CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Notitie Beleid en beheer Beeldende Kunst gemeente Opsterland 2023.docx

Raadsvergadering 13 februari 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Beleid en beheer Beeldende Kunst gemeente Opsterland (B)987 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

0086120813

BELEID EN BEHEER BEELDENDE KUNST GEMEENTE OPSTERLAND 2023

0086120813

Aanleiding De gemeente Opsterland heeft een groot aantal kunstwerken en kunstobjecten in haar bezit. Die bevinden zich zowel in de gemeentelijke gebouwen, als in de openbare ruimte in de verschillende kernen van de gemeente. Deze kunstwerken en objecten zijn al lange tijd eigendom van de gemeente. Gemeenten en voorheen grietenijen (voorlopers van de gemeenten tot 1851) kregen in de loop der tijden talrijke kunstwerken en objecten in hun bezit. Vaak bedoeld voor de aankleding van de gemeentehuizen of als geschenk. In de naoorlogse periode vanaf 1945 ontstonden regelingen om kunstenaars te ondersteunen, waardoor het bezit van kunstwerken van gemeenten toenam. In 1951 werd op initiatief van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen de kern van de huidige percentageregeling voor gebouwen in beheer van de Rijksgebouwendienst vastgesteld. Voor de decoratieve aankleding van belangrijke, representatieve gebouwen werd voortaan 1,5 % van de nieuwbouwsom gereserveerd. De Rijksoverheid paste de regeling voor de eerste keer aan in 1963 via de officiële brochure Decoratieve aankleding van rijksgebouwen en scholen (uitgave ministerie van OK&W). In 1974 werd door de Raad van Cultuur voor de minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) het Rapport van de studiecommissie Percentageregelingen opgesteld.

Als vervolg daarop werd door de minister de Werkgroep Beeldende Kunst Rijksgebouwen in het leven geroepen (Commissie Gruijters), die in 1977 de Nota Kunst bij Rijksgebouwen presenteerde. De toepassing van de Rijksregeling werd daarmee verbreed. Deze opzet van de Rijksregeling is tot op heden min of meer ongewijzigd in stand gebleven. Deze regeling werd door veel gemeenten in gebruik genomen, ook in Opsterland. De Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) was van 1956 tot 1987 een regeling in Nederland, waardoor kunstenaars in ruil voor hun diensten of kunstwerken een inkomen konden krijgen. Ze werd voorafgegaan door de Contraprestatieregeling (1949-1956). Toen de regeling verviel konden kunstenaars een beroep doen op de Algemene bijstandswet. Pas in 1999 trad de WIK in werking die ook een inkomensvoorziening voor kunstenaars vanuit Sociale Zaken was. De uitvoering van deze regeling werd in handen gelegd van de gemeenten. Een lokale adviescommissie beoordeelde de kunstwerken. In ruil voor een uitkering werden de ingeleverde kunstwerken daarna bezit van de gemeente. De huidige situatie Op dit moment heeft de gemeente Opsterland een groot aantal schilderijen, objecten en beelden in haar bezit. De historische collectie van de gemeente, ontstaan voor de 2de wereldoorlog, is voor het grootste deel ondergebracht bij het museum Opsterland in Gorredijk.

Een klein deel wordt gebruikt als opluistering van de vm. adellijke gebouwen, die onderdeel zijn van de gemeentelijke huisvesting, het Lycklamahuis en het Andreahuis. Voor het gebruik en het beheer van de gemeentelijke beeldende kunstcollectie van Opsterland is nauwelijks iets vastgelegd. In de Cultuurnota 2012-2022 wordt over de beeldende kunst in de openbare ruimte gezegd: Op het gebied van kunstwerken in de openbare ruimte heeft de gemeente het beleid dat kunst moet leven. Hiermee wordt bedoeld dat het uitgangspunt van de gemeente is kunstwerken niet actief te onderhouden en de natuurlijke verwering toe te staan. Daarnaast zijn er wel doelstellingen: • Stimuleren van beschikbaarheid expositieruimten en werkruimten voor jonge kunstenaars. • Stimuleren van afstemming en samenwerking tussen kunstenaars binnen de gemeente. • Uitbreiding van de kunstcollectie in de openbare ruimte bij ontwikkelingsprojecten, gekoppeld aan een integrale benadering van natuur, recreatie & toerisme, verkeer, veiligheid, cultuur en cultuurhistorie. • Het zichtbaar maken van kunstwerken van lokale kunstenaars binnen de openbare ruimte. • Versterken culturele identiteit binnen de gemeente. Maar anno 2022 moeten we concluderen dat deze doelstellingen verwaterd zijn en weinig resultaat hebben opgeleverd.

0086120813

Het gevolg is geweest, dat de beeldende kunstcollectie niet goed opgeslagen is, niet goed wordt onderhouden en in sommige gevallen onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor een kunstwerk. Met andere woorden, “it spul is fertuteaze” Om de omvang en de inhoud van de beeldende kunstcollectie van de gemeente in beeld te brengen en daarna een aanzet te geven tot goed beheer en onderhoud, zijn 2 notities opgesteld: 1. Beleidsadvies gemeentelijke kunstcollectie 2. Beheeradvies beeldende kunst in de openbare ruimte Met deze notities wordt inzichtelijk gemaakt: • Wat de omvang van de collecties is en zou moeten worden • Hoe deze collecties moeten worden beheerd en onderhouden • Wat de kosten van beheer en onderhoud moeten zijn • Hoe om te gaan met nieuw te verkrijgen kunstwerken (schenking, aankoop of nalatenschap) In beide notities worden voorstellen gedaan over deze vier punten, afzonderlijk voor de binnenkunst (schilderijen en objecten) en de buitenkunst. Deze voorstellen worden hierna gebundeld, om een compleet en overzichtelijk voorstel ter besluitvorming aan te bieden. Voorstellen voor de gemeenteraad (kaderstellend): 1. In te stemmen met het advies van de Adviescommissie Beeldende Kunst, zoals verwoord in hun rapport “Beoordeling kunstwerken uit de collectie van de gemeente Opsterland”; 2.

De daarin als te behouden aangemerkte kunstwerken samen te voegen in de Kunstcollectie Opsterland; 3. De omvang van de collectie Beeldende kunst in de openbare ruimte vast te stellen cf. de lijst in het beheersadvies; 4. Het beheer- en onderhoudsbeleid van de beeldende kunst in de openbare ruimte onder te brengen als addendum bij het Beeldkwaliteitsplan; 5. De richtlijnen voor het verwerven van kunstwerken, zowel voor de kunstcollectie als de beeldende kunst in de openbare ruimte, vast te stellen, zoals in beide notities omschreven; 6. De percentageregeling kunst bij projecten los te laten, maar bij ontwikkelingsprojecten nadrukkelijk de meerwaarde van kunstwerken voor het project te onderzoeken en daar dan ook uitvoering aan te geven. Voorstellen voor het college (uitvoerend): 7. De als af te stoten aangemerkte kunstwerken, te ontzamelen volgens de daarvoor gelden procedures; 8. In te stemmen met de voorgestelde richtlijnen voor beheer en onderhoud van de kunstcollectie; 9. Het onderhouds-kwaliteitsniveau te waarborgen door dit aan te laten sluiten bij de gestelde doelen die in het Beeldkwaliteitsplan benoemd worden; 10. Team Fysiek Beheer te benoemen als het eerste aanspreekpunt en verantwoordelijk voor de optimale uitvoering van het onderhoud van de beeldende kunst in de openbare ruimte; Beetsterzwaag, oktober 2022 Aafke Bekkema Jan Lutgendorff

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=107e6db5-fe4d-4991-bd7b-a58a9178902b