CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Was-wordt-tabel verordening rechtspositie raadsleden Opsterland

Raadsvergadering 25 maart 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Verordening rechtspositie raadsleden Opsterland 2024 (H)797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS-WORDT-TABEL VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADSLEDEN OPSTERLAND 2024 Artikel 3

4

Oude tekst Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van €240,- per maand.

1.Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raadslid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, worden aan een raadslid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer, veer- en tolkosten vergoed. 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.

Artikel 3

4

Nieuwe tekst

Toelichting

Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van €289,- per maand.

De verhoging vloeit voort uit een hogere maandelijkse vergoeding voor raadsleden ten opzichte van 2019. Het bedrag van € 289,- is als volgt berekend: driemaal de maandelijkse vergoeding (€ 1155,70) = € 3467,10: 12 (maanden) = € 288,93 (afgerond op € 289,-) per maand. Deze berekening is overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.3. van het Rechtspositiebesluit.

1. Voor reizen als bedoeld in artikelen 3.1 en 3.7 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raadsof commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten; 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen,

Voor de vergoeding van reiskosten aan raadsleden voor dienstreizen binnen het grondgebied van de gemeente waren al regels gesteld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Voor dienstreizen buiten de gemeente kon dit nog niet omdat de Gemeentewet daarvoor geen grondslag bood. Inmiddels is dat wel het geval en is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdrager zo aangepast dat het in een vergoeding voor alle dienstreizen voorziet. In lijn hiermee wijzigt dit besluit ook de bepalingen in de verordening.

5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. -

-

gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

6

1. Een raadslid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raadslid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatieen communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

6

1. … 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een, zo mogelijk digitaal, declaratieformulier en bewijsstukken. 3. …. 4. …

7

1. … 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een, zo mogelijk digitaal, declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. … 4. …

De vorige verordening ging nog uit van een tegemoetkoming voor de aanschaf van een eigen device. Per 1 januari 2019 zijn dergelijke tegemoetkomingen niet meer toegestaan. Wel was er overgangsrecht van toepassing, waardoor dit artikel destijds niet in de verordening is overgenomen. Vanaf de aanvang van de raadsperiode 2022 geldt dit overgangsrecht niet meer. Met deze nieuwe bepalingen sluit de verordening aan op de huidige werkwijze en wordt de rechtszekerheid van de raadsleden op dit vlak gewaarborgd.

Als politieke ambtsdragers onkosten declareren dienen zij daarbij in beginsel bewijsstukken te verstrekken. In de Circulaire ‘Introductie bij gemeenten’ van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is kenbaar gemaakt dat dit niet aan de orde is als de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=ab5ea8f0-ac56-4a54-b075-e1aba90a2eaa