Bijlage 1 Was-Wordt-Tabel_Afvalstoffenverordening 2021.pdf
Tekst van het document
WAS-WORDT TABEL Afvalstoffenverordening Opsterland 2022 Artikel 1
Oude tekst Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan: a. b. c. d. e. f. g. h.
i.
j. k.
-
-
Artikel 1
… … … … … … … gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 1 0.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel; wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994; motorrijtuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet 1994. 2
Nieuwe tekst Begrippen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: h. inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats; i. zwerfafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel; j. perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
Toelichting Wijzigingen conform de model-VNG.
Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.
Toevoeging conform modelVNG.
Artikel 1h is vervallen en daarvoor in de plaats het begrip inzamelplaats. Het begrip ‘straatafval’ is vervangen door het meer gangbare begrip ‘zwerfafval’. De begrippen 1j en 1 k zijn vervallen en daarvoor in plaats is nieuw 1j het begrip perceel gekomen.
Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars a. Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. b. Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. c. Het college kan aan het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van de bescherming van het milieu.
3
Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars a. …. b. Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. c. ….
4
-
-
3
Afzonderlijke inzameling
2
2
Aanwijzing inzameldienst 1. Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
Wijziging conform modelVNG. Het oude onderdeel b is verplaatst naar artikel 4.
2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
In lid 2 is de mogelijkheid toegevoegd om nadere regels op te leggen.
3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen tenzij de inzamelaar: a) daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b) bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c) verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. 2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2 oud wordt artikel 4 nieuw.
5
Aanwijzing van inzamelaars Burgemeester en wethouders dragen zorg voor tenminste één daartoe ter beschikking gestelde plaats (milieustraat) binnen de gemeente, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.
Toevoeging conform modelVNG.
7
Gescheiden inzameling
Wijziging conform model-
Wijziging conform modelVNG. Toegevoegd is de mogelijkheid nadere regels op te leggen.
1. Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld: a. groente-, fruit- en tuinafval; b. klein chemisch afval; c. glas; d. oud papier en karton; e. textiel; f. elektrische en elektronische apparatuur; g. bouw- en sloopafval; h. verduurzaamd hout; i. grof tuinafval; j. asbest en asbesthoudend afval; k. grof huishoudelijk afval; l. huishoudelijk restafval; 2. Het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.
4
Inzamelmiddelen en voorzieningen 1) De inzameling kan plaatsvinden via: a) een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel; b) een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal percelen; c) een inzamelvoorziening op wijkniveau; d) een brengdepot op lokaal of regionaal niveau. 2) Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van
-
1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: - huishoudelijk restafval; - bioafval (groente, fruit en tuinafval); - papier en karton; - glas; - textiel. 3. - Bioafval kan bij een inzamelvoorziening voor meerdere huishoudens (hoogbouw en recreatiewoningen) ingezameld worden met restafval; - Plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD) worden ingezameld met restafval.
VNG.
-
Vervallen conform modelVNG.
een perceel plaatsvindt. 5
Frequentie van inzamelen
7
1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.
Conform model-VNG. De details over de frequentie van inzamelen worden niet meer in de verordening geregeld om zo meer flexibel te kunnen ageren.
6
Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of
Samengevoegd en anders geformuleerd, conform model-VNG.
1. Huishoudelijk restafval wordt ten minste een maal per 2 weken bij elk perceel ingezameld. 2. In afwijking van het eerste lid wordt huishoudelijk restafval bij hoogbouwlocaties tenminste eenmaal per 2 weken nabij elk perceel ingezameld. 3. In afwijking van het eerste lid wordt huishoudelijk restafval bij bungalowpark 't Hout, Duerswaldmerwei 11 in Bakkeveen niet bij elk perceel ingezameld. 4. Groente-, fruit- en tuinafval wordt ten minste een maal per 2 weken afzonderlijk bij elk perceel ingezameld. 5. In afwijking van het vierde lid wordt groente-, fruit- en tuinafval bij hoogbouwlocaties tenminste eenmaal per 2 weken afzonderlijk nabij elk perceel ingezameld. 6. In afwijking van het vierde lid wordt groente-, fruit- en tuinafval bij bungalowpark 't Hout, Duerswaldmerwei 11 in Bakkeveen niet afzonderlijk bij elk perceel ingezameld. 7. Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel worden ingezameld. 6
Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. 2. Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere inzamelaars. 3. Het verbod geldt niet voor personen of
instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.
c.
7
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.
8
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden.
-
Afzonderlijk ter inzameling aanbieden 1. Het is verboden om de categorieën huishoudelijke afvalstoffen zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden. 2. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens artikel 2 aangewezen inzameldienst en andere inzamelaars. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de bij nadere regels aan te wijzen categorieën van personen. 4. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het aanbieden van categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan personen of
8
9
achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.
Zie art. 6 lid a.
-
Vervallen conform modelVNG. Geen gebruik, niet handhaafbaar, deregulering.
Gescheiden aanbieding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a) ter inzameling aan te bieden; b) achter te laten op een inzamelplaats, als bedoeld in artikel 5. 2. In afwijking van het eerste lid is het verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen waarvoor geen gescheiden inzameling geldt als bedoeld in artikel 7 tweede lid, anders aan te bieden dan afzonderlijk of gezamenlijk met de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, genoemd in artikel 7, derde lid. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere
Conform model-VNG.
instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben gekregen voor die categorieën huishoudelijke afvalstoffen.
regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
10
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen 1. Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4, tweede lid een inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening of het betreffende brengdepot. 2. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening krachtens artikel 4, tweede lid is bestemd. 3. Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel. 4. Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden. 5. Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden aangeboden. 6. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.
10
Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a) inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b) inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
Anders geformuleerd, conform model-VNG.
11
Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden 1. Het college stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter
9
Tijdstip van aanbieding Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door
Conform model-VNG. De verwijzing naar de
inzameling kunnen worden aangeboden. 2. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is bepaald.
burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld. De dagen en tijden worden jaarlijks bekend gemaakt via de afvalkalender en de afvalapp.
afvalkalender en afvalapp is toegevoegd.
12
Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars.
10 lid 3.
3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
Andere redactie conform model-VNG.
13
Het college kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de inzameldienst worden ingezameld.
11
Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de inzameldienst worden ingezameld die is aangewezen op grond van artikel 3.
Conform model-VNG.
14
Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de inzameldienst. 2. Het verbod geldt niet voor de krachtens artikel 13 aangewezen categorieën bedrijfsafvalstoffen, voor zover degene die gebruik maakt van de inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee ontstane belasting plicht op grond van de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Opsterland 2008. 3. Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen en plaatsen waarop de krachtens artikel 13 aangewezen bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen worden aangeboden. 4. Het is verboden de krachtens artikel 13 aangewezen bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze regels.
12
Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5, achter te laten.
Conform model-VNG.
15
Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst 1. Het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst. 2. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze regels.
13
Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
Conform model-VNG.
16
Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging 1. Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a) het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen; b) het thuis composteren van groente-, fruiten tuinafval; c) voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op
14
Dumpingsverbod 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a) het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b) het composteren van huishoudelijk groente, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c) het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d) handelingen die zijn verboden bij of
Anders geformuleerd, conform model-VNG.
of aan de weg. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.
17
Achterlaten van straatafval 1. Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. 2. Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.
18
Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen 1. Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden. 2. Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen, deze omver te werpen of deze anderszins te behandelen waardoor er zwerfafval ontstaat.
19
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht: 1. een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek
krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit. 3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel. 15
16
Zwerfafval in de openbare ruimte 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.
Artikelen 17 en 18 zijn samengevoegd in artikel 15 nieuw.
Zwerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.
Aangepast conform modelVNG.
Conform model-VNG.
afval kan achterlaten; 2. zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd; 3. zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd. 20
Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen.
2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van tenminste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.
15a
Ongeadresseerd drukwerk 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a) huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste 10% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame; b) ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: i) een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten; ii) drukwerk van vrijwilligers of nietcommerciële organisaties. 2. Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij
Aangepast conform modelVNG.
een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan. 3. Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend worden bezorgd bij een perceel als de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan. 21
Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden 1. Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed. 2. Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen a) direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; b) direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; c) indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.
17
Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt of diens opdrachtgever zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.
Conform model-VNG.
22
Verbod opslag van afvalstoffen Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op te
18
Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet
Conform model-VNG.
slaan of opgeslagen te hebben. 1. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 2. Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.
milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.
23
Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden Het is de eigenaar of kenteken houder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken.
19
Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken.
Conform model-VNG.
-
-
19a
Kadavers van gezelschapsdieren 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een ondernemer aanwijzen die belast is met de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren. 3. Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren. 4. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af [op een aangewezen verzamelplaats of aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid.
Nieuw opgenomen conform model-VNG.
5. Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal. 6. Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG. 24
Strafbepaling Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1 a, onder 3, Wet op de economische delicten: Artikelen 6 tot en met 11, en 14 tot en met 23.
20
Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en 15, 17 tot en met 19a bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
Aangepast in overeenstemming met artikelen verordening 2022.
25
Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 18.4, derde lid, van de wet aangewezen ambtenaren.
21
Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
Conform model-VNG.