Bijlage 1 Was – Wordt lijst Verordening Leerlingenvervoer 2025
Tekst van het document
Was-Wordt lijst Verordening Leerlingenvervoer Opsterland 2025 Leeswijzer: - Wijzigingen in artikel: in deze kolom wordt aangegeven in welke paragraaf de genoemde wijzigingen betrekking hebben. - Was (tekst in de verordening bekostiging Leerlingenvervoer 2022): in deze kolom wordt aangegeven welke tekst uit de oude verordening is verwijderd dan wel welke tekst is aangepast. Bij ‘n.v.t.’ is alleen aan de nieuwe verordening iets toegevoegd. - Wordt (tekst in de verordening leerlingenvervoer Opsterland 2025): in deze kolom wordt aangegeven welke tekst aan de nieuwe verordening is toegevoegd dan wel hoe nieuwe teksten zijn geformuleerd. - Reden: hier wordt aangegeven waarom deze passage wijzigt. Wijziging in hoofdstuk
Was (tekst verordening leerlingenvervoer 2022)
Wordt (tekst verordening leerlingenvervoer 2025)
Reden
Algemene wijzigingen Hele document
ouder
aanvrager
Ouder is vervangen door aanvrager. Een aanvrager hoeft niet een ouder te zijn
Hele document
Bekostiging
Vergoeding
In 2017 is de term bekostiging in de wetgeving vervallen en vervangen door ‘vergoeding’ (Stb. 2017, 80).
Hele document
Burgemeester en wethouders
Het college
Consistent taalgebruik
Hele document
Artikelen en leden
Artikelen en leden
Verschuivingen in artikelen of leden door toevoegingen of verwijderingen
1
van artikelen of leden Hele document
Paragrafen
Hoofdstukken
Paragrafen zijn vervangen door hoofdstukken. Hoofdstukindeling van modelverordening is gebruikt
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen art. 1 lid b art. 1 lid e art. 1 lid e oud art. 1 lid f oud art. 1 lid f
art. 1 lid g
art. 1 lid j art. 1 lid k
art. 1 lid m
n.v.t.
b. aanvrager: ouders of meerderjarige en handelingsbekwame leerling d. het college van burgemeester e. het college van en wethouders van Opsterland burgemeester en wethouders van de gemeente opsterland e. Commissie van onderzoek Verwijderd f. Commissie voor de begeleiding g: deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige, niet zijnde een huisarts;
Verwijderd
f: deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige; h. eigen vervoer: vervoer per g: eigen vervoer: vervoer per eigen auto, brommer, scooter of eigen motorvoertuig of fiets fiets; dat onder eigen verantwoordelijkheid plaatsvindt; k: leerling: leerling van een j: leerling: de leerling die is school die woonachtig is in ingeschreven bij een school Opsterland; als bedoeld in dit art.ikel; l: openbaar vervoer: voor een k: openbaar vervoer: ieder openstaand personenvervoer dat personenvervoer per bus, trein, openbaar toegankelijk is en metro, tram, veerdienst of auto; waarvan iedereen al dan niet tegen betaling gebruik van kan maken; n.: ouders: ouders, voogden of m: ouders: met gezag over de verzorgers van de leerling; leerling belaste ouders, pleegouders, voogden of verzorgers van de leerling; 2
Toevoeging Tekstverbetering Commissie bestaat niet meer Commissie bestaat niet meer Tekst komt uit de modelverordening
Tekst komt uit de modelverordening
Tekst komt uit de modelverordening Tekst komt uit de modelverordening
Tekst uit de modelverordening
art. 1 lid n
Nvt
art. 1 lid o oud
o: regionale verwijzingscommissie
art. 1 lid p
q. samenwerkingsverband: • 1°. voor het primair onderwijs: • samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of • 2°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede • en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
art. 1 lid q
r. school: • 1°. basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; • 2°. school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of • 3°. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
3
n: persoonlijk vervoersontwikkelingsplan: een schriftelijk plan waarin de activiteiten worden beschreven door middel waarvan de leerling de vaardigheden kan aanleren die nodig zijn om zoveel mogelijk zelfstandig en met het openbaar vervoer of de fiets te reizen;] Verwijderd
Lid toegevoegd. Tekst uit de modelverordening Afweging: het vastleggen van doelen kan bijdragen aan het versterken van de zelfstandigheid van leerlingen.
p. samenwerkingsverband:
Tekst komt uit modelverordening
1.Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs;
Commissie bestaat niet meer
2.Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3.Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; q. school: 1.Basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2.School voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 3.School voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de
Tekst komt uit modelverordening
Wet voortgezet onderwijs 2020; art. 1 lid r
Nvt
art. 1 lid t
t. toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;
art. 1 lid x
x. woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft
r. schoolvakantie: vakantie waarvan de datum is opgenomen in de schoolgids t. toegankelijke school: school waar plaats is en waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; x. woning: woning waar de leerling structureel en feitelijk verblijft
Lid toegevoegd. Tekst komt uit de modelverordening Toevoeging komt uit modelverordening
Tekst komt uit modelverordening
Hoofdstuk 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening art. 3
6.Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
6.Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verlengen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
Verdagen is oud Nederlands
nvt
8.Bij de keuze voor de te verstrekken vervoersvoorziening wordt achtereenvolgens beoordeeld of vervoer, al dan niet met begeleiding, mogelijk is:
Toegevoegd. Komt uit de modelverordening. Geeft duidelijkheid aan het toetsingskader.
o a. per fiets; o b. per openbaar vervoer; o c. met eigen vervoer; o d. met aangepast vervoer. art. 4
Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid
Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid 4
Tekstuele wijzigingen om de leesbaarheid te vergroten.
1.Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin.
1. Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, onderzoekt het college in elk geval de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de 2.Het college kan bij een leerling en die van het gezin, en de afstand en route tot de aanvraag in een vervoersgesprek met de ouders, dichtstbijzijnde toegankelijke desgewenst de leerling en een school. deskundige de noodzakelijk te 2.Het college kan bij een achten vervoersvoorziening aanvraag in een gesprek met onderzoeken. de aanvrager, desgewenst de leerling en een deskundige, 3.Bij gewijzigde de noodzakelijk te achten omstandigheden kan het vervoersvoorziening vervoersgesprek opnieuw onderzoeken. plaatsvinden. 4.Het college betrekt in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school. 5.Als de leerling 11 jaar wordt, kan het college in overleg met de ouders en desgewenst de leerling een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar school beschreven wordt, alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan is deel van het besluit. 6.In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan het college ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen.
3.Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek opnieuw plaatsvinden. 4.Als de leerling 9 jaar of ouder is, kan het college, in overleg met de ouders en desgewenst de leerling, gelet op het ontwikkelingsperspectief van de leerling, een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen. In dit plan wordt de weg naar zelfstandig reizen naar school, alsmede de mogelijkheden van de leerling beschreven. 5.In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan het college de mogelijkheid opnemen om ondersteuning te bieden ter bevordering van de zelfstandigheid en
5
Andere aanpassingen komen uit de modelverordening
Art. 4 lid 4 is de leeftijd verbeterd naar 9 jaar. Dit stond verkeerd in de oude verordening. De leeftijd van 9 jaar wordt in de uitvoering al jaren gebruikt, staat ook beschreven in de huidige beleidsregels en in de VNG modelverordening.
art. 6
7.Het gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling kan op elk moment door de ouders of door het college geïnitieerd worden.
zelfredzaamheid van de leerling.
OOGO met het samenwerkingsverband o 1.Het college neemt het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het OOGO met het samenwerkingsverband. o 2.Het college spant zich in om in het OOGO afspraken te maken over: o a. de spreiding van het onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband en de vervoersmogelijkheden die hieruit voortvloeien; o b. de deskundige die burgemeester en wethouders adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en het proces dat hierbij gevolgd wordt [De deskundige betrekt in zijn advies de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling als bedoeld in art.ikel 4]; o c. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verwijzing van de leerling naar de voor hem best passende school met dien verstande, dat slechts een vervoersvoorziening door burgemeester en wethouders worden verstrekt naar de
OOGO met het samenwerkingsverband
6
6.Het gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling kan op elk moment door de ouders of door het college geïnitieerd worden.
Het college neemt het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met het samenwerkingsverband.
Tekst is aangepast aan de huidige overlegstructuur met de samenwerkingsver banden po en vo. Dit wordt in regionaal verband opgepakt.
dichtstbijzijnde toegankelijke school; o d. de wijze waarop scholen ondersteund kunnen worden in hun informatievoorziening over het leerlingenvervoer aan ouders; o e. de wijze waarop vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de vervoerskosten te beheersen; o f. de invulling en frequentie van een overleg als bedoeld in het derde lid. 3.Het college organiseert wanneer wenselijk een uitvoerend overleg met het samenwerkingsverband. In dit overleg worden de volgende onderwerpen besproken: o a. de ontwikkelingen in het onderwijs, het gemeentelijk beleid leerlingenvervoer en het samenwerkingsverband; b. de wijze waarop situaties als genoemd in art.ikel 8, vierde lid, kunnen worden voorkomen, dan wel op te heffen en dit onderwijs bij de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, aangeboden kan worden. o
Hoofdstuk 3. Beoordelingsfase: beoordeling van de aanspraak op vervoersvoorziening art. 8
1.Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de
1.Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de 7
Gehele artikel overgenomen uit
afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.
afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders of de meerderjarige leerling als aanvrager met het vervoer naar die school schriftelijk instemt.
2.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan wanneer de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk aan het college hebben gemeld.
2. Er wordt, overeenkomstig art.ikel 4, vijfde lid, aanhef en onder c en d, van de Wet op het primair onderwijs, eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning en:
3.Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning en: • a.de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of • b.een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale 8
o a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverban d van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, als ouders daar schriftelijk mee instemmen; of o b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverban d, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor
modelverordening (art. 11). Lid 8 c Art. over OOGO staat opgenomen in art. 6.
school voor basisonderwijs als bedoeld onder a. 4.Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: • a. aan het college is door de ouders genoegzaam aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling; • b. aan het college is door de ouders genoegzaam aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod; en • c. in het OOGO zijn afspraken gemaakt over de deskundige en is overleg gevoerd over het aanbod voor onderwijs bij de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen als bedoeld in art.ikel 5, derde lid, aanhef en onder b
9
basisonderwijs als bedoeld onder a en ouders daar schriftelijk mee instemmen. 3. Als de ouders of de meerderjarige leerling vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: o a. aan het college is door de ouders of de meerderjarige leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte is van de leerling; en o b. aan het college is door de ouders of de meerderjarig leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke
specifieke onderwijsaanbod. art. 9
Afstandsgrens
Afwijzingsgronden
1.Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: o a. basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; o b. speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of o c. speciaal onderwijs meer bedraagt dan drie kilometer.
1.Geen vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan 6 km. Deze grens geldt niet voor gehandicapte leerlingen.
2.In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen
art. 13 lid 2
2.Ingeval er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan het college
2. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend voor het bezoeken van het voortgezet onderwijs, tenzij:
Lid 1. De afstandsgrens van sbo en so zijn gelijkgetrokken naar 6 kilometer Tekst komt uit modelverordening
o a. er sprake is van voortgezet speciaal onderwijs en de leerling door een handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in art.ikel 4, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra; of o b. de leerling door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 8.28, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 2.Het college kan besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van
10
Tekstuele wijziging van de kop. Modelverordening volgend.
Verduidelijking van de tekst.
art. 14 lid 3
besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer.
één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer.
nvt
3.Als de vervoersvoorziening bestaat uit aangepast vervoer kan het college, in overleg met de gemeente waarin de leerling tijdelijk verblijft, besluiten dat het college van de gemeente van het tijdelijk verblijf het vervoer uitvoert
Toevoeging van lid 3. Tekst komt uit de modelverordening
Hoofdstuk 4. Onderzoeksfase: verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening art. 17 lid 1 en lid 3
1.Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in art.ikel 9, eerste lid, verstrekt het college aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer
3.De kilometervergoeding voor het afleggen van de afstand per fiets staat vermeld in de beleidsregels leerlingenvervoer.
3.De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan het bedrag vermeld in de beleidsregels leerlingenvervoer 2022. art. 18 lid 1
1.Burgemeester en wethouders verstrekken aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider van de leerling als: o
1.Het college bepaalt de hoogte van de te verstrekken vervoersvoorziening in de vorm van een vervoersvergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer en houdt daarbij rekening met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.
a. 11
1.Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt en daarvoor recht heeft op een vervoersvergoeding op grond van deze verordening, een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of het
Tekst komt uit de modelverordening
Tekst komt uit modelverordening
Tekst komt uit de modelverordening
voldaan is aan de afstandsgrens vervoer per fiets van een genoemd in art.ikel 9, de begeleider van de leerling als: leerling jonger dan negen jaar is en door de ouders ten behoeve o a.de leerling op 1 van het college genoegzaam augustus van het wordt aangetoond dat de schooljaar waarop de leerling niet in staat is vervoersvoorziening zelfstandig van het openbaar betrekking heeft vervoer of de fiets gebruik te jonger dan negen jaar maken; of is; b. de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken o
art. 21
n.v.t.
o b.de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft ouder dan negen jaar is en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken Artikel 21. Vervoerstraining 1.Het college kan, naast een vervoersvoorziening, ook een vervoerstraining inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid van de leerling, waardoor deze na de training niet langer zal zijn aangewezen op een vervoersvoorziening, of door de training gebruik leert te maken van een goedkopere vervoersvoorziening. 2.De training sluit aan op het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan
12
Toevoeging uit de modelverordening. Het kan bijdragen aan de ontwikkeling en zelfstandigheid van een kind.
Hoofdstuk 5. Bijdrage in de kosten art. 24
1.Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan € 27.900,-, wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand te boven gaan. 2.In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doen verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 27.900,-, tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3.De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OVchipkaart. of een andere binnen de gemeente geldende OVbetaalmogelijkheid voor de in artikel 9 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening 13
1. Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan het in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs genoemde bedrag van € 17.700,-, de op de OV chipkaart gebaseerde kosten over de in artikel 9 bepaalde afstand van 6 kilometer zelf. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de te verstrekken vervoersvergoeding of bij de verstrekking van aangepast vervoer bij de ouders in rekening gebracht.
Tekst komt uit de modelverordening. Dit draagt bij aan de verduidelijking. Lid 1. de bedragen zijn aangepast aan de bedragen zoals in modelverordening met ingangsdatum 1-1-1999. De jaarlijkse indexatie wordt genoemd in lid 2.
2. Het in het eerste lid genoemde inkomensbedrag wordt met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. 3. Op verzoek van ouders kan, bij een aantoonbare structurele inkomensdaling, in afwijking van het eerste lid, het actuele inkomen worden gehanteerd. 4. Dit artikel is niet van toepassing op: o a. gehandicapte leerlingen.
Lid 4. is De uitsluitingsgronden
gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 4.Het inkomensbedrag van € 27.900,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 27.900,-.
voor het betalen o b. leerlingen met een van een toelaatbaarheidsverkl drempelbedrag zijn uitgebreid. Door aring van het samenwerkingsverban toevoeging van TLV wordt sbo en so d. gelijkgetrokken. o c. leerlingen die gebruik maken van vervoer per fiets.
5.Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op gehandicapte leerlingen. art. 25
Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage 1.Als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan twintig kilometer bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag. 2.In geval burgemeester en wethouders in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, en de afstand van de 14
Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage 1.Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt die als gevolg van een keuze van de ouders verder is gelegen dan 20 kilometer van de woning, overeenkomstig artikel 4, elfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.
Tekst overgenomen uit modelverordening.
Bedragen genoemd in lid 2.
woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan twintig kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.
2.De hoogte van het bedrag wordt berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. De bedragen van de eigen bijdrage per gezin per jaar per inkomenscategorie bedragen:
3.De inkomensbedragen, 3.De hoogte van het bedrag als genoemd in het tweede lid, worden jaarlijks met ingang bedoeld in het eerste lid en de van 1 januari aangepast aan bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 ouders. Zij bedragen per jaar: januari van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond 4.De inkomensbedragen, op een veelvoud van € 500,-. genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks aangepast 4.De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het aan de wijziging die het derde lid, worden jaarlijks indexcijfer van de met ingang van 1 januari regelingslonen van volwassen aangepast aan de wijziging werknemers heeft ondergaan die het ten opzichte van 1 januari van consumentenprijsindexcijfer het voorafgaande jaar, en van de reeks alle rekenkundig afgerond op een huishoudens op het veelvoud van € 500,-. onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte 5.De bedragen van de eigen van 1 januari van het bijdrage, bedoeld in het derde voorafgaande jaar, en lid, worden met ingang van 1 januari 2021 jaarlijks aangepast rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-.
aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer 5.Op verzoek van ouders kan, van de reeks alle huishoudens bij een aantoonbare op het onderdeel structurele inkomensdaling, vervoersdiensten heeft in afwijking van het tweede ondergaan ten opzichte van 1 lid, het actuele inkomen januari van het voorafgaande worden gehanteerd. jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 6.Het drempelbedrag genoemd in artikel 24 kan tegelijk met de 15
van de nieuwe verordening zijn de bedragen van 2024. De jaarlijkse indexatie staat benoemd in lid 3.
6.Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.
draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage genoemd in het eerste lid worden opgelegd aan het gezin. 7.Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen art. 29
Artikel 28 lid 3 wordt artikel 29
art. 30
1.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Opsterland 2022.
Artikel 29. Intrekking oude regeling De Verordening leerlingenvervoer Opsterland 2022 wordt ingetrokken 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van publicatie ervan en werkt terug tot 1 augustus 2025.
2.Deze verordening treedt in werking op de dag na die van publicatie ervan en werkt terug tot 1 augustus 2022.
2.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer Opsterland 2025.
3.Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening leerlingenvervoer Opsterland 2015 ingetrokken.
16
Toegevoegd. Tekst komt uit de modelverordening. Tekst komt uit de modelverordening