CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapport rekenkamercommissie Regeling Cultuurpromotie 2016.pdf

Raadsvergadering 17 januari 2022, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Nieuwe subsidieregeling Cultuur Evenementen21.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2015-2017

Federatie van Opsterlandse Muziekverenigingen

11

1

9

Federatie van Opsterlandse Zangkoren

13

0

5

Federatie van Opsterlandse Gospelkoren

2

0

0

Stichting Stipe federaasje Opsterlân (Toanielfederaasje)

14

0

1

Stichting Culturele Activiteiten Opsterland

2

2

2

Totaal

42

*In bijlage 6 is een overzicht van de aangesloten verenigingen per federatie opgenomen. De activiteitensubsidie die is verstrekt aan de structurele subsidieontvangers, bovenop hun vaste subsidie, is bij elkaar opgeteld en apart weergegeven in figuur 5. Het donkerblauwe vlak geeft de structurele subsidie weer, het middelste vlak is de activiteitensubsidie die naar dezelfde subsidieontvangers is gegaan. Het lichtblauwe vlak geeft de activiteitensubsidie weer die naar andere culturele instellingen is gegaan. Uit de figuur wordt duidelijk dat het bedrag van activiteitensubsidies dat naar andere subsidieontvangers gaat steeds groter wordt.

25

RKC Opsterland Figuur 5 verhouding structurele en activiteitensubsidie - 2*

Bron: bestand subsidie cultuurpromotie, aangeleverd door gemeente Opsterland, bewerking Domenie doelgericht onderzoek. * in bijlage 5.4 zijn de achterliggende gegevens opgenomen. Er kan niet opgemaakt worden of er sinds de beleidswijziging daadwerkelijk meer activiteiten georganiseerd zijn in de gemeente Opsterland. Ten eerste worden ook activiteiten georganiseerd zonder subsidie cultuurpromotie en ten tweede is niet bekend hoeveel activiteiten voorheen met behulp van de structurele activiteitensubsidies werden georganiseerd.

2.3.2 Hoe verloopt de sturing op resultaten? Door de beleidswijziging onderhoudt de gemeente contact met meer culturele instellingen (zie paragraaf 2.3.1). De gemeente wil hiermee meer inzicht krijgen in de besteding van de subsidie en de maatschappelijke effecten van de subsidieverstrekking. Bij de aanvraag van een activiteitensubsidie stuurt de aanvrager een activiteitenplan en een dekkingsplan voor de kosten mee. De ambtelijke organisatie toetst of de activiteit en het dekkingsplan voor de kosten aan de voorwaarden voor de subsidie voldoen en krijgt hierdoor inzicht in de activiteiten die worden georganiseerd, andere financiële bronnen die worden aangeboord en in de samenwerkingsverbanden die worden aangegaan tussen culturele instellingen. Dit inzicht kan gebruikt worden om culturele instellingen te ondersteunen met inhoudelijk advies en contacten in het culturele netwerk van Opsterland. De medewerkers hebben dan ook het gevoel meer zicht te hebben op wat er in de gemeente gebeurt op het gebied van culturele activiteiten en beter te kunnen ondersteunen. In de enquête is aan de culturele instellingen gevraagd hoe zij het contact met de gemeente waarderen. Tweederde van de ondervraagde culturele instellingen heeft vaak (vier) of soms (twintig) contact met de gemeente over activiteiten die zij organiseren.

Drie van hen hebben geen waardering gegeven aan dit contact met de gemeente. Veertien respondenten antwoorden dat zij (enigszins) ondersteund worden door de gemeente met kennis en adviezen en tien respondenten 26

RKC Opsterland antwoorden dat het contact met de gemeente (enigszins) helpt bij het uitbreiden van het netwerk (zie figuur 6). Uit de toelichting (bijlage 7.1) komt geen aanvullende informatie naar voren over het contact met de gemeente.

Figuur 6 Helpt het contact met de gemeente u bij het uitbreiden van uw netwerk en contacten? En wordt u door de gemeente ondersteund met kennis en/of adviezen?*

Bron: enquête * in bijlage 5.5 zijn de achterliggende gegevens opgenomen. In de verdiepende interviews kwam de rol van de gemeente een aantal keer als gesprekspunt naar boven. Culturele instellingen verlangen van de gemeente een ondersteunende en faciliterende rol. De wat meer onervaren aanvragers willen graag ondersteund worden bij het aanvragen van de subsidie (aanvraagtermijnen, aanvraagformulier, andere financieringsbronnen et cetera). De meer ervaren en grotere aanvragers (federaties, grote stichtingen) verlangen een meer regisserende rol van de gemeente: zij willen graag overzicht van het culturele speelveld, een activiteitenkalender en inhoudelijke informatie over het bredere cultuurbeleid. Een aantal denkt ook aan door de gemeente georganiseerde bijeenkomsten waar de instellingen elkaar kunnen ontmoeten. Om beter te kunnen sturen op resultaten is niet alleen inzicht nodig in de activiteiten die worden georganiseerd, maar ook in de opbrengst van deze activiteiten. Voor de vaststelling van subsidies vanaf 1.000 euro hoefde tot 2017 achteraf uitsluitend aangetoond te worden, met behulp van bijvoorbeeld een foto, krantenartikel of verslag, dat de activiteit had plaatsgevonden. Aan zowel het activiteitenplan (vooraf) als aan de verantwoording (achteraf) werden geen inhoudelijke eisen gesteld.

Vanaf 2017 dient de aanvrager bij subsidies vanaf 1.000 euro ook aan te tonen in hoeverre de activiteit heeft bijgedragen aan de door de aanvrager vooraf opgestelde doelen en worden in het verantwoordingsformulier vragen gesteld over bijvoorbeeld de doelgroep die is bereikt. Kwantitatieve gegevens worden daarbij niet geëist. De gemeente heeft daarom sinds 2017 beperkt zicht op de doelgroep, het aantal bezoekers et cetera van de activiteiten. Het is lastig om te toetsen of de activiteit vernieuwend is (geweest), hierover worden geen vragen gesteld.

27

RKC Opsterland 2.3.3 Worden culturele instellingen ondernemender en zoeken zij creatief naar meerdere geldbronnen? In deze paragraaf wordt eerst beschreven hoe de ontvangers van de structurele subsidie op de beleidswijziging hebben gereageerd. Vervolgens wordt beschreven hoe de ontvangers van activiteitensubsidie zoeken naar meerdere geldbronnen voor hun activiteiten.

Vernieuwen structurele subsidieontvangers? Zeven ontvangers van structurele subsidie hebben de vragenlijst ingevuld.9 Uit tabel 4 blijkt dat de subsidieontvangers verschillend zijn omgaan met het wegvallen van de structurele subsidie, maar dat geen enkele vereniging of federatie een hogere ledenbijdrage vraagt. Vier instellingen hebben ingeteerd op de reserves en vier hebben activiteitensubsidie aangevraagd. Twee instellingen hebben bezuinigd op de kosten voor activiteiten. Uit de nabelronde weten we dat de Federatie van Opsterlandse Gospelkoren en de Stichting Stipe Federaasje Opsterlân niet meer bestaan. Het is niet bekend in hoeverre dit met het wegvallen van de structurele subsidie te maken heeft. Stichting Willedei heeft zichzelf in 2017 opgeheven vanwege een gebrek aan vrijwilligers. Tabel 4 Welke financiële maatregelen heeft uw instelling genomen om het (geleidelijk) wegvallen van de structurele subsidie op te vangen? ja

nee

ingeteerd op reserves

4

2

hogere ledenbijdrage gevraagd

0

5

bezuinigd op de exploitatiekosten

3

3

meer entree gevraagd aan bezoekers van activiteiten

2

3

activiteitensubsidie(s) voor cultuurpromotie aangevraagd

4

3

bezuinigd op de kosten voor het organiseren van activiteiten en/of activiteiten geschrapt

2

4

(meer) andere gemeentelijke subsidies aangevraagd

3

3

bijdrage van het dorpsbudget aangevraagd

1

6

(meer) of andere regionale en/of landelijke fondsen benaderd

2

5

Bron: enquête

9

De respondenten konden bij elke rij ‘weet ik niet’ kiezen. Dit antwoord is buiten beschouwing gelaten, waardoor de aantallen per rij verschillen. 28

RKC Opsterland De Federatie van Opsterlandse Zangkoren heeft tijdens een Algemene Ledenvergadering in 2015 besloten de federatie op te heffen nadat de afbouwregeling zou zijn afgelopen, omdat het bestaansrecht van de federatie hiermee volgens een meerderheid van de leden verviel. De federatie heeft de leden in de overgangsfase geadviseerd om activiteitensubsidie aan te vragen en daarbij ook praktische adviezen gegeven. De federatie had meer taken dan alleen het doorgeven van de structurele subsidie: onder meer het ondersteunen van activiteiten van de leden, het aanbieden van scholingsochtenden (zang- en stemoefeningen) en het organiseren van de ‘Sjongersdei’.10 De scholingsochtenden worden nu niet meer door de individuele koren ingekocht. Het organiseren van de Sjongersdei is overgenomen door drie leden. Hiervoor wordt activiteitensubsidie aangevraagd en in 2018 is de dag financieel ondersteund met wat de federatie nog in kas had. Alle koren die lid zijn van de federatie bestaan nog en vijf van de dertien koren vragen activiteitensubsidie aan (zie ook paragraaf 2.3.1). Volgens de federatie kan nu nog niet gezegd worden wat de lange termijn gevolgen zijn voor de individuele leden van de federatie, omdat de kas nu pas leeg is. De Federatie van Opsterlandse Muziekverenigingen ontving in 2014 25.533 euro subsidie cultuurpromotie en was daarmee veruit de grootste subsidieontvanger.

De federatie is ontevreden over hoe het proces rondom het afschaffen van de structurele subsidie is verlopen en dan vooral over de communicatie door de gemeente. Minstens zes leden van de federatie hebben brieven geschreven aan de raad die behandeld zijn tijdens een inspraakavond. In overleg met het college is vervolgens de afbouwregeling tot stand gekomen. Toen de afbouwregeling een feit was en de laatste structurele subsidie werd verstrekt (2017) heeft de federatie besloten om met de laatste subsidie een Stichting op te richten: de Stichting Federatie van Opsterlandse muziekonderwijs/ cultuur. De stichting heeft een plan van aanpak geschreven met als doel: het faciliteren van muziekonderwijs en muziekverenigingen in Opsterland, zodat de hafabra-sector levend blijft. Leden van de federatie kunnen aankloppen bij de Stichting als zij bijvoorbeeld instrumenten, docenten of dirigenten nodig hebben. De Stichting werft fondsen, (bijvoorbeeld IMF, provinciaal fonds voor muziekonderwijs, de van Teijen fundatie en het Oranjefonds). Op dit moment richt de Stichting zich vooral op muziekeducatie, een belangrijke factor voor het voortbestaan van de muziekverenigingen is immers de doorgaande leerlijn binnen het muziekonderwijs.

De federatie is naar aanleiding van de beleidswijziging naar eigen zeggen veel ondernemender en moderner geworden en zoekt meer naar verbinding in het culturele veld. Voorbeelden zijn Kening van de Greide, met als aftrap de Conference of the birds en de samenwerking met het Damshûs. De federatie erkent en begrijpt dat de leden meer moeite hebben met de aanpassingen aan de nieuwe situatie, maar merkt wel dat leden aanhaken bij succesvolle projecten. Twee of drie verenigingen bestaan niet meer. Desgevraagd ziet de federatie een rol voor zichzelf bij het ondersteunen van de leden, maar daar heeft de prioriteit in de afgelopen periode niet gelegen. De federatie zou graag zien dat de gemeente de afstemming tussen partijen beter faciliteert en actiever informeert. Over de cultuurcoach is bijvoorbeeld niet direct met de federatie gecommuniceerd, terwijl de federatie daar wel kansen in ziet. De federatie zou graag nog meer samenwerken en subsidiestromen beter op elkaar afstemmen, vanuit een gezamenlijk belang. De federatie verlangt hierbij een regisserende rol van de gemeente. 10

Zie bijvoorbeeld: https://www.bakkeveen.nl/2017/10/sjongersdei-10-koren/ 29

RKC Opsterland

Worden kosten van activiteiten op een vernieuwende manier gedekt? Aan drieëndertig instellingen die activiteitensubsidie hebben aangevraagd is gevraagd hoe belangrijk andere inkomstenbronnen zijn om de kosten van activiteiten te dekken. Behalve entreegelden (heel belangrijk voor ruim de helft van de culturele instellingen) is andere omzet tijdens activiteiten voor de meeste instellingen geen of een kleine inkomstenbron. Andere subsidies en fondsen blijken de belangrijkste inkomstenbron. Daarnaast teert tweederde van de instellingen in op de reserves om de kosten van activiteiten te dekken. Tabel 5 Hoe belangrijk zijn onderstaande overige inkomsten om de kosten van uw activiteit te dekken? heel belangrijk

een beetje belangrijk

onbelangrijk / n.v.t.

andere subsidies/fondsen

65%

16%

19%

entreegelden

52%

27%

21%

baromzet

9%

9%

81%

andere omzet

14%

21%

66%

eigen reserves

30%

39%

30%

Bron: enquête Negen instellingen hebben zelf nog een andere bron van inkomsten genoemd. Dat betreft vooral advertenties, sponsoring en donaties (zie bijlage 7.2).

2.3.4 Ontstaat synergie in het culturele veld? De ambtelijke organisatie heeft de indruk dat er meer samenwerking ontstaat tussen de culturele instellingen omdat in aanvragen voor activiteitensubsidie steeds vaker en steeds meer andere culturele instellingen genoemd worden. In de vragenlijst is aan de instellingen gevraagd: ‘Werkt uw instelling voor het organiseren van activiteiten wel eens samen met andere culturele instellingen?’ en ‘Is uw instelling in de afgelopen jaren meer of minder gaan samenwerken met andere culturele instellingen?’

30

RKC Opsterland Figuur 7 samenwerking*

Bron: enquête * in bijlage 5.6 zijn de achterliggende gegevens opgenomen. Bijna de helft van de instellingen werkt samen met lokale instellingen en een klein deel (zes instellingen) werkt samen met regionale en/of landelijke instellingen. Uit de toelichting (zie bijlage 7.3.1) blijkt dat de meeste instellingen die samenwerken met andere instellingen met veel meer dan één andere instelling samenwerken. Behalve andere culturele instellingen worden ook scholen, ondernemersverenigingen en lokale overheden genoemd als samenwerkingspartners. Ruim een derde van de ondervraagde instellingen (veertien) werkt niet samen. Op de vraag of instellingen (die samenwerken) meer of minder zijn gaan samenwerken, antwoordt één instelling ‘minder’, elf instellingen antwoorden ‘evenveel’ en tien instellingen zeggen meer te zijn gaan samenwerken. Uit de antwoorden op de open vraag wat de instellingen willen bereiken met de samenwerking (bijlage 7.3.2) blijkt dat instellingen hun aanbod willen verbreden, waardoor een groter draagvlak en een breder publiek bereikt wordt. Daarnaast willen de instellingen elkaar versterken en ondersteunen (kennis delen) en in een aantal gevallen blijkt het (ook) financieel aantrekkelijk om samen te werken. Ook uit de verdiepende interviews blijkt dat culturele instellingen steeds meer op zoek zijn naar samenwerking.

Daarbij worden vooral de inhoudelijke doelen genoemd: draagvlak, kennisdeling (ook over fondsen) en vernieuwing van het aanbod.

2.3.5 Sluiten activiteitensubsidies beter aan op de doelen van het cultuurbeleid? Doeltreffendheid was een aandachtspunt in het rapport van de vorige Rekenkamercommissie van Opsterland over subsidies. De aanbevelingen van de vorige Rekenkamercommissie waren om de doelen voor de subsidie SMART te formuleren, in de subsidieverlening te sturen op activiteiten en de mate waarin door deze activiteiten de doelen zijn bereikt mee te nemen in de rapportages. De wijziging in de subsidieverordening Cultuurpromotie is ook gericht op het subsidiëren van activiteiten en met de toevoeging van de inhoudelijke toetsingscriteria wordt de verbinding tussen de activiteiten en het beleid van de gemeente gelegd. Er wordt niet geregistreerd op basis van

31

RKC Opsterland welke toetsingscriteria wordt toegekend, waardoor de onderzoekers niet kunnen beoordelen of de activiteitensubsidies inderdaad beter aansluiten op de doelen van het cultuurbeleid. Aan de aanvragers die in 2016 of daarna een activiteitensubsidie hebben aangevraagd (negentien respondenten) is gevraagd of het duidelijk is hoe de gemeente de toetsingscriteria toepast. Voor meer dan de helft is het duidelijk hoe de gemeente de toetsingscriteria toepast, maar voor een derde van de respondenten is dat niet (helemaal) duidelijk. Tabel 6 Is het voor u op basis van deze toetsingscriteria duidelijk hoe de gemeente beslist of u in aanmerking komt voor de activiteitensubsidie? Aantal

%

ja, duidelijk

12

63%

nee, niet helemaal duidelijk

3

16%

nee, onduidelijk

3

16%

geen mening

1

5%

Totaal

19

100%

Bron: enquête Twee van de zes respondenten voor wie het niet (helemaal) duidelijk is, gaven als toelichting: ● Er wordt onvoldoende uitleg gegeven. Het is niet transparant wie aangevraagd heeft en waarom wel of niet gehonoreerd is. ● Sommige aanvragen kunnen bij meer categorieën ondergebracht worden, en sommige aanvragen net niet bij een bepaalde categorie.

Tijdens één van de interviews vonden de onderzoekers een voorbeeld van de doorwerking van toetsingscriteria. Een aanvrager legde uit dat bij een andere subsidieverstrekker heel transparant was hoe de aanvraag werd beoordeeld. In de terugkoppeling viel te lezen op welke criteria was gescoord en hoeveelste de aanvraag was geworden in de ranking. Dit leerde de aanvrager welk type activiteiten het meest werd gewaardeerd en wat de sterke en zwakke kanten van de aanvraag waren. Daarnaast gaf het een mooi inzicht in de wel gehonoreerde activiteiten en hun aanvragers, wat mogelijke samenwerkingspartners zijn voor de aanvrager.

2.3.6 Vinden in Opsterland nieuwe of vernieuwende activiteiten plaats? Uit paragraaf 2.3.1 is gebleken dat telkens meer activiteitensubsidie verstrekt wordt aan meer culturele instellingen. Uit een verdiepende bestandsanalyse van de aanvragers blijkt dat elk jaar subsidie aangevraagd wordt door culturele instellingen die niet eerder subsidie cultuurpromotie

32

RKC Opsterland hebben ontvangen.11 In 2015 ging het om vijf nieuwe aanvragers, in 2016 acht en in 2017 weer vijf nieuwe aanvragers. Ondanks dat ‘vernieuwende activiteiten of activiteiten die niet eerder hebben plaatsgevonden’ een toetsingscriteria is bij gelijke geschiktheid, blijkt in de praktijk geen gebruik te worden gemaakt van dit criterium. Het criterium is niet verder geconcretiseerd en lastig toe te passen. Het is dan ook niet mogelijk om op basis van de bestandsanalyse vast te stellen of activiteiten vernieuwender zijn geworden. In de enquête is gevraagd naar drie aspecten van vernieuwing en verbreding van het aanbod: het aantal bezoekers, de locatie waar de activiteiten plaatsvinden en de samenstelling van de doelgroep van de activiteiten.12 De aanvrager van één instelling antwoordt dat het aantal bezoekers de laatste jaren afneemt. Tien instellingen kennen steeds meer bezoekers en nog eens tien instellingen stellen dat het aantal bezoekers gelijk is gebleven (tabel 7). Twaalf instellingen zien het aantal bezoekers wisselen door de jaren heen of stelt dat het aantal bezoekers afhangt van de activiteit die wordt georganiseerd. Tabel 7 Welke van de onderstaande uitspraken over het aantal bezoekers is het meest van toepassing op de activiteiten die uw instelling sinds 2013 heeft georganiseerd? Aantal

%

De activiteiten trekken sinds 2013 steeds minder bezoekers

1

3%

De activiteiten trekken sinds 2013 steeds meer bezoekers

10

26%

De activiteiten trekken sinds 2013 telkens ongeveer evenveel bezoekers

10

26%

Het aantal bezoekers van de activiteiten wisselt door de jaren heen

4

11%

Het aantal bezoekers hangt af van het soort activiteit

8

21%

N.v.t. er is slechts één activiteit georganiseerd sinds 2013

5

13%

Totaal

38

100%

Aan de drieëndertig instellingen die meer dan één activiteit hebben georganiseerd sinds 2013 is gevraagd of de activiteiten telkens in hetzelfde dorp in Opsterland hebben plaatsgevonden of in verschillende dorpen. Ongeveer de helft (zeventien) heeft alle activiteiten in hetzelfde dorp in Opsterland georganiseerd, de andere helft (zestien) heeft activiteiten in meerdere dorpen van Opsterland georganiseerd. 11

Het is mogelijk dat de instellingen wel vóór 2013 subsidie hebben ontvangen. De drie aspecten zijn geen volledige operationalisering van ‘vernieuwend’. In het interview hebben raadsleden aangegeven vernieuwing en variatie op deze drie aspecten wenselijk te vinden.

12

33

RKC Opsterland Aan dezelfde drieëndertig instellingen is gevraagd of de doelgroep van hun activiteiten door de jaren heen veranderd is en hoe hun doelgroep eruit ziet. Twee aanvragers weten niet hoe hun doelgroep eruit ziet, de antwoorden van de andere éénendertig instellingen zijn af te lezen in figuur 8. Meer dan de helft van de culturele instellingen bedient sinds 2013 dezelfde doelgroep en bijna de helft van de instellingen organiseert activiteiten voor een wisselende doelgroep.

Figuur 8 Welke van de uitspraken is het meest van toepassing op de activiteiten die u heeft georganiseerd?

Bron: enquête * in bijlage 5.7 zijn de achterliggende gegevens opgenomen. Op de vraag hoe de doelgroep eruit ziet wordt vooral de gedeelde interesse genoemd (mensen die houden van muziek, mensen die houden van theater, et cetera). Een aantal keer wordt de doelgroep beschreven met demografische kenmerken. Vaak worden ouderen of juist kinderen genoemd. Kinderen worden als doelgroep van activiteiten en als potentiële leden van verenigingen, vooral via scholen, benaderd. Een aantal keer wordt genoemd dat gestreefd wordt naar een zo breed mogelijk publiek (bijlage 7.4). Om te onderzoeken in hoeverre de instellingen zelf bezig zijn met vernieuwing, is aan het einde van de enquête gevraagd hoe de instelling de komende jaren denkt bij te dragen aan de cultuurpromotie in de gemeente Opsterland (zie bijlage 7.5). Culturele instellingen blijken van plan om veel activiteiten te organiseren en hopen daarbij vooral bij te dragen aan het plezier van de bezoekers. Een klein aantal instellingen is meer intern gericht en wil vooral de eigen instelling en hun leden van dienst zijn. Uit de enquêteresultaten en de verdiepende interviews blijkt dat de instellingen zelf juist wel bezig zijn met vernieuwing, en verbreding, zowel in de activiteiten zelf als in de organisatie van activiteiten (zie ook vorige paragraaf).

Het veld is daarmee duidelijk bezig met vernieuwing en verbreding, ook ongeacht de koers en keuzes van de gemeente daarin.

34

RKC Opsterland 2.4

Doelmatigheid

De verwachting was dat de beleidswijziging zou leiden tot verstrekking van meer kleine subsidies, wat automatisch meer administratieve handelingen voor zowel de gemeentelijke medewerkers als voor het totaal van de aanvragers met zich mee zou brengen.13 In deze paragraaf wordt onderzocht wat de invloed van de beleidswijziging is op de doelmatigheid voor zowel de gemeentelijke organisatie als de aanvragers zelf. 2.4.1 Wat zijn de gevolgen van de beleidswijziging voor de ambtelijke organisatie? Uit de interviews blijkt dat de medewerkers meer tijd kwijt zijn met de afhandeling van de subsidieaanvragen. Elke individuele aanvraag moet immers worden beoordeeld en beschikt en alle subsidies vanaf 1.000 euro meten worden vastgesteld. De extra bureaucratische handelingen zijn binnen de bestaande formatie uitgevoerd. De teamleider en de wethouder zijn van mening dat dit nadeel opweegt tegen de opbrengsten (onder meer: meer contact met culturele instellingen en meer grip op de subsidie, paragraaf 2.3). 2.4.2 Wat zijn de gevolgen van de beleidswijziging voor de culturele instellingen? De vragenlijst is ingevuld door zes verenigingen die lid zijn (of waren) van een federatie of koepel. Aan deze aanvragers is gevraagd hoe de beleidswijziging voor hen heeft uitgepakt. Eén aanvrager antwoordde ‘positief’, één ‘neutraal’, twee ‘negatief’ en twee ‘zeer negatief’.

Uit de toelichtingen bij deze vraag (bijlage 7.6) blijkt dat vooral de financiële consequenties van het wegvallen van de structurele subsidie worden genoemd als negatief gevolg van de beleidswijziging en niet de eventuele administratieve rompslomp rondom het aanvragen. Aan de culturele instellingen die minstens éénmaal een activiteitensubsidie hebben aangevraagd vanaf 2015 (drieëndertig van de achtendertig respondenten) is de vraag gesteld: ‘Vindt u dat de administratie rondom het aanvragen (en verantwoorden) van de activiteitensubsidie opweegt tegen het subsidiebedrag dat uw instelling ontvangt?’ Tweederde van de aanvragers (vierentwintig) antwoordt ‘ja’ op deze vraag, twee aanvragers antwoorden ‘nee’. De overige aanvragers ‘enigszins’. Uit de toelichtingen op de vraag (zie bijlage 7.7) blijkt dat de aanvragers het begrijpelijk vinden dat een administratie gevoerd moet worden en dat subsidies verantwoord moeten worden. In de enquête is ook gevraagd naar de tevredenheid over de verschillende stappen in het proces van aanvragen en verantwoorden van de subsidie: de aanvraagtermijnen, het aanvraagformulier, de begroting en de verantwoording van subsidies vanaf €1.000 euro.

Zijn aanvragers tevreden over de aanvraagtermijnen? De website van de gemeente Opsterland is veruit de meeste genoemde bron om op de hoogte te blijven van de aanvraagtermijnen (zie bijlage 7.8.1). Iets meer dan de helft van de aanvragers is tevreden over de huidige aanvraagtermijnen (zie tabel 8). Tien aanvragers zijn niet tevreden met de aanvraagtermijnen.

13

In de raadsvergadering van december 2014 kondigt de wethouder aan dat de beleidswijziging vermoedelijk tot meer bureaucratie leidt dan de oude regeling.

35

RKC Opsterland

Tabel 8 Bent u tevreden over de huidige aanvraagtermijnen? Aantal

%

ja

17

52%

nee

10

30%

geen mening

6

18%

Totaal

33

100%

Uit de toelichtingen bij deze vraag (bijlage 7.8.2) blijkt dat het voor deze tien aanvragers lastig is om ver van tevoren de activiteiten definitief vast te stellen en/of het financiële plaatje rond te hebben. Er worden door de andere respondenten geen duidelijke argumenten gegeven waarom een half jaar een geschikte termijn voor hen is (bijlagen 7.8.3 en 7.8.4). Het grootste deel van de aanvragers lijkt tevreden te zijn met deze termijnen. Door de ontevreden aanvragen is geen toelichting gegeven, maar op basis van de verdiepende interviews ontstaat wel het beeld dat de aanvragers die incidenteel aanvragen de termijnen ingewikkeld vinden, omdat ze er in hun planning geen rekening mee (hebben) kunnen houden. De meer ervaren aanvragers vinden de termijnen prima en willen vooral snel duidelijkheid nadat is aangevraagd.

Zijn aanvragers tevreden over het digitale aanvraagformulier? Uit tabel 9 blijkt dat driekwart van de aanvragers ‘tevreden’ of ‘enigszins tevreden’ is over het digitale aanvraagformulier. Uit de toelichtingen (bijlage 7.9) blijkt dat een klein aantal aanvragers technische problemen heeft ervaren met het aanvraagformulier. Tabel 9 Bent u tevreden over het digitale aanvraagformulier? Aantal

%

ja

18

55%

enigszins

7

21%

nee

3

9%

geen mening

5

15%

Totaal

33

100%

36

RKC Opsterland Is voor aanvragers duidelijk wat er wordt verwacht van de begroting? Eén aanvrager heeft in de enquête aangegeven dat niet duidelijk is wat er wordt verwacht van de begroting (zie tabel 10). Uit de toelichtingen in bijlage 7.10 blijkt dat een aanvrager moeite heeft met de vrijwilligersuren, een andere aanvrager heeft contact opgenomen met de gemeente voor ondersteuning. De meeste aanvragers hebben geen moeite met de begroting en hebben geen toelichting geschreven in de enquête. Tabel 10 Is het voor u duidelijk wat er van u wordt verwacht met de begroting? Aantal

%

ja

23

70%

enigszins

9

27%

nee

1

3%

Totaal

33

100%

Op de vraag of het voor de aanvragers werkbaar is dat maximaal 40% van het ontstane tekort met de gemeentelijke subsidie gedekt mag worden, antwoordt 73% ‘ja’, de rest antwoordt ‘weet ik niet’. Uren die door vrijwilligers ingezet worden bij een activiteit, mogen in de begroting opgevoerd worden als kosten tegen 10 euro per uur. Uit de antwoorden op de vraag of de vrijwilligersvergoeding van 10 euro per uur toereikend is, blijkt dat de instellingen die de vrijwilligersuren op deze manier in de begroting zetten tevreden zijn over de hoogte van het bedrag. Maar er zijn ook instellingen die niet weten hoe de vrijwilligersuren in de begroting en verantwoording opgenomen kunnen worden. (zie bijlage 7.11).

Zijn aanvragers tevreden over het proces van verantwoording van subsidies vanaf €1.000? Achttien aanvragers hebben wel eens een subsidie van €1.000 of meer aangevraagd. Zeventien van hen zijn tevreden over het proces van verantwoording. De ontevreden aanvrager was tevreden over het proces van verantwoording, maar vond dat de vaststellingsbeschikking te lang op zich liet wachten (zie bijlage 7.12). Aan de culturele instellingen is gevraagd of zij streven naar het organiseren van activiteiten waarvoor geen subsidie cultuurpromotie nodig is. Ongeveer een derde (dertien van de achtendertig) zegt inderdaad te streven naar het organiseren van activiteiten zonder subsidie cultuurpromotie, de overige vijfentwintig instellingen geven aan daar niet naar te streven. Uit de toelichtingen (bijlagen 7.13.1 en 7.13.2) blijkt dat het organiseren van activiteiten zonder subsidie niet haalbaar wordt geacht zonder de betrokken kunstenaars onder te betalen en/of entree te heffen waardoor de toegankelijk voor het publiek kleiner wordt. Een deel geeft aan dat ook het bestaan van de instelling zelf onder druk komt te staan als de subsidie weg zou vallen.

37

RKC Opsterland

2.5

Verantwoording aan de raad

2.5.1 Welke afspraken zijn er tussen raad en college over verantwoording? In de Nota Puur Cultuur kondigt het college aan jaarverslagen op te stellen om de raad te informeren over de ontwikkelingen binnen het cultuurbeleid. Over de vorm worden geen toezeggingen gedaan. De Notitie Beleidskeuzes is een concretisering van de Nota Puur Cultuur en per beleidsveld worden uitkomsten en kengetallen geformuleerd. In de Notitie is geen nulmeting uitgevoerd van deze uitkomsten en kengetallen. Na de vaststelling van de subsidieverordening Cultuurpromotie 2015 is aan de raad een evaluatie toegezegd die in juni 2016 aan de raad is toegezonden, door middel van een brief met bijlage. Op basis daarvan is de nieuwe subsidieverordening Cultuurpromotie 2016 opgesteld. In deze subsidieverordening wordt aangekondigd dat begin 2019 een nieuwe evaluatie van de verordening zal worden toegezonden.

2.5.2 Hoe verloopt de verantwoording in de praktijk? Hoe verloopt de jaarlijkse verantwoording van het cultuurbeleid? In november 2014 heeft het college een Tussenrapportage Cultuurbeleid 2012-2014 aan de raad gestuurd. In deze tussenrapportage is per beleidsveld een paragraaf opgenomen met een overzicht van de doelstellingen en beleidskeuzes die zijn gemaakt, een kwalitatieve beschrijving van de ontwikkelingen, waarbij onder meer overzichten worden gegeven van de verstrekte subsidies cultuurpromotie en een beschrijving van het geplande beleid in de komende periode. Er wordt geen gebruik gemaakt van de uitkomsten en kengetallen die in de Notitie Beleidskeuzes zijn geformuleerd. In december 2017 informeert het college de raad via een brief.14 In de brief wordt per beleidsveld kwalitatief verantwoord wat de ontwikkelingen in de periode 2015-2017 zijn geweest. Over de subsidie cultuurpromotie wordt geschreven: ‘Waar het afbouwen van de structurele subsidies in 2014 in eerste instantie verzet opriep bij de betreffende organisaties, lijkt aan het einde van de afbouwperiode de nieuwe opzet naar tevredenheid te werken.’ Het college legt verder niet uit waar deze bevinding op is gebaseerd.

Hoe verloopt de evaluatie van de subsidieverordening? In juni 2016 stuurt het college een brief aan de raad over de evaluatie van de verordening Cultuurpromotie 2015.15 Het evaluatierapport is bijgevoegd. Voor de evaluatie zijn de subsidieaanvragen geanalyseerd en zijn de meningen van achttien aanvragers van de subsidie verzameld. Het college concludeert dat: ‘de doelstelling om meer mogelijk te maken met dezelfde middelen is behaald omdat het totale aantal gesubsidieerde activiteiten is toegenomen de afgelopen jaren.’ Op basis van de bevindingen stelt het college voor om de subsidieverordening aan te passen (zie ook paragraaf 2.1).

14 15

2017-32440 - stand van zaken cultuurbeleid 2015-2017 2016-20123 - evaluatie subsidieverordening cultuurpromotie

38

RKC Opsterland In de brief wordt een evaluatie van de nieuwe subsidieverordening aangekondigd voor begin 2019.

Hoe verloopt de jaarlijkse informatie over verstrekte subsidie cultuurpromotie? De raad ontvangt, zoals afgesproken, een jaarlijkse overzichtslijst als bijlage bij de begroting. Op die lijst staan alle organisaties die een subsidie hebben ontvangen en voor welke activiteit en voor welk bedrag. De lijst wordt behandeld bij een raadsvoorstel voor de vaststelling van subsidies en de consequenties van dat voorstel worden meteen doorgerekend in de begroting, waarbij de nieuwe plafonds (voor alle subsidies) worden vastgesteld. De raad stelt de subsidieplafonds vast. Cultuurpromotie is relatief gezien slechts een kleine subsidie en er worden op dat moment geen vragen over gesteld. Is er inzicht in de maatschappelijke effecten van het cultuurbeleid? De raad ontvangt geen informatie over het bereiken van maatschappelijke doelen uit de Nota Puur cultuur, ook al is het allemaal wel smarter gemaakt na de Nota Puur Cultuur en de Notitie beleidskeuzes. Er heeft geen nulmeting plaatsgevonden van de doelen uit de nota en de notitie. In het groepsinterview hebben de raadsleden aangegeven vooral geïnteresseerd te zijn in de maatschappelijke effecten van de beleidswijziging: zijn de inwoners tevreden met het aanbod van activiteiten en worden succesvolle activiteiten herhaald? Deze wens van de raad is niet in de verantwoordingsafspraken opgenomen. De raad ontvangt hierover ook geen informatie.16

16

Uit het ambtelijk wederhoor is gebleken dat vanaf 2018 overzichten en analyses worden gemaakt van de aangevraagde en verstrekte subsidies cultuurpromotie.

39

RKC Opsterland 2.6

Toetsing aan het normenkader

1. Beleidsdoelen De doelstellingen zijn consistent geformuleerd

De doelstellingen van de beleidswijziging zijn in het raadsvoorstel geformuleerd als (1) Een nieuwe subsidieverordening om activiteiten en evenementen binnen het culturele veld blijvend te stimuleren en (2) Beter aansluiten bij de doelstellingen van het cultuurbeleid en de behoeftes van de betrokken partijen. In andere beleidsdocumenten wordt voor de doelstellingen verwezen naar het coalitieakkoord waarin deze doelen anders geformuleerd worden. Raad, college en ambtelijke organisatie hebben echter wel een overeenkomstig beeld van de doelen, hoewel de focus van raad en college meer op effectdoelen ligt en die van de ambtelijke organisatie op procesdoelen.

deels voldaan

De doelstellingen sluiten aan bij het door de raad geformuleerde kader

De raad wil met de beleidswijziging een vernieuwing en verbreding van het culturele aanbod bereiken. Het begrip vernieuwend wordt niet uitgewerkt en de verbreding is niet direct terug te vinden in de verdere uitwerking van het beleid.

deels voldaan

Er zijn heldere toetsingscriteria geformuleerd

In de subsidieverordening staat helder omschreven aan welke criteria aan aanvraag moet voldoen om de subsidie te kunnen toewijzen. De ambtelijke organisatie kan deze toetsingscriteria in de praktijk toepassen.

voldaan

Verstrekking of afwijzing gebeurt op basis van de procesvereisten en de toetsingscriteria

Verstrekking of afwijzing gebeurt op basis van de procesvereisten en de toetsingscriteria en toekenningsen afwijzingsgronden worden naar de aanvrager gecommuniceerd. Als een aanvraag niet aan de proceseisen voldoet, wordt de aanvrager verzocht om aanvullende informatie. De commissie neemt hierbij een flexibele houding aan.

voldaan

2. Rechtmatigheid

40

RKC Opsterland

De subsidieverstrekking verloopt volgens de subsidieverordening

Het werkproces is ingericht op de stappen van de subsidieverordening, waarbij de voorwaarden in het systeem zijn verwerkt en de andere onderdelen door de ambtelijke organisatie worden beoordeeld. De ambtelijke organisatie heeft beperkt ruimte voor een eigen afweging, bijvoorbeeld als het subsidieplafond bereikt is. Deze afweging wordt klantvriendelijke ingevuld, maar daarbij worden de criteria uit de verordening die voor die situatie zijn gemaakt niet consequent gebruikt.

deels voldaan

Beleidsmedewerkers ervaren dat de tijd die zij kwijt zijn om de subsidieaanvraag te beoordelen in verhouding staat tot het subsidiebedrag/doel

De adviseur cultuur is van mening dat de verstrekking over het algemeen doelmatig is, ondanks dat door de beleidswijziging meer administratieve handelingen nodig zijn om hetzelfde subsidiebedrag te verstrekken als voor de beleidswijziging. De opbrengsten van de nieuwe werkwijze wegen op tegen deze toegenomen administratieve druk.

voldaan

Beleidsmedewerkers ervaren dat de tijd die zij kwijt zijn om de verantwoording van de subsidie te beoordelen in verhouding staat tot het subsidiebedrag/ doel

De adviseur cultuur die de verantwoording achteraf beoordeelt is van mening dat de belangrijkste toetsing vooraf plaatsvindt en dat de inhoudelijke verantwoording zoals die nu wordt gevraagd achteraf weinig toevoegt voor zowel de gemeente als de aanvrager.

niet voldaan

Aanvragers ervaren dat de tijd die zij kwijt zijn om de subsidieaanvraag in te dienen in verhouding staat tot het subsidiebedrag/doel

De meeste aanvragers zijn tevreden over het proces van aanvragen en verantwoorden en vinden het logisch dat subsidies verantwoord moeten worden. Een klein deel van de aanvragers vindt de moeite niet in verhouding staan tot het bedrag, wat deels verklaard wordt omdat zij weinig ervaring en (daardoor) meer moeite hebben met het proces van aanvragen.

voldaan

Aanvragers ervaren dat de tijd die zij kwijt zijn om de subsidie te verantwoorden in verhouding staat tot het subsidiebedrag/ doel

Aanvragers die grotere subsidiebedragen ontvangen zijn gewend aan het proces van verantwoorden en zijn van mening dat de tijd opweegt tegen de opbrengsten.

voldaan

3. Doelmatigheid

41

RKC Opsterland

4. Doeltreffendheid Er zijn meer verschillende aanvragers van cultuursubsidies

Er zijn meer aanvragers en meer verschillende aanvragers van subsidie. Elk jaar zijn er aanvragers die niet eerder subsidie hebben aangevraagd.

voldaan

Er worden voor meer cultuuractiviteiten subsidies aangevraagd

Er worden meer kleine subsidies verstrekt voor meer activiteiten.

voldaan

Culturele verenigingen en stichtingen zijn ondernemender geworden (minder subsidie nodig voor de exploitatie)

Slechts een klein deel van de instellingen streeft er naar om zonder subsidie activiteiten te organiseren. Entreegelden zijn onvoldoende om de kosten te dekken en sommige instellingen teren nu in op reserves of zoeken naar donateurs of andere fondsen, maar maar weinig instellingen zien mogelijkheden om de exploitatie zonder of met minder subsidie rond te krijgen.

deels voldaan

Culturele verenigingen en stichtingen zoeken creatiever naar meer/andere geldbronnen voor hun activiteiten

De instellingen zijn ondernemender geworden in het werven van fondsen en andere subsidies, maar subsidies zijn nog altijd de belangrijkste inkomstenbronnen voor culturele instellingen.

voldaan

Er is sprake van meer samenwerking bij culturele verenigingen en stichtingen

Culturele instellingen zijn naar eigen zeggen meer gaan samenwerken met andere culturele instellingen, ondernemers verenigingen, scholen en lokale overheden. De ambtelijke organisatie ziet in de subsidieaanvragen ook steeds meer samenwerkingsverbanden ontstaan. Culturele instellingen zien veel kansen in samenwerking op het gebied van kennisdeling, vergroten van het draagvlak voor activiteiten en het delen van kosten.

voldaan

Aanvragers hebben andere, passende maatregelen genomen

Van vier ontvangers van structurele subsidies weten we dat ze niet meer bestaan. De grootste aanvrager, de Federatie voor Opsterlandse Muziekverenigingen, heeft een stichting opgericht en maakt jaarlijkse plannen van aanpak om het muziekonderwijs en de doorstroming naar muziekverenigingen te ondersteunen. Daarbij wordt meer samenwerking gezocht met het culturele veld en heeft de stichting een grote subsidie geworven om instrumenten mee te kunnen betalen. Veel instellingen die voorheen structurele subsidie ontvingen zijn activiteitensubsidie aan gaan vragen. Leden van federaties zijn onderling meer gaan samenwerken.

voldaan

42

RKC Opsterland

6. Verantwoording aan de raad Er zijn concrete afspraken over verantwoording tussen raad en college

Er is een afspraak over de verantwoording van het cultuurbeleid (een jaarlijkse verantwoording), maar over de inhoud en vorm zijn geen afspraken gemaakt. Bij het opstellen van de verordening in 2015 wordt aangekondigd de verordening in 2016 te evalueren. Ook hierbij worden geen concrete afspraken gemaakt over vorm en inhoud van de evaluatie.

deels voldaan

De raad krijgt voldoende informatie om zicht te krijgen op de voortgang in het bereiken van doelen

Er wordt jaarlijks een overzicht gepresenteerd van de verstrekte subsidies, zoals afgesproken. Sinds de vaststelling van de Nota Puur Cultuur is eenmaal een uitgebreide evaluatie gehouden (in 2014). In die evaluatie wordt geen gebruik gemaakt van de uitkomsten en kengetallen die in de Notitie Beleidskeuzes zijn vastgesteld. In 2017 is een brief aan de raad gestuurd met een globale beschrijving van de ontwikkelingen van het cultuurbeleid. De verordening cultuurpromotie is in 2016 conform de afspraak met de raad geëvalueerd. Een tweede evaluatie is voor begin 2019 aangekondigd. Over maatschappelijke effecten wordt niet gerapporteerd.

deels voldaan

43

RKC Opsterland 2.7

Beantwoording onderzoeksvragen

De centrale vraag van het onderzoek ‘Heeft de overgang van structurele naar incidentele subsidies geleid tot de met het beleid gewenste grotere maatschappelijke effecten?’ is niet eenduidig te beantwoorden. De subsidie cultuurpromotie is één van de maatregelen van het cultuurbeleid. Van de met het cultuurbeleid gewenste maatschappelijke effecten heeft geen nulmeting plaatsgevonden en er is geen systeem ingericht om de benodigde gegevens te verzamelen. De activiteitensubsidie wordt iedere keer (nagenoeg) opgemaakt en wordt gebruikt door steeds meer verschillende aanvragers. De culturele instellingen, vooral zij die eerder een structurele subsidie ontvingen, zijn zich aan het heroriënteren op hun functie en de manier waarop ze gefinancierd worden. Daarbij wordt meer samengewerkt met scholen, ondernemers, lokale overheden en andere culturele instellingen binnen en buiten de gemeente. Deelvraag 1 Welke doelen streeft de gemeente Opsterland na met het instellen van de incidentele cultuursubsidies? De doelen van de beleidswijziging staan niet overzichtelijk beschreven, maar zijn wel vast te stellen op basis van een documentenanalyse. Uit de verschillende beleidsdocumenten, het coalitieakkoord en de motivering bij de voorgestelde verordeningen kunnen de volgende doelstellingen van de beleidswijziging worden geformuleerd: 1. er vinden meer culturele activiteiten plaats; 2.

er ontstaat betere sturing op resultaten; 3. instellingen worden ondernemender en zoeken creatief naar meerdere geldbronnen; 4. er ontstaat synergie in het culturele veld; 5. de activiteiten sluiten beter aan bij de doelstellingen van het cultuurbeleid; 6. er vinden nieuwe of vernieuwende activiteiten plaats. Deelvraag 2 Is de verstrekking van incidentele cultuursubsidies rechtmatig? De verstrekking van de incidentele cultuursubsidies is rechtmatig. De verordeningen en de subsidieplafonds zijn op de juiste wijze vastgesteld en gecommuniceerd. De subsidieverdeling verloopt volgens de verordening, met name door het goed ingerichte digitale werkproces rond de beschikking. Daar waar in het proces afwegingsruimte is voor de adviseur, wordt dat klantvriendelijk en in lijn met het beleid ingevuld. De toetsingscriteria die in 2016 zijn opgesteld worden in de praktijk toegepast, maar de bepaling dat bij het overschrijden van het subsidieplafond vernieuwende activiteiten voorrang krijgen wordt niet toegepast. Deelvraag 3 Is de verstrekking van incidentele cultuursubsidies doelmatig? De nieuwe regeling heeft geleid tot meer bureaucratie bij de gemeentelijke organisatie, omdat aan veel meer instellingen subsidie wordt verstrekt, maar deze toename was ingecalculeerd en lijkt op te wegen tegen de opbrengsten.

In afwijking van de Algemene Subsidie Verordening moeten voor subsidie cultuurpromotie aanvragen vanaf 1.000 euro achteraf verantwoord worden, terwijl de toetsing aan de verordening vooral bij de aanvraag plaatsvindt.

44

RKC Opsterland De culturele instellingen zijn over het algemeen tevreden over het proces van aanvragen en verantwoorden van de activiteitensubsidies. Een klein deel van de aanvragers is niet tevreden en heeft problemen met het aanvraagformulier, de aanvraagtermijnen en/of het opstellen van de begroting. Deelvraag 4 Is de verstrekking van incidentele cultuursubsidies doeltreffend? De beleidswijziging heeft veel impact gehad op de federaties die voorheen een structurele subsidie ontvingen en zelf geen activiteiten organiseren. De federaties bezinnen zich op hun rol, heffen zichzelf op of transformeren. De leden van de federaties letten beter op de kosten en hebben ingeteerd op de reserves die afgelopen jaren zijn opgebouwd. De structurele subsidie aan de federaties is vanaf 2018 afgebouwd tot 0 euro en daarom kan met dit onderzoek nog niet worden vastgesteld of de beleidswijziging heeft geleid tot een faillissement van verenigingen. Meer en meer verschillende culturele instellingen hebben activiteitensubsidie aangevraagd. Het kan niet met zekerheid gezegd worden dat meer culturele activiteiten plaatsvinden, omdat niet bekend is hoeveel activiteiten zonder subsidie cultuurpromotie werden en worden georganiseerd. Het culturele veld is bezig met vernieuwing en verbreding, ook ongeacht de koers en keuzes van de gemeente daarin.

Instellingen zoeken en vinden meerdere geldbronnen, dat zijn vooral andere subsidies en fondsen. Instellingen zijn meer gaan samenwerken met elkaar, met scholen, met ondernemersverenigingen, andere lokale partijen en culturele instellingen buiten Opsterland. De culturele instellingen zijn van plan om de komende jaren veel activiteiten te organiseren en hopen daarbij vooral bij te dragen aan het plezier van de bezoekers. Een klein aantal instellingen is meer intern gericht en wil vooral de eigen instelling en hun leden van dienst zijn. De adviseurs cultuur hebben meer zicht gekregen op de activiteiten die georganiseerd worden en hebben met meer instellingen contact, waarbij de aanvragers andere verwachtingen hebben van dit contact dan de ambtelijke organisatie. Intern wordt gedacht te kunnen sturen op uitbreiding van het netwerk en de synergie tussen instellingen, terwijl instellingen een ondersteunende en faciliterende rol van de gemeente verwachten. Deelvraag 5 Krijgt de raad voldoende concrete informatie over de incidentele cultuursubsidies om te beoordelen of deze bijdragen aan het cultuurbeleid en hoe gebruikt de raad deze informatie? De raad ontvangt, zoals afgesproken, een jaarlijkse overzichtslijst van verstrekte subsidies. De aangekondigde evaluatie van de beleidswijziging is in juni 2016 uitgevoerd en hierover is de raad per brief geïnformeerd.

Over het doelbereik van het cultuurbeleid wordt, anders dan afgesproken in de Nota Puur Cultuur, niet jaarlijks gerapporteerd. De in beperkte mate SMART geformuleerde doelen uit de notitie beleidskeuzes worden niet gebruikt.

45

RKC Opsterland Over de score van de activiteiten op de toetsingscriteria of de mate waarin de met de activiteiten beoogde doelen zijn bereikt, wordt de raad niet geïnformeerd. Deze informatie is beperkt beschikbaar vanuit de documenten rond aanvraag en verantwoording van de subsidie, maar op dat niveau werd de informatie tot 2018 niet gestructureerd verzameld en bijgehouden.

46

RKC Opsterland Bijlage 1: Overzicht gesprekspartners Ambtelijke organisatie Adviseur Cultuur Teamleider Samenwerken College van B&W Portefeuillehouder Cultuur en monumentenbeleid Raadsleden Fractieleden van de volgende partijen17: § Opsterlands Belang § CDA § PvdA § Groenlinks - Opsterlanders § ChristenUnie

17

Alle fracties zijn uitgenodigd om deel te nemen aan het interview met de rekenkamercommissie en de onderzoekers. De fracties van de VVD, BAS, D66 en de FNP hebben hieraan geen gehoor gegeven.

47

RKC Opsterland Bijlage 2: Bronnen 2012-02639 Nota Puur Cultuur 2012-2022, februari 2012 2012-32509 Notitie Beleidskeuzes Cultuurnota 2012-2022 2014-26617 Brief college Afbouwen structurele subsidies cultuur, juli 2014 2014-36495 Tussenrapportage Cultuurbeleid GEMEENTE OPSTERLAND 2012 - 2014, november 2014 2016-20123 Brief college Evaluatie Subsidieverordening Cultuurpromotie, juni 2016 2016-20481 Evaluatie Subsidieverordening Cultuurpromotie Opsterland 2015, juni 2016 2016-35714 Brief college Beantwoording vraag D66 - subsidie cultuurpromotie, oktober 2016 2017-32440 Brief college Stand van zaken cultuurbeleid 2015-2017, december 2017 Coalitieakkoord 2014 – 2018 “De krêft fan de mienskip” RV Rapport rekenkamercommissie: Subsidiebeleid in Opsterland, maart 2012 RV De notitie Beleidskeuzes cultuurnota 2012 - 2022, november 2012 RV Subsidieverordening Cultuurpromotie 2015, november 2014 RV Vaststellen Subsidieverordening Cultuurpromotie Opsterland 2016, september 2016 Subsidieverordening Cultuurpromotie Opsterland 2011 Subsidieverordening Cultuurpromotie Opsterland 2012 Subsidieverordening Cultuurpromotie Opsterland 2015 Subsidieverordening Cultuurpromotie Opsterland 2016

48

RKC Opsterland Bijlage 3: Dossiers Culturele instelling

onderwerp

jaar

€

Stichting Doarpsrounte Beetsterzwaag Olterterp

organiseren Koningsdag

2013

1301

Federatie van Opsterlandse Muziekverenigingen

maken muziek in orkestverband

2014

25533

Federatie van Opsterlandse Zangverenigingen

zingen in koorverband

2014

4642

Stichting Muziekpodium Bakkeveen

organiseren troubadoursavonden

2014

346

Federatie van Opsterlandse Zangverenigingen

zingen in koorverband

2015

3249

Federatie van Opsterlandse Muziekverenigingen

maken muziek in orkestverband

2017

7659,9

Kunst in Opsterland

open atelierroute

2013

1000

Stichting Culturele Activiteiten Opsterland

Gouden Spiker festival Ureterp

2014

1000

Stichting Museum Opsterlân

exposities, projecten

2015

2500

Chr. Muziekvereniging De Bazuin

jubileumconcerten 100 jaar

2015

1000

Stichting Muziek en Meer Ars Musica

meespeelorkest

2015

696,25

Stichting Risping Nij Beets

organiseren stoppeldei

2015

500

Turfroute Festival

organiseren koren festival

2015

425

Stichting Doarpsrounte Beetsterzwaag Olterterp

organiseren Koningsdag

2015

500

Brassband Opsterland / Spijkerpakkenband

voorjaarsconcert

2016

600

Stichting Cultuur Beetsterzwaag

lustrumconcert

2016

1000

Stuurgroep Musical Ester

uitvoering musical Ester

2016

566

Federatie van Opsterlandse Muziekverenigingen

birds & brass in concert

2016

2500

Kunst in Opsterland

open atelierroute

2017

2100

Stichting Culturele Activiteiten Opsterland

Gouden Spiker festival Ureterp

2017

318,6

Stichting DoDo Festival

organiseren DoDo festival

2017

2500

Stichting Kunsthuis SYB

project modder en dracht

2017

2500

Paul van der Voort Musicus

organiseren verjaardagsconcert

2017

600

Stifting Iepenloftspul Opsterlân

iepenloftspul De Lytse Prins

2017

2500

Stichting Risping

organiseren stoppeldei

2014 nb

Turfroute Festival

organiseren korenfestival

2014 nb

Stifting Iepenloftspul Opsterlân

iepenloftspul Noblesse Obligé

2015 nb

Vaste subsidies

Incidentele subsidies

Geweigerde subsidieaanvragen

49

RKC Opsterland Stichting Peter de Grote Festival

2 concerten

2015 nb

Stichting Festival 316

organiseren gospelfestival

2016 nb

Stichting Willedei Wynjewâld

organiseren culturele dag

2016 nb

Stichting Doarpsrounte

organiseren Koningsdag

2017 nb

Stichting Museum Opsterlân

expositie het Friese paard in beeld

2017 nb

50

RKC Opsterland Bijlage 4: Aankondigingsbrief Betreft: rekenkameronderzoek subsidies cultuurpromotie – aankondiging enquête

20 september 2018 Geachte heer, mevrouw, In 2015 is de verordening voor het aanvragen van subsidies voor cultuurpromotie gewijzigd met als doel om een groter en gevarieerder aanbod van culturele activiteiten te kunnen promoten. Vanaf dan worden er geen structurele subsidies meer verleend maar alleen nog incidenteel subsidies verstrekt voor activiteiten gericht op cultuurpromotie. Op verzoek van gemeenteraadsleden van de gemeente Opsterland doet de rekenkamercommissie van Opsterland onderzoek naar het gewijzigde beleid van de gemeente voor het verstrekken van subsidie in het kader van cultuurpromotie. De rekenkamercommissie heeft het onderzoeksbureau Domenie Doelgericht Onderzoek opdracht gegeven te onderzoeken hoe deze wijziging heeft uitgepakt. Namens de rekenkamercommissie zal het onderzoeksbureau met een digitale enquête alle subsidie-aanvragers van de gemeente uit de periode 2013-2017 bevragen op hun ervaring met dit nieuwe beleid. De rekenkamercommissie hoopt zo een goed beeld te krijgen in hoeverre de cultuurpromotie bijdraagt aan het organiseren van activiteiten, hoe instellingen creatief zoeken naar samenwerking en nog andere geldbronnen voor activiteiten en hoe tevreden u bent over de regeling. U ontvangt binnenkort op het bij ons bekende mailadres een uitnodiging voor deelname aan een enquête. Verder zullen wij ook een aantal verdiepende gesprekken gaan organiseren.

U kunt, als u de enquête invult, aangeven of u hieraan wilt meewerken. Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de ervaringen van de subsidie-aanvragers, is het voor ons zeer waardevol om zoveel mogelijk respons te krijgen. Wij willen dan ook een dringend beroep op u doen om de enquête die u binnenkort op uw mailadres ontvangt, in te vullen. Uw adres en e-mailgegevens zijn door de gemeente Opsterland aan de rekenkamercommissie verstrekt. Wij zullen, overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG 2018), op een zorgvuldige en navolgbare wijze met uw gegevens omgaan. Uw gegevens worden door het onderzoeksbureau uitsluitend gebruikt voor dit onderzoek en niet met anderen gedeeld. Met de informatie die door de enquête wordt verkregen zal door het onderzoeksbureau en door de rekenkamercommissie zorgvuldig en vertrouwelijk worden omgegaan. De verkregen informatie zal zodanig in het onderzoeksrapport worden opgenomen dat deze niet herleidbaar is tot een specifieke aanvrager of instelling.

51

RKC Opsterland Een rekenkamercommissie is een onafhankelijke commissie van de gemeenteraad die controleert of het beleid van de gemeente goed werkt en of de gemeente het geld goed heeft uitgegeven. Wilt u meer informatie over de rekenkamercommissie of het onderzoek? Kijkt u dan even op www.opsterland.nl/gemeenteraad. U vindt daar ook een pagina over de rekenkamercommissie. Met vriendelijke groet, Rekenkamercommissie Opsterland Mw. T. Ruiter, voorzitter

52

RKC Opsterland Bijlage 5: Achterliggende gegevens grafieken Bijlage 5.1 gegevens figuur 2 - verhouding structurele en activiteitensubsidie 2013

2014

2015

2016

2017

structurele subsidie

50.472

53.998

37.050

29.442

20.770

activiteitensubsidie

14.719

19.534

24.889

31.347

37.314

totaal

€65.190,50

€73.532,00

€61.939,36

€60.788,61

€58.083,90

Bijlage 5.2 gegevens figuur 3 - aantal toegekende en geweigerde activiteitensubsidies 2013

2014

2015

2016

2017

toegekend

17

22

39

30

29

geweigerd

10

10

20

21

8

totaal

27

32

59

51

37

Bijlage 5.3 gegevens figuur 4 - aantal ontvangers structurele subsidie en activiteitensubsidie 2013

2014

2015

2016

2017

structurele subsidie

14

15

12

12

11

activiteitensubsidie

17

17

30

24

26

totaal

31

32

42

36

37

Bijlage 5.4 gegevens figuur 5 - verhouding structurele en activiteitensubsidie - 2 2013

2014

2015

2016

2017

structurele subsidie

50.472

53.998

37.050

29.442

20.770

activiteitensubsidie aan ontvangers structurele subsidie

3.000

1.500

8.929

12.617

7.196

activiteitensubsidie aan andere ontvangers

11.719

18.034

15.960

18.730

30.118

53

RKC Opsterland

totaal

€65.190,50

€73.532,00

€61.939,36

€60.788,61

€58.083,90

Bijlage 5.5 gegevens figuur 6 - Helpt het contact met de gemeente u bij het uitbreiden van uw netwerk en contacten? En wordt u door de gemeente ondersteund met kennis en/of adviezen? ja

enigszins

nee

netwerk/contacten

3

7

11

kennis/adviezen

3

11

7

Bijlage 5.6 gegevens figuur 7 - Werkt u samen met andere instellingen? ja, met lokale instellingen

ja, met regionale instellingen

nee

18

6

14

Bijlage 5.7 gegevens figuur 8 - Welke van de uitspraken is het meest van toepassing op de activiteiten die u heeft georganiseerd? De doelgroep is sinds 2013 nagenoeg hetzelfde gebleven

De doelgroep is sinds 2013 veranderd

De doelgroep hangt af van de activiteit

16

3

12

54

RKC Opsterland Bijlage 6: federaties/koepels en hun leden FEDERATIE VAN OPSTERLANDSE MUZIEKVERENIGINGEN (1-1-2015) Chr. Muziekvereniging De Bazuin, Tijnje Muziekvereniging Euterpe, Beetsterzwaag Muziekvereniging Oerterp, Ureterp Drumband Eensgezindheid, Hemrik Muziekvereniging Eensgezindheid, Hemrik Muziekvereniging de Vlecke, Gorredijk Chr. Muziekvereniging Euphonia, Wijnjewoude Vereniging Showband Oerterp, Ureterp Fanfare Ureterp, Ureterp Brassband De Lofklank, Ureterp OKK, Jonkersân Bron: Federatie van Opsterlandse Muziekverenigingen FEDERATIE VAN OPSTERLANDSE ZANGKOREN (14-10-2014) Interkerkelijk koor "Geeft Gode Lof", Gorredijk Chr. Gem. Koor "Looft den Heer", Beetsterzwaag Kerkkoor "Te Wûnderlik", Lippenhuizen Gemengd Koor, Beetsterzwaag Chr. Gem. Zangver. "Looft den Heer", Ureterp Vocaal Ensemble "Interlude", Gorredijk Frysk Sjongkoar", Gorredijk Nim it sa 't is", Jonkerslân Doarpskoar "De Dúnsjongers", Bakkeveen 't Oerterper Manljuskoar, Ureterp "Ta Gods Eare", Frieschepalen / Siegerswoude Chr. Zangver.

"Looft den Heer", Wijnjewoude Frouljuskoar "Hjerres", Ureterp Bron: Federatie van Opsterlandse zangkoren FEDERATIE VAN OPSTERLANDSE GOSPELKOREN (1-1-2015) The Lighting Stars, Ureterp Sola Gratia, Wijnjewoude Bron: Federatie van Opsterlandse gospelkoren STICHTING CULTURELE ACTIVITEITEN OPSTERLAND (1-1-2015) brassband / spijkerpakkenband, Bakkeveen Gouden Spiker festival / bijspikerdag, Ureterp Bron: gemeente Opsterland TOANIELFEDERAASJE OPSTERLAN - 14 leden, namen onbekend18

18

Vermoedelijk zijn dit grotendeels de nu nog bestaande toneelverenigingen. Een overzicht van aangesloten leden op 1-1-2015 kon door de gemeente Opsterland niet aangeleverd worden.

55

RKC Opsterland Bijlage 7: open antwoorden uit de enquête Tabel 7.1 Toelichting tevredenheid contact gemeente ● als subsidie toegewezen wordt, ben je tevreden, als subsidie niet toegewezen wordt, niet ● Dat de rekenkamer zich buigt over cultuurbeleid vind ik een goede zaak. Er zijn wel kritische noten te kraken over dat onderwerp ● De gemeente had ons weinig te bieden behalve subsidie of vergunning voor een evenement. ● éénmalig contact gehad over toekenning subsidie ● Er is een gat gevallen na het vertrek van Tryntsje van der Steege, maar nu is er weer nieuwe cultuur-ambtenaar aangesteld, die we overigens nog niet gesproken hebben. De wethouders van cultuur zijn betrokken en daar hebben we ook goed contact mee. ● Geen ondersteuning ontvangen ● Hebben me op het spoor gezet van sommige sponsoren die nog niet bij mij in beeld waren ● Het is lastig om de juiste mensen te bereiken. Bij wisseling van medewerkers worden wij niet geïnformeerd over namen wie de nieuwe contactpersonen voor ons zijn. Dat is jammer ● Ik weet de naam van de nieuwe contactpersoon niet... Adviezen worden wel gegeven, maar dat zijn toch vaak dingen die we zelf ook al hadden bedacht ● prima op de achtergrond aanwezig en een flexibele houding.

Tabel 7.2 Andere bronnen van inkomsten om kosten van activiteiten te dekken ● advertentie verkoop voor in het programmaboekje ● Advertenties ● bij kunstweekend bijdrage van kunstenaars en van de exposanten. Ook van de bedrijven waar we exposeren ● Donaties van donateurs: heel belangrijk. We zijn ANBI. ● Eigen vermogen teert behoorlijk in. ● eventuele giften ● ledencontributies en inkomsten uit verkoop tijdschriften ● sponsoring (twee keer)

Tabel 7.3.1 Toelichting samenwerking met andere instellingen ● Bij de activiteit van 2016: muziek, toneel, museum ● collega verenigingen ● Cultbee ● De Muziekbende heeft op de Kunstmarkt gestaan en de Weefplaats, ook de theaterschool waarvan de naam me nu niet te binnen schiet. We hebben de overzichtstentoonstelling van de Open Atelierroute wisselend laten plaatsvinden in Museum Opsterland en de Witte Kerk in Hemrik. ● dorpsbelangen, musea, stichting '40-'45, onderwijsinstellingen,culturele centra, ● vrijwilligers, leesclubs, Stichting Fryske âlde tsjerken, Stilte centrum Jorwert. ● In 2018 is er een samenwerking met Tresoar t.b.v. een friestalige literaire voorstelling. ● Koren, andere muziekgroep ● Kuenstwurk, Kening van de Greide ( Sietze Pruiksma) LF 2018 Conference of the birds. ● Federatie Ooststellingwerf, MOF

56

RKC Opsterland ● ● ● ● ● ●

● ● ● ●

kunstweekend, open monumentendag, appeldag tropische kas Lokaal met CultBee, Beetsterzwaag Natuurlijk, lokale en nationale kunstenaars en collectieven Maar ook met musea, bedrijven en andere groepen zoals de ondernemersvereniging (WHI) etc. Met andere culturele organisaties uit het dorp als Cultbee, tropische kas. Met de ondernemersvereniging en Plaatselijk belang. Met stichting Opsterlandse Groene Parels, Landschapsbeheer Friesland en Stichting Koningsdiep. O.a. St. Kunstweekend Beetsterzwaag, NNO, Conservatorium Groningen, TIHMS The International Holland Music Sessions, St. Ars Musica muziek en meer, Leo Smit Stichting, Nationaal Muziekinstrumenten Fonds. Toneelvereniging Nij Begjin, plaatselijk belang, gemeente, Stichting De Alde Boarn, Museum Opsterland, Onderwijsmuseum, scholen, lokale bedrijven Tropische Kas Beetsterzwaag, witte kerk Hemrik, particuliere muziekaanbieders zeer divers. vaak verenigingen zowel vele lokale als regionale en landelijke

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=dacdbc71-b2d3-4695-b56f-f30273ee181d