Bijlage 2 Eindrapport informatieveiligheid Opsterland
Tekst van het document
Informatieveiligheid in Opsterland: Tussen ambitie en uitvoering Rekenkameronderzoek naar beleid, uitvoering en bestuurlijke grip op digitale veiligheid
3.
Inhoudsopgave
Beleid en uitvoering ........................................................................... 19 3.1
OWO-samenwerking................................................................ 19
3.2
Opsterland ............................................................................... 22
Bestuurlijke nota .........................................................................................
3.2.1
BIO...................................................................................... 22
Samenvatting .............................................................................................. 2
3.2.2
Incidenten(afhandeling) ...................................................... 23
Conclusies en aanbevelingen ..................................................................... 4
3.2.3
PDCA-cyclus ...................................................................... 24
Conclusies ........................................................................................... 4
3.2.4
Bestuur & organisatie ......................................................... 24
Aanbevelingen..................................................................................... 5
3.2.5
Weerbaarheid ..................................................................... 25
Bestuurlijke reactie ...................................................................................... 7
3.2.6
Crisisorganisatie ................................................................. 25
Nawoord ...................................................................................................... 8
4
Nota van bevindingen ................................................................................. 1.
2.
Inleiding ............................................................................................. 11
5.
Rol van de Raad................................................................................ 27 4.1
Informatievoorziening .............................................................. 27
4.2
Perspectief raadsleden in Opsterland ..................................... 27
Beantwoording onderzoeksvragen - toetsing aan het normenkader 29
1.1
Aanleiding ................................................................................ 11
5.1
Beantwoording onderzoeksvragen .......................................... 29
1.2
Doel- en vraagstelling .............................................................. 11
5.2
Toetsing aan het normenkader ................................................ 32
1.3
Normenkader ........................................................................... 12
5.2.1
Normen ten aanzien van het beleid..................................... 32
1.4
Werkwijze................................................................................. 13
5.2.2
Normen ten aanzien van digitale veiligheid in de praktijk ... 32
1.5
Leeswijzer ................................................................................ 14
5.2.3
Normen ten aanzien van de organisatiecultuur ................... 33
Speelveld digitale veiligheid .............................................................. 15 2.1
Belangrijke elementen digitale veiligheid................................. 15
Bijlage 1- Geïnterviewde personen ........................................................... 34
2.2
Wetten & regels ....................................................................... 16
Bijlage 2 - Documentatie ........................................................................... 35
2.3
Bestuur & organisatie .............................................................. 17
Bijlage 3 - Lijst met afkortingen ................................................................. 37
2.4
Weerbaarheid .......................................................................... 18
Bestuurlijke nota
Samenvatting Gemeenten zijn steeds afhankelijker geworden van digitalisering; elk gemeentelijk proces kent wel een digitaal component. Daarom neemt ook het belang van informatieveiligheid toe. De Rijksoverheid en Europa dringen met Richtlijnen en wetgeving aan op digitaal veilige gemeenten. De Europese ‘Network and Information Security-directive’ (NIS2 richtlijn) is bedoeld om de cyberbeveiliging en de weerbaarheid van ‘essentiële diensten’, waaronder lokale overheden, in de EU-lidstaten te verbeteren. Op dit moment wordt de richtlijn naar Nederlandse wetgeving vertaald. De bepalingen worden opgenomen in de Cyberbeveiligingswet. Dit houdt in dat digitale veiligheid een plicht wordt voor gemeenten. Vanwege het toegenomen belang van digitale veiligheid en de aanvullende verplichtingen voor gemeenten, hebben de rekenkamers van de gemeenten Opsterland, Weststellingwerf en Ooststellingwerf hier onderzoek naar gedaan. Dit onderzoek is uitgevoerd van september 2024 tot december 2025. Het doel van het onderzoek is om in beeld te brengen of de informatiebeveiliging adequaat is georganiseerd en geborgd bij de OWOgemeenten en in hoeverre de gemeenteraden in positie zijn om hun taken uit te voeren.
De volgende vraag staat centraal in dit onderzoek: Is de informatiebeveiliging van de OWO-gemeenten adequaat georganiseerd en geborgd? Beleid en uitvoering in Opsterland De gemeente Opsterland werkt op het gebied van ICT en informatiebeveiliging samen met Ooststellingwerf en Weststellingwerf in het samenwerkingsverband OWO. Binnen deze samenwerking is Team ICT verantwoordelijk voor de uitvoering van technische beveiligingsmaatregelen, zoals firewalls, monitoring, back-ups en het beheer van applicaties. Grote applicaties worden centraal beheerd, terwijl kleinere applicaties onder de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke
gemeenten vallen. Er is nog geen volledig overzicht van wie waarvoor verantwoordelijk is, maar hier wordt aan gewerkt. Opsterland heeft een strategisch informatiebeveiligingsbeleid opgesteld op basis van het format van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD). Dit beleid is actueel, maar algemeen van aard en sluit onvoldoende aan op de specifieke situatie van de gemeente. De gemeente voldoet nog niet aan de BIO-normen en werkt aan een implementatieplan om de BIO2norm te behalen. De uitvoering van maatregelen is versnipperd en een integrale aanpak ontbreekt. De gemeente voert jaarlijks een ENSIA-audit uit en beschikt over een datalekregister. In het strategisch beleid is vastgelegd dat incidenten worden gebruikt om beleid te verbeteren, maar in de praktijk gebeurt dit nog onvoldoende. Medewerkers weten vaak niet goed hoe ze een datalek moeten herkennen of melden, ondanks het bestaan van een datalekprotocol. De gemeente benoemt de PDCA-cyclus als uitgangspunt, maar deze wordt in de praktijk beperkt toegepast. Buiten de ENSIA-rapportage zijn er geen concrete verbeterplannen of structurele evaluaties. De opvolging van audits en risicoanalyses is beperkt en niet goed gedocumenteerd. Binnen de organisatie zijn de rollen en verantwoordelijkheden formeel vastgelegd volgens het Three Lines of Defence-model.
In de praktijk zijn veel taken belegd bij teamleiders, wat leidt tot werkdruk en onduidelijkheid. De CISO en FG zijn onafhankelijk gepositioneerd, maar onvoldoende zichtbaar binnen de organisatie. Op het gebied van bewustwording worden activiteiten georganiseerd, zoals lezingen en de wekelijkse Digiheld-vraag. Deelname is echter niet verplicht en er is geen vaste planning. Nieuwe medewerkers krijgen een onboardingstraining, maar voor zittende medewerkers zijn er nauwelijks structurele trainingen. Het kennisniveau over informatieveiligheid is laag.
2
De crisisorganisatie is nog niet goed ingericht. Er is geen actueel crisisprotocol en er wordt niet periodiek geoefend. In 2024 vond een OWO-brede crisisoefening plaats, maar het is onduidelijk wat Opsterland met de uitkomsten heeft gedaan. De PDCAcyclus wordt op dit vlak niet toegepast. Rol van de gemeenteraad De gemeenteraad van Opsterland ontvangt jaarlijks rapportages over informatieveiligheid, zoals de ENSIA-audit. Toch is de betrokkenheid beperkt: er worden weinig vragen gesteld en de opkomst bij bijeenkomsten is laag. Raadsleden vinden het onderwerp vaak te technisch en missen inzicht in risico’s en bestedingen. Er is behoefte aan duidelijke, periodieke informatie en aan opname van digitale veiligheid in het inwerkprogramma voor nieuwe raadsleden. Raadsleden nemen nog niet deel aan bewustwordingsactiviteiten, terwijl zij wel met vertrouwelijke informatie werken.
jaarlijks uitgevoerd. Er zijn geen concrete verbeterplannen of structurele evaluaties. Bewustwording: Er zijn activiteiten zoals lezingen en de Digiheldvraag, maar deze zijn niet verplicht. Deelname wordt niet gemonitord en het kennisniveau is laag. Nieuwe medewerkers krijgen een onboardingstraining, maar voor zittende medewerkers zijn er nauwelijks structurele trainingen. Crisisorganisatie: Er is geen actueel crisisprotocol en er wordt niet periodiek geoefend. In 2024 vond een OWO-brede crisisoefening plaats, maar het is onduidelijk wat Opsterland met de uitkomsten heeft gedaan. De PDCA-cyclus wordt ook op dit vlak niet toegepast. Rol van de raad: De gemeenteraad ontvangt rapportages zoals de ENSIA-audit, maar stelt weinig vragen. Raadsleden vinden het onderwerp vaak te technisch en missen inzicht in risico’s en bestedingen. Er is behoefte aan duidelijke, periodieke informatie en training.
Belangrijkste bevindingen Beleid: Opsterland heeft een strategisch informatiebeveiligingsbeleid gebaseerd op het IBD-format, maar dit is algemeen en niet afgestemd op de eigen organisatie. De gemeente voldoet nog niet aan de BIO-normen en is onvoldoende voorbereid op de BIO2-standaarden. Uitvoering: Team ICT voert technische taken uit zoals monitoring, firewalls en back-ups. De verdeling van verantwoordelijkheden is onduidelijk en er is geen structureel overleg tussen Team ICT en de CISO’s. De gemeente voert zelf geen pentesten uit. Incidenten: Er zijn procedures voor het melden van datalekken en een datalekregister. Medewerkers weten echter niet altijd hoe ze een datalek moeten herkennen of melden. Incidenten worden niet structureel gebruikt om beleid of processen te verbeteren. PDCA-cyclus: De PDCA-cyclus wordt in beleid genoemd, maar is in de praktijk nauwelijks zichtbaar. Alleen de ENSIA-audit wordt
3
Conclusies en aanbevelingen Hieronder presenteren wij de conclusies en aanbevelingen van dit onderzoek in de gemeente Opsterland. Conclusies De gemeente Opsterland is verantwoordelijk voor het informatiebeveiligingsbeleid, maar de uitvoering daarvan vindt sinds 2012 voor een belangrijk deel plaats in OWO verband. Deze samenwerking levert belangrijke schaalvoordelen op, maar de taakverdeling tussen het samenwerkingsverband en de gemeente Opsterland is niet op alle onderdelen duidelijk. Zo ontbreekt de structurele afstemming tussen de CISO’s van de drie OWO gemeenten en het samenwerkingsverband. Ook hebben de drie OWO gemeenten los van elkaar trainings- en bewustwordingsactiviteiten ingekocht en uitgevoerd. Dit komt de effectiviteit van de samenwerking niet ten goede. Na de onderzoeksperiode zijn plannen voor uitbreiding van de samenwerking gepresenteerd om de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid en uitvoering te vergroten. In Opsterland is het format van de Informatie Beveiligings Dienst (IBD) van de VNG gebruikt voor het strategisch informatiebeveiligingsbeleid. Hierdoor ontbreekt de koppeling met de werkpraktijk. Het beleid is in algemene termen beschreven en niet toegespitst op de eigen gemeentelijke organisatie. Wel sluit het beleid aan op de gangbare normen voor de gemeentelijke overheid.
Zo wordt de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) als uitgangspunt van het beleid genomen. Opsterland voldoet echter niet aan deze norm, maar dit is wel een belangrijke doelstelling. De BIO norm wordt onder de Cyberbeveiligingswet vervangen door de BIO2 en verplicht gesteld.
voldoet aan de veiligheidseisen van stelselhouders bij de Rijksoverheid voor het gebruik van hun applicaties. Hier voldoet Opsterland aan de gestelde norm. Uit het onderzoek komt naar voren dat de gesproken medewerkers van de gemeente Opsterland het belang van digitale veiligheid onderkennen, maar dat er verbetering mogelijk is. Zo geven deze medewerkers aan dat de CISO en FG niet goed zichtbaar zijn in de organisatie en is er in het lijnmanagement te weinig aandacht voor digitale veiligheid, waardoor het onvoldoende is geborgd in de werkprocessen. Opsterland is zelf verantwoordelijk voor de digitale weerbaarheid van de eigen medewerkers door middel van trainings- en bewustwordingsactiviteiten. Er worden wel diverse activiteiten aangeboden, maar deelname is vrijblijvend. Een gestructureerde aanpak van activiteiten en opleiding, voor zowel nieuwe als zittende medewerkers zal de digitale veiligheid in de gemeente versterken. Als de drie OWO gemeenten dit gezamenlijk oppakken, zijn ook hier schaalvoordelen te halen. In het beleid wordt risicomanagement genoemd als uitgangspunt voor sturing op digitale veiligheid door het gemeentebestuur. Maar in de praktijk stuurt het college van b. en w. onvoldoende op veiligheidsrisico’s. Ook de gemeenteraad stuurt onvoldoende op digitale veiligheid.
De gemeenteraad wordt via de P&C cyclus op hoofdlijnen op de hoogte gebracht van ontwikkelingen op dit gebied, maar wordt door het college van b. en w. onvoldoende in stelling gebracht om de controlerende en kaderstellende rol in te vullen. Maar de raad kan zichzelf ook actiever opstellen; de afgelopen jaren heeft de raad van Opsterland geen vragen gesteld over dit onderwerp.
De gemeente heeft het afgelopen jaar de ENSIA-verklaring gekregen. Dit betekent dat een externe auditor heeft vastgesteld dat de gemeente
4
Aanbevelingen Beleid en Uitvoering: 1. Intensiveer de samenwerking in OWO verband en breid deze uit door niet alleen de uitvoering gezamenlijk op te pakken, maar ook gezamenlijk beleid te formuleren. Maak hiermee een einde aan onduidelijkheid in taakverdeling tussen de OWO samenwerking en de gemeente Opsterland en draag zorg voor een duidelijke aansturing. 2. Vertaal de uitgevoerde GAP-analyse structureel naar een concreet verbeterplan met meetbare mijlpalen, versnel de implementatie van de BIO2-norm en zorg voor een integrale aanpak voor informatieveiligheid om het volwassenheidsniveau te verhogen. De gemeente Opsterland heeft onvoldoende stappen gezet in de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Hierdoor voldoet de gemeente niet aan de BIO. Dat betekent dat de gemeente kwetsbaar blijft en digitale veiligheidsrisico’s loopt. Een forse extra inspanning is nodig om volledig aan de BIO te voldoen. Om aan de verplichtingen van de Cyberbeveiligingswet te voldoen moet de gemeente doorgroeien naar volwassenheidsniveau vier (voorspelbaar en geoptimaliseerd). Dit niveau kan worden bereikt door een systematische monitoring van beveiligingsmaatregelen, het verbeteren van de interne evaluatieprocessen en sturing. Incidenten(afhandeling): 3. Verhoog de aandacht voor risicobeheersing en zorg voor een duidelijke opvolging van incidenten.
Hoewel er procedures zijn voor het melden van datalekken, is de risicobeheersing in processen waarin veel persoonsgegevens worden verwerkt nog niet optimaal omdat incidenten nog
onvoldoende worden gebruikt bij het verbeteren en actualiseren van processen en beleid. Een betere opvolging van incidenten helpt om herhaling te voorkomen en de algehele veiligheid te verbeteren. PDCA-cyclus: 4. Versterk de PDCA-cyclus door de opvolging van audits en adviezen te verbeteren en te documenteren. In het strategisch beleidsplan van de gemeente Opsterland is in paragraaf 2.6.2 Belangrijkste uitgangspunten aangegeven dat: ‘Informatiebeveiliging is een continu verbeterproces. ‘Plan, do, check en act’ vormen samen het managementsysteem van informatiebeveiliging. Dit uitgangspunt is onvoldoende aangetroffen. Er wordt over het algemeen planmatig gewerkt, maar de laatste twee fasen van de PDCA cyclus moeten beter worden ingevuld. Audits en incidenten moeten vertaald worden in verbeterplannen die vervolgens geïmplementeerd en periodiek geëvalueerd moeten worden. Weerbaarheid: 5. Maak bewustwordingsactiviteiten verplicht voor medewerkers, bestuurders en raadsleden en zorg voor een gestructureerde aanpak voor opleiding en training. De medewerkers van de gemeente Opsterland zijn erg betrokken bij digitale veiligheid maar kennis en vaardigheden kunnen verbeterd worden. Vrijblijvende activiteiten kunnen leiden tot lage deelname en vervolgens tot onvoldoende kennis en vaardigheden ten aanzien van digitale veiligheid.
Verplichte, gestructureerde en periodieke trainingen zorgen voor een structureel hoger kennisniveau en betere naleving van veiligheidsprotocollen.
5
Crisisorganisatie: 6. Organiseer periodieke crisisoefeningen en borg de effectiviteit ervan binnen een PDCA-cyclus. Hierbij is het van belang de betrokken rollen en verantwoordelijkheden helder vast te leggen en te evalueren. Ontwikkel een duidelijk crisisprotocol en oefen periodiek met crisissituaties, ook in OWO samenwerkingsverband. Zonder een duidelijk crisisprotocol en regelmatige oefeningen is de gemeente niet goed voorbereid op daadwerkelijke crisissituaties. Periodieke oefeningen helpen om de respons te verbeteren en de effectiviteit van het crisismanagement te verhogen. Rol van de Gemeenteraad: 7. Informeer de gemeenteraad zodanig dat zij haar controlerende en kaderstellende rol op het gebied van digitale veiligheid kan vervullen. Geef de raad periodiek inzicht in de voortgang van het digitaal veiligheidsbeleid. Hierbij dient minimaal aandacht besteed te worden aan: ● De mate waarin de gemeente voldoet aan de BIO norm; ● Ontwikkeling in het volwassenheidsniveau; ● Risicomanagement en crisisbeheersing.
6
Bestuurlijke reactie
Zaaknummer: 0086219638
Aan de Rekenkamer T.a.v. Mevrouw H. Vervoort
Uw kenmerk:
Uw brief van:
Ons kenmerk:
Behandeld door:
Telefoon:
0086219638
Marnik Jan Slagman
(0512) 386 222
Onderwerp: Bestuurlijke reactie Rekenkameronderzoek naar informatiebeveiliging
Bijlagen:
Beetsterzwaag, 9 juli 2025 Verzonden op:
Geachte leden van de Rekenkamer, Aanleiding U heeft onderzoek gedaan naar de huidige stand van informatiebeveiliging binnen de gemeente Opsterland, en de andere OWO-gemeenten. Een goede zaak, gezien alle ontwikkelingen rondom dit onderwerp op digitaal vlak, in wet- en regelgeving en in de fysieke wereld. Kritisch, en grotendeels waardevol Uw rapport geeft een kritische blik op de huidige stand van zaken rondom informatiebeveiliging. Het onderzoek richt zich vooral op beleid, het naleven ervan in de praktijk en de controle erop door de gemeenteraad. Hierbij staan enkele onderwerpen centraal. Denk aan: incidentenafhandeling, de PDCA-cyclus, de rol van de gemeenteraad en bewustwording onder medewerkers, bestuurders en raadsleden. Deels zijn de bevindingen en aanbevelingen terecht en worden deze verwelkomt door het college. Het college verbetert zichzelf immers graag waar nodig. Echter, deels zijn de bevindingen naar mening van het college ongegrond of onjuist en de aanbevelingen daardoor niet relevant. Reactie op aanbevelingen Het college kan zich vinden in aanbevelingen 1, 2, 4, 6 en 7 uit het onderzoeksrapport. Het college geeft aan dat deze aanbevelingen van toegevoegde waarde zijn en tot verbetering van de informatiebeveiliging leiden. Dit wordt hieronder verder toegelicht. ▪
Beleid en uitvoering Aanbeveling 1: Intensiveer de samenwerking in OWO verband en breid deze uit door niet alleen de uitvoering gezamenlijk op te pakken, maar ook gezamenlijk beleid te formuleren. Intern zijn de drie OWO-gemeenten al sinds halverwege 2024 bezig met het opstellen van geharmoniseerd OWO-informatiebeveiligingsbeleid. Hierover is de raad op 27 februari dit jaar geïnformeerd. De verwachting is dat het geharmoniseerde beleid in Q3 van dit jaar wordt
1/4
Zaaknummer: 0086219638
2/4
opgeleverd. Het college juicht het opstellen van geharmoniseerd beleid in OWO-verband toe en ziet deze ontwikkeling als een benodigde versterking voor een veilige digitale toekomst. Aanbeveling 2: Vertaal de uitgevoerde GAP-analyse structureel naar een concreet verbeterplan met meetbare mijlpalen, versnel de implementatie van de BIO2-norm en zorg voor een integrale aanpak voor informatieveiligheid om het volwassenheidsniveau te verhogen Het college erkent dat de BIO nog niet volledig is geïmplementeerd binnen de gemeente en dat het erg belangrijk is dat hiervoor op korte termijn stappen worden gezet. Ook landelijk blijkt de implementatie van de BIO een uitdaging bij gemeenten. De CISO’s van de drie gemeenten werken samen met OWO-I&A sinds Q4 2024 aan het opstellen van een BIO-implementatieplan, gezien de implementatie deels bij de eigen gemeente, maar deels ook bij OWO-I&A uitgevoerd dient te worden. Het implementatieplan wordt naar verwachting in Q3 van 2025 opgeleverd. ▪
PDCA-cyclus Aanbeveling 4: Versterk de PDCA-cyclus door de opvolging van audits en adviezen te verbeteren en te documenteren. De gemeente werkt op dit moment met de Audit & Control rapportage. In deze rapportages wordt de voortgang op bevindingen en aanbevelingen o.a. op het gebied van privacy en informatiebeveiliging bijgehouden en gestuurd op risico’s (PDCA-cyclus). Deze rapportage wordt periodiek ingebracht bij het directieteam en gedeeld met het MT. Deze rapportage wordt al enkele jaren succesvol ingezet voor de Verbijzonderde Interne Controle. Sinds eind 2024 is de rapportage uitgebreid met punten voor privacy en informatiebeveiliging. Het college kan zich vinden in de bevinding van de Rekenkamer dat laatste twee fasen van de PDCA-cyclus verbeterd kunnen worden. Echter, de rode beoordelingen van de stoplichten in H5.2.2 van het onderzoeksrapport met betrekking tot de PDCA-cyclus en het inzicht hebben in verbeterplannen en -maatregelen zouden naar de mening van het college, aanpassing behoeven, aangezien er wel een volledige PDCAcyclus aanwezig is, en de conclusie van de Rekenkamer is dat enkel de werking van de laatste twee fasen verbeterd moet worden.
▪
Crisisorganisatie Aanbeveling 6: Organiseer periodieke crisisoefeningen en borg de effectiviteit ervan binnen een PDCA-cyclus. Op dit moment beschikt OWO-I&A over een actueel en werkend plan over hoe om te gaan met technische verstoringen. Het is echter ook belangrijk om de organisatorische kant ervan vast te leggen. Het college is daarom voorstander voor het ontwikkelen van een crisisprotocol en het periodiek oefenen daarmee. In OWO-verband wordt op dit moment onderzoek gedaan naar het gezamenlijk invulling geven aan crisismanagement, als onderdeel van het afwegingskader (opstellen geharmoniseerd informatiebeveiligingsbeleid).
Zaaknummer: 0086219638
▪
3/4
Rol van de gemeenteraad Aanbeveling 7: Informeer de gemeenteraad zodanig dat zij haar controlerende en kaderstellende rol op het gebied van digitale veiligheid kan vervullen. Het college kan zich vinden in deze aanbeveling. Het college werkt graag mee aan het intensiveren van de samenwerking met de gemeenteraad op het gebied van informatiebeveiliging. Tot op heden wordt de gemeenteraad geïnformeerd over informatiebeveiliging via de jaarstukken. Intern wordt al sinds het einde van 2024 gewerkt aan het beter informeren van de gemeenteraad. Het college gaat graag het gesprek aan met de gemeenteraad over hoe hier effectief invulling aan te geven, en is benieuwd naar de visie van de gemeenteraad hierop.
Het college kan zich niet vinden in aanbevelingen 3 en 5. Voorop staat dat de onderwerpen die deze aanbevelingen behelzen (incidentenafhandeling en weerbaarheid) erg belangrijk zijn. Echter, het college is van mening dat de invulling van deze onderwerpen op dit moment al goed is ingericht. Dit wordt hieronder verder toegelicht. ▪
Incidenten(afhandeling) Aanbeveling 3: Verhoog de aandacht voor risicobeheersing en zorg voor een duidelijke opvolging van incidenten. De datalekprocedure van onze eigen gemeente voorziet in een adequate afhandeling van datalekken en voorziet ook in het nemen van maatregelen om in de toekomst soortgelijke incidenten te voorkomen. De Audit & Controle-rapportage zorgt voor de opvolging van eventuele maatregelen. Ook brengen we met het datalekkenregister trends in kaart. Daarnaast worden beveiligingsincidenten afgehandeld door OWO-I&A.
▪
Weerbaarheid Aanbeveling 5: Maak bewustwordingsactiviteiten verplicht voor medewerkers, bestuurders en raadsleden en zorg voor een gestructureerde aanpak voor opleiding en training. De gemeente past een uitgebreide bewustwordingsstrategie toe die vrijwillige en verplichte onderdelen bevat. Denk hierbij aan: klassikale onboardingstraining voor alle medewerkers, lezingen, VR-game en phishing-tests. Naar mening van het college zijn meer verplichte bewustwordingsactiviteiten niet een waardevolle toevoeging. Verplichte deelname verhoogt de deelname, niet per definitie ook het kennisniveau. Daarnaast doet verplichte deelname ook afbreuk aan het draagvlak en de positieve associatie met het onderwerp. Privacy en informatiebeveiliging moeten gewaarborgd worden omdat we dat binnen de gemeente belangrijk vinden, niet enkel omdat het moet.
Kritische kanttekening van het college In het rapport worden enkele kritische bevindingen gedaan op basis van het gesprek met de focusgroep, in het bijzonder met betrekking tot bewustwording en de organisatiecultuur. Naar mening van het college missen de bevindingen voldoende grondslag om van toepassing te worden verklaard voor de gehele organisatie. De reden hiervoor is dat de focusgroep enkel bestond uit vier medewerkers uit één team, het gebiedsteam (sociaal domein) en daarom een niet-representatief beeld geeft. Daarnaast heeft de Privacy Company, een gerenommeerd privacy advieskantoor, onafhankelijk onderzoek gedaan naar de inbedding van privacy binnen de gemeente, waaronder het
Zaaknummer: 0086219638
4/4
bewustwordingsniveau. Het resultaat: volwassenheidsniveau 4 (schaal 1-5), een goed kennisniveau bij medewerkers, complimenten voor de creatieve aanpak en aantoonbare vooruitgang van het kennisniveau ten opzichte van voorgaande jaren. Dit onderzoek, dat op verzoek van onze gemeente is uitgevoerd, betreft dezelfde onderzoeksperiode, waarbij gesproken is met medewerkers uit 2 teams (Openbare Orde en Veiligheid en het gebiedsteam). Het rapport van de Privacy Company is weliswaar opgeleverd kort na de onderzoeksperiode van het onderzoek dat de Rekenkamer heeft uitgevoerd. Echter, omdat beide onderzoeken dezelfde onderzoeksperioden betreffen, roept het college de Rekenkamer op om de resultaten van de Privacy Company tóch mee te nemen. Aangezien de resultaten van de Privacy Company de bevindingen van de Rekenkamer ter discussie stellen, waaronder ook de beoordelingen van de stoplichten in H5.2.3 van het onderzoeksrapport. Verder is het verschil in beoordelingen van de stoplichten in H5.2.2 tussen de gemeente Opsterland en de andere OWO-gemeenten in onze optiek grotendeels toe te rekenen aan het feit dat het behalen van de ambities in het informatiebeveiligingsbeleid bij de drie OWO-gemeenten anders is geformuleerd. Daarbij heeft Opsterland geen tijdspad in het beleid opgenomen om de gewenste ambities te bereiken.
Tot slot Het college verwelkomt in algemene zin de kritische blik van de Rekenkamer op het onderwerp informatiebeveiliging. Diverse bevindingen en aanbevelingen helpen de gemeente om richting te geven aan de reeds ingezette verbeteracties en bieden daarnaast bevestiging dat de juiste weg is ingeslagen. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de voortgang met betrekking tot de overgenomen maatregelen.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris
de burgemeester,
Sandra van ’t Hooge
Andries Bouwman
Nawoord De Rekenkamer bedankt het college voor de uitgebreide bestuurlijke reactie de daarin opgenomen onderkenning van het belang van dit onderzoek. We zijn blij te lezen dat een aantal van de aanbevelingen die we doen, al in meer of mindere mate uitvoering krijgen in de praktijk of dat er stappen genomen worden om te onderzoeken wat er met de aanbevelingen gedaan kan worden. Het doel van het onderzoek is altijd geweest om positief kritisch te zijn en aanbevelingen te doen die zowel de raad als de organisatie voor de toekomst op weg kunnen helpen. Voor een aantal van de aanbevelingen die we geven, willen we naar aanleiding van de bestuurlijke reactie nogmaals het belang benadrukken en de raad sterk adviseren deze aanbevelingen wel over te nemen.
Aanbeveling 3: In de bestuurlijke reactie schrijft het college dat de datalekprocedure voorziet in een adequate afhandeling van datalekken en in het nemen van maatregelen om in de toekomst soortgelijke incidenten te voorkomen. Daarnaast worden beveiligingsincidenten afgehandeld door OWO-I&A. Deze argumentatie is volgens de rekenkamer onvoldoende aanleiding om de aanbeveling te herzien. Risicobeheersing gaat immers verder dan het melden van datalekken. Deze aanbeveling komt voort uit de bevinding dat de risicobeheersing in processen waar veel persoonsgegevens verwerkt worden geoptimaliseerd kan worden door het gebruiken van incidenten bij het verbeteren en actualiseren van zowel processen als beleid. De gemeente geeft zelf in het strategisch beleid ook aan dat incidenten hiervoor gebruikt moeten worden. Een betere opvolging van incidenten helpt om herhaling te voorkomen en de algehele veiligheid te verbeteren. Dit is ook belangrijk in het licht van het doorlerend vermogen voor een volwassen organisatie met het oog op Cbw/BIO2. Gezien het belang van de bescherming van persoonsgegevens en de mogelijkheden tot optimalisatie van die processen die er binnen de gemeente zijn, blijft dit ons inziens een belangrijke aanbeveling waarvan we de raad adviseren deze over te nemen.
Aanbeveling 4: In de bestuurlijke reactie schrijft het college dat de rode beoordeling van de stoplichten in H5.2.2 in relatie tot de PDCA-cyclus aangepast moeten worden aangezien er een volledige cyclus aanwezig is en enkel de werking van de laatste twee fasen verbeterd moet worden. Echter, het onderzoek laat zien dat er geen concrete verbeterplannen of andere documenten beschikbaar zijn die wijzen op een vastgelegde en volledige PDCAcyclus. Dit is in tegenspraak met het strategisch beleid waarin de PDCA-cyclus als één van de belangrijke uitgangspunten is genoemd. Daarnaast is het zo dat de audit en controle rapportages waar wij uiteindelijk inzicht in hebben gekregen bijvoorbeeld niets benoemen over incidentafhandeling, wat wel een belangrijk onderdeel is van een complete PDCAcyclus. Hierdoor zijn wij van mening dat de rode beoordeling correct is..
Aanbeveling 5: In de bestuurlijke reactie schrijft het college dat de gemeente een uitgebreide bewustwordingsstrategie toepast die zowel uit verplichte als vrijwillige onderdelen bestaat. Het uitbreiden van verplichte onderdelen wordt niet als een waardevolle toevoeging gezien door het college en zou afbreuk doen aan het draagvlak en de positieve associatie met het onderwerp. Het onderzoek heeft echter laten zien dat kennis en vaardigheden van medewerkers, bestuurders en raadsleden nog verbetering nodig hebben. Daarom doen wij hier een aanbeveling over en we vinden het ook van belang dat daar opvolging aan gegeven wordt. We hebben daarin een verplichtend karakter opgenomen juist omdat de ervaring leert dat vrijblijvende activiteiten kunnen leiden tot lage deelname en vervolgens tot onvoldoende kennis en vaardigheden ten aanzien van digitale veiligheid. Verplichte, gestructureerde en periodieke trainingen zorgen uiteindelijk voor een structureel hoger kennisniveau en betere naleving van veiligheidsprotocollen.
8
Naar aanleiding van de opmerking van het college over de focusgroep en het van toepassing verklaren van de uitkomsten voor de gehele organisatie willen we herhalen wat we in het rapport ook al hebben opgenomen. We hebben gekozen voor een focusgroep met medewerkers uit het sociaal domein omdat juist hier veel persoonsgegevens worden verwerkt en dus ook een verhoogde kans is op risico’s op het terrein van informatiebeveiliging. De focusgroep bestond uit vier deelnemers van verschillende teams binnen het sociaal domein. Vier deelnemers mag misschien weinig lijken in verhouding tot de grootte van de gehele organisatie maar toch kunnen de resultaten wel meegenomen worden in het onderzoek. We wegen namelijk elke bijdrage van elke respondent, los van functie, even zwaar in het onderzoek. Dit betekent dat de interviews, de opbrengst uit de focusgroep en de documenten die zijn bestudeerd een gelijke weging krijgen in het vergaren van informatie. Als rekenkamer staan we nog steeds achter deze onderzoeksmethodiek, waarbij we nogmaals willen benadrukken dat het beeld wat in het rapport geschetst wordt gebaseerd is op analyse van alle vergaarde informatie en niet uitsluitend op wat in de focusgroep naar voren is gekomen.
Voor wat betreft het onderzoek van de Privacy Company waarnaar het college verwijst, merken wij op dat de onderzoeksresultaten daarvan na de onderzoeksperiode van de rekenkamer zijn opgeleverd en wij dit dus ook niet mee hebben kunnen nemen in ons onderzoek en onze afwegingen. Het college geeft mee dat de Privacy Company een gerenommeerd privacy advieskantoor is. Wij wijzen er op onze beurt op dat het onderzoeksbureau dat voor de Rekenkamer het onderzoek heeft uitgevoerd, ruime ervaring heeft met onderzoeken naar informatiebeveiliging bij gemeenten en dat ze de benodigde kennis en kunde ruimschoots in huis hebben om op dit onderwerp goed onderzoek te doen. We hebben dan ook geen enkele twijfel dat de aanbevelingen die wij aan de gemeenteraad doen de juiste aanbevelingen zijn op basis van de uitkomsten van het voorliggende onderzoek.
9
Nota van bevindingen
10
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Gemeenten zijn steeds afhankelijker geworden van digitalisering; elk gemeentelijk proces kent wel een digitale component. Daarom neemt ook het belang van informatieveiligheid toe. Dit belang wordt onderkend door de VNG die met en voor haar leden de Agenda Digitale Veiligheid heeft opgesteld. In deze agenda wordt gepleit voor meer bestuurlijke aandacht voor dit thema. Deze aandacht behelst niet alleen die van de burgemeester of het college van b. en w. , maar ook van de gemeenteraad. De VNG adviseert de colleges dan ook om periodiek het gesprek met de raad aan te gaan over digitale veiligheid.1 Ook de Rijksoverheid en Europa dringen met Richtlijnen en wetgeving aan op digitaal veilige gemeenten. De Europese ‘Network and Information Security-directive’ ofwel de NIS2 richtlijn is bedoeld om de cyberbeveiliging en de weerbaarheid van ‘essentiële diensten’, waaronder lokale overheden, in de EU lidstaten te verbeteren. Op dit moment wordt de richtlijn naar Nederlandse wetgeving vertaald. De bepalingen worden opgenomen in de Cyberbeveiligingswet. Dit houdt in dat digitale veiligheid een plicht wordt voor gemeenten; de vrijblijvendheid gaat er vanaf. De Cyberbeveiligingswet treedt naar verwachting in oktober 2025 in werking. Het gemeentelijk beleidsdomein van informatieveiligheid is dus, ook in de OWO-gemeenten, volop in beweging.
Gelet op de toegenomen cyberdreigingen en de (op handen zijnde) wettelijke verplichting op het gebied van informatieveiligheid is het van belang dat de gemeenteraad zijn kaderstellende en controlerende rol op dit domein goed kan invullen. De Rekenkamer van de OWO-gemeenten (Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland) hebben daarom een onderzoek uitgevoerd naar de informatieveiligheid bij deze gemeenten.
1.2
Doel- en vraagstelling
Het doel van het onderzoek is het in beeld brengen of de informatiebeveiliging adequaat is georganiseerd en geborgd bij de OWO-gemeenten en in hoeverre de gemeenteraden in hun positie zijn om hun taken uit te voeren. De centrale vraag van dit onderzoek luidt als volgt: Is de informatiebeveiliging van de OWO-gemeenten adequaat georganiseerd en geborgd? Deze centrale vraag is opgesplitst in de volgende deelvragen: 1. Wat is het beleid op het gebied van informatieveiligheid; voldoet dit aan actuele standaarden (als de BIO en ENSIA) en zijn de gemeenten voorbereid op de BIO2 en ENSIA? 2. Hoe wordt het Informatieveiligheidsbeleid uitgevoerd op bestuurlijk, organisatorisch, technisch, proces- en medewerkersniveau? Worden hierbij pentesten ingezet, zo ja, welke? 3. Zijn gegevens voldoende beschermd tegen toegang door onbevoegden? In hoeverre wordt getoetst of de organisatie ‘in control’ is op het gebied van informatiebeveiliging en welke instrumenten worden hierbij gebruikt? 4. Is de continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening gewaarborgd in geval van grootschalige uitval of verstoring van ICT en hoe is dat geregeld? Weet de organisatie hoe te handelen bij een (ernstig) informatiebeveiligingsincident, hoe ziet het incidentmanagementproces eruit en wordt dit in de praktijk geoefend?
1 Digitale veiligheid en privacy | VNG
11
5. 6. 7. 8.
1.3
Hoe wordt omgegaan met risico’s en incidenten op het gebied van informatieveiligheid en in hoeverre toont de organisatie lerend vermogen (PDCA cyclus)? Hoe wordt gezorgd voor bewustwording voor informatiebeveiliging bij medewerkers, bestuur, raad en samenwerkingspartners? Zijn de rollen en taken op het gebied van informatiebeveiliging voor medewerkers en het management duidelijk en hoe wordt er gestuurd in de gemeentelijke organisatie? Hoe is de raad betrokken bij het informatieveiligheidsbeleid en is dit voldoende om de kaderstellende en controlerende rol te kunnen vervullen?
Normenkader
Op basis van bovenstaande vragen is een normenkader uitgewerkt. Onderstaand normenkader, dat normen bevat over het gemeentelijk beleid, de uitvoeringspraktijk en de cultuur is toegepast in dit onderzoek. Normen ten aanzien van het gemeentelijk beleid ● De gemeente heeft BIO- conform informatiebeveiligingsbeleid. ● De algemene uitgangspunten en kaders zijn besproken in en vastgelegd door de gemeenteraad. ● In het beleid wordt o.a. ingegaan op: ● Strategische uitgangspunten ● Risicomanagement ● Governance (waaronder rollen en verantwoordelijkheden) ● De PDCA-cyclus van de gemeente ● In (voortgangs)rapportages wordt ingegaan op informatiebeveiliging. ● In programma’s en projecten wordt expliciet aandacht besteed aan informatiebeveiliging. ● Er is een procedure hoe wordt omgegaan met informatiebeveiligingsincidenten (waaronder cyberaanvallen) en een crisisprotocol. ● De gemeente heeft beleid voor informatiebeveiliging ten aanzien van samenwerkingspartners, gemeenschappelijke regelingen en leveranciers.
Normen ten aanzien van de uitvoeringspraktijk ● In de praktijk wordt gehandeld conform de wijze waarop informatie wordt beveiligd, waaronder in de relevante werkprocessen, de toewijzing van verantwoordelijkheden, de inrichting van informatiesystemen, de autorisaties, de afspraken voor de verwerking van gegevens en de afspraken over het informeren van burgers en het vragen van toestemming. ● De gemeente heeft een leer- en verbetercyclus (PDCA-cyclus). ● De gemeente heeft inzicht in de belangrijkste verbeterplannen en –maatregelen. ● Er wordt in het geval van incidenten, calamiteiten en crisis volgens de vastgelegde procedures gehandeld. ● De vastgelegde controles en rapportages worden in de praktijk uitgevoerd. ● De gemeente test en toetst procedures regelmatig om de effectiviteit en werking te toetsen. ● De gemeente houdt toezicht op de afspraken ten aanzien van informatiebeveiliging met (samenwerkings)partners, regelingen en leveranciers. ● De raad wordt geïnformeerd op een manier die hem in staat stelt te sturen en te controleren.
12
Normen ten aanzien van de organisatiecultuur ● De medewerkers van de gemeente zijn bekend met het gemeentelijk beleid met betrekking tot informatiebeveiliging en worden van aanpassingen op de hoogte gehouden. ● In hun dagelijks functioneren geven de medewerkers er blijk van het gemeentelijk informatiebeveiligingsbeleid na te leven. ● In de relatie met ketenpartners bewaken de medewerkers actief dat deze ketenpartners zich conformeren aan de regels, standaarden en procedures van de gemeente op het gebied van informatiebeveiliging.
1.4
Werkwijze
Het onderzoek is gedaan in de periode september 2024-december 2024. Voorafgaand aan dit onderzoek heeft de rekenkamer een vooronderzoek gedaan bij de drie gemeenten, waarin gesprekken zijn gevoerd en documentatie is verzameld. Het rekenkameronderzoek is vervolgens gestart met een startbijeenkomst voor betrokken medewerkers van de drie gemeenten Tijdens het onderzoek zijn verschillende onderzoeksmethoden ingezet, waaronder een documentenstudie en interviews met diverse functionarissen (zie bijlage 1)..Om te onderzoeken hoe in de gemeente het beleid in praktijk wordt gebracht, is voor elke gemeente een bijeenkomstemet een focusgroep uit het sociaal domein2 en een raadsbijeenkomst georganiseerd. Vervolgens is een zogenaamde convergentiesessie een gesprek gevoerd met ambtelijk betrokkenen om nadere informatie op te halen. Op basis van al dezeverkregen informatie is onze analyse uitgevoerd en deze rapportage geschreven. Het onderzoeksrapport is conform het onderzoeksprotocol van de rekenkamer voorgelegd aan de ambtelijke organisatie van de gemeente om na te gaan of de feiten zoals beschreven in die nota in het licht van de onderzoeksdoelstelling en –vraagstelling, juist en volledig zijn. Op- of aanmerkingen als gevolg van dit ambtelijk hoor en wederhoor zijn, na zorgvuldige afweging van de rekenkamer, verwerkt.
De wijze waarop de rekenkamer dit gedaan heeft is middels een memorie van antwoord teruggekoppeld aan de gemeentelijke organisatie. Vervolgens zijn de conclusies en aanbevelingen geschreven. Het onderzoeksrapport is daarna voor bestuurlijk wederhoor voorgelegd aan het college van B&W (conform artikel 9 lid d, onderzoeksprotocol van de rekenkamer d.d. 23 april 2024). Vervolgens is op verzoek van het college een gesprek gevoerd over de conclusies en aanbevelingen in het onderzoeksrapport. Daarbij werd duidelijk dat na afronding van het onderzoek de gemeente Opsterland verschillende documenten heeft opgesteld en zaken in gang heeft gezet die de digitale veiligheid van de gemeente gaan versterken. Tien van de 25 nagestuurde documenten zijn echter opgesteld na afsluiting van het onderzoek. Deze documenten vallen hiermee buiten scope van het onderzoek. Daar waar relevant wordt hiervan wel in voetnoten melding gemaakt. Vijftien documenten zijn gepubliceerd voor of in de onderzoeksperiode. Tien van deze documenten had de rekenkamer niet eerder ontvangen maar zijn alsnog meegenomen in een aanvullende documentenanalyse. Vijf documenten waren (deels) bekend en waren al meegenomen in de bevindingen.
2 Gekozen is voor het sociaal domein omdat hier veel persoonsgegevens worden verwerkt en dus ook een verhoogde kans is
op risico’s. De focusgroep bestond uit vier deelnemers van verschillende teams binnen het sociaal domein. Deze opkomst had hoger kunnen zijn, maar twee deelnemers zijn op het laatste moment niet komen opdagen. Toch kunnen de resultaten wel meegenomen worden in het onderzoek. We wegen iedere bijdrage van respondenten, los van functie, even zwaar in het onderzoek. Dit betekent dat de interviews en de opbrengst uit de focusgroep een gelijke weging krijgen in het vergaren van informatie.
13
De bestuurlijke reactie van het college is opgenomen in het onderzoeksrapport, evenals het nawoord van de rekenkamer.
1.5
Leeswijzer
Het rapport begint met een uitleg over de wettelijke- en overige kaders voor het gemeentelijk digitale veiligheidsbeleid. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op (veranderingen in) de wet- en regelgeving zoals de NIS2 richtlijn, de Cyberbeveiligingswet, de BIO2 en ENSIA. Vervolgens behandelen wij in hoofdstuk drie de OWO-samenwerking en het beleid en de uitvoering in Opsterland. Dit hoofdstuk bevat een belangrijk deel van de bevindingen van ons onderzoek. In hoofdstuk vier zetten we de rol van de raad uiteen, door eerst te benoemen welke informatievoorziening zij ontvangen en daarna in te gaan op het perspectief van de raad. De beantwoording van de onderzoeksvragen en de toetsing aan het normenkader is opgenomen in hoofdstuk 5. In de bijlagen treft u ten slotte een overzicht van de functionarissen waarmee in het kader van dit onderzoek is gesproken plus een overzicht van de documenten die zijn geraadpleegd. Ook is hier een overzicht opgenomen van de gebruikte afkortingen.
14
2. Speelveld digitale veiligheid Dit hoofdstuk is een algemene beschrijving van de context en organisatie van digitale veiligheid in gemeentelijke organisaties en de sturing daarop door college en gemeenteraad.
2.1
Belangrijke elementen digitale veiligheid
Digitale veiligheid gaat over veel meer dan bedrijfsvoering. De gemeentelijke dienstverlening is van digitalisering afhankelijk. Bovendien beschikken gemeenten over steeds meer persoonsgegevens van hun inwoners. Deze inwoners mogen van hun gemeente verwachten dat deze gegevens veilig zijn en dus niet op straat komen te liggen. Als dat toch gebeurt, dan schaadt dit het vertrouwen in de gemeentelijke overheid, en Een hack met gevolgen brengt mogelijk zelfs (directe) Fractievoorzitter Jouke Drenth van oppositiepartij Voorwaarts schade toe aan de getroffen Fonkelveen was net thuis van een crisisberaad met het inwoners. presidium. Dit was zijn derde raadsperiode, maar zo zout had hij het nog niet eerder gegeten. De burgemeester vertelde dat Elke gemeente moet hackers hadden ingebroken in de gemeentelijke maatregelen nemen om ervoor te informatiesystemen. Er was vertrouwelijke informatie zorgen dat persoonsgegevens buitgemaakt; persoonsgegevens van inwoners die bij de veilig zijn en de continuïteit van gemeente vanwege de jeugdzorg geregistreerd waren. Het dienstverlening wordt geborgd. ging hierbij niet alleen om namen, adressen en BSN nummers, 100% Veilig bestaat echter niet; maar ook om behandeldossiers van jongeren.
De hackers er is altijd een risico dat er iets eisten 5 Bitcoin losgeld van de gemeente, dan zou de misgaat, bijvoorbeeld dat een gemeente weer toegang krijgen tot de eigen bestanden. Dat hacker inbreekt in een kwam neer op € 450.000,-! Waar moest je als kleine gemeente gemeentelijk informatiesysteem. dat geld vandaan halen? Niet ingaan op deze eis ging Deze dreiging komt niet alleen misschien nog wel meer kosten. De hackers dreigden om de van buiten, ook een slordigheidje buitgemaakte informatie op het dark web te plaatsen en, zo gaf van een van de eigen de burgemeester aan, Fonkelveen zou de hele IT-omgeving medewerkers kan leiden tot opnieuw moeten opbouwen. Dat kon wel een paar miljoen bijvoorbeeld een datalek (zie ook kosten. Het was een duivels dilemma; zakendoen met de voorbeelden uit de fictieve criminelen of een financiële strop die de gemeente wel eens de gemeente Fonkelveen in de kop kon kosten. Binnen twee dagen moest de burgemeester kaders). beslissen. Tot die tijd werd er nog naar een oplossing gezocht. Als de back-up bestanden niet aangetast waren, kon de Daarnaast is (financiële) schade nog beperkt worden. Maar wat zouden de informatiebeveiliging ook vaak in inwoners van hun gemeente vinden als hun het belang van de gemeente zelf, persoonsgegevens op het web gepubliceerd zouden worden? denk bijvoorbeeld aan informatie Drenth had er geen goed gevoel bij.
Digitale veiligheid was over voorbereidingen op altijd een hamerstuk geweest op de raadsagenda, maar na strategische aankopen. deze wake-up call vast niet meer. Dergelijke informatie is niet per se door wetgeving beschermd, echter iedere gemeente realiseert zich dat dergelijke informatie niet moet lekken. In het algemeen leggen gemeenten hun doelstellingen, processen en rolverdeling vast in een beleidsdocument. Hierbij maken veel gemeenten gebruik van het format van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de VNG. Dit format gaat ervan uit dat een beleidsplan voor een periode van meestal vier jaar wordt vastgesteld. Op tactisch niveau wordt het beleid uitgewerkt in jaarplannen. Die plannen worden aan de hand van de Plan-Do-Check-Act (PDCA) cyclus gemonitord met als doel om permanente verbetering door te voeren.
15
2.2
Wetten & regels
Bij de uitvoering van het informatieveiligheidsbeleid moeten gemeenten voldoen aan verschillende wetten en regels. De belangrijkste zijn de Europese Network- and Information Security 2 directive (NIS2), de Cyberbeveiligingswet (Cbw), de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). De NIS2 richtlijn van de Europese Unie heeft als doel om de informatiebeveiliging van essentiële diensten, waaronder die van gemeenten, in de EU-lidstaten te verbeteren. In de richtlijn is hiertoe onder meer een zorgplicht en een meldplicht opgenomen, en wordt ook het toezicht op informatiebeveiliging geregeld. De NIS2 richtlijn is niet rechtstreeks van toepassing op gemeenten, maar wordt uitgewerkt in de Cyberbeveiligingswet, waar gemeenten wel aan moeten voldoen. Naar verwachting wordt de wet in het derde kwartaal van 2025 ingevoerd. Vanaf het moment dat de wet ingaat, moet de gemeentelijke digitale veiligheid voldoen aan de eisen die in deze wet staan. De invoering van de Cyberbeveiligingswet leidt tot een taakverzwaring en extra kosten voor gemeenten. De VNG heeft in een reactie op deze wet gevraagd om compensatie van het Rijk voor deze kosten.3
IT leverancier vliegt uit de bocht Eind november krijgt raadslid Elke Schrijver van coalitiepartij Fonkelveen Vooruit een telefoontje van een alleenstaande ouder die in haar straat woont. Haar bijstandsuitkering was niet op haar rekening gestort, misschien zou Elke eens navraag kunnen doen of er iets aan de hand was. Schrijver besluit op onderzoek uit te gaan en neemt contact op met de verantwoordelijk wethouder. Het blijkt om een serieus probleem te gaan: geen enkele uitkeringsgerechtigde in Fonkelveen heeft zijn of haar uitkering gekregen en de telefoon van het klantcontactcentrum staat roodgloeiend. Sommige bellers zijn acuut in de problemen gekomen en moeten geld lenen om boodschappen te doen. Sinds jaar en dag neemt de gemeente Fonkelveen het ICT-systeem van de firma Rik de Zand IT Solutions af voor de uitkeringsadministratie. Uit onderzoek van de beheerders van Fonkelveen bleek dat er enkele dagen geleden een nieuwe versie van deze cloudapplicatie draait die een fout betaalbestand genereert. Geen enkele uitkeringen is daarom betaald. Fonkelveen lijkt overvallen door de nieuwe versie en heeft deze, omdat het om een cloudapplicatie gaat, zelf niet getest. De leverancier probeert de fout op te lossen, maar weet nog niet wanneer dat gaat lukken. Ondertussen is het advies om de betaaltape van vorige maand te gebruiken. Maar die is niet accuraat.
De portefeuillehouder weet nog even niet hoe dit op te lossen. Ondertussen stromen de klachten binnen bij het KCC en vraagt Schrijver zich af wat zij haar buurvrouw kan melden.
De maatregelen die de Cyberbeveiligingswet voorschrijft om de informatiebeveiliging te verbeteren, de zorgplicht, zijn grotendeels opgenomen in de BIO2. In de Cyberbeveiligingswet gaat het naast de beveiliging van kantoorautomatisering (KA) ook over de beveiliging van operationele technologie (OT). Deze OT betreft bijvoorbeeld gemeentelijke bruggen en sluizen die op afstand worden bediend, en camera’s in de openbare ruimte. Nieuw met de komst van de Cyberbeveiligingswet is ook dat er naast ad hoc toezicht (achteraf, via rapportage aan de raad en de stelselhouders bij het Rijk) ook proactief toezicht zal worden gehouden op de informatiebeveiliging van gemeenten. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) is daarvoor aangewezen als toezichthouder voor de gemeenten en andere overheidsorganisaties.
In 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Deze verordening betreft een uitwerking van Europese regelgeving die bedoeld is om de privacy van alle 3 zie VNG-reactie consultatie Cyberbeveiligingswet (NIS2) | VNG voor meer informatie
16
inwoners (beter) te beschermen. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op de uitvoering van de AVG in Nederland. Wanneer gemeenten de bescherming van persoonsgegevens niet op orde hebben, riskeren zij een boete van de Autoriteit Persoonsgegevens. Het maatschappelijk en financieel belang van een adequaat privacybeleid is groot. Gemeenten hebben echter niet alleen een goed privacybeleid nodig, maar ook een goede uitvoering daarvan. Beiden zijn verplicht op grond van de AVG. Omdat de beveiliging van persoonsgegevens veel raakvlak heeft met de beveiliging van informatie in het algemeen, zijn de verplichtingen die voortvloeien uit de AVG ook meegenomen in dit onderzoek. De BIO is sinds 2019 het verplichte basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidslagen (en dus ook gemeenten). De BIO is gebaseerd op de informatiebeveiligingsstandaarden ISO 27001 en ISO 27002 en omvat een minimum aan maatregelen die getroffen moeten worden op het gebied van informatiebeveiliging. Gemeenten baseren hun informatiebeveiligingsbeleid en hun verantwoording aan de gemeenteraad en de toezichthouders vanuit het Rijk in belangrijke mate op deze BIO. De BIO wordt op dit moment doorontwikkeld naar de BIO2 en wordt wettelijk verplicht onder de Cyberbeveiligingswet.
In de BIO2 is mede naar aanleiding van de komst van de Cyberbeveiligingswet de verantwoordelijkheid van het hogere management in de gemeentelijke informatiebeveiliging vastgelegd. Ook het toewijzen van benodigde middelen, het verhogen van veiligheidsbewustzijn en het uitvoeren van controles maken onderdeel uit van de BIO2. ENSIA is ontstaan uit een gezamenlijk initiatief van een aantal departementen en de VNG. Het doel van ENSIA is om tot een effectief en efficiënt ingericht verantwoordingsstelsel voor informatieveiligheid te komen. De ENSIA is een jaarlijkse audit die gebaseerd is op de BIO. Uitgangspunt voor ENSIA is het horizontale verantwoordingsproces waarin het college van b. en w. zich over de informatieveiligheid verantwoordt aan de gemeenteraad. Deze verantwoording vormt de basis voor de verantwoording aan de stelselhouder (bijvoorbeeld het ministerie van BZK of SZW). Er wordt dus jaarlijks één audit uitgevoerd waarvan (een deel van) de resultaten zowel naar de gemeenteraad als de stelselhouder gaan. Net als de BIO, wordt ook de ENSIA op dit moment doorontwikkeld naar een nieuwe versie. Deze moet vooral gebruikersvriendelijker worden, zowel voor de ambtelijke organisatie als het gemeentebestuur.
2.3
Bestuur & organisatie
Informatieveiligheid is van de hele gemeentelijke organisatie. Vaak is in beleidsdocumenten vastgelegd dat het lijnmanagement hier verantwoordelijkheid voor draagt. Managers moeten erop toezien dat richtlijnen bij medewerkers bekend zijn en worden nageleefd. Vanuit wet- en regelgeving is een aantal functies verplicht gesteld. Zo verplicht de AVG gemeenten om een Functionaris Gegevensbescherming (FG) in dienst te hebben en dient de Chief Information Security Officer (CISO) volgens de BIO2 zo gepositioneerd te zijn binnen de organisatie dat hij onafhankelijk van de lijn kan adviseren over informatieveiligheid4.
4
CISO (Chief Information Security Officer): Verantwoordelijk voor het ontwikkelen en implementeren van het informatiebeveiligingsbeleid binnen een organisatie. Houdt toezicht op de beveiliging van informatie en zorgt ervoor dat de organisatie voldoet aan relevante wet- en regelgeving. Heeft kennis van informatiebeveiliging, risicoanalyse en beveiligingstechnieken. FG (Functionaris Gegevensbescherming) of DPO (Data Protection Officer): Houdt toezicht op de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) binnen een organisatie. Adviseert en rapporteert aan het hoogste managementniveau over privacykwesties. Is verplicht voor overheidsinstanties en organisaties die op grote schaal bijzondere persoonsgegevens verwerken. PO (Privacy Officer): Ontwikkelt en voert het privacybeleid uit binnen een organisatie. Ondersteunt de FG en fungeert als juridisch adviseur op het gebied van privacy. Is niet verplicht zoals de FG, maar speelt een belangrijke rol in het waarborgen van privacy binnen de organisatie.
17
Het college is eindverantwoordelijk voor de informatieveiligheid van de organisatie. Het college stelt beleid vast en ziet erop toe dat onbevoegden zich geen toegang kunnen verschaffen tot gemeentelijke informatiesystemen. Mocht dit toch gebeuren, dan kan het nodig zijn om een crisisorganisatie in te richten. De gemeenteraad is bevoegd de kaders te stellen en het college te controleren. Allereerst wordt van de gemeenteraad verwacht dat hij voldoende middelen beschikbaar stelt, zodat de gemeente aan wet- en regelgeving kan voldoen. In de praktijk blijkt vaak dat raden het lastig vinden om hun controlerende rol goed in te vullen omdat informatieveiligheid als een technisch onderwerp wordt beschouwd. Maar net als bij andere beleidsterreinen is ook hier het de rol van de gemeenteraad om kaders te stellen en te controleren of de gemeente recht- en doelmatig handelt. Zo is het belangrijk dat de raad controleert of de gemeente voldoet aan de BIO. Maar ook over de andere vlakken van het speelveld kan de raad het college bevragen.
2.4
Weerbaarheid
Weerbaarheid is het vierde belangrijke onderdeel van digitale veiligheid. Elke gemeente neemt maatregelen om onbevoegd gebruik van data en informatiesystemen tegen te gaan. Maar 100% veilig bestaat niet; er is altijd een kans dat het mis gaat. Het gaat hierbij niet alleen om het risico op een hack, maar ook onbedoeld verlies van geclassificeerde informatie, of een IT- leverancier van de gemeente die een fout maakt, waardoor de continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening in gevaar komt. Bij weerbaarheid gaat het in eerste instantie om preventieve maatregelen die worden genomen om digitale verstoringen te voorkomen. Voorbeelden van deze maatregelen zijn het autorisatiebeleid en de toegang van medewerkers tot de verschillende informatiesystemen. Ook bewustwordingsactiviteiten als (online) opleidingen en pentesten zijn belangrijke preventieve maatregelen om verstoringen te voorkomen. Bij opleidingen gaat het niet alleen over de vraag of er voldoende wordt aangeboden, maar ook over de mate waarin opleidingen, al dan niet verplicht worden gevolgd en de wijze waarop hierop wordt gemonitord en gestuurd. Pentesten kunnen zowel betrekking hebben op de technische beveiliging van informatiesystemen als op de medewerkers (human factor pentesten).
Voorbeelden van deze laatste categorie zijn ‘phishing mails’ en mystery guests, die proberen om fysiek het gemeentehuis binnen te komen en toegang te krijgen tot informatiesystemen. Weerbaarheid gaat ook over de respons van de gemeente als een digitale verstoring zich voordoet. Reageert de gemeente adequaat? Wordt er tijdig een crisisorganisatie ingericht en worden hier de juiste beslissingen genomen? Met oefeningen en simulaties van digitale ordeverstoringen kan de gemeente inzicht krijgen in de respons van de organisatie op een digitale verstoring. Zeker als gemeenten samenwerken op het gebied van digitalisering en informatieveiligheid is het van belang om periodiek te oefenen met een digitale verstoring, zodat duidelijk wordt of de juiste afspraken zijn gemaakt ten aanzien van mandaten en bevoegdheden.
18
3. Beleid en uitvoering 3.1
OWO-samenwerking
De colleges van b. en w. van de gemeente Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland zijn in 2011 een intergemeentelijke samenwerking aangegaan voor verschillende diensten, waaronder bedrijfsvoering, de OWO-samenwerking. Ter aanvulling is er tussen de drie samenwerkende gemeenten de regeling ‘gezamenlijke verantwoordelijkheid’ opgesteld in 2015 en door de afzonderlijke colleges vastgesteld5. De OWO samenwerking beslaat verschillende onderdelen, waaronder een afdeling die verantwoordelijk is voor de bedrijfsvoering van de drie gemeenten (OWO bedrijfsvoering). OWO bedrijfsvoering bestaat uit verschillende teams. Een van de teams die onderdeel zijn van OWO bedrijfsvoering is Team ICT. De schematische weergave van de OWO-samenwerking biedt een globaal overzicht van de onderlinge verbanden tussen individuele OWO gemeenten en de OWO organisatie. Deze weergave is gebaseerd op de PowerPoint-presentatie van de themabijeenkomst ICT voor raadsleden van de OWO-gemeenten en op informatie verkregen uit interviews. De operationele taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de ICT-informatiebeveiliging liggen bij Team ICT van de afdeling OWO-Bedrijfsvoering. De medewerkers van het team ICT dragen zorg voor de uitvoering van alle beveiligingsmaatregelen die in het Informatiebeveiligingsplan ICT 2020 zijn benoemd.