te laat beslissen. Alleen in bijzondere gevallen is een langere termijn mogelijk. Daarom is het wenselijk dat nieuwe plannen in een vroeg stadium al besproken worden en indien nodig kunnen worden bijgesteld/bijgestuurd. De insteek is dat er onder de Omgevingswet een verschuiving van werkzaamheden naar het principeverzoek of conceptverzoek (voorheen vooroverleg) plaats vindt. Het is dan makkelijker om vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijn van 8 weken af te handelen. Het conceptverzoek is echter geen verplicht instrument dat de gemeente in kan zetten, maar geldt op vrijwillige basis. Het is aan de initiatiefnemer om dit wel of niet te gebruiken. Het doel van de Omgevingswet is het overleg in het voorstadium van een formele vergunningaanvraag te stimuleren.

Dit staat los van de keuzes om wel of niet leges te gaan heffen voor het 6

vooroverleg. Ook hier kan het wenselijk zijn om het conceptverzoek op een intaketafel (of een omgevingstafel) te behandelen.

4.2.3 Legesheffing als sturingsmiddel

Gezien wat hiervoor staat met betrekking tot Principeverzoek en Conceptverzoek is het wenselijk dat hiervan zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt. Het is mogelijk om dit via de legesheffing te sturen. Dat kan door deze verzoeken of legesvrij te maken of te komen tot teruggave of verrekening met de leges voor het afhandelen van een vergunning aanvraag. Huidig beleid OWO gemeenten In de huidige legesverordeningen van de OWO gemeenten wordt onderscheid gemaakt tussen principeverzoeken en vooroverleg (vanaf 2024 conceptverzoek). Bij een principeverzoek krijgt een aanvrager een indicatie of er meegewerkt kan worden aan een voorgenomen project voor de activiteit strijdig gebruik (planologie). Bij vooroverleg krijgt een indiener een indicatie of een voorgenomen project voor de activiteit bouwen (of een andere activiteit) in het kader van de Wabo vergunbaar is. De tarifering binnen de OWO gemeenten is wisselend: • • •

Ooststellingwerf: Heft geen leges voor vooroverleggen (conceptverzoek), maar wel voor principeverzoeken. De leges voor het principeverzoek worden verrekend met de leges voor het in behandeling nemen van een verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan. Weststellingwerf: Heft wel leges voor vooroverleg (conceptverzoek) en principeverzoek. De leges voor het Vooroverleg worden voor 50% in mindering gebracht op de leges voor een vergunningaanvraag. De leges voor het principeverzoek worden niet verrekend. Opsterland: Heft wel leges voor vooroverleg (conceptverzoek) en principeverzoek. De leges voor het Vooroverleg worden voor 100% in mindering gebracht op de leges voor een vergunningaanvraag. De leges voor het principeverzoek worden niet verrekend.

Voorstel nieuw beleid OWO gemeenten Voorstel is om bij principeverzoek en conceptverzoek (voorheen vooroverleg) onderscheid te maken tussen de intaketafel en omgevingstafel. Een intaketafel is een interne ambtelijke toets of een initiatief wenselijk is op basis van beleid en wet- en regelgeving. Wanneer de intaketafel concludeert dat het een wenselijk initiatief is wordt ook besloten of er een omgevingstafel nodig is. Bij een omgevingstafel wordt een initiatief besproken door de gemeente met ketenpartners, zoals provincie, waterschap, veiligheidsregio en GGD. Het voorstel is: • •

•

Intaketafel: dit is inbegrepen in het basis legesbedrag voor een conceptverzoek of een principeverzoek. Hierbij gaan we uit van gemiddelde leges van de OWO gemeenten voor een conceptverzoek (voorheen vooroverleg) dan wel een principeverzoek. Omgevingstafel is een nieuw instrument. Verwachting is dat de Omgevingstafel, OWO – breed, niet vaker dan 6 tot 12 keer per jaar voorkomt. Het kan per omgevingstafel aanzienlijk variëren hoeveel inzet van ketenpartners en de eigen organisatie nodig is. Daarom is het voorstel om de leges voor een omgevingstafel op begrotingsbasis vast te stellen. Dit betekent dat de leges per omgevingstafel wordt bepaald op basis van de benodigde inzet van interne ambtenaren en ketenpartners. Het verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. Wanneer e.e.a. meer tijd kost dan is begroot, kan het meerdere niet meer bij de aanvrager in rekening gebracht worden. Omdat de OWO gemeenten zoveel mogelijk willen stimuleren dat er gebruik wordt gemaakt van een principe verzoek en/of conceptverzoek, is het voorstel om de leges daarvan voor 100 % in mindering te brengen op de leges voor een aanvraag Omgevingsvergunning.

4.3 Omgevingsplanactiviteiten (Opa)

Omgevingsplanactiviteiten kunnen bestaan uit binnenplanse en buitenplanse activiteiten. Een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan alleen verleend worden als wordt voldaan aan de beoordelingsregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Binnenplanse omgevingsplanactiviteit Een binnenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die voldoet aan de regels van het omgevingsplan en waar een vergunning voor nodig is. De gemeente bepaalt deze activiteiten. Dat kan alleen niet als het Rijk in

7

het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bepaalt dat een activiteit vergunningvrij voor het bouwen is. Zie ook paragraaf 4.1. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: 1. 2.

Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar waarbij het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen. Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan.

OWO gemeenten De Invoeringswet voor de Omgevingswet zorgt ervoor dat automatisch alle wet- en regelgeving deel gaat uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan. Tot 2032 krijgen gemeenten de tijd om het omgevingsplan vast te stellen. Hierin maakt de gemeente keuzes of omgevingsplanactiviteiten vergunningplichtig blijven, meldingsplichtig worden of geen van beide. Deze keuzes hebben gevolgen voor de leges. Er zijn in de OWO gemeenten nog geen omgevingsplannen vastgesteld. Dit zal de komende jaren plaatsvinden. Dat houdt in dat de huidige regels 1 op 1 gaan gelden voor het omgevingsplan 2024. In 2024 zal niet veel wijzigen vanuit nieuwe keuzes in het omgevingsplan, omdat deze dan nog niet zijn gemaakt.

4.4 Milieubelastende activiteiten (MBA)

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt voor de leges het verbod om te heffen voor milieuvergunningen. Tot op het moment van invoering van de Omgevingswet zijn de milieuvergunningen verbonden aan het begrip inrichting. Vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt vervalt het begrip inrichting en wordt gesproken van milieubelastende activiteiten (MBA’s) Een MBA is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Binnen een inrichting en een omgevingsvergunning kan sprake zijn van meerdere milieubelastende activiteiten. Alleen voor complexe bedrijven geldt nog een integrale vergunningplicht, echter daarvoor zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag. Friese gemeenten De FUMO behandelt de milieuvergunningen voor de Friese gemeenten en belast deze kosten door aan de Friese gemeenten. De huidige aantallen en kengetallen van de FUMO zijn gebaseerd op inrichtingen. Voor milieubelastende activiteiten zijn (nog) geen aantallen en kengetallen beschikbaar. De leges voor milieu belastende activiteiten wordt geheven door gemeenten aangezien het heffen van leges niet is gemandateerd aan de FUMO. Bestuurlijk is de wens uitgesproken om te komen tot een provincie brede uniforme aanpak, waarbij nog lokale keuzes gemaakt kunnen worden.

Een werkgroep van een aantal Friese gemeenten heeft een advies opgesteld voor de op te nemen tekst in de legesverordening met betrekking tot het onderdeel milieu belastende activiteiten en de bijbehorende tarieven. Voor het advies zijn diverse aannames (o.a. kengetallen) gedaan. Het advies van de werkgroep is om vanwege de aannames uit te gaan van 50 % van de kostendekkende tarieven op basis van de gehanteerde kengetallen. Een aantal gemeenten (o.a. Heerenveen en Smallingerland) gaan in afwijking van dit voorstel uit van 100 %. De gemeente Leeuwarden gaat in 2024 nog helemaal geen leges voor MBA’s heffen. Het voorstel van de OWO gemeenten is om het advies van de werkgroep te volgen en uit te gaan van 50 % van de kostendekkende tarieven. De werkgroep geeft nadrukkelijk aan dat 2024 een introductiejaar is. Dat jaar wordt gebruikt om te evalueren of de werkwijze en de tarifering passend zijn. Vanaf 2025 kunnen er andere keuzes gemaakt worden conform de nieuwe financiering systematiek gericht op MBA’s.

4.5 Overige nieuwe diensten omgevingswet

Naast omgevingsplanactiviteiten en milieubelastende activiteiten zijn er onder de omgevingswet ook andere nieuwe activiteiten. Bij de overige nieuwe diensten is een inschatting gemaakt van de ambtelijke inzet afhankelijk van de verwachte complexiteit van de dienst. Voor eenvoudige diensten (bijvoorbeeld maatwerkvoorschrift bij overige activiteiten) is uitgegaan van 1 uur ambtelijke inzet. Voor diensten zoals binnenplanse omgevingsactiviteiten is uitgegaan van 4 uren ambtelijke inzet. Voor diensten zoals binnenplanse omgevingsplanactiviteiten bij wijzigingsbevoegdheid of uitweringsplicht en buitenplanse omgevingsplan 8

activiteiten is uitgegaan van 8 uur ambtelijke inzet. Door monitoring ontstaat een beeld van de daadwerkelijke inzet en kosten. Op basis daarvan kan de tarifering de komende jaren worden bijgesteld.

4.6 Wkb

De Wkb bepaalt dat voor bouwwerken die in de zogenoemde gevolgklasse 1 vallen de werkzaamheden voor het bouwtechnische deel komt te liggen bij een marktpartij, de externe kwaliteitsborger. Ook het toezicht op het bouwtechnische deel van de aanvraag komt te liggen bij deze externe kwaliteitsborger. Voor aanvragen met betrekking tot bouwwerken in gevolgklasse 1 is de gemeente wel verantwoordelijke voor de ruimtelijke toets en het toezicht daarop en eventueel voor de welstandtoets en de toets aan het bestemmingsplan (wordt: omgevingsplan). Bij de gemeente blijven verder kosten op het gebied van de administratie en van coördinatie. Vanwege de Wkb wordt de leges voor bouwactiviteiten gesplitst in een ruimtelijk en een bouwtechnisch deel. De technische bouwkundige toets wordt voor gevolgklasse 1 door kwaliteitsborgers uitgevoerd en niet meer door de gemeente, waardoor deze leges komen te vervallen. De kwaliteitsborgers berekenen de kosten voor hun werkzaamheden door aan de aanvragende partij. OWO gemeenten In de model legesverordening van de VNG wordt uitgegaan van een vast legestarief voor de ruimtelijke toets en het toezicht daarop. Dit betekent waarschijnlijk dat bij de toepassing van een vast tarief de baten sneller zullen dalen dan de lasten. Een gemiddelde tariefstelling zal namelijk leiden tot maatschappelijk onacceptabele tarieven voor in omvang geringe projecten.

Om deze daling van baten deels te compenseren is het voorstel om te kiezen voor een gedifferentieerd tarief gekoppeld aan de bouwsom. Een koppeling aan de bouwsom sluit aan op de huidige systematiek en de systematiek voor het in rekening brengen van leges voor het bouwkundige deel.

9

5. Harmonisatie legesverordening OWO gemeenten

OWO-VTH voert voor de OWO gemeenten de activiteiten m.b.t. omgevingsvergunningen en APV gerelateerde onderwerpen uit. Deze onderwerpen vallen onder de huidige wetgeving onder titel 2 en 3. Onder de nieuwe wetgeving vallen deze onderwerpen onder hoofdstuk 2 en 3. In de huidige legesverordeningen van de OWO gemeenten zitten aanzienlijke verschillen in activiteiten waarvoor leges wordt geheven en in maatstaven en tarieven. Bestuurlijk is de ambitie uitgesproken om gelijktijdig met de invoering van de nieuwe wetgeving voor hoofdstuk 2 en 3 zowel beleidsinhoudelijk als qua financiën (zoveel mogelijk) in te zetten op harmonisatie binnen de OWO gemeenten. Voor hoofdstuk 1 vindt geen harmonisatie plaats. Hiervoor is gekozen omdat de dienstverlening voor hoofdstuk 1 niet plaatsvindt via OWO-VTH, maar via de separate gemeenten. Uitgangspunt voor de geharmoniseerde OWO legesverordening is de modelverordening van de VNG. Ons voorstel is om voor bestaande diensten uit te gaan van de gemiddelde tarieven van de OWO gemeenten. Voor een aantal diensten wordt hierop een uitzondering gemaakt.

5.1 Omgevingsvergunning Huidig beleid omgevingsvergunningen In de huidige verordeningen zitten aanzienlijke verschillen tussen de heffingsmaatstaf en tarifering van omgevingsvergunningen. Weststellingwerf en Ooststellingwerf werken met een aflopende staffel per € 1.000 aan bouwkosten. Ooststellingwerf hanteert daarnaast nog een afwijkend tarief voor een complex woningen dan wel een gebouw waarin meerdere bedrijven worden ondergebracht. Opsterland werkt met een aflopende staffel op basis van een percentage van de bouwsom. Weststellingwerf werkt met een integraal tarief waarin zowel de omgevingsvergunning, de welstandskosten als de publicatiekosten zijn opgenomen. Ooststellingwerf werkt met separate tarieven voor deze diensten. Opsterland hanteert een integraal tarief voor de omgevingsvergunning inclusief publicatiekosten en hanteert een separaat tarief voor de welstandskosten. Knip Wkb Zoals aangegeven in het paragraaf 4.6 wordt er onder de Wkb een knip gemaakt tussen de bouwtechnische en ruimtelijke toets. De leges voor het bouwtechnische deel is opgenomen onder artikel 2.5 van de modelverordening. De leges voor het ruimtelijk deel (omgevingsplanactiviteit) is opgenomen in artikel 2.6 van de modelverordening. Vanwege het verschil in heffingsmaatstaf en deze knip is het niet mogelijk om voor omgevingsplanactiviteiten uit te gaan van de gemiddelde tarieven van de OWO gemeenten.

De technische bouwkundige toets wordt voor gevolgklasse 1 door kwaliteitsborgers uitgevoerd en niet meer door de gemeente, waardoor deze leges komen te vervallen. Zoals ook aangegeven in paragraaf 4.6 berekenen de kwaliteitsborgers de kosten voor hun werkzaamheden door aan de aanvragende partij. De Wkb geldt vanaf 1 januari 2024 eerst alleen voor nieuwbouw in gevolgklasse 1. Voor verbouwactiviteiten in gevolgklasse 1 zal de Wkb onder voorwaarden per 1 juli 2024 in werking treden. Zie ook paragraaf 2.2. In onderstaande tabel hebben we een inschatting gemaakt van de impact van de Wkb voor gevolgklasse 1 nieuwbouw en gevolgklasse 1 volledig (nieuwbouw en verbouw). De invoering van Wkb voor nieuwbouw gevolgklasse 1 raakt de hogere bouwklassen, omdat bij lagere bouwsommen geen sprake is van nieuwbouw. De invoering van Wkb voor de gehele gevolgklasse 1 raakt ook de lagere bouwsommen. In de lagere bouwklassen resteren dan bouwtechnische toetsen voor monumenten, voor bouwwerken waarvoor een milieuvergunning of gebruiksmelding nodig is en voor bouwwerken waarbij specifieke zaken voor brand- of constructieve veiligheid geregeld moeten worden.

Resterend aantal vergunningen bouwtechnisch deel % Bouwsom Bouwsom Geen Wkb GV1 Wkb GV1 vanaf tot Wkb nieuwbouw volledig naar KB naar KB 25.000 100% 100% 5% 25.000 50.000 100% 100% 5% 50.000 200.000 100% 90% 5% 200.000 2.500.000 100% 50% 20% 2.500.000 9.999.999 100% 50% 50%

10

Voorstel nieuw beleid omgevingsvergunningen De voorgestelde tarifering voor de nieuwe legesverordening is gebaseerd op de toerekenbare kosten onder de Omgevingswet en Wkb, huidige tarifering OWO gemeenten en gemiddelde tarieven in Nederland, zoals jaarlijks gepubliceerd door Vereniging Eigenhuis. Onderstaand ons voorstel voor de tarifering voor het bouwtechnische en het ruimtelijke deel. Bij een bouwwerk met een bouwsom van € 1.200.000 betaalt een aanvrager voor de bouwtechnische vergunning het minimumtarief van € 3.575 verhoogd met € 16.000 (1,6 % van € 1.000.000, het deel boven onderkant staffel van € 200.000), in totaal derhalve € 19.575.

Voorgestelde staffel leges omgevingsvergunningen Bouwtechnisch (art. 2.5) Ruimtelijk deel (art 2.6) Minimum- Verhoogd Minimum- Verhoogd tarief met %* tarief met %* Minimumtarief 200 200 Bouwsom € 0 tot € 25.000 1,95% 1,55% Bouwsom € 25.000 tot € 50.000 488 1,85% 388 1,45% Bouwsom € 50.000 tot € 200.000 950 1,75% 750 1,35% Bouwsom € 200.000 tot 2.500.000 3.575 1,60% 2.775 1,00% Bouwsom € 2.500.000 tot € 9.999.999 40.375 1,40% 25.775 0,80% *Verhoging geldt voor het deel van de bouwsom boven de onderkant van de staffel waar de bouwsom in valt

In onderstaande tabel kunt u voor verschillende bouwsommen zien wat de leges voor de OWO gemeenten in 2023 is, wat de gemiddelde leges in Nederland is (voor zover bekend) en wat op basis van de voorgestelde nieuwe tarifering de leges zijn. Zoals hierboven aangegeven onder het kopje ‘knip Wkb’ is als gevolg van de Wkb bij een groot aantal vergunning straks geen vergunning meer nodig voor het bouwtechnische deel. In dat geval is alleen een vergunning nodig voor het ruimtelijk deel en wordt dus ook alleen leges geheven voor het ruimtelijk deel. In gevallen waar nog wel een vergunning nodig is voor het bouwtechnisch deel moet zowel voor het bouwtechnische als voor het ruimtelijk deel een vergunning worden aangevraagd. Bij deze bouwwerken wordt zowel leges in rekening gebracht voor het bouwtechnisch als het ruimtelijk deel. Zoals hierboven aangegeven onder het kopje ‘huidig beleid omgevingsvergunningen’ hanteert Ooststellingwerf, in afwijking van de andere beide OWO gemeenten, een afwijkend tarief voor een complex woningen dan wel een gebouw waarin meerdere bedrijven worden ondergebracht. Vanwege de wens van harmonisatie van de legesverordeningen binnen de OWO gemeenten en de wens om woningbouw te stimuleren is het voorstel om de separate legesheffing voor complexen te laten vervallen. Leges 2023

Soort Bouwsom Opst West Geen complex 10.000 410 Geen complex 170.000 5.696 Geen complex 300.000 8.735 Geen complex 500.000 14.355 Geen complex 1.000.000 25.905 Geen complex 1.500.000 38.555 Complex* 1.000.000 25.905 Complex* 1.500.000 38.555 *Alleen Oost kent een separate legesheffing voor complexen

Leges 2024 Bouwtechnisch Gem. OWO Gem. NL** + ruimtelijk deel Ruimtelijk deel Bouwtechnisch 254 431 411 400 200 200 6.372 6.118 5.286 5.420 2.370 3.050 9.722 9.441 n.b. 8.950 3.775 5.175 10.902 13.276 n.b. 14.150 5.775 8.375 13.752 21.331 n.b. 27.150 10.775 16.375 16.502 29.622 n.b. 40.150 15.775 24.375 40.912 30.384 n.b. 27.150 10.775 16.375 61.637 44.667 n.b. 40.150 15.775 24.375

Oost 628 6.284 9.865 14.570 24.335 33.810 24.335 33.810

**Bron vereniging eigen huis

***minimumtarief

Consequenties voorgestelde tarieven voor concrete bouwwerken In onderstaande tabel hebben we de consequenties van de voorgestelde tarifering voor een aantal concrete bouwwerken opgenomen. Tot een bouwsom van € 300.000 zijn de verschillen in leges tussen de OWO gemeenten redelijk beperkt. Boven een bouwsom van € 300.000 lopen de verschillen aanzienlijk op. De leges bij Ooststellingwerf zijn bij bouwwerken zijnde geen complexen aanzienlijk lager dan bij de andere beide gemeenten. Dit komt doordat Ooststellingwerf vanaf een bouwsom van € 250.000 1 staffel met een relatief laag tarief hanteert. De andere beide gemeenten hanteren meerdere staffels met hogere tarieven. Daarnaast hanteert de gemeente Ooststellingwerf een separaat tarief voor complexen. Hierdoor is de leges bij complexen

11

fors hoger dan bij de andere beide gemeenten. In de voorgestelde tarifering hanteren we de staffels conform de modelverordening van de VNG. Bij het bedrijfspand/loods, de woning en de verbouw/aanbouw is de leges in 2024 aanzienlijk lager dan de huidige tarifering. Dit komt doordat bij deze bouwwerken onder de Wkb gevolgklasse 1 uitsluitend een vergunning aangevraagd hoeft te worden voor het ruimtelijk deel.

Leges 2023 Type bouwwerk Bouwkosten Opst West Oost Leges 2024 Appartementencomplex 3.000.000 75.900 62.235 123.175 77.150 Supermarkt 1.200.000 30.965 28.125 14.820 32.350 Bedrijfspand/loods 600.000 15.725 16.755 11.460 6.775 Woning 300.000 8.735 9.865 9.690 3.775 Verbouw aanbouw 40.000 1.532 1.689 1.372 605 Leges inclusief leges welstand

5.2 Evenementenvergunningen Huidig beleid evenementenvergunningen Voor kleine evenementen is in de OWO gemeenten geen vergunning nodig. In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) staat wanneer een evenement als klein wordt aangemerkt. Voor evenementen die niet aan de voorwaarden voor een klein evenement voldoen, moet een vergunning worden aangevraagd. Er zitten aanzienlijke verschillen tussen de heffingsmaatstaf en tarifering van de leges voor evenementenvergunningen bij de OWO gemeenten. In Ooststellingwerf wordt voor evenementenvergunningen geen leges in rekening gebracht. In Weststellingwerf worden wel leges voor evenementenvergunningen in rekening gebracht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen evenementen door commerciële en niet-commerciële partijen. Voor advies bij de Veiligheidsregio geldt een opslag. In Opsterland wordt onderscheid gemaakt tussen A-, B- en Cevenementen. A-evenementen zijn kleinschalige en eendaagse activiteiten die geen commercieel doel hebben. Voor de vergunning van deze evenementen wordt geen leges in rekening gebracht. B-evenementen zijn meerdaagse evenementen die niet voldoen aan de criteria voor een C-evenement. C-evenementen zijn grote evenementen, zoals Oerrock. Voor de vergunning van C-evenementen wordt een hogere leges in rekening gebracht dan voor de vergunning van B-evenementen.

Voorstel nieuw beleid evenementenvergunningen Voorstel is om in de nieuwe legesverordening uit te gaan van kleine, grote en overige evenementen. Kleine evenementen zijn kleine evenementen conform de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Voor deze evenementen is geen vergunning nodig. Grote evenementen zijn grootschalige evenementen of evenementen met een verhoogd risicoprofiel conform de classificatie van de veiligheidsregio. Dit zijn meerdaagse evenementen waarbij op pieken meer dan 5.000 bezoekers aanwezig zijn. Voor grote evenementen is een vergunning nodig. Voorstel is om hiervoor een bedrag van € 1.680 aan leges te heffen. Overige evenementen zijn evenementen die niet voldoen aan de criteria voor kleine- en grote evenementen. Voor overige evenementen is een vergunning nodig. Voorstel is om hiervoor geen leges te heffen. In de praktijk betekent dit dat slechts voor een zeer beperkt aantal evenementen leges voor de evenementenvergunning betaald hoeft te worden. Hieronder hebben we het voorstel voor nieuw beleid evenementenvergunningen in een tabel weergegeven.

Aard evenement Toelichting Vergunningsplichtig Leges Klein Conform definitie APV Nee € piekbezoekers 5000+, verhoogd risicoprofiel Groot o.b.v. classificatie veiligheidsregio Ja € 1.680 Overig Alles wat geen klein of groot evenement is Ja € -

12

5.3 Stimuleren opwekken duurzame energie

De raden in de OWO gemeenten hebben aangegeven dat zij het belangrijk vinden dat het opwekken van duurzame energie wordt gestimuleerd. De leges zijn hiervoor echter niet het meest geschikte instrument. Daarom wordt er apart van de invoering omgevingswet bekeken of er een subsidieregeling kan c.q. moet worden opgesteld. Ook voor deze regeling geldt dat hij in principe geharmoniseerd wordt opgesteld. Echter omdat de aanvraag voor een subsidie in elke gemeente apart wordt behandeld is het ook eenvoudiger om lokale accenten aan te brengen en uit te voeren.

13

6. De financiële gevolg van de omgevingswet, Wkb en harmonisatie De financiële gevolgen van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen worden in dit hoofdstuk geschetst. Er zijn nog veel onzekerheden. We hebben te maken met nieuwe definities en nieuwe processen waarvan de uitwerking op de lasten en baten niet duidelijk is. Bovendien hebben we te maken met vraag gestuurde processen, waarbij de gemeente afhankelijk is van de initiatieven van aanvragers.

6.1 Financiële gevolgen specifieke keuzes omgevingswet Milieu belastende activiteiten Onder de Omgevingswet wordt het mogelijk leges te heffen voor milieubelastende activiteiten (milieuvergunningen) en lozingen. Onder de huidige wetgeving was dit niet mogelijk. In paragraaf 4.4 hebben we het voorstel voor leges voor milieuvergunningen toegelicht. Dit betekent dat vanaf 2024 een deel van de lasten van de FUMO wordt gedekt via leges voor MBA’s. Principe en/of conceptverzoek In paragraaf 4.2.3 hebben we het voorstel voor leges conceptverzoek of principeverzoek toegelicht. De impact hiervan voor de OWO gemeenten verschilt, omdat het huidige beleid/tarifering voor vooroverleg verschilt. Baten worden alleen behaald in de gevallen dat er geen aanvraag omgevingsvergunning volgt na het principe en/of conceptverzoek.

6.2 Financiële gevolgen Wkb

Na inwerkingtreding van deze wet hoeft voor bouwplannen in gevolgklasse 1 niet langer een technische bouwvergunning te worden aangevraagd. Dit gaat bijvoorbeeld om grondgebonden woningen, lichte industriefuncties en sommige verbouwingen van woningen. Een inwoner met een bouwplan in gevolgklasse 1 vraagt onder de Wkb alleen een ruimtelijke omgevingsvergunning aan bij de gemeente. Voor de technische beoordeling en het toezicht daarop schakelt hij een private partij in. De technische bouwactiviteit hoeft slechts bij de gemeente te worden gemeld. Die melding moet wel administratief worden verwerkt, maar hier mogen geen leges voor worden gerekend. De Wkb heeft veel impact op de OWO gemeenten doordat wij vooral veel bouwwerken in gevolgklasse 1 hebben. Wij schatten in dat circa 90 % van de vergunningplichtige technische bouwactiviteiten in gevolgklasse 1 valt en dus bij de inwerkingtreding van de Wkb wegvalt. Historisch heeft ruim 60 % tot 75 % van de legesopbrengsten betrekking op bouwvergunningen. De consequenties voor de legesopbrengsten zijn daardoor aanzienlijk. De theorie is dat kosten die hier tegenover staan ook wegvallen. In de praktijk verwachten wij echter het volgende: 1.

2. 3. 4.

De werkzaamheden die door de technische bouwactiviteiten moeten worden uitgevoerd vallen niet geheel weg. We houden (administratieve) lasten voor het verwerken van de meldingen. Leges in rekening brengen is voor meldingen niet toegestaan. Deze lasten moeten dus gedekt worden uit algemene middelen. We verwachten frictiekosten doordat we de personele capaciteit niet direct in overeenstemming krijgen met de nieuwe werkelijkheid. De totale kostendekkendheid van leges hoofdstuk 2 neemt af. Dit komt doordat de technische bouwactiviteit veruit het grootste product is en een tarief heeft dat meer dan kostendekkend is. Fluctuaties in legesopbrengsten en kostendekking hoofdstuk 2 nemen toe. Doordat het aantal technische vergunningsaanvragen fors afneemt, wordt de totale opbrengst meer afhankelijk van een klein aantal resterende vergunningplichtige grote bouwprojecten (in gevolgklasse 2 en 3).

Behalve scherp sturen op onze personele capaciteit kunnen we weinig doen om de impact van de Wkb te verzachten. Andere tarieven kunnen eventueel verhoogd worden om de kostendekkendheid op peil te houden, maar dat heeft zijn grenzen. Gelet op de onzekerheden waarmee de Wkb omgeven is stellen we voor eerst (minimaal) een volledig jaar te bezien hoe de wet in de praktijk uitpakt, voordat we de tarieven heroverwegen. Dan zal ook duidelijker zijn welke personele capaciteit nodig blijft.

6.3 FUMO

Recent hebben we een begrotingswijziging 2024 van de FUMO ontvangen i.v.m. de invoering van de omgevingswet. De begrotingswijziging bestaat uit een structureel en incidenteel deel. De structurele verhoging van de bijdrage komt door wijziging bevoegd gezag bodemtaken, wijziging bevoegd gezag milieubelastende activiteiten (MBA’s), meer collectieve taken, meer plustaken en wijzigingen bedrijfsvoering FUMO. De incidentele verhoging van de bijdrage komt door frictiekosten bij de FUMO. Ook de FUMO geeft nadrukkelijk 14

aan dat de werkelijke impact van de Omgevingswet nog onzeker is, dat er gewerkt is met aannames en inschattingen en dat de werkelijke effecten in de praktijk nog moeten blijken. Voor een nadere toelichting verwijzen wij u naar het raadsvoorstel met bijlagen dat de afgelopen periode is behandeld in de raadsvergadering.

6.4 OWO-VTH

De overdracht van taken van OWO-VTH naar de FUMO en het wegvallen van taken door de Wkb heeft effect op de uitvoeringsorganisatie OWO-VTH. Naast het wegvallen van taken krijgt de gemeente ook extra taken, zoals het afwikkelen van meldingen, extra voorlichting en inzet accounthouders, waarvoor geen leges geheven kunnen worden. Daarnaast zal er nog enkele jaren toezicht en handhaving nodig zijn voor de reeds aangevraagde Wabo vergunningen. De legesinkomsten van deze vergunningen zijn dan al in de jaren daarvoor begroot, maar er is wel nog capaciteit nodig. Ook is sprake van frictiekosten vanwege het eigen maken van nieuwe wet- en regelgeving. De omvang en termijn van de frictiekosten is nog onduidelijk. We verwachten op termijn OWO-breed minder formatie en mogelijk minder externe advieskosten bij OWO-VTH. Op basis van de huidige inzichten verwachten we OWO-breed een formatiereductie door overdracht taken naar de FUMO van circa 1,2 fte en een formatiereductie van circa 2 fte door het wegvallen van taken door de Wkb. De komende jaren wordt via de P&C-cyclus gemonitord of verlaging van het personeelsbestand van OWO-VTH mogelijk is en wat de uiteindelijke omvang daarvan wordt. Ook de FUMO gaat monitoren hoe de overdracht van deze taken in de praktijk uitpakt.

6.5 Begroting 2024

De raming van de legesopbrengsten bevat een groot aantal onzekerheden. Die onzekerheden waren er in andere jaren ook, maar zijn door de nieuwe wetgeving nu groter. Door de knip tussen de ruimtelijke en technische vergunning (Wkb) hebben we de kosten voor deze vergunningssoorten opnieuw geraamd. Na invoering van de Wkb moet blijken of deze raming accuraat is. Ook het aantal vergunningsaanvragen varieert jaarlijks. Het eerste jaar waarin we met de nieuwe wetgeving werken is een overgangsjaar, waarin in verband met overgangsrecht ook nog oud recht van toepassing is. Ook ambtenaren, inwoners en externe partijen moeten leren omgaan met de nieuwe wetgeving. Een echt goed beeld van de werkelijke kostendekkendheid ontstaat naar verwachting in 2025. We monitoren de komende jaren de werkelijke kosten en opbrengsten en kunnen tarieven desgewenst bijstellen.

6.6 Meerjarenperspectief voor de legesopbrengsten

De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen zijn een startpunt voor nieuwe ontwikkelingen en wijzigende processen. Na inwerkingtreding zijn meerdere wijzigingen te verwachten. Voor de ontwikkeling van het omgevingsplan geldt een overgangstermijn tot eind 2031. De OWO gemeenten gaan het omgevingsplan gefaseerd uitwerken. Alle besluiten in het omgevingsplan kunnen effect hebben op de legesverordening. Vergunningplichten kunnen wijzigen of vervallen. Een en ander is mede afhankelijk van het ambitieniveau van de OWO gemeenten. De invloed op de legesopbrengst zal zeer waarschijnlijk negatief zijn. Ook de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen kent een fasering. Met de inwerkingtreding van de wet wordt het bouwtechnische deel van de werkzaamheden van bouwwerken in gevolgklasse 1 overgeheveld naar de private kwaliteitsborgers. Het is de bedoeling dat deze verschuiving van werkzaamheden ook gaat plaatsvinden voor de bouwwerken in hogere gevolgklassen. Wanneer dit gaat plaatsvinden is nu nog niet bekend. Dit is mede afhankelijk van de ervaringen met de bouwwerken in gevolgklasse 1. Wel kunnen we concluderen dat de financiële gevolgen van deze vervolgstappen een groot negatief gevolg zullen hebben voor de legesopbrengsten omdat in deze gevolgklassen, meer dan in gevolgklasse 1, sprake is van kruissubsidiering van groot naar klein.

15

7. Kostendekkendheid 7.1 Kostendekkendheid versus acceptabele tarieven

Er bestaat een spanningsveld tussen de wens om tarieven zo kostendekkend mogelijk te maken en het houden van een acceptabel tarief bij een concrete vergunningsaanvraag. Bij sommige vergunningssoorten (bijvoorbeeld kapvergunningen) zou een kostendekkend tarief een tarief opleveren dat niet in verhouding staat tot de kosten van het project (bijvoorbeeld de kosten om een boom te kappen).

7.2 Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening

Deze diensten hebben betrekking op producten zoals huwelijk, verstrekken van reisdocumenten, rijbewijzen, verklaring omtrent gedrag, gegevens uit basisregistratie personen, kiezersregister of op grond van Wet bescherming persoonsgegevens. Ook kansspelen en ontheffing verkeersregels behoren tot dit hoofdstuk. Zoals aangegeven in hoofdstuk 5 wordt hoofdstuk 1 niet geharmoniseerd. Hoofdstuk 1 kent een fors aantal artikelen met maximumtarieven, zodat de beleidsvrijheid om leges te verhogen niet aanwezig is. De dienstverlening van hoofdstuk 1 wordt niet geraakt door de Omgevingswet. Landelijk ligt de kostendekking tussen de 60 en 80%.

7.3 Hoofdstuk 2 - Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet

Deze diensten hebben betrekking op bijvoorbeeld principe- en conceptverzoeken (voorheen vooroverleg), bouwactiviteiten, welstandadviezen, milieuvergunningen, aanlegactiviteiten, planologisch strijdig gebruik, sloopactiviteiten en kapvergunningen. De tarieven in dit hoofdstuk worden, voor zover ze aansluiten bij bestaande activiteiten waarvoor leges wordt geheven, geharmoniseerd. De uitzondering hierop is in paragraaf 5.1 toegelicht. In dit hoofdstuk is ook sprake van nieuwe activiteiten, zoals milieuvergunningen, waarvoor leges geheven kan worden. De legesbaten voor hoofdstuk 2 worden fors geraakt door de Wkb. De legesbaten worden op korte termijn in mindere mate geraakt door de Omgevingswet. Als in de toekomst in het omgevingsplan andere keuzes worden gemaakt (bijvoorbeeld minder vergunningsplichten, introducties van maatwerkvoorschriften) verandert dit. Aan de berekening van kostendekkendheid ligt een raming van kosten en opbrengsten ten grondslag. Op basis hiervan bedraagt de kostendekkendheid voor de OWO gemeenten circa 70%. De raming bevat een groot aantal onzekerheden. Die onzekerheden waren er in andere jaren ook, maar zijn nu groter door de aanstaande systeemwijziging door Wkb en Omgevingswet. Door de knip tussen de ruimtelijke en technische vergunning (Wkb) hebben we de kosten voor deze vergunningssoorten opnieuw geraamd.

Na invoering van de Wkb moet blijken of deze raming accuraat is. Ook het aantal vergunningsaanvragen varieert jaarlijks. Het eerste jaar waarin we met de nieuwe wetgeving werken (2024) is een overgangsjaar, waarin in verband met overgangsrecht ook nog oud recht van toepassing is. Een echt goed beeld van de werkelijke kostendekkendheid ontstaat naar verwachting in 2025.We monitoren de komende jaren de werkelijke kosten en opbrengsten en kunnen tarieven desgewenst bijstellen.

7.4 Hoofdstuk 3 – Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2

Deze diensten hebben betrekking op bijvoorbeeld horeca, APV, kleinschalige verblijfsrecreatie, markten en winkeltijden. De tarieven in dit hoofdstuk worden, voor zover ze aansluiten bij bestaande activiteiten waarvoor leges worden geheven, geharmoniseerd. De uitzonderingen hierop is in paragraaf 5.2 toegelicht. De invloed van de nieuwe wetgeving op de legesbaten in hoofdstuk 3 is minimaal. De OWO gemeenten hanteren een vergelijkbaar beleid voor de dienstverlening in hoofdstuk 3. Door relatief lage tarieven wordt getracht om de drempel voor het aanvragen van vergunningen laag te houden. Dit om illegale activiteiten zoveel mogelijk te voorkomen. Consequentie is dat de kostendekking van dit hoofdstuk laag is.

16

8. Monitoring

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb op 1 januari 2024 is het van belang om de financiële consequenties van deze wetswijzigingen te monitoren. Hierdoor krijgen we inzicht in de lasten en baten van de Omgevingswet en Wkb op korte en lange termijn en kunnen we hierop bijsturen. Bovendien is dit inzicht op landelijk niveau nodig voor eventuele compensatie. De VNG heeft een Financiële Monitor Omgevingswet opgesteld. Het doel van de VNG is dat minimaal 50 gemeenten hieraan deelnemen zodat de financiële impact van de nieuwe wetgeving meerjarig gevolgd kan worden. Dit inzicht is nodig voor een eventuele compensatie. De OWO gemeenten gaan deelnemen aan de Financiële Monitor Omgevingswet van de VNG. Daarnaast gaan de OWO gemeenten de kengetallen (aantallen en tijd) monitoren. Op basis van deze monitoring kan de komende jaren worden bijgestuurd. De effecten worden meegenomen in de P&C cyclus.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=f317a6e2-e242-4b3b-83bc-8eed285f836a