CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij raadsvoorstel (verweerschrift).pdf

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Besluit op bezwaarschrift Retail Plan BV te Drachten (H)3.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verweerschrift inzake bezwaarschrift van de heer W. Eilering namens RetailPlan B V., Torenstraat 23 A te Drachten, gericht tegen het besluit van 14 februari 2022 (verzonden op 2 maart 2022), waarbij het verzoek aan de raad om de beperkende regels ten aanzien van detailhandel in het bestemmingsplan Gorredijk – Bedrijventerreinen te schrappen door middel van een planherziening werd afgewezen. Wat vooraf ging aan het bestreden besluit: Bij brief van 5 juli 2021 heeft de heer W. Eilering namens RetailPlan B V., Torenstraat 23 A te Drachten, ons laten weten dat RetailPlan B.V. voornemens is om een of meerdere percelen ter hoogte van Badweg 38 in Gorredijk te verwerven om de vestiging van een nieuwe supermarkt mogelijk te maken. In dat kader werd de gemeenteraad verzocht om: -

de beperkende planregels ten aanzien van detailhandel in de planregels van het bestemmingsplan Gorredijk - Bedrijventerreinen (2016) alsnog te motiveren;

-

de beperkende regels ten aanzien van detailhandel in het genoemde bestemmingsplan te schrappen door middel van een planherziening.

of

Op 13 september 2021 werd door de gemeenteraad besloten om de betreffende brief in handen van B&W te stellen voor advies. Ter voorbereiding op dat betreffende advies heeft het college van B&W een extern deskundig bureau ingeschakeld dat een uitgebreid advies in deze heeft opgesteld. Na ontvangst van het deskundigenadvies is een voorstel tot afdoening van de brief van RetailPlan B.V. aan de gemeenteraad opgesteld. Het raadsvoorstel ter afdoening (met bijbehorende brief) werd op 21 december 2021 door het college van B&W vastgesteld. Het raadsvoorstel werd vervolgens geagendeerd voor de oriënterende raadsbijeenkomst van 17 januari 2022 en feitelijk behandeld tijdens de uitloop van de bijeenkomst op 18 januari 2022. Op 14 februari 2022 werd in de besluitvormende vergadering van de gemeenteraad het voorstel van B&W overgenomen en dus besloten tot een afwijzing van het verzoek van RetailPlan B.V. te Drachten. Een en ander met een gelijktijdige levering van de motivatie voor de beperkende regels ten aanzien van de detailhandel buiten het centrum van Gorredijk. De eveneens vastgestelde afwijzingsbrief werd vervolgens op 2 maart 2022 aan RetailPlan B.V. te Drachten verzonden. Bij brief van 30 maart 2022 (ingekomen op 31 maart) en fax van 1 april 2022 heeft de heer Eilering namens RetailPlan B.V. te Drachten een bezwaarschrift tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek ingediend.

Verloop van de procedure 

5 juli 2021: De heer W. Eilering namens RetailPlan B V., Torenstraat 23 A te Drachten, dient een verzoek tot onder andere een herziening van het bestemmingsplan Gorredijk – Bedrijventerreinen (2016) in bij de gemeenteraad.

5 oktober 2021: Schriftelijke mededeling vanuit de gemeente aan RetailPlan B.V. dat de raad in z’n vergadering van 13 september 2021 heeft besloten om het verzoek in handen te stellen van het college van B&W voor advies.

21 december 2021: Het college van B&W stelt het raadsvoorstel inzake de afdoening van het verzoek van RetailPlan B.V. vast.

17 en 18 januari 2022: Behandeling van het raadsvoorstel in de oriënterende raadsbijeenkomst.

14 februari 2021: Raadsvoorstel tot afwijzing van het verzoek wordt overgenomen door de raad onder gelijktijdige vaststelling van de afwijzingsbrief met daarin opgenomen een motivering voor de beperkende regels ten aanzien van de detailhandel buiten het centrum van Gorredijk.

1

2 maart 2022 (datum van verzending): De gemeenteraad maakt het besluit per brief kenbaar aan RetailPlan B.V. te Drachten.

31 maart 2022 (ontvangen op 31 maart 2022): Bezwaarschrift van RetailPlan B.V. te Drachten tegen het besluit van de gemeenteraad d.d. 14 februari 2022 tot afwijzing van het verzoek.

Beoordeling gronden van bezwaar Hieronder wordt per onderdeel van het bezwaarschrift een reactie gegeven. 

bezwaarmaker:

Inleiding Op 2 maart 2022 zond u mij uw besluit toe op mijn verzoek tot herziening van het bestemmingsplan ‘Gorredijk bedrijventerreinen'. U heeft mijn verzoek geweigerd en daartegen dien ik bezwaar in en licht dat graag toe. U onderbouwt uw beslissing met de volgende argumenten; 1. De vestigingsbeperking is noodzakelijk en evenredig in het licht van de Dienstenrichtlijn om het functioneren en de vitaliteit van het centrumgebied van Gorredijk te behouden en te kunnen blijven versterken en daarmee de toename van leegstand als gevolg van een externe supermarktvestiging te voorkomen. 2. Een nieuwe supermarkt op het bedrijventerrein is in strijd met gemeentelijk beleid zoals vastgesteld in de actuele detailhandelsvisie gemeente Opsterland uit 2015 waarin het uitgangspunt is opgenomen om detailhandel te concentreren in het centrumgebied van Gorredijk. 3. Het beleid, de toelichting van het bestemmingsplan 'Gorredijk Kom’ en de systematiek van bestemmingsregelingen zijn gericht op het concentreren van supermarkten in het centrumgebied. U geeft aan dat u voor het te nemen besluit nog een marktverkenning heeft uitgevoerd en waaruit blijkt dat de huidige oppervlakte aan detailhandel en specifiek in dagelijkse goederen al overbemeten is en dat daarmee het huidige functioneren van supermarkten al onder druk staat.

U stelt dat als aan het huidige supermarktaanbod nog een extra supermarkt wordt toegevoegd dat andere supermarkten slechter gaan functioneren en dat een supermarkt in het centrumgebied kan omvallen. Tot slot van uw argumentatie stelt u dat er wel supermarktmeters mogen worden toegevoegd maar dan uitsluitend in het centrumgebied. U verwijst daarvoor naar bijlage 1. Ik ga er van uit dat u daarmee dit kaartje bedoelt;

Figuur 1.3 Verbeelding bestemmingsplan Centrum oost

Daarbij stelt u dat het voortdurende proces van de supermarkten gericht op het beter laten functioneren van supermarkten in het centrumgebied niet mag worden gefrustreerd of bemoeilijkt door een nieuwvestiging buiten het centrumgebied.  Reactie van de gemeenteraad: Het is ons gebleken dat u wat betreft het centrumgebied uitgaat van een foutieve interpretatie. Het gaat in de door u aangehaalde verbeelding slechts om een aanduiding van het plangebied van het bestemmingsplan "Gorredijk - Centrum-Oost" van 3 februari 2014. Het betreffende plangebied vormt tezamen met het gebied met de bestemming “Centrum” uit het bestemmingsplan “Gorredijk – Kom” (2016) het centrumgebied van Gorredijk.

2

In het bestemmingsplan “Gorredijk – Kom” (2016) is aangeven dat het plangebied uit het bestemmingsplan "Gorredijk - Centrum-Oost" indertijd buiten het plangebied van het nieuwe bestemmingsplan “Gorredijk – Kom” is gehouden vanwege het feit dat het zeer recentelijk was vastgesteld en nog in ontwikkeling c.q. uitvoering was. In zoverre de begrenzing van het huidige centrumgebied van Gorredijk niet uit de bijlage bij ons besluit van 14 februari 2022 is te herleiden dan wel de aangehaalde ruimtelijke plannen, hebben wij voor alle duidelijkheid hieronder alsnog een afbeelding opgenomen met een duidelijke markering van het centrumgebied van Gorredijk.

Afbeelding (planologisch) centrumgebied Gorredijk

Bezwaargronden 1. Zoals reeds bij de aanvraag door mij is gesteld is de branchebeperking in het bestemmingsplan niet in overeenstemming met de eisen van de Dienstenrichtlijn. U heeft dat niet ontkend. U heeft vervolgens alsnog een onderbouwing ingebracht op grond waarvan volgens u kan worden geconcludeerd dat de in de planvoorschriften opgenomen branchebeperkingen voldoen aan de eisen van de Dienstenrichtlijn.  Reactie van de gemeenteraad: Wij zijn van mening dat wij met de uitvoerige motivering van het besluit van 14 februari 2022 op voldoende wijze kenbaar hebben gemaakt dat de aangehaalde branchebeperking wel degelijk in overeenstemming is te achten met de Dienstenrichtlijn. Het enkele feit dat de aandacht voor het onderwerp branchebeperking in de toelichting van het bestemmingsplan Gorredijk - Bedrijventerreinen (2016) ontbreekt doet daar niet aan af. In het beleid en in de toelichting van het bestemmingsplan Gorredijk - Bedrijventerreinen (2016) ontbreekt een toetsing aan de Dienstenrichtlijn, omdat het gemeentelijke detailhandelsbeleid voor het laatst in 2015 en het bestemmingsplan in 2016 zijn vastgesteld. Dat een brancheringsregeling aan de Dienstenrichtlijn moet worden getoetst en voldoen is pas duidelijk geworden met de Appingedam-uitspraak in 2018. 2.

Uw onderbouwing is dat het beleid ten aanzien van het centrumgebied en van supermarkten in het bijzonder voortkomen uit de bescherming van het milieu en het ‘stedelijk milieu’. Dit leidt er volgens u toe dat supermarkten in het centrumgebied dienen te worden geconcentreerd en dat supermarkten elders moeten worden uitgesloten. U geeft aan dat u via het bestemmingsplan wilt bevorderen dat het centrumgebied haar dynamiek en oorspronkelijke karakter behoudt en dat met branchering een mix van winkels in het centrumgebied kan worden behouden of bevorderd, afgestemd op de behoefte en het koopgedrag van de consument.

3

3. Hoe die mix er in Gorredijk uitziet is niet aangegeven. Evenmin ontbreekt een recent en gedetailleerd koopstroomonderzoek waaruit de behoefte en het koopgedrag van de consument zou blijken. Iedere analyse ontbreekt terwijl de onderbouwing van branchebeperkingen in een bestemmingsplan daar wel op moet zijn gestoeld. Zelfs de koopkrachttoevloeiing voor de dagelijkse sector is niet gemeten.  Reactie van de gemeenteraad op 2 en 3: In onze uitgebreide reactie op uw verzoek hebben wij getracht duidelijk te maken dat de brancheringsregels mede voortvloeien uit consequent door de gemeente gevoerd beleid ten aanzien van het centrumgebied van Gorredijk. Daarin kon onder andere worden volstaan met een verwijzing naar de gemeentelijke Detailhandelsvisie uit 2015. De inhoud van die visie en de onderzoeken die daaraan ten grondslag hebben gelegen staan in deze niet ter discussie. De mix van winkels in het centrumgebied van Gorredijk is beschreven in deze detailhandelsvisie. Het gaat daarbij om het huidige aanbod van detailhandel in de dagelijkse sector in combinatie met het aanbod in de nietdagelijkse sector. In de visie wordt geconcludeerd dat het totale aanbod van de winkels in Gorredijk dermate compleet is (en het parkeren gratis), dat veel mensen er voor zullen kiezen om in Gorredijk te gaan winkelen.

Ons detailhandelsbeleid voor het centrumgebied van Gorredijk en de daaruit volgende consequenties voor het gebied buiten het centrumgebied is wel degelijk gebaseerd op onderzoeksgegevens en de analyse van die gegevens. Wij hebben in bijlage 3 (Marktverkenning) van ons besluit op uw verzoek 5 juli 2021 de eerdere onderzoeksgegevens van de Detailhandelsvisie 2015 nog eens geactualiseerd. Wij zijn en blijven van mening, mede op basis van externe expertise, dat deze gegevens voldoende basis vormen voor de onderbouwing van ons standpunt ten aanzien de vestiging van nieuwe supermarkten buiten het centrumgebied van Gorredijk. 4. Ook is niet duidelijk wat ter plaatse onder het stedelijk milieu moet worden verstaan. Mocht daaruit blijken dat de aanwezigheid van supermarkten in het centrumgebied kan bijdragen aan een stedelijk milieu dan is daarmee nog niet gegeven dat supermarkten buiten het centrum moeten worden geweerd.  Reactie van de gemeenteraad: Bij de bescherming van het stedelijk milieu moet in deze gedacht worden aan regels voor het voorkomen van ongewenste ontwikkelingen vanuit ruimtelijke kwaliteit, leegstand, leefbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen in het centrumgebied van Gorredijk.

Bij vertrek van de publiektrekkers (de huidige supermarkten) uit het centrumgebied van Gorredijk zal de leefbaarheid en de vitaliteit van het centrumgebied onder druk komen te staan door toenemende leegstand. De vestiging van een nieuwe supermarkt op het bedrijventerrein (buiten het centrumgebied) kan gelet op het huidige aanbod van dagelijkse goederen in Gorredijk (gebaseerd op onderzoeksgegevens) leiden tot het vertrek van een of meerdere publiekstrekkers uit het centrumgebied van Gorredijk, hetgeen ook negatieve gevolgen zal hebben voor de daar aanwezige detailhandelszaken die tot op heden van die publiekstrekkende functie profiteren. 5. Er wordt verwezen naar een rapport van DTNP waaruit de wisselwerking zou blijken tussen supermarkten en andere winkels. Er staat; De mate van combinatiebezoek bij full-service supermarkten en speciaalzaken is zelfs 75%. Het combinatiebezoek wordt positief beïnvloed indien de supermarkt direct naast de andere winkels is gelegen. 6. Dat is onjuist. Uit de illustratie valt te lezen dat in beste vorm van wisselwerking sprake is van 50% combinatiebezoek. Het combinatiebezoek wordt negatief beïnvloed indien de afstand tussen de supermarkt en andere winkels in de dagelijkse sector groter wordt.

 Reactie van de gemeenteraad op 5 en 6: Met de aangehaalde informatie uit het rapport van DTNP wordt niets anders beoogd dan de betekenis van supermarkten voor centrumgebieden (in het bijzonder voor de overige winkels in de centrumgebieden) te benadrukken. 7. Andere winkels dan dagelijkse voorzieningen zijn niet beoordeeld in dat onderzoek.

4

Omdat er sprake is van een compact concentratiegebied voor supermarkten waarbij er geen andere winkels zijn gesitueerd in de dagelijkse branche is van enige wisselwerking van betekenis met andere winkels geen enkele sprake. Het zeer algemene rapport van DTNP is in de door u ingebrachte onderbouwing irrelevant.  Reactie van de gemeenteraad: Zoals al eerder door ons is gesteld heeft u een onjuist beeld van het centrumgebied van Gorredijk. DTNP trekt op de eigen site uit het aangehaalde onderzoek de volgende algemene conclusie: “Supermarkten zijn van groot belang voor de vitaliteit van centrumgebieden en winkelcentra. Een gemiddelde supermarkt trekt zo’n 10.000 bezoekers per week en daar kunnen kleinere winkels zoals een bakker, slager en bloemist van profiteren. Bijna de helft van de supermarktbezoekers gaat ook nog naar een of meer andere winkels of voorzieningen in het centrum waar de supermarkt gevestigd is. Een zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing is dan wel cruciaal. Belangrijke voorwaarden zijn een korte onderlinge loopafstand en goede zichtrelatie vanaf de ingang van de supermarkt.” Daaruit leiden wij niet af dat het in dat onderzoek slechts enkel en alleen om winkels in de dagelijkse branche gaat.

Los daarvan wordt met het aanhalen van het onderzoek, zoals onder de beantwoording van 5 en 6 is gesteld, slechts beoogd de betekenis van supermarkten voor het centrumgebied (vitaliteit) te benadrukken. 8. Toch is de magere argumentatie op grond van de voornoemde DTNP-paradox doorgeschoten in uw stelling in de toelichting dat daaruit zou volgen dat het onaanvaardbaar is om buiten het centrumgebied nieuwe supermarkten toe te staan. Uw conclusie dat dat bijna één op één ten koste zou gaan van de bestaande supermarkten is niet onderbouwd en pure speculatie.  Reactie van de gemeenteraad: Deze stelling is zeker niet enkel en alleen gebaseerd op het aangehaalde onderzoek van DTNP. Er staat dan ook dat dit onder meer blijkt uit het onderzoek van DTNP. Ook de onderzoeksgegevens die indertijd gebruikt zijn voor de gemeentelijke detailhandelsvisie van 2015 gaven al aan dat feitelijk na realisatie van de op dat moment geplande uitbreiding van de bestaande supermarkten in het centrumgebied de marktruimte volledig benut zou zijn. 9. U stelt op pagina 12 dat het meer dan duidelijk is dat er onvoldoende marktruimte is voor een nieuwe supermarkt. De analyse ten aanzien van marktruimte spreekt echter niet over aantallen supermarkten maar over aantallen meters.

Vanuit die analyse is het echter niet verklaard waarom zowel de Aldi als de Jumbo met actuele uitbreidingsplannen wel degelijk behoefte hebben aan uitbreiding van meters. In de marktruimte-analyse is trouwens ook geen rekening gehouden met regionale effecten ten aanzien van vloerproductiviteit. In de nadere toelichting (p 25) wordt het regionale effect nog wel benoemd en tevens de conclusie dat uit de marktanalyse niet blijkt dat er een overschot is aan winkelmeters.  Reactie van de gemeenteraad: De huidige uitbreidingsplannen van de genoemde supermarkten zien meer op een kwalitatieve verbetering van de huidige winkelvoorziening (bredere gangpaden voor de klanten, betere routing voor de klanten, betere indeling en presentatie van de producten en betere parkeervoorzieningen en dergelijke). Het gaat daarbij niet zozeer om een uitbreiding van het assortiment. 10. In uw besluit schiet u heel snel door de onderbouwing van de evenredigheid van de maatregel. Er wordt zonder toelichting gesteld dat de maatregel geschikt en effectief is. Ook wordt ten onrechte gesteld dat het beleid coherent en systematisch wordt toegepast. Voor zover het dan zou gaan om het concentreren van supermarkten in het centrumgebied staat dat haaks op de verplaatsing en uitbreiding van de Aldi naar de hoek van de Hoofdstraat met de Badweg.

Van coherent nastreven van het door u genoemde beleid is derhalve geen sprake.  Reactie van de gemeenteraad: Uit onze uitgebreide reactie is gebleken dat de bestreden vestigingsbeperking sinds lange tijd al verankerd is in het gemeentelijke beleid en dat deze beperking de toets aan de Dienstenrichtlijn kan doorstaan. Een en ander is naar onze mening wel degelijk toegelicht. Daarentegen worden van uw zijde geen of bijna geen inhoudelijke argumenten aangedragen die tot een ander inzicht zouden moeten leiden.

5

Een op handen zijnde verplaatsing en uitbreiding van de Aldi naar de hoek Hoofdstraat/Badweg is al met al passend te achten binnen het gemeentelijke beleid voor het centrumgebied. Deze locatie is namelijk deels nog gelegen op gronden die van de bestemming “Centrum” zijn voorzien en dus duidelijk bij het centrumgebied horen. Weliswaar ligt de locatie deels ook op gronden met een andere bestemming (Wonen), maar dan wel direct aansluitend aan het centrumgebied. De rol van deze supermarkt als publiekstrekker aan de zuidzijde van het centrumgebied blijft met de voorgenomen ontwikkeling in stand. Bovendien draagt de ontwikkeling op de beoogde locatie bij aan de vitaliteit van dat gedeelte van het centrumgebied dat zich de laatste tijd kenmerkte door een kwalitatieve achteruitgang van de bebouwing en daarmee de ruimtelijke uitstraling van het gebied. Ook draagt de ontwikkeling bij aan een verplaatsing van winkels naar panden elders in het centrumgebied, waaronder een groot pand dat lange tijd leeg stond. Gelet op dit alles past de voorgenomen ontwikkeling prima binnen het beleid dat wij voor centrumgebied nastreven qua ruimtelijke kwaliteit, leegstand, leefbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen. 11. Op pagina 26 van uw onderbouwing schrijft u dat de plannen die nog in voorbereiding zijn (Jumbo en Aldi) de vitaliteit en het functioneren van het centrumgebied kunnen versterken.

Dat is interessant om dat beide plannen buiten het concentratiegebied voor supermarkten en zelfs aan de Badweg zijn gesitueerd.  Reactie van de gemeenteraad: Feitelijk staat er op de betreffende bladzijde: “Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat vanuit de supermarktbranche plannen voor investering in Gorredijk zijn gerealiseerd en in voorbereiding zijn. Plannen die de vitaliteit en het functioneren van het centrumgebied kunnen versterken.” Deze tekst staat los van de daarop volgende passage waarin de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen van de genoemde supermarkten wordt aangehaald. De conclusie die onder 11 wordt getrokken is daarmee te kort door de bocht. Het gaat namelijk ook over plannen die al gerealiseerd zijn. Het zal duidelijk zijn dat gelet op ons antwoord onder 10 een dergelijke conclusie enkel en alleen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling op de hoek Hoofdstraat/Badweg getrokken zou kunnen worden. 12. Het enkele feit dat Aldi, zoals door u in aangegeven, buiten het centrum een nieuwe winkel wil gaan bouwen komt voort uit de onmogelijkheid om in het centrumgebied een geschikte locatie te vinden voor een supermarkt. Zelfs uitbreiding is niet mogelijk.

Zo staat in uw toelichting op pagina 13 te lezen dat het verplaatsen van de Jumbo naar het centrumgebied een complexe opgave is gebleken hetgeen geresulteerd heeft dat de Jumbo op de bestaande locatie aan de Badweg nieuwbouw gaat plegen om te optimaliseren. Ook hieruit volgt dat het onmogelijk blijkt te zijn om in het centrumgebied een winkel te realiseren. De maatregel om supermarkten uitsluitend in het centrum toe te staan is te gelden als onevenredig. Het is immers onuitvoerbaar.  Reactie van de gemeenteraad: Zoals in onze beantwoording onder 10 is aangegeven rekenen we de nieuwe beoogde locatie van de Aldi tot het centrumgebied van Gorredijk. Overigens kunnen in het centrumgebied van Gorredijk bij recht ook geen nieuwe (extra) supermarkten worden toegestaan. De planologische regeling in het centrumgebied ziet namelijk in de basis op het handhaven van de huidige supermarktvestigingen in het centrumgebied. Wij kunnen ons dan ook niet vinden in de conclusie die onder 12 wordt getrokken. 13. Het door u na te streven doel, het concentreren van detailhandel in het centrum van Gorredijk, wordt niet systematisch nagestreefd omdat het voor vele vormen van detailhandel wel degelijk toegestaan is om op perifere locaties detailhandel te voeren.

Zo is aan de Badweg perifere detailhandel toegestaan en worden ook andere vormen van detailhandel aangetroffen die, vanuit een algemene gezonde mix-gedachte exclusief voor het centrum behouden zouden moeten blijven. Maar uw mix is niet in beeld gebracht.  Reactie van de gemeenteraad: Bij het toestaan van perifere detailhandel op het bedrijventerrein Overtoom wordt van geval tot geval beoordeeld of de beoogde detailhandelsactiviteiten voldoen aan de criteria die daarvoor in het geldende bestemmingsplan zijn gegeven.

6

Zo moet het bijvoorbeeld vanwege ruimtebeslag of (verkeers)overlast onmogelijk of onwenselijk zijn dat de desbetreffende vestiging in of aangrenzend aan de bestaande winkelgebieden in de kernen van de gemeente Opsterland is in te passen. Perifere detailhandel is dus niet zondermeer toegestaan maar maatwerk. Vestiging van detailhandel in voedings- en genotmiddelen (supermarkten) is daarentegen op voorhand uitgesloten vanwege het concentratiebeleid (publiekstrekkers) in het centrum van Gorredijk. 14. De absolute uitsluiting van supermarkten op perifere locaties is onvoldoende gemotiveerd en had bijvoorbeeld ook kunnen worden vervangen door een afwijkingsbevoegdheid voor het college onder criteria waaruit zou moeten blijken dat er geen sprake zal zijn van duurzame ontwrichting. Met andere woorden; het nagestreefde doel kan ook worden bereikt met minder vergaande maatregelen. In artikel 4.6.1. onder b onder 5 staat bij de afwijkingsbevoegdheid dat getoetst moet worden aan de vraag of er sprake is van onevenredige afbreuk aan het winkelapparaat in de diverse kernen. Dit criterium is voldoende om het nagestreefde doel te bereiken. Een absoluut verbod gaat daarom veel te ver.

 Reactie van de gemeenteraad: Wij zijn en blijven van mening dat de huidige planologische regeling recht doet aan ons streven naar het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit, het zoveel mogelijk voorkomen van leegstand, het handhaven van de leefbaarheid en de bereikbaarheid van voorzieningen in het centrumgebied van Gorredijk. Bijkomend gevolg van uw besluit 15. U geeft aan dat u met dit besluit een (nieuwe) onderbouwing heeft gegeven voor de brancheringsbeperking. Eerder onder punt 1 heb ik al geconcludeerd dat u naar aanleiding van mijn verzoek niet heeft ontkend dat de onderbouwing in het huidige bestemmingsplan ontbreekt. Door nu de onderbouwing alsnog in te brengen zal die onderbouwing moeten worden toegevoegd aan de toelichting op het bestemmingsplan. Immers, de beperking moet zijn gemotiveerd in de toelichting op het bestemmingsplan. U zult dus links- of rechtsom het bestemmingsplan moeten aanpassen.  Reactie van de gemeenteraad op 15: Het ontbreken van een onderbouwing wat betreft de branchebeperking in de plantoelichting van het huidige bestemmingsplan “Gorredijk – Bedrijventerreinen” (2016) is op dit moment geen reden om over te gaan tot een bestemmingsplanherziening. Immers, een plantoelichting van een bestemmingsplan is juridisch gezien geen onderdeel van het bestemmingsplan.

Alleen de planregels en de planverbeelding van een bestemmingsplan hebben een juridisch bindende werking. Ten aanzien van de planregels voor de branchebeperking hebben wij aangegeven dat ze voldoen aan de huidige jurisprudentie op het vlak van de Dienstenrichtlijn. Er is dus naar onze mening geen noodzaak tot een acute herziening van het aangehaalde bestemmingsplan. Conclusie 16. Uw besluit kan de toets zoals die is geformuleerd in de uitspraak van de afdeling van 24 juli 2019 (zie ook primaire verzoek) niet doorstaan. a. Er ontbreekt een dwingende reden van algemeen belang op grond waarvan de gewraakte branchebeperking gehandhaafd kan blijven. b. De evenredigheid van de maatregel is niet tot onvoldoende toegelicht. c. De maatregel wordt niet coherent en systematisch toegepast. d. De maatregel gaat veel verder dan nodig is om het nagestreefde doel te bereiken. 17. De brancheringseis waarin supermarkten zijn uitgesloten van perifere vestiging is in strijd met de eisen van de Dienstenrichtlijn en moet om die reden buiten werking worden gesteld. 18. Ik verzoek u om mijn bezwaar gegrond te verklaren en een nieuw besluit te nemen.  Reactie van de gemeenteraad op 16, 17 en 18: De door bezwaarmaker aangedragen argumenten hebben ons niet doen inzien dat wij ten aanzien het verzoek van 5 juli 2021 tot een ander besluit hadden moeten komen.

7

Wij zijn dan ook van mening dat, gezien het feit dat het bestreden besluit in onze ogen zorgvuldig is genomen en tot stand is gekomen, het bezwaar ongegrond dient te worden verklaard. Bijlagen bij dit verweerschrift: 1. Bezwaarschrift; 2. Verzoek om herziening bestemmingsplan “Gorredijk – Bedrijventerreinen” van RetailPlan BV; 3. Afwijzing (inclusief bijlage) herziening bestemmingsplan “Gorredijk – Bedrijventerreinen”; 4. De aangehaalde vigerende bestemmingsplannen zijn via www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen; 5. Uitspraak Appingedam (te raadplegen via de link: https://www.raadvanstate.nl/@116671/201309296-6-r3/).

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=53e429f5-6be3-43fd-8313-4297bf405e02